Posts Tagged ‘Column’

Peter van Straaten Over tekenen en over de natuur

Thursday, November 26th, 2015

Peter van Straaten is een van de beste tekenaars van Nederland. Hij weet als geen ander mensen op een realistische manier af te beelden en laat zijn personages geloofwaardig acteren. Van Straaten is een cartoonist die bij uitstek de aard van de mens weet weer te geven en bovenal de menselijke tekortkomingen.

Al vaker had ik het over het virtuoze tekenwerk van Van Straaten en nu er een bundel columns van hem uit is, stip ik deze graag even aan. Van Straatens columns werden gepubliceerd op de achterpagina van NRC Handelsblad. In Over tekenen en over de natuur zijn de beste columns over zijn metier en over zijn geliefde onderwerp de natuur samengebracht. Alle columns bevatten een illustratie van de meester, maar wat vooral aan de bundel opvalt is hoe goed Van Straaten zich in woorden weet uit te drukken. Het zijn prettig leesbare stukken waar geen woord teveel in staat. Van Straaten is een rasverteller in woord en beeld.

van-straaten-toonder

Marten Toonder door Peter van Straaten.

van-straaten-van-gogh

Vincent van Gogh door Peter van Straaten.

van-straaten-heks

In een van zijn columns verbeeldt Van Straaten tijdens een storm dat er een verwilderde vrouw door zijn huis loopt.

Foutjes
De tekenaar toont bijvoorbeeld welke voorwerpen hij op zijn vensterbank heeft staan en wat deze voor hem betekenen. Ook vertelt hij over zijn ervaringen als rechtbanktekenaar en het ongelukkige potje inkt dat hij omstootte. Natuurlijk onthult hij enkele tekengeheimen. Zo bekent Van Straaten als hij in opdracht werkt eerst de tekening te maken en achteraf pas een schets. ‘Nu had ik van een Amerikaanse illustrator geleerd dat je in de schets altijd een duidelijke fout moest verwerken, zodat de opdrachtgevers daarover kunnen vallen,’ vertelt Van Straaten. Slim, want de duidelijke fout leidt af van wat je stiekem in de tekening kunt laten zitten en anders niet door de censuur gekomen zou zijn.

Verleden, heden en fijnzinnige observaties gaan in Over tekenen en over de natuur hand in hand. Ik raad de lezer aan de bundel langzaam te lezen en slechts een column per dag te doen. Dan heb je er extra lang wat aan.

Peter van Straaten. Over tekenen en over de natuur.
Uitgeverij De Harmonie, €16,50

Column: Magische artefacten

Friday, August 15th, 2014

Je kunt tijdens je vakantie gaan bruinbakken op een strand aan de Middellandse Zee, maar je kunt ook de voetsporen van een Hobbit nalopen in Nieuw-Zeeland of de Hogwarts Express nemen die door Schotland rijdt. Mediatoerisme heet dat: plaatsen bezoeken waar films of televisieseries zijn opgenomen.

Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

In tegenstelling tot religieuze dwaallichten die te bedevaart naar Mekka of Lourdes trekken, weet de mediatoerist dat de verhalen en de personages die hem fascineren, fictie zijn. Maar dat maakt ze niet minder boeiend. Sterker nog, door het bezoeken van deze plekken wanen we ons ook even een held en lijkt ons leven een spannend avontuur.

Het aftasten van de grens tussen fictie en werkelijkheid vind ik eindeloos fascinerend. Daarom bezoek ik graag exposities met props uit films, zoals die over David Cronenberg in Eye. Fantastisch om vlak bij de Telepod uit The Fly te staan en alle details goed in je op te kunnen nemen. Je kunt er omheen lopen en het voorwerp van alle kanten bekijken. Maar je mag het niet aanraken. Dichtbij en toch onbereikbaar. De props, ooit aangeraakt door Acteurs en Regisseurs, zijn relikwieën en als zodanig gaat er een magische werking van ze uit. Je kunt je voorstellen dat je de deur van de Telepod opendoet en er in gaat zitten om geteleporteerd te worden.

Wanneer je voorwerpen uit films in het echt ziet, is het alsof deze via een magische daad van de fictieve wereld in de onze terecht zijn gekomen. Toch is hun aanwezigheid een paradox. Aan de ene kant maken de voorwerpen de fictieverhalen waarachtiger, want ze zijn tastbaar. Aan de andere kant maken ze vaak heel duidelijk hoe artificieel de fictiewereld is. De Telepod werkt natuurlijk niet. Het is een knap stukje handvaardigheid, maar net zo bruikbaar als je smartphone wanneer je in 1920 terecht zou komen of wanneer je anno nu gebruik wil maken van wifi in de trein.

batman2In 2012 bezocht ik in Parijs de expositie over Tim Burton. Daar stonden drie maskers van zijn Batman-films in een vitrine. Dichter kon ik als Batman-fan niet bij Gotham City komen. Ik bekeek de maskers aandachtig: Michael Keatons hoofd had hier immers in gezeten en gezweten. Meenemen kon natuurlijk niet en zelfs foto’s nemen was ten strengste verboden. Overal stonden Franse bewakers met priemende oogjes de bezoekers in de gaten te houden. Toch waagde ik het erop en pakte zo onopvallend mogelijk mijn mobieltje om drie snelle foto’s van de maskers te schieten. Betrapt werd ik niet en triomfantelijk liep ik het filmmuseum uit. Deze anarchistische daad maakte nog geen Batman van me, maar even waande ik me in een spannend avontuur. Hoe klein ook. Ook dat is filmmagie.

Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

Deze column is gepubliceerd in Schokkend Nieuws #109. Het is mijn laatste column voor Neerlands tofste filmblad. Ik ben trots op de 12 afleveringen die ik ervoor heb mogen schrijven en heb in het bijzonder genoten van de samenwerking met illustrator Paul Stellingwerf die iedere keer weer grappige en pakkende illustraties wist te tekenen.

Column: Dubbelganger

Friday, June 27th, 2014

Hoe zou het zijn om jezelf tegen te komen? Ik bedoel dat niet overdrachtelijk, dus niet dat je na veertien dagen lang zwaar alcohol- en drugsgebruik en optioneel vreemdgaan wordt betrapt door je vriendin en je ‘out’ gaat. Nee, hoe zou het zijn als je je dubbelganger tegenkomt, iemand die precies is zoals jij?

Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

Het hangt een beetje van de aard van het beestje af natuurlijk. De dubbelganger als negatieve versie van de held is bijvoorbeeld een opvallend veelvoorkomende uitwerking van het thema, of het nu klonen of een dubbelganger uit een parellel universum betreft.

Mijn eerste kennismaking met dit concept was een aflevering van Knight Rider waarin Michael Knight en K.I.T.T. het opnemen tegen K.A.R.R.: een levensgevaarlijk proefmodel van de wonderauto die geprogrammeerd is vooral uit eigen belang te handelen in plaats van anderen te beschermen zoals de programmering van K.I.T.T. voorschrijft. De twee auto’s zijn dus tegenpolen van elkaar. De tegenpool van de held levert doorgaans een spannende confrontatie op tussen twee evenredig grote krachten. In wezen zijn de eeneiige tegenpolen een gesimplificeerde weergave van de twee uitersten van het menselijk karakter: kiezen we als brave padvinders voor het goede of laten we ons egoïsme, dus de kwade kant onze acties bepalen en dompelen we ons onder in een hedonistische levensstijl, ten koste van anderen? Dankzij de dubbelganger zijn we getuigen van beide uitkomsten, al laat de belerende boodschap die achter het verhaal schuilt zich al raden natuurlijk.

kitt_vs_karrToeval of niet: in de laatste editie van het Imagine filmfestival zaten verdacht veel films die draaien om parallelle universa of op een andere manier je doppelgänger tegen het lijf lopen. Iedere film belicht dit uitgangspunt op een andere manier, maar het is opvallend hoeveel personages hun dubbelganger wantrouwend tegemoet treden. Dat is op zich nog niet zo vreemd, want jezelf tegenkomen heeft iets unheimisch, maar in veel gevallen wil het origineel zijn kopie zelfs de hersens in slaan.

Het buitenbeentje in +1 uitgezonderd: zij heeft eindelijk iemand heeft gevonden om mee te praten en te kussen (!) namelijk zichzelf. Haar reactie leek me dan ook het meest logisch. Niet dat ik meteen zou tongworstelen met mijn tweede ik, maar mocht ik mijn dubbelganger uit een parallel universum ooit tegen het lijf lopen, dan hoop ik op een vriendelijke conversatie en niet op een knokpartij tussen tegenpolen. Lijkt me leuk om notities uit te wisselen en misschien kan hij me ook meteen vertellen waar ik dat vintage Spider-Man-poppetje heb neergelegd dat ik al jaren niet terug kan vinden.

Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

Deze column is gepubliceerd in Schokkend Nieuws #108.

Column: Earl Grey

Saturday, May 3rd, 2014

Er komt een moment in het leven van een Trekkie dat hij zich afvraagt wie zijn favoriete Star Trek-Captain is.

Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

The Next Generation was mijn eerste kennismaking met Star Trek. Nog steeds ben ik een groot fan van Captain Jean-Luc Picard en zou ik er geen bezwaar tegen hebben om eens een kopje thee met hem te drinken. Earl Grey is mijn favoriete smaak, dus dat hebben de Franse kapitein met de Shakespeariaanse tongval en ik alvast gemeen.

Toch, als ik moet kiezen, zou ik door de ruimte willen reizen met Captain Kirk en zijn crew, want ik denk dat Kirk en ik het prima met elkaar kunnen vinden. Kirk is een kerel van de actie die zonder met zijn ogen te knipperen het onbekende tegemoet treedt, iemand met het hart op de goede plek die, waar het hem uitkomt, de bevelen van zijn meerdere negeert. En is Kirk wel eens een buitenaards wezen van het vrouwelijk geslacht tegengekomen dat niet meteen voor zijn charmante hoofd viel? Vast wel, maar het zullen er niet veel zijn. Kortom, what’s not to like?

Toegegeven: Kirk is de man die ik zou willen zijn. Picard, de eeuwige bruggenbouwer en man van het compromis, is hoe ik werkelijk ben.
Als het om Kirks gaat, verkies ik Shatner boven zijn jongere versie uit de reboots. Shatner ís Kirk: hij zet hem op een nonchalante, welhaast natuurlijke wijze neer.

