Posts Tagged ‘Lezen’

Hoe hou je bij wat je leest? | 438

Thursday, October 1st, 2020

Retro Smash!

Amsterdam Comic Geek.

Vlog: Welk boek lees jij?

Friday, June 22nd, 2018

Een update-vlog over de verschillende boeken die ik nu aan het lezen ben. Was I, Lucifer van Glen Duncan de moeite van het lezen waard?

Hoe goed is het boek over Prince van Ben Greenman? En aandacht voor Het eigenwijze potlood van Carel Peeters.
Kortom: boeken, boeken en nog meer boeken.

Kort filmnieuws: Sonny Boy & Win/win

Wednesday, February 10th, 2010

Eventjes wat kort filmnieuws, dan hebben we dat ook weer gehad deze week. Dit keer twee berichtjes over Nederlandse producties: Sonny Boy en Win/Win. De grote vraag bij die laatste film is natuurlijk: houdt Halina Reijn het netjes?
Opnamen Sonny Boy van start
Op 15 februari beginnen in Den Haag de opnamen van de verfilming van Annejet van der Zijls bestseller Sonny Boy. De hoofdrollen zijn voor Ricky Koole (Rika van der Lans) en nieuwkomer Sergio Hasselbaink (Waldemar Nods). Maria Peters tekent voor de regie en schreef, in samenwerking met Pieter van de Waterbeemd, eveneens het scenario.
Het boek Sonny Boy is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van een verboden liefde. In de herfst van 1928 zien Waldemar Nods en Rika van der Lans elkaar voor de eerste maal. Het is een ontmoeting tussen twee werelden: hij is zwart, zij blank; hij nog geen twintig, zij al bijna veertig; hij is een student uit Suriname, zij is oer-Hollands, getrouwd en moeder van vier kinderen. Kort na hun eerste ontmoeting blijkt zij zwanger te zijn, het schandaal is niet te overzien en de Tweede Wereldoorlog staat op uitbarsten.Dat klinkt als een en al gezelligheid, niet? Dramatische conflicten verzekerd.Regisseur Maria Peters (ze maakte eerder kinderfilms als Kruimeltje, De Tasjesdief en Pietje Bell, zei er het volgende over: ‘Dit is een van de meest indrukwekkende boeken die ik ooit gelezen heb: zó ontroerend en hartverscheurend. Het is een verhaal dat je naar de strot grijpt. En toen ik het uit had wist ik het meteen: dit wil ik verfilmen!’ De opnamen vinden plaats in Nederland (Den Haag en Zeeland), België en Suriname. De film zal begin 2011 in de Nederlandse bioscoop worden uitgebracht door A-Film Distribution.
Win/Win, het speelfilmdebuut van Jaap van Heusden (scenario en regie), is op het Internationaal Film Festival Rotterdam op nummer 17 geeindigd in de Top 100 der publieksfavorieten.De film draait om de vierentwintigjarige Ivan (Oscar van Rompay) die als assistent analist werkt bij een Amerikaanse investeringsbank aan de Amsterdamse Zuidas. Hij is een expert als het gaat om het spelen met getallen en ontdekt al snel patronen. Als een aantal bijzonder winstgevende tips van hem afkomstig blijken te zijn, wordt hij door de doorgewinterde trader Stef (Leon Voorberg) ingelijfd en als junior trader gelanceerd. Terwijl links en rechts banken omvallen, harkt Ivan in de dealing room enorme winsten binnen en maakt een bliksemcarrière. Ineens heeft de receptioniste Deniz (Halina Reijn), die Ivan tot nu toe alleen heimelijk observeerde, oog voor hem. Van buiten bezien gaat het hem voor de wind. Maar werk en omgeving vervreemden hem meer en meer van het werkelijke leven. De eenzaamheid slaat toe.Dit dramatische relaas is vanaf 20 mei te zien in de bioscoop. De grote vraag is natuurlijk of Halina Reijn in deze film wel haar kleren aanhoudt. Zullen we er een gokje op wagen?

