Posts Tagged ‘Strips’

Donderdagavond, rond de klok van zeven

Thursday, November 17th, 2011

Ilustratie: Paul Stellingwerf

Donderdagavond, rond de klok van zeven. Daar zit ik weer achter de monitor, terug te blikken op de dag, een tekst te tikken.

Zes dagen hoef ik niet bij mijn parttime baan bij de VARA te zijn. Het voelt als een minivakantie.

Al heb ik niet echt vrij, want voor een freelancer staat het werk nooit stil. Ook vandaag niet. Contact gehad met NRC over een artikel. Een bezoek aan een uitgeverij. Een goed telefoongesprek gevoerd met een stripmaker.

En morgen eindelijk eens aan de slag met mijn boekenkasten. Er zijn zoveel strips bijgekomen dat er ruimte gemaakt moet worden. De stapels dreigen om te vallen.

Het is niet lekker thuis toeven de laatste weken. Al twee maanden verbouwd men het appartement boven. Veel gezaag, geboor, maar bovenal veel bouwvakkers die denken dat ze meedoen aan The Voice maar die nooit door de voorrondes zouden komen.
Alsof er constant katten gewurgd worden.

In middag even bij Fame geweest. Nu kan het nog voordat men daar voor altijd de deuren sluit en goede films alleen nog maar online te koop zijn, tenzij je echt de Free recordshop wil bezoeken. Toen ik daar stond tussen al het entertainment voelde ik een bodemloze leegte. Kon niet kiezen. Wilde niet kiezen, want ik heb al zo veel. Met een lege tas naar huis.

Misschien dat ik vanavond nog een strip opensla, nog wat blogjes lees en Youtube bezoek. Maar misschien ook niet. Mr. TV lonkt, maar ook de teksten van Stephen Fry, de nieuwe Daniel Clowes en dat boek waar ik even niet op kan komen. Genoeg keus om de leegte op te vullen.

Morgen kijken we wel verder.

Spider-Man: Alledaagse problemen van een webhoofd

Tuesday, September 13th, 2011

Spider-Man is al jaren het boegbeeld van Marvel Comics en de meest geliefde superheld uit hun stal. De aantrekkingskracht van deze held schuilt niet alleen in zijn spinnenkracht. Juist zijn kwetsbaarheid maakt hem menselijk en daarmee populair.

Ik lees Spider-Man-strips sinds ik een jaar of zeven, acht was. Hoewel ik tegenwoordig nog zelden een Lucky Luke oppak of andere striphelden waar ik als klein joch aan verknocht was, hebben de verhalen over het Amerikaanse webhoofd me nooit meer losgelaten.
John Romita Jr. heeft ooit gezegd dat Peter Parker als een familielid voor hem was. Zijn vader tekende de Spider-Man-strips in de jaren zestig en zeventig en de jonge John keek op de tekentafel mee. Ook woonden Peter en hij in dezelfde wijk, Queens, dus leek het net alsof Peter een soort buurjongen was.
Dat was voor mij niet het geval, opgroeiend in een klein stadje in Nederland. Toch heb ik altijd een soort verwantschap gevoeld met Peter Parker. Volgend jaar is het 50 jaar geleden dat Steve Ditko Spidey voor het eerst op papier zette. Waarom is hij in al die jaren zo populair gebleven?

Alledaagse superheld
Spiderman zag in 1962 het licht in de comic Amazing Fantasy #15 en is het geesteskind van schrijver Stan Lee en tekenaar Steve Ditko. Het jaar ervoor ontketenden Lee en tekenaar Jack Kirby een revolutie in de superheldenbranche met hun creaties The Fantastic Four en de Hulk. Lee vroeg zich af wat er zou gebeuren als superhelden in de echte wereld zouden bestaan, als echte mensen met alledaagse problemen.

Met dit idee in het achterhoofd introduceerden Lee en co. een nieuw soort superheld: personages die zowel de strijd aan moeten gaan met superschurken als met hun innerlijke demonen; helden die geplaagd worden door dezelfde sores als Jan en alleman en wier superkracht niet per se een zegen hoeft te zijn.
Duidelijke voorbeelden hiervan zijn de Hulk of The Thing van The Fantastic Four: Ben Grimm veranderde in het grote oranje monster The Thing na een dosis kosmische straling. Probleem: probeer als grote stenen kolos maar eens kleding in je eigen maat te vinden. Ben wordt dan ook vaak gekweld door depressieve buien, die weer leiden tot explosieve woede-uitbarstingen.

Vier fantastische sterren
Ook interessant aan de creaties van Lee en kornuiten is het feit dat sommige superhelden echte sterren werden. The Fantastic Four staan in de eerste verhalen net zo vaak op de voorpagina van de krant nadat ze een ramp hebben voorkomen als op de society pagina vanwege hun persoonlijkheden. Let wel: de vier superhelden dragen geen maskers en iedereen weet wie ze zijn.
De insteek van Lee gaf de helden een realistischer tintje dan hun voorgangers. De superhelden van Marvel lijken in een bepaald opzicht dus op hun lezers, wat voor een deel hun populariteit verklaart. Spiderman is hier het schoolvoorbeeld van.

Puber
Peter Parker is een aantrekkelijk personage omdat hij heel herkenbaar is als tiener met alle onzekerheden die op die leeftijd spelen. Hij is een sociale outcast, een boekenwurm die ernaar verlangt geaccepteerd te worden. Interessant is dat zijn alter ego Spiderman wat dat laatste betreft met dezelfde problemen worstelt als Peter zelf – ook Spiderman is een buitenstaander die wordt gewantrouwd door het grote publiek.
Veel van de eerste verhalen spelen zich af op de middelbare school: Peters ontwikkeling van tiener naar jongvolwassene loopt parallel met die van de jonge Spiderman, die langzaam leert wat het betekent om een held te zijn. Peter lijkt een normale puber, maar diep van binnen schuilt er een heroïsch personage in hem. En hebben we niet allemaal het idee dat we in dwingende omstandigheden altijd het juiste zullen doen en boven onszelf uit zullen stijgen?

