Posts Tagged ‘Pulpman’

Zo maakt striptekenaar FRED DE HEIJ een strip | VEDA Dag 17 | Vlog 201

Saturday, August 17th, 2019

Striptekenaar Fred de Heij heeft een enorme staat van dienst in de stripwereld en is een van de beste Nederlandse tekenaars.

Hij tekende vroeger strips voor onder meer de Tina en tegenwoordig staan zijn strips onder andere in Eppo Stripblad. Fred tekende Haas en Claire DeWitt, een horrorwestern die hij maakte met Willem Ritstier. Ook tekende Fred zijn eigen blad Pulpman vol met heerlijke pulpstrips. Hij vindt het geen probleem om erotiek te tekenen en seks in zijn strips. Ik wilde Fred wel eens bezoeken in zijn atelier. Daar laat hij zien waar hij nu aan werkt en vertelt hij welke strips hij zelf graag leest. Ook hebben we het nog even over de ophef die zijn cover voor de stripglossy vorig jaar veroorzaakte bij kleingeestige lezers.

Meer Fred de Heij: https://www.instagram.com/fred.de.heij/

Vlog: Fritsenstein, onze nieuwe huisgenoot

Monday, June 11th, 2018

1001 nespressoverpakkingen wil graficus en letteraar Frits Jonker betekenen. Van een stapel verpakkingen maakte hij Frankenstein-portretten.

Daar kochten wij er eentje van in de pop-up store van de Stripdagen Haarlem. Een Fritsenstein dus, of een Frankenfrits.

Ik streef ernaar deze video’s in een take op te nemen, maar deze vlog bevat een cut. Tijdens het inpakken van Fritsenstein liep ik nog even met de camera door de pop-upstore, maar die opnames vond ik later niet zo boeiend en heb ik eruit geknipt. Zo kon ik meteen even vertellen dat het Pulpman Monster Magazine goed is verkocht op de Stripdagen.

Inmiddels hangt Fritsenstein bij ons op het toilet, als eerste lid van de toekomstige portrettengalerij:

Vlog: Heel veel Frankenstein in Pulpman Monster Magazine

Friday, June 1st, 2018

Soms worden er bijzondere en gekke dingen uitgegeven. Zoals het Pulpman Monster Magazine van uitgeverij Xtra, samengesteld door Frits Jonker, Ger van Wulften en Fred de Heij. Frankenstein much? Ja, maar nooit too much natuurlijk.

Pornostrips in Nederland

Thursday, April 19th, 2018

Onder de toonbank: Pornografie en erotica in de Nederlanden is een mooi uitgegeven en rijk geïllustreerd koffietafelboek. Een hoofdstuk gaat over pornostrips.

Volgens mij is dit het eerste, complete overzicht dat in Nederland over pornografie is verschenen, maar daar kan ik me vergissen. Aan de hand van meer dan 450 prachtige, opruiende en prikkelende illustraties vertelt Onder de toonbank de geschiedenis van de Nederlandse erotica en pornografie. Experts als Inger Leemans, Marita Mathijsen en Bert Sliggers nemen de belangrijkste bloeiperiodes van de Nederlandse en Vlaamse porno onder de loep. Thema’s als homo-erotica, lesbische seks en blanke slavinnen komen aan bod.

Wie net als ik is opgegroeid in het analoge tijdperk, zal vast enkele van de vele opgenomen seksblaadjes herkennen.

Stripwerk
En er is dus een hoofdstuk over pornografische strips. Daar was ik als stripliefhebber het meeste benieuwd naar, want eerlijk gezegd ben ik daar nagenoeg nog niets over tegengekomen in bestaande teksten en boeken over strips. Jos van Waterschoot, stripkenner en conservator Boekhistorische Collecties en Stripcollecties bij de Bijzondere Collecties van de UvA, schreef deze bijdrage. Van Waterschoot begint eerst met het definiëren van wat hij onder pornografische strips verstaat. Hij maakt hiervoor gebruik van een definitie die Hans Pols ooit in een artikel beschreef:

Erotische strips kenmerken zich in zijn ogen door karakterontwikkeling van de hoofdfiguren en het nadrukkelijk in beeld brengen van seksuele handelingen zonder expliciet te worden. Stripmakers in dit genre zoeken veelal aansluiting bij de traditie van erotische kunst en literatuur. Pornografische strips zijn herkenbaar doordat de seksuele handling centraal staat.

Pols: ‘Er is in pornografische strips niet of nauwelijks sprake van karakterontwikkeling of een persoonlijke visie van de maker. Het is pulp, prikkellectuur, harde porno […] met vaak een gewelddadige inslag en expliciete, gedetailleerd weergegeven seksscènes.’

Door deze definitie aan te houden, komen strips als die van Fred de Heij, Theo van den Boogaard en Milo Manara wel ruim aan bod in dit segment, maar bijvoorbeeld de reeks Rooie Oortjes niet, omdat daar nooit expliciete seks in voorkomt. Ook beeldverhalen van Dick Matena vallen buiten de bovengenoemde categorieën. Al trakteert Van Waterschoot de lezer wel op twee pagina’s uit Matena’s versie van Sneeuwwitje, die zich laat verwennen door de Zeven Dwergen.

Sneeuwwitje van Matena.

In de jaren zestig, zeventig en tachtig werden er in Nederland aardig wat pornostrips gemaakt en uitgegeven. Tekenaar als Willem (Bernard Holtrop), Theo van den Boogaard, Rob Peters en ook Jan van Haasteren waren enkele prominente makers. In Onder de toonbank kunnen we lekker veel van hun werk zien. Evenals prikkelende pulpcovers die vaak vertalingen van buitenlandse strips waren. Wel jammer dat het tekenwerk van De Heij soms is vergroot en daardoor onscherp is.