Fokke en Sukke best verkochte strip van 2009

Friday, February 5th, 2010

Nieuwsgierig naar de leesvoorkeur van het Nederlands publiek, scande mijn ogen de CPNB Top 100, de lijs van de honderd bestverkochte boeken van het afgelopen jaar. Maar liefst één stripuitgave bevindt zich in deze lijst. Fokke & Sukke: Het afzien van 2009 (uitgeverij Catullus) staat op nummer 76. Van deze cartoonbundel werden volgens het CPNB tussen de 30.000 tot 40.000 exemplaren verkocht.
De Het afzien-reeks van het team Reid, Geleijnse & Van Tol staat wel vaker in de top 100: vorig jaar stond het jaaroverzicht van Fokke & Sukke op nummer 60. Natuurlijk vind ik het leuk voor de stripmakers, maar het zegt veel dat deze bundel van Fokke & Sukke de bestverkochte strip is van Nederland en het de enige is die in de lijst voorkomt. Er valt voor het beeldverhaal nog een hoop terrein te winnen.
Niet dat ik onrealistische verwachtingen heb dat er ooit meer exemplaren van een strip verkocht zullen worden dan zeg Millennium 1: Mannen die vrouwen haten van Stieg Larsson, die met een verkoopaantal van 456.821 exemplaren de lijst aanvoert. Nu heeft de boeken-reeks van Larsson mede dankzij de verfilmingen van de trilogie, veel aandacht gekregen. Fokke en Sukke zijn in dat opzicht ook echte mediasterren: behalve diverse kranten en tijdschriften waar ze in gepubliceerd worden, zijn ze doordeweeks ook iedere avond te zien in DWDD.Best verkocht
Jaarlijks rond eind januari presenteert de CPNB, de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, de CPNB Top-100: de lijst van de honderd bestverkochte boeken van het afgelopen jaar. De lijst weerspiegelt de spontane voorkeur van het Nederlandse boekenkopende publiek in dat jaar. En dat over alle genres heen: romans naast kinderboeken, thrillers naast kookboeken. En ook over veel verkoopkanalen heen: boekwinkel naast warenhuis, grootwinkelbedrijf naast boekenclub.Overigens zitten bij deze cijfers geen gegevens van stripuitgevers, noch zijn de verkopen in de stripwinkels meegenomen.Dit bericht staat ook op het Zone 5300-stripblog.

ArtEZ toont Oogst stripmakers in nieuw tijdschrift

Sunday, December 6th, 2009

Vrijdag 4 december presenteerde ArtEZ hogeschool voor de kunsten het eerste nummer van het tijdschrift Oogst, dat de verrichtingen toont van studenten Comic Design, een specialisatie binnen de studie Stories & Design die september dit jaar van start ging en die focust op het maken van strips.Het eerste nummer werd in het nieuwbakken Heinz-museum te Amsterdam uitgereikt aan Gert Jan Pos, stripintendant van het Fonds BKVB, en aan Ger Strijker, lid van het College van Bestuur van ArtEZ hogeschool voor de kunsten. Aanwezig waren enkele stripmakers: Flo de Goede, Schwantz en Floris Oudshoorn werden onder andere gespot. En docenten Hanco Kolk, Trik en Sytse van der Zee die tevens de redactie voeren van Oogst. Nog belangrijker: enkele studenten waren die middag aanwezig, het tijdschrift Oogst draait immers om hun verrichtingen. De stripmakers in spe hadden wat werk opgehangen en enkele dummies neergelegd, daar lang niet alles in het tijdschrift terecht is gekomen. Inhoud
Behalve afgeronde verhalen bevat het magazine ook schetsen en grafische platen. Ook is er nadere uitleg over een uitwisselingsproject tussen Spaanse en Nederlandse studenten. Zoals te verwachten zijn de bijdragen van wisselende kwaliteit. Sommige studenten zijn nu eenmaal verder dan andere. Het wordt interessant om in de loop van de opleiding verschillende nummers van Oogst naast elkaar te leggen om de ontwikkeling van de stripmakers te volgen. Wat het magazine mijns inziens ontbeert zijn korte introducties van de studenten die in het eerste nummer zijn opgenomen. Ik ben wel benieuwd wie er achter het werk schuilgaan. Maar misschien is het daarvoor nog te vroeg en is dat soort informatie pas relevant bij de eindexamenklas, als het kaf van het koren duidelijk van elkaar gescheiden is.Het tijdschrift zal twee keer per jaar verschijnen in een oplage van 1000 stuks. Oogst zal te koop zijn in stripspeciaalzaken in Nederland en Vlaanderen. De verkoopprijs is €4,95.

