Categorieën
Strips

Begraafplaats van de consumptiemaatschappij

‘Ik verhuis nooit meer…’ dacht ik toen ik maandagmiddag onder het genot van een tropisch temperatuurtje een poging deed om mijn tweepersoonsbed uit elkaar te halen.

Hoewel alle belangrijke spullen de week ervoor naar mijn nieuwe onderkomen waren ondergebracht, met behulp van een paar trouwe vrienden en schoonfamilie, stond in mijn oude huis vooral meuk die rijp was voor het grofvuil. Dus dat werd weer een dagje sjouwen.

Grappig trouwens, zo’n bezoek aan de vuilnisbelt. Alle geledingen van de burgerbevolking komen er samen. De verloren huisvader met twee linkerhanden die oude Ikeameubels komt inleveren tot en met de doorgewinterde klusser die wekelijks een bezoekje brengt. Allen delen een gemeenschappelijke factor, namelijk het vuil dat ze komen achterlaten. Spullen die ooit met veel plezier zijn gebruikt, die op een mooie dag voor veel geld zijn aangeschaft en die nu worden afgedankt als bejaarden in een verzorgingstehuis. Ze worden gezien als niet meer nuttig, zijn gebroken of passen gewoonweg niet meer in het nieuwe interieur.

Er is veel poëzie op de belt, de begraafplaats van de consumptiemaatschappij. En er is een duidelijke hiërarchie, want je kunt maar beter luisteren naar de vuilnismannen die bij de containers staan. Als de vuilnisman zegt dat dit stukje hout niet in deze container hoort, dan is dat zo. Zij zijn immers de specialisten en wij zijn slechts hulpzoekende bezoekers die afstand komen doen van onze consumptiegoederen.

Na al het puinruimen kon er worden schoongemaakt. Want de stofinspecteur van de huisbaas zou bij het sleutel inleveren met een grote loep alles even nalopen. Dat gaat volgende week gebeuren, als ik dan eindelijk de verhuissoap kan afronden. Wederom dankzij schoonfamilie werd het huis aan kant gemaakt. (Wat voor mij een nieuwe betekenis aan het woord schoonfamilie geeft, maar dat even terzijde.)

‘Ik verhuis nooit meer…’ is natuurlijk een onzinnige stelling. Zoals in echte soaps zal deze plotwending nog wel vaker terugkomen. Het is een noodzakelijk onderdeel van het leven. Maar voorlopig even niet. Eerst genieten van mijn nieuwe woning.

Lees ook (of niet, mag je helemaal zelf weten ;):

Categorieën
Media

Stukjes Dexter

Ik hou van goede televisieseries. Van die series die je meenemen naar een boeiende verhaalwereld, met personages die ertoe doen. Dit jaar word ik extra verwend, want niet alleen is er True Blood – een bloedstollende vampierserie met Anna Paquin in de hoofdrol – ook hebben de bloedspatten van seriemoordernaar Dexter ons continent eindelijk bereikt.Dexter Morgan (Michael C. Hall, bekend van onder andere de serie Six Feet Under) is forensisch onderzoeker bij de afdeling moordzaken van de politie in Miami. Hij is gespecialiseerd in het analyseren van bloedspatten. In zijn vrije tijd vergiet Dexter echter zelf ook aardig wat bloed. Hij is namelijk seriemoordenaar. Maar wees gerust: hij pakt alleen misdadigers en onverlaten die hun gerechtelijke straf weten te ontspringen. Dexter handelt namelijk volgens de code die zijn adoptievader hem heeft bijgebracht. Op vierjarige leeftijd werd Dexter geadopteerd door politieagent Harry Morgan die zijn moordlustige neigingen tijdig wist te herkennen en door middel van training wist te kanaliseren.
Het script van de serie is briljant geschreven. Iedere afleveringen word ik verrast door onverwachte plottwists die toch logisch in elkaar zitten. Het concept is natuurlijk vergezocht, maar wordt met zoveel humor en humaniteit verteld dat alles geloofwaardig blijft binnen de vreemde wereld van Dexter. Daarbij is het fascinerend om langzaamaan te ontdekken hoe Dexter in elkaar zit. Voor hemzelf overigens ook, want zijn verleden is voor hem ook vaak onbekend terrein. Totdat een collega-seriemoordenaar in Miami aan de slag gaat, Dexter uitdaagt en de beerput waaruit zijn psyche bestaat opentrekt.
Als het goed is komt de serie vanaf 8 november bij de VPRO op televisie, maar echte fans hebben de serie al via download of dvd gekeken natuurlijk. Hier enkele fragmenten van YouTube om je alvast lekker te maken. Dan ga ik ondertussen weer verder met het kijken van seizoen twee.

