Archive for the ‘Stripplaatjes onder de loep’ Category

Getekend door Kenny Rubenis! Of: Doel bepaalt inhoud | 517

Friday, April 2nd, 2021

Soms krijg je brieven als reactie op je werk die je niet als fanmail kunt bestempelen.

Vaak hebben mensen commentaar omdat ze hun eigen verwachtingen projecteren op hetgeen je geschreven hebt, zonder dat ze rekening houden met het doel van een artikel. Dat overkwam me laatst toen ik een reactie kreeg op mijn artikel over een specifieke James Bond-strip.

Dagboek van een geek #39: Research naar McFarlane

Saturday, September 19th, 2020

Zaterdag 19 september
De laatste tijd ben ik veel bezig met het werk van de Canadese stripmaker Todd McFarlane. Ik maakte een vlog over mijn eerste kennismaking met zijn werk, namelijk Spektakulaire Spiderman 104 (Amazing Spider-Man 298) en de enorme indruk die zijn tekenstijl maakte.

Spider-Man vs Chance door Todd McFarlane, geïnkt door Bob McLeod.

Ook ben ik begonnen aan het schrijven van een aflevering van Onder de loep voor stripblad Eppo over zijn werk. Het merendeel van de tekst is af, maar ik heb nog moeite met een keuze maken tussen welke afbeeldingen ik precies wil gebruiken. Het probleem bij Eppo is dat de vormgever de afbeeldingen vaak te klein op de pagina plaatst. Daardoor komen ze niet goed uit de verf. De vormgever en ik zijn het vaak niet met elkaar eens. De laatste jaren botsen onze opvattingen over wat ik onder goede vormgeving versta voor deze rubriek, vaak. Qua stijl is hij echt in de jaren zeventig blijven hangen. Hij wil vaak heel veel plaatjes en die dan klein afbeelden. Ik wil graag dat het beeld zo goed mogelijk zichtbaar is, want de rubriek draait om het bestuderen van stripplaatjes.

Tenminste, daar is het ooit mee begonnen. Stripplaatje onder de loep heette de rubriek. Mijn idee was om een stripplaatje, een strookje of een cover nauwkeurig te bestuderen en daar dan een boeiende tekst over te schrijven. Maar al snel wilde men meer beeld en werd de rubriek Stripplaatjes onder de loep. Tegenwoordig is de titel slechts Onder de loep en kwam het voorstel van de redactie om ook andere onderwerpen onder de loep te nemen. Daarmee wijkt de rubriek erg af met wat ik er oorspronkelijk mee van plan was, maar ik heb ook geen zin in een eeuwigdurende strijd in deze. De onenigheid met de vormgever vind ik al vervelend genoeg.

Het is wel erg leuk om over McFarlane te kunnen schrijven voor Eppo. Hij is een van mijn favoriete stripmakers. Daarom heb ik vandaag weer een vlog opgenomen voor Amsterdam Comic Geek over zijn werk. Dit keer over originele pagina’s. Het blijft fascinerend om die pagina’s te kunnen bestuderen. En als dat niet kan met de pagina’s letterlijk in mijn handen, dan kan het gelukkig wel online waar ze soms worden gepubliceerd.

De ruwe opnamen zijn ruim 40 minuten geworden, dus waarschijnlijk maak ik er twee video’s van. Dat wordt nog wel even monteren. Voor mij is het nog altijd een vraag of mensen nu juist lange video’s willen zien of korte. Het zal een beetje afhangen van met wie je te maken hebt, zelf vind ik vaak kort en krachtig fijn. Als een video langer dan een half uur duurt, zet ik hem vaak op de lijst om later te bekijken. En dan komt het er vaak niet meer van.

In ieder geval heb ik op YouTube niet te maken met vervelende, koppige vormgevers.

Terug in EPPO! | vlog 177

Friday, July 12th, 2019

Yes, vanaf nu staan er weer artikelen van mij in Eppo Stripblad. Vanaf dit nummer weer nieuwe afleveringen van Onder de loep.. en binnenkort een nieuwe rubriek over cosplay!

