Posts Tagged ‘Peter Pontiac’

Peter Pontiac, Typex & John Irving | 430

Monday, August 31st, 2020

Bij het opruimen van mijn archief aan VPRO Gidsen, waar mijn artikelen over strips in staan, kwam ik een gids tegen waaraan zowel Peter Pontiac als Typex had meegewerkt.

Greetings from Amsterdam by Peter Pontiac | ACG Vlog 31

Tuesday, January 28th, 2020

More on Peter Pontiac read here.

EXPOSITIE Indrukwekkende SCHILDERKUNST van STRIPTEKENAARS | Vlog 125

Friday, March 22nd, 2019

Het stripmuseum Groningen is weliswaar dicht, maar gelukkig heb ik in de laatste periode nog wat opnames kunnen maken. Zoals deze van de expositie Van penseel naar kwast: Schilderkunst van striptekenaars.

Deze vlog is dus een registratie van een deel van de schilderijen die er toen te zien waren.

Comic Book Cities: Amsterdam

Monday, December 17th, 2018

Plaatje uit de strip van Wasco.

Wasco tekende de markt in Amsterdam West in een van zijn strips. Natuurlijk doet in de wereld van Wasco een pinguïn de boodschappen.

Uit: Gasten van Guido van Driel.

Guido van Driel gebruikte Amsterdam als decor van zijn strip Gasten.

Peter Pontiac tekende het bezoek van Robert Crumb aan Amsterdam op. In een strip voor Highlife toont Pontiac hoe uitgever Hansje Joustra (weergegeven als stripfiguur DirkJan) samen met Pontiac (potlood) de beroemde stripmaker Robert Crumb meeneemt naar een coffeeshop die naar hem is vernoemd.


Het Oudekerksplein in Amsterdam uit het album Suske en Wiske: Suske de Rat getekend door Luc Morjaeu.

Afdalen in de wereld van undergroundstrips

Thursday, June 9th, 2016

Had ik je al gezegd dat ik me deze editie van de Stripdagen Haarlem prima vermaak? Nee, nou ik vermaak me prima. Woensdag bezocht ik enkele tentoonstellingen waaronder Underground in beeld: Van Pontiac to Guthrie.

De Vishal.

De Vishal.

Fijn aan deze editie van de Stripdagen Haarlem is dat het festival tien dagen duurt. Doordeweeks is van alles te doen, maar nog belangrijker: de meeste tentoonstellingen zijn ook te bezichtigen. Iets waar ik afgelopen weekend helemaal niet aan toekwam vanwege de opening van de expositie over motion comics en mijn Strip Talkshow. Daarom was ik woensdag in Haarlem in de Vishal om de hoofdtentoonstelling over undergroundstrips eens goed te bekijken.

Bij binnenkomst trof ik festivaldirecteur Tonio van Vugt aan, die achter de balie wat aantekeningen maakte. Een artistiek directeur die zijn gezicht goed laat zien in de binnenstad van Haarlem. Terwijl ik rondliep verplaatste hij nog met een van de medewerkers van de Vishal een van de vitrines. Van Vugt is lekker hands-on bezig dus.

underground-inkt-balloenunderground-onbegrijpelijke-verhalen

De tentoonstelling Van Pontiac tot Guthrie leidt de bezoeker van het eerste undergroundblad in Nederland – het tijdens de bezetting door de Toonder Studio’s verspreide tijdschrift Metro – naar legendarische tijdschriften als Aloha, Tante Leny Presenteert en Modern Papier, en via vergeten helden als Mark Smeets en Flip Fermin naar hedendaagse undergroundtekenaars als Charles Guthrie, Maia Matches, Bobbi Oskam en Ibrahim R. Ineke.

Minneboo met Pontiacs strippersonage Gaga. Dit prachtige Gaga-beeld is gemaakt door Maia Matches.

Minneboo met Pontiacs strippersonage Gaga. Dit prachtige Gaga-beeld is gemaakt door Maia Matches.

Nu ben ik zelf redelijk bekend met het verleden van de Nederlandse undergroundstrip, dus ik was niet verbaasd bovenstaande titels aan te treffen. Een centrale plek is er voor Peter Pontiac, die ook wel de godfather van de undergroundstrip wordt genoemd. In 2015 overleed hij, maar vergeten is hij gelukkig nog lang niet.

Maar, zoals de tentoonstelling duidelijk maakt, was Pontiac niet de enige die zich begaf in de duistere krochten van de undergroundstrip. Het was leuk om alle smallpress-uitgaven in de vitrines te zien van allerlei verschillende makers die tot deze groep behoren of behoorden. Zoals Joost Swarte die het blad Modern Papier in het leven riep.

underground-modern-papierunderground-gummi

Een rukkende Hans uit 'Ans en Hans' van Theo van den Boogaard.

Een rukkende Hans uit ‘Ans en Hans’ van Theo van den Boogaard.

Wie is underground?
Interessant vind ik dan ook de keuze die men heeft gemaakt om de hedendaagse underground weer te geven. Want, is er in Nederland nog sprake van een underground scène? ‘Ja’, luidt het antwoord. Al is die minder duidelijk dan pakweg dertig jaar geleden. Veel wordt immers online gepubliceerd en wie wel of niet bij underground hoort, hangt een beetje af van hoe je die term definieert.

Het verleggen van grenzen is een van de definities die de samenstellers hanteren. Een mooi uitgangspunt waar Guthrie, Oskam en Ineke zeker onder vallen.

The Jimi Hendrix Experience door Theo van den Boogaard.

The Jimi Hendrix Experience door Theo van den Boogaard.

Ik zelf denk aan underground ook aan een blad als Pulpman van Fred de Heij. Een stripblad dat met liefde voor de strip in elkaar wordt gezet door een klein team. Een blad dat nagenoeg onbekend is bij het grote publiek. Of eigenlijk bijna bij ieder publiek. Maar dat geldt natuurlijk niet voor De Heij zelf, want die is veel te bekend in de stripwereld om als underground stripmaker bestempeld te kunnen worden. Iemand als Charles Guthrie past wel in die definitie, want hij is eigenlijk een goed bewaard geheim en past dus prima in de expo thuis.

Hoewel ik geen fan ben van Guthries werk an sich – zijn strip Tomaat in Schokkend Nieuws kan mij niet bekoren – waardeer ik het vakmanschap in zijn illustraties wel.

Stripplaatje van Charles Guthrie.

Stripplaatje van Charles Guthrie.