In 2011 kwam Shatner met de documentaire The Captains, waarin hij collega-acteurs interviewt over hun rol als Star Trek-Captain: Kate Mulgrew, Avery Brooks, Scott Bakula, Chris Pine en Stewart. Daarin blijkt Brooks een rare vogel die geestelijk nog niet op aarde is teruggekeerd: als antwoord op Shatners vragen speelt de beste man jazzy deuntjes op zijn piano. Wanneer Brooks wel zijn mond opendoet, klinkt hij zo vaag als een horoscooptekst.

Uit de documentaire blijkt dat het leven van een Captain erg zwaar is. Uiteindelijk zijn het niet de robbertjes knokken met the Borg of Klingons die de hem er bijna onder krijgen, maar de hoge werkdruk. Maanden, soms jarenlang staan de acteurs 16 tot 18 uur per dag op de set. Dat eist zijn tol in de privé-sfeer: Stewart bedwingt met moeite zijn tranen als hij vertelt dat het acteerwerk vóór zijn gezin gaat en dat die houding hem twee huwelijken heeft gekost. Dit ziet hij nog steeds als zijn grote falen: ‘Mijn schuldgevoel hierover is inmiddels verdwenen, maar ik heb daar nog steeds spijt van. Dat is een beetje een handicap voor me geworden. Ik ben twee keer gescheiden, ik weet niet of ik dat nog eens op kan brengen.’ Ik hoop dat iemand hem een kopje Earl Grey als troost heeft gegeven.

Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

Gepubliceerd in Schokkend Nieuws #107.

Column: Spoilers!

Saturday, February 15th, 2014
Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

Toen ik nog kind was en geïnteresseerd in auto’s, was een spoiler een auto-onderdeel dat de grip en wegligging van het voertuig verbetert. Uiteraard bestaan die dingen nog steeds, maar tegenwoordig staat het woord spoiler toch vooral voor de waarschuwing die erop wijst dat belangrijke informatie over de plot van een verhaal onthuld gaat worden. Informatie die je liever niet weet en je lees/kijk/gameplezier zal verpesten. Maar goed, dat hoef ik trouwe Schokkend Nieuws-lezers niet uit te leggen.

We leven in het tijdperk van de spoilers. Wie de nieuwste aflevering van Sherlock later dan het uitzendtijdstip wil bekijken, kan tot dat moment maar beter zijn gezicht niet op Facebook, Tumblr of Twitter vertonen.

Ook als recensent heb ik te maken met het fenomeen spoiler. Toen ik vorig jaar de persvoorstelling van Skyfall bezocht, moest ik bij aanvang een contract tekenen waarin stond dat mijn recensie geen woord zou reppen over de dood van een belangrijk personage. Een belachelijke gang van zaken: een goede recensie geeft immers nooit de belangrijkste plotwendingen prijs. Het James Bond-contract is een mooi voorbeeld van hoe de publiciteitsafdelingen van filmmaatschappijen pogen media-uitingen te controleren. Werd eerst bij een persvoorstelling alleen je mobieltje ingenomen uit angst dat je de film integraal online zet. Nu teken je een overeenkomst waarin je plechtig belooft je beschouwing pas te publiceren op de dag dat de film uitkomt.

De angst voor spoilers is niet onzinnig. Vooraf teveel van de film weten verpest de ervaring en wekt verwachtingen die bijna altijd leiden tot teleurstelling. En als je bedenkt dat het huidige kijkvoer gedomineerd wordt door prequels, sequels en reboots is nog meer voorspelbaarheid wel het laatste wat je wilt.

Gek genoeg zijn de publiciteitsmedewerkers van de filmmaatschappijen zelf de grootste informatielekkers. Zij voeren de journalisten, magazineredacties en bloggers het ene minuscule ‘nieuws’ na het andere om aandacht voor hun product te genereren. Dat begint al een jaar of twee voordat de film uitkomt: castingnieuws, setfoto’s, potentiële plotbeschrijvingen, de aankondiging van een vervolg nog voordat er één shot van de film is gedraaid, etcetera. Veel bloggers en mediasites met een kleine en of luie redactie slikken dat alles voor zoete koek en serveren die koek vaak ongecorrigeerd op hun platforms ten einde de ingebeelde informatiehonger bij de bezoekers te stillen.

Het kan nog gekker: van tevoren aankondigen dat morgen de nieuwe trailer online komt. Aan de publicatie van de trailer voor Dawn of the Planet of the Apes ging zelfs een teaser van de trailer vooraf. Trailers zijn reclamespots voor films, nu wordt er dus reclame gemaakt voor reclame.

De spoiler als ultiem marketingmiddel doodt het laatste zuchtje kijkplezier.

Illustratie: De populaire Paul Stellingwerf

Illustratie: De populaire Paul Stellingwerf

Gepubliceerd in Schokkend Nieuws #106.

Column: Doodzonde

Monday, January 6th, 2014
Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

Wie comics leest, weet dat het verhaal nooit echt afloopt en eeuwig doorgaat. Comics zijn superheldensoaps: overleden personages komen terug en grote veranderingen worden – meestal – weer teruggedraaid.