Een maandje onderduiken

Friday, December 4th, 2009

Het is weer december. Laat ik daar nu helemaal geen zin in hebben.Ik doe niet aan Sinterklaas en eigenlijk ook niet aan kerst. De meute shoppende heethoofden in de winkelstraat is voor mij een onbekend en raar volk. Bomen tuig ik niet op en daarom ook niet af. Oud & Nieuw vind ik maar een arbitraire bepaling van een nieuw begin. Meestal komt dat nieuwe jaar ook helemaal niet uit. Ik zit dan midden in een project en ben dan helemaal niet aan afronden toe.Voor mij begint het nieuwe jaar bij de herfst, als ik hernieuwde energie door mijn lijf voel stromen. Als er een stortvloed aan nieuwe ideeën door mijn hoofd stormt. Oudejaarsavond is meer een avond om uit te zitten. Voor de buis of gedoken in een goed boek. Lekker lui in een stoel luisterend naar een goede cd. Totdat de hemel in fik gestoken wordt met oorverdovende knallen. Dan kun je het luisteren wel vergeten.Het is niet mijn wereld. Ik kijk er naar, maar snap niet wat ik zie.Eigenlijk geen slecht idee om de decembermaand door te brengen, weggedoken in het papier. Je geest dwalend door nieuwe werelden. Of oude voor mijn part. Weg van het Nederland buiten de deur. Kerstklokken negeren. Etentjes missen. Rust en contemplatie. Dan zie ik een kerstvakantie wel zitten. Even twee weken in mijn agenda afbakenen.

Filmrecensie: Komt een vrouw bij de dokter

Saturday, November 28th, 2009

De verfilming van Komt een vrouw bij de dokter wordt ongetwijfeld een kaskraker. Toch ben ik er niet erg over te spreken. De debuutfilm van Reinout Oerlemans mag dan gaan over een man die vreemdgaat terwijl zijn vrouw sterft aan kanker, veel diepgang heeft de film niet. Laat ik vooropstellen dat ik de gelijknamige bestseller van Kluun waar de film op gebaseerd is niet heb gelezen. Tijdens het kijken van de film werd ik dus niet gestoord door beelden die ik tijdens het lezen van de roman zelf had voorgesteld. Vanuit technisch oogpunt valt er weinig aan te merken op de eersteling van succesvol tv-producent Oerlemans (die voor de gelegenheid zijn baard liet staan tijdens de productie, zoals echte filmregisseurs dat doen). Het camerawerk van Lennert Hillege is stijlvol. De cast bestaat niet uit de minste acteurs: Carice van Houten, Anna Drijver, Barry Atsma en Jeroen Willems slaan zich kranig door het scenario dat het verloop van de relatie tussen Carmen (Van Houten) en Stijn (Atsma) en de ziekte van Carmen behandelt.Stijn is een notoire vreemdganger en als Carmen kanker krijgt en ernstig ziek wordt zoekt hij troost, seks of afleiding (dat is mij niet helemaal duidelijk geworden) bij Roos (Drijver). Onbeantwoorde vragen
Ondanks de veelvuldig voorkomende voice-over die ons de gedachten van Stijn laat horen, wordt er eigenlijk maar verdomd weinig duidelijk van zijn motivatie. Eigenlijk zijn de beweegredenen van Stijn ook helemaal niet zo interessant. Die zoekt afleiding van zijn zieke vrouw en vreemdgaan is zijn hobby, dus wat valt er eigenlijk te raden? Interessanter is de vraag waarom Carmen besluit bij hem te blijven als ze achter zijn eerste slippertje komt. Op dat moment is ze nog niet ziek en is het stel net gaan samenwonen. Ook vraag ik me af waarom Roos het aanpapt met Stijn terwijl ze weet dat hij een doodzieke vrouw thuis heeft. Niet dat ik hier de rechtschapen christen wil uithangen, geenszins, maar een beetje onderbouwing van het handelen van de personages was wenselijk geweest. Nu zien we vooral het vreemdgaan en heel veel functioneel naakt in beeld. Lijven zonder inhoud. Oerlemans contrasteert de scènes vol lust met het ziektebeeld van Carmen en toont hoe de kanker haar meedogenloos sloopt. Deze scènes zijn aangrijpend, puur door het feit dat we zien wat deze ziekte een mens aan doet, het is alleen jammer dat we niet de kans hebben gekregen Carmen beter te leren kennen vóórdat we haar zien doodgaan. Als pamflet voor KWF Kankerbestrijding is Komt een vrouw bij de dokter zeker geslaagd. Als relatiedrama scoort de film matig. Gezien het succes van het boek en het aantal bezoekers dat de film in korte tijd zag, verwacht ik desondanks dat dit een van de best bezochte Nederlandse films van het jaar zal worden.