Dood door schuld
Daarbij komt Peters motivatie om goed te doen voort uit schuldgevoel. Deze held is geboren uit een dramatische gebeurtenis. Toen Peter net zijn krachten had, na een beet door een radioactief spinnetje, dacht hij er veel geld mee te kunnen verdienen. Na afloop van een televisieoptreden liet hij een dief ontsnappen die hij gemakkelijk tegen had kunnen houden, maar Peter vond dit niet zijn taak. Niet veel later brak de dief in het huis van de Parkers in en vermoordde Peters oom Ben, de man die hem opvoedde en zijn normen en waarden bijbracht. Had Peter de dief tegengehouden, dan was dit nooit gebeurd. Daarmee leert Peter de belangrijkste les van zijn leven: dat grote krachten met grote verantwoordelijkheid gepaard gaan.

In zekere zin kun je stellen dat ook Batmans Bruce Wayne handelt uit schuldgevoel: zijn ouders werden voor zijn ogen vermoord door een overvaller, maar hij was zelf te jong en te zwak om daar iets tegen te ondernemen. Zijn motief om als Batman op te treden is in eerste instantie wraak op de misdaad. Maar als de jonge Bruce Wayne op de divan van een goede psychiater terecht was gekomen, had het onderliggende schuldgevoel behandeld kunnen worden en had Bruce wellicht nooit de noodzaak gevoeld om zich iedere avond als een halloweenfiguur te kleden.

De grote onthulling in Amazing Fantasy #15.

Soap
Het leven van een superheld is vaak geen pretje, een gegeven dat keer op keer ook in het leven van Peter Parker wordt onderstreept. In de vroege verhalen hebben Peter en zijn tante May dikwijls geldproblemen, heeft May te kampen met een slechte gezondheid, wordt Peter constant geplaagd op school door Flash Thompson en probeert hij naast zijn activiteiten als Spiderman een relatie te onderhouden met Betty Brant.
Peter is als de dood dat zijn naasten gevaar lopen. Als vijanden achter zijn identiteit komen, zijn familie en vrienden hun leven niet meer zeker. Zo kwam Peters grote liefde Gwen Stacy om het leven tijdens een gevecht tussen Spidey en de Green Goblin, die op de hoogte was van Peters geheime identiteit. Ook werd Spideys latere echtgenote Mary Jane wel eens slachtoffer van een ontvoering.

De auteurs maken Peters persoonlijke relaties nog eens extra gecompliceerd door hem vriendinnen te geven die vaak een hekel hebben aan Spiderman, zodat Peter nooit kan vertellen wie hij werkelijk is.

De relatieperikelen tussen Peter en zijn leeftijdsgenoten verzanden soms in een soap, maar Lee mixt ze gelukkig goed met de actiescènes in het verhaal. Eerlijkheidshalve moet ik trouwens toegeven dat het vooral deze soapelementen zijn die je nieuwsgierig maken naar het vervolg.

 

Alter ego
De dubbele identiteit is een vast gegeven in het superheldengenre. Het geeft vaak problemen en vraagt offers in het privé-leven van de held. Bij Peter Parker maakt zijn alter ego Spiderman het hem moeilijk om een normaal leven te leiden. Zo moet hij, juist als hij met zijn vriendin uit wil gaan, plotseling in actie komen als Spiderman.

Anderzijds verstoort zijn privé-leven ook Spidermans activiteiten: in The Amazing Spider-Man (Vol.1) #17 (1964) moet Spidey een gevecht met de Green Goblin staken, omdat zijn tante May acuut is opgenomen in het ziekenhuis. De toeschouwers hebben geen idee waarom de held plotseling het strijdtoneel verlaat en vinden Spiderman een lafaard.

Peter hield zijn geheim jarenlang verborgen voor zijn tante, uit angst dat ze een hartaanval zou krijgen als ze wist dat haar geliefde neefje zich keer op keer in levensgevaarlijke situaties bevindt. In een van de beste verhalen speelt het moment dat May achter Peters grote geheim komt. In Amazing Spider-Man (Vol. 2) #38, geschreven door J. Michael Straczynski en getekend door John Romita Jr., praten ze het eindelijk uit in een prachtige dialoog. Waaruit nogmaals blijkt dat de beste Spider-Man-verhalen altijd draaien om de man achter het masker en niet om de misdaadbestrijder die tijdens een gevecht net zo makkelijk met grappen smijt als klappen uitdeelt.

Het is dus vooral vanwege Peter Parker dat ik het grootste deel van mijn leven al Spider-Man lees. De charme zit ‘m in zijn menselijkheid. Zijn leven kent – net als dat van ons – liefde, verdriet en een hoop pech, maar desondanks houdt hij vol en belichaamt hij de wens om boven het alledaagse uit te stijgen.

Dit artikel is gepubliceerd in Pulpman #11.

Blogstress is makkelijk te voorkomen

Saturday, September 25th, 2010

Ik had nog zoveel willen bloggen vandaag. Er staan een paar blogposts klaar. Sommigen zijn bijna af geschreven, sommigen zijn nog in conceptfase. Maar ik kom er even niet aan toe. Toch ervaar ik geen blogstress.

Ilustratie: Paul Stellingwerf

Vandaag was een goede, doch drukke dag. Eerst wat freelance-zaken geregeld, daarna een afspraak met de stripintendant die binnenkort een bijzonder boek uitgeeft. Hierin worden vijftig literaire klassiekers verbeeld. Daarna heb ik bij de uitgeverij het nieuwe album van Suske en Wiske mogen inzien voor een artikel waar ik aan werk. Om vervolgens samen met vriendin A. wat te gaan drinken in Utrecht, en daarna de Creatief/Ondernemend meets Freelance Friday borrel mee te maken in Seats2meet.

Kortom, om rustig te bloggen was geen tijd.

