Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for June, 2017

Octopus van Mark Hendriks

Friday, June 30th, 2017

Octopus van Mark Hendriks is een prachtig beeldverhaal waarvan menig stripplaatje niet zo misstaan aan de muur van een galerie of museum.

Scratch Books beloofde vooral kwalitatief hoogwaardige en goed verzorgde strips uit te gaan brengen toen de uitgeverij zichzelf in 2014 aan de wereld voorstelde. Uitgevers Wiebe Mokken en Hansje Joustra hebben woord gehouden, want in de afgelopen jaren kwamen er prachtige graphic novels bij ze uit. Van die strips waar je je vingers bij zou aflikken als ze eetbaar waren geweest.

Het is dan ook geen toeval dat aardig wat van de strips van Scratch door mij zijn besproken op dit blog of in de VPRO Gids, waar ik nog steeds voor schrijf. Zoals In the Pines van Erik Kriek, Iedereen op Claudia van Sam Peeters en Mijn vriend Dahmer van Derf Backderf.

Recent voegde Scratch een nieuw album van Mark Hendriks aan dit fonds toe: Octopus. Over Hendriks heb ik het eigenlijk nog niet gehad, en dat ligt niet aan de kwaliteiten van deze in Amstelveen geboren stripmaker.

Internationaal talent
Hendriks (1971) studeerde in 1997 af aan de Academie Minerva in Groningen. Naast zijn werkzaamheden als illustrator publiceerde hij vanaf 1990 in verschillende stripbladen. Zijn werk verscheen o.a. in Frankrijk, Japan, Italië, Slovenië en Finland. In 1996 won hij de VSB Aanmoedigingsprijs en in 1998 de Handyburger Award (Slovenië). Ook ontving hij drie Stripschapspenningen in de categorie Album van het jaar: voor Tomoyo (1996), voor de albums Hong Kong Love Story en Ikayaki samen (2000) en De nieuwe hemel (2006). In 2015 kwam bij Scratch Hendriks album Tibet uit.

Tot zover het cv van Hendriks, die zijn leven deelt met Maaike Hartjes met wie hij samen Hongkong Dagboek maakte. Wat deze twee stripmakers met elkaar gemeen hebben is dat ze allebei een duidelijke eigen stijl hanteren en lekker tegendraads hun eigen weg gaan. Dat laatste zie je ook in Octopus terug.

Kunst
Octopus is hardcoverboek op oblongformaat, het is een horizontale vertelling. Op grafisch vlak is dit beeldverhaal heel erg sterk: de tekenlust van Hendriks zie je er duidelijk in terug. Vol met fijne details, gebruikt Hendriks soms heel zelfverzekerd dikke lijnen om objecten met grote contouren op papier te zetten. Daarnaast creëert hij een figuratief effect door een sterke verdeling tussen zwarte en witte vlakken. Veel individuele stripplaatjes zouden niet misstaan aan de muur van een galerie of museum.

Hendriks verdeelt de afbeeldingen vaak op in verschillende stripplaten. Dit, gecombineerd met het feit dat het album horizontaal is vormgegeven, maakt dat het verhaal van links naar rechts aan je voorbijtrekt, als een filmcamera die van links naar rechts beweegt. Wat in filmtermen ook wel een ‘pan’ wordt genoemd. Het effect van deze aanpak is dat je als lezer op reis in het verhaal wordt genomen.

Pratende octopus
Dat verhaal speelt zich af in het Koreaans dorpje Namusangun. De hoofdrolspeelster runt overdag een toeristenwinkel en speelt ‘s avonds computerspelletjes met haar neefje. Het liefste gaat ze echter vissen in het natuurreservaat. Daar ontmoet ze een pratende octopus met wie ze een vriendschap sluit. Ondertussen dwalen twee toeristen in het dorpje rond, vol met informatie over de streek. De running gag in het verhaal is dat ze telkens op gesloten deuren sluiten. Of ze nu een tempel bezoeken of het souvenirwinkeltje van de hoofdpersoon. En dan is er nog de oude man, de ex-schoonvader.

Hendriks speelt graag met herhalende elementen en de variaties daarop. Het verhaal is ietwat dromerig en onwerkelijk, want octopussen kunnen niet echt praten… toch? Wat ze wel kennelijk kunnen is vrijen met de hoofdpersoon. In tegenstelling tot hentai, is de tentakelseks in Octopus eerder erotisch en intiem dan pornografisch. Maar de lezer zij gewaarschuwd: lang niet alles is wat het lijkt.

Octopus seks!

Ik vind Octopus een lust voor het oog en een boek dat ik zeker nog eens zal lezen.

Mark Hendriks. Octopus.
Uitgeverij Scratch Books, €39,90

Filmrecensie Spider-Man: Homecoming

Thursday, June 29th, 2017

Spider-Man: Homecoming biedt een frisse kijk op de bekende stripheld. De filmversie wijkt behoorlijk af van de strips, maar wie daar overheen stapt, kan goed genieten van deze goedgemaakte actie-comedy.

Spider-Man and Iron Man in Columbia Pictures’ SPIDER-MAN™: HOMECOMING.

Stiekem heb ik altijd gewenst ooit helemaal alleen in de bioscoopzaal te kunnen zitten om ten volle van een film te kunnen genieten. Zonder telefonerende en schreeuwende eikels. Zonder kauwgeluiden en ander afleidend ongemak. Donderdag 29 juni kwam die wens uit. En ook nog eens bij de nieuwste Spider-Man-film.

Op uitnodiging van NBC Universal mocht ik Spider-Man: Homecoming alvast bekijken omdat ik misschien bij een radioprogramma erover mag vertellen. Een van de perks van het schrijven van een boek over Spidey. Donderdag was er geen persvoorstelling, maar een moment waarop de operateur de film proefdraaide om te controleren of de ondertiteling helemaal in orde was. Ik zat dus nagenoeg alleen in de zaal. Heerlijk kijken was dat.