Illustratie: Fred de Heij.

Kuifjeseks
Een interessant fenomeen zijn de seksparodieën van bestaande striphelden zoals Asterix, Lucky Luke en natuurlijk Suske en Wiske. Mocht er in Donnie Darko nog discussie zijn over de vraag of Smurfen wel of geen geslachtsdelen hebben, de seksparodieën geven een duidelijk antwoord op deze kwestie.

Hoewel dit soort strips konden worden uitgegeven doordat ze parodieën zijn, en daardoor het copyright niet schenden van de rechthebbenden, is het opmerkelijk dat in Onder de toonbank een pagina is opgenomen waarin Kuifje neukt met Bianca Castafiore – de erven Hergé zijn namelijk al tegen publicatie van normaal Kuifjemateriaal in boeken, dus ik ben heel benieuwd hoe ze hier tegenaan kijken. Nu is Kuifje natuurlijk zo’n beetje het meest seksloze stripfiguur ooit, dus dat maakt parodieën extra grappig. In een Asterix-parodie wordt de bekende reporter zelfs anaal genomen door Kapitein Haddock. Deze parodie komt uit de studio van Ger van Wulften en werd getekend door Gerrit de Jager en Wim Stevenhagen.

Illustratie: Paul Schuurmans.

Penthouse Comix
Van Wulfen is sowieso verantwoordelijk voor veel pornografische strips. Hij bracht Penthouse Comix hier op de markt en samen met De Heij begon hij het blad Pulpman. Fred liet me laatst weten dat het doek voor dit eigenzinnige tijdschrift wel gevallen is, want men verdient er geen cent mee. Ik interviewde Fred voor de Playboy, omdat hij vrijwel de enige Nederlandse tekenaar is die zich nog met pornografische strips bezighoudt.

Fragment uit Pulpman.

Volgens Van Waterschoot is de komst van het internet een van de belangrijkste redenen waarom er (bijna) geen nieuwe strips in dit genre gemaakt worden. Nu verscheen De Schakelaar van Manara in 2017 wel integraal, dus liefhebbers hou je. En het internet biedt juist ook weer kansen voor de strip in het algemeen en pornostrips in het bijzonder. Ik hoop dat dus dat de pornografische strip binnenkort een opleving zal hebben, want dat hoofdstuk in Onder de toonbank smaakt naar meer.

Overigens is dit koffietafelboek verschenen naar aanleiding van de expositie Porno op papier. Taboe en tolerantie door de eeuwen heen die is te zien in Museum Meermanno in Den Haag van 22 maart tot en met 24 juni 2018.

Onder de toonbank: Pornografie en erotica in de Nederlanden.
Uitgeverij Van Oorschot, €49,99.
ISBN 978902820359

Freds Frans en Suzanne

Wednesday, January 18th, 2017

fred-de-heij-haarlem-2010Bladerend door een oude fotomap kwam ik deze foto tegen die ik tijdens de Stripdagen Haarlem 2010 maakte van een tekening van Fred de Heij. Suzanne zit op de rug van Frans, twee personages die De Heij vaker gebruikt in zijn erotische strips. Ik ben trouwens benieuwd wanneer er een nieuwe Pulpman uitkomt.

Toen ik deze foto maakte draaide ik tijdens die sessie onderstaande video van Fred in actie:

Afdalen in de wereld van undergroundstrips

Thursday, June 9th, 2016

Had ik je al gezegd dat ik me deze editie van de Stripdagen Haarlem prima vermaak? Nee, nou ik vermaak me prima. Woensdag bezocht ik enkele tentoonstellingen waaronder Underground in beeld: Van Pontiac to Guthrie.

De Vishal.

De Vishal.

Fijn aan deze editie van de Stripdagen Haarlem is dat het festival tien dagen duurt. Doordeweeks is van alles te doen, maar nog belangrijker: de meeste tentoonstellingen zijn ook te bezichtigen. Iets waar ik afgelopen weekend helemaal niet aan toekwam vanwege de opening van de expositie over motion comics en mijn Strip Talkshow. Daarom was ik woensdag in Haarlem in de Vishal om de hoofdtentoonstelling over undergroundstrips eens goed te bekijken.

Bij binnenkomst trof ik festivaldirecteur Tonio van Vugt aan, die achter de balie wat aantekeningen maakte. Een artistiek directeur die zijn gezicht goed laat zien in de binnenstad van Haarlem. Terwijl ik rondliep verplaatste hij nog met een van de medewerkers van de Vishal een van de vitrines. Van Vugt is lekker hands-on bezig dus.

underground-inkt-balloenunderground-onbegrijpelijke-verhalen

De tentoonstelling Van Pontiac tot Guthrie leidt de bezoeker van het eerste undergroundblad in Nederland – het tijdens de bezetting door de Toonder Studio’s verspreide tijdschrift Metro – naar legendarische tijdschriften als Aloha, Tante Leny Presenteert en Modern Papier, en via vergeten helden als Mark Smeets en Flip Fermin naar hedendaagse undergroundtekenaars als Charles Guthrie, Maia Matches, Bobbi Oskam en Ibrahim R. Ineke.

Minneboo met Pontiacs strippersonage Gaga. Dit prachtige Gaga-beeld is gemaakt door Maia Matches.

Minneboo met Pontiacs strippersonage Gaga. Dit prachtige Gaga-beeld is gemaakt door Maia Matches.