Eind 2012 overleed Peter Parker in Amazing Spider-Man #700, het laatste nummer van de serie, en tegenwoordig zit superschurk Doctor Octopus in zijn lichaam om als ‘Inferieure’ Spider-Man het Marvel Universum onveilig te maken. Dat klinkt inderdaad net zo fout als de huidige verhalen die schrijver Dan Slott hierover uithoest. Verhalen van een lager niveau dan menig fan-fiction of Vijftig tinten grijs-achtige lectuur. Ik troost mij met de gedachte dat Slott ooit vervangen zal worden en dat Peter Parker dan wel weer terug zal keren, net als Superman, Batman en andere dode (super)helden die het eeuwige voor het tijdelijke inruilden. Want zo gaat dat in comics.

Die troost ontbreekt echter volledig bij televisieseries die ongelukkig eindigen.

Neem Dexter bijvoorbeeld. Acht jaar lang leefden we mee met een psychopaat die misdadigers omlegt. Langzaamaan zagen we hoe Dexter in een echt mens veranderde. De avonturen van deze sympathieke messentrekker zouden aan het eind van seizoen 8 tot een spannende conclusie komen. Helaas, in plaats daarvan presenteerden de schrijvers een verschrikkelijke cop-out: wat logisch leek gebeurde niet. Dexter werd niet ontmaskerd door zijn politiecollega’s van Miami Metro, noch leefde hij nog lang en gelukkig met zijn geliefde Hannah, de aantrekkelijke blonde seriemoordenaargroupie met een voorkeur voor giftige salades. De makers kozen voor een flauwe middenweg en niet voor een bevredigende climax. In 50-minuten werd acht jaar kijkgenot veranderd in een waste of time. Omdat tijd geld is, overweeg ik een fikse schadevergoeding van betaalzender Showtime te eisen om deze verloren tijd te compenseren.

Dexter is natuurlijk niet de enige serie die slap afloopt. Gelukkig heb Lost nooit gekeken, want naar het schijnt krijgt het merendeel van de fans nog steeds therapie bij dokter Sigmund om de grote teleurstelling van de laatste aflevering te verwerken. De frisse scifi-serie Fringe (met het sympathiekste trio uit de televisiegeschiedenis en meer onverwachte plot-twists dan menig kabinetsbeleid) had beter kunnen eindigen na de spannende climax van seizoen vier en niet met het halfbakken, clichématige invasieverhaaltje uit het slotseizoen.

Vroeger werden series niet afgerond. De omroep trok simpelweg de stekker eruit, waardoor er nooit echt een einde kwam aan de avonturen van de personages waarmee je een emotionele band had opgebouwd. Eigenlijk was dat beter, want je kon zelf fantaseren hoe het verhaaltje verderging. Nu rest ons niets anders dan het risico op teleurstelling te minimaliseren en de laatste aflevering van een geliefde serie niet te bekijken. Nog beter: laat de televisie uit en ga comics lezen. Maar uiteraard niet de huidige Spider-Man-reeks.

Illustratie: Paul Stellingwerf.

Illustratie: Paul Stellingwerf.

Gepubliceerd in Schokkend Nieuws #105.

Column: Dode striphelden als promotiemiddel

Tuesday, November 5th, 2013

Donderdagavond 13 juni was in Pakhuis de Zwijger een bijeenkomst over strips georganiseerd door Shop Around. Ik was daarbij om een column voor te dragen en heb indertijd een verslagje over de avond geschreven. Kennelijk stond er al een tijdje een video-impressie van de avond (wat niet door de organisatie is doorgegeven), dus bij deze nog even deze, ietwat, manisch gemonteerde impressie.

Gezien de lugubere marketingactie voor Amoras deze week, lijkt het me wel gepast om de column die ik die avond presenteerde, hier te publiceren. De column haakt namelijk in op marketingcampagnes die met de dood kokketteren.

Wat hebben Wiske, van Suske & Wiske, en Peter Parker, ook wel bekend als the Amazing Spider-Man met elkaar gemeen? Goed, het zijn allebei stripfiguren. Da’s één. En van zowel Wiske als Spider-Man kennen we verschillende versies. Sterker nog: in de recent opgestarte reeks Amoras wordt de lezer getrakteerd op de jongvolwassen versies van Suske en Wiske. En daarin lijkt onze Wiske dood te gaan. En dat heeft ze ook gemeen met Peter Parker, want die is recent ook overleden. Alweer.

Bono... Euh Krimson

Bono… Euh Krimson

Maar eerst even iets over Amoras.

Amoras is geschreven door Marc Legendre en getekend door Charel Chambré (van o.a. Jump). Het is verhaal een nieuwe benadering van de klassieke reeks van wijlen Willy Vandersteen.Wat is er allemaal zo nieuw en fris aan Amoras? Het verhaal speelt zich af in de toekomst, namelijk 2047, waar schurk Krimson de scepter zwaait over het eiland Amoras. Hij laat de plaatselijke bevolking als slaven in de mijnen werken. Die werkzaamheden zorgen voor zeebevingen en scheuren in de bodem. Sus en Wis komen door een ongeluk met de teletijdmachine in deze toekomst terecht.

Overigens, dit is hoe Krimson eruit ziet in de strip. Denk er een zonnebril bij en Krimson had de tweeling broer van de heilige Bono kunnen zijn.

De tekenstijl van Amoras is duidelijk anders dan hoe de reguliere reeks wordt getekend. De personages hebben een meer volwassen uiterlijk gekregen. Kleine Wiskes worden groot en krijgen borsten zullen we maar zeggen.