Spider-Man: Homecoming van regisseur Jon Watts is natuurlijk de nieuwste poging om een franchise op te starten rondom de leukste superheld ooit bedacht. De trilogie van Sam Raimi bevatte in ieder geval twee heel goede delen. De twee films met Andrew Garfield waren duidelijk minder. Homecoming zou best eens het begin kunnen zijn van een langdurende filmreeks, want het is een zeer geslaagde actie-comedy geworden.

Het verhaal in een notendop:
Na zijn ontmoeting met de Avengers in Captain America: Civil War keert Peter Parker (Tom Holland) onder begeleiding van zijn nieuwe mentor Tony Stark (Robert Downey Jr.) terug naar huis, waar hij woont bij zijn tante May (Marisa Tomei). Peter probeert zijn dagelijkse leven weer op te pakken, terwijl hij ervan droomt om met de Avengers samen te werken en de wereld te redden. De Vulture (Michael Keaton) gebruikt buitenaardse technologie om de onderwereld van nieuwe wapens te voorzien. Spider-Man probeert dit tegen te houden, maar heeft nog een hoop te leren voordat hij dit soort gevaar een halt toe kan roepen. Ondertussen belt Tony Stark maar niet om hem uit te nodigen voor een nieuwe missie.

Marvel’s Captain America: Civil War
Spider-Man/Peter Parker (Tom Holland)
Photo Credit: Film Frame
© Marvel 2016

Eigentijds
De filmmakers van Spider-Man: Homecoming hebben niet geprobeerd om een zo getrouw mogelijke adaptatie van de Spider-Man-strip van Stan Lee en Steve Ditko te maken. Ergens is dat wel slim, want die hebben we al gezien dankzij Sam Raimi. Homecoming laat zien hoe Spider-Man eruit ziet als hij in de huidige tijd was bedacht en niet in 1962.

De filmmakers zijn mijns inziens goed geslaagd in het overbrengen van hoe een tiener van nu het krijgen van superkrachten zou ervaren. Peter Parker maakt er, zoals je je kunt voorstellen, vaak nogal een potje van. Pure onervarenheid. En hoewel hij van Tony Stark een geavanceerd kostuum krijgt, vergeet Mr. Iron Man er ook een training bij te geven.

(l to r) Jon Favreau, Robert Downey Jr. and Tom Holland in Columbia Pictures’ SPIDER-MAN™: HOMECOMING.

Het verhaal is een waar ‘coming of age van een superheld’-verhaal. Peter Parker moet langzaam in zijn rol als Spider-Man groeien. Daar ligt de focus op en minder op Michael Keatons interpretatie van de Vulture – ook al is het verfrissend dat de film met de origin van de schurk begint. Eigenlijk is het een superheldenfilm met een vleugje John Hughes. Vooral het tweede deel van Homecoming voelt aan als een highschool-film.

Diversiteit, jonguh
Het eigentijdse karakter van de film zien we ook terug in de cast: men heeft duidelijk rekening gehouden met de wens een meer diverse cast in films te zien. Dat juich ik uiteraard toe, al vind ik het altijd gek als blanke strippersonages opeens door een andere etniciteit worden gespeeld. Ik zie dan liever dat ze gewoon nieuwe personages bedenken.

Jacob Batalon (left) and Tom Holland in Columbia Pictures’ SPIDER-MAN™: HOMECOMING.

Ned is Peters beste vriend en wordt gespeeld door de Filipijnse Jacob Batalon. Zijn rol in het verhaal is die van komische sidekick. Hij lijkt helemaal niet op Ned Leeds uit de strips, die nooit Peters schoolgenoot was. Waarom dan toch de naam Ned geven, vraag ik me dan af. Hetzelfde geldt voor andere castleden. Eigenlijk lijken de filmmakers alleen de namen gebruikt te hebben van de personages en verder hebben ze deze naar eigen inzicht ingevuld.

Het mooiste voorbeeld hiervan is Tante May, gespeeld door de wonderschone Marissa Tomei. Zij is een jongere, meer bijdetijdse May dan we eerder zagen.

Marisa Tomei stars as Aunt May in Columbia Pictures’ SPIDER-MAN™: HOMECOMING.

Het is alsof de makers enkele bouwstenen van het Spider-Man universum hebben gebruikt en de rest erbij hebben verzonnen om zo tot een nieuw paleisje te komen.

Ergens snap ik dat wel, want deze incarnatie van Spidey moet goed passen in het Marvel Cinematic Universe, vandaar dat Tony Stark als een soort surrogaatvader wordt opgevoerd. Oom Ben wordt bijvoorbeeld nergens in de film genoemd. Hoe Peter zijn krachten kreeg, slechts terloops. Dat laatste is prima, want hoe Peter Spider-Man wordt, dat weten we nu wel. Peter probeert aan Stark te bewijzen dat hij klaar is voor het grote werk, zodat hij ook bij de Avengers kan aansluiten. Het is duidelijk dat hij behoefte heeft aan een vaderfiguur in zijn leven, maar waarom wordt nergens expliciet vermeld.

Michael Keaton stars in Columbia Pictures’ SPIDER-MAN™: HOMECOMING.

Hoog spel
De beste actiescène komt halverwege de film, als Spider-Man op het Washington Monument moet klimmen – je weet wel, die enorme stenen naald – om zijn vrienden uit een crashende lift te redden. Er staat hier echt veel op het spel omdat Spider-Man nog geen volgroeide superheld is. Zoals zo vaak in superheldenfilms, is het gevecht met de Vulture aan het einde van de film, overdadig en chaotisch.

Spider-Man works to stop the elevator from falling in Columbia Pictures’ SPIDER-MAN™: HOMECOMING.

Kortom, de Spider-Man in Spider-Man: Homecoming is niet Mijn vriend Spider-Man, de held die ik ken uit de strips, maar wel een heel erg interessante held. Homecoming is een leuke introductie voor mensen die Spider-Man niet kennen van de eerdere films of de oorspronkelijke comics. En de liefhebbers van de strip die door de vingers willen zien dat dit een heel vrije adaptatie is van Spider-Man, kunnen genieten van een erg grappige, actierijke superheldenfilm.

Let op: er zitten twee scènes in de aftiteling, waarvan eentje helemaal aan het einde.

SPIDER-MAN: HOMECOMING draait vanaf 5 juli in de bioscoop, in 3D en IMAX 3D.
#SpiderManHomecoming

Soul Food Comics

Wednesday, June 28th, 2017

Sigge Stegeman nam laatst afscheid van stripwinkel de Noorman in Arhnem nadat hij daar twaalf jaar had gewerkt. De stripkenner wil zijn tijd volledig bezigzijn met uitgeverij Soul Food Comics.

Soul Food Comics werd in 2015 opgericht door Guus van Sonsbeek. Maart dit jaar overleed hij en nam medewerker Sigge Stegeman het uitgeven over. De uitgeverij geeft met name strips uit met een maatschappelijk thema. Tot nu toe vooral non-fictie en autobiografische strips. Het fonds is nog niet groot, maar Stegeman is vast besloten dit langzaam te laten groeien.

Ik sprak met hem in Scheltema, na de levendige boekpresentatie van Özge Samancı, die over haar Teleurstellen vergt lef vertelde. Stegeman vertelt over recente nieuwe uitgaven en wat hij met Soul Food Comics hoopt te bereiken:

Teleurstellen vergt lef gaat over Samancı’s jeugd in Turkije en kwam vorig jaar in Nederlandse vertaling uit. Hier is de trailer:

Disclaimer
Recent besloot ik om wat strips betreft nog meer nadruk te leggen op mensen die zich hard maken voor de strip maar vooral werken in de marge. Dat geldt natuurlijk voor stripmakers, maar ook uitgevers en verkopers. Deze blogpost is daar een voorbeeld van. Soul Food Comics is een kleine uitgeverij die met hart en ziel probeert interessante strips op de Nederlandse markt te brengen. Dat soort initiatieven verdienen aandacht.

Spider-Man en Clooney

Tuesday, June 27th, 2017

Mijn vriend Spider-Man ligt nu ook bij de International Theatre & Film Bookshop. Deze bevindt zich in de Amsterdamse Stadsschouwburg op het Leidseplein.

Mijn vriendin Linda, die parttime in de Stadsschouwburg werkt, heeft de eigenaar van de winkel op het boek gewezen en Anita heeft er meteen drie besteld. Vandaag kwam ik nog twee exemplaren tegen in de boekenkast. Ze zijn in goed gezelschap, want rechts van ze staat een boek over George Clooney. Nog steeds een van mijn favoriete acteurs.

De International Theatre & Film Bookshop verkoopt ook filmblad Schokkend Nieuws trouwens. Dat zijn al twee redenen om van de week even langs te gaan.

Van Ad Hendrickx van stripwinkel Tistjen Dop in Turnhout kreeg ik deze foto opgestuurd. Heel tof en fijn dat het boek ook in België in de stripwinkels ligt. En dat Spidey er zo te zien blij mee is.

Mocht je het boek ook ergens spotten, stuur je me dan een foto op? Alvast zeer bedankt.

Boekwinkelliefde

Sunday, June 25th, 2017

Boek- en stripwinkels zijn een van mijn favoriete hangplekken. Ik hou van de stapels boeken die er op de lezers liggen te wachten. Ik ontdek altijd nieuwe dingen als ik een tijdje door de winkels struin. Boeken en onderwerpen waar ik anders niet opgekomen was. En bovenal hou ik er erg van als het personeel duidelijk liefde voor het boek of het beeldverhaal uitstraalt.

Mijn vriend Spider-Man ligt bij Boekhandel Broese in Utrecht.

Die liefde werkt namelijk aanstekelijk. Als nieuwbakken debutant vind ik het dan ook een enorme kick als ik Mijn vriend Spider-Man in een boekwinkel zie liggen. En als het boek er niet ligt, maak ik een praatje met de verkoper en probeer ik hem of haar er natuurlijk van te overtuigen het boek aan te schaffen. Dat is tot nu toe een paar keer gelukt.

Mijn vriend Spider-Man ligt bij Scheltema in Amsterdam op de afdeling strips op de eerste verdieping.

Mijn vriend Spider-Man ligt lang niet overal en daarom wil ik jullie het volgende vragen. Als je toch van plan bent om het boek te kopen, doe dat dan bij de boekwinkel of stripwinkel bij je in de buurt. Mochten ze het toch niet hebben, bestel het dan bij ze.

Ik heb twee redenen voor dit verzoek.

Allereerst steun je de lokale boekwinkel met je aankoop. Nu heb ik niets tegen webwinkels als Bol.com. Sterker nog, Bol was zo aardig om mijn boek recent in een top 10 van nieuwe titels op te nemen. Het is onwijs handig om een boek online te bestellen zodat je niet door de regen naar buiten hoeft.

Maar ik wil ook niet dat de boekwinkel verdwijnt uit het straatbeeld en daarom koop ik zoveel mogelijk fysiek boeken. Een winkelpand huren is namelijk erg duur, dus alle aankopen helpen. En er worden heus genoeg boeken online gekocht om die webwinkels in de lucht te helpen, dus daar hoef je je niet schuldig over te voelen. Bovendien verkoopt Bol tegenwoordig veel meer dan alleen boeken.

Mijn vriend Spider-Man ligt ook bij Stumpel in Hoorn. Dat is mooi, want een deel van het verhaal speelt zich af in Hoorn. Het was dankzij Cees Franke dat ze een stapeltje hebben besteld en neergelegd, want hij vroeg expliciet naar het boek. Dank je, Cees!
Foto: Jooper.

Ten tweede help je deze nieuwe auteur ook een handje door het boek in een winkel aan te schaffen. Hebben ze het wel liggen, dan zullen ze geneigd zijn om het aan jouw verkochte exemplaar te vervangen voor een nieuwe. Hebben ze het nog niet, dan wijs je de verkoper op het bestaan van het boek en het feit dat mensen er nieuwsgierig naar zijn. Waarschijnlijk bestellen ze dan een exemplaar voor jou en wellicht nog wat stuks zullen bestellen. Dankzij jou hulp ligt het boek dan opeens in de winkel en zo maak je de kans groter dan meer mensen kennismaken met Mijn vriend Spider-Man.

Daarom alvast zeer bedankt als je de moeite wil doen om het boek bij de boekhandel te halen.

Bij Libris Voorhoeve in Hilversum was de verkoper zo sympathiek om na mijn pitch enkele exemplaren te bestellen. Het hielp ook dat Hallie Lama ook meteen een exemplaar wilde hebben.
Foto: Hallie Lama.

Hobgoblin Lives

Saturday, June 24th, 2017

Sommige strips kan ik best vaak lezen. Omdat ik de tekeningen goed vind en het verhaal. Soms ook omdat ik me na een tijdje het verhaal niet meer kan herinneren en ik weer nieuwsgierig ben naar hoe het ook alweer verliep.

Spider-Man: Hobgoblin Lives is zo’n strip. Ik denk dat ik deze comic zo’n eens per jaar lees. Hobgoblin is immers mijn favoriete Spider-Man-schurk en in deze comic wordt het verhaal van Hobgoblin soort van afgerond.

Ik stip deze ook aan in mijn boek Mijn vriend Spider-Man omdat hier eindelijk wordt onthuld wie de mysterieuze Hobgoblin werkelijk is. Aangezien de strip in 1997 uitkwam, neem ik aan dat die identiteit hier onthullen niet langer een spoiler genoemd kan worden.

Wie de Hobgoblin was heeft de Spider-Man-lezers lang beziggehouden. Eerst leek het Ned Leeds te zijn. Dat was jaren de officiële lezing. Maar Roger Stern, de bedenker van Hobgoblin, was het niet echt eens met die keuze. In Hobgoblin Lives wordt de onthulling dat Leeds de schurk was, dus herschreven. Een retcon dus. Soort van. Want Stern schrijft het verhaal zo op, dat de echte Hobgoblin Leeds brainwashte en in zijn plan gebruikte. De onthulling eind jaren tachtig dat Leeds Hobgoblin was, was dus allemaal onderdeel van het plan van de enige echte schurk.

Gisteren en vandaag herlas ik de drie deeltjes waaruit deze miniserie bestaat. Ik heb een mooie paperback uitgave uit 1997 in de kast staan, met deze prachtige cover door Ron Frenz, die ook het verhaal tekende:

De cover zou een mooie filmposter kunnen zijn mochten ze ooit een animated feature over Hobgoblin maken. Hoewel er ook nog andere mooie covers zijn waarin Hobgoblin de hoofdrol heeft.

Deze bijvoorbeeld:

En dit is een van mijn favorieten:

Tweeling
Laten we even naar het moment kijken waarin Spider-Man Hobgoblin eindelijk ontmaskert: Roderick Kingsley – modeontwerper en louche zakenman. Dat moment loopt synchroon met het moment dat Betty Brant de tweelingbroer van Kinsley ontdoet van zijn haarstukje en dus blijkt dat dit niet Roderick is maar Daniel, die kaal is. Doordat ze tweelingen zijn kon Stern Hobgoblin en een Daniel Kingsley, die zich uitgaf voor zijn broer, opvoeren in dezelfde scène. Hierdoor de lezer dus nooit kon raden dat Roderick de echte schurk was.

Maar goed, waar het mij nu vooral om gaat is het stripplaatje waarin Spider-Man op de glider vliegt en Hobgoblin in zijn weg gevangen houdt. Dat plaatje is namelijk een knipoog of hommage naar de cover van Amazing Spider-Man #39. Dat is weer de comic waarin de Green Goblin Peter Parker ontmaskert en ontvoert. Zoals je wellicht weet, is de Green Goblin een inspiratiebron voor de Hobgoblin.

De geschiedenis van Spider-Man zit vol met spiegelmomenten, herhalingen en verwijzingen naar vroeger.

Dislaimer
Wie denkt dat ik na het schrijven van Mijn vriend Spider-Man genoeg heb van dit personage, vergist zich. Ik heb nog ideeën voor tientallen artikelen en blogposts over deze superheld. Spider-Man is niet voor niets mijn favoriete fictiefiguur.

De meeste van die artikelen zal ik hier publiceren, al zou ik het helemaal tof vinden als ik op een vaste plek elders over Spider-Man en strips zou kunnen scrhijven. Een stripblad als Eppo zit er niet meer in, maar wellicht dat ik binnenkort een andere publicatieplek kan vinden voor mijn verhalen.

 

Mysterie

Friday, June 23rd, 2017

Donderdag 22 juni stond er een interview met Kyle MacLachlan in de Volkskrant. Dat moest deze Twin Peaks-fan natuurlijk even lezen.

Inmiddels zes afleveringen van het derde seizoen gezien. Moet zeggen dat ik lang niet altijd chocola kan maken van wat David Lynch en Mark Frost ons voorschotelen. Eerlijk gezegd vind ik dat juist een van de leuke dingen aan Twin Peaks. Zoveel series en films zijn verschrikkelijk voorspelbaar en zitten vol met clichés. Een ‘rare’ serie als Twin Peaks is een verademing in het aanbod.

Journalist Berend Jan Bocking vroeg MacLachlan:
Ziet u betekenis in de bizarre momenten van de serie of is het een mysterie dat bestaat bij de gratie van het mysterie?
‘Nee, het mysterie bestaat met een reden. Ik verklaar het tegenover mijzelf als het verhaal van een man die zichzelf probeert terug te vinden, in kleine stapjes. In grotere lijnen gaat de serie over een wereld uit balans, waarin de dingen weer in balans moeten raken.’

Het eerste van wat de acteur hier zegt is duidelijk herkenbaar in de verhaallijn van Twin Peaks. Het tweede gedeelte van zijn antwoord lijkt te slaan op de hele wereld op dit moment.

Torpedo 1936

Wednesday, June 21st, 2017

Uitgeverij HUM geeft de klassieke stripreeks Torpedo 1936 integraal uit in vijf delen.

Torpedo 1936 draait om huurmoordenaar Luca Tortelli ten tijden van de Depressiejaren in de Verenigde Staten. Mooie crime-noir gangsterstrips waarin bloot, geweld en grofgebektheid niet worden geschuwd. Het zijn goede pulpverhalen die lekker weglezen.

De reeks werd geschreven door de Frans-Spaanse scenarist Enqique Sánchez Abulí. De eerste twee verhalen zijn getekend door Alex Toth, maar die had toch wat moeite met de toon en het geweldsgehalte van de strip. Toen nam de Spaanse tekenaar Jordi Bernet het over. Die leverde in de stijl van Toth mooie zwart-wit tekeningen die perfect de harde noir-sfeer van de strip oproepen.

De strip werd in Nederland vroeger gepubliceerd in het blad Titanic. Er zijn enkele albums uitgekomen bij Uitgeverij Arboris. De vermakelijke verhalen hebben verschillende lengte, maar zijn meestal een pagina of acht. Voor de eerste editie van HUM zijn de strips opnieuw vertaald en beletterd. Het album bevat 17 korte verhalen.

Het eerste boek is net uitgekomen. Mooi uitgevoerd met een harde kaft. Ik vind het bewonderenswaardig dat de mensen van HUM duidelijk veel tijd en energie in deze uitgave hebben gestoken. Ger Apeldoorn schreef een informatieve inleiding om de reeks te introduceren. Hij leunt hiervoor mijn inziens wel iets te sterk op citaten van Dick Matena. Enkele citaten van andere kenners had de tekst wat evenwichter gemaakt en minder een aflevering van Matena vertelt.

[hr]

Daarom Minneboo leest:
Als stripjournalist wil ik zoveel mogelijk strips onder de aandacht brengen. Daarom heb ik de rubriek Minneboo leest in het leven geroepen, om te laten zien hoe rijk en divers het medium strip kan zijn. De artikelen in deze rubriek zijn geen recensies (die teksten staan gepubliceerd in de bijhorende rubriek), maar kunnen thematisch zijn, een interview, een tekenstijl belichten of simpelweg een nieuwe uitgave kort aanstippen.

Koffiedate met Hydroman

Tuesday, June 20th, 2017

Vanmorgen deelde ik een kopje koffie met Hydroman:

Het was een kort moment van contemplatie, in mijn werkkamer, uitkijkend over het Westerpark. Even de komende dag mentaal doornemen.

Een kwartiertje later zat ik te zweten op de hometrainer. Een halfuur fietsen op dat ding is in de zomer echt een uitdaging. Eigenlijk is alles met dit warme weer voor mij een uitdaging, ik word erg lethargisch van de warmte. Ik heb nergens zin in en er weinig puf voor. Dan komt zo’n Hydroman weer goed van pas trouwens, voor de verkoeling.

Het zijn ook een beetje rare weken. Hoewel ik op dit moment geen radio-optredens meer heb om Mijn vriend Spider-Man te promoten, zijn we nog steeds bezig met publiciteit genereren. Maandagochtend had ik nog een telefonisch interview met Robin Vinck die me wilde spreken voor de Boekenkrant. Woensdag heb ik een meeting met Remco Vlaanderen om verdere pr-plannen te bespreken.

Brussel… dat is Kuifje. Toch wel!

Brussel
Tussen de pr-zaken door, was ik vorige week twee dagen in Brussel. Een niet zo geslaagde persreis omdat we het merendeel van de onderdelen vrijwel alleen in het Frans werden aangesproken. Frans vind ik een moeilijke taal en hoewel ik daar een paar jaar les in heb gehad op de middelbare school, versta het praktisch niet. Gelukkig was het bezoek in het Stripmuseum in Brussel de moeite waard. Het was bovendien erg gezellig om oude bekenden weer te zien en kennis te maken met Roel Daenen, van Stripgids.

Over de Asterix-tentoonstelling schreef ik al een stukje. Hopelijk kom ik later deze week nog aan de expositie over scenarist Zidrou toe.

Maar Brussel is gelukkig meer dan Kuifje… Bijvoorbeeld 60 stripmuren.

Frits Jonker geportretteerd door Fred de Heij.

Om mijn voeten weer een beetje met beide benen op de grond te krijgen en mijn hoofd uit de virtuele wereld van sociale media, probeer ik zoveel mogelijk met mensen af te spreken. De foto met Hydroman sluit in dat opzicht aardig aan bij de eerdere koffiedates die ik recent had.

Vorige week dinsdag had ik een afspraak met Frits Jonker.
Hij had een speciaal cd’tje met liedjes over Spider-Man samengesteld. Ik vind het omslag dat Frits ervoor maakte ook erg mooi:

De dag erna had ik een goede koffiedate met cartoonist Hallie Lama in Hilversum. We hadden afgesproken in de koffiecorner in de Libris Boekhandel. Kon ik hem meteen een exemplaar van mijn boek geven. We hadden elkaar al een tijdje niet gesproken en het was fijn om te zien en te horen dat het lekker met Hallie gaat. Hij heeft plannen voor een nieuwe uitgave, dus hou vooral zijn website in de gaten.

Omdat Hallie Mijn vriend Spider-Man ook voor een vriend wilde kopen, liepen we de boekwinkel verder binnen. We zagen mijn boek niet liggen, dus vroeg ik de verkoper achter de balie of ze Mijn vriend Spider-Man hadden. Ik vertelde hem dat ik de auteur van het boek was en Hallie liet zijn exemplaar zien. ‘Vertel eens waar het boek over gaat,’ vroeg de verkoper. Dus dat deed ik. Ik vertelde hem in grote lijnen dat het boek gaat over mijn ervaringen als fan en dat ik die gebruik als kapstok om over fancultuur te praten. De verkoper vond het sowieso sympathiek dat ik mijn eigen boek kwam promoten en wilde wel een exemplaar bestellen. ‘Leuk voor Vaderdag,’ zei ik nog.

‘Ik wil ook nog een boek bestellen voor een vriend,’ zei Hallie. Ten bestelde de verkoper er meteen drie. Ik hoop dat ze mooi op de tafel te zien waren, zodat mensen het boek kunnen zien liggen. Die zichtbaarheid is erg belangrijk, want lang niet iedereen weet nog dat dit boek bestaat terwijl ze het misschien wel willen lezen.

In meerdere opzichten was dit dus een vruchtbare koffiedate.

Maandag was de Stripvlogger in Amsterdam met zijn vrouw Barbara. We hebben gezellig gepraat bij het Ketelhuis. Over vloggen, strips en andere zaken. Het is goed om zo nu en dan met collega’s af te spreken. Altijd leuk om te horen wat ze aan het lezen zijn en wat ze recent hebben meegemaakt in de (Nederlandse) stripwereld.

Dode Varkens van Ben Vranken

Monday, June 19th, 2017

Dode Vakens is een dik, mooi uitgegeven boek met een selectie van het beste werk van Ben Vranken.

Ben Vranken signeert. Foto: Michael Minneboo.

In 1984 stuurde de Zeeuwse stripmaker en illustrator Ben Vranken (Vlissingen, 1962) een strip naar uitgeverij Van Wulften BV in de hoop dat ze zijn werk wilden uitgeven. Bijna een jaar later en toevallig vlak nadat Frits Jonker over Vrankens werk in een column had geschreven, kreeg hij pas een schrijven terug. Een afwijzingsbrief waarin Bens strip werd beoordeeld als ‘nogal mager, weinig boeiend en verrassend. De tekenstijl is overigens veel belovend.’

Ruim 32 jaar later ligt er een vuistdik boek genaamd Dode Varkens, met daarin opgenomen een selectie van Vrankens beste verhalen in stripvorm, met toelichting van de maker. Het boek is verrijkt met een mooi dossier met daarin onder andere bovenstaande brief, en Vrankens correspondentie met Frits Jonker. De uitgever van het boek: Ger van Wulften. Precies, dezelfde, al heet zijn uitgeverij nu Xtra.

Zondag 18 juni werd Dode Varkens gepresenteerd. Tijdens de presentatie in club Akhnaton signeerde de illustrator boeken voor zijn lezers.

Vlak voor de signeersessie maakten Vranken en ik kennis met elkaar. Een sympathieke kunstenaar, die in zijn werk een wereld schept die vooral gekenmerkt wordt door verval en een beklemmende sfeer. Maar ondanks de post-apocalyptische landschappen en de sombere toon, kent het werk ook veel ironie en zwarte humor.

Vranken is een eigenzinnige tekenaar die altijd zijn eigen weg op is gegaan. Hij maakte illustraties voor onder andere De Telegraaf, de VolkskrantArcheologie Magazine en het Nationaal Historisch Museum. Zijn strips en illustraties bewaarde hij jarenlang in natte, kartonnendozen. Voer voor papiervisjes. Een deel van het werk is opgegeten door de papierversnipperaar.

Hiernamaals
De titel van zijn boek verwijst naar een van de verhalen uit de bundel. Een mooi verhaal waarin Vranken een bijzondere visie toont op het hiernamaals. De titel Dode Varkens klinkt weinig commercieel, maar dat zijn z’n strips eigenlijk ook helemaal niet. Wat ze wel zijn is uniek, met een geheel eigen stijl en geluid. Zoals filmregisseur Erik de Bruyn al in zijn voorwoord zegt: ‘De strips van Ben Vranken zíjn kunst. En net als bij een autonoom conceptueel modern werk het geval kan zijn, moet je soms wat moeite doen om het tot je te nemen. Maar dan word je meegezogen in Vrankens wereld.’

Vrankens werk beantwoordt een vraag die me regelmatig te binnenschiet: bestaat er nog steeds underground in Nederland? En dan bedoel ik natuurlijk underground-strips.

De Amerikaanse underground-scene van weleer, met onder andere Robert Crumb, Spain Rodriguez en Gilbert Shelton, spreekt namelijk enorm tot mijn verbeelding. Stripmakers die dwars tegen de heersende consensus in gingen en hun eigen verhalen vertelden. Verhalen vol seks, drugs, surrealistisme en autobiografische elementen. In Nederland denk je dan meteen aan Peter Pontiac. Wasco. Mark Smeets.

Je kunt de Nederlandse stripwereld natuurlijk cynisch bekijken en zeggen dat die eigenlijk helemaal underground is, want het is een kleine niche die door het grote publiek voor het merendeel wordt genegeerd. Maar die stelling kan ik niet verdedigen, ook al komt het toch vaak neer op werk in de marge.

Maar Vranken, da’s wel underground. En dat bedoel ik als compliment: graag zie ik meer van dit soort eigenzinnige makers. Ik besteed er dan ook graag aandacht aan. Sterker nog, door de middag in Akhnaton besefte ik weer eens dat dit eigenlijk mijn werk moet zijn: het aankaarten van makers zoals Vranken, en bloggers zoals de eerdergenoemde Frits Jonker. Laat Van Nieuwkerk de mainstream maar behandelen. Laat anderen meer die rivier van papier van middelmatige strips recenseren. Geef mij maar de tekenaars die krabbelen in de marge, die hun eigen hang-ups en frustraties onder ogen zien en verwerken in verhalen. Ik geef ik graag een podium op mijn blog of in een tijdschrift. Ik ga me vanaf nu nog meer bezighouden met wat mij boeit en de ruis negeren.

Bezwering
Over de opgenomen pagina’s uit zijn schetsboeken schrijft Vranken: ‘Waarschijnlijk was dat hele tekenen een soort bezweringsritueel: door het verbeelden van allerlei ellende hoop je dat die in het echt je deurtje voorbij gaat. Bovendien vormt het een prima uitlaatklep voor je frustraties en voorkomt het tekenen van geweld dat je in de supermarkt oude vrouwtjes ondersteboven rijdt met je winkelwagen.’ De oude vrouwtjes en de lezers mogen Vranken dankbaar zijn.

Op dit moment heb ik het boek nog lang niet uit, maar dat vind ik wel fijn. Het is zo’n boek dat je af en toe moet oppakken om te bladeren of verder te lezen. Tot nu toe vind ik het allemaal inspirerend, net zoals de dikke boeken van Serge Baeken barst Dode Varkens van de creatieve energie. Ook die worden uitgegeven door Xtra. Dat is natuurlijk geen toeval.

Dode Varkens is een mooie uitgeven, dikke bloemlezing met harde kaft. Het werk van Ben Vranken zal lang niet aan iedereen besteed zijn (want hé, underground, dus) maar een aanrader voor iedereen die toe is aan iets anders. Pak het eens op in de winkel en blader erdoorheen. Is het niets voor je, leg het terug, maar waarschijnlijk wil je erin blijven lezen.

Ben Vranken. Dode Varkens.
Uitgeverij Xtra, 384 pagina’s · € 34,90
ISBN 9789490759919

En dan nu nog even een bonusvideo van de eerste tekening die Ben maakte die middag tijdens de signeersessie. De muziek wordt gedraaid door DJ Frits Jonker.

 


Daarom Minneboo leest:
Als stripjournalist wil ik zoveel mogelijk strips onder de aandacht brengen. Daarom heb ik de rubriek Minneboo leest in het leven geroepen, om te laten zien hoe rijk en divers het medium strip kan zijn. De artikelen in deze rubriek zijn geen recensies (die teksten staan gepubliceerd in de bijhorende rubriek), maar kunnen thematisch zijn, een interview, een tekenstijl belichten of simpelweg een nieuwe uitgave kort aanstippen.

Expositie Asterix en de Belgen

Sunday, June 18th, 2017

Van het prachtige stripalbum Asterix en de Belgen is nu een tentoonstelling in het Stripmuseum in Brussel.

Nieuwsgierig nam ik laatst een kijkje, want Asterix is een van mijn favoriete stripfiguren. Het zijn albums die je telkens opnieuw kunt lezen vanwege de scherpe grappen van van scenarist René Goscinny (1926 – 1977) en de prachtige illustraties van Albert Uderzo (1927).

Bange Romeinen heten ons welkom.

Aan het begin van de tentoonstelling worden we dan ook terecht aan beide heren voorgesteld. Goscinny stierf helaas al op 51-jarige leeftijd. Een van de grootste stripscenaristen van de Europese strip stierf in mijn geboortejaar. Ik hou van de humoristische tekeningen van Uderzo, die zijn hand niet omdraaide om rake karikaturen van bestaande personen op papier te zetten.

André Coscinny.

Even terzijde: veel van mijn striphelden beginnen echt op leeftijd te raken. Uderzo is 90 jaar oud en met pensioen, Stan Lee is 94, ook John Romita Sr. is inmiddels 87. Zijn zoon, mijn favoriete Spider-Man-tekenaar is al 60. Bijna net zo oud als mijn vader. Enkele andere helden zijn al reeds overleden, behalve Coscinny bijvoorbeeld ook André Franquin, die in 1997 stierf. Dat maakt mij niet alleen duidelijk dat veel van de stripmakers die ik bewonder niet hedendaags zijn. En dat we binnenkort afscheid van hen moeten gaan nemen.

Er zijn overigens wel stripmakers van nu die ik bewonder, maar daarover een andere keer meer.

Spelelementen
De tentoonstelling richt zich dus op één album van de reeks Asterix. Asterix en de Belgen verscheen oorspronkelijk in 1979. Het is het laatste album waar Goscinny aan meewerkte.

De expositie bevat enkele actieve onderdelen. Zo kun je op een bewegend plateau gaan staan om met je voeten een rubber balletje te manoeuvreren tussen de personages van de strip. Ook is er een groot bord waarop je de personages en hun vaste props bij elkaar moet raden. Druk tegelijk de knoppen in bij het personage en de prop. Als je het juist hebt, gaat er een groen lampje branden. Het Stripmuseum heeft dus een expositie willen maken die gezinsvriendelijk is.

Zoals ik al schreef in eerdere verslagen, is het Stripmuseum in Brussel geen stoffig instituut waarin je alleen originele pagina’s aan de muur kunt bewonderen. De tentoonstellingen worden op een ludieke wijze en sfeervol vormgegeven. Vaak zit er ook een interactief element in. Dit keer ligt dus meer de nadruk op het spelelement, zonder dat het geheel een circus wordt. Toen ik door de expositie liep, was er een schoolklas aanwezig. De leerlingen waren lekker in de weer met de spelelementen.

Herdrukken
Er zijn ook mooie zwart-wit pagina’s uit de strip te zien voor de liefhebbers van Uderzo’s illustraties. Dit zijn geen originelen maar facsimiles. Willem de Graeve, codirecteur en hoofd communicatie, vertelde me dat het te kostbaar zou zijn geweest om de originelen op te hangen. Die worden namelijk voor het grootste deel bewaard in de Bibliothèque Nationale de France.

Je zou origineel en facsimile eigenlijk naast elkaar moeten leggen om het zeker te weten, maar als het er niet bij had gestaan dat het hier fotografische herdrukken betreft, had ik het verschil niet gezien. Natuurlijk hebben originele tekeningen en strippagina’s een soort van aura vanwege hun uniekheid, maar voor de inhoud van de expositie maakt het eigenlijk niet uit dat de platen geen originelen zijn. Je kunt nog steeds het vakmanschap bestuderen zonder dat de originele platen kunnen verkleuren of tijdens vervoer gevaar lopen.

Parodie
Coscinny zei in 1976: ‘Ik parodieer graag. Ik beschrijf de dingen zoals ze zijn, maar met een lichte kwinkslag, waardoor ze grappig worden. Die kwinkslagen zijn de bouwstenen van wat stap voor stap een parodie wordt.’ In de reeks Asterix worden culturele stereotypen op een humoristische wijze uitvergroot. Waar de dappere Galliërs ook komen. Dat maakt de reeks juist zo aantrekkelijk, omdat we om onszelf en anderen kunnen lachen.

In de tentoonstelling komt goed naar voren hoe de stripauteurs jongleren met een handvol Belgische symbolen, die soms meer aan de mythologie dan aan de realiteit zijn ontleend. Toch maken ze niemand belachelijk, maar is het album eerder een ode aan België en een teken van vriendschap.

Rare jongens die… euh, laat maar. Een cameo van een bekend stripduo.

Belgische helden
In het album Asterix en de Belgen komen meerdere Belgische helden en beroemdheden voorbij. De bode die de naburige stammen pijlsnel waarschuwt, is een karikatuur van Eddy Merckx, de legendarische wielerkampioen uit het Brusselse, vijf keer winnaar van de Ronde van Frankrijk. Als koerier geeft hij blijk van een uitzonderlijke snelheid. Nicotine, de vrouw van stamhoofd Vandendomme, is een karikatuur van de Belgische actrice en zangeres Annie Cordy, die eind de jaren 1970 bijzonder populair was in Frankrijk.

De Belgische zanger Jacques Brel (1929-1978), die zijn liefde voor België bezong in onder meer Bruxelles of Marieke, komt in het album aan bod met enkele woorden uit zijn beroemdste lied, Mijn Vlakke Land. Uiteraard wordt in de expostie aandacht besteed aan deze beroemdheden en verteld wie ze zijn. Niet iedereen zal ze immers nog kunnen herinneren, vooral de jonge bezoekers niet. Die hebben hun eigen contemporaine helden. En natuurlijk ontbreekt er geen knipoogje naar Manneken pis.

De tentoonstelling Asterix en de Belgen is samengesteld door Mélanie Andrieu en bevat teksten van Andrieu en Jean Auquier. De expositie niet al te groot, maar was dan ook eigenlijk een soort tussendoortje. Een opstap naar de grotere expositie over de Belgische strip die in het najaar te zien zal zijn. Van Asterix kun je genieten tot en met 3 september 2017.

Kaartenhuis

Saturday, June 17th, 2017

Vrijdagavond de laatste aflevering gezien van House of Cards. We hebben dit vijfde seizoen in zo’n twee weken gekeken.

House of Cards kon me toch minder boeien dan de voorgaande seizoenen. Misschien komt het omdat het alweer lang geleden was dat ik de serie zag en veel van het voorgaande was vergeten. Veel verwijzingen naar eerdere afleveringen ontgingen mij dus. Pas bij aflevering vijf of zes zat ik er weer een beetje in.

Maar toch kon de plot van deze reeks nieuwe afleveringen me minder boeien. Alles kabbelt maar een beetje voort, zonder dat het nu echt veel indruk maakt. Misschien komt dat ook wel omdat er in onze realiteit nog een grotere gek in het Witte Huis zit dan de personages in deze serie zijn. Ik ben de Amerikaanse politiek daardoor behoorlijk beu.

Nog ergerlijker vind ik dat Claire Underwood nu ook door de vierde muur breekt en de kijker aanspreekt. Dat betekent waarschijnlijk dat zij de hoofdrolspeler is geworden van de serie, maar maakt alles nog eens minder realistisch.

IJskoningin en ijscoman.

En ik heb een probleem met Robin Wright. Ik vind het een vervelende actrice om in actie te moeten zien. Ze speelt Claire Underwood zo onderkoeld, dat ze net zo statisch acteert als een koelkast. In Wonder Woman overtuigde ze ook niet echt. Ze zet geen levende personages neer, hoogstens een sim. Heel vervelend.

Hoe dan ook, door zoveel House of Cards in een korte tijd te kijken, zat de afgelopen dagen constant de begintune in mijn hoofd. Als een oorworm genesteld in mijn oren hoorde ik telkens deze tune in mijn hoofd…