Posts Tagged ‘The Beatles’

Film: The Beatles – Eight Days a Week

Monday, October 10th, 2016

Ron Howard regisseerde een nieuwe documentaire over de toerjaren van The Beatles.

Er is weinig wat we niet al over The Beatles weten. Er zijn denk ik meer boeken over de band verschenen dat over Hitler en Jezus, al kun je met al deze drie onderwerpen een flinke boekenkast vullen. De documentaire The Beatles: Eight Days a Week – The Touring Years heeft dan ook weinig nieuws te vertellen voor verstokte fans, toch is het een mooi document van de toerjaren van The Beatles geworden. Dit komt met name door de opgepoetste beelden en de vele amateuropnames die in de film zijn opgenomen.

Al sinds mijn twaalfde ben ik Beatles-fan. Hun muziek spreekt nog steeds tot mijn verbeelding en ik vond het daarom een groot plezier om dit interessante tijdsdocument te zien. De film wekt een warm nostalgisch gevoel op naar een tijd die lang achter ons ligt. Een tijd ver voor mijn tijd, maar waarvan de muziek al bijna mijn hele leven de soundtrack is. De film biedt een goede introductie op wie de Beatles waren en op wat voor gekte ze toentertijd losmaakten. Behalve mensen die daar bij waren, is de documentaire dus ook geschikt voor bijvoorbeeld de millennials – mensen die zijn opgegroeid met ipods en gestreamde muziek. Niet alleen mensen dus die geboren zijn lang nadat the Beatles in 1970 uit elkaar gingen, ook nog eens luisteraars die wellicht niet bekend zijn met albums.

beatles-docuMuzikale helden
The Beatles waren pioniers op verschillende vlakken. Begonnen als podiumband die urenlang muziek speelde, werden ze een enorme sensatie over de hele wereld. Paul McCartney, John Lennon, George Harrison en Ringo Starr de eerste boyband noemen is accuraat, maar doet hun muzikale erfenis erg te kort. Niet alleen schreven ze hun eigen materiaal, veel van hun nummers zijn klassiekers geworden en behoren tot de beste popmuziek ooit gemaakt. Ze waren ook de eerste band die in stadions optraden, omdat er teveel mensen een kaartje wilden hebben.

Nadat ze jaren getoerd hadden, gaven ze daar in 1966 de brui aan. Niet zonder reden, want ze konden zichzelf niet horen spelen: daarvoor gilde het publiek veel te hard. Dit wordt mooi geïllustreerd door de film heen maar vooral in het 30-minuten durende segment na de aftiteling waarin we The Beatles tijdens hun optreden in Shea Stadium zien.

Minder gegil
De geluid – en beeldrestoratie is goed gelukt en eigenlijk voor het eerst kunnen we in die live-opnames de band goed horen. Ze slagen er wonderwel in goede muziek te maken zonder dat ze monitors hadden en het eigenlijk de vraag was of het publiek überhaupt wel kon horen wat ze zeiden en zongen. Tegelijkertijd maken de Fab Four tijdens het optreden in Shea Stadium ook een enigszins knullige indruk op dat podium. Zeker als je hun show vergelijkt met de gelikte optredens van grote popsterren nu. Niet alleen lijkt het alsof ze ter plekke bedenken wat ze zullen gaan spelen, de tussentekstjes zijn bijna knullig en vooral George staat er wat verloren bij. Let wel: dit is misschien wel de belangrijkste band uit de geschiedenis van de popmuziek.

beatles

Na hun podiumperiode pionierden The Beatles door in de studio, waarin ze experimenteerden met muziek en prachtige albums maakten. Dit is de periode van The Beatles die ik muzikaal het interessantst vind en de albums die ik het vaakst luister. Neemt niet weg dat zelfs in de periode dat ze hap-snap albums opnamen tussen de optredens door, ook prachtige nummers zitten.

Behalve Paul en Ringo komen George en John aan het woord via archiefbeelden. Ook worden er enkele bekende Britten en Amerikanen aan het woord gelaten. Sigourney Weaver was aanwezig bij een van de concerten. Ze had zich extra netjes aangekleed omdat ze hoopte dat de bandleden haar zouden opmerken. Net als alle andere bakvissen in het publiek natuurlijk.

Zwart-wit
Wat de film mijns inziens typisch Amerikaans maakt is de opmerking van Woopi Goldberg die iets zegt in de trant van dat ze zich door The Beatles geaccepteerd voelde als zwarte vrouw. ‘Ik zag The Beatles nooit als vier witte mannen, maar gewoon als mannen’. Interessanter is het concert in Jacksonville waar de vier Beatles weigerden op te treden als blank en zwart inderdaad gesegregeerd in de zaal zou zitten. Toen maakten ze dus al politieke statements. Ze kregen hun zin en traden op voor een gemengde zaal. Een vrouw die aanwezig was bij het concert vertelt hoe bijzonder het voor haar was om zo tussen blanke mensen te kunnen zitten bij een concert. We zijn vijftig jaar later inmiddels, maar dit soort politieke issues zijn nog steeds zeer actueel in de Verenigde Staten.

The Beatles: Eight Days A Week – The Touring Years is vanaf 20 oktober te zien in de bioscoop en wordt uitgebracht door September Film.

Interview with The Fifth Beatle author Vivek J. Tiwary

Wednesday, May 25th, 2016

Vivek J. Tiwary (1973) is an award-winning producer of theater, film and television. He’s also a big comic book fan and writer of the graphic novel The Fifth Beatle: The Brian Epstein story. ‘The message of the Brian Epstein story is that no dream is too impossible and no person too unlikely to realise that dream.’

Vivek J. Tiwary by Andrew C. Robinson.

Vivek J. Tiwary by Andrew C. Robinson.

The Fifth Beatle is a captivating, layered and sometimes poetic biography about the manager of the Beatles, who tragically died of an overdose of sleeping pills at the age of 32. (You can read my review on the book here.)
Tiwary wrote it, and the splendid artwork is by Andrew C. Robinson, with a small section illustrated by Kyle Baker. Tiwary is both a fan of, and an investor in, Valiant Entertainment. He has written a story for the Harbinger comic series. And he’s a lover of comics, counting writers like Chris Claremont (X-Men), Kevin Eastman and Peter Laird (Teenage Mutant Ninja Turtles), Neil Gaiman (Sandman) and Hergé (Tintin) as his heroes. So, its not surprising that the scribe was a guest at the Dutch Comic Con in March earlier this year. Vivek did panels and signing sessions at the booth of the American Book Center, and was kind enough to sit down and have a chat with us between sessions.