Lekker nerden in Londen

Thursday, October 22nd, 2009

Wat doen een stel vroeg-dertigers met een voorkeur voor films en strips in een van de bruisendste steden in Europa? Precies: een bezoek aan Forbidden Planet brengen en een Q&A van Kevin Smith bezoeken. En zich verder te buiten gaan aan een oncontroleerbare koopzucht betreffende strips, cd’s en verwante artikelen. Cultuur snuiven noemen we dat. Starbucks, echte Engelse koffie
Samen met compadre Paul, die ik al langer ken dan dat ik mijn naam weet te spellen, vloog ik maandagochtend vroeg met de makkelijke luchtvaartmaatschappij naar de hoofdstad van de UK, waar we snel energie opdeden in een van de vele Starbuckstenten die de stad telt. Starbucks betekent Amerikaans imperialisme, dus daar is weinig Engels aan, maar de reiziger die een opkikkertje kan gebruiken zal dat een worst wezen. Ons dus ook. We zouden de komende dagen nog vaker in dit walhalla van koffieconsumptie aan ons cafeïne gerief komen.Holmes, echte Engelse replica’s
Al was de toerist uithangen niet meteen ons doel van de reis, die maandagmiddag liepen we nog over de Tower Bridge, later over Leicester Square en de volgende dag deden we het Sherlock Holmes museum aan. (Over het bezoek aan Abbey Road verschijnt binnenkort een Mike’s Webisode. Zie hoe de Duitse huisvader zijn gezin over het zebrapad dirigeert voor een foto.) Het Sherlock Holmes museum in Baker Street is een replica van het oude huis en kantoor van de beroemde fictieve speurneus waar ook beelden staan van personages uit de boeken, als evenals acteurs die Watson en Holmes spelen.

Een beeld van Prof Moriaty, de aardsvijand van Sherlock Holmes.


Verboden planeet

Die week bezochten we tweemaal Forbidden Planet waar ik een alleraardigste buste van Jack Skellington van The Nightmare before Christmas aanschafte. Ook nam ik een exemplaar van gebundelde Spiderman krantenstrips en American Splendor: Our Movie Year mee. Een bescheiden hoeveelheid, vooral als je je bedenkt dat Forbidden planet een paradijs is voor een stripliefhebber als ik. Er is zoveel moois te vinden, dat het daarom moeilijk kiezen is. Dankzij het internet is het merendeel echter ook gewoon online te bestellen, dus wie weet wat ik de komende maanden nog binnenhaal. (Hoewel, de stapel nog te lezen cultuur is van zodanige omvang dat ik mezelf een koopstop heb opgelegd.) Later kwamen daar overigens nog een prachtig artbook van Tim Burton, de autobiografie van Roger Moore en The Death of Bunny Munro van Nick Cave bij. Dorian Gray, echte Engelse cultuur
In de avond bekeken wij de film District 9 van regisseur Neill Blomkamp. Een van de originelere sciencefiction flicks die ik de laatste tijd gezien heb. (Hier een kritische recensie van Floortje Smit op cinema.nl). Woensdagavond zagen wij Dorian Gray, een kersverse verfilming van het klassieke boek van Oscar Wilde. The Picture of Dorian Gray, een prachtig boek vind ik dat. Een inspirerend verhaal met een origineel idee als basis. Deze verfilming was in handen van Oliver Parker en hij maakte een onderhoudende film waarin de jonge Dorian Gray na aankomst in Londen zich al snel overgeeft aan de geneugten des levens. Ondanks zijn wilde levensstijl lijkt hij geen dag ouder te worden, wat alles te maken heeft met een schilderij dat langzaamaan steeds meer van zijn zondige ziel blootgeeft. Leuk aan de film vond ik, behalve zeer geloofwaardige acteerprestaties van hoofdpersoon Ben Barnes (Prins Caspian) en Colin Firth, de mise-en-scène. De opnames zijn soms vaak duidelijk in een studio opgenomen en tegelijkertijd hebben ze daardoor een perfecte theatrale uitstraling. Het was helemaal passend om een bezoekje te brengen aan een fictief Victoriaans Londen te brengen terwijl ik me in de hedendaagse versie van die stad bevond. Lees ook: Lekker nerden in Londen met Kevin Smith.

Volwassenen zijn ook maar amateurs

Friday, October 16th, 2009

Op een doodnormale dag liep ik door de American Book Center (ABC) in Amsterdam, op de eerste verdieping waar ik mij tussen de strips en filmboeken het meeste thuis voel. Er stond een kar volgestapeld met boeken, vaak meerdere exemplaren van dezelfde titel, klaar om in de kasten gezet te worden. Eén boek trok mijn aandacht. Misschien omdat het een paperback was tussen de verzameling hardcovers, maar waarschijnlijk omdat dit het enige exemplaar leek te zijn. Een uniek boek tussen een berg dubbelaars.

