Posts Tagged ‘Marten Toonder’

Animatiecellen van de Bommel-film ALS JE BEGRIJPT WAT IK BEDOEL | 529

Saturday, April 24th, 2021


Bekijk hier de uitzending van Stef Vanpoucke met Jacarrino et moi:

EXPOSITIE Indrukwekkende SCHILDERKUNST van STRIPTEKENAARS | Vlog 125

Friday, March 22nd, 2019

Het stripmuseum Groningen is weliswaar dicht, maar gelukkig heb ik in de laatste periode nog wat opnames kunnen maken. Zoals deze van de expositie Van penseel naar kwast: Schilderkunst van striptekenaars.

Deze vlog is dus een registratie van een deel van de schilderijen die er toen te zien waren.

Sexy KERST PIN-UPS en stripkerstkaarten | Vlog 93

Sunday, December 23rd, 2018

Waarschijnlijk wordt dit de laatste vlog die ik dit jaar online zet, want ik ga even op kerstvakantie. Daarom een speciale kerstvlog vol met sexy kerstpin-ups en een paar sfeervolle kerstkaarten.

En dat van een vlogger die eigenlijk vrijwel geen kerst viert.

Hier nog even de link naar het blog van 80s geek Axel.

Waarom Piet Wijn een van mijn favoriete striptekenaars is | Vlog 70

Tuesday, November 6th, 2018

Douwe Dabbert, Tom Poes-strips en ontelbare andere beeldverhalen. De grafische erfenis van Piet Wijn (1929-2010) is enorm rijk en oogstrelend. Wijn maakte prachtige, levendige illustraties. Douwe Dabbert is mijn favoriet.

In deze vlog blader ik door een catalogus van Wijns werk, uitgegeven door het Stripmuseum in Groningen in 2005. De expositie heb ik toen niet gezien, maar ik ben heel blij dat ik deze catalogus heb. Hij is namelijk niet meer te krijgen. Maar dankzij YouTube kan ik jullie er toch deelgenoot van maken. Al bladerend kwamen er allerlei gedachten in me op over Wijn, strips en de onderwaardering die er in Nederland voor kunst lijkt te zijn.

Meer informatie over Piet Wijn kun je onder andere in de Comiclopedia van Lambiek lezen.

Ik vind het heerlijk om dit soort vlogs op te nemen. Niet alleen kan ik zo tekenwerk laten zien dat me raakt, ook kan ik zo het een en ander kwijt wat er in me opkomt. Het is de belangrijkste reden waarom dit jaar drie keer per week ben gaan vloggen. Vloggers die ook zo te werk gaan zijn onder andere Richard Friend en Richard van Diversity & Comics.

Archief Toonder Studio’s naar Eye en Literatuurmuseum

Tuesday, November 6th, 2018

Milou Toonder heeft het archief van de Toonder Studio’s geschonken aan het Literatuurmuseum en Eye Filmmuseum. Het Literatuurmuseum verwerft het archief van Toonder Studio’s, met uitzondering van de materialen die betrekking hebben op de Bommelfilm Als je begrijpt wat ik bedoel; die gaan naar Eye.

Still uit Als je begrijpt wat ik bedoel.

Marten Toonders kleindochter vond het van groot belang de collectie van de Toonder Studio’s bijeen te houden en voor toekomstig onderzoek beschikbaar te maken.

Hieronder het persbericht:

Met deze schenking verwerft het Literatuurmuseum ruim 25.000 stripstroken van Toonders hoofdreeksen Panda, Kappie en Koning Hollewijn, zo’n 20.000 originele stripstroken van tientallen andere striptitels die door Toonder Studio’s-medewerkers werden gemaakt; onder wie Thé Tjong Khing. Verder bevat de aanwinst onder meer vele opzetten, schetsen en losse illustraties, reclamemateriaal en correspondentie van Marten Toonder.

Zeer bijzonder zijn de originele stripstroken van vroege strips als Don Sombrero, die teruggaan tot 1939. Het bewaard gebleven archief werpt een licht op de samenwerking tussen Toonder en de Toonder Studio’s, ook nadat de kunstenaar in 1965 naar Ierland was verhuisd. Directeur Aad Meinderts is bijzonder verheugd: ‘De collectie is een prachtige toevoeging op het persoonlijk archief van Toonder, dat we reeds in beheer hebben. Met dit archief erbij kan met recht gesteld worden dat ons museum de schatkamer is van Toonders kunstenaarschap’.

Alles wat te maken heeft met de Bommelfilm Als je begrijpt wat ik bedoel, heeft een onderkomen gevonden in de collectie van Eye. Deze film uit 1983 is de eerste avondvullende tekenfilm van Nederlandse bodem. Het aan de cinematografie gewijde centrum verwerft hiermee onder andere meer dan duizend filmcels, honderden potloodschetsen voor achtergronden, en vele storyboards.

https://www.youtube.com/watch?v=tFuEtAMqYNw

Complete proza Marten Toonder uitgegeven

Saturday, July 14th, 2018

Marten Toonder, welke stripliefhebber kent zijn creaties niet? Ik heb een plank in de boekenkast vol met boeken van en over Marten Toonder.

In mijn tienerjaren las ik heel veel Bommelverhalen. Ook las ik ooit Toonders autobiografie. De biografie van Wim Hazeu ligt al een tijdje op mijn nieuwsgierige ogen te wachten.

