Posts Tagged ‘Ger van Wulften’

Dagboek van een geek #39: Research naar McFarlane

Saturday, September 19th, 2020

Zaterdag 19 september
De laatste tijd ben ik veel bezig met het werk van de Canadese stripmaker Todd McFarlane. Ik maakte een vlog over mijn eerste kennismaking met zijn werk, namelijk Spektakulaire Spiderman 104 (Amazing Spider-Man 298) en de enorme indruk die zijn tekenstijl maakte.

Spider-Man vs Chance door Todd McFarlane, geïnkt door Bob McLeod.

Ook ben ik begonnen aan het schrijven van een aflevering van Onder de loep voor stripblad Eppo over zijn werk. Het merendeel van de tekst is af, maar ik heb nog moeite met een keuze maken tussen welke afbeeldingen ik precies wil gebruiken. Het probleem bij Eppo is dat de vormgever de afbeeldingen vaak te klein op de pagina plaatst. Daardoor komen ze niet goed uit de verf. De vormgever en ik zijn het vaak niet met elkaar eens. De laatste jaren botsen onze opvattingen over wat ik onder goede vormgeving versta voor deze rubriek, vaak. Qua stijl is hij echt in de jaren zeventig blijven hangen. Hij wil vaak heel veel plaatjes en die dan klein afbeelden. Ik wil graag dat het beeld zo goed mogelijk zichtbaar is, want de rubriek draait om het bestuderen van stripplaatjes.

Tenminste, daar is het ooit mee begonnen. Stripplaatje onder de loep heette de rubriek. Mijn idee was om een stripplaatje, een strookje of een cover nauwkeurig te bestuderen en daar dan een boeiende tekst over te schrijven. Maar al snel wilde men meer beeld en werd de rubriek Stripplaatjes onder de loep. Tegenwoordig is de titel slechts Onder de loep en kwam het voorstel van de redactie om ook andere onderwerpen onder de loep te nemen. Daarmee wijkt de rubriek erg af met wat ik er oorspronkelijk mee van plan was, maar ik heb ook geen zin in een eeuwigdurende strijd in deze. De onenigheid met de vormgever vind ik al vervelend genoeg.

Het is wel erg leuk om over McFarlane te kunnen schrijven voor Eppo. Hij is een van mijn favoriete stripmakers. Daarom heb ik vandaag weer een vlog opgenomen voor Amsterdam Comic Geek over zijn werk. Dit keer over originele pagina’s. Het blijft fascinerend om die pagina’s te kunnen bestuderen. En als dat niet kan met de pagina’s letterlijk in mijn handen, dan kan het gelukkig wel online waar ze soms worden gepubliceerd.

De ruwe opnamen zijn ruim 40 minuten geworden, dus waarschijnlijk maak ik er twee video’s van. Dat wordt nog wel even monteren. Voor mij is het nog altijd een vraag of mensen nu juist lange video’s willen zien of korte. Het zal een beetje afhangen van met wie je te maken hebt, zelf vind ik vaak kort en krachtig fijn. Als een video langer dan een half uur duurt, zet ik hem vaak op de lijst om later te bekijken. En dan komt het er vaak niet meer van.

In ieder geval heb ik op YouTube niet te maken met vervelende, koppige vormgevers.

Dagboek van een Geek #34: Klepzeikercultuur

Friday, March 27th, 2020

Vrijdag 27 maart 2020
Tijdens het Corona-thuisblijven houd ik mezelf zoveel mogelijk bezig. Gelukkig had ik nog wat schrijfopdrachten te doen deze week en daarnaast maak ik iedere dag een vlog voor mijn YouTube-kanaal. Gisteravond maakte ik een vlog op over twee Klepzeiker magazines die ik in mijn kast vond. Ik ben de stripkast aan het uitdunnen om ruimte te maken voor nieuwe uitgaven. Er kunnen namelijk geen kasten bij in huis, maar er komen wel telkens nieuwe albums bij.

Bij het terugkijken van de vlog, besloot ik deze niet online te zetten. Ik moet simpelweg te veel van het beeld censureren, want zoals we van Eric Schreurs mogen verwachten zitten er veel seks- en poepgrappen in dit magazine. Ook zitten er, laten we zeggen, raciale stereotypen in het beeld die veel wokies meteen de fakkels uit de kast doen pakken om deze even lekker aan te steken en onder je raam te gaan staan schreeuwen dat het allemaal een schande is en dat boeken verbrand moeten worden en zo. Wat twintig jaar geleden nog gewoon kon, mag volgens sommige mensen nu niet meer.

Persoonlijk vind ik dat je alles belachelijk mag maken. En dat het prima is om tegen heilige huisjes te schoppen als je iets zinnigs te vertellen hebt. We doen tegenwoordig veel te krampachtig. Er wordt veel te veel met betweterige vingertjes gewezen naar wat anderen allemaal ‘fout’ doen. Een tweet met een fout/flauw grapje tien jaar geleden maakt dat een groepje eikels meteen je ontslag eist. Het enige dat gecanceld moet worden is cancel culture zelf.

Toch besloot ik de vlog niet te plaatsen. Best ironisch, want de boodschap van de video was eigenlijk dat ik vind dat je alles moet kunnen maken wat je wilt, maar dat niet alles mijn smaak is. En dat geldt voor dit magazine dat in 2000 werd uitgegeven door Ger van Wulften, die wel meer van dat soort dingen uitgaf. Kunt u zich cartoonist Gregorius Nekschot nog herinneren? Ook door Van Wulften uitgegeven.

Ik laat wel vaker stripboeken in mijn vlogs zien die niet bij mijn smaak aansluiten of die ik niet zelf zou kopen. Maar ik vind het wel belangrijk dat lezers weten dat die uitgaven bestaan. Misschien doen ze zo namelijk nog nieuwe ontdekkingen.