Nu ben ik zelf redelijk bekend met het verleden van de Nederlandse undergroundstrip, dus ik was niet verbaasd bovenstaande titels aan te treffen. Een centrale plek is er voor Peter Pontiac, die ook wel de godfather van de undergroundstrip wordt genoemd. In 2015 overleed hij, maar vergeten is hij gelukkig nog lang niet.

Maar, zoals de tentoonstelling duidelijk maakt, was Pontiac niet de enige die zich begaf in de duistere krochten van de undergroundstrip. Het was leuk om alle smallpress-uitgaven in de vitrines te zien van allerlei verschillende makers die tot deze groep behoren of behoorden. Zoals Joost Swarte die het blad Modern Papier in het leven riep.

underground-modern-papierunderground-gummi

Een rukkende Hans uit 'Ans en Hans' van Theo van den Boogaard.

Een rukkende Hans uit ‘Ans en Hans’ van Theo van den Boogaard.

Wie is underground?
Interessant vind ik dan ook de keuze die men heeft gemaakt om de hedendaagse underground weer te geven. Want, is er in Nederland nog sprake van een underground scène? ‘Ja’, luidt het antwoord. Al is die minder duidelijk dan pakweg dertig jaar geleden. Veel wordt immers online gepubliceerd en wie wel of niet bij underground hoort, hangt een beetje af van hoe je die term definieert.

Het verleggen van grenzen is een van de definities die de samenstellers hanteren. Een mooi uitgangspunt waar Guthrie, Oskam en Ineke zeker onder vallen.

The Jimi Hendrix Experience door Theo van den Boogaard.

The Jimi Hendrix Experience door Theo van den Boogaard.

Ik zelf denk aan underground ook aan een blad als Pulpman van Fred de Heij. Een stripblad dat met liefde voor de strip in elkaar wordt gezet door een klein team. Een blad dat nagenoeg onbekend is bij het grote publiek. Of eigenlijk bijna bij ieder publiek. Maar dat geldt natuurlijk niet voor De Heij zelf, want die is veel te bekend in de stripwereld om als underground stripmaker bestempeld te kunnen worden. Iemand als Charles Guthrie past wel in die definitie, want hij is eigenlijk een goed bewaard geheim en past dus prima in de expo thuis.

Hoewel ik geen fan ben van Guthries werk an sich – zijn strip Tomaat in Schokkend Nieuws kan mij niet bekoren – waardeer ik het vakmanschap in zijn illustraties wel.

Stripplaatje van Charles Guthrie.

Stripplaatje van Charles Guthrie.

Ook het album The White People van Ibrahim R. Ineke is een fascinerende strip, maar niet heel toegankelijk. Je moet daar echt je best voor doen om het verhaal te doorgronden. Underground? Zeker! Maar ik heb toch meer met het werk van Pontiac, Van den Boogaard en Marcel Ruijters. Maar dat is ook mooi aan een stripfestival als Haarlem, dat je lekker kunt snuffelen en ruiken aan strips die vreemd voor je zijn. Soms tref je zo iets aan wat een nieuwe liefde van je wordt en vaak weet je weer beter wat je wel en niet leuk vindt om te lezen. In beide gevallen een waardevolle ontdekking.

Toch liet de vraag van hoe de undergroundstrip er tegenwoordig uitziet, me niet los toen ik de Vishal weer uitliep woensdagmiddag. Het is een vraag die verder onderzoek vraagt, wat mij betreft. Niet in de laatste plaats omdat ik graag de aandacht vestig op onbekende beeldverhalen die mijns inziens wel een publiek verdienen. Wie zich tot die vraag voelt aangetrokken moet zeker even de Vishal bezoeken in de komende tijd.

Van Pontiac tot Guthrie is nog t/m zondag 3 juli 2016 te zien.

Exclusief voorproefje van Pulpman #18

Wednesday, May 18th, 2016

Pulpman, het stripblad van Fred de Heij, Esther Gasseling en Ger van Wulften, kortom de mensen van uitgeverij Xtra, heeft al jaren mijn striphartje gestolen. Begin juni ligt eindelijk nummer 18 in de winkel. Hier alvast een voorproefje.

Cover-Pulpman-18Eigenlijk is Pulpman het laatste echte stukje underground strip in Nederland. Het wordt gemaakt door slechts een handjevol mensen die vooral met passie voor strips, pulp en andere visuele lekkernijen iedere keer veel moeite doen om weer een nieuwe Pulpman te maken. De Heij, de sneltekenaar van Nederland, heeft dit keer maar liefst 117 pagina’s strip getekend. (117 dus! Honderdzeventien!).

En naar wat ik daarvan gezien heb, zijn deze weer even smakelijk als altijd. Een groot deel van dat aantal behoort tot de strip Roca Verde, Freds vervolg op De schuilplaats dat 500 pagina’s lang moet worden. Een vraag die daarin wordt gesteld en wordt beantwoord is waar Pulpman eigenlijk voor staat. Ook is het deels een metaverhaal over het maken van een goeie strip. En daar heeft Fred natuurlijk wel een mening over. Eentje die hij overigens geregeld in zijn columns voor Stripnieuws ook laat horen.

Pulpman_detail

Verder in dit nummer onder andere de coproductie van Fred met Frits Jonker (het vervolg van Het koffertje), plus twee nieuwe samenwerkingen: met Anton Bedding en met de Vlaming Rudi Coel.

Geen porno!
Ik sprak Esther Gasseling van de week over deze nieuwe Pulpman en zei vertelde dat we ook dit nummer weer veel seks mogen verwachten. Fred ziet deze scènes overigens niet als pornografie.