Toonder-kenner Klaas Driebergen kwam ik laatst tegen en hij vroeg me of ik op mijn site aandacht wilde besteden aan een vierdelige boekenserie die hij heeft samengesteld en uitgegeven. Deze serie omvat Het complete proza van Marten Toonder: verhalen, essays en autobiografische stukken. Zelf heb ik de boeken nog niet gelezen, en ik vrees dat dit nog wel een tijdje gaat duren vanwege mijn 30 procent leesproject. Ik wil namelijk eerst de dertig procent ongelezen boeken en strips in mijn collectie tot me nemen voordat ik weer nieuw leesvoer aanschaf.

Uiteraard ben ik als liefhebber van Toonders verhalen wel heel nieuwsgierig naar deze boeken. Daarom plaats ik hieronder het persbericht dat de reeks aankondigt, want er zijn ongetwijfeld veel Toonder-fans die hiervan op de hoogte gesteld willen worden.

Marten Toonder (1912-2005) was een uiterst creatief mens. Hij was niet alleen tekenaar en schrijver van het prachtige oeuvre over heer Bommel en Tom Poes, maker van talloze andere strips, illustrator, tekenfilmer en dichter, maar hij schreef ook een grote hoeveelheid essays, artikelen, autobiografische stukken en korte verhalen. Al deze verspreid verschenen kortere prozastukken zijn nu voor het eerst compleet in boekvorm verschenen.

Veel van dit materiaal was tot voor kort voor de liefhebber moeilijk te bereiken. Het is verspreid over talloze kranten, tijdschriften en boekuitgaven. Klaas Driebergen deed er jaren over om alles bij elkaar te verzamelen. Er zijn in de reeks zelfs vijftien essays en een kort verhaal opgenomen die nog niet eerder gepubliceerd zijn.

Waar Toonder ook over schrijft, het is altijd boeiend om te lezen. Michel Krielaars schreef over deze uitgave in NRC-Handelsblad:

“Sinds deze week ben ik er definitief van overtuigd: Marten Toonder had de P.C. Hooftprijs moeten krijgen. Niet alleen voor zijn originele taal, maar ook voor zijn nog originelere kijk op de wereld, die in deze tijd van schaarse ironie in het politieke debat node wordt gemist.
Het besef van Toonders literaire superioriteit drong opnieuw tot me door toen ik zijn Alleen maar papier las. […]
Wanneer je het leest heb je voortdurend het gevoel dat je dertien jaar na Toonders dood alsnog een groot cadeau van hem krijgt.”

De uitgave is te bestellen via de website www.prozamartentoonder.nl.

In 2013 was er een tentoonstelling over Toonders tekenwerk in het Letterkundig Museum in Den Haag. Daar maakte ik toen deze vlog over:

Spider-Man naast Heer Bommel

Friday, July 21st, 2017

Mijn vriend Spider-Man is natuurlijk ook in stripspeciaalzaken te koop, waaronder Het Beeldverhaal in Amsterdam en in Almere.

In Amsterdam aan de Bilderdijkstraat 80, staat hij mooi bij de kassa, naast een nieuwe uitgave van het werk van Marten Toonder: Heer Bommel en ik.

Dit is het eerste boek dat Klaas Driebergen uitgeeft in een reeks van vier boeken onder het mom van Het complete proza van Marten Toonder. Dit eerste deel heb ik nog niet gekocht, maar klinkt erg interessant: In dit eerste deel, Heer Bommel en ik, zijn al Toonders essays, lezingen, voorwoorden en ingezonden brieven over de Bommelverhalen samengebracht. Ook de voorwoorden die hij schreef bij alle 177 Bommelverhalen. Daarnaast bevat dit deel de artikelen die Toonder schreef over strips in het algemeen.

Bovenstaande foto heb ik zelf gemaakt toen ik Het Beeldverhaal deze week bezocht. Ik krijg soms van lezers foto’s opgestuurd als ze mijn boek ergens tegenkomen. Erg leuk en ik plaats ze graag op dit blog. Het is mijn manier om wat terug te doen voor de winkels die zo aardig waren om mijn boek in het assortiment op te nemen. Op deze manier kan ik ze namelijk even onder de aandacht brengen.

Mislukt
Een tijdje geleden probeerde ik dat ook met de rubriek Stripwinkels in Beeld, maar dat liep stuk op gebrek aan participatie van de stripwinkelbezoekers. Het idee achter die rubriek was dat mensen bij het bezoeken van hun favoriete stripwinkel twee foto’s maakten en enkele vragen hierover beantwoorden.

Helaas liep dit stuk op Fakebook. Mensen lezen daar vaak alleen de tekst die op Fakebook verschijnt en klikken niet door naar de blogposts, waardoor men niet verder kwam dan op Fakebook zelf de naam van hun favoriete stripwinkel roepen. Dat was niet de bedoeling natuurlijk. Misschien vonden mensen de rubriek te veel moeite of sprak het ze niet aan.

Hoe dan ook, nu met mijn boek in de winkel kan ik dus toch aandacht besteden aan sommige winkels. En dat vind ik leuk.

Spider-Man en Marten Toonder

Thursday, July 13th, 2017

De Drvkkery is een cultureel ontmoetingspunt in Middelburg, waar boeken, muziek, kunst, film, lekker eten en nieuwe media samenkomen.