Op de borrel had ik het met Marco Raaphorst nog over het feit dat we het onszelf veel te druk maken en dat we ons veel te druk maken. We hebben allemaal blogregeltjes gevoerd gekregen toen we met dit medium begonnen. Wat je wel en niet moest doen. Een van de ijzeren regels is dat je regelmatig moet updaten, anders loop je kans dat de bezoekersaantallen teruglopen. Logisch, want als je geen stukken produceert, hebben vaste lezers ook geen reden om op je site te komen. Maar is dat erg? Zeker niet. Dan publiceer je maar wat minder.

We leggen onszelf vaak dingen op die helemaal niet hoeven. Van de week heb ik een dag gemist op mijn fotoblog. Die dag heb ik simpelweg niets leuks kunnen schieten. Niemand hoor je erover, niemand heeft daar last van. Alleen de blogger zelf, want die vindt dat ie iedere dag dit, of iedere dag dat. Zo houden we onszelf aan het werk. En voordat je het weet ervaar je blogstress omdat je even niets publiceert.

Bloggers ervaren een constante druk om te publiceren. Ernst-Jan Pfaufth kaarte deze constante druk laatst ook aan in een blogpost over de nadelen van het bloggen.

Aangezien we dit onszelf opleggen, zijn we ook degene die de stress kunnen wegnemen. Gewoon jezelf en je blog relativeren, lijkt me een goede eerste stap.

Ervaar je ook wel eens blogstress? Zo ja: wat doe jij dan?

Uitgeplayed

Tuesday, August 17th, 2010

Het is mooi geweest. Ik bestel geen strips meer bij Play.com. Dit keer zijn ze te ver gegaan.

Al zo’n zes jaar bestel ik een deel van mijn strips online via Play.com. Een webwinkel waar je van alles kunt bestellen: strips, boeken, dvd’s, cd’s – you name it. Je krijgt dan binnen anderhalve week je pakketje thuis gestuurd zonder verzendkosten. Mocht er iets mis zijn dan kun je de boel terugsturen voor een vervangend exemplaar of je geld terugkrijgen. Het bedrijf vergoed de verzendkosten tot 3 euro. Geen slechte deal zou je denken. Het is ook jarenlang goed gegaan.

De laatste tijd echter komen de strips vaak verkreukeld aan. Dit komt deels omdat ze bij Play een nieuw systeem hebben van verpakken. Ongetwijfeld is dit voor hen een goedkopere manier dan hoe het vroeger gedaan werd. Er wordt nu een doos om het boek heen gewikkeld, wat ervoor zorgt dat de verpakking vaak breder is dan de brievenbus. Niet handig, want nu moet je dus thuis zijn om je pakket in ontvangst te nemen, terwijl boeken en strips in een normale bubbeltjesenvelop, gemakkelijk zouden passen.

Van de week kreeg ik de laatste tradepaperback van The Amazing Spider-Man binnen. Weer in zo’n rare verpakking, dus vond ik eerst een formulier van Selekt vracht in mijn bus dat ze de volgende dag weer langs zouden komen om het pakket af te geven. Als ik er dan nog niet was zou de post weer terug naar Engeland gestuurd worden. Niet handig dus. Nu zou ik zelf de hele dag in Hilversum zijn voor werk. Gelukkig was de buurman de volgende dag wel thuis en bereid om post in ontvangst te nemen.

‘s Avonds maakte ik vol verwachting mijn pakketje open. Bleek er een dik boek in te zitten dat ik niet besteld had. De bestelde comic zat er ook bij, maar omdat deze een groter formaat heeft dan het boek, was de strip volledig kromgetrokken. Nu kreeg ik de laatste tijd wel vaker beschadigde strips binnen. Terugsturen is een optie, maar aangezien onze TNT post een veel hoger tarief rekent dan Play zelf hoeft te betalen, dekt de 3 euro teruggaaf nooit de lading. Je gaat er financieel dus op achteruit als je telkens de strips moet terugsturen. Daarbij is het een hoop gedoe en kost het veel tijd. Ook het in ontvangst moeten nemen van die pakketjes geeft veel gezeur. Je kunt moeilijk iedere keer een dag thuisblijven of je buurman lief aankijken.

Heel veel strips

Daarom zet ik, wat betreft boeken en strips, een punt achter mijn relatie met Play. Ik koop mijn strips wel weer gewoon in de winkel. Dat kost meer, maar je krijgt daar dan ook weer iets voor terug. Een product van hogere kwaliteit (lees: onbeschadigd leesvoer) en je kunt het meteen naar huis nemen en hoeft niet 10 dagen of meer op je waar te wachten.

Nico Dijkshoorn: ‘Ik hoop dat mensen zien dat ik wel oké ben’

Friday, June 11th, 2010

Nico Dijkshoorn is schrijver, dichter en muzikant. En sinds zijn optredens in De wereld draait door een bekend gezicht. ‘Ik heb constant de neiging om te zeggen: het is allemaal wel aardig mensen, maar ik doe ook maar gewoon mijn best.’

Nico Dijkshoorn sleep zijn pen op het internet met columns over Big Brother. Het directe contact met een grote schare lezers smaakte naar meer en sites als Fok.nl en GeenStijl waren en dankbaar podium voor Dijkshoorns vaak venijnige pennenvruchten. Tegenwoordig is hij door zijn optredens als huisdichter van De Wereld Draait Door een bekend gezicht. In 2008 debuteerde Dijkshoorn onder het pseudoniem P. Kouwes met de dichtbundel De eerste 1000 gedichten. Zijn eerste roman De tranen van Kuif den Dolder verscheen een jaar later, recent gevolgd door Dijkshoorn, een selectie van zijn beste verhalen, reportages, columns, gedichten en gelegenheidsstukken.

Wat zou je nu doen als er geen internet had bestaan?
‘Ik denk dat ik nu nog steeds in de bibliotheek van Amstelveen zou werken. Dat was een droombaan.’