Stripplaatjes onder de loep: Crumbs ultieme anti-goeroe goeroe

Monday, December 7th, 2015

Stripmaker Robert Crumb is een levende legende. Hij bedacht enkele legendarische stripfiguren waarvan Mr. Natural mijn favoriet is.

MrNatural02-coverRobert Crumb (Philadelphia, 1943) is een van de vaders van de Amerikaanse underground comics en een van de beste voorbeelden van een autobiografische stripmaker die zijn strips gebruikt om zijn mening te laten horen. In zijn strips laat hij zich kritisch uit over de Amerikaanse cultuur en vertelt hij openlijk over zijn seksleven en fetisjen. Hij heeft namelijk een duidelijk voorkeur voor sterke vrouwen met dikke kuiten en ronde billen. Je zou de strips therapie op papier kunnen noemen, ware het niet dat patiënt Crumb nooit is genezen. Gelukkig maar.

Hippies

Robert Crumb. Zelfportret.

Robert Crumb. Zelfportret.

Crumb raakte bekend met strips over de tegencultuur. Sterker nog: de strips en cartoons van Crumb waren een visuele illustratie bij de tegencultuur waarvan San Francisco in de jaren zestig van de vorige eeuw, het centrum was. Samen met tekenaars als S. Clay Wilson, Spain, Victor Moscoso, Gilbert Shelton, Robert Williams, en Harvey Kurtzman, produceerde Crumb fantastische, satirische, tegendraadse en taboedoorbrekende strips. Bekende personages van Crumb zijn Fritz the Cat, Mr. Snoid, Mr. Natural, Flakey Foont, Crumb zelf natuurlijk en het oversekste zwarte personage Angelfood McSpade. Met dit racistische stereotype stelt Crumb middels satire indirect kritische vragen over onderhuids racisme in de Amerikaanse cultuur.
Mr. Natural is echter mijn favoriete personage dat uit Crumbs wonderlijke brein is ontsproten. Ik zie hem graag de charlatan die alle goeroes en profeten blijken te zijn.

Antigoeroe
Mr. Natural is een gewaad dragend mannetje met een kaal hoofd en een flinke baard. Hij lijkt een beetje op een goeroe of een profeet en zit vol met wijsheden en bezit magische krachten. Toch is hij vaak ook chagrijnig, cynisch, sadistisch en net als zijn geestelijk vader heeft hij nogal wat seksuele obsessies. Zijn volgelingen beziet hij met een minzame blik, maar vaak genoeg heeft hij weinig geduld voor zijn discipel Flakey Foont. Op de cover van de tweede comic over Crumbs goeroe vraagt Foont in paniek ‘Mr. Natural! What does it all mean??’ Mr. Natural kijkt niet op, rijdt voorbij op zijn step en antwoordt: ‘Don’t mean sheeit…’ Met andere woorden: het stelt allemaal niets voor. Erg behulpzaam is deze goeroe dan ook niet. Op de meeste vragen van Foont geeft Mr. Natural cryptische en elkaar tegensprekende antwoorden.

Met dit personage leverde Crumb kritiek op de Amerikaanse hippiebeweging waarin veel interesse was voor oosterse religies en waar men gretig luisterde naar goeroes als Maharishi Mahesh Yogi. Hoewel Crumb en zijn werk vaak worden geassocieerd met de hippiebeweging heeft hij zelf in interviews toegegeven dat hij zich daar niet in thuis voelde. Hij haatte de muziek die erbij hoorde, voelde zich een buitenstaander tijdens love-ins en kon zelf moeilijk omgaan met de onzekerheden die deze levensstijl met zich meebrengt.

