Categories
Strips

Afdalen in de wereld van undergroundstrips

Had ik je al gezegd dat ik me deze editie van de Stripdagen Haarlem prima vermaak? Nee, nou ik vermaak me prima. Woensdag bezocht ik enkele tentoonstellingen waaronder Underground in beeld: Van Pontiac to Guthrie.

De Vishal.
De Vishal.

Fijn aan deze editie van de Stripdagen Haarlem is dat het festival tien dagen duurt. Doordeweeks is van alles te doen, maar nog belangrijker: de meeste tentoonstellingen zijn ook te bezichtigen. Iets waar ik afgelopen weekend helemaal niet aan toekwam vanwege de opening van de expositie over motion comics en mijn Strip Talkshow. Daarom was ik woensdag in Haarlem in de Vishal om de hoofdtentoonstelling over undergroundstrips eens goed te bekijken.

Bij binnenkomst trof ik festivaldirecteur Tonio van Vugt aan, die achter de balie wat aantekeningen maakte. Een artistiek directeur die zijn gezicht goed laat zien in de binnenstad van Haarlem. Terwijl ik rondliep verplaatste hij nog met een van de medewerkers van de Vishal een van de vitrines. Van Vugt is lekker hands-on bezig dus.

underground-inkt-balloenunderground-onbegrijpelijke-verhalen

De tentoonstelling Van Pontiac tot Guthrie leidt de bezoeker van het eerste undergroundblad in Nederland – het tijdens de bezetting door de Toonder Studio’s verspreide tijdschrift Metro – naar legendarische tijdschriften als Aloha, Tante Leny Presenteert en Modern Papier, en via vergeten helden als Mark Smeets en Flip Fermin naar hedendaagse undergroundtekenaars als Charles Guthrie, Maia Matches, Bobbi Oskam en Ibrahim R. Ineke.

Minneboo met Pontiacs strippersonage Gaga. Dit prachtige Gaga-beeld is gemaakt door Maia Matches.
Minneboo met Pontiacs strippersonage Gaga. Dit prachtige Gaga-beeld is gemaakt door Maia Matches.

Nu ben ik zelf redelijk bekend met het verleden van de Nederlandse undergroundstrip, dus ik was niet verbaasd bovenstaande titels aan te treffen. Een centrale plek is er voor Peter Pontiac, die ook wel de godfather van de undergroundstrip wordt genoemd. In 2015 overleed hij, maar vergeten is hij gelukkig nog lang niet.

Maar, zoals de tentoonstelling duidelijk maakt, was Pontiac niet de enige die zich begaf in de duistere krochten van de undergroundstrip. Het was leuk om alle smallpress-uitgaven in de vitrines te zien van allerlei verschillende makers die tot deze groep behoren of behoorden. Zoals Joost Swarte die het blad Modern Papier in het leven riep.

underground-modern-papierunderground-gummi

Een rukkende Hans uit 'Ans en Hans' van Theo van den Boogaard.
Een rukkende Hans uit ‘Ans en Hans’ van Theo van den Boogaard.

Wie is underground?
Interessant vind ik dan ook de keuze die men heeft gemaakt om de hedendaagse underground weer te geven. Want, is er in Nederland nog sprake van een underground scène? ‘Ja’, luidt het antwoord. Al is die minder duidelijk dan pakweg dertig jaar geleden. Veel wordt immers online gepubliceerd en wie wel of niet bij underground hoort, hangt een beetje af van hoe je die term definieert.

Het verleggen van grenzen is een van de definities die de samenstellers hanteren. Een mooi uitgangspunt waar Guthrie, Oskam en Ineke zeker onder vallen.

The Jimi Hendrix Experience door Theo van den Boogaard.
The Jimi Hendrix Experience door Theo van den Boogaard.

Ik zelf denk aan underground ook aan een blad als Pulpman van Fred de Heij. Een stripblad dat met liefde voor de strip in elkaar wordt gezet door een klein team. Een blad dat nagenoeg onbekend is bij het grote publiek. Of eigenlijk bijna bij ieder publiek. Maar dat geldt natuurlijk niet voor De Heij zelf, want die is veel te bekend in de stripwereld om als underground stripmaker bestempeld te kunnen worden. Iemand als Charles Guthrie past wel in die definitie, want hij is eigenlijk een goed bewaard geheim en past dus prima in de expo thuis.

Hoewel ik geen fan ben van Guthries werk an sich – zijn strip Tomaat in Schokkend Nieuws kan mij niet bekoren – waardeer ik het vakmanschap in zijn illustraties wel.

Stripplaatje van Charles Guthrie.
Stripplaatje van Charles Guthrie.

Ook het album The White People van Ibrahim R. Ineke is een fascinerende strip, maar niet heel toegankelijk. Je moet daar echt je best voor doen om het verhaal te doorgronden. Underground? Zeker! Maar ik heb toch meer met het werk van Pontiac, Van den Boogaard en Marcel Ruijters. Maar dat is ook mooi aan een stripfestival als Haarlem, dat je lekker kunt snuffelen en ruiken aan strips die vreemd voor je zijn. Soms tref je zo iets aan wat een nieuwe liefde van je wordt en vaak weet je weer beter wat je wel en niet leuk vindt om te lezen. In beide gevallen een waardevolle ontdekking.

Toch liet de vraag van hoe de undergroundstrip er tegenwoordig uitziet, me niet los toen ik de Vishal weer uitliep woensdagmiddag. Het is een vraag die verder onderzoek vraagt, wat mij betreft. Niet in de laatste plaats omdat ik graag de aandacht vestig op onbekende beeldverhalen die mijns inziens wel een publiek verdienen. Wie zich tot die vraag voelt aangetrokken moet zeker even de Vishal bezoeken in de komende tijd.

Van Pontiac tot Guthrie is nog t/m zondag 3 juli 2016 te zien.

Categories
Strips

Pieter van Oudheusden: ‘Je moet je eigen werkelijkheid het scenario binnentrekken’

Pieter van Oudheusden vertaalt strips en hij schrijft zelf scenario’s. De wraak van Bakamé maakte hij samen met tekenaar Jeroen Janssen. Een striproman gebaseerd op Afrikaanse volksverhalen.

Wanneer het vliegtuig met het Afrikaanse voetbalelftal aan boord, neerstort, leidt het spoor al snel naar de hyena Mpyisi. De ware schuldige is echter de doortrapte haas Bakamé. Mpyisi reist af naar de blanke tovenaar Bwana Kero om hem te vragen Bakamé, die zichzelf verrijkt door andermans zwakheden uit te buiten, voorgoed uit te schakelen. Ondertussen doet de haas een gooi naar het burgemeesterschap.

Aldus beknopt De wraak van Bakamé, een fantasievolle striproman vol zijpaden, satire en expressieve erotiek tussen mensen en dierfiguren. Het vuistdikke boek werd geschreven door Pieter van Oudheusden en getekend door Jeroen Janssen.
Het stripduo werkt vaak samen. Enkele jaren geleden maakten ze het verhaal Bananenbier, met Bakamé in de hoofdrol. Toen Janssen in Rwanda les gaf, kwam hij door zijn studenten in aanraking met Rwandese en Kongolese volksverhalen over de markante haas, die door pater Gustaaf van Acker rond 1900 zijn opgeschreven.

Witte tovenaar
‘Wij hebben die volksverhalen als uitgangspunt genomen en ingrijpend bewerkt,’ vertelt Van Oudheusden. ‘Bwana Kero is de eigenlijke hoofdfiguur. Hij is onze versie van pater Van Acker. Die zal zich waarschijnlijk in zijn graf omdraaien omdat hij als tovenaar wordt opgevoerd. Er zitten ook actuele elementen in het verhaal. Tijdens het schrijven waren de Amerikaanse presidentsverkiezingen aan de gang. Daar wilde ik iets mee doen, daarom stelt Bakamé zich verkiesbaar.’ Ook voegde de auteur autobiografische elementen toe. Net als de auteur lijdt Mpyisi tijdelijk aan slapeloosheid.

‘Het mengsel van geweld, erotiek en magie, en dat de grenzen daartussen vervagen, maakt De wraak van Bakamé typisch Afrikaans,’ zegt Van Oudheusden. ‘Toch gaat de strip niet alleen over Afrika, maar evengoed over algemene menselijke zaken. Het verhaal speelt in het dorp Buruseri, de Rwandese naam voor Brussel. Tot op zekere hoogte is de dorpspolitiek in het verhaal een satire op de dorpspolitiek in Vlaanderen en in Nederland.’

Sympathieke dommerik
De schrijver geeft toe dat hij en Janssen zich het meest verwant voelen met de hyena in het verhaal: ‘De haas is de man die je zou willen zijn en de hyena is de man die je bent: niets menselijks is hem vreemd. In al zijn domheid en gemeenheid, wekt hij sympathie en mededogen op.’

Van Oudheusden vertaalt naar eigen zeggen 40 tot 50 strips per jaar. ‘Een fulltime baan.’ Daarnaast is hij een zeer verdienstelijk interviewer, recensent en productief als auteur van beeldverhalen en kinderboeken. ‘Schrijven doe ik eigenlijk maar één uur per dag, tussen half acht en half negen ‘s avonds, als de rest van Nederland naar De Wereld Draait Door zit te kijken. Als je de hele dag voor het schrijven hebt, dan ben je ook maar een à twee uren echt productief. Het denkwerk gaat constant door.’

Melancholisch en grimmig
Als scenarist werkt hij samen met een uiteenlopend gezelschap Nederlandse en Vlaamse stripmakers als Sebastiaan Van Doninck, Erik Wielaert en Eva Cardon. In zijn scripts geeft Van Oudheusden de stripmakers de ruimte het beeld zoveel mogelijk zelf in te vullen: ‘Voor een tekenaar is het ongelooflijk frustrerend om alleen de uitvoerder van andermans ideeën te zijn. Ik schrijf hooguit 75 procent van het script, omdat ik wil dat de tekenaar het afmaakt. Een illustratrice met wie ik werk, zei dat mijn verhalen altijd een melancholieke ondertoon hebben, ook de kinderboeken. Juist in die verhalen zit er altijd wel een scherp randje, een grimmige bijklank. Bakamé is uitermate grimmig’.

Als hij scenaristen een tip zou moeten geven, dan is het wel dat ze hun eigen ervaring in het script moeten gebruiken. ‘Fransen hebben daar een mooi woord voor: vécu. Dat betekent: ervaren, aan de lijve ondervinden. Je moet altijd je eigen werkelijkheid binnen je scenario trekken. Wat De wraak van Bakamé sterkt maakt, is dat je weet dat Jeroen dingen tekent die hij zelf gezien heeft. Het is ervaring uit de eerste hand, geen plaatjes van internet die zijn overgetrokken. Een goed scenario is immers veel meer dan een optelsom van alle strips die iemand gelezen heeft of de films die hij heeft gezien.’

Deze filosofie sluit nauw aan op de beste les die Van Oudheusden leerde van stripmaker Joost Swarte. ‘Die zei dat kwaliteit altijd boven komt drijven. Als je je eigen ding blijft doen, komen mensen naar je toe om wat jíj kunt. Als je andermans kunstje nadoet, zullen ze altijd naar die ander gaan.’

Dit interview is woensdag 8 september in Het Parool gepubliceerd.