Ook het album The White People van Ibrahim R. Ineke is een fascinerende strip, maar niet heel toegankelijk. Je moet daar echt je best voor doen om het verhaal te doorgronden. Underground? Zeker! Maar ik heb toch meer met het werk van Pontiac, Van den Boogaard en Marcel Ruijters. Maar dat is ook mooi aan een stripfestival als Haarlem, dat je lekker kunt snuffelen en ruiken aan strips die vreemd voor je zijn. Soms tref je zo iets aan wat een nieuwe liefde van je wordt en vaak weet je weer beter wat je wel en niet leuk vindt om te lezen. In beide gevallen een waardevolle ontdekking.

Toch liet de vraag van hoe de undergroundstrip er tegenwoordig uitziet, me niet los toen ik de Vishal weer uitliep woensdagmiddag. Het is een vraag die verder onderzoek vraagt, wat mij betreft. Niet in de laatste plaats omdat ik graag de aandacht vestig op onbekende beeldverhalen die mijns inziens wel een publiek verdienen. Wie zich tot die vraag voelt aangetrokken moet zeker even de Vishal bezoeken in de komende tijd.

Van Pontiac tot Guthrie is nog t/m zondag 3 juli 2016 te zien.

Tonio van Vugt: ‘Strip is te lang een geïsoleerd medium geweest’

Thursday, June 2nd, 2016

Tonio van Vugt is de nieuwe artistiek directeur van de Stripdagen Haarlem en volgt Joost Pollmann op die in 2014 na twintig jaar afscheid nam. Omdat het festival dit weekend begint, is het een mooi moment Van Vugt eens nader te ondervragen.

Tonio van Vugt. Foto: Natasja van Loon.

Tonio van Vugt. Foto: Natasja van Loon.

Laten we met een Klokhuis-vraag beginnen: Wat is nu precies de taakomschrijving van een artistiek directeur van een stripfestival? Wat doe je eigenlijk?
‘Haha, nou dat wil je niet weten! Soms zit ik antwoorden te geven op punten en komma’s, maar mijn voornaamste taak is zorgen voor de inhoudelijke gravitas van het festival. Ik moet er voor zorgen dat een hoofdthema voldoende inspiratie biedt zodat andere projecten daarop in kunnen haken. Zoals het thema Underground in beeld dat ook de smaak bepaalt voor andere exposities, zoals het ¡Viva Pontiac!-project in Nieuwe Vide. Uit een hoofdthema komt dus van alles voort: exposities, lezingen en debatten.’

‘Bij mijn baan komt ook aardig wat politiek kijken en je charmante zelf zijn om mensen enthousiast te krijgen voor je ideeën. Het is fijn dat ik dit jaar het Teylers museum weer bij de Stripdagen heb weten te krijgen. Dat is een belangrijke slag. Soms speelt daar de factor geluk een belangrijke rol in. In Teylers zit nu namelijk iemand die heel enthousiast is over strips, en die heeft er ook een hoop energie in gestoken om de samenwerking tot stand te brengen. Als zo’n iemand er niet zit, loop je tegen een muur op. Ook fotogalerie De Gang heb ik bij het festival kunnen betrekken. Kortom, het is heel veel praten. Heel veel mensen leren kennen, Haarlem leren kennen…’

Mark Smeets. De triomf van het tekenen in het Teylers Museum.

Mark Smeets. De triomf van het tekenen in het Teylers Museum.

Hoe word je artistiek directeur van een stripfestival?
‘Dat gebeurt zodra de vorige directeur opstapt en ze een nieuwe directeur nodig hebben. (lacht). Die vorige directeur, Joost Pollmann, vertelde aan mensen in de stripwereld dat 2014 zijn laatste editie zou worden. Het was mijn vriendin Natasja die me erop wees dat ik wellicht ook een goede kandidaat zou zijn voor de functie. Ik heb eerst gecheckt of er niet al een kroonprins klaarstond, maar toen dat niet het geval was heb ik net als de rest gesolliciteerd.’

Waarom is de keus op jou gevallen, denk je?
‘Ik denk dat mijn redacteurschap van Zone 5300, het feit dat ik een groot netwerk in de stripwereld heb en zelf ook tekenaar ben geweest en dat perspectief dus meeneem, een rol heeft gespeeld in waarom ze voor mij hebben gekozen. En nu moet ik nog maar bewijzen dat ik de schoenen van Joost ook kan vullen.’

Stripdagen-Haarlem-2016Ik zou nieuwe schoenen kopen, want anders zit Joost zonder… Maar ik neem aan dat je bij zo’n sollicitatie een soort plan moet voorleggen.
‘Ik moest inderdaad een presentatie houden en heb daarin mijn visie op de Stripdagen Haarlem ontvouwd. Die was overigens niet zo spectaculair anders dan wat er daarvoor kwam. De Stripdagen zijn immers al een geweldig festival. Een van de dingen die ik toen voorstelde was de expositie De schilder getekend. Toen ik eenmaal was aangenomen hebben zakelijk directeur Thamara van Rijn en ik besloten dat het festival wel tien dagen zou kunnen duren omdat er genoeg te doen is en we de mensen de tijd willen geven om zoveel mogelijk exposities te bezoeken. Ook is toen het programma rond Pontiac de underground-strip tot stand gekomen.’

Wat zijn accentverschillen wat betreft je visie ten opzichte van je voorganger?
‘Ik heb ideeën om meer crossover te laten plaatsvinden, strip is te lang een geïsoleerd medium geweest. Haarlem was altijd al meer gericht op crossover tussen disciplines, zoals het feest in het Patronaat. Maar ik wil dat nog meer benadrukken. Dat doen we bijvoorbeeld met de nieuwe fototentoonstelling van Gert Jan Pos die de afgelopen jaren portretten maakte stripmakers. Dit past mooi in het thema van strips en is toch een ander medium. We hebben ook een paar theatervoorstellingen in de Toneelschuur, waaronder The King and Me van Ger Apeldoorn. We vieren natuurlijk het 75-jaige bestaan van Tom Poes met een expo, want dat is historisch belangrijk. En met de expositie over motion comics kijken we naar de toekomst van de strip. Submarine Channel kwam met dat idee en dat klonk meteen geweldig. Niet dat Joost dat soort expo’s niet had overigens…’

banner-expo-02‘De Stripdagen Haarlem bestaan immers al twaalf edities. Het is voor mij een beetje alsof ik het pak van een ander aantrek en dat pak moet nog wel lekker gaan zitten.
Het is wel zo dat de Stripdagen Haarlem een veelkoppig monster is, waarin al veel gebeurt. Voor sommige ideeën die ik heb is deze editie nog geen ruimte, dus ik voorspel dat ik in 2018 mijn ambities volledig waar kan gaan maken. Dit jaar heb ik gewoon ook veel tijd nodig gehad om de Stripdagen en Haarlem te leren kennen.’

Wat zou in 2018 nog zichtbaar moeten worden wat we nu nog niet zien?
‘Nou ja, we wilden bijvoorbeeld een groot podium doen op de markt om jou daar stripmakers te laten interviewen. Maar we hebben eigenlijk iemand extra in het team nodig die dat soort dingen coördineert. We hebben op dit moment maar een kleine organisatie. We willen ook meer samenwerken met andere festivals. Bevrijdingspop in Haarlem zou een partner kunnen zijn, maar ook buitenlandse festivals. Daar zit zeker nog potentiële groei in. En tegen die tijd mag de organisatie ook wel iets groter zijn.’

Jean-Claude Mézières.

Jean-Claude Mézières.

Gelukkig hebben we toch een Strip Talkshow kunnen regelen op zondag!

Het festival is nu tien dagen. De hoofdreden is natuurlijk omdat er zoveel te doen is, zoals je net al zei. Maar was er nog een andere reden voor deze verlenging?
‘Inderdaad. Het volle programma is de voornaamste reden en daarnaast scheppen die extra dagen ook de mogelijkheid om er meer dingen bij te doen. Zoals vijf dagen theaterprogrammering in de Toneelschuur. Er gebeuren zelfs al een aantal dingen voordat de Stripdagen officieel van start gaan, zoals de première van de documentaire over Theo van den Boogaard. Eigenlijk duurt het festival nu dus al bijna twee weken.’

Theo van den Boogaard.

Theo van den Boogaard.

Het speerpunt van de programmering ligt in de twee weekenden. Hoe wil je doordeweeks de aandacht van de bezoekers vasthouden?
‘We hebben doordeweeks lezingen, film- en theatervoorstellingen en er zullen nog enkele debatten worden georganiseerd. We hebben een pop-upstore waar we mensen kunnen ontvangen en waar ze met vragen terecht kunnen. Eigenlijk is maandag de enige echte rustige dag omdat een aantal tentoonstellingen dan gesloten zijn. Mensen kunnen vanaf dit jaar via de website hun eigen programma samenstellen. Dus stel dat je op woensdag naar Haarlem komt, dan kun je heel makkelijk zien wat je die dag allemaal kunt doen en zien en zo een menu voor jezelf creëren.’

Merel Barends exposeert ook in Museum Het Dolhuys!

Merel Barends exposeert ook in Museum Het Dolhuys!

Je hebt tussendoor al aardig wat programma-onderdelen genoemd. Noem eens twee dingen die mensen absoluut niet mogen missen deze editie.
‘Ten eerste de twee hoofdexposities, maar ik noem graag de tentoonstelling in de Vishal over de Underground in Nederland, van de jaren zestig tot nu. Hiervan is Peter Pontiac het focuspunt. Dat mag je echt niet missen! En natuurlijk het slotfeest op de tweede zaterdag in de Toneelschuur ook niet. Edmond Baudoin geeft een uniek tekenvoorstelling met een danseres. Ook treden onder andere The Unborn Brothers en Spinshots op. Daar komen nog wel een paar namen bij, maar dit is in ieder geval al bekend.’

Een, in verhouding, zeer korte versie van dit interview is ook gepubliceerd in VPRO Gids #23 (2016).

Vooruitblik Stripdagen Haarlem 2016

Friday, March 11th, 2016

Vrijdagmiddag 11 maart vond in de Bakenesserkerk de perspresentatie plaats van de Stripdagen Haarlem die dit jaar plaatsvinden van 3 t/m 12 juni 2016.

Een erg geslaagde presentatie vond ik waarin de nieuwe festivaldirecteur Tonio van Vugt vlotjes enkele hoogtepunten uit de aankomende editie aan ons voorstelde. Tussendoor zorgde Roel Venderbosch voor een muzikale noot en gaf Marcel Ruijters een beknopte lezing over Jheronimus. Het leukste daaraan vond ik dat hij de de schilderijen toonde die hij als bronmateriaal voor zijn graphic novel had gebruikt. O ja, huistekenaar Hanco Kolk kreeg een taartje… want de beste man was jarig. Check vooral ook de nieuwe website van de Stripdagen Haarlem. Die heeft een nieuw handigheidje: je kunt je eigen programma samenstellen. Wel zo makkelijk.

Tonio van Vugt in actie. Foto: Natasja van Loon.

Tonio van Vugt in actie. Foto: Natasja van Loon.

Marcel Ruijters vertelt over Bosch. Foto: Natasja van Loon.

Marcel Ruijters vertelt over Bosch. Foto: Natasja van Loon.

Echt alleen voor strips  krijg je mij een kerk in. Foto: Natasja van Loon.

Echt alleen voor strips krijg je mij een kerk in. Foto: Natasja van Loon.

Maar goed, jullie willen natuurlijk weten wat er allemaal besproken is in de Bakenesserkerk.

Daarom hieronder het bijgestuurde persbericht met de voorlopige aankondigingen.

Stripdagen-Haarlem-2016

Hanco Kolk is de nieuwe huisstijltekenaar
Hoewel velen in de aanloop naar de Kick-off hadden gegist naar de identiteit van de huisstijltekenaar, had slechts een enkeling in het detail van het affiche dat we eerder hadden vrijgegeven de vaardige hand van Hanco Kolk herkend. Hanco is bij het grote publiek vooral bekend van de dagstrip S1NGLE die hij samen met Peter de Wit voor diverse dagbladen maakt en die enige jaren geleden zelfs voor televisie werd bewerkt. Samen met Peter was hij ook verantwoordelijk voor de komische avonturenstrip Gilles de Geus. Als graphic novelist verdiende hij zijn sporen met Meccano en zijn bewerking van het boek Van Istanbul naar Bagdad van Arnon Grunberg. Ook verzorgde hij het artwork voor diverse albums van Spinvis. Als tekenaar is hij befaamd om zijn minimalistische maar ongeëvenaard sierlijke lijnenwerk, waarmee hij zijn personages een maximale hoeveelheid expressie weet te geven. Dat handelsmerk is dan ook duidelijk terug te zien in zijn ontwerp voor het affiche voor 2016, dat opvalt door de heldere beeldtaal die zowel eenvoudig als uitbundig is.

Pontiacs Lost in the Lowlands.

Pontiacs Lost in the Lowlands.