Categorieën
Boeken Film

De hype rond Stieg Larssons Millennium

Vanaf vandaag draait de film Millennium: Mannen die vrouwen haten van Niels Arden in de bioscoop. Deze film is het eerste deel van een trilogie, gebaseerd op de boeken van de journalist Stieg Larsson.Ik heb geen van de boeken gelezen en de persvoorstellingen van de film door drukte moeten laten schieten. Toch ben ik nieuwsgierig geworden naar deze film. Laatst prees mijn tante de drie boeken van Larsson aan, stond er een mooi interview van Gerhard Busch in de VPRO Gids met de regisseur en hoofdactrice Noomi Rapace en van de week besteedde het actualiteitenprogramma Nova 8 minuten aan de film en het fenomeen eromheen. Want net als andere mode-boeken als Harry Potter en De Da Vinci Code, is met de drie boeken van Larsson sprake van een hype.De film MILLENNIUM: mannen die vrouwen haten is gebaseerd op de gelijknamige bestseller, de eerste uit de Millennium-reeks van Stieg Larsson. De twee andere boeken uit de reeks zijn De vrouw die met vuur speelde en Gerechtigheid. In 2008 was Stieg Larsson de tweede best verkopende auteur in de wereld – na Khaled Hosseini met De Vliegeraar. Wereldwijd zijn bijna 20 miljoen exemplaren verkocht, waarvan ruim 500.000 in de Benelux.Zelf heeft Stieg Larsson het succes niet meer mee kunnen maken. Voordat zijn eerste boek gepubliceerd werd overleed hij in 2004, op vijftigjarige leeftijd, aan een hartaanval. Hij was onderzoeksjournalist in Zweden, en autoriteit op het gebied van racisme en sociale issues.Feit en fictie
In het item van Nova komen enkele interessante zaken naar voren. Fans van de boeken bezoeken locaties uit de verhalen, een gids leidt ze rond Stockholm en toont het appartementencomplex waar de hoofdrolspeler Mikael Blomkwist zou wonen. Ik vind de drang om naar dat soort plekken te gaan om de fictieve wereld te legitimeren en/of de beleving daarvan te vergroten, een fascinerend fenomeen. Zelf heb ik een paar maanden geleden enkele locaties uit Spiderman-strips in New York bezocht. Het zoeken naar feitelijke plekken in fictie en naar fictie op bestaande plekken is mij dus niet vreemd. (Het artikel dat ik hierover schreef verschijnt in het nieuwste nummer van Stripschrift dat 18 augustus uitkomt.)Verder herken ik me in de uitspraak van acteur Michael Nyqvist (die Blomkwist vertolkt) dat hij vroeger nooit zin had om hype-boeken te lezen. Ikzelf heb ook de neiging om de Potters en Da Vinci-codes links te laten liggen, juist omdat ze al door iedereen gelezen worden. ‘Ik was toen nogal een snob en wilde niet lezen wat iedereen las,’ zegt Nyqvist in het item van Nova. Kennelijk ben ik ook een snob. Nu heb ik na het zien van de film The Da Vinci Code nog steeds geen hoge pet op van de boeken (ja, ja, zonder ze gelezen te hebben, sue me!), maar ben nu toch wel benieuwd naar de reeks van Larsson. Eerst maar eens de film kijken. Een film biedt je immers de kans om het verhaal, of een deel van het boek, in twee uur tijd te ervaren. Bovendien zit in de film de actrice Noomi Rapace en die wil ik wel in actie zien. Ik ben na het lezen van het interview en het Nova-item erg nieuwsgierig naar haar geworden.

Noomi Rapace.
Bron: Cinema.nl.

(Lees hier een recensie van de film.)
Korte inhoud Millennium
Twee tegenpolen, Mikael Blomkvist en Lisbeth Salander. Hij is een charmante man en een kritische journalist van middelbare leeftijd, en uitgever van het tijdschrift Millennium. Zij is een jonge, gecompliceerde vrouw met zwartgeverfd haar, piercings en tatoeages, én een uitermate goede hacker. Samen vormen ze een ongewoon, maar sterk team.Mikael wordt benaderd door oud-zakenman Henrik Vanger. Veertig jaar geleden is de zestienjarige Harriët Vanger op mysterieuze wijze verdwenen en vermoedelijk vermoord. De zaak is echter nooit opgelost en inmiddels verjaard. Toch wil Henrik Vanger graag dat Mikael zich hier nog eens op stort. Aanvankelijk lijkt het onderzoek nergens op uit te lopen. Totdat Mikael met hulp van Lisbeth op een spoor stuit dat rechtstreeks naar een zeer duister en bloedig familiegeheim voert.Lees ook

:

Categorieën
Strips

Overpeinzingen bij Amazing Spiderman #600

Komt er ooit een dag dat ik genoeg krijg van Spiderman? Ik denk het niet, want het lezen van Spiderman comics houdt me jong. Daarom kocht ik laatst Amazing Spiderman #600.Tegenwoordig lees ik als het om Marvel Comics gaat vooral trade paperbacks. Op die manier kun je een verhaal dat over meerdere comics speelt in een keer uitlezen. Dat levert meestal een fijne leeservaring op. Nog een pluspunt van trades is het feit dat er tussen de strippagina’s geen reclame zit. Het enige nadeel is dat je een paar maanden achterloopt op de losse nummers, maar echt een groot probleem is dat niet. Behalve dan met speciale uitgaven als Amazing Spiderman #600.Web of Spiderman
In de maanden voordat deze mijlpaal op de markt kwam, lekte er hier en daar al wat ‘nieuwtjes’ uit op het web. Over het feit dat John Romita jr. het hoofdverhaal zou tekenen dat geschreven werd door Dan Slott en dat de comic allerlei extra’s zou bevatten, zoals een reeks korte verhalen van de meest prominente schrijvers van dit moment en oudgediende Stan Lee. Die extra’s boeien mij nooit zo erg, maar alles wat door Romita jr. gevisualiseerd is vind ik de moeite van het lezen waard. Toen hij het potlood voor Spiderman weer oppakte in 2001 begon ik weer met het lezen van Spidey’s avonturen. Sindsdien ben ik niet meer gestopt.Sinds Spiderman in 1962 het licht zag zijn er een paar goede tekenaars geweest die een duidelijke stempel op het personage hebben gedrukt. Natuurlijk Steve Ditko, de eerste tekenaar die grotendeels bepaalde hoe het webhoofd eruit kwam te zien. Daarna John Romita Sr. die Spiderman begon te tekenen toen Ditko was opgestapt uit onenigheid met bedenker Stan Lee. Gil Kane, Ron Frenz en Todd McFarlane – allemaal jonge honden die indertijd met Spidey aan de haal gingen en een onvergetelijke indruk maakten. En John Romita jr – de stripmaker waar ik al eerder stukken over schreef en die al meerdere malen hele periodes de strip tekende.Het is maar een nummer
En nu tekende Romita dus Amazing Spiderman numero 600. Zeshonderd Spiderman-verhalen. Da’s heel wat. Sterker nog: het merendeel heb ik gelezen. Vanaf Amazing Fantasy #15 waarin het webhoofd zijn debuut maakte, tot en met nou ja, nummer zeshonderd dus. En dan laat ik voor het gemak alle bijseries als Peter Parker, Web of Spiderman en Ultimate Spiderman buiten beschouwing, waarvan ik ook het merendeel heb gelezen. (Ik heb nooit ontkend dat ik een Spider-Nerd ben.)
Overigens speelde Marvel de afgelopen twee jaar wel een beetje vals wat de nummering betreft. Amazing Spider-Man was eerst een maandelijkse comic, maar sinds de grote omwenteling Brand New Day, komt de strip maar liefst drie keer per maand uit. Dat betekent dus dat ze sneller de mijlpaal hebben bereikt dan anders het geval zou zijn. Maar een kniesoor die daar op let.Mede door de enthousiaste video die schrijver Dan Slott maakte over ASM 600 kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en kocht ik afgelopen vrijdag het betreffende nummer in de stripspeciaalzaak. Op een terrasje sloeg ik de comic open. Wat een heerlijke leeservaring stond mij te wachten. Slott schreef een vermakelijk verhaal met voldoende actie en knipoogjes naar het verleden van de muurkruiper. Wanneer Doc Ock hoort dat hij nog maar kort te leven heeft door extensieve hersenbeschadiging die hij in al zijn gevechten met superhelden heeft opgelopen, besluit hij nog een laatste grote daad te stellen. Hij wil New York op zijn eigen manier automatiseren. Natuurlijk mislukt dit experiment en is er een handje vol Marvel-helden nodig om de stad te redden. Ondertussen staat tante May op het punt om met de vader van JJJ Jameson te trouwen.Sterfelijkheid
De superschurk die gaat sterven en nog één grote daad wil stellen is niets nieuws. In dat opzicht blinkt Slott niet uit in originaliteit. Bovendien gaan belangrijke figuren zelden dood in Marvel Comics, dus ongetwijfeld geneest Doc Ock binnenkort van zijn aandoeningen. Kwam de Green Goblin jaren na zijn dood niet opeens terug om zijn positie als grootste duivel in het Marvel Universum op zich te nemen?
Toch is het idee van sterfelijkheid interessant, vooral omdat Ocks aandoeningen zijn aangericht door alle gevechten die hij in het verleden heeft gevoerd met superhelden en superschurken. Een pak slaag van Captain America of Spiderman gaat je niet in de koude kleren zitten, blijkt maar weer. Wederom blijkt dat de acties in het Marvel Universum niet zonder consequenties zijn en dat maakt dit stripuniversum – tot op zekere hoogte – reëel. Dit gegeven zet meteen de knokpartij tussen de vaste criminele klanten van The Bar With No Name en Spidey & Daredevil in een ander licht. Wat zullen de schurken immers voor permanente schade oplopen van dit gevecht? Slott gaat overigens verder niet in op de repercussies van de matpartij die verder enkele vermakelijke dialogen tussen het webhoofd en de blinde advocaat met de hoorntjes bevat.Nog een minpuntje aan Slotts vertelling: Peter Parker merkt voor de zoveelste keer op dat webvloeistof duur is. Dit geintje hebben we sinds Brand New Day nu wel genoeg gehoord. Dat hij in dit verhaal zelfs om geld te besparen de bus neemt in plaats van supersnel door de stad te slingeren en daardoor te laat komt op het oefendiner van Mays trouwerij, is helemaal ver gezocht. Ondanks dit soort ongeloofwaardigheden en tekens van creatieve armoede zit het verhaal geramd in elkaar. De humor is scherp. Vooral wanneer Spidey en Human Torch samen op pad gaan, zijn de wederzijdse beledigingen niet van de lucht. Als vanouds dus. Sowieso geven de vele gastoptredens van andere helden van het Marvel Universum de comic het ouderwetse gevoel van een annual. En was nostalgie niet een van de redenen om deze comic op te pikken? Ik voelde me weer een tiener toen ik vrijdagmiddag in de zon in één ruk de 104 pagina’s tot me nam en ondertussen mijn cappuccino koud liet worden.
Psychiater
De rest van de comic is opgevuld met enkele korte verhalen en humoristische nepcovers. Van de korte verhalen is die van Stan Lee het meest opvallend. Hij laat Spidey naar de psychiater gaan omdat hij in een soort identiteitscrisis verkeert. Spiderman heeft in de bijna vijftig jaar dat hij rondslingert immers meerdere tijdelijke mutaties ondergaan. De conclusie van het verhaal, dat de psychiater zelf gek wordt van Spidey’s relaas is minder origineel dan we van Lee mogen verwachten, maar vooruit, de goede man wordt ook een dagje ouder. ‘My brother’s son’ is een ontroerend verhaal van Mark Waid waarin de relatie tussen oom Ben en Peter wordt uitgediept. De rest van de vulverhalen zijn niet echt boeiend en hadden net zo goed achterwege gelaten kunnen worden.Verse oude koek
Ondanks het plezier dat ik aan het hoofdverhaal van deze comic beleefde, maakt Amazing Spiderman #600 ook pijnlijk duidelijk dat alles wat erover Peter Parker te vertellen valt, al een keer of tien is verteld. De herkenbaarheid maakt dat het lezen van een Spidey-comic vertrouwde en nostalgische gevoelens bij me losmaakt. Aan de andere kant zijn het juist de herkenbaarheid en het gebrek aan vernieuwing die ervoor zorgen dat de rek een beetje uit dit spinnenweb is. Je kunt tante May laten trouwen met de vader van Jonah Jameson (ze trouwde jaren geleden overigens bijna met Doc Ock himself!), je kunt Peter koppelen aan een aantrekkelijke en bijdehandte huisgenote (niets soapachtig is Spiderman immers vreemd), je kunt het uiterlijk van Doctor Octopus drastisch aanpassen en je kunt Mary Jane aan het einde van de comic haar herintrede laten doen (waarmee de sexy huisgenote bij voorbaat geen schijn van kans heeft om Peter te veroveren). Het voelt allemaal bekend en, tja, een beetje sleets. Daar kan zelfs Romita jr., die het voor elkaar kreeg in iets meer dan een maand zestig prachtige pagina’s te tekenen, niets aan afdoen.Misschien word ik toch een dagje ouder. Toch twijfel ik er niet aan dat Spiderman langer op deze aarde zal rondkruipen dan ondergetekende (die ongetwijfeld gewoon stug blijft doorlezen. Kennelijk weegt de hang naar nostalgie zwaarder dan de wens naar originaliteit.) Daarom proficiat Webhoofd: op naar Amazing Spiderman 1200!
Lees ook:

Categorieën
Mike's notities

Geheugen wissen

Terwijl het merendeel van de oude papieren, scripts, papers en andere papieren zaken in de vuilniszak verdwijnt, voel ik een voldaan gevoel in mijn buik.Ik kijk terug op een rijk verleden vol pogingen, daden, triomfen en vooral ook mislukkingen. De verjaarde spullen zijn tekenen van een geschiedenis van een bezig baasje. Een verleden waarvan bepaalde elementen jarenlang weggestopt waren in de diepste krochten van mijn onderbewuste en die nu weer even aan de oppervlakte van mijn gedachtewereld drijven, maar die snel weer in de vergetelheid zullen zinken. Waar ze horen. Mijn geschiedenis zal grotendeels worden afgesloten op het moment dat de vuilnisman de rommel op komt halen. Deels, want sommige dingen zal ik bij me houden tot het graf. Sommige artefacten zijn immers te leuk om weg te gooien. Geschreven teksten uit Amerika, het script en draaiboek van mijn eerste korte film op de HKU, een paar oude foto’s, dagboeken en natuurlijk een flinke doos met andere positieve herinneringen.
Het verleden mag dan een fundament zijn waarop het heden staat en waarop we de toekomst bouwen, niet ieder schroefje, stukje en dwarsbalkje waaruit dit fundament is opgebouwd hoeft bekend te zijn. Daar is simpelweg geen ruimte voor in mijn hoofd. Liever richt ik me op het heden en het later, want daarin schuilt het echte avontuur.