Het bleek een nieuw boek te zijn van een van mijn favoriete schrijvers, Michael Chabon. Manhood for Amateurs stond erop de voorkant. Een titel die me meteen aansprak. Manhood for Amateurs is Chabons eerste non-fictie boek. Sterker nog: het werkje is autobiografisch. Mijn interesse was gewekt. Ik volg Chabon al sinds ik de film Wonder Boys zag en later de roman las waarop die film gebaseerd is. En hoewel ik tot twee keer toe zijn sleutelroman The amazing adventures of Kavelier & Clay niet doorkwam, beschouw ik mezelf als een fan van deze schrijver. Daarbij woont hij in Berkeley, de stad in the bay erea waar ik woonde van 1995-96. Kortom, dit boek moest ik lezen. Het leek immers alsof het speciaal voor mij was neergelegd, dit singuliere exemplaar op een kar vol met boeken. Ik heb me prima vermaakt met Manhood for Amateurs. Niet in de laatste plaats omdat Chabon op openhartige wijze toegeeft dat volwassenen ook maar wat aankloten maar dat we het in tegenstelling tot het jonge grut dat we voortbrengen, goed weten te faken dat we weten wat we doen:

‘This is an essential element of the business of being a man: to flood everyone around you in a great radiant arc of bullshit, one whose source and object of greatest intensity is yourself. To behave as if you have everything firmly under control even when you have just sailed your boat over the falls. “To keep your head,” wrote Rudyard Kipling in his classic poem “If,” which articulated the code of high-Victorian masculinity in whose fragmentary shadow American men still come of age, “when all about you are losing theirs”; but in reality, the trick of being a man is to give the appearance of keeping your head when, deep inside, the truest part of you is crying out, Oh, shit!’

Wat mij betreft is bovenstaand citaat een mooie omschrijving van de schrijnende onkunde waar we in het dagelijks leven mee te maken hebben. Zoals de medewerker van de helpdesk van je internetprovider die niet meer weet over het aan de praat krijgen van je verbinding dan dat er op het blaadje voor zijn neus staat. En dat is meestal bar weinig. Of de expert in de elektronicawinkel die schijnbaar minder weet over de videocamera die je wil gaan kopen dan jijzelf. Of die babbelaar op het feestje die het gesprek altijd weet te laten draaien om die drie feitjes die hij wel weet.Ik vind dat wanneer er sprake van service moet zijn, de bieder daarvan verdomd goed moet weten wat hij doet. In dagelijkse situaties echter, faken we het allemaal wel eens. Vaak leer je door gewoon in het diepe te springen en aldoende te ontdekken waar je precies mee bezig bent. Daar is op zich niets mis mee. Dat een van mijn favoriete schrijvers dat toegeeft, beschouw ik als een troost.

De uitgebreide recensie die ik van Manhood for Amateurs schreef, staat deze week op het blog van de ABC.

Blogger bestaat tien jaar

Sunday, August 23rd, 2009

Oh, nee! Ze hebben gelijk! Bloggen is niet voor echte mensen! Al die uren, nee, dagen, nee weken, online. Blogjes schrijven, interessante posts lezen, informatie uitwisselen, nieuwe bijzondere zaken ontdekken, videovermaak… Verloren tijd. Nee, mijn leven heeft geen zin meer… Ik stop nu met bloggen. De stekker eruit… meteen!
:)Nee hoor, ik ben niet gek geworden. Bovenstaande tekst is mijn reactie op deze aardige blogpost van Karin Ramaker. Ze haakt in op het voorwoord in het boek The corporate blogging book van Debbie Weil die schrijft over hoe je blogt en hoe je een corporate blog goed op de rails zet. (Het zoveelste boek over hoe je dient te bloggen.) Persoonlijk lees ik weinig corporate blogs en gaat mijn voorkeur uit naar individuen, de mavericks op het internet. Die bleken in de afgelopen tien jaar, want zo lang schijnt het fenomeen bloggen te bestaan, toch het meest interessant.
Vandaag is Blogger jarig, de service van Google waar ik bij blog. Op 23 augustus 1999 lanceerde Pyra Labs Blogspot. In 2003 kocht Google Blogspot en veranderde de naam drie jaar later in Blogger. Volgens de berichten zal Blogger allerlei nieuwe features aanbieden om dit feit te vieren. Ik ben benieuwd, want in vergelijking tot applicaties als wordpress lopen ze bij Blogger toch gehoorlijk achter op de ontwikkelingen. Niet dat je mij echt hoort klagen, want er zijn genoeg hacks te vinden waarmee je je webstek kunt aanpassen.
In ieder geval: Gefeliciteerd Blogger!