Esther:

‘Toen ik het daar onlangs met hem over had, zei Fred: “In bijna alle definities van het woord pornografie gaat men ervan uit dat de bedoeling is de kijker/lezer seksueel te stimuleren. In mijn Pulpman-werk ben ik expliciet, maar het seksueel prikkelen is nooit mijn bedoeling. Wat dan wel? Humor.” ‘

Grappig, want dat blijft een van de dingen waar Fred en ik het niet over eens zullen worden. Zijn intentie is wellicht humor en de seksscènes zijn zeker grappig. De meeste officiële pornografie heeft natuurlijk iets van humor, want standaard porno is vaak zo grotesk dat het op de lachspieren werkt. Hoe leuk de seks in Pulpman ook is, de tekeningen an sich weten ook te prikkelen vind ik. Dus of het nu de bedoeling van de maker is of niet, de tekenpen van Fred is zo vakkundig dat de mooie vrouwen die hij tekent en de dingen die zij doen, zeker wel een stimulerende werking kunnen hebben.

pulpman-18-KoffertjeHier nog even de gehele inhoudsopgave, om je alvast een beetje lekker te maken:

INLEIDING
FRED DE HEIJ
Waarin Pulpman zich afvraagt waar zijn blad eigenlijk precies voor staat.

SNUFFELSTAGE
FRED DE HEIJ
Welke stagiaire mag tijdens de komende Pulpman-vergadering haar ideeën komen pitchen? Birgit, Amber of Miriam? De proefopdracht zal het uitwijzen.

pulpman-Vampirella_introVAMPIRELLA
FRED DE HEIJ
Bob Jusko jaagt op groot wild. En zij is zijn gevaarlijkste prooi ooit: Vampirella.

DE REDACTIEVERGADERING
FRED DE HEIJ
Hoofdredacteur Pulpman bespreekt het komende nummer met de rest van de redactie: Kapitein Rob, Groenhaar, Max Havelaar en Giulia, plus de andere bemanningsleden van het ruimtestation… eh… eiland Roca Verde.

pulpman-Kapitein-Rob

DE EERSTE KEER
DAV GUEDIN
Voorpublicatie van De eerste keer: openhartige verhalen van Dav Guedin over meisjes, gierende hormonen, onwennige intimiteiten, onhandig gedoe, allerhande geëxperimenteer en een geliefde die een onuitwisbare indruk maakte: Lulu.

HET KOFFERTJE (2)
FRITS JONKER & FRED DE HEIJ
Na het koffertje met 78 onbekende opnames van de Beatles levert een rondje langs het huisvuil opnieuw iets op: de vondst van de eeuw.

DE BEUL
BEN VRANKEN
In zijn confectieatelier De Beul hanteert pastoor Herman het evangelie als verdienmodel. Het paradijs lonkt immers alleen voor wie noeste arbeid verricht. En daar kun je niet jong genoeg mee beginnen.

ROCA VERDE (vervolg)
FRED DE HEIJ
Corruptie en spionage. Verdeel en heers. Overwerk en overspel. Op zoek naar de politiemol als tipgever van de criminele Osborn-bende sneuvelt er weleens een slipje. Dit en meer stinkende zaken in het uitgebreide Pulpman-feuilleton Roca Verde.

NATTE MAAN
SOPHIE CAMBELL
Fragment uit Gisteren is niet meer: het zesde deel uit de Natte Maan-reeks, waarin Audrey uit de kast komt, gek wordt van de zorgen om haar comateuze vriendin Trilby en heeft gefaald als oppas…

DE BIECHT
RUDI COEL & FRED DE HEIJ
Een priester in gewetensnood gaat te biecht bij een collega over de ongebruikelijke biecht van een uitzonderlijke vrouw in zijn parochie.

LIEBESTOD
ANTON BEDDING & FRED DE HEIJ
Johnny Rowdan was een crimineel van het zuiverste water, die ijskoud carrière maakte over de rug van anderen. Maar toen er liefde in zijn leven kwam, knapte er iets.

EN VERDER O.A.

Rudi Coel over het genre van het erotische korte verhaal. “Omdat schrijven over seks letterlijk opwindend is en omdat seks altijd zoveel meer is dan seks.”

Preview van het derde deel (en slot) van Claire DeWitt: De vader, de dochter & de duivel door Willem Ritstier en Fred de Heij.

De coming out van Sophie (voorheen Ross) Campell als transgender.

PULPMAN #18
Fred de Heij & anderen
130 pag. (€ 14,90) · ISBN 978-94-90759-85-8
Uitgeverij Xtra
Verschijningsdatum: 4 juni (Stripdagen Haarlem)

Spidey’s web: Waarom ik fan ben van Spider-Man

Monday, August 17th, 2015

Recent werd me gevraagd waarom Spider-Man mijn favoriete stripheld is. Hier is het antwoord.

Axel Watteuw heeft op Geekster.be de rubriek Uit de kast. Hierin gaan verzamelaars helemaal los over hun kleinoden. Hij vroeg of hij mij ook wat vragen mocht voorleggen. Dat vond ik prima natuurlijk, ook al voel ik me geen verzamelaar in de strikte zin des woords. Uiteindelijk is het dan ook een gesprek over Spider-Man geworden dat hier in zijn geheel te lezen is.

Michael_en_spiderman

Een belangrijke vraag die Axel stelde is: Wat trekt jou aan in Spider-Man?

Laat ik eerst een andere spreker hierover aanhalen.

spider-man straatroofGevraagd naar wat Spider-Man nu zo anders maakt dan andere superhelden, antwoordde Roger Stern ooit: ‘Spider-Man is both the cool guy and the outcast – often at the same time. An his powers are crazy weird! He sticks to walls. He skitters around on the ceiling. And he’ll suddenly drop down in front of the bad guys, hanging upside down on a single strand of webbing – all while making fun of them. Spider-Man is the original bad-luck kid. He learned the hard way that he had to use his powers responsibly and is pretty driven. But at the same time, he has a lot of fun with his powers. And that mix of angst and zaniness is what makes Spider-Man an original.’ (Roger Stern, The Spectacular Spider-Writer geschreven door George Khoury).