Categorieën
Mike's notities

De nieuwe bewoonster op bezoek

Het volgende deel uit de verhuissoap waaruit mijn leven deels bestaat.
Afgelopen maandag kreeg ik bezoek van de nieuwe, jonge bewoonster. Tenminste, ze kwam mijn huurappartement inspecteren om te zien of het iets voor haar was. Ze had voor de gelegenheid haar ouders meegenomen.Voor mij is het de eerste keer dat ik met zoveel officieel gedoe een huis moet overdragen. Twee weken geleden kwam een inspecteur van de verhuurder al in kaart brengen hoe het huis ermee voorstaat. Meewarig keek hij rond en noteerde hij met een potlood wat er allemaal opgeruimd, schoongemaakt en vervangen diende te worden. Gelukkig bleek de lijst met mijn taken niet te lang, al was de man wel bijzonder gebrand op het feit dat alles klinisch schoon diende te zijn. De vorige keer dat ik een eigen huis uit ging was in Berkeley. Daar viel toen heel weinig aan te doen of aan te verhuizen: ik had maanden in een karige, euh, ik bedoel boheemse inrichting geleefd. Behalve een bed, een tafel en een stoel en een kartonnen doos die als boekenkast diende, bezat ik niet veel. De 12 jaar dat ik in mijn huidige huis vertoefde verzamelde ik veel spullen en aan het huis is te zien dat er geleefd is.En nu kwam de potentiële nieuwe bewoonster eens kijken. Die was er al snel uit en zag het appartement wel zitten. Als jonge starter is het dan ook een prima woning. Middenin de binnenstad waar alles dichtbij is, en temidden jongelui van haar leeftijd. Ik heb als bewoner wat dat betreft allang de houdbaarheidsdatum overschreden.Nadat haar vader nog eens kritisch met zijn timmermansoog (hij is timmerman) de kamers had doorlopen en zijn eigen lijstje met opmerkingen had volgeschreven, was het tijd om zaken te doen. Ik zag al een tijdje op tegen het feit dat er een wasmachine, een zware koelkast en fornuis naar beneden gesjouwd moesten worden om uiteindelijk van de stoep te verdwijnen in de vuilniswagen of het busje van de tweedehands winkel, want niets zou naar het nieuwe huis gaan. Ik zag me zelf al sjouwen en puffen, vier trappen af. Tot mijn grote verbazing kon ik de apparatuur aan de nieuwe bewoonster kwijt. Sterker nog: het tapijt en zeil konden ook rustig blijven liggen waar ze lagen.De loodzware tv was haar te groot – maar ja, je kunt niet alles hebben.Toch zal ik hem gaan missen: mijn trouwe wasmachine die nooit te beroerd was om zich over mijn vuile kleren te ontfermen. Het gaat je goed, wasmachine! Which reminds me dat ik er nog een wasje uit moet halen.
Lees ook (of niet, mag je helemaal zelf weten ;):

Categorieën
Strips

Ingelijfd bij het Agentschap van Zone 5300

Als freelancer moet je vaak zelf zorgen dat je opdrachten hebt. Geen opdrachten betekent geen inkomen. Het kan dan handig zijn om je aan te sluiten bij een collectief of een agentschap.Nu werk ik af en toe samen met vaste partners naast de soloprojecten die ik doe. Het leek me daarnaast een goed idee om me aan te sluiten bij het Zone 5300 Agentschap. Via een agentschap kunnen immers leuke opdrachten binnenkomen en je profileert je tot een potentiële clientèle die je anders wellicht niet zou bereiken.
Mijn keuze voor het Zone 5300 Agentschap is een logische aangezien ik schrijf voor het strip– en filmblog van de Zone-site en er ook epistels van mijn hand in het magazine verschijnen. Daarbij bestaat het agentschap uit een stel professionals waar je ook nog eens heel aardig een kop koffie mee kunt drinken. En da’s ook niet onbelangrijk. Het Agentschap bestaat sinds 2007 en er zitten kunstenaars en stripmakers als Albo Helm, Dio, Wasco, Robert van Raffe, Tonio van Vugt, Sandra de Haan en Merel Barends bij. Ik bevind mij dus in goed gezelschap.
Vandaag ging mijn profielpagina online. Voorbeelden van schrijfwerk komen er nog bij te staan. Voorlopig geeft de pagina een aardig overzicht van de video’s die ik heb gemaakt. Ik ben in ieder geval zeer in mijn nopjes met mijn plekje op de webstek van het agentschap. Overigens ben ik ook nog steeds rechtstreeks in te huren voor een boeiende video, een interessant interview of een intrigerend achtergrondartikel over media en cultuur.

Categorieën
Mike's notities

Verbale Jezus-spam

‘Vrijheid van meningsuiting’ denk ik op het moment dat ik bijna het foldertje door de strot van de prediker wil duwen om hem te doen zwijgen. Lief en ik zitten in Metro 54 richting Ikea Amsterdam. Het is maandagochtend en ik kijk niet uit naar het banjeren door Neerlands grootste bouwpakkettenaanbieder. Ons overleg wordt gestokt door een straatmuzikant die een niet-onaardige, maar zeker ongewenste versie van een nummer van Paul Simon ten gehore brengt. Kan gebeuren. Die jongen wil ook gewoon een paar centen verdienen. Lief en ik wachten tot het nummer voorbij is en de muzikant met zijn pet rondgaat.We willen verder bespreken waar we allemaal naar moeten gaan kijken bij Ikea. Opeens staat er iemand anders op. ‘We have enjoyed some lovely music. Now it’s time to enjoy life. We must celebrate life!’ zegt een zwarte predikant. Hij gebruikt de interruptie van de muzikant, nee, kaapt deze om een verhaal af te steken over zijn favoriete zoon van God. Het sprookjesverhaal over de zogenaamde redder van de mensheid. Op maandagochtend. Voor de koffie. Terwijl het bloed in mijn aderen begint te koken deelt een handlangster van de man folders uit over de sekte waartoe ze behoren. Op maandagochtend. Voor de koffie.Ik zit er niet op te wachten. Op die dwaallichten die met een zaklamp in het diepste van hun depressie het Licht vinden en zich genoodzaakt voelen hun ontdekking met de rest van de wereld te delen. Ik voel me gevangen, want kan geen kant op. De metro raast door, net als de man. (Goed, ik zou natuurlijk in een ander rijtuig kunnen gaan zitten, maar ik vind eigenlijk dat dit niet zou moeten. Ik weiger nog langer te wijken voor een stelletje reli-fanatisten.)Ook dát is vrijheid van meningsuiting, denk ik eerst. Maar ik ervaar het als verbale spam. Een reclame-uiting voor een product waar ik geen boodschap aan heb. (God is net zo goed een product dat verkocht wordt door een fabrikant, de kerk, als een telefoonabonnement van een provider. Met dit verschil dat er aan de andere kant van de telefoonlijn waarschijnlijk wel wordt opgenomen en je met bidden een dode lijn krijgt, tenzij je al stemmetjes in je hoofd hoorde.) Knevel kan ik wegzappen als ik wil, het CDA negeren, Jehova’s kan ik voor een dichte deur laten staan. Maar nu is mijn enige hoop de bewaker van de metro. Die zal vast vriendelijk doch dringend vragen of de man zijn ratelende mond wil houden. Maar de bewaker blijft zitten. Sterker nog: hij heeft hetzelfde sprookjesboek gelezen en gaat met de prediker in discussie over bepaalde teksten.Terwijl de twee heren als oude wijven doorkletsen over paragraaf dit en resurrectie dat, begrijp ik beter waarom de atheïsten in dit jaar van Darwin (voor eens en voor altijd?) de strijd aangaan tegen het religieuze klootjesvolk. Het is mooi geweest, die Jezus-spam. Ga je eigen heil maar regelen, val ons er niet meer mee lastig. De ervaring wijst uit dat het onbegonnen werk is om dat soort lui te overtuigen, maar bij zo’n prediker op de muteknop kunnen drukken zou al uitkomst bieden. Soms moet je kwaad met kwaad bestrijden: de volgende keer als ik de predikant tegenkom zal ik tegenover hem gaan staan en een verhaal over Harry Potter afsteken. Ook een fantastisch figuur uit een sprookjesboek die veel followers heeft.
Gelukkig is er verlossing, want station Bullewijk komt in zicht. Ik stap uit de metro en haal opgelucht adem. Bij Ikea heb je immers alleen met aardse zaken te maken. Maar eerst koffie.Lees ook:

Categorieën
Mike's notities

200 kilo meubels

We zijn het huis aan het verbouwen. En wie zijn huis verbouwt, komt al snel een keer in de Ikea terecht.Vorige week was ik maar liefst twee keer in het bouwpakketparadijs. Maandag om meubels te bekijken, te testen en ideeën op te doen. Je kunt immers in zo’n gids bladeren tot je een ons weegt, voor de Billy staan en het hout aanraken doet je pas beseffen wat je in handen hebt.Zondag waren we weer in de Ikea om de uitgekozen meubels daadwerkelijk te halen. Wat een hel was dat: heel Nederland was er die regenachtige middag op uit getrokken om de Ikea in Amsterdam te bezoeken. Er was een aantal artikelen voor de helft van de prijs, dus die fantasieloze Hollanders die toch niet weten hoe ze hun vrije zondagmiddag moeten doorbrengen, waren massaal in het overvolle filiaal van het Zweedse meubelimperium te vinden. (Het leek de Efteling in het hoogseizoen wel.)
Helaas hadden L. en ik geen keuze en begaven ons tussen de consumentenkudde in het magazijn om de spullen in te laden die op ons lijstje stonden. Alle clichés kwamen voorbij: het karretje dat een eigen willetje leek te hebben, files voor de kassa en dat ene stel plankjes dat uiteindelijk toch uit de winkel zelf gehaald moest worden, waardoor we het hele doolhof aan huiskamers, slaapkamers en keukens door konden lopen. Tegen de stroming in uiteraard.Onsmakelijk
De koffie en Zweedse gehaktballen sloegen we over. Die hadden we maandag al geprobeerd. Geen idee waar al die lofuitingen over die gehaktballen vandaan komen, want als je vriendin doorgekauwd kauwgom aan je doorgeeft die je nog eens lekker over je tong laat rollen, dan heb je een smaakvollere bal in je mond dan de Zweedse gehaktballetjes van Ikea. Niet te vreten dus. En de koffie.. oh man, opgewarmde klei uit een beerput smaakt beter. Logisch dat het tweede kopje gratis is – het zal zelden gevuld worden. Diarree verzekerd.Mijn eerste Ikea-ervaring, waar ik vorig jaar over schreef, was wat dat betreft een stuk positiever. Al moet ik zeggen dat ze de 200 kilo uitgekozen meubels wel snel kwamen thuisbezorgen. (De volgende keer laat ik ze echter wel tot aan de deur bezorgen, zodat ik niet zelf alle pakketten naar boven hoef te sjouwen.)
Nu maar hopen dat alles compleet is.
De komende dagen ben ik in ieder geval bezig met bouwpakketten bouwen.Lees ook:

Categorieën
Media

Verslaafd aan twitter?

Ben ik verslaafd aan Twitter? Mwa, valt wel mee. Zojuist een ’test’ ingevuld op Theoatmeal.com/ en daar kwam het volgende uit:How addicted to Twitter are you?
Created by The Oatmeal53%. Dat noem ik nog geen verslaving. Natuurlijk is het onzin zo’n test, want wat zijn de parameters die ten grondslag aan de vragen liggen? Amusant is het wel. Evenals Twitter. Al log ik soms dagen niet in en zet ik de stroom aan stemmen en uitspraken uit als hij te veel afleidt van mijn werk. En nee, ik twitter niet op de wc en produceer dus geen tweets waar een luchtje aan zit.
Je moet het ook allemaal niet te serieus nemen, dat Twitteren. Handig is het soms wel. Om bijvoorbeeld snel antwoord op bepaalde vragen te krijgen of om een herdenkingsbijeenkomst van een dode popster op te laten luisteren met snedig commentaar van Twittergebruikers. (‘King of Poep’ vond ik de leukste tweet in de afgelopen dagen.)
Sommige mensen kunnen zich er echt over opwinden. Zoals vriend René van Densen, die zich via een mailtje aan compadre Jeroen Mirck uitlaatte over Neerlands snelstgroeiende babbelbox. Mirck vond het mailtje interessant genoeg om hem online te zetten op zijn blog JeroenMirck.nl. Waarna Van Densen weer een reactie op zijn blog Kutbinnenlanders.nl schreef. Twitter mag dan behoorlijk mainstream aan het worden zijn (de meeste media hebben er in de afgelopen maanden genoeg aandacht aan besteed), voorlopig zijn we er niet over uitgepraat. En wie te lui is om te lezen, kan zijn lol op met de audiovariant van Twitter, Audioboo. Al lijkt dat in eerste instantie slechts een hoop gelul in de ruimte voort te brengen.Lees ook:

Categorieën
Film Mike's notities

Tussen de verhuisdozen door

Het is warm in mijn appartementje vandaag. Maar dat ben ik wel gewend. In de zomermaanden kun je een ei op het aanrecht bakken. Terwijl ik achter mackie zit te tikken kijk ik even naar de lege verhuisdozen die nog gevuld moeten worden. Maar eerst even een post over Eeuwig Weekend, Transformers, het rookbeleid en de durf om te falen.Woensdag 1 juli bestaat EeuwigWeekend.nl één jaar. Wellicht een bescheiden leeftijd voor een groepsweblog, maar toch het vermelden waard. In één jaar werden meer dan 500 posts gepubliceerd. Van lange epistels tot korte, doch pakkende straatprenten. Hoewel ik mijn functie als co-hoofdredacteur sinds april heb neergelegd, draag ik de site die ik samen met Menno Kooistra in het leven riep, natuurlijk een warm hart toe.Overigens is het rookbeleid ook een jaar van kracht. Een niet onomstreden maatregel waar veel, heel veel commentaar op kwam uit de horecabranche. Ik schreef vlak voor het ingaan van het rookverbod nog triomfantelijk dat ik nu eindelijk rookvrij van mijn stamkroeg kon gaan genieten. Helaas, het is een van de kleine kroegjes waarin nog steeds flink gepaft wordt. Dat past overigens geheel in de geest van de rebelse eigenaar, maar heeft ook een praktische reden: het café is simpelweg te klein om een aparte rokersruimte in te richten. Sinds augustus vorig jaar ben ik niet meer in mijn stamkroeg, nou ja zeg maar voormalige stamkroeg, geweest, want kies liever voor een dranklokaal waar niet gerookt wordt. Al kijk ik ernaar uit om op de avond dat ik afscheid neem van deze woonplaats nog even een nostalgisch drankje te nuttigen aan de bar.Over rebelsheid/koppigheid gesproken: tussen alle blogberichten vandaag las ik dit inspirerende tekstje van Jonathan Morrow over de durf om te falen en de kracht van buitenbeentjes. Michael Jackson was natuurlijk ook een buitenbeentje. Word jij ook al helemaal gek van alle Jackson-muziek die de laatste dagen gedraaid is? Niet dat het naar in het gehoor klinkt, maar je kunt ook overdrijven. Duidelijke zaak van overkill.
Overdrijven is een woord dat regisseur Michael Bay niet kent. Zijn bombastische Transformers 2: Revenge of the fallen doet zijn naam als blockbuster eer aan. Volgens het persbericht dat ik gister las heeft deze sequel al $387 miljoen dollar opgebracht. Hoewel je eigenlijk pas een oordeel mag vellen nadat je een film hebt gezien, lijkt deze rolprent mij alles behalve boeiend. Ik vond het eerste deel al niets, maar toen ik in een recensie las dat een van de transformers met een stel ballen tussen zijn benen rondloopt, verloor ik ook maar enige interesse om de film te gaan zien. Zeker nadat een goede vriend van me, wiens mening ik respecteer, zei dat hij de film absolute bagger vond. Als Michael Bay zijn eigen onderwerp niet eens serieus neemt, waarom zou ik als publiek tijd moeten verkwisten aan het kijken van zijn film? De echte vraag is echter: waarom scoort deze film zo ontiegelijk goed? Is het de curiositeitswaarde? Of heeft het grote publiek echt geen smaak?Nou ja, voorlopig heb ik genoeg verhuisdozen vol te stoppen om me niet met die vraag bezig te houden. Laat ik maar eens beginnen met inpakken.Lees ook:

Categorieën
Bloggen

Moet je daarover bloggen?

Als een grote popster plotseling overlijdt, of een andersoortige beroemdheid, kun je ervan uitgaan dat daar heel veel over geblogd wordt. Moet je daar dan zelf nog iets aan toevoegen?

Die vraag stelde ik me vrijdagochtend toen ik vernam dat Michael Jackson overleden was. Ik kwam erachter via twitter – de avond ervoor geen televisie gekeken en niet online geweest. Nou had ik zelf niet zo heel veel met Jackson, afgezien van een paar nummers die hij in een ver verleden maakte waar ik het goed mee kan vinden. Toch voelde ik de behoefte om er iets over te zeggen. Dat had ik vorig jaar bij de dood van Heath Ledger ook.

Wel of niet bloggen
Toch is het raar dat je het gevoel hebt iets te moeten doen als een publiekfiguur overlijdt. (Dat gevoel heb ik overigens niet bij iedereen: ik heb geen woord geroerd over Farrah Fawcett.) Ik nam me voor om er niets over te posten, want er stond nog een striprecensie klaar, totdat er breinkoekjes in mijn hoofd schoten. Kennelijk kruipt de spreekwoordelijke inkt waar ze niet gaan mag, want uiteindelijk heb ik er toch iets meegedaan. Al is het een bescheiden bijdrage in de zee van blogberichten op het web geworden. Een post die spontaan groter werd toen ik de cartoons van Fokke & Sukke en Floor de Goede online zag.Eigenlijk hou ik daar wel van: van die blogposts die ontstaan uit een niet te definiëren noodzaak en die gaandeweg geschreven worden. Dat maakt het online publiceren voor mij juist interessant: de directheid, de mogelijkheid tot mutatie na publicatie. Vloeibaar publiceren. Maar dat even terzijde.

Verscheidenheid aan berichten
Jackson was een publiekelijke figuur, een personage dat in het leven van velen een rol speelt – soms een grote rol, soms een marginale. Daarom is het interessant om te zien wat andere bloggers en publicisten met het nieuws van Michael Jacksons dood doen. Ik heb het dan niet over mensen die simpelweg het nieuws herpubliceren op hun blog, maar juist over die bloggers die een eigen draai weten te geven aan een algemeen feit. Bloggers die het verhaal op een persoonlijke wijze benaderen. Al is het maar door de videoclipkeuze die ze maken. Een socioloog zou er een interessant onderzoek van kunnen maken.

Daarmee heb ik mijn eigen vraag beantwoord: ja, voeg als je de behoefte voelt vooral iets van jezelf toe aan de grote stroom blogpost over een bepaald onderwerp. Je moet immers over alles kunnen bloggen, van je passies tot de sokken die je zojuist gekocht hebt. (Of anderen de behoefte voelen om dat allemaal te lezen, is een ander verhaal en een aparte blogpost waard.) Al is het maar om die socioloog in zijn toekomstige onderzoek een handje te helpen.