De hype rond Stieg Larssons Millennium

Thursday, August 6th, 2009

Vanaf vandaag draait de film Millennium: Mannen die vrouwen haten van Niels Arden in de bioscoop. Deze film is het eerste deel van een trilogie, gebaseerd op de boeken van de journalist Stieg Larsson.Ik heb geen van de boeken gelezen en de persvoorstellingen van de film door drukte moeten laten schieten. Toch ben ik nieuwsgierig geworden naar deze film. Laatst prees mijn tante de drie boeken van Larsson aan, stond er een mooi interview van Gerhard Busch in de VPRO Gids met de regisseur en hoofdactrice Noomi Rapace en van de week besteedde het actualiteitenprogramma Nova 8 minuten aan de film en het fenomeen eromheen. Want net als andere mode-boeken als Harry Potter en De Da Vinci Code, is met de drie boeken van Larsson sprake van een hype.De film MILLENNIUM: mannen die vrouwen haten is gebaseerd op de gelijknamige bestseller, de eerste uit de Millennium-reeks van Stieg Larsson. De twee andere boeken uit de reeks zijn De vrouw die met vuur speelde en Gerechtigheid. In 2008 was Stieg Larsson de tweede best verkopende auteur in de wereld – na Khaled Hosseini met De Vliegeraar. Wereldwijd zijn bijna 20 miljoen exemplaren verkocht, waarvan ruim 500.000 in de Benelux.Zelf heeft Stieg Larsson het succes niet meer mee kunnen maken. Voordat zijn eerste boek gepubliceerd werd overleed hij in 2004, op vijftigjarige leeftijd, aan een hartaanval. Hij was onderzoeksjournalist in Zweden, en autoriteit op het gebied van racisme en sociale issues.Feit en fictie
In het item van Nova komen enkele interessante zaken naar voren. Fans van de boeken bezoeken locaties uit de verhalen, een gids leidt ze rond Stockholm en toont het appartementencomplex waar de hoofdrolspeler Mikael Blomkwist zou wonen. Ik vind de drang om naar dat soort plekken te gaan om de fictieve wereld te legitimeren en/of de beleving daarvan te vergroten, een fascinerend fenomeen. Zelf heb ik een paar maanden geleden enkele locaties uit Spiderman-strips in New York bezocht. Het zoeken naar feitelijke plekken in fictie en naar fictie op bestaande plekken is mij dus niet vreemd. (Het artikel dat ik hierover schreef verschijnt in het nieuwste nummer van Stripschrift dat 18 augustus uitkomt.)Verder herken ik me in de uitspraak van acteur Michael Nyqvist (die Blomkwist vertolkt) dat hij vroeger nooit zin had om hype-boeken te lezen. Ikzelf heb ook de neiging om de Potters en Da Vinci-codes links te laten liggen, juist omdat ze al door iedereen gelezen worden. ‘Ik was toen nogal een snob en wilde niet lezen wat iedereen las,’ zegt Nyqvist in het item van Nova. Kennelijk ben ik ook een snob. Nu heb ik na het zien van de film The Da Vinci Code nog steeds geen hoge pet op van de boeken (ja, ja, zonder ze gelezen te hebben, sue me!), maar ben nu toch wel benieuwd naar de reeks van Larsson. Eerst maar eens de film kijken. Een film biedt je immers de kans om het verhaal, of een deel van het boek, in twee uur tijd te ervaren. Bovendien zit in de film de actrice Noomi Rapace en die wil ik wel in actie zien. Ik ben na het lezen van het interview en het Nova-item erg nieuwsgierig naar haar geworden.

Noomi Rapace.
Bron: Cinema.nl.

(Lees hier een recensie van de film.)
Korte inhoud Millennium
Twee tegenpolen, Mikael Blomkvist en Lisbeth Salander. Hij is een charmante man en een kritische journalist van middelbare leeftijd, en uitgever van het tijdschrift Millennium. Zij is een jonge, gecompliceerde vrouw met zwartgeverfd haar, piercings en tatoeages, én een uitermate goede hacker. Samen vormen ze een ongewoon, maar sterk team.Mikael wordt benaderd door oud-zakenman Henrik Vanger. Veertig jaar geleden is de zestienjarige Harriët Vanger op mysterieuze wijze verdwenen en vermoedelijk vermoord. De zaak is echter nooit opgelost en inmiddels verjaard. Toch wil Henrik Vanger graag dat Mikael zich hier nog eens op stort. Aanvankelijk lijkt het onderzoek nergens op uit te lopen. Totdat Mikael met hulp van Lisbeth op een spoor stuit dat rechtstreeks naar een zeer duister en bloedig familiegeheim voert.Lees ook