Nu is Stern een van mijn favoriete Spider-Man-schrijvers ooit, dus ik luister graag naar de man. Zijn uitspraak somt in een notendop op wat voor mij de aantrekkingskracht van dit personage is. Sterker nog: Spider-Man is mijn favoriete fictieve personage ooit. Punt.

In een artikel voor Pulpman in 2011 schreef ik wat volgens mij de charme van Spider-Man is, dat zijn kwetsbaarheid hem menselijk en zo populair maakt. In het interview met Axel geef ik een persoonlijker antwoord op de vraag waarom Spidey mijn favoriete personage ooit is:

Peter Parker 45Het korte antwoord: Peter Parker. Hij is een feilbaar mens, zoals jij en ik. Ondanks het feit dat hij superkrachten heeft, is zijn leven er niet makkelijker op geworden. Sterker nog: ik denk dat Peter uiteindelijk misschien wel gelukkiger was geweest als hij nooit Spider-Man was geworden. Peter is een prachtig mens, iemand die altijd het goede probeert te doen, ook al kost het hem op persoonlijk vlak heel veel. Zijn vrienden en familie lijden direct en indirect onder het feit dat hij Spider-Man is, toch kan hij zijn webschieters niet aan de wilgen hangen. Goed, zo nu en dan wordt het hem te veel en neemt hij afstand van het Spider-Man zijn, maar dat is altijd van korte duur. Peter geeft nooit op: zelfs als hij een vijand tegenover zich heeft die een paar maten te groot voor hem is, probeert hij deze toch te verslaan. Hij weet immers dat hij met zijn krachten een verantwoordelijkheid heeft jegens andere mensen en zijn geliefden.

mary-janeDaarbij heeft Spider-Man een fantastische supporting cast. Zijn Tante May is een interessante vrouw en in de loop der jaren verandert ze van een fragiele bejaarde naar een stoere vrouw op leeftijd. En dan heb je natuurlijk Mary Jane Watson, zijn grote geliefde. In tegenstelling tot iemand als Lois Lane, weet Mary Jane zichzelf vaak te bevrijden als ze ontvoerd wordt. Zij is een mooi en positief rolmodel vind ik. Aantrekkelijk, slim en stoer.

En daarnaast is Spider-Man gewoon een heel grappige figuur. Een stand-up comedian bijna, want tijdens de gevechten slaat hij zijn vijanden net zo goed om de oren met grappige opmerkingen en komische beledigingen als met zijn vuisten.

Interessante stripvragen tijdens blogcollege

Friday, November 29th, 2013

Woensdag 27 november stond ik tweemaal in een collegezaal vol met journalisten in opleiding over mijn ervaringen als blogger te praten. Dat heb ik wel vaker gedaan, maar het blijft iedere keer erg leuk om te doen.

Minneboo in actie. Foto: Kirsten Vos.

Minneboo in actie. Foto: Kirsten Vos.

Omdat ik altijd een Q&A doe, is het iedere keer een verrassing welke vragen de studenten zullen stellen. Er zaten dit keer enkele opvallende stripgerelateerde vragen tussen. Eentje verraste me, maar beantwoordde ik graag: Wat vind ik zo fascinerend aan strips? Gelukkig heb ik het antwoord al eens gepubliceerd.

Een andere vraag was waarom ik tijdens mijn verblijf in Amerika niet over strips had geschreven. Het antwoord daar op is dat ik toen eigenlijk niet met strips bezig was. Ik was achttien en negentien toen ik in Berkeley woonde. Net vers van de middelbare school af en nog steeds aan het dromen van een carrière in Hollywood. Als Spielberg Jr. droeg ik altijd een baseballcap van de New York Yankees. En die baard wilde ook al aardig groeien. Helaas bleek de filmacademie in Amerika een te dure opleiding, waardoor ik mijn geluk in Nederland ging beproeven. Pas later besloot ik stripjournalist te worden. Hoewel ik al eerder stukken over het beeldverhaal had geschreven voor onder andere Myx stripmagazine en online al actief was als stripblogger, besloot ik pas na mijn vertrek bij Intermediair in 2008 om me volledig op dit onderwerp te richten als freelance journalist.

Nog een stripgerelateerde vraag: of ik zelf ook strips wilde maken. Een begrijpelijke vraag en het antwoord daarop is niet eenduidig. Een tijd geleden heb ik een scenario geschreven voor Fred de Heij dat in een Pulpman is gepubliceerd. Ook schreef ik samen met Matt Baaij een animatiereeks over Bunbun voor Intermediair. Ideeën voor verhalen komen altijd wel in me op, en ik heb ooit een opleiding scenarioschrijven gevolgd, maar vooralsnog heb ik weinig tijd gehad om me op fictie te storten. Wie weet wat de toekomst op dat vlak nog in petto heeft. Al ben ik geen stripjournalist die liever stripmaker had willen worden.

Uiteraard werden er ook heel veel vragen gesteld over het bloggen. Bekende vragen als: Waarom heb je voor deze lay-out gekozen? Heeft het blog nog werk opgeleverd? Hoeveel tijd besteed je per week aan het bloggen? Hou je rekening met een doelgroep? Hoe zorg je voor afwisseling op je blog? Kun je ervan leven? Etc., etc. Aangezien ik al deze vragen al eens op een bepaalde manier beantwoord heb in de rubriek Bloggen op mijn site, ga ik daar nu niet de antwoorden van herhalen. En wie geen zin heeft om ernaar te gaan zoeken (foei!) raad ik aan om de volgende keer bij het college te komen zitten. Da’s ook wel zo gezellig.

Na afloop van het college sprak een fervente fan van Ype Driessen me nog even aan om te vragen wanneer ik Ype eens ging interviewen. Dat is tijdens de Stripdagen in 2009 al gebeurd. Ook leuk: een Dr. Who-fan kwam ook nog even naar me toe. Samen hebben we even lopen nerden over de spectaculaire jubileumuitzending van afgelopen zaterdag.

Fred de Heij krijgt de Stripschapprijs 2014

Sunday, November 24th, 2013

Bij sommige berichten zeg ik: beter laat dan laat maar. Fred de Heij krijgt eindelijk de Stripschapprijs. En dat is natuurlijk meer dan terecht. De liefhebber van goedgetekende strips in een realistische stijl en erotische strips met een knipoog kent het werk van Fred de Heij natuurlijk al, toch plaats ik hier integraal het persbericht dat het Stripschap zondag 24 november naar buiten bracht. Gefeliciteerd, Fred!

Zelfportret van De Heij op de cover van Vintage.

Zelfportret de Heij op de cover van Vintage.

De winnaar van de Stripschapprijs 2014 is behalve stripmaker ook schilder en illustrator. Fred de Heij (Amsterdam, 1960) studeerde in 1983 af aan de Gerrit Rietveld Academie. Hij vond werk als illustrator van kinderboeken, waaronder Bolke de beer, maar het boeide hem niet. Hij pakte vervolgens zijn oude jeugdliefde op, het striptekenen, en met een aantal eigen probeersels tekende hij vanaf 1990 korte en langere verhalen voor de tijdschriften Donald Duck, Tina, Taptoe, Kuifje, Wordt Vervolgd en Penthouse Comix. Daarnaast begon hij ook meer en meer te experimenteren met ‘underground’-strips, satirische en erotische verhalen waarin de invloed van de Italiaanse tekenaar Milo Manara goed te zien is.

Phinny Prentice.

Phinny Prentice.

Nadat hij aan het eind van de jaren negentig de strip Filo, over een gewelddadige clown, in eigen beheer had uitgebracht, kwam hij in contact met uitgeverij Xtra van Ger van Wulften, die vanaf dat moment zijn vaste uitgever werd. In 2005 maakte hij de erotische thriller Afgezaagd en vanaf 2009 verschenen 15 nummers van het tijdschrift Pulpman, een erotisch satirisch pulpblad dat vrijwel geheel door Fred de Heij werd volgeschreven en getekend. Daarin rekende hij af met Bolke de beer in de sarcastische dierenstrip ‘t Landje, liet hij de anti-western herleven in De schuilplaats en maakte hij korte metten met Amerikaanse striphelden als Rip Kirby en Batman.

Ondertussen had hij het schilderen ook weer ontdekt, wat goed te zien is aan de prachtig geschilderde hommages aan de oude pulpcovers die hij voor het tijdschrift Pulpman maakte. Diverse strips uit Pulpman werden naderhand in boekvorm uitgegeven door Xtra. In 2012 voegde Fred de Heij daar ook nog eens de direct voor album gemaakte thriller Phinny aan toe.

De cast van haas geschilderd door Fred de Heij. Helemaal links: Haas, de blonde van Donkersloot in het midden.

De cast van haas geschilderd door Fred de Heij. Helemaal links: Haas, de blonde van Donkersloot in het midden.

In 2009 verbaasde Fred de Heij vriend en vijand met een nieuwe strip voor het stripblad Eppo. De serie Haas, op tekst van uitgever en hoofdredacteur Rob van Bavel, is één van de nieuwe strips in dit om nostalgische redenen opnieuw gestarte tijdschrift. Haas is een oorlogsstrip die zich afspeelt in het Brabant van de Tweede Wereldoorlog. De hoofdpersoon Haas is de leider van een verzetgroep, die zich met hand en tand tegen de Duitse bezetter verzet. Maar de dreiging komt niet alleen van buiten. De spanningen binnen de groep, de verleiding van het geweld en het leven in een tijd van grote leugens zijn belangrijke thema’s.

Vintage_spread

De realistische stijl waarmee Fred de Heij deze emotionele actiestrip neerzet, is een belangrijk onderdeel van het succes. Door jarenlang pulpstrips te tekenen, heeft hij een vanzelfsprekende striptaal ontwikkeld, waarin expressief geacteerd wordt. Het zijn niet alleen de gezichtsuitdrukkingen van De Heij die aanspreken; zijn hele vertelstijl, de decoupage van de pagina’s waar hij zich van de schrijver vrijelijk mee mag bemoeien, hoe het ene moment in het andere overvloeit, laat zien dat we hier met een stripmaker van internationale allure te maken hebben. Soms zien we invloeden van buitenlandse pulptekenaars als Milo Manara, Jordi Bernet en Sergio Bonelli, die De Heij ook inderdaad bewondert. Maar net als deze tekenaars grijpt hij regelmatig terug op de oude meesters, zoals Alex Raymond, Milton Caniff en Will Eisner. Fred de Heij is een toegewijde tekenaar, die de ‘roots’ van zijn vak kent en er inspiratie uithaalt.

pulpman_15Als we met die ogen terugkijken naar het tijdschrift Pulpman is vooral ook te zien dat het een plek was waar De Heij naar hartelust heeft kunnen experimenteren, zijn vaardigheden heeft kunnen bekwamen en vooral ook tempo heeft leren maken. Want wie een succesvol tekenaar wil zijn, moet regelmatig met nieuw werk komen. Voor dat laatste hoeven we bij Fred de Heij niet bang te zijn. In het afgelopen jaar heeft hij met schrijver Willem Ritstier gewerkt aan een nieuwe horrorwestern voor een groot publiek, tekende hij de documentairestrip Peking – Oorlog in de diplomatenwijk naar aanleiding van zijn gelijknamige tentoonstelling in het Nationaal Archief en loopt vanaf november het vijfde avontuur van Haas in het stripblad Eppo met als titel Dodenlijst.

Daarnaast heeft De Heij ook het schilderen weer ontdekt. In zijn atelier in Zaandam tekent hij portretten en landschappen. In 2010 werkte hij mee aan het televisieprogramma Sterren op het doek van Hanneke Groenteman. Ook zijn satirische kant is niet verdwenen. Voor het Nederlandse tijdschrift Mad maakte hij een vlijmscherpe ‘spoof’ van het televisieprogramma Voetbal International en in Pulpman 11 haalde hij Matthijs van Nieuwkerk en De wereld draait door onderuit.

De commissie van de Stripschapprijzen roemt met Fred de Heij een stripmaker pur sang. Een expressieve tekenaar die alle middelen die de realistische tekenaar ter beschikking staan gebruikt om de lezer mee te slepen in zijn verhaal. Hij is een unieke tekenaar met een eigen stem, die desondanks goed in staat is om op scenario van een ander te werken. Op die manier heeft hij in de afgelopen vijf jaar een voor Nederland ongekend œuvre opgebouwd.

Beknopte bibliografie van Fred de Heij
1995 Don’t Panic (scenario: Martin Leijen) t.g.v. 50 jaar Verenigde Naties

1997 Magische gebeurtenissen

2001 Frans en Suzanne maken het goed

2006 Afgezaagd

2008 ‘n Net meisje

2008 De Zeemeeuw

2008 Spaanders

2010-heden Haas (scenario: Rob van Bavel)

2010 ‘t Landje

2010 Vintage

2011 Phinny – Rendez-vous

2012 Confessions (in 2013 in het Nederlands uitgebracht als Biechten)

2012 De schuilplaats

2014 Peking – Oorlog in de diplomatenwijk

Strike en Stroke bieden podium voor Vlaams striptalent

Thursday, October 17th, 2013

Op 19 en 20 oktober te Facts in Gent en op 26 oktober op het stripfestival van Breda stelt de Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde aan pers en publiek twee nieuwe striptijdschriften voor, namelijk Strike en Stroke.

(Klik op de plaatjes voor de grotere versie.)

(Klik op de plaatjes voor de grotere versie.)

Strike is een magazine dat zich zal richten tot het hele gezin, in de traditie van de Robbedoes en Kuifje-weekbladen, terwijl Stroke bedoeld is voor de meer gevorderde Stripliefhebber.

‘De mogelijkheid tot voorpublicatie is de laatste jaren weggevallen door het verdwijnen van de striptijdschriften. Dit is bijzonder funest voor de jongere auteurs, die daardoor onvoldoende kansen krijgen om hun talent kenbaar te maken aan het grote publiek. Om hieraan te verhelpen heeft de Stripgilde (een vakvereniging die de belangen van stripauteurs, tekenaars en scenaristen behartigt ) nieuwe mogelijkheden gecreëerd. Uniek aan deze magazines is dat er nooit eerder een brug werd geslagen tussen de traditionele strip en de ‘graphic novel’ strips. Met een frisse mix van bekende en minder bekende auteurs biedt de Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde voor het eerst in het Nederlands taalgebied een platform van zowel auteursstrips als familiestrips. Met de twee magazines, Strike en Stroke, neemt de Stripgilde de strip ook mee in de 21ste eeuw door af te stappen van het klassieke papieren concept en exclusief digitaal voor tablet (o.a. iPad en Samsung Galaxy tab) uit te geven via de app van ABOMENTUM,’ aldus Rik Dewulf, secretaris van de Stripgilde.

Stripbladen in Nederland

Cover van Oogst #3

Cover van Oogst #3

Daar heeft Dewulf natuurlijk een punt. Ook in Nederland is de mogelijkheid tot voorpubliceren zeer beperkt, want weinig echte volbloed stripbladen. Je hebt hier Eppo, maar daar worden toch vooral gevestigde stripmakers gepubliceerd. Relatieve nieuwkomer Marissa Delbressine die de strip Ward tekent op het scenario van Willem Ritstier is hiervan de uitzondering op de regel. Delbressine is overigens een van de drijvende krachten achter Strips2Go, een nieuw stripblad dat recent is gelanceerd en waarvan iedere maand een nummer verschijnt. Dit stripblad biedt nieuw talent wel een podium, daarnaast staan er columns en interviews in. De schrijvers en tekenaars worden betaald uit de opbrengsten van Strips2Go.

Natuurlijk heb je nog een blad als Zone 5300 dat ook nieuw talent een kans geeft. Het aantal strippagina’s in dit magazine over strips, cultuur en curiosa is echter beperkt. Bovendien geeft de Zone-redactie de voorkeur aan meer alternatieve strips en valt de mainstream buiten de boot en levert een publicatie in de Zone geen rode cent op. Dan springt Oogst me nog te binnen: het blad wordt gemaakt door studenten Comic Design van ArtEZ en is vooral een showcase van hun talent en vorderingen.

pulpman_15Je hebt natuurlijk ook nog Stripnieuws van Stripschap. Daar staan naast artikelen ook strips in, maar de makers ervan zijn toch vooral gevestigde namen. En het onregelmatig verschijnende Pulpman van uitgeverij Xtra niet te vergeten. Hoewel dat voornamelijk gevuld wordt met strips Fred de Heij en buitenlandse strips, staat de redactie wel open voor inzendingen van Nederlands striptalent. Helaas betekent publicatie geen inkomsten voor de makers. En dat is wel het geval bij de bladen van het Stripgilde. Omdat er geen drukkosten zijn komen de inkomsten van de bladen zo goed als geheel in de portemonnee van de stripmakers.

Ik ben daarom blij met initiatieven als Strike en Stroke en vraag me een beetje af waarom een dergelijk project niet geïnitieerd is door toenmalig intendant Gert Jan Pos. Goed, die heeft twee boeken uitgebracht met verstrippingen, maar had een deel van het subsidiegeld niet ingezet kunnen worden voor het opzetten van een degelijk nieuw stripblad dat eventueel digitaal uitgegeven zou worden? Aan een magazine waarin striptalent de kans krijgt om te stralen dat met regelmaat uitkomt heb je immers veel meer dan twee boeken vol éénpaginaverstrippingen die maar aan moment aandacht vragen. Bovendien was één zo’n boek wellicht wel voldoende geweest.

Oud & nieuw talent
Nog even over Strike en Stroke. Elk magazine zal tweewekelijks verschijnen, waarbij om de week ofwel Strike ofwel Stroke zal verschijnen. Per nieuw nummer worden ongeveer 40 pagina’s aangeboden, waarbij de inhoud gevuld wordt door zowel doorwinterde en gelauwerde auteurs zoals Steven Dupré (Bronzen Adhemar 2011), Kristof Spaey, Marcel Rouffa en Marc Legendre (Bronzen Adhemar 2013) alsook aanstormend talent zoals Delphine Frantzen (studeerde af aan Sint-Lukas te Brussel in 2012), Pieter Rosseel en Isabelle Baele (Syntra 2013).

Tablet & Apps
Naast het unieke platform voor stripauteurs zijn de Abomentum app en Strike/Stroke gericht op elk mogelijk publiek dat beschikt over een tablet. De app is beschikbaar voor zowel tablets met het IOS besturingssysteem (in de Apple Store) als het Android besturingssysteem (In de Google Play Store). De Abomentum app is gratis te downloaden en de lezer krijgt de keuze hoe hij Strike of Stroke wil aanschaffen. Een los nummer voor de schamele prijs van €2,99 of een van de abonnementsformules waarbij fikse kortingen zijn te verdienen.

Ambitieuze plannen. Je begrijpt natuurlijk dat ik de makers van Strike & Stroke van harte geluk wens met hun initiatief.

Daily Webhead Video: Fred de Heij tekent

Monday, December 24th, 2012

vintage_coverHet wordt tijd dat Fred de Heij eens de Stripschapprijs krijgt. Hij heeft immers al een behoorlijke staat van dienst en produceert nog steeds in een helse sneltreinvaart de ene strippagina na de ander. De Heij is een van de beste striptekenaars van de Lage Landen én een van de weinige die in een realistische stijl tekent. Naast Haas, geschreven door Rob van Bavel en gepubliceerd in Eppo, schildert en tekent Fred per jaar nog een album of wat waar hij zelf het verhaal voor schrijft, vaak voorgepubliceerd in zijn eigen underground stripblad Pulpman.

Avonturenstrip, meidenverhaal, porno of sociale satire zoals in ‘t Landje: De Heij draait zijn hand er niet voor om. Een zoveelzijdig stripmaker mag best eens in het zonnetje worden gezet. Ook al weet ik dat De Heij niet maalt om prijzen, ik heb het idee dat hij allang aan de beurt had moeten zijn wat de Stripschapprijs betreft.

Jammer dat het alweer een tijdje stil is op zijn blog. Fred deelde daar zijn visie op de strip, toonde tekeningen en schetsen. Ik vernam laatst van Ger van Wulften dat Fred binnenkort op het blog van uitgeverij Xtra verder zal gaan schrijven.

In deze aflevering van Daily Webhead zie je De Heij aan het werk. Tijdens de Stripdagen Haarlem dit jaar zat hij twee dagen druk te tekenen en signeren voor zijn fans. Dit is een van de tekeningen die hij daar maakte, een scène uit het eerder dit jaar verschenen De Schuilplaats. Ik heb het beeld niet versneld om tijd te winnen: ik wilde juist de verschillende fasen van die tekening duidelijk laten zien. Kijk hoe De Heij met een paar lijnen uit zijn kroontjespen een hele setting suggereert.

Bekijk de HD versie op Vimeo.

Pulpman!
pulpman_15Ondertussen is recent ook Pulpman #15 uitgekomen. We hebben er wat langer op moeten wachten dan normaal, maar hij is dan ook extra dik. Fred verdiept zich dit keer in de hentai – Japanse stripporno – en poogt in die stijl zijn eigen verhaal te vertellen. Ook interessant is het korte stripverhaal dat Willem Ritstier schreef: Who is afraid of black? Ik hoop dat Ritstier en De Heij deze zes pagina’s zullen gebruiken als springplank voor een heel album, want volgens mij valt er nog veel meer over dit schilderij te vertellen.

Ook zien we in deze Pulpman het eerste deel van Ezra: Duivel baart duivel van Luke Zwanziger (scenario) en Shanna Paulissen (tekeningen). Een occulte western, doorspekt met demonen, exorcisme en visioenen. Zie voor meer informatie de site van Uitgeverij Xtra.

De muziek in deze Daily Webhead is als vanouds door Marco Raaphorst gecomponeerd en uitgevoerd.