De schrijver zoekt de volwassenheid van het stripduo echter vooral in hun woordkeus: Suske en Wiske zijn grofgebekter dan we van ze gewend zijn. Suske zegt heel vaak ‘Fuck!’ bijvoorbeeld. En het is ook allemaal gewelddadiger: het personage Jerusalem, die wel iets wegheeft van Wiske, gaat heel Die Hard te keer in het album.Vooral nieuw is de manier waarop de reeks werd gepromoot. Weken voor de lancering begon men campagne te voeren via sociale media. Kijk, dat ze een facebookpagina opende is niet zo heel bijzonder. Tegenwoordig hebben kinderen die nog in de embryonale fase verkeren er al één waarop hun verschrikkelijke truttige ouders uit hun naam updates op zetten…

De campagne van Amoras bestond verder uit een briefkaartje en een poster met daarop de boodschap dat Wiske werd vermist. Die poster werd gevolgd door een heuse rouwbrief waarin de dood van Wiske werd aangekondigd. Dit bleek uiteindelijk een uitnodiging te zijn voor de perspresentatie in Antwerpen, maar ik was toch wel even geschrokken.

En het is waar: aan het einde van het eerste deel van Amoras lijkt Wiske het loodje te leggen.

death_of_spiderman

De dood van een stripheld aankondigen om de verkoop te stimuleren is een oud marketingtruucje. Vorig jaar december ging Peter Parker, mijn geliefde held en toeverlaat, dood. Hij werd vermoord. Vermoord door schrijver Dan Slott en de redactionele staff van Marvel Comics. Of door de marketingafdeling. Tegenwoordig is het verschil nog moeilijk te zien tussen de schrijvers en marketeers in de comicswereld.

Vorig jaar bestond het Webhoofd maar liefst 50 jaar en Marvel besloot dit te vieren, door zich te ontdoen van Peter Parker. En dat terwijl Spider-Man toch het boegbeeld van de uitgeverij is. Na bijna 700 afleveringen Amazing Spider-Man neemt de stervende Doctor Octopus het lijf en geest over van Peter Parker.

Octopus doet een mindswap: zijn geest zit in het hoofd van Peter Parker. En Peters brein zit in de hersenpan van de doodzieke Octopus. Als die even later aan zijn kanker bezwijkt komen de avonturen van Parker ten einde. Vanaf nu speelt Doctor Octopus voor Spider-Man en de arrogante kwal noemt zichzelf superior Spider-Man.

Inferior Spider-man kun je het beter noemen. Want, de verhalen zijn verschrikkelijk slecht geschreven. Dan Slott heeft er een handje van om de karakters van zijn personages zo om te buigen dat ze in zijn waanzinnige plots passen, terwijl we allemaal weten dat een goed verhaal en een boeiend plot, voorkomen uit de handelingen en wensen van de personages.

De fans waren er dan ook niet blij mee. Ik ook niet. Ik stuur Dan Slott af en toe een vriendelijke doch giftige tweet. Al hou ik het in tegenstelling tot andere fans erg netjes, want doodsbedreigingen, daar doe ik niet aan.

Overigens was Stan Lee, de geestelijk vader van Spider-Man ook niet blij met deze plotwending.

stanleetweet

We weten allemaal dat in stripland en in het bijzonder in comics land, stripfiguren nooit lang dood blijven en dat het ‘sterven’ van een personage niets meer is dan een afgekloven plannetje van de marketingafdeling om ‘nieuw leven’ in een reeks te blazen.

Peter Parker stierf al eerder. In de jaren negentig werd hij jarenlang vervangen door zijn kloon. Een paar jaar later stierf Peter om zichzelf in een cocon te wikkelen om er daarna als herboren en verbeterd uit te komen in The Other. Ook Peters Tante May kwam terug uit de dood. Zelfs de euvele Norman Osborn die Peters vriendin Gwen Stacy vermoordde kwam jaren later terug en bleek het meesterbrein te zijn achter heel wat pech in Peters leven.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de legendarische dood van Superman uit de jaren negentig en die van Bruce Wayne nog niet zo heel lang geleden. En Captain America. En zo zijn er nog wel meer helden die uit de dood zijn herrezen. In tegenstelling tot het echte leven, blijven superhelden zelden dood. Maar u moet het met me eens zijn dat in de aangekondigde dood van een strippersonage nog weinig originaliteit schuilt.

En daarom begrijp ik de verontwaardiging van de fans heel goed. Als je bepaalde strips maar lang genoeg leest, worden de personages vrienden van je die je geregeld opzoekt.

Fans leven mee met deze personages en het raakt hen emotioneel als een stripfiguur overlijdt of slecht geschreven wordt. De dood is een serieuze zaak en zou geen goedkope marketingtruc moeten zijn. Daarom wil ik de hier aanwezige stripmakers het volgende meegeven: als je een strippersonage omlegt, laat de reden dan zijn dat je een goed verhaal wilt vertellen. Laat de dood iets betekenen.

Column: Een veilig Halloween

Thursday, October 31st, 2013
Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

Sinds enkele jaren kennen ze in Amerika ‘Trunk or Treat’. In deze variant van ‘Trick or Treat’ gaan de kinderen tijdens Halloween om snoep te scoren niet verkleed langs de huizen, maar lopen ze langs geparkeerde auto’s waarin lekkernijen liggen uitgestald in de versierde kofferbak. Bezorgde ouders hopen zo toezicht te kunnen houden op de kleintjes en te voorkomen dat ze slachtoffer zullen worden van pedofielen.