MrNatural paginaBovenstaande pagina is afkomstig uit mijn favoriet strip met de kleine goeroe in de hoofdrol: Mr. Natural’s 719th Meditation. Hierin zien we hoe Mr. Natural midden in de woestijn gaat zitten om te mediteren. Meditatie is een serieuze klus en één sessie kan weken, zo niet maanden duren. Onbewogen blijft hij zitten terwijl ondertussen een weg voor hem wordt aangelegd en later zelfs een hele stad om hem heen wordt gebouwd. Mr. Natural laat zich door niets uit zijn concentratie halen, ook niet door een agent die zegt dat hij midden in de weg zit en het verkeer ophoudt. Dan begint de goeroe een ‘Mmmmm-geluid’ voort te brengen. De trillingen van dit geluid worden zo sterk dat de hele stad instort. Als de omgeving er weer hetzelfde uitziet als in het begin van de strip, is Mr. Natural klaar met zijn sessie. Verfrist rolt hij z’n kleedje op en loopt hij de strip uit, zich niet bewust van de geschiedenis die zich om hem heeft afgespeeld.

LSD-trip
Mr. Natural dook in 1966 voor het eerst in Crumbs schetsboeken op. Naar eigen zeggen was Crumbs brein enkele maanden in nevelen gehuld door slechte LSD die hij in New York had genomen. Onder invloed van die LSD en een stapel comics uit de jaren veertig, bedacht Crumb het ene personage na het andere. In de prachtige documentaire ‘Comic Book Confidential’ (1988) vertelt de tekenaar: ‘Ik luisterde naar een of ander Motown-liedje op de radio terwijl ik stoned van de LSD was. Toen de DJ het nummer afkondigde zei hij: “En dat was Mr. Natural!” En toen tekende ik in mijn schetsboek dit kleine personage met de lange baard… Het ging allemaal heel onbewust. Ik mocht hem wel, dus ik heb in de loop der jaren veel strips over Mr. Natural gemaakt.’

Gepubliceerd in Eppo #21 (2015).

Stripplaatjes onder de loep: Op stap met Halloween Girl

Tuesday, November 10th, 2015

Wie goed in de Halloweensfeer wil komen moet zeker Nocturnals van Dan Brereton lezen. Een van de personages heet zelfs Halloween Girl!

31 oktober is voor mij ieder jaar een heugelijke dag, want dan is het Halloween: volgens de legende is dan de grens die onze realiteit van het geestenrijk scheidt op zijn dunst en dolen geesten, vampiers en ander bovennatuurlijke en monsterlijke verschijnselen over ons aardoppervlak. In de praktijk betekent dit meestal dat volwassenen zich verkleden als allerlei spookfiguren en monsters om op feestjes uit hun bol te gaan. Kinderen gaan verkleed langs de huizen om snoep te scoren en zich scheel te eten aan suiker zodat ze drie dagen later nog groen van de misselijkheid rondlopen. Tegenwoordig gebeurt dat ook steeds vaker in Nederland en is Halloween dus niet alleen meer een traditie die in de Verenigde Staten of Groot-Brittannië wordt gevierd.

nocturnals_300dpiSchilderijen
Voor mij is Halloween vooral een fijne tijd om samen met vrienden horrorfilms te kijken en dito strips te lezen. De reeks Nocturnals van de Amerikaanse schrijver/illustrator Dan Brereton (1965) ademt de Halloweensfeer bij uitstek. Voor mij zit de charme van de reeks vooral in de combinatie van gangsterverhalen, sciencefiction, bovennatuurlijke monsters, horror en Halloween. Dit alles brengt Brereton tot leven in prachtige, geschilderde illustraties.

De serie draait om een groep vreemdsoortige nachtwezens die kwaadaardige demonen, vampiers, gangsters en heksen bestrijden in de fictieve Amerikaanse stad Pacific City. Ik zal een paar leden voorstellen, maar heb helaas niet de ruimte om ze hier allemaal te bespreken. In bovenstaande afbeelding is een deel van het team van de Nocturnals afgebeeld. In het midden zien we de leider: de zonschuwe Doctor Horror, een wetenschapper en een expert in occulte zaken die geïnfecteerd is met het weerwolfvirus. Net als zijn dochter Evening is hij afkomstig uit een andere dimensie. Na hun komst op aarde opereerde Doctor Horror eerst als probleemoplosser voor een maffiabaas voordat hij de groep Nocturnals samenbracht.