De hoofdthema’s
Dát Peter Pontiac geëerd zou worden in de editie van 2016 was geen geheim meer –de vraag was alleen hóe. Het antwoord is het eerste thema: Underground in beeld. De bijbehorende hoofdexpo in de Vishal, Van Pontiac tot Guthrie, belicht de undergroundstrip in Nederland en Vlaanderen. Centrale vragen: wát is underground precies, en bestaat het nog eigenlijk wel in onze huidige maatschappij, waarin tegengeluiden harder nodig lijken dan ooit? Peters werk vormt het startpunt van deze zoektocht. Die leidt van het eerste undergroundblad in Nederland – het tijdens de bezetting door de Toonder Studio’s verspreide tijdschrift Metro – naar legendarische tijdschriften als Aloha, Tante Leny Presenteert en Modern Papier, en via de punk naar fenomenen als Kamagurka en hedendaagse undergroundtekenaars als Charles Guthrie, Ibrahim R. Ineke en Bobbi Oskam. Daarnaast zal een groot deel van het werk dat Peter in de afgelopen veertig jaar in en over Haarlem heeft gemaakt, te zien zijn in het Museum Haarlem.

munch-coverDe schilder getekend luidt de titel van het tweede thema, dat inhaakt op 2016 als Jeroen Bosch Jaar. In de bijbehorende expo in 37PK is uiteraard Jheronimus van Marcel Ruijters opgenomen, de eigenzinnige stripbiografie van de beroemde schilder, maar die biografie maakt deel uit van een recente reeks spraakmakende en in vele landen vertaalde biografieën over onder anderen Rembrandt (Typex’ Rembrandt), Vincent van Gogh (Vincent, Barbara Stok), Edvard Munch (Munch, Steffen Kverneland) en Kurt Schwitters (Herr Merz, Lars Fiske). Deze boeken hebben met elkaar gemeen dat de persoonlijke visie van de maker duidelijk zichtbaar is. De expositie onderzoekt welke voordelen én problemen een stripbiografie met zich meebrengt ten opzichte van een geschreven biografie, aan de hand van originelen, schetsen en interviews. Ook wordt er werk in uitvoering getoond van op handen zijnde stripbiografieën door Typex (Andy Warhol), Robert van Raffe (Piet Mondriaan) en Luc Cromheecke ‎(Charles-François Daubigny).

Andere speerpunten en randprogrammering

Meermaals bekroond tekenaar Marcel Ruijters bijt dit jaar de spits af als gastcurator van de Bovenkamer in De Hallen, waar in de even jaren een stripmaker en in de oneven jaren een schrijver een tentoonstelling zal samenstellen. Marcel maakt daarvoor een keuze uit de ruim 18.000 in het depot aanwezige objecten, waarbij hij een verhaal in stripvorm zal vertellen.

Vier andere belangrijke expo’s tijdens de editie 2016 zijn:
Motion Comics (over innovatieve toepassingen van de strip op smartphone, tablet en internet) in het ABC Architectuurcentrum;

– de tentoonstelling van de tekeningen van ‘artist’s artist’ Mark Smeets in het Teylers Museum (in het kader van Underground in beeld);

75 Jaar Tom Poes (over de ballonstrips rond het beroemde personage uit de Toonder Studio’s) in het Noord-Hollands Archief;

Drawing Modern Feminism in de Kloostergangen, waarin stripjournalistiek gekoppeld wordt aan actuele kwesties die worden aangesneden in het moderne feminisme.

Gezamenlijk kijken deze expo’s zowel naar het rijke verleden van de Nederlandse strip als naar haar veelbelovende toekomst.

Interessant is ook het project ¡VIVA PONTIAC! in De Nieuwe Vide, dat aansluit bij de hommage aan Peter Pontiac, met werk van tekenaars die een artistieke band met hem hadden of met hem bevriend waren; de expo’s van Merel Barends (Fake It Till You Make It, over conventies, paradigma’s en illusies van normaliteit en waanzin) en Dav Guedin en Craoman (Zomerwaanzin) in Museum ’t Dolhuys; en Religie in Strips met werk van Margreet de Heer in de Grote Kerk.

Haarlem 2016 biedt de bezoekers in tien dagen tijd meer dan veertig grote en kleine exposities – maar daar blijft het niet bij. De festivalorganisatie hecht er zeer aan om vooral het cross-overkarakter van het medium te benadrukken, en daarom zullen er gedurende die tien dagen ook theater- en muziekvoorstellingen, lezingen, workshops, cosplay-activiteiten en zelfs een modeshow (de Comic Sexy-lijn van Martin Draax, gebaseerd op strips uit de jaren 60) geprogrammeerd worden. In beide festivalweekenden staan er feesten op de rol: op de eerste zaterdag 4 juni het openingsfeest in het Patronaat (in samenwerking met Typex & Lamelos), en op de tweede zaterdag 11 juni het slotfeest in de Toneelschuur. Artiesten die we in dit verband al kunnen noemen zijn The Unborn Brothers en The Spinshots.

Buitenlandse gasten die aanwezig zullen zijn op het festival zijn onder anderen Edmond Baudoin, Philippe Auladell (beiden met expo’s in Galerie Année), Daniel Clowes, Derf Blackderf en Pierre Christin & Jean-Claude Meziéres, auteurs van de sf-klassieker Ravian & Laureline.

Minneboo leest: Styx van Peter Pontiac

Friday, October 16th, 2015

Inmiddels ligt Styx Of: De zesplankenkoorts van Peter Pontiac (1951-2015) in de winkels.

Al jaren wilde Peter Pontiac een graphic novel over de dood maken. Hij had een aardige bibliotheek van tientallen kunsthistorische titels over dit onderwerp en een knipselmap vol met informatie. De dood was een onderwerp dat hem eindeloos fascineerde, maar hem ook angst in boezemde.

Tja, bij wie niet. Het is niet mijn favoriete gedachte, denken aan de eerste dag dat ik er niet meer zal zijn. Of nee, het moment dat ik doodga… Man, ik ben er als de dood voor.

Illustratie: Peter Pontiac. Bron: Voordekunst.nl

Illustratie: Peter Pontiac. Bron: Voordekunst.nl

Toen ik Peter in 2011 interviewde naar aanleiding van het winnen van De Marten, zei hij het volgende over zijn voornemen een boek te maken over Magere Hein:

‘ Ik wil het [boek] absoluut maken, zodat wanneer de dood mij komt halen het 1-1 staat omdat ik hem al een keer te pakken heb gehad. Daarbij vind ik het heel erg leuk om skeletten en schedels te tekenen. Er is een prachtig vers van Dylan Thomas waarin hij zijn woede tegen de dood verwoordt: “Rage, rage against the dying of the light.” De klootzak die denkt ons te kunnen halen en het godverdomme ook nog doet. Die emotie zou ik er zeker in verwoorden, maar ook de positieve kant van de dood. Het is natuurlijk tragisch als iemand sterft, maar het is absurd om te doen alsof de dood een vijand is, want er pleit ook van alles voor dat hij een vriend is. In de eerste plaats in de gevallen waarin het leven al helemaal niet leuk meer is, maar wat zou het leven zonder de dood zijn? Hij is de lijst om het schilderij.’

Pontiac was tijdens het ziekzijn druk bezig met zijn graphic novel, maar dinsdag 20 januari overleed hij toch aan een falende lever. Peter had Hepatitis C en levercirrose. Ooit opgelopen door een vervuilde naald toen hij nog drugs gebruikte. Toen Pontiac overleed was hij ongeveer halverwege zijn boek over de dood.

styx_zes_plankenkoorts_pontiacToch is het boek er nu: Styx, Of: De zesplankenkoorts. Het is niet zo zeer een boek geworden over de dood, maar over Peters strijd met zijn leverziekte en zijn aankomende sterven. Zoals de meeste strips die hij maakte, vertelt Pontiac een persoonlijk en autobiografisch verhaal. Halverwege het boek houden de strippagina’s op. De laatste potloodpagina’s die Pontiac in staat was te tekenen, staan er nog in, gevolgd door een tekst van Joost Pollmann die de situatie uitlegt. Pollmann is niet alleen stripkenner, hij is ook een van de broers van Pontiac. Na Pollmanns uitleg volgt Pontiacs correspondentie met zijn familie, uitgever en vrienden. Hierin worden de laatste jaren dat Pontiac met het boek bezig was en steeds zieker werd, geboekstaafd, inclusief schetsen. Het is een aangrijpend, ontroerend en pijnlijk verslag geworden.

Op dit moment ben ik halverwege dat gedeelte, maar ik heb het boek even weggelegd. Het lezen er van valt mij zwaar. Ook al gebruikt Pontiac geregeld woordspelingen en andere humoristische technieken om het geheel  wat te verlichten, het is allemaal geen lichte kost. Omdat de reacties van de correspondenten ontbreken, zijn Peters e-mails een lange monoloog geworden. Het is als het ware een dagboek en misschien wel te intiem.

Het boek is samengesteld door vormgever Fake Booij en de weduwe van Pontiac.

Styx, Of: De zesplankenkoorts is niet het meesterwerk geworden dat Pontiac beoogde. Dat kon ook niet door zijn vroegtijdig overlijden. Ik ben ervan overtuigd dat als Peter de graphic novel had kunnen afronden, het resultaat niet onder had gedaan voor zijn meesterwerk Kraut. Toch is het fijn en interessant dat boek er toch is gekomen, voor de nabestaanden en voor Pontiacs fans.

Peter Pontiac. Styx, Of: De zesplankenkoorts
Uitgeverij Podium, 160 pagina’s, € 29,50
Omslag: Fake Booij en Peter Pontiac
ISBN: 978 90 5759 641 4

[hr]

Daarom Minneboo leest:
Als stripjournalist wil ik zoveel mogelijk strips onder de aandacht brengen. Daarom heb ik de rubriek Minneboo leest in het leven geroepen, om te laten zien hoe rijk en divers het medium strip kan zijn. De artikelen in deze rubriek zijn geen recensies (die teksten staan gepubliceerd in de bijhorende rubriek), maar kunnen thematisch zijn, een tekenstijl belichten of simpelweg een nieuwe uitgave kort aanstippen.

Pontiacs testament komt uit in oktober

Monday, September 7th, 2015

Begin dit jaar is de grote stripmaker Peter Pontiac (1951-2015) ons ontvallen. Tot vlak voor zijn dood werkte Pontiac nog aan zijn grapic novel over de dood. Helaas was hij maar op de helft toen Magere Hein hem kwam halen. Toch komt in oktober Styx of: De zesplankenkoorts uit bij Uitgeverij Podium.

styx_zes_plankenkoorts_pontiac‘Naast groot tekenaar was Pontiac, zo blijkt in Styx meer dan ooit, ook een begaafd schrijver. Zijn archaïsche, ietwat Reviaanse correspondentie met onder anderen zijn broer Joost Pollmann, een bevriend kunstenaarspaar, vormgever Fake Booij en uitgever Joost Nijsen over de wording van Styx en zijn eigen ziekteverloop, is even geestig als schrijnend. Als aanvulling op de graphic novel stelde Fake Booij in samenwerking met Pontiacs weduwe Ipie uit deze correspondentie en prachtige schetsen een ontroerende bloemlezing samen, als tweede deel van dit schitterend vormgegeven boek. Joost Pollmann schreef bij dit deel een treffende inleiding, tevens in memoriam,’ aldus de catalogus van Podium.

Een deel van het boek is door crowdfunding gefinancierd. Pontiac zette een succesvolle actie op via VoorDeKunst en haalde meer dan het streefbedrag van € 17.500 op, namelijk € 28.445. Zelf heb ik ook nog een bedrag overgemaakt toentertijd.

Stripfestival Oeverloos
Styx zal gepresenteerd worden tijdens het Stripfestival Oeverloos in Boekhandel Plantage. Dit is een nieuw festival in Amsterdam Noord dat van op 23, 24 en 25 oktober zal spelen op 15 locaties. Initiatiefnemer en drijvende kracht achter dit festival is Joost Pollmann – precies, de oud-creatief directeur van de Stripdagen Haarlem die in 2014 zijn laatste editie had. Pollmann is natuurlijk ook de broer van Pontiac.

Nog niet het hele programma is op dit moment bekend, maar wel is er zojuist een affiche gepubliceerd op de facebookpagina van Oeverloos. (Er is vooralsnog geen externe website buiten Facebook.)

oeverloos_afficheEr wordt ook weer een stripbuurtkrant uitgegeven, Stripkrant Noord, met daarin stripverhalen over Amsterdam Noord. Net als bij eerdere stripkranten die een Amsterdams stadsdeel behandelen is Maia Matches de drijvende kracht achter de krant. De opening van het festival op vrijdag 23 oktober in de Buiksloterkerk. Daar is ook de tentoonstelling van de originele tekeningen van de Stripkrant Noord. Deelnemende tekenaars: Kifah Al Reefi, Aart Taminiau, Bas Köhler, Maia Matches, Thijs Vissia, Mark de Jonge, Tommy A, Merel Barends, Remco Lee Polman, Edith Kuyvenhoven, Jan Cleijne, Milan Hulsing, Flo De Goede, Larie Cook, Pepijn Schermer, Ge Wasco. Daar nog dat hele weekeinde (dus 24 en 25 oktober) te zien!

Ik ben blij verrast dat Amsterdam nu ook een serieus stripfestival heeft. Daar zitten we eigenlijk al jaren op te wachten. Ik hoop wel dat de focus van het festival niet te veel hangt naar de obscure en avant-garde strip en dat ook meer mainstream makers aan de beurt komen, zodat het een festival wordt dat toegankelijk is voor een groot publiek. Nou ja, we gaan het zien in oktober. En we gaan Styx natuurlijk lezen. Ik kijk in ieder geval halsreikend uit naar Pontiacs testament.

‘Iedere liefhebber van genre- en cultfilms moet Schokkend Nieuws lezen!’

Saturday, June 20th, 2015

Zes keer per jaar slaagt een select groepje professionele liefhebbers van de genrefilm erin om het magazine Schokkend Nieuws uit te brengen. Hoe gaat het met dit fantastische blad in crisistijd? Een gesprek met hoofdredacteur Barend de Voogd.

Cover_Schokkend nieuws 114

Cover Schokkend Nieuws #114 gemaakt door Milan Hulsing.

Recent rolde alweer het 114ste nummer van de persen. Geen geringe prestatie, want Schokkend Nieuws wordt gemaakt door een kleine groep enthousiaste professionals. Zelf mocht ik twee jaar lang een column voor het blad schrijven, tegenwoordig schrijf ik zo nu en dan recensies voor de website.

Sinds wanneer ben je eigenlijk hoofdredacteur van Schokkend Nieuws?
‘In 2001 ben ik voor Schokkend Nieuws gaan schrijven en in 2010 ben ik hoofdredacteur geworden.’

Hoe onderscheid SN zich van andere filmbladen?
‘Er zijn sowieso niet zo veel filmbladen in Nederland en Schokkend Nieuws is het enige filmblad dat zich geheel focust op de genrefilm, dus: horror, sciencefiction, fantasy, anime en cultfilms. En we doen dat doen op een serieuze en journalistieke manier.’

Hoe is het blad in de afgelopen jaren veranderd?
‘Toen het in 1992 werd opgericht was Schokkend Nieuws een tweemaandelijks blaadje op A5-formaat, zwart-wit en gefotokopieerd met heel dikke rasterpunten. Het was echt een fanzine, een blaadje van en voor liefhebbers. In 2002 is het een fullcolourglossy geworden. Toen lag de frequentie trouwens wel wat lager en kwam het magazine vier keer per jaar uit. Sinds 2010 is Schokkend Nieuws full colour, op groot formaat en is de frequentie zes keer per jaar. De laatste jaren zijn digitale media steeds belangrijker geworden. Vroeger had je af en toe nog wel eens een ingezonden brief, tegenwoordig heb je bijna dagelijks contact met enkele lezers via Facebook of de website.’

Je had het nu vooral over uiterlijke veranderingen. Heeft Schokkend Nieuws ook inhoudelijk een verandering ondergaan?
‘Wat er in ieder geval in de afgelopen periode is veranderd is dat we meer aandacht hebben voor de directe bioscoopreleases, dus wat er de komende twee maanden uit gaat komen. Vroeger konden we dat niet omdat we een kwartaalblad waren. Schokkend Nieuws begon in de jaren negentig als een blad met een duidelijke voorkeur voor de horrorfilms en -makers die in de jaren tachtig en negentig groot zijn geworden. De Wes Cravens, Tobe Hoopers, dat soort mensen. Daar hebben we nog steeds veel aandacht voor. In het laatste nummer hadden we bijvoorbeeld een interview met Tobe Hooper en Joe Dante, de oude knakkers, zeg maar. Ondertussen hebben we ook steeds vaker aandacht voor de moderne genreproducten, zowel televisieseries als de Marvel superheldenfilms, en natuurlijk komt de nieuwe generatie genreregisseurs aan bod.’

Wat vind je zelf het leukste aan SN?
‘Het leukste is om het blad te maken! (lacht) Het is verschrikkelijk leuk om ieder nummer een eigen invalshoek te geven, ieder nummer heeft namelijk een thema. Afgelopen nummer was dit The Texas Chain Saw Massacre, maar we hebben ook wel eens een special gemaakt over Australische exploitation films, over kunst en horrorfilms en een special over sterke vrouwen. We hebben een redactie van vijf man en die bedenkt iedere keer dat soort thema’s. We proberen dan wel een left of field invalshoek te kiezen. We kiezen bijvoorbeeld voor een thema als horror in het pretpark terwijl een blad als Fangoria zich vooral zal richten op vette special effects. Daarnaast vind ik het ook heerlijk om te schrijven. Waar kun je elders in Nederland schrijven over horror- en sciencefictionfilms en er zo uitgebreid over lezen dan in Schokkend Nieuws? Als je online zoekt vind je meestal Engelstalige sites. Soms Nederlandstalige, maar die bevatten korte en niet-kritische stukken. Schokkend Nieuws is toch wat diepgravender en uitgebreider.’

Peter Pontiacs cover voor Schokkend Nieuws #100.

Peter Pontiacs cover voor Schokkend Nieuws #100.

Je hebt voor Schokkend Nieuws ook enkele van je helden kunnen spreken. Welk van die interviews beschouw jij als een van de hoogtepunten van je carrière?
‘Dat is een moeilijke vraag. Regisseur Brian Trenchard-Smith was geen held van me, maar werd dat wel tijdens een interview dat ik met hem afnam. Smith is een Australische regisseur van films als Turkey Shoot (1982) en Dead End Drive-In (1986). Zijn films zijn niet zo bekend, maar maakte zijn films altijd voor weinig geld en een enorme portie lef. Op de set heeft Trenchard-Smith prachtige avonturen meegemaakt en hij sprak daarover met een enorm gevoel voor humor waarbij hij zichzelf ook voortdurend voorschut zette. Dat was een heel leuk interview. Tijdens het gesprek werd ik echt een fan van die man. Katherine MacColl vond ik ook heel tof. Zij is een scream queen die in heel veel films van Lucio Fulci te zien is, zoals The Beyond. Daar wordt ze door allemaal maden belaagd. Haar interviewen was een wonderlijke ervaring. Ik had een afspraak met haar in het Vondelpark bij het oude Filmmuseum. Je staat dan in het Vondelpark te wachten en opeens zie je Katherine MacColl op je af komen lopen. (lacht) Dat was fantastisch! Dan ben je echt weer even een kleine jongen. Ik had het interview ook te goed voorbereid; ik geloof dat ik iets van vijftig vragen voor haar had.’

Schokkend Nieuws komt zes keer per jaar uit. Is het door die frequentie niet moeilijk om up-to-date te blijven?
‘Nee, dat is niet heel erg moeilijk. Eens per twee weken komt er een genrefilm uit, dus wij pikken daar per nummer de drie leukste van uit. Laten we eerlijk zijn: niet alle horror- en sciencefictionfilms die uitkomen zijn evengoed. Dus we pakken de interessantste om er een vooruitblik of een recensie over schrijven. Of we doen een interview met de maker. In die zin gaat dat al heel goed. Tussentijds volgen we de actualiteit op de website.’

Bladen en kranten hebben het moeilijk de laatste tijd. Hoe gaat het met SN?
‘Wij hebben het ook best moeilijk. Schokkend Nieuws moet het vooral hebben van abonnees en adverteerders en krijgt geen enkele subsidie. Het aantal abonnees groeit, evenals het aantal activiteiten. We timmeren meer dan ooit aan de weg en hebben meer abonnees dan ooit. Alleen de adverteerders vallen wel weg. Dat is heel vervelend. De home-entertainment markt, dus dvd verkoop, is ingestort. Je kunt de distributeurs het ook bijna niet kwalijk nemen dat ze nog nauwelijks adverteren. Er valt in die business gewoon geen geld meer te verdienen. Wij moeten dus omschakelen door andere fondsen te werven en op andere manieren geld binnen te halen. De belangrijkste methode om dat te doen is meer abonnees werven, want dan ben je van niemand meer afhankelijk en kunnen we Schokkend Nieuws het eigenzinnige blaadje houden dat het nu is.’

Milan Hulsings cover voor Schokkend Nieuws #108.

Milan Hulsings cover voor Schokkend Nieuws #108.

Wat is het moeilijkste aan het uitgeven van een nicheblad?
‘Hm, dat is een lastige vraag…. Het moeilijkste is misschien wel om er niet al je tijd aan te besteden! (lacht) Ik zou heel gemakkelijk alle dagen alleen met Schokkend Nieuws bezig kunnen zijn. Dat is punt één. Punt twee is het vinden van het juiste publiek. Hoewel er veel mensen zijn die van horror en sciencefiction houden, is het heel lastig ze te overtuigen daar ook eens iets over te lezen. Ik kom zo vaak mensen tegen die enorme fans zijn. Die willen best een plaatje liken op Facebook, maar gaan dan geen lange interviews met hun helden of een achtergrondverhaal lezen. Dat zien we steeds meer. Dat vind ik krankzinnig, maar dat is dus het allermoeilijkste. Vooral om dit te verkroppen, want wij besteden juist veel tijd om die interviews te regelen en unieke verhalen te schrijven.’

Heb je hier een verklaring voor?
‘Dat heeft te maken met ontlezing en heeft te maken met het feit dat Nederland nooit echt een filmbladencultuur heeft gehad. In Amerika heb je iets van drie of vier horror- of sciencefictionblaadjes. In Nederland heb je er maar één en dat zijn wij. Daar zal het mee te maken hebben.’

Wie zouden eigenlijk allemaal SN moeten lezen?
‘Iedereen die dol is op horror, sciencefiction, fantasy, anime of cultfilms moet ons lezen! Ook al heb je niet per se iets met horror maar wel bijvoorbeeld met een beetje rare, obscure films, ook dan moet je Schokkend Nieuws lezen. En iedereen die houdt van mooi geschreven filmjournalistiek. Want we letten ook heel erg op onze stijl en hoe we het brengen. Op de beste Drs. P traditie, ik ben niet voor niets een enorme fan, is het een blad dat de liefde voor film combineert met een bloemrijke taal en humor en spitsvondigheid.’

Waarvan akte. Bekijk de site voor de laatste nieuwtjes en neem een abonnement voor slechts 25 euro per jaar op Schokkend Nieuws.

Stripdagen Haarlem gaat 10 dagen duren

Friday, June 12th, 2015

Dit weekend zitten stripliefhebbers natuurlijk in Turnhout waar het Stripgids festival zal plaatsvinden. Anderen zitten wellicht op de Animecon in Den Haag, waar ook allerlei stripzaken aanbod komen.

Ik ben in Den Haag omdat ik me graag wil verdiepen in de wereld van manga en anime.

Over stripfestivals gesproken: ik kreeg vandaag het bericht binnen dat de Stripdagen Haarlem dat een tiendaags festival gaat worden. Een slimme zet, want er is altijd heel veel te doen op het leukste en beste stripfestival van Nederland.

Stripdagen Haarlem 2010 veel gezinnen

Met pa op stap op de Stripdagen Haarlem. Foto: Michael Minneboo

Het grootste stripfestival van Nederland breidt uit. De editie van 2016 gaat van twee naar maar liefst tien dagen: van vrijdag 3 tot en met zondag 12 juni.

Het zwaartepunt van de activiteiten zal in de beide weekenden liggen, met als vanouds in het eerste weekend de beurs in de Philharmonie en op de Grote Markt, en een groot festival in Het Patronaat op de eerste zaterdagavond. In de tussenliggende week zal er meer ruimte zijn voor lezingen, presentaties en andere evenementen door de hele stad. Het festival zal in het tweede weekend op gepaste wijze afgesloten met een nog nader bekend te maken evenement voor stripmakers én –lezers.

De exposities zullen traditioneel gedurende het hele festival doorlopen, een groot deel zelfs nog daarna.

Tonio van Vugt

Tonio van Vugt

De organisatie van Stripdagen Haarlem besloot tot de uitbreiding van het festival omdat de oude formule eigenlijk te succesvol was voor één weekend. In voorgaande jaren zat het programma telkens zo vol dat het vrijwel onmogelijk was om alles te bezoeken. ‘De aard van het festival verandert niet, alleen zit er in de nieuwe opzet meer lucht in de programmering,’ aldus Tonio van Vugt, de nieuwe artistiek directeur van het festival, ‘en dat is goed nieuws voor alle betrokkenen én voor de festivalbezoeker. Zo liepen veel van de exposities al in de voorgaande edities langer door dan alleen dat ene festivalweekend, maar dat was niet voor iedereen even duidelijk.’ Volgens Van Vugt geeft de uitbreiding naar een officieel tiendaags festival bezoekers de tijd om meer van de Stripdagen Haarlem te genieten.

Over de twee hoofdthema’s van de editie 2016 wil hij – behalve dat er nu al heel hard aan gewerkt wordt – nog niet te veel kwijt. ‘Alleen dat de onlangs overleden striptekenaar en oud-Haarlemmer Peter Pontiac op het festival op bijzondere wijze geëerd zal worden.’

Stripplaatjes onder de loep: Peter Pontiacs Autobioblues

Friday, March 27th, 2015

Toen ik het droevige nieuws van Peter Pontiacs overlijden hoorde, heb ik met de hoofdredactie van Eppo gebeld om voor te stellen de volgende aflevering van mijn rubriek Onder de loep aan Pontiac te wijden. Dat zag Rob van Bavel meteen zitten. Als ik het artikel die week nog kon afleveren zou de aflevering meteen in de volgende Eppo gepubliceerd worden. Aldus geschiedde. Bij deze de publicatie online.

Peter Pontiac overleed 20 januari op 63-jarige leeftijd. Een van de beste striptekenaars van Nederland is niet meer.

Pontiac (Peter Pollmann) was al lange tijd ziek. Hij had hepatitis C en levercirrose. Een overblijfsel van de heroïneverslaving die hij in de jaren tachtig overwon.

Pontiac laat een boeiend en eigenzinnig oeuvre achter als stripmaker en illustrator. Hij maakte affiches, platenhoezen en illustraties van popmuzikanten voor tijdschriften als Hitweek-Aloha, Muziek Express en Oor. Ook tekende hij voor kranten. In het begin van zijn carrière kreeg hij het predikaat undergroundtekenaar opgeplakt, mede door publicaties in Nederlandse, Spaanse en Amerikaanse undergroundbladen.
De in 1951 te Beverwijk geboren tekenaar drukte sinds 1969 een eigenzinnige stempel op de Nederlandse stripwereld. De autodidact (!) maakte sociaal geëngageerde strips, erotica en sinds de jaren zeventig autobiografische verhalen over zijn drugsgebruik en liefdesleven, geregeld met zijn alter ego’s Daan Doem of punker Gaga in de hoofdrol. Soms grimmig en vol zelfbeklag, vaak niet zonder zelfspot en soms heerlijk luchtig, zoals in de strip Autobioblues waaruit onderstaand stripplaatje afkomstig is.

pontiac_autobioblues

Uitverteld
Autobioblues is een verhaal van vier pagina’s dat Pontiac tekende voor de expositie Yo/ik op stripfestival Ficomic in Barcelona in 2010. Nederland was toen eregast op het festival en autobiografie was het thema. Een onderwerp dat Pontiac op het lijf geschreven is: geïnspireerd door tekenaars als Robert Crumb was hij een van de eersten in Nederland die in dit genre strips maakte.

Grappig genoeg weet Pontiac in Autobioblues niets nieuws meer te vertellen over zijn leven. De vier lege bladzijden die gevuld moeten worden blijven maar achter de tekenaar aanlopen, ook als hij naar de supermarkt gaat. Ze opperen suggesties voor thema’s die hij kan behandelen, maar Peter wijst ze allemaal van de hand. ‘Al 40 jaar vertrouw ik jullie m’n lotgevallen toe: dope, relaties, angst, schaamte, woede! ‘T is op! Verhalen: fijn! Maar niet over MIJ!’ zegt hij tegen de vellen papier. Hij wil geen strip over zijn jeugd maken of over wat hij ziet als hij in het heden uit zijn raam kijkt. En hij wil het al helemaal niet over zijn ergste blunders hebben. Maar, en dat is een mooi voorbeeld van zijn zelfspot, geeft in een plaatje wel enkele voorbeelden van genante momenten uit zijn leven. Zoals de ontmoeting met Joey Ramone die uiteindelijk niet doorging omdat Peter de hele tijd dat de punkzanger naast hem staat verlegen wegkijkt. Het is een erg grappige strip waarin Pontiac zijn werk relativeert en tegelijkertijd ook een beetje terugblikt op ruim veertig jaar strips maken. Autobioblues eindigt dan met Peters oplossing voor zijn blues. Op de laatste stroken is te zien hoe hij de voorgaande drie pagina’s tekent. In het laatste plaatje loopt de strip zijn huis uit met de eerste pagina voorop.

Kraut
Wat ik heel sterk aan zijn autobiografische werk vind, is dat Pontiac eerlijk en rauw was. Hij ontzag zichzelf niet. Met Kraut (2000) maakte Pontiac een van de belangrijkste boeken in de Nederlandse stripcultuur. Kraut is een portret over zijn vader Joop Pollmann die tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitsers collaboreerde en als frontverslaggever bij de Waffen-SS zat. Na de oorlog zat hij vijf jaar in de gevangenis, daarna was hij actief als journalist van vrouwen- en roddelbladen. In 1978 verdween Pontiacs vader op mysterieuze wijze in de Draaibooibaai op Curaçao.

pontiac-kraut

Gonzo
In 1997 kreeg Pontiac de Stripschapprijs en in 2011 de Marten Toonderprijs voor zijn gehele oeuvre. Een mooie aanleiding om hem toen te interviewen. Uiteraard vroeg ik hem waarom hij ooit autobiografische strips was gaan maken. ‘Omdat ik egocentrisch ben,’ antwoordde hij met een glimlach. ‘Het eerste verhaal dat ik ooit maakte was voor een boek over de jaren zestig dat in 1971 gemaakt werd. Andere tekenaars van het stripblad Tante Leny presenteert! deden daar ook aan mee. Wat lag er meer voor de hand om over mijn eigen sixties, die behoorlijk heftig waren geweest, een verhaal te maken? Altijd als ik autobiografische strips maakte voelde dat volstrekt natuurlijk. Op een gegeven moment ontdekte ik het werk van Hunter S. Thompson, die het begrip “gonzojournalistiek” heeft uitgevonden. Hij was iemand die zichzelf helemaal in zijn artikelen op de voorgrond zette. Als hij over Nixon of Las Vegas moest schrijven, ging het artikel alleen maar over de dope die hij nam en hoe ellendig hij zich daar vervolgens door voelde. Dat was voor mij een eye-opener, want ik maakte ook dat soort werk. Natuurlijk moet je wat je meemaakt gebruiken. Dus als een relatie uit elkaar valt is het logisch dat ik dat onderwerp gebruik in mijn strips. Dat doen popmuzikanten immers ook. Later denk je wel eens “Jezus, wat een schaamteloos zelfbeklag”. Maar ik zou het niet ongedaan maken als dat zou kunnen.’

Peter Pontiac (1951 – 2015).

Gepubliceerd in Eppo #3 (2015).