Maar goed, als je op YouTube publiceert hebt je je simpelweg aan hun richtlijnen te houden. Niemand verplicht me immers om te vloggen en het op YouTube te publiceren. En YouTube is heel gevoelig als het om getekend naakt en seks gaat. Om over raciale karikaturen nog maar te zwijgen. De wereld is in die twintig jaar veranderd, maar ik betwijfel of het beter is dat er veel censuur is en dat mensen intolerant zijn geworden voor de ideeën van anderen, en dingen die niet hun smaak zijn, bij voorbaat afkeuren.

BESTE BOEKEN: Ben Vrankens Dode Varkens | Vlog 116

Saturday, March 2nd, 2019

Dode Varkens is een dik, mooi uitgegeven boek met een selectie van het beste werk van Ben Vranken.

Vranken is een eigenzinnige tekenaar die altijd zijn eigen weg op is gegaan. Hij maakte illustraties voor onder andere De Telegraaf, de Volkskrant, Archeologie Magazine en het Nationaal Historisch Museum. In deze vlog werp ik een blik in Dode Varkens en vertel ik natuurlijk vooral wat ik hier zo leuk aan vind. Het is de eerste van een reeks Beste Boeken-Vlogs die ik wil gaan maken. Bijzondere boeken uit mijn collectie die ik graag onder de aandacht breng. En met boeken bedoel ik natuurlijk ook stripboeken.

 

Vlog: Fritsenstein, onze nieuwe huisgenoot

Monday, June 11th, 2018

1001 nespressoverpakkingen wil graficus en letteraar Frits Jonker betekenen. Van een stapel verpakkingen maakte hij Frankenstein-portretten.

Daar kochten wij er eentje van in de pop-up store van de Stripdagen Haarlem. Een Fritsenstein dus, of een Frankenfrits.

Ik streef ernaar deze video’s in een take op te nemen, maar deze vlog bevat een cut. Tijdens het inpakken van Fritsenstein liep ik nog even met de camera door de pop-upstore, maar die opnames vond ik later niet zo boeiend en heb ik eruit geknipt. Zo kon ik meteen even vertellen dat het Pulpman Monster Magazine goed is verkocht op de Stripdagen.

Inmiddels hangt Fritsenstein bij ons op het toilet, als eerste lid van de toekomstige portrettengalerij:

Vlog: Heel veel Frankenstein in Pulpman Monster Magazine

Friday, June 1st, 2018

Soms worden er bijzondere en gekke dingen uitgegeven. Zoals het Pulpman Monster Magazine van uitgeverij Xtra, samengesteld door Frits Jonker, Ger van Wulften en Fred de Heij. Frankenstein much? Ja, maar nooit too much natuurlijk.

Pornostrips in Nederland

Thursday, April 19th, 2018

Onder de toonbank: Pornografie en erotica in de Nederlanden is een mooi uitgegeven en rijk geïllustreerd koffietafelboek. Een hoofdstuk gaat over pornostrips.

Volgens mij is dit het eerste, complete overzicht dat in Nederland over pornografie is verschenen, maar daar kan ik me vergissen. Aan de hand van meer dan 450 prachtige, opruiende en prikkelende illustraties vertelt Onder de toonbank de geschiedenis van de Nederlandse erotica en pornografie. Experts als Inger Leemans, Marita Mathijsen en Bert Sliggers nemen de belangrijkste bloeiperiodes van de Nederlandse en Vlaamse porno onder de loep. Thema’s als homo-erotica, lesbische seks en blanke slavinnen komen aan bod.

Wie net als ik is opgegroeid in het analoge tijdperk, zal vast enkele van de vele opgenomen seksblaadjes herkennen.

Stripwerk
En er is dus een hoofdstuk over pornografische strips. Daar was ik als stripliefhebber het meeste benieuwd naar, want eerlijk gezegd ben ik daar nagenoeg nog niets over tegengekomen in bestaande teksten en boeken over strips. Jos van Waterschoot, stripkenner en conservator Boekhistorische Collecties en Stripcollecties bij de Bijzondere Collecties van de UvA, schreef deze bijdrage. Van Waterschoot begint eerst met het definiëren van wat hij onder pornografische strips verstaat. Hij maakt hiervoor gebruik van een definitie die Hans Pols ooit in een artikel beschreef:

Erotische strips kenmerken zich in zijn ogen door karakterontwikkeling van de hoofdfiguren en het nadrukkelijk in beeld brengen van seksuele handelingen zonder expliciet te worden. Stripmakers in dit genre zoeken veelal aansluiting bij de traditie van erotische kunst en literatuur. Pornografische strips zijn herkenbaar doordat de seksuele handling centraal staat.

Pols: ‘Er is in pornografische strips niet of nauwelijks sprake van karakterontwikkeling of een persoonlijke visie van de maker. Het is pulp, prikkellectuur, harde porno […] met vaak een gewelddadige inslag en expliciete, gedetailleerd weergegeven seksscènes.’

Door deze definitie aan te houden, komen strips als die van Fred de Heij, Theo van den Boogaard en Milo Manara wel ruim aan bod in dit segment, maar bijvoorbeeld de reeks Rooie Oortjes niet, omdat daar nooit expliciete seks in voorkomt. Ook beeldverhalen van Dick Matena vallen buiten de bovengenoemde categorieën. Al trakteert Van Waterschoot de lezer wel op twee pagina’s uit Matena’s versie van Sneeuwwitje, die zich laat verwennen door de Zeven Dwergen.

Sneeuwwitje van Matena.

In de jaren zestig, zeventig en tachtig werden er in Nederland aardig wat pornostrips gemaakt en uitgegeven. Tekenaar als Willem (Bernard Holtrop), Theo van den Boogaard, Rob Peters en ook Jan van Haasteren waren enkele prominente makers. In Onder de toonbank kunnen we lekker veel van hun werk zien. Evenals prikkelende pulpcovers die vaak vertalingen van buitenlandse strips waren. Wel jammer dat het tekenwerk van De Heij soms is vergroot en daardoor onscherp is.