Dochter Evening laat zich graag Halloween Girl noemen en draagt altijd een plastic emmertje in de vorm van een pompoenenhoofd bij zich. Hierin zit speelgoed dat door geesten bezeten is en dat op monsterlijke wijze tot leven komt als Eve beschermd moet worden. Eve wordt ook bijgestaan door haar bodyguard The Gunwitch, een combinatie van een weer tot leven gewekte cowboy en vogelverschrikker, die zoals alle zombies nogal onfris ruikt. Gunwitch staat niet op de afbeelding, maar neem maar van mij aan dat hij er, mede door zijn dichtgenaaide mond, eng uitziet.

Mensdieren
Polychrome, helemaal links in beeld, is de geestverschijning van een vrouw die op gewelddadige wijze om het leven kwam en nu probeert de levenden te beschermen tegen het kwaad. Rechts van Doctor Horror staat de visachtige Starfish, een amfibie met een pittig karakter en scherpschutter. Sommige Nocturnals zijn kruisingen tussen mens en dier. Ze zijn ontwikkeld in het laboratorium van de Narn K Corporation, een kwaadaardig bedrijf dat verboden experimenten uitvoert en wapens ontwikkelt. Het bedrijf werkt samen met de Crim, parasitaire wezens uit Doctor Horrors dimensie. De Crim zien eruit als een soort octopussen en doen denken aan de monsters uit verhalen van horrorschrijver H.P. Lovecraft. Ze zijn de belangrijkste vijanden van de Nocturnals.

nocturnals_witchinghourIn het verhaal Witching Hour gaat Eve langs de deuren met Halloween, de enige avond dat de Nocturnals niet opvallen op straat met hun vreemde uiterlijk. Bij een oud huisje krijgen Eve en Gunwitch the maken met de Pumpkinheads: kwaadaardige pompoenwezens die haar emmertje aanzien voor het afgehakte hoofd van een soortgenoot. Als Gunwitch is uitgeschakeld door duiveltjes en boomwezens, wordt Eve meegenomen naar een heks die van haar een lekker maaltje wil maken. Nog voor de andere Nocturnals Eve kunnen redden, komt haar speelgoed tot leven en jagen de heks en de pumpkinheads de stuipen op het lijf, waardoor ze in vleermuizen veranderen en wegvluchten. Ook met Halloween weet Eve het gevaar in de ogen te kijken, er lachend vanaf te komen en haar naam dus eer aan te doen.

Gepubliceerd in Eppo #22 (2015).

Stripplaatjes onder de loep: Romano’s prikkelende vingeroefeningen

Friday, September 11th, 2015

De spontane tekeningen van die Romano Molenaar maakt voor Sparkle the Brain prikkelen niet alleen zijn fantasie, ze nodigen ook de toeschouwer uit om zijn eigen verhaal erbij te bedenken.

sparkle_brain_coverAls stripjournalist maak ik geregeld video’s van stripmakers die op beurzen voor hun fans tekeningen maken. Het is namelijk altijd interessant om een tekenaar aan het werk te zien en om uit het niets een illustratie te zien ontstaan. Dat maakt het project Sparkle the Brain van Romano Molenaar ook zo leuk. Hij maakt iedere dag een tekening uit zijn hoofd. Zonder voorstudie zet hij in één keer een illustratie op papier. Een goede manier om zijn vakmanschap op peil te houden en zichzelf nieuwe uitdagingen te geven. Molenaar zet vaak een time-lapse video op zijn facebookpagina waarin je kunt zien hoe hij de tekening maakt.