Waarom heeft het zo lang geduurd voordat je begon met schrijven?
‘Ik heb wel eens wat geschreven toen ik achttien was, maar wat heb je op die leeftijd nou meegemaakt in Nederland? De meeste debutanten schrijven van die adolescente bekentenisliteratuur: je hebt een vriendin, het gaat eens uit. Een enkeling doet dat geniaal, zoals Reve of Claus. Als ik op mijn 23ste fulltime schrijver was geworden zou ik erg zenuwachtig zijn omdat ik tot mijn zestigste er ieder anderhalf jaar een boek moest uitkakken. Dat zou ordinair geld verdienen zijn. Zo’n Arthur Japin geloof ik voor geen meter. Die denkt gewoon: over welk historisch type zal ik nu weer een briljante roman gaan schrijven.’

Wat is daar volgens jou mis mee?
‘Dit is een particuliere mening, maar ik heb weerzin om schrijven als een beroep te zien. Als het gaat om persoonlijke boeken hou ik van een zekere urgentie.’

Dicht op de huid
Waarin zit dan de urgentie in jouw teksten?
‘Die zit er nauwelijks, maar ik vind ook niet dat ik tot nu toe een groot werk heb geschreven. Het verhaal ‘Bob houdt het voor gezien’, over mijn zoon bij AZ, dat ook in Dijkshoorn staat, is tot nog toe mijn beste werk. Dat zit het dichtst op mijn huid, want ik durf daarin voor het eerst niet de hele tijd zo schijtlollig te zijn.’

In dat verhaal verliest Bob in twee jaar spelen voor AZ alle lol in het voetballen.
Voetbalt hij weer?

‘Nee, hij raakt echt geen bal meer aan.’

Je publiceert columns in De Pers, Voetbal International en op Nu.nl. Hoe ga je te werk?
‘Ik schrijf mijn columns voor De Pers altijd op donderdagochtend tussen negen en tien. Ik weet van tevoren niet waar ik het over ga hebben. In het begin nam ik nog een onderwerp van de site en koos daar mijn eigen invalshoek bij. De laatste tijd schrijf ik meer, in de goede zin van het woord, Carmiggelt of Martin Bril-achtige stukjes. Daarin probeer ik op een niet heel sentimentele manier iets over mezelf te zeggen. Bijvoorbeeld over het ongemak dat ik ervaar bij het signeren. Het schrijven van een verhaal duurt altijd tien minuten langer dan ik nodig heb om het te tikken. In die tien minuten extra zoek ik uit wie de spits van AC Milan is en gooi ik wat zinnetjes om. De teksten zitten blijkbaar al in mijn hoofd. De Tranen van Kuif Den Dolder schreef ik bijvoorbeeld in tien dagen. Iedere dag een hoofdstuk.’

Is het belangrijk voor je om snel te kunnen schrijven?
‘Ik kan het niet anders. Ik heb een deadline nodig, anders wordt het niets. Men vraagt ook altijd of ik niet bang ben dat er niets komt als ik onvoorbereid bij DWDD zit. Maar dat is juist mijn drive. De angst dat er niets komt zorgt ervoor dat er íets komt. In het begin bereidde ik nog wel eens mijn gedichten in DWDD voor. Dan had ik al wat in mijn hoofd zitten of iets opgeschreven. Dat waren altijd de allerslechtste gedichten omdat ze niets met het moment zelf te maken hadden. ‘

Voor wie schrijf je?
‘Ik was laatst in Nijmegen een van de sprekers: Thomas Rosenboom, Ramsey Nasr, Joost Zwagerman traden ook op. En daar staat Dijkshoorn dan tussen met zijn lulverhaaltje over sierwortelsnijden. Wat me dan enorm ontroert is dat er in de zaal van alles zit: van bouwvakker tot de gesjeesde literatuurstudenten of professoren. Wat ik schrijf raakt kennelijk een hoop mensen. Literatuurvorsers pluizen mijn tekst uit en diezelfde tekst komt bij iemand binnen die een huis staat te sausen. Prachtig vind ik dat.’

Als Dijkshoorn zou moeten kiezen tussen schrijven of muziek maken, is de keuze snel gemaakt: ‘Muziek is mijn kern. De high die ik met muziek maken ervaar is niet met schrijven te vergelijken. Ik voel me tijdens optredens met mijn band veel meer op mijn gemak dan wanneer ik alleen voorlees.’

Andy Kaufman
Sinds zijn eerste stappen op het web houdt Dijkshoorn zijn publiek graag voor de gek, onder zijn eigen naam of als P. Kouwes, de Amsterdamse bouwvakker die alleen kan spellen als hij dicht: ‘Dat is wat ik sinds tien jaar doe: fucken met verwachtingspatronen. Constant met een groot publiek pielen.’

Wat vind je zo leuk aan fucken met je publiek?
‘Ik vergelijk me op geen enkele manier met Andy Kaufman, (een eigenzinnige Amerikaanse komiek die het in de maling nemen tot een kunst verhief – red.) want hij is een soort god voor mij. Toen ik die man ontdekte was ik volledig gevloerd. Ik herkende mezelf in zijn acties, want ik doe dat ook een beetje. Kaufman liet zijn alter ego Tony Clifton naar David Letterman gaan. Letterman dacht dat Kaufman in dat pak zat, maar die zat blauw van het lachen thuis naar de show te kijken terwijl zijn vriend Bob Zmuda voor Clifton speelde.’

Kun je een voorbeeld geven van hoe jij mensen in de maling neemt?
‘Een vergelijkbare situatie – minder briljant, maar toch –op GeenStijl heerste op een gegeven moment de sfeer van “kom niet aan Lee Towers!”. Ik schreef toen in een stuk dat ik van een goede vriend had gehoord dat Towers een collega van de hijskraan had gelazerd omdat die beter kon zingen dan hij. Met een dwarslaesie tot gevolg. En Lee Towers was zo ongevoelig dat hij ‘s avonds speciaal voor hem wilde zingen, maar dan wel alleen het nummer ‘You Never Walk Alone’. Dat schreef ik gewoon als geintje. ‘s Avonds zag ik op RTL Shownieuws een zwaar geëmotioneerde Lee Towers op het Scheveningse strand dit verhaal ontkennen. Daar kan ik echt een week op vooruit.’