Je kunt er ook mijn boek Mijn vriend Spider-Man kopen:

Blogvriend en bekende Middelburger Edwin Mijnsbergen bestelde er een exemplaar en nu liggen er meteen een paar. Altijd fijn als vrienden je op die manier een handje willen helpen. En heel welkom, want zoals ik al eerder schreef, als debutant ben je afhankelijk van de gunfactor.

Wie daar veel minder last van heeft, is de schrijver van het boek naast het mijne: wijlen Marten Toonder. Iedereen kent hem natuurlijk als geestelijk vader en tekenaar van Heer Bommel en Tom Poes, en nog enkele andere reeksen. Ook kennen we hem als een schrijver die de Nederlandse taal verrijkt heeft. Toonder heeft een enorme reputatie als schrijver en is dus niet afhankelijk meer van zoiets als de gunfactor.

Van Toonder kwam recent zo maar een teruggevonden detectiveverhaal uit bij uitgeverij  Personalia: Tim McNab zoekt kopij. Toonder (1912 – 2005) schreef dit verhaal in 1937. Het werd recent ontdekt ik de archieven van het Letterkundig Museum. De fraaie omslagillustratie van het boek is ook van Toonder, de vormgeving van Peter Beemsterboer.

Kees van Kooten: ‘Een goede cartoon zet je aan het denken’

Wednesday, January 27th, 2016

Cabaretier en schrijver Kees van Kooten zou een boek met zijn favoriete cartoons samenstellen en deze toelichten. Toen kreeg hij een zware hartaanval en veranderde de aard van het boek. Toch valt er voor de stripliefhebber veel te genieten in Leve het welwezen.

Kees van Kooten leest voor bij Scheltema tijdens de Stripmaand (januari 2016)

Kees van Kooten leest voor bij Scheltema tijdens de Stripmaand (januari 2016). Foto: Michael Minneboo.

‘Nee, ik ben geen stripliefhebber,’ geeft Kees van Kooten ruiterlijk toe. ‘Maar ik waardeer sommige strips zeer. Little Nemo van Winsor McKay, vind ik fabuleus. Wat daarin gebeurt is bijna Dali-achtig. Verder hou ik van Le Petit Nicholas van Sempé, Kuifje ken ik natuurlijk en de fabelachtige productie van Dick Matena. Maar gewone stripverhaaltjes met bijvoorbeeld Michel Valliant, nee, daar heb ik nooit iets mee gehad. Zelfs Tom Poes niet. Prachtig wat Toonder deed, zeker tekstueel, maar een grote vermoeidheid overviel mij bij het lezen van die verhalen. Een uitzondering moet ik maken voor Kapitein Rob en dat komt omdat ik geabonneerd was op de Ketelbinkie krant. En Cowboy Henk van Kamargurka en Herr Seele, door die strip liggen mijn vrouw Barbara en ik onder de tafel van het lachen. Absurdisme ten top! Daar zijn de Belgen altijd ontzettend sterk in,’ vertelt Van Kooten enthousiast telefonisch vanuit zijn vakantiehuisje in Frankrijk.

De Nederlandse cabaretier en schrijver Kees van Kooten (Den Haag, 1941) behoeft weinig introductie. Jarenlang was hij samen met collega Wim de Bie op de televisie te zien en stimuleerde het duo de lachspieren van een groot aantal kijkers. Typetjes als de Vieze Man, de Turk Mehmet Pamuk en het Haagse duo Jacobse en Van Es zijn legendarisch. ‘We zijn wat Jacobse en Van Es betreft zeker geïnspireerd door tekenaar Jaap Vegter: die heeft ook veel van dat soort halve penozetypes getekend. Hij kon heel goed plat-Hagenaarse types tekenen, hun lichaamstaal en doen en laten neerzetten.’ Naast televisie maken schreef Van Kooten ook een stapel boeken. Hij schopte het zelfs tot stripfiguur in de reeks ‘De Kiekeboes’. In het album ‘De taart’ speelt verslaggever-ter-plaatse Koos Van Keeten namelijk een rolletje.

leve het welwezenWanneer een humorist pur sang als Van Kooten een boek schrijft over cartoons en cartoonisten, is dat natuurlijk verplicht leesvoer voor de stripliefhebber. De oorspronkelijke opzet van Leve het welwezen was het samenstellen van een bloemlezing nationale en internationale cartoons die Van Kooten echt goed vindt, voorzien van toelichting en commentaar. Het boek zou dus vergelijkbaar zijn met Van Kootens Mijn Plezierbrevier (2006) waarin hij komische verhalen selecteerde en vertaalde en Zo Wordt U Gelukkig (2010) waarin de humoristische poëzie van de Amerikaanse dichter Billy Collins centraal staat.

Poëtisch schokje
Van Kooten: ‘Ik was op zoek naar de cartoons die mij een poëtisch schokje bezorgen, omdat ze een herkenbare situatie schetsen waar je zelf vaak in ondergedompeld bent geweest. Als voorbeeld geef ik mijn favoriete cartoon uit de bundel, de tekening van Gluyas Williams (1888-1982) van de man die uit zijn bed stapt. Hij wil in zijn pantoffels stappen, maar die staan nog de verkeerde kant op. De cartoon toont wat ik een lekje in de werkelijkheid noem: een klein missertje. In het dagelijks leven gebeuren dingetjes waar je verstild in je eentje om moet lachen. Deze alledaagse dingetjes krijgen nooit de aandacht die ze verdienen en als iemand dan de moeite neemt om ze dan zo mooi, zo fantastisch smaakvol uit te werken, vind ik dat grote kunst.’