:

Overpeinzingen bij Amazing Spiderman #600

Wednesday, August 5th, 2009

Komt er ooit een dag dat ik genoeg krijg van Spiderman? Ik denk het niet, want het lezen van Spiderman comics houdt me jong. Daarom kocht ik laatst Amazing Spiderman #600.Tegenwoordig lees ik als het om Marvel Comics gaat vooral trade paperbacks. Op die manier kun je een verhaal dat over meerdere comics speelt in een keer uitlezen. Dat levert meestal een fijne leeservaring op. Nog een pluspunt van trades is het feit dat er tussen de strippagina’s geen reclame zit. Het enige nadeel is dat je een paar maanden achterloopt op de losse nummers, maar echt een groot probleem is dat niet. Behalve dan met speciale uitgaven als Amazing Spiderman #600.Web of Spiderman
In de maanden voordat deze mijlpaal op de markt kwam, lekte er hier en daar al wat ‘nieuwtjes’ uit op het web. Over het feit dat John Romita jr. het hoofdverhaal zou tekenen dat geschreven werd door Dan Slott en dat de comic allerlei extra’s zou bevatten, zoals een reeks korte verhalen van de meest prominente schrijvers van dit moment en oudgediende Stan Lee. Die extra’s boeien mij nooit zo erg, maar alles wat door Romita jr. gevisualiseerd is vind ik de moeite van het lezen waard. Toen hij het potlood voor Spiderman weer oppakte in 2001 begon ik weer met het lezen van Spidey’s avonturen. Sindsdien ben ik niet meer gestopt.Sinds Spiderman in 1962 het licht zag zijn er een paar goede tekenaars geweest die een duidelijke stempel op het personage hebben gedrukt. Natuurlijk Steve Ditko, de eerste tekenaar die grotendeels bepaalde hoe het webhoofd eruit kwam te zien. Daarna John Romita Sr. die Spiderman begon te tekenen toen Ditko was opgestapt uit onenigheid met bedenker Stan Lee. Gil Kane, Ron Frenz en Todd McFarlane – allemaal jonge honden die indertijd met Spidey aan de haal gingen en een onvergetelijke indruk maakten. En John Romita jr – de stripmaker waar ik al eerder stukken over schreef en die al meerdere malen hele periodes de strip tekende.Het is maar een nummer
En nu tekende Romita dus Amazing Spiderman numero 600. Zeshonderd Spiderman-verhalen. Da’s heel wat. Sterker nog: het merendeel heb ik gelezen. Vanaf Amazing Fantasy #15 waarin het webhoofd zijn debuut maakte, tot en met nou ja, nummer zeshonderd dus. En dan laat ik voor het gemak alle bijseries als Peter Parker, Web of Spiderman en Ultimate Spiderman buiten beschouwing, waarvan ik ook het merendeel heb gelezen. (Ik heb nooit ontkend dat ik een Spider-Nerd ben.)
Overigens speelde Marvel de afgelopen twee jaar wel een beetje vals wat de nummering betreft. Amazing Spider-Man was eerst een maandelijkse comic, maar sinds de grote omwenteling Brand New Day, komt de strip maar liefst drie keer per maand uit. Dat betekent dus dat ze sneller de mijlpaal hebben bereikt dan anders het geval zou zijn. Maar een kniesoor die daar op let.Mede door de enthousiaste video die schrijver Dan Slott maakte over ASM 600 kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en kocht ik afgelopen vrijdag het betreffende nummer in de stripspeciaalzaak. Op een terrasje sloeg ik de comic open. Wat een heerlijke leeservaring stond mij te wachten. Slott schreef een vermakelijk verhaal met voldoende actie en knipoogjes naar het verleden van de muurkruiper. Wanneer Doc Ock hoort dat hij nog maar kort te leven heeft door extensieve hersenbeschadiging die hij in al zijn gevechten met superhelden heeft opgelopen, besluit hij nog een laatste grote daad te stellen. Hij wil New York op zijn eigen manier automatiseren. Natuurlijk mislukt dit experiment en is er een handje vol Marvel-helden nodig om de stad te redden. Ondertussen staat tante May op het punt om met de vader van JJJ Jameson te trouwen.Sterfelijkheid
De superschurk die gaat sterven en nog één grote daad wil stellen is niets nieuws. In dat opzicht blinkt Slott niet uit in originaliteit. Bovendien gaan belangrijke figuren zelden dood in Marvel Comics, dus ongetwijfeld geneest Doc Ock binnenkort van zijn aandoeningen. Kwam de Green Goblin jaren na zijn dood niet opeens terug om zijn positie als grootste duivel in het Marvel Universum op zich te nemen?