Is P. Kouwes jouw Tony Clifton?
‘Eigenlijk wel. Mensen geloofden echt dat hij een bouwvakker was die schreeuwend en zwetend op een kamertje zat te schrijven. Een deel trapt daar in, dat vind ik wel prettig.’

Wat is voor jou de lol daarvan?
‘Ik heb nooit geprobeerd het GeenStijl-publiek te bedienen. Ik schreef altijd voor de tien à vijftien procent die de grap snapt en dan gierend van het lachen de woedende reacties van die andere gekken leest. Dát is mijn publiek.’

Heeft het fucken buiten internetfora nog wel eens vervelende reacties opgeleverd?
‘Laatst kwam er in Nijmegen een vrouw op me af die zei: “Je bent een vrouwenhater, dat voel ik in al je verhalen!” Daar ben ik dan even echt van in de war.’

Omdat ze een verkeerd beeld van je heeft op basis van je werk?
‘Ja, ik ben er dan niet onzeker over, want ik weet dat ik geen vrouwenhater ben. Ze legde later uit dat ze een interview met mij in de Viva had gelezen. Ik had me voorgenomen om de ergste antwoorden te geven. Dat vrouwen niet kunnen schrijven. Dat soort dingen. Het was een duo-interview met mijn vriendin en ze legde iedere keer uit hoe ik echt ben. Dat als we naar de slager gaan ze anderhalf uur moet wachten omdat ik iedereen laat voorgaan. Maar die vrouw zag het geintje niet. Dat vind ik teleurstellend. Ik vind het fijn als mensen van tevoren denken dat ik een blatende Amsterdammer ben, maar als ze mij dan ontmoeten en hun best een beetje doen, hoop ik dat ze door dat beeld heen prikken en zien dat ik eigenlijk in de kern wel oké ben.’

Dijkshoorn in DWDD. Bron: Vara

Verlegenheid
Wat zou je schrijven als je een contactadvertentie voor jezelf zou plaatsen?
Dijkshoorn lacht en denkt even na: ‘Dat is natuurlijk wat pathetisch, maar bij wijze van spreken zou ik dan zeggen: “Houd van mij”. Korter kan ik het niet zeggen. Ik geniet erg van het feit dat de mensen met hulp van die televisie beter begrijpen wie ik nou ben.’

Kun je dat toelichten?
‘Mensen denken dat ik die persoon uit mijn verhalen zelf ben. Maar ik ben eigenlijk een enorme schijterd. Voorheen begon ik niet zomaar tegen iemand te praten als ik een boekwinkel of een platenzaak binnenstapte. Omdat ze nu een blik van herkenning hebben is mijn schroom weg en durf ik makkelijker te vragen of ze een bepaalde plaat hebben. Dat zou ik vroeger nooit gedurfd hebben. Die verlegenheid is dan ook aan het verdwijnen. Mijn televisie-optredens bij DWDD helpen daarin enorm, want wat ik daar doe, dat ben ik. Dus ik heb het idee dat mensen mij beter kennen.’

Het is wel dubbel: aan de ene kant mensen aan de kaak stellen in je gedichten en anderzijds jezelf verlegen noemen.
‘Ik heb constant de neiging om te zeggen: Het is allemaal wel aardig mensen maar ik doe ook maar gewoon mijn best. Ik word ongemakkelijk van verering. Neem deze situatie nou. Dit is een prettig gesprek maar toch is het ongemakkelijk dat je mij hier zo interviewt.’

Batman
Dijkshoorn blijkt een fervent stripliefhebber te zijn, al vond zijn grote verzamelwoede reeds vijftien jaar geleden plaats: ‘Ik heb een waanzinnige comicscollectie thuis staan. Ik heb zestienhonderd strips in anderhalf, twee jaar tijd verzameld. Er zitten zeker 200 bij die heel bijzonder zijn. De Daredevil-reeks van Frank Miller, Hellboy, veel Image comics, alles van Alan Moore. Ik heb ze allemaal gerubriceerd en keurig in hoesjes van zuurvrij plastic gestopt. Op een gegeven moment had ik iets van 23 abonnementen op series bij de stripwinkel. Dat liep helemaal uit de hand. Toen er van The Darkness #11 elf verschillende omslagen uitkwamen, kocht ik ze allemaal. Uiteindelijk had ik geen tijd meer om ze te lezen.’

Wat vind je zo leuk aan strips?
‘Het is een nostalgische trip. Toen ik klein was heb ik nog als Batman over straat gelopen, mijn jas met een drukkertje om mijn nek. Die hele Kees de Jongen-romantiek. Toen ik zes was ben ik samen met oom Wim en mijn vader naar die Batman-film met Adam West geweest. Ze hadden bij de bioscoop een werkstudent ingehuurd als Batman. Ik heb een jaartje of zes gedacht dat ik echt Batman had ontmoet. Dat is voor kinderen net zoiets als Sinterklaas. De stripmakers die ik bewonder zijn allemaal meesters in het vertellen van een verhaal. Briljant kunnen tekenen en dat dan delen voor 2,50. Ik ervaar strips echt als kunst.’

Dit interview stond in VPRO Gids #24.

Zoek de verschillen

Thursday, May 20th, 2010

DC Comics bestaat dit jaar 75. Dat laat de uitgeverij natuurlijk niet geruisloos voorbij gaan. Dat doen ze met een paar grote verhalen – waaronder The Return of Bruce Wayne. Je dacht toch niet dat Batman echt dood kon, of wel? Daarnaast beroept de uitgeverij zich op een beproeft concept: variant covers.

Om het 75 jarige bestaan te vieren laten ze enkele prominente stripmakers variant omslagen tekenen van ‘klassieke’ strips. Zo wordt Batman # 700 (een goed getimede mijlpaal) getekend door niemand minder dan Mike Mignola. En het is een mooie cover geworden:

Mignola heeft zich laten inspireren op de cover van Detective Comics #168 uit 1951 getekend door Lew Sayre Schwartz. Een typische jaren vijftig-cover.


In dit nummer werd voor het eerst de oorsprong van The Joker verteld in een verhaal van veteraan Bill Finger:

Batman is tracking down a ten year old case with the help of some class mates. That’s right; Batman is teaching a course on criminology. There are many clues indicating who has done the old crimes, such as a lock of green hair is found and who else but the Joker would be so smart as to create two-way red lenses? Joker’s origin is shown for the first time in this detective comic.

Mijn voorkeur gaat uit naar de eigentijdse en dynamische versie van Mignola.

Kick-Ass Van der Steen

Thursday, April 15th, 2010

Deze illustratie is gemaakt door Paul van der Steen en stond in Het Parool van woensdag 14 april bij een artikel over een nieuw type superheld naar aanleiding van de film Kick-Ass.

Ik vind de illustratie van Van der Steen een mooie herinterpretatie van het tekenwerk van John Romita Jr, de tekenaar en co-creator van de strip Kick-Ass. Zie hier het prachtige origineel:

In Het Parool bepleit Bregtje Schudel naar aanleiding van de film Kick-Ass (zie hier mijn recensie) het argument dat superhelden in films steeds kwetsbaarder worden: gewone stervelingen trekken superheldenoutfits aan om het op te nemen tegen schurken zonder superkrachten (respectievelijk in de films Defendor, Super en The Dark Knight, waarin een realistischer en grimmiger Batman wordt getoond.

Ze sluit haar betoog af met de volgende woorden:

Regisseur Matthew Vaugh liet zich in zijn film ongetwijfeld inspireren door de hedendaagse samenleving. In een wereld waar iedereen zich kan ontpoppen tot en superschurk, moet ook iedereen een superheld kunnen zijn. Er zijn immers geen echte superhelden die het voor je doen. Zelfs het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft nu spotjes waarin de burger laks- en lafheid wordt verweten. “Als met great power, great responsibility komt,” vraagt Dave zich af, “komt dan met no power, no responsibility?” Als Kick-Ass bewijst hij het tegendeel.

Food for thought, zou ik zeggen. Kunnen we binnenkort een stel uitgedoste burgerwachten verwachten of zal het in Nederland zo’n vaart niet lopen? Ik neem aan dat een dergelijke actie niet bedoeld wordt in de spotjes van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Opmerkelijk detail: in het stuk van Schudel, noch in de officiële recensie van Fritz de Jong wordt vermeld dat de film Kick-Ass is gebaseerd op de gelijknamige strip. Een vreemde omissie vind ik dat. Ook opmerkelijk is dat dezelfde recensie op de site van Het Parool is geschreven door Bart van der Put.

Kick-Ass: De film is goed, de strip is beter

Wednesday, April 14th, 2010

De doorsnee tiener Dave Lizewski vraagt zich af waarom mensen in de echte wereld eigenlijk niet voor superheld spelen en besluit zelf misdaadbestrijder te worden. Kick-Ass is geboren.

Vrijwel ongetraind gaat hij, gekleed in een wetsuit en een masker, de straten op. Al snel blijkt waarom niemand ooit heeft geprobeerd een Batman te zijn, want Lizewski belandt na zijn eerste aanvaring met de misdaad al in het ziekenhuis. Dat houdt hem echter niet tegen, vooral niet als een video van zijn tweede gevecht op YouTube van hem een instant ster maakt.

Kick-Ass zet een trend en krijgt al snel te maken met concurrentie, zoals Big Daddy en zijn 10-jarige dochter Hit Girl die als echte superhelden de schurken van de stad letterlijk een kopje kleiner maken.

Ruig
De comic Kick-Ass is een creatie van schrijver Mark Millar en tekenaar John Romita Jr. De strip is een slimme satire op superheldenstrips en gemaakt voor een volwassen publiek: het geweldsniveau ligt hoger dan de gemiddelde Spiderman-comic en de personages zijn ook veel grofgebekter. De zeer vermakelijke filmversie, die vanaf 15 april in de bioscoop draait, is in dat opzicht een stuk milder.

Juist omdat regisseur Matthew Vaugh zich bedient van gestileerd geweld en zich
genoodzaakt voelt om Quentin Tarantino-achtige fratsen -inclusief Morricone soundtrack – uit te halen om de climax van de film te vergroten, komt het geweld op het witte doek minder hard aan dan de strak getekende lijnen van John Romita Jr. (Het heeft overigens wel iets ironisch dat Vaugh Tarantino citeert aangezien Tarantino’s oeuvre zelf  van filmcitaten samenhangt.)

Maar dat is niet het enige verschil. Het filmverhaal wijkt op sommige punten significant af van de strip, wat deels komt omdat de film al in productie was terwijl de comicserie nog gemaakt werd, maar deels ook is te wijten aan Hollywoodconventies.

De film volgt een andere narratieve structuur, waarbij de hoofdpersonages vlak achter elkaar worden geïntroduceerd en het verhaal van Kick-Ass en Hit Girl meer parallel aan elkaar lopen. Ook zitten sommige plotwendingen logischer in elkaar. Als Kick-Ass een onguur type in een drugshol aanspreekt op het feit dat hij zijn ex lastig valt, doet hij dit in de strip omdat de dame in kwestie een verzoek heeft gemaild naar zijn My Space pagina. In de film krijgt hij het verzoek van zijn vriendinnetje en is het een persoonlijke strijd die hij voert.

Modderfiguur
Andere aanpassingen zijn minder geslaagd: dat Lizeweski in de comic niet het meisje krijgt en zelfs wordt afgestraft voor het feit dat hij zich als homo voordeed om vriendjes met haar te kunnen worden, is een vele malen sterker statement dan de romantische afwikkeling in de filmversie. Ook het feit dat Big Daddy in de strip de oorsprong van zichzelf en Hit Girl bij elkaar heeft gelogen, maar dat deze geschiedenis in de film als de waarheid wordt gepresenteerd, maakt dat het thema van de strip zo goed als wegvalt: De strippersonages in Kick-Ass zijn normale mensen die geïnspireerd door strips de superheld proberen uit te hangen, maar die, een enkele uitzondering daargelaten, een modderfiguur slaan. De film eindigt dus nagenoeg toch weer als een standaard superheldenflick.