Waarom de ouders niet gewoon met de jonge kinderen meelopen als ze langs de huizen gaan, is me een raadsel. Kennelijk houden ze er gewoon van om zoveel mogelijk met hun auto te doen. De plaatselijke kerkgemeenschap is vaak de organisator van deze ‘Trunk or Treats’ en daarom vinden ze dikwijls op de parkeerplaats van een kerk plaats. Dat is toch wel ironisch gezien de reputatie van de kerk als pedofielenclub. Over de kat op het spek binden gesproken.

Verhalen waarin kinderen tijdens Halloween gevaarlopen doen al jaren de ronde. Iedereen kent de verhalen over vergiftigd snoep of fruit waar scheermesjes in verstopt zitten. Dit zijn meestal urban legends, behalve de anekdote over Ronald Clark O’Bryan die in 1974 zijn eigen zoon vergiftigde met Halloweensnoep om het geld van de levensverzekering op te kunnen strijken. Hij kreeg heel toepasselijk The Candy Man als bijnaam.

In de huidige commerciële variant van Halloween komt het gevaar dus niet meer van spoken, heksen of het feit dat de grens tussen onze wereld en het dodenrijk op de 31ste van oktober vervaagt, maar uit de hoek van pedo’s en niet-brave vaders die op een creatieve wijze de financiële crisis binnen het huishouden proberen te beslechten. Reallifehorror versus de sprookjesachtige, gothic-kitsch die mijn Halloweenbeleving bepaalt.

Dankzij mijn intolerantie voor suikergoed en liefde voor films als Sleepy Hollow en The Nightmare Before Christmas, draait Halloween voor mij om pompoenen snijden, horrorfilms kijken met vrienden en oude kerkhoven bezoeken. Dat laatste doe ik bij voorkeur in pittoreske steden als het Schotse Edinburgh. Daar worden de mythes rondom geestverschijningen levend gehouden door diverse ghost tours. Door ‘s nachts op een middeleeuws kerkhof te lopen waar een miljoen pestslachtoffers onder je voeten begraven ligt, worden die geesten bijna tastbaar en is het makkelijk voor te stellen dat ieder moment een onthoofde ruiter tussen de graven door voorbijrijdt om vervolgens in de mist te verdwijnen. Nog een voordeel: de kans om een pedofiel tegen het lijf te lopen is nihil. En aangezien je als levende kerkhofbezoeker niet interessant bent voor bodysnatchers of necrofielen is zo’n prachtig kerkhof eigenlijk de veiligste plek om Halloween door te brengen. Je kunt er alleen moeilijk je auto kwijt.

Illustratie: Paul Stellingwerf.

Illustratie: Paul Stellingwerf.

Gepubliceerd in Schokkend Nieuws #104.

Column: Van poedel tot Wolverine

Saturday, August 17th, 2013
Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

‘I am the best there is at what I do. But what I do best isn’t very nice.’ Deze slogan zou niet verkeerd staan op het visitekaartje van een professionele killer of op die van een zichzelf overschattende belastingambtenaar. Dan liever een killer.

Met de uitspraak stelt Wolverine zichzelf aan de lezer voor in het vierdelige klassieke stripverhaal van schrijver Chris Claremont en tekenaar Frank Miller. Het creatieve duo verschafte de mutant met het opvallende kapsel, de zelfhelende gaven en adamantium skelet plus dito klauwen de nodige diepgang en presenteerden Wolverine als een man die de balans probeert te vinden tussen zijn beestachtige natuur en zijn menselijkheid. Een held die door het leven gaat als een ronin: een samoerai zonder meester.

Naar eigen zeggen was dit stripverhaal uit 1982 de inspiratie voor de nieuwe film The Wolverine waarin Hugh Jackman wederom de Canadese rouwdouwer met het korte lontje gestalte geeft, maar behalve de personages en pakweg de eerste paar scènes heeft de film van James Mangold weinig van doen met die strip. Is dat erg? Nee. Strippuristen die hun beeldverhalen letterlijk op het witte doek willen zien, hebben het altijd moeilijk gehad in Hollywood. Enige verwatering hoort erbij. Hoewel Andrew Garfields suggestie om Peter Parker homoseksueel te maken in de nieuwe Spider-Man-film mij ook te ver ging. Natuurlijk heb ik geen hekel aan homo’s, maar een personage van seksuele voorkeur laten veranderen of van etniciteit, zoals de zwarte Kingpin in de inmiddels vergeten Daredevil-film, verandert het personage fundamenteel in de basis en dat is toch iets anders dan het ontwerp van zijn superheldenkloffie aanpassen.

The Wolverine

The Wolverine

Niets nichterigs overigens aan Jacksmans vertolking in The Wolverine. De Australiër heb ik altijd een inspirerende castingkeuze gevonden: hij belichaamt het personage met een flair die soms doet denken aan Eastwoods Harry Callahan. Zoals in de scène die losjes op de strip is gebaseerd, waarin Wolverine in een bar een jager hardhandig confronteert met de giftige pijl die hij in een Grizzlybeer schoot. De beer werd gek van het gif en bracht vijf man om het leven. Niet de schuld van de beer, wel van de jager die niet de moed had het beestje uit zijn lijden te verlossen. Dus pint Wolvie de snoodaard aan de tafel vast door de pijl door zijn hand te rammen en verduidelijkt hij zijn standpunt met een monoloog die uit de mond van Dirty Harry had kunnen komen en eigenlijk ook heel goed uit de stripversie van Claremont. Qua spirit komt The Wolverine dicht bij het stripfiguur en dat is gezien zijn vorige soloavontuur, waarin Wolverine is gedegradeerd tot het equivalent van een gecastreerde, langharige poedel, een hele stap voorwaarts. Daarom hoor je deze strippurist dit keer niet (heel hard) klagen.

Deze column is gepubliceerd in Schokkend Nieuws #103.

Column: Amsterdamned revisited

Friday, July 5th, 2013
Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

‘Volgens mij is dit de brug waar we die hoer aan opgehangen hebben,’ zegt Dick Maas ietwat vertwijfeld op de kruising tussen de Keizersgracht en Reguliersgracht. Op een zonnige aprilmaandag zit de regisseur met kapitein Barend de Voogd, de Canadese filmjournalist Kier-La Janisse en ondergetekende in hetzelfde schuitje: met een klein metalen bootje varen we door de Amsterdamse grachten om locaties van Amsterdamned te bezoeken, vijfentwintig jaar na de opnames. Janisse schrijft er voor Fangoria.com een artikel over. In tegenstelling tot wat ik over Maas heb gehoord, blijkt hij zeer sympathiek en bereid om allerlei vragen te beantwoorden. Het is ook nog eens zijn verjaardag. Een bijzonder cadeautje, dit boottochtje down memory lane.

In 1988 kwam de actiethriller Amsterdamned uit in Nederland: een seriemoordenaar maakt de grachten van Amsterdam onveilig en politie-inspecteur Eric Visser, gestalte gegeven door Huub Stapel, maakt jacht op hem. Na werktijd duikt Stapel tussen de lakens met duikster Monique van de Ven en probeert hij de vuilgebekte puber Tatum Dagelet van een opvoeding te voorzien.

Tot een paar jaar geleden waren Dick Maas en Paul Verhoeven eigenlijk de enige regisseurs in Nederland die zich aan genrefilms met flinke actie waagden. De eerste drie films van Maas, De lift, Flodder en Amsterdamned behoren tot de canon van de Nederlandse cinema.

Amsterdamned-1988Bij het terugzien van Amsterdamned blijkt dat de thriller het niet moet hebben van diepgang: de meeste personages zijn typen en de motivatie van de moordenaar doet eigenlijk niet ter zake. Sommige dialoogscènes doen gekunsteld aan vanwege de dikke proppen expositie die de acteurs dienen uit te spreken. Toch heeft de film een hoop charme en humor. Behalve het nostalgische kijkje naar het Amsterdam van de jaren tachtig (op bijna elke straathoek ligt afval wat de stad een grimmige uitstraling geeft), is Amsterdamned vooral onderhoudend door de spectaculaire speedbootachtervolging in de grachten van de stad, die gedeeltelijk in Utrecht werd opgenomen. In dat opzicht biedt onze gemoedelijke boottocht – we dobberen met een maximale snelheid van vijf kilometer per uur voort – een mooi contrast met de snelle achtervolgingsscènes uit de film.

Daarbij varen we van de ene anticlimax naar de andere: als we bijvoorbeeld na lang zoeken aankomen bij Prinseneiland, de plek waar een hoertje op genadeloze wijze wordt afgeslacht door de moordenaar, valt er niet veel meer te zien dan een brug met een zeer oud trappetje dat het water in loopt. In zonovergoten Amsterdam ziet de locatie er heel ontdek-je-plekje, maar weinig thrillerachtig uit. Een bijna aanvaring met een van de vele tourboten is het spannendste dat we die middag meemaken. Fictie en werkelijkheid liggen in de wereld van Maas ver uit elkaar. Gelukkig maar.

Deze column is gepubliceerd in Schokkend Nieuws #102.

Column: Star Wars ontleed

Friday, May 17th, 2013
Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

Wat mij betreft komt de eerste Star Wars-film van George Lucas het beste tot zijn recht in de oude versie op een krakkemikkig VHS’je, het liefste nog met een 4:3 beeldverhouding. Pas dan ervaar ik de film weer zoals de eerste keer dat ik hem zag. Helaas, omdat de regisseur zijn films flink heeft versleuteld en aangepast, zal Star Wars nooit meer hetzelfde zijn.

Veel fans van het eerste uur kunnen dat moeilijk verkroppen, want hierdoor zijn ze niet langer in staat om een nostalgische trip naar hun jeugd te maken. Dat ze dit niet langer pikken is te zien in de prachtige documentaire The People versus George Lucas die in 2011 op Imagine te zien was.

Laatst kocht ik in de winkel van het Eye een deeltje uit de reeks BFI Classics, een reeks monografieën van het British Film Instituut over klassiekers uit de cinema. Will Brooker buigt zich in dit deeltje over de ruimtesaga maar beperkt zich tot de versie van de eerste film toen die nog gewoon Star Wars heette en niet A New Hope. Brooker is sowieso een held: eerder schreef de huidige directeur film- en televisiewetenschap aan de Kingston University in Londen zijn proefschrift over Batman als cultureel icoon waar ik voor mijn scriptie veel aan had. Will merkt terecht op dat er al heel veel over Star Wars is geschreven, maar altijd in de context van cultureel fenomeen, als blockbuster en special effects-film. Brooker is naar mijn weten de eerste die op wetenschappelijke wijze naar de film kijkt als tekst. Hij bestudeert de montage, beeldcomposities, kostuums en soundtrack.

bfi-star-warsZo komt Brooker op een paar interessante observaties. De aantrekkingskracht van Star Wars zit, zo schrijft hij, deels in het feit dat Lucas allerlei culturele invloeden, mythes, iconen en genre-elementen in een blender stopte en daar zijn film uit destilleerde, maar ook in het gegeven dat de film een wereld suggereert die tot ver buiten het bioscoopscherm reikt. Een oude wereld die we als kijker even bezoeken en die na de aftiteling doorgaat: personages verwijzen naar plaatsen en gebeurtenissen uit het verleden die verder niet worden toegelicht. Dit prikkelt de verbeelding. Ook zien de ruimteschepen en droids er gebruikt en versleten uit. De soundtrack zit vol met (vervormde) geluiden uit onze eigen wereld, wat het geheel eerder natuurlijk doet klinken dan futuristisch. Interessant is dat Lucas als regisseur vooral leunde op de chemie tussen de castleden en zich weinig met ze bemoeide. Acteurs werden aangemoedigd dialoog naar eigen inzicht aan te passen, zolang als de essentie van de tekst maar intact bleef.

Fantastisch om te lezen! Ik krijg meteen weer zin om Star Wars te gaan kijken. Nu nog een VHS-recorder vinden.

Deze column is in Schokkend Nieuws #101 gepubliceerd.

Column: Batman versus Dexter

Monday, March 4th, 2013
Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

Inmiddels ben ik weer bijgekomen van het slot van seizoen zeven van de prachtserie Dexter, maar dat heeft wel heel wat koude douches gekost. Het ging er dan ook heet aan toe: Dexter kreeg een bloedmooi vriendinnetje met een voorkeur voor giftige maaltijden, de sterke arm der wet zat hem erg dicht op de huid en zusje Debra werd steeds meer opgeslokt door de duistere schaduw van haar broer. Wat dit seizoen bovenal boeiend maakt, is het feit dat Dexter Morgan steeds meer dubieuzer gedrag vertoont. En dat zegt wat over een serie waarin een seriemoordenaar de hoofdrol speelt.

Dexter is een moordenaar in de goede zin des woords: hij vermoordt alleen maar misdadigers die hun straf weten te ontlopen. Verder is Dex tamelijk ongevaarlijk, want hij werkt volgens een code. Wanneer onomstotelijk vaststaat dat zijn beoogde snijtafelgast daadwerkelijk de misdaden heeft gepleegd waar hij of zij van verdacht wordt, slaat hij toe.

Wat dat betreft is Dexter vergelijkbaar met een moderne superheld als The Punisher. Sterker nog: in veel opzichten is Morgan een efficiëntere misdaadbestrijder dan bijvoorbeeld Batman. Net als Dexter zag Bruce Wayne op jonge leeftijd zijn ouders vermoord worden. Dit heeft Wayne voor het leven getekend: hij zal al zijn middelen inzetten om de misdaad te bestrijden, maar in tegenstelling tot Morgan doet Bats dit zonder bloedvergieten. Zo weigert hij al jaren zijn aartsvijand de Joker de nek om te draaien. Dat lijkt nobel, maar is het natuurlijk niet, want nadat Bats hem gearresteerd heeft, weet de eeuwig grijnzende psychopaat iedere keer weer uit het gekkenhuis te ontsnappen om tig nieuwe slachtoffers te maken. Kleeft het bloed dat de Joker vergiet daarom niet net zo goed aan de handschoenen van Batman? Is Bats niet medeplichtig aan de stapel lijken die de Joker creëert? Dexter zou voorgoed een einde maken aan deze eindeloze stroom slachtoffers.

In 'Return of the Dark Knight' draait de Joker uiteindelijk zijn eigen nek maar om. Illustratie: Frank Miller.

In ‘Return of the Dark Knight’ draait de Joker uiteindelijk zijn eigen nek maar om. Illustratie: Frank Miller.

Recent leerde Dexter dat hij zijn code helemaal niet nodig heeft om te moorden, dat deze een fictie is, bedacht door zijn vader om de hem in het gareel te houden. Alle kinderen zetten zich immers ooit af tegen pa en Dexter is daarin geen uitzondering. Nu kan Dex zijn bloeddorst lessen met wie hij maar wil. Dat kan een voordeel zijn, bijvoorbeeld als hij besluit wansmakelijkheid te bestraffen. In dat geval hoeven we in de toekomst nooit meer de vocale diarree van Jantje Smit aan te horen of te kijken naar Rutger Castricum – op hun eigen manier immers ook een soort jokers. Aan de andere kant maakt dit dat Dexter niet langer zindelijk is: als je hem in de supermarkt even verkeerd aankijkt kun je de volgende op zijn lijst zijn. Misschien is Batman uiteindelijk toch een veiliger oplossing.

Deze column is in Schokkend Nieuws #100 gepubliceerd.