Illustratie: Fred de Heij.

Kuifjeseks
Een interessant fenomeen zijn de seksparodieën van bestaande striphelden zoals Asterix, Lucky Luke en natuurlijk Suske en Wiske. Mocht er in Donnie Darko nog discussie zijn over de vraag of Smurfen wel of geen geslachtsdelen hebben, de seksparodieën geven een duidelijk antwoord op deze kwestie.

Hoewel dit soort strips konden worden uitgegeven doordat ze parodieën zijn, en daardoor het copyright niet schenden van de rechthebbenden, is het opmerkelijk dat in Onder de toonbank een pagina is opgenomen waarin Kuifje neukt met Bianca Castafiore – de erven Hergé zijn namelijk al tegen publicatie van normaal Kuifjemateriaal in boeken, dus ik ben heel benieuwd hoe ze hier tegenaan kijken. Nu is Kuifje natuurlijk zo’n beetje het meest seksloze stripfiguur ooit, dus dat maakt parodieën extra grappig. In een Asterix-parodie wordt de bekende reporter zelfs anaal genomen door Kapitein Haddock. Deze parodie komt uit de studio van Ger van Wulften en werd getekend door Gerrit de Jager en Wim Stevenhagen.

Illustratie: Paul Schuurmans.

Penthouse Comix
Van Wulfen is sowieso verantwoordelijk voor veel pornografische strips. Hij bracht Penthouse Comix hier op de markt en samen met De Heij begon hij het blad Pulpman. Fred liet me laatst weten dat het doek voor dit eigenzinnige tijdschrift wel gevallen is, want men verdient er geen cent mee. Ik interviewde Fred voor de Playboy, omdat hij vrijwel de enige Nederlandse tekenaar is die zich nog met pornografische strips bezighoudt.

Fragment uit Pulpman.

Volgens Van Waterschoot is de komst van het internet een van de belangrijkste redenen waarom er (bijna) geen nieuwe strips in dit genre gemaakt worden. Nu verscheen De Schakelaar van Manara in 2017 wel integraal, dus liefhebbers hou je. En het internet biedt juist ook weer kansen voor de strip in het algemeen en pornostrips in het bijzonder. Ik hoop dat dus dat de pornografische strip binnenkort een opleving zal hebben, want dat hoofdstuk in Onder de toonbank smaakt naar meer.

Overigens is dit koffietafelboek verschenen naar aanleiding van de expositie Porno op papier. Taboe en tolerantie door de eeuwen heen die is te zien in Museum Meermanno in Den Haag van 22 maart tot en met 24 juni 2018.

Onder de toonbank: Pornografie en erotica in de Nederlanden.
Uitgeverij Van Oorschot, €49,99.
ISBN 978902820359

Dode Varkens van Ben Vranken

Monday, June 19th, 2017

Dode Vakens is een dik, mooi uitgegeven boek met een selectie van het beste werk van Ben Vranken.

Ben Vranken signeert. Foto: Michael Minneboo.

In 1984 stuurde de Zeeuwse stripmaker en illustrator Ben Vranken (Vlissingen, 1962) een strip naar uitgeverij Van Wulften BV in de hoop dat ze zijn werk wilden uitgeven. Bijna een jaar later en toevallig vlak nadat Frits Jonker over Vrankens werk in een column had geschreven, kreeg hij pas een schrijven terug. Een afwijzingsbrief waarin Bens strip werd beoordeeld als ‘nogal mager, weinig boeiend en verrassend. De tekenstijl is overigens veel belovend.’

Ruim 32 jaar later ligt er een vuistdik boek genaamd Dode Varkens, met daarin opgenomen een selectie van Vrankens beste verhalen in stripvorm, met toelichting van de maker. Het boek is verrijkt met een mooi dossier met daarin onder andere bovenstaande brief, en Vrankens correspondentie met Frits Jonker. De uitgever van het boek: Ger van Wulften. Precies, dezelfde, al heet zijn uitgeverij nu Xtra.

Zondag 18 juni werd Dode Varkens gepresenteerd. Tijdens de presentatie in club Akhnaton signeerde de illustrator boeken voor zijn lezers.

Vlak voor de signeersessie maakten Vranken en ik kennis met elkaar. Een sympathieke kunstenaar, die in zijn werk een wereld schept die vooral gekenmerkt wordt door verval en een beklemmende sfeer. Maar ondanks de post-apocalyptische landschappen en de sombere toon, kent het werk ook veel ironie en zwarte humor.

Vranken is een eigenzinnige tekenaar die altijd zijn eigen weg op is gegaan. Hij maakte illustraties voor onder andere De Telegraaf, de VolkskrantArcheologie Magazine en het Nationaal Historisch Museum. Zijn strips en illustraties bewaarde hij jarenlang in natte, kartonnendozen. Voer voor papiervisjes. Een deel van het werk is opgegeten door de papierversnipperaar.

Hiernamaals
De titel van zijn boek verwijst naar een van de verhalen uit de bundel. Een mooi verhaal waarin Vranken een bijzondere visie toont op het hiernamaals. De titel Dode Varkens klinkt weinig commercieel, maar dat zijn z’n strips eigenlijk ook helemaal niet. Wat ze wel zijn is uniek, met een geheel eigen stijl en geluid. Zoals filmregisseur Erik de Bruyn al in zijn voorwoord zegt: ‘De strips van Ben Vranken zíjn kunst. En net als bij een autonoom conceptueel modern werk het geval kan zijn, moet je soms wat moeite doen om het tot je te nemen. Maar dan word je meegezogen in Vrankens wereld.’

Vrankens werk beantwoordt een vraag die me regelmatig te binnenschiet: bestaat er nog steeds underground in Nederland? En dan bedoel ik natuurlijk underground-strips.

De Amerikaanse underground-scene van weleer, met onder andere Robert Crumb, Spain Rodriguez en Gilbert Shelton, spreekt namelijk enorm tot mijn verbeelding. Stripmakers die dwars tegen de heersende consensus in gingen en hun eigen verhalen vertelden. Verhalen vol seks, drugs, surrealistisme en autobiografische elementen. In Nederland denk je dan meteen aan Peter Pontiac. Wasco. Mark Smeets.

Je kunt de Nederlandse stripwereld natuurlijk cynisch bekijken en zeggen dat die eigenlijk helemaal underground is, want het is een kleine niche die door het grote publiek voor het merendeel wordt genegeerd. Maar die stelling kan ik niet verdedigen, ook al komt het toch vaak neer op werk in de marge.

Maar Vranken, da’s wel underground. En dat bedoel ik als compliment: graag zie ik meer van dit soort eigenzinnige makers. Ik besteed er dan ook graag aandacht aan. Sterker nog, door de middag in Akhnaton besefte ik weer eens dat dit eigenlijk mijn werk moet zijn: het aankaarten van makers zoals Vranken, en bloggers zoals de eerdergenoemde Frits Jonker. Laat Van Nieuwkerk de mainstream maar behandelen. Laat anderen meer die rivier van papier van middelmatige strips recenseren. Geef mij maar de tekenaars die krabbelen in de marge, die hun eigen hang-ups en frustraties onder ogen zien en verwerken in verhalen. Ik geef ik graag een podium op mijn blog of in een tijdschrift. Ik ga me vanaf nu nog meer bezighouden met wat mij boeit en de ruis negeren.

Bezwering
Over de opgenomen pagina’s uit zijn schetsboeken schrijft Vranken: ‘Waarschijnlijk was dat hele tekenen een soort bezweringsritueel: door het verbeelden van allerlei ellende hoop je dat die in het echt je deurtje voorbij gaat. Bovendien vormt het een prima uitlaatklep voor je frustraties en voorkomt het tekenen van geweld dat je in de supermarkt oude vrouwtjes ondersteboven rijdt met je winkelwagen.’ De oude vrouwtjes en de lezers mogen Vranken dankbaar zijn.

Op dit moment heb ik het boek nog lang niet uit, maar dat vind ik wel fijn. Het is zo’n boek dat je af en toe moet oppakken om te bladeren of verder te lezen. Tot nu toe vind ik het allemaal inspirerend, net zoals de dikke boeken van Serge Baeken barst Dode Varkens van de creatieve energie. Ook die worden uitgegeven door Xtra. Dat is natuurlijk geen toeval.

Dode Varkens is een mooie uitgeven, dikke bloemlezing met harde kaft. Het werk van Ben Vranken zal lang niet aan iedereen besteed zijn (want hé, underground, dus) maar een aanrader voor iedereen die toe is aan iets anders. Pak het eens op in de winkel en blader erdoorheen. Is het niets voor je, leg het terug, maar waarschijnlijk wil je erin blijven lezen.

Ben Vranken. Dode Varkens.
Uitgeverij Xtra, 384 pagina’s · € 34,90
ISBN 9789490759919

En dan nu nog even een bonusvideo van de eerste tekening die Ben maakte die middag tijdens de signeersessie. De muziek wordt gedraaid door DJ Frits Jonker.

 


Daarom Minneboo leest:
Als stripjournalist wil ik zoveel mogelijk strips onder de aandacht brengen. Daarom heb ik de rubriek Minneboo leest in het leven geroepen, om te laten zien hoe rijk en divers het medium strip kan zijn. De artikelen in deze rubriek zijn geen recensies (die teksten staan gepubliceerd in de bijhorende rubriek), maar kunnen thematisch zijn, een interview, een tekenstijl belichten of simpelweg een nieuwe uitgave kort aanstippen.

Exclusief voorproefje van Pulpman #18

Wednesday, May 18th, 2016

Pulpman, het stripblad van Fred de Heij, Esther Gasseling en Ger van Wulften, kortom de mensen van uitgeverij Xtra, heeft al jaren mijn striphartje gestolen. Begin juni ligt eindelijk nummer 18 in de winkel. Hier alvast een voorproefje.

Cover-Pulpman-18Eigenlijk is Pulpman het laatste echte stukje underground strip in Nederland. Het wordt gemaakt door slechts een handjevol mensen die vooral met passie voor strips, pulp en andere visuele lekkernijen iedere keer veel moeite doen om weer een nieuwe Pulpman te maken. De Heij, de sneltekenaar van Nederland, heeft dit keer maar liefst 117 pagina’s strip getekend. (117 dus! Honderdzeventien!).

En naar wat ik daarvan gezien heb, zijn deze weer even smakelijk als altijd. Een groot deel van dat aantal behoort tot de strip Roca Verde, Freds vervolg op De schuilplaats dat 500 pagina’s lang moet worden. Een vraag die daarin wordt gesteld en wordt beantwoord is waar Pulpman eigenlijk voor staat. Ook is het deels een metaverhaal over het maken van een goeie strip. En daar heeft Fred natuurlijk wel een mening over. Eentje die hij overigens geregeld in zijn columns voor Stripnieuws ook laat horen.

Pulpman_detail

Verder in dit nummer onder andere de coproductie van Fred met Frits Jonker (het vervolg van Het koffertje), plus twee nieuwe samenwerkingen: met Anton Bedding en met de Vlaming Rudi Coel.

Geen porno!
Ik sprak Esther Gasseling van de week over deze nieuwe Pulpman en zei vertelde dat we ook dit nummer weer veel seks mogen verwachten. Fred ziet deze scènes overigens niet als pornografie.

Esther:

‘Toen ik het daar onlangs met hem over had, zei Fred: “In bijna alle definities van het woord pornografie gaat men ervan uit dat de bedoeling is de kijker/lezer seksueel te stimuleren. In mijn Pulpman-werk ben ik expliciet, maar het seksueel prikkelen is nooit mijn bedoeling. Wat dan wel? Humor.” ‘

Grappig, want dat blijft een van de dingen waar Fred en ik het niet over eens zullen worden. Zijn intentie is wellicht humor en de seksscènes zijn zeker grappig. De meeste officiële pornografie heeft natuurlijk iets van humor, want standaard porno is vaak zo grotesk dat het op de lachspieren werkt. Hoe leuk de seks in Pulpman ook is, de tekeningen an sich weten ook te prikkelen vind ik. Dus of het nu de bedoeling van de maker is of niet, de tekenpen van Fred is zo vakkundig dat de mooie vrouwen die hij tekent en de dingen die zij doen, zeker wel een stimulerende werking kunnen hebben.

pulpman-18-KoffertjeHier nog even de gehele inhoudsopgave, om je alvast een beetje lekker te maken:

INLEIDING
FRED DE HEIJ
Waarin Pulpman zich afvraagt waar zijn blad eigenlijk precies voor staat.

SNUFFELSTAGE
FRED DE HEIJ
Welke stagiaire mag tijdens de komende Pulpman-vergadering haar ideeën komen pitchen? Birgit, Amber of Miriam? De proefopdracht zal het uitwijzen.

pulpman-Vampirella_introVAMPIRELLA
FRED DE HEIJ
Bob Jusko jaagt op groot wild. En zij is zijn gevaarlijkste prooi ooit: Vampirella.

DE REDACTIEVERGADERING
FRED DE HEIJ
Hoofdredacteur Pulpman bespreekt het komende nummer met de rest van de redactie: Kapitein Rob, Groenhaar, Max Havelaar en Giulia, plus de andere bemanningsleden van het ruimtestation… eh… eiland Roca Verde.

pulpman-Kapitein-Rob

DE EERSTE KEER
DAV GUEDIN
Voorpublicatie van De eerste keer: openhartige verhalen van Dav Guedin over meisjes, gierende hormonen, onwennige intimiteiten, onhandig gedoe, allerhande geëxperimenteer en een geliefde die een onuitwisbare indruk maakte: Lulu.

HET KOFFERTJE (2)
FRITS JONKER & FRED DE HEIJ
Na het koffertje met 78 onbekende opnames van de Beatles levert een rondje langs het huisvuil opnieuw iets op: de vondst van de eeuw.

DE BEUL
BEN VRANKEN
In zijn confectieatelier De Beul hanteert pastoor Herman het evangelie als verdienmodel. Het paradijs lonkt immers alleen voor wie noeste arbeid verricht. En daar kun je niet jong genoeg mee beginnen.

ROCA VERDE (vervolg)
FRED DE HEIJ
Corruptie en spionage. Verdeel en heers. Overwerk en overspel. Op zoek naar de politiemol als tipgever van de criminele Osborn-bende sneuvelt er weleens een slipje. Dit en meer stinkende zaken in het uitgebreide Pulpman-feuilleton Roca Verde.

NATTE MAAN
SOPHIE CAMBELL
Fragment uit Gisteren is niet meer: het zesde deel uit de Natte Maan-reeks, waarin Audrey uit de kast komt, gek wordt van de zorgen om haar comateuze vriendin Trilby en heeft gefaald als oppas…

DE BIECHT
RUDI COEL & FRED DE HEIJ
Een priester in gewetensnood gaat te biecht bij een collega over de ongebruikelijke biecht van een uitzonderlijke vrouw in zijn parochie.

LIEBESTOD
ANTON BEDDING & FRED DE HEIJ
Johnny Rowdan was een crimineel van het zuiverste water, die ijskoud carrière maakte over de rug van anderen. Maar toen er liefde in zijn leven kwam, knapte er iets.

EN VERDER O.A.

Rudi Coel over het genre van het erotische korte verhaal. “Omdat schrijven over seks letterlijk opwindend is en omdat seks altijd zoveel meer is dan seks.”

Preview van het derde deel (en slot) van Claire DeWitt: De vader, de dochter & de duivel door Willem Ritstier en Fred de Heij.

De coming out van Sophie (voorheen Ross) Campell als transgender.

PULPMAN #18
Fred de Heij & anderen
130 pag. (€ 14,90) · ISBN 978-94-90759-85-8
Uitgeverij Xtra
Verschijningsdatum: 4 juni (Stripdagen Haarlem)

Fred de Heij over Pulpman #17

Tuesday, October 13th, 2015

Met pretoogjes meld ik bij deze dat er een nieuwe Pulpman uit is. Dit tegendraadse, erotisch getinte stripblad is het geesteskind van Fred de Heij en wordt door hem samen met Ger van Wulften en Esther Gasseling van uitgeverij Xtra gemaakt.

Nummer 17 is extra dik en groot geworden en bevat onder andere een spoof op Bride of Frankenstein, een nieuw lang verhaal dat een vervolg is op De schuilplaats, Pulpman als detective in een zaak over kutselfies en een strip geschreven door Frits Jonker. Allemaal door De Heij getekend, dus dat is smullen. Maar we hebben er dan ook bijna twee jaar op moeten wachten, want de laatste Pulpman dateert alweer uit december 2013.

Reden voor een feestje dus besloot ik De Heij even te bellen.

pulpman_17_coverHet heeft een tijdje geduurd voordat er weer een nieuwe Pulpman was. Waarom?
‘Absoluut. Op een gegeven moment had ik tegen Ger (van Wulften, red.) gezegd: volgens mij moet het anders. Hij moet dunner worden, vaker uitkomen en minder tekst bevatten en meer strips. Toen kwam Ger een paar weken later weer langs en vertelde wat hij had bedacht: Pulpman moest dikker worden, meer tekst bevatten en minder vaak uitkomen. Precies het tegenovergestelde van wat ik bedacht had dus. Ook goed natuurlijk. Inmiddels had Frits Jonker zich ook aangeboden en toen heeft Ger hem gevraagd om hoofdredacteur te worden. Dat is uiteindelijk op niks uitgelopen. Al die zaken hebben de nieuwe Pulpman vertraagd terwijl het werk allang klaar lag.’

Was jij het eens met Frits Jonker als hoofdredacteur? Ik dacht eerst dat het een grapje was toen ik er over las in de nieuwe Pulpman, maar dat is dus allemaal echt gebeurd?
‘Ja, dat is allemaal zo gebeurd. Kijk, als Frits zegt dat hij er een heel ander blad van wil maken, dan vind ik dat uitstekend. Maar Ger en Esther waren het daar toch niet mee eens. Alles wat we voor Pulpman doen is non-profit, dus ik vind als je tegen iemand zegt dat hij zijn gang mag gaan, dat je hem ook carte blanche moet geven. Als het dan helemaal niet wordt wat je ervan verwacht, geeft dat wat mij betreft niet. Dan maak ik gewoon een stripje om die flauwekul van Frits recht te trekken. Dat etherische gelul dat hakken we wel weer de pan in, denk ik dan. Maar Esther en Ger zagen die plannen van Frits toch niet zo zitten. Daardoor is de boel vertraagd.’

Eigenlijk is Pulpman jouw blad, dus ik vind het interessant dat je dan bereid bent de teugels aan iemand anders te geven om te zien wat dat oplevert.
‘Ja dat vond ik ook interessant. Maar ja, het is ook Gers blad en als uitgever heeft hij daar ook iets over te zeggen. Maar Frits z’n argument dat we die paar lezers die we hebben toch niet voor het hoofd kunnen stoten, is ook weer ijzersterk. Frits wilde meer diepgang, allemaal diepgang… (lacht).’

Het nieuwe nummer is qua formaat ook groter.
‘Ja, hij is een tikje groter. Ook wilde Ger hem ietsje anders hebben, daarom heb ik de cover dit keer niet geschilderd en is het een pentekening geworden. Kleine veranderingen die verder niemand opvalt. Nou ja, het formaat zal wel opvallen.’

Vind je het fijn dat hij iets groter is geworden?
‘Dat maakt mij niet uit.’

Wat wordt nu de frequentie? Wanneer komt de volgende?
‘Als we genoeg materiaal hebben. Ik heb alweer pagina’s gemaakt voor een volgende, dus we gaan rustig door, maar aan de ontstaansgeschiedenis van deze kun je wel aflezen dat er altijd iets kan gebeuren waardoor publicatie wordt uitgesteld. Ik doe daarom nooit uitspraken over wanneer de volgende komt.’

Bij Eva op shoot... Wie wil dat nu niet?

Bij Eva op shoot… Wie wil dat nu niet?

De strip Bij Eva op schoot, een spoof op de talkshow van Eva Jinek, hoe kwam je daar op?
‘Ik vind satire leuk en de Mad bestaat niet meer, dus dacht ik dan maak ik zelf maar wat.’

En toen dacht je Eva Jinek is wel een lekker ding?
‘Nee dat dacht ik niet. Ik zat vorig jaar een keer bij vrienden te praten en toen ze ik dat die bank waar ze bij Jinek allemaal op zitten zo stom vond. Toen zei een vriendin van me: “Dat doet ze speciaal voor jou, want ze wil haar benen laten zien.” Toen dacht ik: “Daar heb ik een onderwerp voor mijn stripje!”

Ja, want je tekent Jinek heel sexy met een diep decolleté.
‘Dat kwam dus eigenlijk door die vriendin van me, door wat zij zei.’

Wie zie je als de doelgroep van Pulpman?
‘Mezelf.’

Er staat nu ook ‘100% Fred de Heij’ op de cover. Het is eigenlijk een Fred de Heij fanclub-blad door Fred de Heij.
‘Ja dat heb ik er niet opgezet. We hadden ook stripmateriaal van andere tekenaars, maar uiteindelijk hebben Ger en Esther besloten alleen pagina’s van mij te publiceren. Vandaar 100% Fred de Heij.’

Is dat vanaf nu ook de koers die jullie gaan varen of kan de volgende Pulpman weer helemaal anders zijn?
‘De volgende keer kan er maar één pagina van mij bij zitten. Dat vind ik juist het leuke: we hebben geen koers. Het mag allemaal ontsporen, wat mij betreft.’

Portret van Elsa Lanchester als de Verloofde van Frankenstein. © Fred de Heij/ Xtra

Portret van Elsa Lanchester als de Verloofde van Frankenstein. © Fred de Heij/ Xtra

Ik vond je satire op Bride of Frankenstein erg grappig. Ik heb de Pulpman op Stripfestival Breda meegenomen en zat hem op weg naar huis in de trein te lezen. Maar dat is toch best lastig om in het openbaar een Pulpman te lezen.
‘Ja dat kan ik me voorstellen. Je wilt toch rekening houden met het andere publiek.’

Ja, er wordt toch hier en daar gepenetreerd op de strippagina’s.
‘Ja, ja, ik zou het ook niet in de trein lezen.’ (lacht)

Ik ben benieuwd hoe het verhaal Roca Verde verdergaat, dus ik hoop dat jullie een beetje opschieten.
‘Ik heb dat verhaal al helemaal uitgeschreven en daar ben ik dus al een heel stuk mee opgeschoten. In de volgende Pulpman stoppen we minstens een stuk of 45 pagina’s van die strip.’

Detective Pulpman onderzoekt kutselfies. © Fred de Heij/ Uitgeverij Xtra

Detective Pulpman onderzoekt kutselfies. © Fred de Heij/ Uitgeverij Xtra

Zit die term Graphic novel je trouwens nog steeds dwars omdat je in dit nummer Pulpman een cursus over de graphic novel laat geven en hij het nogal belachelijk maakt?
‘Het heeft me nooit echt dwarsgezeten. We waren toen op de Avond van de Graphic Novel bij de UvA. Ze hadden mij gevraagd om in het panel te zitten, maar daar had ik helemaal geen zin in. Dat werd toen Peter Breedveld dus dat was een veel betere keuze. Die heeft een mening en die uit hij ook graag. Dat heb ik helemaal niet. Graphic Novel zegt mij ook helemaal niks. Je probeert iets wat helemaal niks is, op te kloppen.’

Nou, je geeft je mening toch duidelijk via het personage Pulpman.
‘Absoluut. Laten we dan zeggen dat ik geen zin heb om in het openbaar te spreken.’

Goed. Ik ben blij dat er weer een nieuwe Pulpman in de winkels ligt en ik hoop dat het niet al te lang duurt voordat de volgende eraan komt. We wachten in spanning af.

Een Batman-trui op de Beurs van Kleine Uitgevers

Monday, December 8th, 2014

Voor het eerst bezocht ik zondag de Beurs van Kleine Uitgevers in Paradiso waar kleine uitgevers uit het Nederlandse taalgebied hun nieuwe titels en recente uitgaven van literatuur, non-fictie en beeldende kunst presenteren.

Als ik stripbeurzen bezoek kom ik bijna nooit aan het kopen van nieuwe strips toe: ik ken veel mensen uit het wereldje en dus praat ik vooral heel veel met mensen. Grappig genoeg was dat ook het geval op de Beurs van Kleine Uitgevers. Bij binnenkomst kwam ik Frits Jonker en zijn dochter al tegen bij de deur. Daarna liep ik Esther Gasseling en Ger van Wulften van Uitgeverij Xtra tegen het lijf. We hebben wat gekoffieleut en over strips en films gepraat.

Toen ik eenmaal de grote zaal in Paradiso binnentrad om naar de uitgaven te gaan kijken, kwam ik Rudi Jonker en Wieke Drieboog tegen. Drieboog won dit jaar de A.L. Snijdersprijs voor kortverhalen. Dat ik wist dat die prijs bestaat vond Wieke zo bijzonder dat ik haar boekje Namaak van haar kreeg.

Kunst-van_dulieu_coverHet was behoorlijk druk in Paradiso, waardoor ik telkens met mijn tas tegen anderen aanstootte. Boven trof ik Piet Schreuders aan die zijn Poezenkrant verkocht. Linda nam er twee exemplaren van mee. We hebben geen kat, dus die poezenkrant is voor onszelf.

Ook sprak ik nog even met Maarten J. de Meulder die het werk van Jean Dulieu uitgeeft. Eigenlijk waakt hij ervoor dat we het prachtige werk van Dulieu niet vergeten. Voor deze editie van de beurs gaf hij Kleine oortjes 1 uit getiteld ‘Hemelboekje’. In deze reeks wordt ongepubliceerd werk van Dulieu gepubliceerd. ‘Hemelboekje’ is een verzameling cartoons over religie. Ik hou erg van het tekenwerk van Dulieu dus kocht ik ook een exemplaar.

Frits Jonker, Fake Booy en Marijn Kloosterman deelden een kraampje met speciale uitgaven die niet meer dan 1 euro kostten. Ik kocht een paar boekjes van Frits, waaronder het Facebookexperiment: Schrijfaanval! Ik raad je dit boekje graag aan, want niet alleen leest het als een reportage over de gedachtewereld van Jonker, je steekt ook meteen iets op over de vreemde manier waarop Facebook werkt.

kleineuitgevers_01 kleineuitgevers_03Van Fake kocht ik een klein bundeltje met door hem verzamelde zelfmoordcartoons.

Er waren ook nog twee vrienden van Moker Ontwerp op beurs om wat rond te neuzen. Terwijl ik met Eric Huysen van Moker een biertje dronk zag ik aan een tafel Gummbah nog druk aan het signeren, schuin achter hem zat Willem Vleeschouwer. Er waren dus ook wat stripmakers aanwezig. Er was zelfs een man met een gebreide Batman-trui:

kleineuitgevers_09

Daily Webhead Video: Frits Jonker’s Comic Balloon Photoshoot

Sunday, October 12th, 2014

michael_minnebooOp Stripfestival Breda zat Frits Jonker in de stand van uitgeverij Xtra en om zichzelf en de andere bezoekers bezig te houden had hij een leuk project bedacht, de Comic Balloon Photoshoot: zeg het eerste wat in je opkomt en Frits maakt er een tekstballon van. Daarna ga je met die ballon op de foto.

Fred de Heij krijgt de Stripschapprijs 2014

Sunday, November 24th, 2013

Bij sommige berichten zeg ik: beter laat dan laat maar. Fred de Heij krijgt eindelijk de Stripschapprijs. En dat is natuurlijk meer dan terecht. De liefhebber van goedgetekende strips in een realistische stijl en erotische strips met een knipoog kent het werk van Fred de Heij natuurlijk al, toch plaats ik hier integraal het persbericht dat het Stripschap zondag 24 november naar buiten bracht. Gefeliciteerd, Fred!

Zelfportret van De Heij op de cover van Vintage.

Zelfportret de Heij op de cover van Vintage.

De winnaar van de Stripschapprijs 2014 is behalve stripmaker ook schilder en illustrator. Fred de Heij (Amsterdam, 1960) studeerde in 1983 af aan de Gerrit Rietveld Academie. Hij vond werk als illustrator van kinderboeken, waaronder Bolke de beer, maar het boeide hem niet. Hij pakte vervolgens zijn oude jeugdliefde op, het striptekenen, en met een aantal eigen probeersels tekende hij vanaf 1990 korte en langere verhalen voor de tijdschriften Donald Duck, Tina, Taptoe, Kuifje, Wordt Vervolgd en Penthouse Comix. Daarnaast begon hij ook meer en meer te experimenteren met ‘underground’-strips, satirische en erotische verhalen waarin de invloed van de Italiaanse tekenaar Milo Manara goed te zien is.

Phinny Prentice.

Phinny Prentice.

Nadat hij aan het eind van de jaren negentig de strip Filo, over een gewelddadige clown, in eigen beheer had uitgebracht, kwam hij in contact met uitgeverij Xtra van Ger van Wulften, die vanaf dat moment zijn vaste uitgever werd. In 2005 maakte hij de erotische thriller Afgezaagd en vanaf 2009 verschenen 15 nummers van het tijdschrift Pulpman, een erotisch satirisch pulpblad dat vrijwel geheel door Fred de Heij werd volgeschreven en getekend. Daarin rekende hij af met Bolke de beer in de sarcastische dierenstrip ‘t Landje, liet hij de anti-western herleven in De schuilplaats en maakte hij korte metten met Amerikaanse striphelden als Rip Kirby en Batman.

Ondertussen had hij het schilderen ook weer ontdekt, wat goed te zien is aan de prachtig geschilderde hommages aan de oude pulpcovers die hij voor het tijdschrift Pulpman maakte. Diverse strips uit Pulpman werden naderhand in boekvorm uitgegeven door Xtra. In 2012 voegde Fred de Heij daar ook nog eens de direct voor album gemaakte thriller Phinny aan toe.

De cast van haas geschilderd door Fred de Heij. Helemaal links: Haas, de blonde van Donkersloot in het midden.

De cast van haas geschilderd door Fred de Heij. Helemaal links: Haas, de blonde van Donkersloot in het midden.

In 2009 verbaasde Fred de Heij vriend en vijand met een nieuwe strip voor het stripblad Eppo. De serie Haas, op tekst van uitgever en hoofdredacteur Rob van Bavel, is één van de nieuwe strips in dit om nostalgische redenen opnieuw gestarte tijdschrift. Haas is een oorlogsstrip die zich afspeelt in het Brabant van de Tweede Wereldoorlog. De hoofdpersoon Haas is de leider van een verzetgroep, die zich met hand en tand tegen de Duitse bezetter verzet. Maar de dreiging komt niet alleen van buiten. De spanningen binnen de groep, de verleiding van het geweld en het leven in een tijd van grote leugens zijn belangrijke thema’s.

Vintage_spread

De realistische stijl waarmee Fred de Heij deze emotionele actiestrip neerzet, is een belangrijk onderdeel van het succes. Door jarenlang pulpstrips te tekenen, heeft hij een vanzelfsprekende striptaal ontwikkeld, waarin expressief geacteerd wordt. Het zijn niet alleen de gezichtsuitdrukkingen van De Heij die aanspreken; zijn hele vertelstijl, de decoupage van de pagina’s waar hij zich van de schrijver vrijelijk mee mag bemoeien, hoe het ene moment in het andere overvloeit, laat zien dat we hier met een stripmaker van internationale allure te maken hebben. Soms zien we invloeden van buitenlandse pulptekenaars als Milo Manara, Jordi Bernet en Sergio Bonelli, die De Heij ook inderdaad bewondert. Maar net als deze tekenaars grijpt hij regelmatig terug op de oude meesters, zoals Alex Raymond, Milton Caniff en Will Eisner. Fred de Heij is een toegewijde tekenaar, die de ‘roots’ van zijn vak kent en er inspiratie uithaalt.

pulpman_15Als we met die ogen terugkijken naar het tijdschrift Pulpman is vooral ook te zien dat het een plek was waar De Heij naar hartelust heeft kunnen experimenteren, zijn vaardigheden heeft kunnen bekwamen en vooral ook tempo heeft leren maken. Want wie een succesvol tekenaar wil zijn, moet regelmatig met nieuw werk komen. Voor dat laatste hoeven we bij Fred de Heij niet bang te zijn. In het afgelopen jaar heeft hij met schrijver Willem Ritstier gewerkt aan een nieuwe horrorwestern voor een groot publiek, tekende hij de documentairestrip Peking – Oorlog in de diplomatenwijk naar aanleiding van zijn gelijknamige tentoonstelling in het Nationaal Archief en loopt vanaf november het vijfde avontuur van Haas in het stripblad Eppo met als titel Dodenlijst.

Daarnaast heeft De Heij ook het schilderen weer ontdekt. In zijn atelier in Zaandam tekent hij portretten en landschappen. In 2010 werkte hij mee aan het televisieprogramma Sterren op het doek van Hanneke Groenteman. Ook zijn satirische kant is niet verdwenen. Voor het Nederlandse tijdschrift Mad maakte hij een vlijmscherpe ‘spoof’ van het televisieprogramma Voetbal International en in Pulpman 11 haalde hij Matthijs van Nieuwkerk en De wereld draait door onderuit.

De commissie van de Stripschapprijzen roemt met Fred de Heij een stripmaker pur sang. Een expressieve tekenaar die alle middelen die de realistische tekenaar ter beschikking staan gebruikt om de lezer mee te slepen in zijn verhaal. Hij is een unieke tekenaar met een eigen stem, die desondanks goed in staat is om op scenario van een ander te werken. Op die manier heeft hij in de afgelopen vijf jaar een voor Nederland ongekend œuvre opgebouwd.

Beknopte bibliografie van Fred de Heij
1995 Don’t Panic (scenario: Martin Leijen) t.g.v. 50 jaar Verenigde Naties

1997 Magische gebeurtenissen

2001 Frans en Suzanne maken het goed

2006 Afgezaagd

2008 ‘n Net meisje

2008 De Zeemeeuw

2008 Spaanders

2010-heden Haas (scenario: Rob van Bavel)

2010 ‘t Landje

2010 Vintage

2011 Phinny – Rendez-vous

2012 Confessions (in 2013 in het Nederlands uitgebracht als Biechten)

2012 De schuilplaats

2014 Peking – Oorlog in de diplomatenwijk