Why did you want to tell the story of Brian Epstein?
‘In 1991 I found myself in the Wharton School of Business in Philadelphia. I was on a track to join the family business, which operates in food products and finance. That’s what was expected of me as a young Indian kid, and if I wasn’t going to do that, I was expected to be a doctor or an engineer. I was very stressed out about this because those weren’t my dreams. I wanted to write comic books, produce Broadway musicals, do those sorts of things. Wharton in 1991 didn’t have a lot of resources for people with such interests, so I took it upon myself to do my own studies. Being a lifelong Beatles fan and thinking that the Beatles and their management team kind of wrote and rewrote the rules of the pop music business, I thought I’d study the life of Brian Epstein. I knew he discovered the band when they were an unknown Liverpool entity, playing in basement clubs, smoking and drinking on stage. I wanted an answer to these questions: How did Brian come up with the suits and haircuts? How did he get them a record deal when no one wanted to sign the band? How did he convince Ed Sullivan to book them when a British band had never made an impact in the United States? As a young business student, these were the stories I was chasing.
And as I researched them, they were inspiring and fascinating…’

Brain Epstein

Brain Epstein

But that’s not the whole story of Brian Epstein, is it?
‘Ironically, what struck a deep, deep chord for me was the aspects of Brian’s life that hadn’t anything to do with the Beatles: his personal life. I was very moved to learn that he was gay in a period in which this was literally a felony. He was Jewish, in a period of time with incredible anti-Semitism and not a lot of Jews working extensively in the music industry. He was from Liverpool, and prior to the Beatles, this was a port town without any cultural significance. So, he was the ultimate outsider. And he believed that this rock ‘n roll band was going to be bigger than Elvis, and that he was going to help the Beatles to elevate pop music into an art from. And that to me was incredibly inspiring. If a gay Jewish kid from Liverpool could change the world through music, why couldn’t a scrawny Indian kid from New York’s Lower East Side like me write a comic book about a rock and roll manager, or put a punk rock album like Green Day’s American Idiot onto a Broadway stage? So that’s why I wanted to tell Brian Epstein’s story. The message of the Brian Epstein story is that no dream is too impossible and no person too unlikely to realise that dream.’

When did you decide to make a comic book about this story. I mean, your forte is producing these big Broadway musicals…
fifth beatle cover‘I started to research it for personal inspiration, but ten years later, I decided I wanted to tell this story, but I didn’t see it as a Broadway musical. I am a lifelong comics fan; I grew up reading them. My earliest memory of reading is sitting on my mother’s lap reading Tintin comic books.’

Tintin comics? That is quite extraordinary for someone who grew up in the United States…
‘My mother grew up in Guyana, which was a British colony at the time, and she spent her formative years in London. So that’s how we got the Tintin books. Anyway, as I was writing The Fifth Beatle, I decided I wanted to focus on the years Brian spent with the Beatles. I use exposition, dream sequences and flashbacks to tell a little about Brian’s past. This way we learn what makes him tick, but the story really focuses on the time he spends with the Beatles. So it starts off in Liverpool in 1961, which I thought was very depressing, grey and rainy… So I saw it in my head as being very black and white. The story ends in 1967 in London, and this is the dawn of the psychedelic era. It’s the Summer of Love. There was literally an event in the UK called A Technicolor Dream, so I thought as a creator, the arc of the Brian Epstein story mirrors the arc of the movement from black and white to colour. And I believe that the two media that most powerfully use colour in their narrative are comic books and film. And that’s why from the beginning we set out to do both. As you look at it, the first few pages are black, white and blue. The first time we see the band in the book, we add a burst of orange, red and yellow, and we slowly add more and more colour. That’s why I wanted to do it as a comic, you know…’

Brian in awe of the Beatles.

Brian in awe of the Beatles.

The book starts with Brian getting beaten up violently because he’s gay. It’s quite a statement to begin your story with…
‘Well, most people who’ll pick up this book will be Beatles fans, and they’ll expect the story to be about the band, and when they see this first scene, they’ll realise this is not your typical Beatles story.’

How would you describe Brian Epstein as a person? What did you discover about him?
‘I think he was an incredible passionate person. He was restless. In his earlier years he tried fashion designing, he went to acting school, he was in the army for a brief stint… He was very driven. And he didn’t find his calling until he discovered the Beatles. In the Beatles he found this group that had a great message of love to share with the world. And – not to be too cheesy – but because he was a gay man he had to hide his own love away, to quote a Beatles line… So the Beatles were also a form of vicarious living for Brian. Through them he was able to spread some love into the world. He was also very insecure because of his homosexuality and the persecution he faced because of that. So he also had something to prove, and that was what he was doing by working with the band. He was fulfilling his dreams but he was also proving to the world that a gay man could excel at something that is closely tied to love. I find that incredibly moving.’

You also depict him as someone who thinks that whatever he’s doing, is never enough…
‘I am not a psychologist, but I think that at his core Brian really wanted to be loved, to belong… the most basic of all human things. The trappings of success were a mask to hide his insecurities, I think. And as a result of that he had this great deal of success but he discovered that this really didn’t make him any happier. So as a result of that he thought he needed to be more successful, and then that didn’t make him happier. And so on and so on… And so it was never enough, there was always some way that if the dream could be bigger, the success could be grander. These were worthy goals in and of themselves, but the great irony is that as he achieved these goals, it didn’t actually make him any happier. In the end he stil felt alone.’

The Beatles having a grand ol time. In the reflection of the car window we see Brian Epstein, staying behind.

The Beatles having a grand ol time. In the reflection of the car window we see Brian Epstein, staying behind.

As your first outing as a comic book writer, how did the writing go?
‘It was so much fun. When I was growing up in New York City I went to every single convention that passed through town, comic conventions, horror conventions, Star Trek conventions, and I would wait in line patiently to get autographs by the comic creators that I was a fan of. These people were my heroes. So writing a comic is a dream come true. And I’ve been very humbled by its success. It won all the major comic awards like the Eisner, two Harveys, its even been added to the Rock and Roll Hall of Fame.’

How did working with Andrew C. Robinson go and what does your script look like? Is it more of an Alan Moore kind of script in which every panel is described in detail or do you use something like the movie script form and let Robinson do his own thing with it?
‘My script was a bit of both. There were moments in the script in which I very much knew what I wanted, and I broke it down panel by panel. And I gave Andrew photo references and I said “This is what the clothes should look like; what Liverpool should look like; here’s the camera angles and the lighting I am envisioning”. Andrew is an amazing artist, and very so often he would suggest something else and I would always be open to that. That was one of our back-and-forths. But there were also sequences where I would give Andrew just the dialogue, the tone and what was going through the characters’ minds, and he would translate that into sequential art. He would do that, run with it and come back with brilliant ideas.’

There are elements in this comic that feel rather like a musical number, like from a Broadway show… So I could imagine this story becoming a musical as well.
‘You know, theater is certainly in my blood, and I think that everything that I do will have some sort of theatrical flair. But theater was also in Brian’s blood, him coming up with the suits of the Beatles, the Sgt. Pepper clothes – all that is tied to his love of theatrics and also his love of bullfighting.’

5th-beatle-sullivan-brianSpeaking of show business, let’s talk about the scene with the famous Ed Sullivan talking through a ventriloquist doll. Did you make that up or was he really that crazy?
‘I made that up. But, it’s been one of those things … When Brian first met with the Ed Sullivan team to negotiate this deal, he met with an underling. A son in-law or a nephew, somebody who was loosely connected to Sullivan. This guy was really just passing the buck, he kept saying to Brian: “That sounds great, but I need to check with Ed. And I can’t really do anything without his approval.” Brian has said that at times he felt like he was talking to a puppet, because this guy was basically useless. He couldn’t do anything or make any decision. So I thought, if Brian thought he was talking to a puppet and I’m trying to tell a story with visuals, why not do it as Ed Sullivan talking through a ventriloquist dummy? So even though I made this up, I think the poetry is accurate.’

What’s the status of the television series based upon your graphic novel?
We’ve just closed a deal with Sonar Entertainment. They’ve produced thousands of shows and have been around for a long time. They’ll be financing and producing the show with me. I am staying on board as writer, so I am literally working on the pilot script. I submitted a draft yesterday, hours before I got on the plane to the Netherlands. We are targeting high-end cable and streaming and the plan is to shoot later this year, hopefully. It’s going to be an event-series, that’s what they used to call miniseries. The reason they don’t call them miniseries anymore is because they are not small and mini tends to suggest small. And television always wants to think as big a possible, so with The Fifth Beatle we’re actually contemplating it to be the first season of a larger series tentatively called ‘On the Shoulder of Giants’. The idea is that the series would explore the unsung visionaries from the music industry, people who were the architects of modern pop culture, but who’s stories are largely untold. Season two will be about Colonel Tom Parker, the man who discovered Elvis Presley. The third season will be about Peter Grant, the manager of Led Zeppelin. With The Fifth Beatle we are discussing six one-hour episodes, could be more.’

ashaascendingSo besides the television series, what are you currently working on?
‘I am also writing a novel for young adults, called Asha Ascending. It is a novel that’s going to be heavily illustrated by Sara Richard. She’s an amazing Eisner-winning artist. On most Young Adult novels, if they have art work at all, the art is done after the fact. The illustrations are the last step and very often if you are a writer without any cloud, you have not much to say in who the artist is. Sara and I are approaching this much like a comic. I will send her the first draft so she can come up with art ideas. And often times her ideas will change my draft, change the story. We are really going to create it together. The art will really move the narrative forward. (Check out the first chapter at readasha.wordpress.com.)

‘Besides these two projects, I am still working with Alanis Morissette to adapt her album Jagged Little Pill for the stage, Hopefully in the next couple of months we are going to announce the writer for that and the development schedule. We hope to have something off the ground by the end of next year. If people want to keep tabs on me that can do so via tiwaryent.com.’

So, final question. You didn’t become a doctor or lawyer, like your parents wanted you to. Instead, much like Brian Esptein, you found your own path. So, were your parents okay with that in the end?
‘This is something I think about a lot, because my parents unfortunately passed away, but they were very supportive of my dreams. My mom died in 1997 and my father a few years before that… My mother saw me work at Mercury Records, so she began to see I was carving a path for myself in the arts space, but unfortunately she never got to see me producing Broadway shows or write books or any of that sort of stuff. I like to think they’re both looking down on me fondly, from wherever they are. But I don’t know. I do however come from a close-knit Indian family, so my aunts and uncles, people of my parents’ generation really treat me like a second son, they have been very proud and supportive of my work. I like to think that vicariously my parents are supporting me. And to give my family their due credit, they have been great.’

This interview was written for and published on the wonderful blog of the American Book Center.

Exclusief voorproefje van Pulpman #18

Wednesday, May 18th, 2016

Pulpman, het stripblad van Fred de Heij, Esther Gasseling en Ger van Wulften, kortom de mensen van uitgeverij Xtra, heeft al jaren mijn striphartje gestolen. Begin juni ligt eindelijk nummer 18 in de winkel. Hier alvast een voorproefje.

Cover-Pulpman-18Eigenlijk is Pulpman het laatste echte stukje underground strip in Nederland. Het wordt gemaakt door slechts een handjevol mensen die vooral met passie voor strips, pulp en andere visuele lekkernijen iedere keer veel moeite doen om weer een nieuwe Pulpman te maken. De Heij, de sneltekenaar van Nederland, heeft dit keer maar liefst 117 pagina’s strip getekend. (117 dus! Honderdzeventien!).

En naar wat ik daarvan gezien heb, zijn deze weer even smakelijk als altijd. Een groot deel van dat aantal behoort tot de strip Roca Verde, Freds vervolg op De schuilplaats dat 500 pagina’s lang moet worden. Een vraag die daarin wordt gesteld en wordt beantwoord is waar Pulpman eigenlijk voor staat. Ook is het deels een metaverhaal over het maken van een goeie strip. En daar heeft Fred natuurlijk wel een mening over. Eentje die hij overigens geregeld in zijn columns voor Stripnieuws ook laat horen.

Pulpman_detail

Verder in dit nummer onder andere de coproductie van Fred met Frits Jonker (het vervolg van Het koffertje), plus twee nieuwe samenwerkingen: met Anton Bedding en met de Vlaming Rudi Coel.

Geen porno!
Ik sprak Esther Gasseling van de week over deze nieuwe Pulpman en zei vertelde dat we ook dit nummer weer veel seks mogen verwachten. Fred ziet deze scènes overigens niet als pornografie.

Esther:

‘Toen ik het daar onlangs met hem over had, zei Fred: “In bijna alle definities van het woord pornografie gaat men ervan uit dat de bedoeling is de kijker/lezer seksueel te stimuleren. In mijn Pulpman-werk ben ik expliciet, maar het seksueel prikkelen is nooit mijn bedoeling. Wat dan wel? Humor.” ‘

Grappig, want dat blijft een van de dingen waar Fred en ik het niet over eens zullen worden. Zijn intentie is wellicht humor en de seksscènes zijn zeker grappig. De meeste officiële pornografie heeft natuurlijk iets van humor, want standaard porno is vaak zo grotesk dat het op de lachspieren werkt. Hoe leuk de seks in Pulpman ook is, de tekeningen an sich weten ook te prikkelen vind ik. Dus of het nu de bedoeling van de maker is of niet, de tekenpen van Fred is zo vakkundig dat de mooie vrouwen die hij tekent en de dingen die zij doen, zeker wel een stimulerende werking kunnen hebben.

pulpman-18-KoffertjeHier nog even de gehele inhoudsopgave, om je alvast een beetje lekker te maken:

INLEIDING
FRED DE HEIJ
Waarin Pulpman zich afvraagt waar zijn blad eigenlijk precies voor staat.

SNUFFELSTAGE
FRED DE HEIJ
Welke stagiaire mag tijdens de komende Pulpman-vergadering haar ideeën komen pitchen? Birgit, Amber of Miriam? De proefopdracht zal het uitwijzen.

pulpman-Vampirella_introVAMPIRELLA
FRED DE HEIJ
Bob Jusko jaagt op groot wild. En zij is zijn gevaarlijkste prooi ooit: Vampirella.

DE REDACTIEVERGADERING
FRED DE HEIJ
Hoofdredacteur Pulpman bespreekt het komende nummer met de rest van de redactie: Kapitein Rob, Groenhaar, Max Havelaar en Giulia, plus de andere bemanningsleden van het ruimtestation… eh… eiland Roca Verde.

pulpman-Kapitein-Rob

DE EERSTE KEER
DAV GUEDIN
Voorpublicatie van De eerste keer: openhartige verhalen van Dav Guedin over meisjes, gierende hormonen, onwennige intimiteiten, onhandig gedoe, allerhande geëxperimenteer en een geliefde die een onuitwisbare indruk maakte: Lulu.

HET KOFFERTJE (2)
FRITS JONKER & FRED DE HEIJ
Na het koffertje met 78 onbekende opnames van de Beatles levert een rondje langs het huisvuil opnieuw iets op: de vondst van de eeuw.

DE BEUL
BEN VRANKEN
In zijn confectieatelier De Beul hanteert pastoor Herman het evangelie als verdienmodel. Het paradijs lonkt immers alleen voor wie noeste arbeid verricht. En daar kun je niet jong genoeg mee beginnen.

ROCA VERDE (vervolg)
FRED DE HEIJ
Corruptie en spionage. Verdeel en heers. Overwerk en overspel. Op zoek naar de politiemol als tipgever van de criminele Osborn-bende sneuvelt er weleens een slipje. Dit en meer stinkende zaken in het uitgebreide Pulpman-feuilleton Roca Verde.

NATTE MAAN
SOPHIE CAMBELL
Fragment uit Gisteren is niet meer: het zesde deel uit de Natte Maan-reeks, waarin Audrey uit de kast komt, gek wordt van de zorgen om haar comateuze vriendin Trilby en heeft gefaald als oppas…

DE BIECHT
RUDI COEL & FRED DE HEIJ
Een priester in gewetensnood gaat te biecht bij een collega over de ongebruikelijke biecht van een uitzonderlijke vrouw in zijn parochie.

LIEBESTOD
ANTON BEDDING & FRED DE HEIJ
Johnny Rowdan was een crimineel van het zuiverste water, die ijskoud carrière maakte over de rug van anderen. Maar toen er liefde in zijn leven kwam, knapte er iets.

EN VERDER O.A.

Rudi Coel over het genre van het erotische korte verhaal. “Omdat schrijven over seks letterlijk opwindend is en omdat seks altijd zoveel meer is dan seks.”

Preview van het derde deel (en slot) van Claire DeWitt: De vader, de dochter & de duivel door Willem Ritstier en Fred de Heij.

De coming out van Sophie (voorheen Ross) Campell als transgender.

PULPMAN #18
Fred de Heij & anderen
130 pag. (€ 14,90) · ISBN 978-94-90759-85-8
Uitgeverij Xtra
Verschijningsdatum: 4 juni (Stripdagen Haarlem)

Review: Rocket Raccoon and Groot

Wednesday, June 25th, 2014

With the movie The Guardians of the Galaxy hitting theaters in the Netherlands on August 14th, this summer there is no way around the little feisty Rocket Raccoon and his buddy Groot, so you might as well pick up this collection of stories to get yourself acquainted with their back stories and adventures. You will be in for some fun and loony adventures.

Rocky Raccoon and Groot drawn in the expressive Mignola style.

Rocky Raccoon and Groot drawn in the expressive Mignola style.

After reading the Rocket Raccoon and Groot trade paperback, I can’t help wondering what writer Bill Mantlo and artist Keith Giffen were smoking when they conjured up the character. No doubt they were listening to The White Album by The Beatles, because the first real story in which Raccoon plays an important part, which happens to be an adventure with the Incredible Hulk, is full of references to the song ‘Rocky Raccoon’.

Rocket Raccoon is an intelligent, anthropomorphic raccoon, an expert marksman, master tactician and pilot. He’s also an inhabitant of a planet called Halfworld. Half of this planet consists of an insane asylum called Cuckoo’s Nest, which looks as cosy as the garden of Eden, while the other half is an industrial wasteland where robots are producing toys to keep the insane entertained and happy. It’s Rocket’s task to protect the inmates from killer clowns and the Black Bunny Brigade, and guard the loonies’ ‘Gideon’s Bible’, which contains everything one needs to know about the history of the planet – if only one would be able to decipher its text.

If this sounds a bit corny or loony, you’re quite right. Strangely enough I never had trouble believing stories about a guy bitten by a radioactive spider, nor about a Bat-Man guarding a major metropolis. However, it took me quite some pages to get into the groove of the nonsensical world of talking animals, with the likes of Rocket Raccoon and his side-kick Wal Rus, who has mechanical tusks that can blow your head off.

However, things start to get quite serious in the four-issue limited series by writer Bill Mantlo which is also a part of this trade paperback, when the two major toy providers, a mole and a big snake, start a trade war with one another. When Rocket’s girlfriend, a lovely beaver named Lylla, gets kidnapped in the process, it is up to him and his team to free her. They’ll change the fate of Halfworld in the process.

The fact that a young Mike Mignola, who later became famous for creating a certain character called Hellboy, drew these four issues of Rocket Raccoon made the story that more interesting to me, especially since you can clearly see Mignola still trying to find his typical expressionistic style. (The cover of the book is, however, drawn in that lovely Mignola style we all love so much; see picture above right.)

Oh yeah, even though Groot is not as important a character as the title of the book might make him appear, let me tell you a bit about him. Groot (also known as the Monarch of Planet X) was created by Jack Kirby, Stan Lee, and Dick Ayers. The character first appeared in Tales to Astonish #13 (November 1960), which is also contained within this trade. He’s an extraterrestrial, sentient, tree-like creature that originally appeared as an invader who intended to capture humans for experimentation. Later on, he was reconfigured to be a heroic noble being, and crossed paths with Raccoon.

annihilators-4-groot-raccoon

Nowadays Rocket Raccoon and Groot are members of the Guardians of the Galaxy, and will star in the summer blockbuster by the same name. In the four part story ‘Annihilators’ Raccoon and Groot take centre stage. Personally I enjoyed this adventure written by Dan Abnett and Andy Lanning and drawn by Timothy Green II, the best. The story starts with the Guardians of the Galaxy disbanded, and Rocket working as a mailboy at the offices of Timely Inc. (Note that Marvel Comics used to be called Timely Comics.) He doesn’t remember a lot about his past, but when Rocket is attacked by a killer clown, it is time to visit his old buddy Groot once more and travel back to Halfworld to discover why Rocket had to leave his place of birth in the first place. It is a fun read, event though this adventure sort of rewrites the events of the four-part story of Mantlo and Mignola that came before.

I loved certain running gags in ‘Annihilators’. For instance, to the untrained ear Groot’s vocabulary seems quite limited, for all he seems to yell is ‘I am Groot!’, but that’s just because you and I don’t speak tree. Rocket does, however, and luckily for us his responses to Groot make clear what his wooden ally is talking about during the comic.

This review was written for and published on the blog of the American Book Center.

Review: The Fifth Beatle, The Brian Epstein Story

Wednesday, February 19th, 2014

When I was a teenager I found my father’s Beatles record collection in the attic (we’re talking vinyl, by the way). Ever since then, to me The Beatles has been the most important band on earth, ever. To this day, their music resonates within my soul, forming a large and interesting part of the soundtrack of my life. I guess everyone will be familiar with the Fab Four from Liverpool, so no further introduction is needed. Unfortunately, often the same can’t be said about their manager, Brian Epstein, who is far lesser known than John, Paul, George and Ringo.

The Beatles having a grand ol time. In the reflection of the car window we see Brian Epstein, staying behind.

The Beatles having a grand ol time. In the reflection of the car window we see Brian Epstein, staying behind.

One could fill a library with the large number of books that have been published about the Beatles over the years. In the last couple of years, a couple of comic books about the boys from Liverpool came out and now there is The Fifth Beatle: the Brian Epstein Story to complement the lot. Graphic biographies are quite the trend in comic book land, it seems, and while generally speaking most of them are a bit stale and predictably follow the high and low points of someone’s life, some of them offer a good read. Fortunately, The Fifth Beatle, written by Broadway theatre producer Vivek Tiwary and expertly drawn by Andrew C. Robinson, is one of the latter category.

The book tells the story of the young and talented Brian Epstein who saw the Beatles play in the basement club The Cavern in Liverpool in 1961, when he was twenty-seven years old. Brian was running his family’s music store and had tried his hand at fashion design before that. He decided to manage the Beatles and thanks to Epstein’s perseverance and vision they became an international success. Tiwary tells a very layered tale, not shying away from the dark episodes of Epstein’s life. Epstein was a gay man living in an area in which, according to British law, being gay was illegal. Even though he successfully managed the Beatles and other popular British acts, Brian kept focusing on his mistakes, feeling out of place and lonely, and trying to find a place to belong. He became addicted to drugs. Brian died at age 32, accidentally overdosing on sleeping pills.

The book focuses on Epstein, letting the Beatles play second fiddle, which is fine, because Epstein’s story deserves to be told.

I like the fact that Tiwary uses juxtaposition as a literary device. In a brilliantly executed sequence Epstein is meeting Colonel Tom Parker, Elvis’s manager, for lunch. Parker is depicted as a greedy, ruthless and red-eyed devil who wolfs down his food, while Brian is shown to be a modest, well-mannered gentleman who hardly touches the grapefruit he ordered.

Robinson uses a very lively style that sits between caricature and realism, which works well with Tiwary’s tone of voice, which is serious and witty at the same time.

Cartoonist Kyle Baker got to draw some of the more unfortunate episodes in the history of the Beatles, like their troublesome tour in the Philippines and the backlash from John Lennon’s infamous ‘We’re bigger than Jesus!’ comment. Baker uses a cartoon-y drawing style that pays homage to the Beatles cartoon series, and the overall tone of this section of the book is brighter and funnier. In my opinion, since it doesn’t match with the rest of the book stylistically, it could have been left out.

Brian in awe of the Beatles.

Brian in awe of the Beatles.

‘As it turns out,’ the writer explains in his afterword, ‘almost everything in the pages you’ve just read actually did happen. But conveying the truth – while important – has never been my primary goal. My goal with The Fifth Beatle is to use 130 pages of my words and Andrew C. Robinson’s gorgeous art to reveal not just the facts but the poetry behind the Brian Epstein Story.’ As far as I am concerned, Tiwary succeeded very well in his intention. The Fifth Beatle is an interesting graphic poem.

This review is published on the blog of the American Book Center.

The Beatles a capella

Thursday, September 12th, 2013

withtheBeatlesWat mij betreft is er geen grotere band in de muziekgeschiedenis dan The Beatles. Zij hebben het verloop van de popmuziek voor altijd veranderd. Ook ben ik een groot fan van John Lennons solowerk (minus de tracks waar Yoko een deuntje op meezingt). Eigenlijk dacht ik alles wel van The Fab Four gehoord te hebben, maar nu vind ik op YouTube allerlei kale vocalen van The Beatles. Daarin hoor je dus wel de stemmentracks van de bandleden, maar niet de muziek. Of beter gezegd: de muziek hoor je nagenoeg niet.

Geen idee of deze tracks meegenomen zijn uit de studiokluis of dat mensen er audiosoftware op loslaten om de stemmen los van de muziek te filteren – sommige tracks klinken zo, anderen klinken alsof we oorspronkelijke vocal-tracks horen, waarbij de muziek zachtjes op de achtergrond te horen is, alsof die audiosporen in de microfoon van de zanger hebben gelekt.

Bij de video van Don’t let me down schreef de uploader: ‘This is the vocal track from the song Don’t Let Me Down. I can get A LOT of isolated Beatles tracks and i can create backing tracks without guitar or without vocals etc etc. Please message me with requests and ill see what i can do :)’ wat volgens mij aangeeft dat hij audiosoftware op de tracks loslaat.

Hoe dan ook: je hoort nu hoe goed John, Paul en George konden zingen. Het biedt weer een nieuw audioperspectief op de muziek van The Beatles en daar kan ik alleen maar blij van worden.

Tonio van Vugt, hoofdredacteur van Zone 5300 en groot muziekliefhebber, zette van de week de Abbey Road Medley op Facebook. Zo kwam ik nog allerlei andere tracks op het spoor. Hieronder een selectie. Je kunt op YouTube nog veel meer Beatles-video’s in dezelfde geest vinden.

The Fantastic Four als The Beatles

Sunday, May 12th, 2013

invisibles_5Vanmorgen zat ik The Invisibles Vol. 5: Counting to None te lezen.

Ga die serie lezen mensen, het is een van de beste reeksen die ik ooit onder ogen heb gehad. Grant Morrison is een van de beste stripschrijvers ooit. Ieder avontuur van dit aparte groepje vrijheidsvechters kriebelt de hersenen, doet je verbazen en verwonderen.

De covers voor de tradepaperbacks zijn getekend door Brian Bolland en dus ook deze:

 

De cover deed me denken aan een albumcover. In eerste instantie aan deze van The Beatles, maar bij nader inzien komen beide platen toch niet helemaal overeen.

withtheBeatles

Ook Bohemian Rapsody van Queen dekt de lading niet helemaal:

Queen-Bohemian-Rhapsody

Al googlend kwam ik opeens bij deze prachtige pastiche van Rubber Soul terecht, gemaakt door Paul Hostetler.:

fantasticfour_rubbersoul

De prent is gepubliceerd in de vaste rubriek The Line is Drawn, op de site Comicbookresources.com. Elke week wordt er een vraaggesteld die via Twitter beantwoord kan worden. Bijvoorbeeld: bedenk een mash-up tussen een stripfiguur en een beroemde platencover. Daarop kwamen verschillende suggesties waar een team van zes tekenaars dan mee aan de slag gaat, waar bovenstaande er een van is. Bekijk de rest hier.

Ken jij nog albumcovers waar het omslag van Invisibles 5 op gebaseerd zou kunnen zijn? Laat het me weten via het commentformulier. Thanx!

Video: Hallie Lama en de toekomst

Monday, July 2nd, 2012

Het tweede deel van het interview met Hallie Lama. Hallie praat over zijn toekomstplannen, hoe hij zichzelf blijft vernieuwen als cartoonist en hoe het zit met de vrouwen in zijn universum. Met een gastoptreden van The Beatles. Nuff Said.

De muziek in deze Daily Webhead is weer als vanouds van Marco Raaphorst.

Het fijne, kleine boek van de Beatles

Monday, August 15th, 2011

Al een paar dagen klinken liedjes van The Beatles in mijn hoofd en dat komt door Het kleine boek van de Beatles. Een geïllustreerd feitelijk relaas over het leven van de mythische band, gemaakt door fan en stripmaker Hervé Bourhis. Ik vind het een heerlijk boekje.

The Beatles waren al zo’n acht jaar uit elkaar toen ik geboren werd, toch is het mijn favoriete band aller tijden. Dat John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr nog steeds aandacht generen blijkt wel uit de hoeveelheid boeken er nog steeds over hen verschijnen.

Wat het boekje van Bourhis bijzonder maakt, zijn de illustraties. Bourhis tekent in een ontspannen lijn sleutelmomenten uit de Beatlegeschiedenis. Hij baseert zich vaak op bestaande foto’s en albumhoezen, maar door de tekeningen zien die overbekende platen er weer fris uit. Doorgewinterde fans zullen weinig nieuws lezen in dit boekje, maar dankzij de tekeningen krijgen ze dus wel een kans om de geschiedenis van hun favoriete band op een andere manier door te nemen.

Veel Beatle-boeken eindigen op het moment dat de band uit elkaar gaat. Bourhis behandelt ook de solojaren en gaat door tot 2009, het moment dat hij een concert van Paul McCartney bijwoont.

Door de speelse lay-out is het soms niet helemaal duidelijk in welke volgorde de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Ook had ik een index en paginanummering wel fijn gevonden.

Hervé Bourhis woont in Bordeaux en werkt als illustrator en cartoonist voor een aantal bladen. Hij heeft verschillende titels op zijn naam staan, waaronder Le Petit Livre Rock dat qua aanpak veel wegheeft van het Beatle-boekje.

Recensent
In zijn verhaal schuift de stripmaker zijn eigen mening niet onder stoelen of banken. Hij recenseert de Beatle-platen en voorziet deze van een score. Zo omschrijft hij Rubber Soul – een van de beste platen van het viertal – als volgt: ‘Warm en melancholisch als knappend houtvuur op een zondagmiddag is dit het herfstalbum bij uitstek, en ook van alle andere seizoenen sinds1965.’ Daarentegen is Bourhis minder lovend over de single All you need is love/Baby you’re a rich man: ‘Een lofzang op de universele liefde, irriterend en zo koel als de hel. (…) De b-kant is onverdraaglijk.’ Nou ja, je hoeft het niet met de tekenaar eens te zijn om toch van het boek te kunnen genieten.

Wat ik ook sympathiek vind is dat personages al worden geïntroduceerd voordat ze iets met de band te maken krijgen. Zo geeft de auteur wat achtergrondinformatie over hun latere manager Brian Epstein en Yoko Ono, die enkele jaren later een symbiotische relatie aangaat met John Lennon.

Het kleine boek van de Beatles is fijn leesvoer voor de fans en een ieder die op speelse wijze iets meer willen weten over het legendarische viertal uit Liverpool.

Hervé Bourhis , Het kleine boek van de Beatles
ISBN: 978 90 549 2322 0
Oog & Blik/De Bezige Bij, €24,90

Deze recensie is ook op het stripblog van Zone 5300 gepubliceerd.

Film A-Z: H

Friday, April 9th, 2010

Deze keer zes films: twee horrorflicks, twee muziekfilms, een docu en een stripverfilming. Enjoy.

Halloween (John Carpenter, 1978)
In dit film ABC mag natuurlijk een film van horrormeester John Carpenter niet ontbreken. Dus Halloween moet erin. Niet alleen omdat deze film je de stuipen op het lijf jaagt, maar ook gewoon omdat ik gek van het fenomeen Halloween ben. Scream queen Jamie Lee Curtis debuteert in deze film. Carpenter componeerde zelf het herkenbare muzikale thema van Halloween.

De plot is simpel: Michael Myers vermoordt op zesjarige leeftijd zijn zus Judith (Sandy Johnson) met een keukenmes. Hij wordt opgesloten in een inrichting, maar ontsnapt vijftien jaar later om jacht te maken op zijn jongere zusje (Curtis) en haar vrienden. Myers psychiater, Sam Loomis (Donald Pleasence), probeert hem te stoppen.

Rob Zombie maakte in 2007 een remake die eigenlijk zo slecht nog niet is. Hij voegde nog wat welkome backstory toe aan Mike Meyers. Maar het origineel blijft natuurlijk het beste.

Hard Candy (David Slade, 2005)

Ellen Page speelt de vroeg volwassen Hayley Stark die wraak neemt op een pedofiel (Patrick Wilson). De scène waarin ze hem ‘castreert’ zorgt er bij de mannelijke kijkers voor dat hun ballen pijn doen van afschuw. En dat puur door de kracht van de suggestie, want we zien natuurlijk niet echt hoe ze zijn scrotum toetakelt. Zo hoort horror te zijn.

Page had eigenlijk een Oscar moeten winnen voor deze rol. (Ze werd wel genomineerd voor haar rol in Juno). Ze zou in de echte wereld alle katholieke priesters doen sidderen van angst.

Erg goed gefilmd en spannend tot het einde. (En een prachtige poster trouwens.)

A Hard Day’s Night (Richard Lester, 1964)
De eerste Beatle-film gaat over een fictieve dag uit het leven van de fab four. Hip gefilmd, goede soundtrack en de Beatles kunnen heel verdienstelijk zichzelf acteren. Richard Lester gebruikte de cinema verité stijl om zijn mockumentary vorm te geven: zwart-wit, kleine camera’s en dicht op de actie. Bij vlagen is de film wel wat flauw, maar dat vergeef je dit bijzondere beeld van Beatlemania snel.

Hearts of Darkness (Fax Bahr en George Hickenlooper, 1991)


Films over hoe films gemaakt worden zijn soms nog fascinerender dan de films waar ze over gaan. Hoewel Apocalypse Now zeker een fascinerende film is, hij staat niet voor niets in de A van mijn Film ABC, is het bijna even zo interessant om te zien welke pijn en moeite het Coppola heeft gekost om deze film op het scherm te krijgen. Waanzin voor en achter de camera, gefilmd door Eleanor Coppola die de twee filmmakers Bahr en Hickenlooper jaren later dat filmmateriaal gaf. Ze draaiden er interviews met de cast en crew bij en het resultaat is een van de beste documentaires over film maken ooit.

Hellboy (Guillermo del Toro, 2004)

Lekker stel (uit Hellboy II: The Golden Army)

Van de week zat ik deze film weer eens te kijken en het verbaasde me weer hoeveel ik ervan vergeten was. Iedere keer als ik Hellboy kijk is het een frisse filmervaring. Hellboy is ook niet de beste stripverfilming die ooit gemaakt is, maar toch staat hij in mijn Film ABC. Ron Perlman zet een zeer sympathieke Hellboy neer en laat de dikke laag make-up niet in de weg staan van een goede acteerprestatie. De film bevat prachtige beelden en is zeer sfeervol.

De relatie tussen Hellboy en Liz Sherman werd door de regisseur zelf bedacht en zit niet in de strip, maar wordt op de juiste dramatische manier uitgebuit voor de film. De scène waarin Hellboy als een verliefde schooljongen Liz en John Myers bespioneert als ze samen uit zijn, is zeer aandoenlijk. Fijn dat de ietwat vreemde, maar daardoor juist intrigerende, actrice Selma Blair is gecast als Liz.

Let wel: ik verkies de strips van Mignola boven de verfilming, maar toch is de eerste Hellboy-verfilming zeer vermakelijk. Over de sequel was ik indertijd een stuk minder lovend.

High Fidelity (Stephen Frears, 2000)


Stephen Frears maakte een filmadaptatie van het klassieke boek van Nick Hornby. Hij verplaatste de setting van Londen naar Chicago in Amerika, maar verder voelt dit toch als een aardig getrouwe verfilming. John Cusack speelt de sterren van de hemel en ook bijspelers Jack Black en Todd Louiso zijn een schot in de roos.

Rob (Cusack) runt een snobistisch platenzaakje dat alleen wordt bezocht door de ware puristen. De dwalende dertiger blijkt een verwoed platenverzamelaar (op het ziekelijke af) en categoriseert alles consequent aan de hand van een top vijf, of het nou om muziek, vrouwen of break-ups gaat. Robs leven staat op het punt een grote verandering te ondergaan wanneer zijn vriendin Laura (Iben Hjejle) voor een ander kiest, namelijk voormalig buurman Ian ‘Ray’ Raymond – een koelbloedige maar irritante zweefteef, prachtig gestalte gegeven door Tim Robbins.

Een liefdesfilm voor mannen met een prima soundtrack die in het rijtje thuishoort waar mijn favoriete films Almost Famous (Cameron Crowe, 2000), Chasing Amy (Kevin Smith, 1997) en (500) Days of Summer ook in staan.

In verband met het Imagine filmfestival, zal er de komende weken geen Film A-Z verschijnen. Ik ga deep undercover bij het festival en me voor de Zone 5300 sufbloggen over de films die ik daar zie. Natuurlijk zullen die blogposts ook op deze site gepubliceerd worden, dus zal het hier zeker niet filmloos zijn. Mijn Film ABC is weer terug op vrijdag 7 mei. Dan gaan we verder met de I. Imagine that!

(Liefhebbers van alfabetlijstjes kunnen in de tussentijd terecht bij Marco Raaphorst. Die raakte geïnspireerd door mijn Film ABC en maakte een persoonlijke en interessante Muziek A-Z.)

Een avond met John Lennon liedjes

Tuesday, March 30th, 2010

Maandagavond vond de Nowhere Boy – A night with John Lennon avond plaats in de Melkweg te Amsterdam. Nederlandse artiesten als Beatrice van der Poel, Daniël Boissevain, Marcel de Groot en Tim Knol zongen een liedje van Lennon. Popprofessor Leo Blokhuis praatte de vertolkingen aan elkaar.

De avond was georganiseerd door Het Parool en A-film, de distributeur van de film Nowhere Boy over de jonge dagen van Lennon, geregisseerd door de Engelse regisseur Sam Taylor Wood. Helaas kon ik niet bij de filmvertoningen zijn, die waren uitverkocht voordat de inkt op de kaartjes droog was. Ik was wel bij de optredens, in een afgeladen Grote Zaal in de Melkweg. En ik heb genoten.

Sinds ik The Beatles als 12-jarige ontdekte op de zolderkamer heb ik al een zwak voor de rebelste Beatle en de liefde en bewondering nam in de afgelopen jaren alleen maar toe. Toen ik vorig jaar maart in New York was heb ik dan ook Het Dakota Building bezocht en Strawberry fields in Central Park, een eerbetoon aan Lennon die jarenlang in New York woonde.


Wat de optredens maandagavond vooral duidelijk maakten is hoe krachtig Lennons composities zijn en hoe sprekend zijn teksten. Ook nu nog. Of moet ik zeggen juist nu nog, want de boodschap van Vrede in de wereld, maar ook de meer persoonlijke verhalen die in zijn liedjes zitten, zijn nu nog net zo relevant als toen. Dat vond het publiek dat de meeste teksten uit volle borst meezong, ook.

Jammer dus dat de artiesten, die allen twee liedjes ten gehore brachten, vaak moesten spieken van een blaadje. En dan nog kwamen de teksten er niet altijd foutloos uit. Ja, ja, noem mij een purist. Het stond gewoon slordig, onvoorbereid.

En dat terwijl de vertolkingen van sommige artiesten indrukwekkend waren. Tim Knol stal ieders hart met zijn vertolkingen van ‘Love’ en in de tweede set ‘Jealous Guy’. De jonge muzikant uit Hoorn met het aparte zachte stemgeluid kreeg de hele zaal stil. Kees Prins was een leuke verrassing met ‘A Hard Days Night’ en ‘Nowhere Man’.

Henk Hofstede waagde zich aan ‘Strawberry Fields’ en ‘I am the Walrus’. Het was apart om deze studionummers live te horen. Dat gold ook voor ‘Tomorrow Never Knows’ uitgevoerd door Leona – een gewaagd stukje waarbij de redelijk in de buurt wist te komen van Beatle-soundtrack, inclusief achterstevoren klinkende gitaar.

Overigens meneer Hofstede, John zong aan het einde van ‘Strawberry Fields’ “cranberry sauce”, niet “I buried Paul” wat u maandag zo ludiek aan het einde van het liedje zong. Ken uw klassiekers.

Het ging nog even mis toen Annet Malherbe te hard op de bel sloeg en deze op het podium tuimelde, een fles water omstootte en het publiek nat spatte. Niet dat dit echt de pret drukte. Rock-‘n-roll in de polder, weet je wel.

De avond werd afgesloten met ‘The Ballad of John and Yoko’ en dat was tot mijn opluchting het enige wat van Yoko hoorde. Gelukkig haalde niemand het in zijn hoofd om een imitatie Yoko neer te zetten, want hoeveel ik Lennon ook bewonder en van zijn muziek kan genieten, het feit dat hij zijn vrouw liet mee blèren op sommige tracks mag toch zeker als een dwaling worden gezien. Ach, imperfectie is wat helden menselijk maakt. En Lennon blijft een held. Ook dertig jaar na zijn voortijdige dood.

Deze tekst staat ook op het muziekblog van Zone 5300.

Mike’s Webisodes 8: Abbey Road

Saturday, December 12th, 2009

Op een warme dag in augustus in het jaar 1969 poseerden The Beatles op het zebrapad vlakbij de EMI studio’s aan Abbey Road voor de gelijknamige hoes van hun laatste album. Sindsdien komen fans van over de hele wereld naar deze historische plek in de popmuziek om zichzelf te laten fotograferen op het zebrapad.

Recent was ik in Londen (zie de vorige webisode) en een bezoekje aan Abbey Road stond dan ook op mijn verlanglijstje. Ik sprak er met een Duitse huisvader die vol plezier zijn gezin vastlegde op de digitale gevoelige plaat. Een blik op Abbey Road anno 2009 (veertig jaar nadat The Beatles hun beroemde album opnamen. Al is de timing overigens puur toeval.)


Lees ook:

Illustratie: Paul Stellingwerf.