Dit maakt Kick-Ass overigens niet tot een slechte film. In tegendeel: Kick-Ass is een fijne satire op het superheldengenre die de gemiddelde bioscoopbezoeker twee uur vermaakt. De lezers moeten maar door de verschillen heen kijken.

Aaron Johnson, die recent een zeer overtuigende John Lennon neerzette in Nowhere Boy, is een verdienstelijke Lizewski. Ook Nicholas Cage, die als Big Daddy zijn dialogen op een net zo’n typische manier uitspreekt als Adam West in de Batman tv-serie, zorgt voor een gepaste glimlach.

Maar ster van de film is natuurlijk de 13-jarige Chloë Grace Moretz. Zij weet de kijker ervan te overtuigen dat een meisje van tien een samurai zwaard kan hanteren alsof ze ermee geboren is en in staat is om er een stel maffiosi mee in de pan te hakken. Moretz schopt echt kont.

Kick-Ass draait vanaf 15 april in de bioscoop.

Deze recensie is ook gepubliceerd op het Filmblog van Zone 5300.

Mike’s Webisodes 11: Wasco’s stripexperimenten

Wednesday, March 17th, 2010

Stripmaker Wasco is in de stripwereld een beetje een vreemde eend in de bijt. Hij maakt experimentele strips waarin hij onderzoekt wat een strip nog tot een strip maakt. Zo rondde hij vorig jaar een album af waarin hij alleen maar stripkaders tekent. Wasco is een eigenzinnig stripmaker die aandacht verdient.

‘Ik begin altijd met strips, maar op de een of andere manier ontspoor ik altijd en lukt het me nooit om binnen het kader van een verhaal te blijven,’ vertelt Wasco in deze webisode waar de stripmaker dieper ingaat op zijn experimenten. Ook spreekt hij over zijn alter ego Wanda Scott onder welke naam hij erotische strips maakt.

Wasco begon in 1989 met zijn tijdschrift Wasco’s Weekblad, waarvan 13 nummers verschenen. Hierin stonden de eerste afleveringen van het legendarische Apenootjes, waarvan twee boekjes verschenen. Hierna verscheen deze strip vanaf het allereerste nummer in Zone 5300, waar Wasco’s werk nog steeds in te bewonderen is. Verder heeft Wasco illustraties gemaakt voor de VPRO Gids, MUG en Vrij Nederland.

Wasco geeft zijn strips uit via zijn eigen uitgeverijtje.

Expositie
Wie nader kennis wil maken met het werk van Wasco kan tot en met zondag 28 maart terecht in Stripwinkel Lambiek te Amsterdam, waar de expositie ‘Uitgeknipte Vormen Tweedehands Daglicht’ te zien is.

Speciaal voor deze gelegenheid heeft Wasco de schaar ter hand genomen en heeft een twintigtal knipsels gecreëerd, die het hart vormen van deze expositie. Naast de uitgeknipte kunstwerkjes, zijn er ook tekeningen, collages en objecten te bewonderen.

Mike’s Webisodes
Deze webisode kwam tot stand in samenwerking met Tonio van Vugt, co-hoofdredacteur van Zone 5300, die Wasco interviewde.

Mike’s Webisodes is een serie webvideo’s gemaakt door freelance journalist Michael Minneboo over zaken die hem fascineren: interviews met kunstenaars, stripmakers en reportages van evenementen vormen een rode draad in de serie.

Wie ook video’s op maat gemaakt wil hebben kan vrijblijvend contact opnemen met Michael Minneboo voor een afspraak.

Stan Lee spreekt Oscarcommissie toe

Sunday, March 7th, 2010

Stan – the man – Lee, bedenker en cocreator van een ontelbare hoeveelheid  Marvel-helden als Spiderman, The Fantastic Four en de Hulk, voert een pleidooi voor een nieuwe categorie bij de Oscars, namelijk voor de cameorol.

Cameo-acteurs zijn meestal maar kort in beeld, maar vaak toch herkenbaar omdat het bekende koppen zijn.  Alfred Hitchcock zorgde ervoor dat hij altijd even in beeld was in zijn films. Het was zijn handelsmerk. In zijn latere films kwam Hitcock meestal in de eerste minuten al op omdat mensen het van hem verwachtten en het zoeken naar Hitchcocks bekende profiel anders te veel af zou leiden van het verhaal.

Wegwijzer voor ruimtewezens
Lee is zelf een van de ongekroonde koningen van de cameorollen. In bijna alle verfilmingen van Marvel-strips komt hij wel even langs, als een Hitchcock van de superheldenfilms.Lee speelde in de film Mallrats (Kevin Smith) zichzelf en deed dat overigens heel verdienstelijk.

In zijn nieuwe creatie, Super Seven, heeft Lee voor zichzelf een hoofdrol gereserveerd. Maar het gaat dan ook om een optreden als stripfiguur. In de strip en animatieserie gaat Lee zeven buitenaardse wezens die op aarde zijn gecrasht, wegwijs maken.

Maar deze week, met de aankomende Oscars in het vooruitzicht, breekt de schijnbaar onvermoeibare Lee een lans voor de cameospeler: ‘You can take the actors out of a movie and it still works. You can’t cut the cameo without killing the flick!’ Nuff Said!

Stan Lee’s Oscar Campaign from Stan Lee

Via SuperheroHype.com

Hier een montage van Stan Lee’s superheldenoptredens.

Goedlachse finale week van de interactieve cartoon

Saturday, February 6th, 2010

Sinds vrijdagavond staat er een levensgrote reproductie van deze cartoon van Hallie Lama op mijn schoorsteenmantel. Zó ben ik eraan gekomen.Lama was een van de tien cartoonisten die een cartoon tentoonstelde in de crossmediale week van de interactieve cartoon: gelijktijdig werden een tiental prenten geëxposeerd in galerie Lambiek en op cartoon.blog.nl. Het was aan de bezoeker om onderschriften bij de plaatjes te bedenken. De winnaar mocht een grote afbeelding van de cartoon met zijn tekst mee naar huis nemen tijdens het finale feestje vrijdagmiddag in stripwinkel Lambiek. Zes van de tien cartoonisten waren aanwezig, waaronder Robert Schuit (ook wel bekend als Bandirah en andersom ook wel bekend als Robert Schuit) en Guido Bootz (aka De Rustende Jager), de twee cartoonisten achter de week van de interactieve cartoon.