Toch is het idee van sterfelijkheid interessant, vooral omdat Ocks aandoeningen zijn aangericht door alle gevechten die hij in het verleden heeft gevoerd met superhelden en superschurken. Een pak slaag van Captain America of Spiderman gaat je niet in de koude kleren zitten, blijkt maar weer. Wederom blijkt dat de acties in het Marvel Universum niet zonder consequenties zijn en dat maakt dit stripuniversum – tot op zekere hoogte – reëel. Dit gegeven zet meteen de knokpartij tussen de vaste criminele klanten van The Bar With No Name en Spidey & Daredevil in een ander licht. Wat zullen de schurken immers voor permanente schade oplopen van dit gevecht? Slott gaat overigens verder niet in op de repercussies van de matpartij die verder enkele vermakelijke dialogen tussen het webhoofd en de blinde advocaat met de hoorntjes bevat.Nog een minpuntje aan Slotts vertelling: Peter Parker merkt voor de zoveelste keer op dat webvloeistof duur is. Dit geintje hebben we sinds Brand New Day nu wel genoeg gehoord. Dat hij in dit verhaal zelfs om geld te besparen de bus neemt in plaats van supersnel door de stad te slingeren en daardoor te laat komt op het oefendiner van Mays trouwerij, is helemaal ver gezocht. Ondanks dit soort ongeloofwaardigheden en tekens van creatieve armoede zit het verhaal geramd in elkaar. De humor is scherp. Vooral wanneer Spidey en Human Torch samen op pad gaan, zijn de wederzijdse beledigingen niet van de lucht. Als vanouds dus. Sowieso geven de vele gastoptredens van andere helden van het Marvel Universum de comic het ouderwetse gevoel van een annual. En was nostalgie niet een van de redenen om deze comic op te pikken? Ik voelde me weer een tiener toen ik vrijdagmiddag in de zon in één ruk de 104 pagina’s tot me nam en ondertussen mijn cappuccino koud liet worden.
Psychiater
De rest van de comic is opgevuld met enkele korte verhalen en humoristische nepcovers. Van de korte verhalen is die van Stan Lee het meest opvallend. Hij laat Spidey naar de psychiater gaan omdat hij in een soort identiteitscrisis verkeert. Spiderman heeft in de bijna vijftig jaar dat hij rondslingert immers meerdere tijdelijke mutaties ondergaan. De conclusie van het verhaal, dat de psychiater zelf gek wordt van Spidey’s relaas is minder origineel dan we van Lee mogen verwachten, maar vooruit, de goede man wordt ook een dagje ouder. ‘My brother’s son’ is een ontroerend verhaal van Mark Waid waarin de relatie tussen oom Ben en Peter wordt uitgediept. De rest van de vulverhalen zijn niet echt boeiend en hadden net zo goed achterwege gelaten kunnen worden.Verse oude koek
Ondanks het plezier dat ik aan het hoofdverhaal van deze comic beleefde, maakt Amazing Spiderman #600 ook pijnlijk duidelijk dat alles wat erover Peter Parker te vertellen valt, al een keer of tien is verteld. De herkenbaarheid maakt dat het lezen van een Spidey-comic vertrouwde en nostalgische gevoelens bij me losmaakt. Aan de andere kant zijn het juist de herkenbaarheid en het gebrek aan vernieuwing die ervoor zorgen dat de rek een beetje uit dit spinnenweb is. Je kunt tante May laten trouwen met de vader van Jonah Jameson (ze trouwde jaren geleden overigens bijna met Doc Ock himself!), je kunt Peter koppelen aan een aantrekkelijke en bijdehandte huisgenote (niets soapachtig is Spiderman immers vreemd), je kunt het uiterlijk van Doctor Octopus drastisch aanpassen en je kunt Mary Jane aan het einde van de comic haar herintrede laten doen (waarmee de sexy huisgenote bij voorbaat geen schijn van kans heeft om Peter te veroveren). Het voelt allemaal bekend en, tja, een beetje sleets. Daar kan zelfs Romita jr., die het voor elkaar kreeg in iets meer dan een maand zestig prachtige pagina’s te tekenen, niets aan afdoen.Misschien word ik toch een dagje ouder. Toch twijfel ik er niet aan dat Spiderman langer op deze aarde zal rondkruipen dan ondergetekende (die ongetwijfeld gewoon stug blijft doorlezen. Kennelijk weegt de hang naar nostalgie zwaarder dan de wens naar originaliteit.) Daarom proficiat Webhoofd: op naar Amazing Spiderman 1200!
Lees ook: