De pinguïns van Wasco (Interview!)

In VPRO gids #40 (2018) staat mijn interview met de eigenzinnige stripmaker en grafisch kunstenaar Wasco over zijn boek 1000 pinguïns. Het is altijd kicken als een van mijn artikelen in print verschijnt. Het interviewen van boeiende makers is immers wat ik het liefste doe. Mensen als Wasco, andere stripmakers, maar ook filmmakers, kunstenaars of videomakers. Mensen met een goed verhaal die bijzondere, mooie of noodzakelijke dingen maken. Daar praat ik graag mee. Dat is mijn vak en ik ben daar goed in. Het liefste zou ik hier fulltime mee bezig zijn.

Na het gesprek voor de Gids maakten Wasco en ik nog een vlog in zijn atelier:

Met zijn boek 1000 pinguïns wil grafisch kunstenaar Wasco ons beter leren kijken. ‘Het gaat om subtiliteit.’

Van de eigenzinnige stripmaker en grafisch kunstenaar Wasco (1957) kwam drie jaar geleden Het Tuitel Complex uit, waarin hij onderzoekt wat een strip nu eigenlijk is en wanneer een strip ophoudt een strip te zijn. Voor zijn nieuwste boek tekende Wasco exact duizend pinguïns. Telkens in reeksen van één tot en met tien, in verschillende stijlen.

Waarom pinguïns als onderwerp? ‘Ik was altijd met katten bezig. Daarvan heb ik er duizenden getekend tot ik er flauw van werd. Ik kwam ook altijd vrouwtjes tegen die van katten hielden en op de een of andere manier wilde ik niet bij die softe wereld horen. Bovendien zijn er al zo veel boeken over katten,’ vertelt Wasco in zijn atelier op een Amsterdams industrieterrein. ‘Ik ben altijd bezig met exercices de style, met variaties op hoe je iets kunt tekenen. Eerst dacht ik dat dit niet met pinguïns zou kunnen omdat je maar een soort hebt, terwijl je in katten veel variaties hebt: dikke, harige, et cetera. Maar waarom zou ik geen harige of dikke pinguïns tekenen of me überhaupt druk maken over het feit dat die niet bestaan? Pinguïns hebben ten opzichte van katten twee voordelen. Ten eerste zijn ze goed herkenbaar en daardoor kun je dus goed zien dat het allemaal variaties zijn. Ten tweede lijken ze veel meer op mensen, dus je identificeert je beter met hen dan met katten.’

Pinguïndag
Op de boekenplanken in zijn werkruimte staan onder andere boekjes die Wasco in eigen beheer heeft uitgebracht, en enkele pinguïns gemaakt van oude gebruiksvoorwerpen. ‘Die hebben bevriende stripmakers gemaakt voor de pinguïndag die ik nu twee keer heb georganiseerd. Ik roep mensen op om met een pinguïn te komen en dan houden we een optocht. Dat is een wandelende expositie, maar heel lowbrow hoor.’

Dit laatste gaat niet op voor 1000 pinguïns dat over meer gaat dan alleen de zwart-witte vogels. Zoals veel van Wasco’s werk, valt je blik in eerste instantie op de illustraties zelf, die kunnen variëren van strippagina’s in een enigszins eenvoudige stijl, tot meer abstract werk dat naar Mondriaan neigt. De illustraties hebben vaak een speelsheid die vrolijk stemt en ze nodigen uit ze nauwgezet te bekijken. Want, wat zien we nu eigenlijk? Wat gebeurt er? Hoe verschilt de ene tekening van de vorige?

Details
Wasco: ‘Mijn werk gaat over hoe we ons verhouden met wat we zien en wat we doen. Net als iedereen heb ik een mening over dingen in de wereld, zoals politiek of de vluchtelingencrisis. Ik heb echter geen zin om mijn dubbeltje daaraan toe te voegen. Zaken zijn complex, maar worden in discussies vaak zwart-wit voorgesteld. Mensen moeten onderscheiden dat het juist om de details gaat. 1000 pinguïns kun je alleen maar lezen door goed op de details te letten en de subtiliteit in te gaan. Het roept allerlei vragen op. Uiteindelijk gaat het boek over evoluties, over hoe die groeien. Kunst is niet didactisch, maar het communiceert wel iets. Ik hoop dat mensen door er goed naar te kijken, doorhebben dat er een gedachte achter zit en snappen wat er gebeurt. Op de een of andere manier verruimt dat ons inzicht van hoe de wereld in elkaar zit en werkt. Uiteindelijk gaat het erom dat mensen subtieler worden en meer nuances kunnen zien.’

Tijdsverloop
Omdat 1000 pinguïns een verzameling van 184 afbeeldingen is, en niet direct een verhaal vertelt, wordt de lezer uitgenodigd zijn eigen interpretatie los te laten op individuele afbeeldingen. ‘Het belangrijkste is wat je er zelf uithaalt. Dat je het boek een tweede keer leest en er dan een heel ander boek of verhaal in kunt zien.’

Toch ben ik benieuwd naar wat Wasco zelf te vertellen heeft over illustratie 0113, waarop twee pinguïns met gebogen hoofd staan. ‘Die twee pinguïns staan daar een beetje te slapen, volgens mij,’ zegt de tekenaar. ‘Ze hebben het koud en staan daar behoorlijk eenzaam. Het zou overigens ook een plaatje met tijdsverloop kunnen zijn. In dat geval zien we twee keer dezelfde pinguïn die naar ons toeloopt, of waar de camera op inzoomt.’

Ambachtelijk
Aan veel van Wasco’s werk ligt een wetmatigheid ten grondslag die hij zichzelf oplegt. Zijn boeken beginnen bij een concept. Daarna begint hij te tekenen en ontstaan de illustraties bijna vanzelf: ‘Ik begin gewoon door het penseel op papier te zetten en ik denk daar van tevoren niet veel over na. Ik weet wel dat dit een redelijk intellectueel werk is, maar ik doe niet zo heel veel intellectueel werk terwijl ik teken,’ zegt hij lachend. ‘Ik improviseer en volg de lijn. Eigenlijk is dat betrekkelijk primitief. Dat ik van wetmatigheden houd, is iets uit mijn jeugd. Ik was goed in rekenen en heb een boekhoudersmentaliteit. Daarbij hou ik van veel. Veel als in meer en dan nog meer. Iedere mens is nietig, maar kan in feite veel maken. Je kunt een heel universum creëren, en ik wil dus heel graag heel veel creëren. Duizend vind ik ook een mooi aantal, want dan begint het ergens op te lijken.’

Sensueel
1000 pinguïns
noemt Wasco uiteindelijk ook een ode aan het papieren boek. ‘Op dit moment ben ik anti-digitaal. Het populisme is de afgelopen tien jaar ongelooflijk versneld door de aanwezigheid van internet. Alles gaat te snel. In mijn contract heb ik laten zetten dat er geen digitale versie gemaakt mag worden. Het is een fysiek boek dat een bepaalde volgorde heeft en op een speciale manier is gedrukt. Dat zijn elementen die in de digitale versie kunnen veranderen. Bovendien heeft een digitaal bestand geen formaat. De originele pagina’s heb ik gemaakt op een risoprinter omdat die andere en diepere kleuren kan drukken dan het CMYK-systeem. Het gaat hier dus weer om subtiliteit. Kunst is uiteindelijk sensueel, een gevoel, en dat doet iets met je. Papier, kleur en inkt – al die dingen spelen daarin een rol.’

Wasco: 1000 pinguïns.
(Scratch)

Share

Michael Minneboo

Michael Minneboo is een freelance journalist gespecialiseerd in popcultuur, fancultuur, strips, film, online media en beeldcultuur. Hij schrijft over onder andere comics, Nederlandse strips & animatie en interviewt makers uit binnen- en buitenland. Daarnaast geeft hij lezingen en adviseert hij particulieren en bedrijven over bloggen.

Leave a comment