De Rustende Jager en Bandirah die zijn eigen cartoon vasthoudt.


Aan Bootz vroeg ik naar het hoe en waarom van deze crossmediale expositie, dat me toch een ludieke actie leek om het cartoon blog onder de aandacht te brengen: ‘Deels om aandcht voor de site te genereren, zeker, maar ook omdat het grappig is dat de cartoons hier echt hangen in lijsten en tegelijkertijd op het internet te zien zijn. Sommige mensen hebben geen zin om hier helemaal naar toe te komen en anderen hebben geen zin om op internet te gaan. En mensen die het hier gezien hebben kunnen ze het op internet nog eens teruglezen en rustig nadenken over dingen. Dat werkte wel goed.’Volgens Schuit hadden ze in totaal tien A4-tjes vol met onderschriften ontvangen. Het aantal inzendingen vond Guido wel wat tegenvallen. ‘Veel mensen hebben bij alle tien iets ingestuurd. Ik denk dat je wel ziet dat er bij de beste inzenders vaak dezelfde namen naar voren kwamen. Op zich hadden we wel iets meer inzenders verwacht.’ Toch zijn de heren positief over het resultaat. Bootz: ‘De dingen die ingestuurd werden waren kwalitatief wel vaak goed.’

Het publiek in Lambiek. Aanwezig waren ook Ger van Wulften van uitgeverij Xtra en Gert Jan Pos, stripintendant. (Beide heren staan niet op de foto.)

Beetje theater
Het leek soms wel of ter plekke nog een winnaar werd gekozen uit de lijst van inzendingen. Maar dat was deels theater, geeft Bootz toe: ‘Je moet zoiets wel een beetje leuk brengen, en een rommelige presentatie past wel in Lambiek (lacht.)Ach, we moeten het ook allemaal niet te serieus nemen. Die middag werden per cartoon het winnende onderschrift met de nodige flair voorgelezen. Het publiek in Lambiek was die middag goedlachs. Toch bleek uit de inzendingen vaak dat het bedenken van een grappig onderschrift niet eenvoudig is. Cartoons maken moet men dus maar aan de professionele grappenmakers overlaten.Stand-ins
Een klein deel van de inzenders was aanwezig. De eega’s van de Rustende Jager en Bandirah hadden onder pseudoniem ook wat ingezonden en tot de verbazing van de heren nog gewonnen ook. Voor wie niet aanwezig was, werden ter plekke stand-ins uit het publiek geroepen om de cartoons in ontvangst te nemen. Boris Kousemaker, de eigenaar van Lambiek, nam dan ook met veel plezier een prent van Danibal in ontvangst. (Zie onderstaande foto waarin dit heugelijke moment is vastgelegd:)Zo kwam het dus dat ik blij met een cartoon van Hallie Lama naar huis ging. Het was de bedoeling dat Hallie ter plekke de dialoog in de tekstballonnen zou opschrijven. Omdat de ingezonden tekst inferieur was aan de oorspronkelijke grap, vroeg ik Hallie of hij deze erin wilde zetten. De cartoon werd daarmee weer in oorspronkelijke staat hersteld. Een stukje esthetische geschiedvervalsing.
Check voor meer over de Week van de interactieve cartoon, cartoon.blog.nl. Daar kun je ook de winnende onderschriften lezen, maar laat vooral je eigen fantasie de loop. Deze blogpost staat ook op het geliefde stripblog van Zone 5300.

Fokke en Sukke best verkochte strip van 2009

Friday, February 5th, 2010

Nieuwsgierig naar de leesvoorkeur van het Nederlands publiek, scande mijn ogen de CPNB Top 100, de lijs van de honderd bestverkochte boeken van het afgelopen jaar. Maar liefst één stripuitgave bevindt zich in deze lijst. Fokke & Sukke: Het afzien van 2009 (uitgeverij Catullus) staat op nummer 76. Van deze cartoonbundel werden volgens het CPNB tussen de 30.000 tot 40.000 exemplaren verkocht.
De Het afzien-reeks van het team Reid, Geleijnse & Van Tol staat wel vaker in de top 100: vorig jaar stond het jaaroverzicht van Fokke & Sukke op nummer 60. Natuurlijk vind ik het leuk voor de stripmakers, maar het zegt veel dat deze bundel van Fokke & Sukke de bestverkochte strip is van Nederland en het de enige is die in de lijst voorkomt. Er valt voor het beeldverhaal nog een hoop terrein te winnen.
Niet dat ik onrealistische verwachtingen heb dat er ooit meer exemplaren van een strip verkocht zullen worden dan zeg Millennium 1: Mannen die vrouwen haten van Stieg Larsson, die met een verkoopaantal van 456.821 exemplaren de lijst aanvoert. Nu heeft de boeken-reeks van Larsson mede dankzij de verfilmingen van de trilogie, veel aandacht gekregen. Fokke en Sukke zijn in dat opzicht ook echte mediasterren: behalve diverse kranten en tijdschriften waar ze in gepubliceerd worden, zijn ze doordeweeks ook iedere avond te zien in DWDD.Best verkocht
Jaarlijks rond eind januari presenteert de CPNB, de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, de CPNB Top-100: de lijst van de honderd bestverkochte boeken van het afgelopen jaar. De lijst weerspiegelt de spontane voorkeur van het Nederlandse boekenkopende publiek in dat jaar. En dat over alle genres heen: romans naast kinderboeken, thrillers naast kookboeken. En ook over veel verkoopkanalen heen: boekwinkel naast warenhuis, grootwinkelbedrijf naast boekenclub.Overigens zitten bij deze cijfers geen gegevens van stripuitgevers, noch zijn de verkopen in de stripwinkels meegenomen.Dit bericht staat ook op het Zone 5300-stripblog.