Gluyas Williams

Gluyas Williams

Van Kootens enthousiasme voor mooi tekenwerk en slimme cartoons wordt uit ons gesprek direct duidelijk. Vol bewondering praat hij over de gewassen tekeningen van Chas Addams (1912-1988), de cartoonist die ook de Addams Family bedacht, en de cartoons van Saul Steinberg (1914-1999) die als Roemeense immigrant de Amerikaanse cultuur met haar diners, architectuur en ambtenarij fabuleus in illustraties wist vast te leggen en te becommentariëren: ‘Hij is de tekenaar die op andere tekenaars het meeste invloed heeft gehad.’

Een slecht hart
Toch is Leve het Welwezen een ander boek geworden: tijdens de voorbereiding ervan kreeg de schrijver een zware hartaanval. Dankzij vijf bypasses voelt hij zich beter dan ooit tevoren: ‘De cardioloog zei dat ik een ontzettend slecht hart had. Dat heb ik me nooit gerealiseerd en gewoon alles gedaan. Maar door het slechte hart pompte het bloed te weinig rond en met die bypasses is dat nu sterk verbeterd, dus ik voel mij heel goed.’

Cartoon van Saul Steinberg opgenomen in Leve het welwezen.

Cartoon van Saul Steinberg opgenomen in Leve het welwezen.

Het boek gaat zowel over het herstel van Van Kooten in het ziekenhuis als over cartoons, want op een handige wijze weet de humorist beide onderwerpen slim aan elkaar te verbinden. ‘Tijdens mijn verblijf in het ziekenhuis leefde ik eigenlijk twee en een halve week in een cartoon. Al die situaties waren cartoonesk,’ zegt Van Kooten. Ook brengt hij cartoons ter sprake door de heer Hartman te introduceren: een medepatiënt die ook aan zijn hart is geopereerd. De 85-jarige Hartman – de naam is bedacht door Van Kooten uit piëteit – is oud-werknemer bij de Nederlandse spoorwegen. Hij heeft een boekje dat vol staat met cartoons die eerder in het vakblad van de NS hebben gestaan. Hartman, die Gummbah een viezerik vindt en moderne cartoons maar niets, kan hartelijk lachen om de grappen uit de jaren vijftig terwijl Van Kooten die juist als belegen en flauw bestempelt. Een confrontatie tussen beide heren kan niet uitblijven. De dialogen tussen hen zijn op zichzelf al erg humoristisch, en ze stellen Van Kooten daarnaast in staat om verschillende cartoons en verschillende soorten humor te behandelen. Wat dat betreft is de confrontatie een gelukkig toeval die mooi uitpakt voor het boek. ‘De dialogen met meneer Hartman heb ik natuurlijk wel een beetje gepolijst en wat sneller gemaakt, maar verder is het allemaal gebeurd zoals het er staat. Dat noem ik keepersgeluk, toevallig geluk. Daar heb ik in mijn leven niet over te klagen gehad. Het feit dat mijn dochter Kim erbij was toen ik de kleinkinderen naar school bracht en die hartaanval kreeg, dat is het grootste geval van keepersgeluk.’

Examen
In Leve het welwezen gaat Van Kooten in op de aard van humor. Eigenlijk is het snappen van een grap een soort van examen doen, vindt de auteur. Hij schrijft: ‘Wie om een grap lacht, lacht uiteindelijk om zichzelf. Dat wil zeggen: hij lacht van tevredenheid over zijn getoonde begrip.’ Een interessante gedachte die impliceert dat humor ook angst met zich meebrengt. Van Kooten: ‘Jazeker. Denk maar aan een moppentapper op een verjaardag. Iemand zegt op een gegeven moment: “Ik weet een mop” en dan zie je iedereen gespannen naar voren buigen. Niet zo zeer om snel iets te lachen te hebben, maar omdat ze bang zijn dat ze de grap niet zullen begrijpen. Mensen zijn altijd bang geweest in gezelschap als iemand moppen vertelt. Of ze lachen overdreven hard om te laten merken dat ze hem doorhebben, of ze zwijgen en knikken fijntjes en dan zie je ze intussen denken. Als ik een mop/cartoon niet meteen doorheb, zit ik toch met een lichte schaamte. En dan vraag ik me af of ik de grap niet even aan mijn kleinzoon Roman moet voorleggen, want misschien kan hij hem uitleggen. Maar liever niet, want je wilt niet voor gek staan.’

Charles - Chas - Addams Dit is een van mijn favoriete cartoons.

Charles – Chas – Addams Dit is een van mijn favoriete cartoons.

The New Yorker
Overigens schuilt er in zekere zin ook een soort meneer Hartman in Van Kooten, want hij heeft grote bezwaren tegen de huidige trend die in cartoonland heerst. Vooral het tijdschrift The New Yorker en cartooneditor Bob Mankoff krijgen ervan langs: ‘Ik was erg teleurgesteld en werd steeds ontevredener over de kwaliteit van de cartoons in The New Yorker. Als je vroeger met je cartoon in The New Yorker stond had je het gemaakt. Die gouden jaren met Sam Cobean, Saul Steinberg, James Thurber, Chas Addams en noem ze allemaal maar op, die zijn voorgoed voorbij. Ik begrijp dat de humor is veranderd en daar moet ik ook in meegaan. Mankoff selecteert gemakzuchtig en harteloos materiaal en zelf maakt hij ook saaie en bloedeloze cartoons. Visueel voegt hij niets aan de tekst toe. Het grote verschil tussen toen en nu is denk ik dat er een ontzettende druk op de cartoonisten rust omdat ze in een hogere frequentie moeten produceren. Daarnaast was de tijd waar mijns inziens de mooiste cartoons in verschenen redelijk zorgeloos. We hadden natuurlijk wel de naweeën van de Tweede Wereldoorlog en de oorlog in Vietnam. Er gebeurde genoeg rotzooi, maar niet in de mate waarin we er nu kennis van nemen. Tegenwoordig voelen tekenaars zich gedwongen niet meer puur amusement te bieden, maar geëngageerd en becommentariërend te gaan tekenen. En zo ben ik redelijk verbaasd over het ontbreken van de smaakvolle, fijnzinnige, goed getekende cartoons, die niets met de politieke of actuele, economische of financiële werkelijkheid te maken hebben.’

© Ruben Oppenheimer.

© Ruben Oppenheimer.

Zwarte Piet
Daarbij heeft de auteur een hekel aan afgekloven clichés: ‘Geen kwaad woord over Ruben Oppenheimer hoor, maar ik zag van hem weer Zwarte Piet aan de mijter van Sinterklaas genageld alsof die het kruis van Christus is. Kijk, in de wereld van de cartoons wordt net als in de popmuziek gedoubleerd en gepikt. Hoeveel cartoons zijn er immers niet gemaakt over het onbewoonde eiland, over de dronken man en de dikke vrouw? Maar hoe vaak hebben we de kruisiging niet geparodieerd gezien? Eigenlijk kan die grap dus niet meer en zeker niet na Monty Python’s Life of Brian. Met die film is daar een punt achtergezet.’

Het Sempégevoel
Wat vindt Van Kooten dan wel een goede cartoon? ‘In het verband met het werk van Peter van Straaten gebruik ik in het boek het begrip teruglachen. Een goede cartoon moet jou beschamen. Je moet eigenlijk denken: “Jezus, wat is dat goed! Waarom ben ik daar niet eerder opgekomen?” Neem bijvoorbeeld een cartoon van Jerry Marcus, die overigens niet in de bundel is opgenomen. We zien een man en een vrouw die allebei in bed een boek zitten te lezen. Gezellig, gezellig, denk je als kijker in eerste instantie, maar dan kijkt de man op zijn horloge en zegt: “Ik moet weer naar huis.” Dan lach je terug, want je denkt dat het een getrouwd stel is, maar dan blijken het minnaar en minnares te zijn. Je verwacht dat die twee alleen even met elkaar neuken en dat de man dan weer naar zijn vrouw gaat, zoals dat in de praktijk gaat, maar in plaats daarvan toont Marcus ons een nieuwe kijk op zo’n relatie, die vergelijkbaar is met hoe een getrouwd stel doet. Een nieuwe kijk op een standaardsituatie zet je aan het denken en daarom vind ik het een goede cartoon. Je voelt zelfs dat je een beetje een rode kop krijgt, omdat je zo dom bent geweest om de situatie alleen op een heel burgerlijke manier te bekijken.’

Sempé

Sempé

De auteur heeft een voorkeur voor cartoons die je laten doordenken; cartoons waarvan de grap niet in een keer evident is. En een voorkeur voor visuele cartoons, het liefste ook nog zonder onderschrift, zoals het werk van Sempé. ‘Die maakt eigenlijk blije schilderijtjes. Ik ken niemand die in zijn eeuwige jongensachtigheid zo ontroerend meisjes van vijftien in een balletklasje tekent of jongens die met zijn zessen hand in hand in de golven springen. Dat zijn geen moppen, maar situaties die vertederen en waar je om moet glimlachen. En er zijn niet meer zoveel tekenaars die een stemming willen weergeven in plaats van grappen te maken. Denk maar aan de covers die Sempé tekende voor The New Yorker. Dan zie je op zesenveertig hoog een poes voor het raam spinnen en op de achtergrond staat iemand viool te spelen. Dat soort idyllische situaties noem ik het Sempégevoel.’

Tijdgebrek
Nu de 75-jarige cabaretier weer op de been is en hersteld, gaat hij echter het cartoonboek niet meer maken. ‘Door de hartaanval en door het ouder worden, besef ik dat de tijd opraakt. Je beseft wat je allemaal niet meer zult afmaken of zien, en in welke mate je aan de zijlijn komt te staan. Als je de tijdlijn uitzet van hoeveel ik nog heb en wat ik allemaal nog moet doen, wordt duidelijk dat er geen tijd is voor luimelen, lobbelen en in de hangmat liggen. Ik moet nog een hoop afspraken met mezelf nakomen. Dit boekje was er een van, maar ik ga niet meer pogen het ultieme cartoonboek te maken, omdat ik een ander idee heb dat me ook een paar jaar gaat kosten. Daar kan ik verder nog niets over zeggen. Ook zijn Wim de Bie en ik, en Wim voornamelijk, druk met het ordenen van ons archief. Ik wil niet te hoog van de toren blazen, maar qua hoeveelheid is het onbeschrijfelijk wat we in al die jaren gedaan hebben. We willen bijvoorbeeld nog eens iets doen met de schrijverijen uit Het Parool waarmee we begin jaren zestig begonnen zijn. Deze zijn nog niet gebundeld en uitgezocht. Dat kost ook veel tijd.’

Hoewel Leve het welwezen dus een ander boek geworden is dan beoogt, valt er voor de strip- en cartoonliefhebber een hoop te genieten. Niet alleen spreekt Van Kooten tussen het herstel van zijn operatie door, op intelligente wijze over het medium en humor, ook zijn z’n favoriete cartoons in de bundel opgenomen en eindigt het boek met korte, gevatte biografieën van de cartoonisten. De laatste strip in het boek is van Jaap Vegter (1932-2003) die een uitspraak van de auteur verbeeldde.

Van Kooten: ‘Vegters tekeningen zijn ongelooflijk mooi uitgewerkt. De houdingen van mensen, het lopen, het staan, zitten, het kijken, het lachen en het nichterige. Ook heeft hij er geweldige teksten bij geschreven. Als je wilt weten hoe iemand aan een cappuccinomachine staat, of hoe iemand zijn hondje laat schijten op de straat maar ondertussen doet alsof ie het niet doorheeft, dan moet je de tekeningen van Jaap Vegter bekijken. Toen ik de Groenman Taalprijs kreeg toegekend, was de beloning dat een zin van mij door Vegter zou worden geïllustreerd. Daar heeft hij heel lang over gedaan. Toch, op de uitreiking was hij klaar en kreeg ik die tekening ingelijst: “Schrijven is zitten blijven tot het er staat!” Jaap zuchtte: “Ja, maar tekenen is nog veel meer zitten blijven tot het er staat!” zegt Van Kooten lachend.

Kees van Kooten. Leve het welwezen
Uitgeverij De Harmonie, € 19,90

Dit interview is geschreven voor en gepubliceerd in Stripgids Vol2. #44.

Tekenles van meestervervalser Gerben Valkema

Friday, January 2nd, 2015

Van het bijdehante stripfiguurtje Elsje is het achtste album uit. Stripmaker Gerben Valkema is echter ook een zeer verdienstelijke ghosttekenaar. ‘Bommel moet als Bommel voelen.’

cover_elsje-8‘Het leuke aan Elsje is dat ze geen restricties heeft die wij wel hebben. Veel mensen vinden haar bot, maar dat valt wel mee. Ik heb een dochter van drie, nou dat is ook een bot ding soms. Zo zijn kinderen,’ aldus tekenaar Gerben Valkema (1980) die samen met scenarist Eric Hercules de humorstrip Elsje maakt die draait om het gelijknamige, bijdehante basisschoolmeisje. De strip verschijnt in 15 regionale dagbladen en Eppo stripblad; het nieuwste album is net uit.

Als Valkema even genoeg heeft van Elsje tekenen, maakt hij voor de lol en de oefening een tekening van bijvoorbeeld Robbedoes of Johan en Pirrewiet. Of hij mengt Elsje in andere stripwerelden. Zo tekende hij haar in een cover van het fictieve album Asterix niet bij de Batavieren toen er op Facebook gegrapt werd wanneer het Gallische duo eens naar Nederland zou komen.

Elsje en Asterix
Valkema is goed in staat om op overtuigende wijze stripfiguren van anderen te tekenen en zich hun stijl eigen te maken. ‘Als kind oefende ik al met bestaande stripfiguren en dat ben ik blijven doen omdat het leuk en leerzaam is. Eigenlijk ben ik altijd al een soort ghosttekenaar geweest. Misschien heb ik een natuurlijke aanleg om mezelf te verplaatsen in andermans lijnvoering.’

Basisvorm
Op zijn achttiende werd Valkema uit de stripwinkel waar hij werkte geplukt door Jan Kruis die nieuw talent zocht voor zijn studio. Valkema begon zijn carrière dus als ghosttekenaar van onder meer Jan, Jans en de kinderen. ‘Ik dacht, binnen een maand of twee heb ik mijn eerste pagina wel gemaakt, want dat krasserige lijntje van Kruis kan ik wel tekenen. Maar hoe je die lijn zet en waar die moet staan, dàt is tekenen. Kruis kwam in het begin langs op de studio. Hij legde mijn tekening op de lichtbak en gaf tips. Heel leerzaam. Het was voor mij een openbaring om te ontdekken dat Jan, ondanks al zijn ervaring, nog steeds eerst een basisvorm van rondjes en stangetjes neerzette als hij zijn figuurtjes tekende. Veel tekenaars die ik hoog heb zitten werken zo. Er zit veel aandacht in de constructie van de figuren.’

Bij de redactie van Donald Duck die in hetzelfde pand zat, kopieerde Valkema de modelsheets van Disney-figuren om die thuis te leren tekenen. Handig, want later werkte hij voor Disney en maakte covers en parodieën van cd-hoezen voor de Donald Duck.

heerbommel_i-padden_cover

Heer Bommel
Omdat Valkema een soort meestervervalser is, wordt hij wel eens gevraagd voor speciale projecten. In 2012 tekende hij prachtige pastiches van Heer Bommel en Tom Poes in het verhaal Heer Bommel en de i-Padden, geschreven door Patty Klein voor het honderdjarige bestaan van de Vereniging van Bibliothecarissen. Was het moeilijk voor Valkema om zich de Toonder-stijl eigen te maken? ‘Dat was heel frustrerend. Ik kijk altijd goed naar de basisvormen van de figuurtjes en bij Bommel krijg je op de een of andere manier niet je vinger erachter hoe die in elkaar steken. Ik heb een meter Bommelboeken en die nam ik door. Dan valt je opeens op dat stripfiguren niet consequent getekend worden. Het ene moment is het hoofd groot, dan weer klein. Dan heeft ie dikke handen, dan kleine. Op een gegeven moment ben ik gewoon aan de slag gegaan om te zien waar het schip zou stranden. Ik heb mezelf constant gecorrigeerd door bijvoorbeeld de tekening te spiegelen, dan zie je de fouten sneller. Wil Raymakers, ook Bommel-tekenaar en codirecteur van de Toonder Compagnie, heeft me aanwijzingen gegeven, zoals: “Je oortjes staan teveel naar achteren.” Uiteindelijk is het wel Bommel geworden, al zien mijn collega’s wel dat ik het getekend heb.’

De wording van een plaatje uit Gerbens Bommelstrip

De wording van een plaatje uit Gerbens Bommelstrip

Grote borsten

Agent 327 en Olga Lawina, misschien wel de bekendste vrouw uit de reeks. Illustratie: Martin Lodewijk

Agent 327 en Olga Lawina, misschien wel de bekendste vrouw uit de reeks. Illustratie: Martin Lodewijk

Omdat Martin Lodewijk dit jaar 75 werd, werkte Valkema mee aan een speciale strip voor Eppo waarvoor hij de personages uit de strip Agent 327 voor zijn rekening nam. ‘Ook voor Lodewijk geldt dat hij niet twee keer hetzelfde figuur tekent. Als je in de stijl van een ander tekent, wil je iets op voorbeeldmodel kunnen tekenen, maar dat model bestaat eigenlijk niet. Wat het uiterlijk van die poppetjes betreft is er een soort centrum waar binnen ze zich bewegen. Daar binnen zit aardig wat rek. Het is niet zoals bij Disney dat alles precies uit te meten is. De oren van Mickey Mouse zijn altijd even groot bijvoorbeeld. Om Agent 327 te tekenen heb ik goed op details gelet: ik teken bijvoorbeeld de oren van 327 veel kleiner dan Lodewijk dat doet. Ik moest mezelf constant corrigeren om die oren naar mijn gevoel onnatuurlijk groot te tekenen. Hetzelfde geldt voor de borsten van Olga Lawina. Ik heb ze al een paar keer gecorrigeerd en nog steeds zijn ze niet zo groot als dat Martin ze zou maken. Dat durf ik niet. Ik denk niet dat ik weg kan komen met die borsten.’

Zwendel-Elsje-K2

Welke tips heeft Valkema voor potentiële stripvervalsers? ‘Teken vooral veel van goed verkopende tekenaars na en stop ze allemaal op veilingsite Catawiki. Dan word je slapend rijk,’ zegt hij lachend. ‘Maar zonder gekheid: je moet je heel goed in de oorspronkelijke stijl verdiepen. Bij Studio Jan Kruis pakte ik een tekening van Daan Jippes, daar legde ik een velletje overheen om de basisvormen en de actielijn van hem over te nemen. Daarna legde ik Daans illustratie weg om mijn eigen tekening af te maken. Deze vergeleek ik dan met de zijne om te zien wat ik gemist had. In het begin tekende ik nog wel figuurtjes na of trok ze over om te zien hoe ze in elkaar zitten. Nu niet meer. Na 15 jaar moet ik gewoon naar een plaatje kunnen kijken en deze als het ware projecteren. Als je Bommel tekent dan moet hij als Bommel voelen. Als alle details op hun plek vallen dan hoef je niet precies de Bommel te tekenen zoals je hem uit een bepaald plaatje kent, maar dan voelt hij alsof je hem kent.’

Eric Hercules & Gerben Valkema. Elsje #8
Don Lawrence Collection

Dit interview is geschreven voor en gepubliceerd in VPRO Gids #1 (2015).

Minneboo leest: Tom Poes en de pas-kaart

Tuesday, November 25th, 2014

Dick Matena maakte een compleet nieuw Bommel-verhaal: Tom Poes en de pas-kaart.

Pas-kaart OS.indd

Tom Poes en Olivier B. Bommel zijn twee van mijn favoriete Nederlandse striphelden. Als daar een nieuw avontuur van uitkomt, wil ik dat natuurlijk lezen. Stripmaker Dick Matena schreef en tekende Tom Poes en de pas-kaart, een verhaal dat in eerste instantie alleen zou verschijnen in emigratiemagazine VertrekNL, maar inmiddels ook is gepubliceerd in NRC De Week en De Telegraaf, de krant waarin ongeveer 75 jaar geleden het eerste Tom Poes-verhaal werd afgedrukt. Bij Uitgeverij Personalia is de mooi verzorgde boekversie verschenen die naast de strip ook de voorgeschiedenis bevat.

Parallelle universa
Heer Bommel heeft het in dit nieuwe avontuur zwaar te verduren: de gemeente van Rommeldam wil onze vriendelijke beerheer onteigenen. Bommelstein, de huizen van Tom Poes en Markies de Canteclaer moet plaats maken voor nieuwbouw. Uiteraard laten Bommel en Tom Poes het er niet bij zitten, maar de zaak wordt zeer gecompliceerd door tovenaar Hocus Pas wiens snode plannen de grenzen tussen parallelle universa doet vervagen. Zo gecompliceerd zelfs dat de lezer net als Bommel en Tom Poes dreigt te verdwalen in verschillende verhaalversies.

bommel_02_matena

Samenwerking
Dick Matena is natuurlijk uitermate geschikt om de legende van Bommel en Tom Poes voort te zetten. Niet alleen werkte hij jarenlang in de Toonder Studio’s, in de laatste jaren van Toonders leven werkten de heren samen aan twee nieuwe Bommelverhalen. Omdat Toonder niet meer in staat was om te tekenen, nam Matena die taak op zich. Samen schreven ze het script voor Tom Poes en het Komeetgas en Tom Poes en het ei van Ukuu. Deze zijn respectievelijk in 1999 en 2000 gepubliceerd in Donald Duck. Het verhaal Tom Poes en de paskaarten hebben ze nooit voltooid, want de samenwerking kwam vroegtijdig tot een einde. Toonder was gefrustreerd dat hij niet meer fysiek in staat was zijn creatieve partner bij te sturen. Zoals Matena het uitlegt in het boekje: ‘Zo werd het een schip met twee kapiteins en dit zette onze vriendschap steeds verder onder druk. Dat wilden we beiden niet, dus hebben we eind 2000 het bijltje samen erbij neergegooid en zij we bevriend gebleven tot aan zijn dood.’

In eerste instantie zou Matena dit onvoltooide verhaal als uitgangspunt nemen voor dit nieuwe avontuur, maar uiteindelijk heeft hij een geheel nieuw scenario gepend. Het personage Dobbele Daas, de spellenmaker die ooit het kaartspel en de dobbelsteen uitvond, is wel in het verhaal gebleven.
bommel01

Matena en Valkema
De strip bestaat niet uit onderschriften maar tekeningen met ballonteksten. Toonder heeft in zijn testament laten opnemen dat dit de enige manier is waarop nieuwe verhalen gemaakt mogen worden. Ik hoop dat het niet bij dit ene nieuwe avontuur blijft. In de afgelopen jaren waren er wel gelegenheidsuitgaven omtrent Tom Poes en Bommel, zoals Heer bommel en de i-padden van Patty Klein en Gerben Valkema. Een nieuwe reeks Tom Poes-verhalen door Matena of Valkema zou niet misstaan in de boekwinkel.

Dick Matena. Marten Toonder’s (sic) Tom Poes en de Pas-kaart
Uitgeverij Personalia, € 22,50

Daarom Minneboo leest:
Maandelijks krijg ik van veel uitgeverijen stapels strips toegestuurd. Daar zit veel moois tussen, maar niet alles is geschikt voor de bladen en opdrachtgevers waar ik voor schrijf. Toch wil ik deze uitgaven onder de aandacht brengen. Daarom heb ik de rubriek Minneboo leest in het leven geroepen, om te laten zien hoe rijk en divers het medium strip kan zijn. De artikelen in deze rubriek zijn geen recensies (die teksten staan gepubliceerd in de bijhorende rubriek), maar kunnen thematisch zijn, een tekenstijl belichten of simpelweg een nieuwe uitgave kort aanstippen.

Speciale puzzelbox naar aanleiding jubileum Jan van Haasteren

Friday, August 29th, 2014

Eens per jaar had ik lekker de tijd om een poster van Jan van Haasteren te bekijken: mijn tandarts in Hoorn had er een aan het plafond hangen, dus tijdens de check-up keek ik vooral daar naar. Een goede afleiding van wat er in mijn mond gebeurde.

Van harte beterschap.

Van harte beterschap.

De illustraties van Van Haasteren zitten propvol met personages en situaties en die kun je uren bestuderen. Wie ze kent weet dat de tekenaar als handelsmerk altijd een haaienvin in zijn illustraties weet te stoppen. Ook zijn Sinterklaas, het kunstgebit en Van Haasteren zelf terugkerende elementen.

Jan van Haasteren (24 februari 1936) was een van de striptekenaars van de Toonder Studio’s, waar hij werkte aan strips als Kappie, Tom Poes en Hiawatha. Hij tekent ook al dertig jaar humoristische en kleurrijke platen voor spellenfabrikant Jumbo. Vanwege dit jubileum verschijnt dit najaar een speciale Jan van Haasteren 3 in 1 Anniversary Box. Deze bevat de favoriete puzzelplaat van de tekenaar, de fans en een gloednieuwe puzzel in een luxe verpakking. De fans konden via de Facebookpagina van Jumbo stemmen op hun favoriete plaat. ‘Hotel’ werd het meest gekozen.

Daarnaast heeft Jan van Haasteren zelf zijn favoriete plaat geselecteerd, namelijk ‘Van harte beterschap!’.

Van Haasteren:

‘Ik vond het heel leuk om grapjes te bedenken en te tekenen die uniek zijn voor een ziekenhuissituatie, zoals een indiaan met een pijl door zijn neus. Ik had al eens eerder getekend in dit thema voor een serie beterschapswenskaarten. Op deze puzzelplaat kon ik alle grapjes verenigen en er nog meer bij bedenken.’

Tot slot bevat de Anniversary Box de gloednieuwe plaat ‘All at sea’, waarop een druk tafereel aan de kustlijn is afgebeeld. De drie puzzels tellen elk 1000 puzzelstukjes, dus dat is aardig wat werk voordat je zo’n illustratie helemaal bij elkaar hebt gepuzzeld.