De illustraties zijn gebundeld in een koffietafelboek en daarin vertelt Molenaar: ‘Sparkle the Brain is een zoektocht van epische proporties voor me geworden. Ik moest diep graven in mijn geheugen om te achterhalen hoe een dier echt functioneert. Hoe rent een paard? Hoe zijn dingen met elkaar verbonden? Hoe ziet iemand er vanonder uit? Ik moest mezelf forceren om deze moeilijke kwesties te confronteren en ze niet uit de weg te gaan, om me te ontspannen en gewoon te beginnen met tekenen.’
sparkle_Romano_molenaar_web
Gracieus
Romano tekent ‘s ochtends aan de ontbijttafel. ‘s Avonds werkt hij de schets uit en voegt hij details toe. De tekeningen behouden evengoed hun spontaniteit en hebben iets schetsmatigs, wat ik erg mooi vind. De tekeningen zijn levendig en energiek, zoals bovenstaande illustratie waarin een mannelijke held een cyborg door tweeën hakt, goed laat zien. Met één gracieuze beweging maakt de zwartharige man zijn tegenstander voorgoed onschadelijk. De cyborg probeert het laserzwaard nog te ontwijken, maar is te traag. De tekening biedt veel ruimte voor speculatie: staan er nog meer cyborgs klaar om in de aanval te gaan? Wie is deze held eigenlijk en waarom wordt hij aangevallen? Het is aan de toeschouwer om de details in te vullen.

Veel tekeningen in het boek Sparkle the Brain zorgen voor een glimlach op mijn gezicht. Dat komt omdat de tekeningen het plezier uitstralen dat Molenaar moet voelen als hij ze op papier zet, maar ook omdat hij erg grappige dingen laat zien. Zoals de tekening geïnspireerd op de vrolijke hippies uit de jaren zestig en de illustratie van de overdreven gespierde, stoere vent met een supersoaker in zijn hand. De pagina die een ode is aan de film Back to the Future is een feest van herkenning. Molenaar tekende onder andere Marty McFly die aan het begin van de film voor een enorme speaker staat met een gitaar in zijn hand. Wie de film kent, weet dat McFly na het aanslaan van het eerste akkoord door de luchtdruk van de speaker wordt weggeblazen.

sparkle_Romano_molenaar_draak_

Draakje
Een opvallende tekening vind ik dit portret van de draak en zijn reisgenote, met name omdat de lijnvoering van Romano hier wat schetsmatig overkomt terwijl er toch een rijk gedetailleerde draak op papier staat. Het is bijna alsof hij snel moest tekenen voordat de poserende draak zijn vleugels uit zou slaan en wegvloog. Draken fascineren de tekenaar: ‘Qua vorm en structuur vind ik ze erg interessant. Ik bedoel de grote kaken, schubben, hoorns en vleugels. Het is een veelzijdig creatuur waar je qua vormen erg goed mee kan werken als tekenaar. En door de grootte krijgt de draak epische waarden. Met al die elementen bij elkaar genomen kun je als tekenaar zo’n draak als het ware een ziel geven.’

Gepubliceerd in Eppo #17 (2015).

Stripplaatjes onder de loep: Gezichtsbedrog in Rik Ringers

Tuesday, August 11th, 2015

In Brussel zijn maar liefst vijftig muren gedecoreerd met bekende stripfiguren. De groten van het Franco-Belgische beeldverhaal hebben vrijwel allemaal hun eigen muur. Dus ook Rik Ringers, de misdaadjournalist die altijd hetzelfde colbertje draagt.

Rik_ringers_72-coverAlle albums over Rik Ringers, of Rik Hochet zoals hij in het Frans heet, draaien om het oplossen van misdadige mysteries. Uiteraard schiet de politie altijd tekort bij het ontrafelen van deze whodunits. Gelukkig schiet Ringers zijn maatjes commissaris Baardemakers en commissaris Breebant dan te hulp en ontmaskert de dader of daders. Wat dat betreft biedt de strip Rik Ringers ouderwets gezellig leesvoer. In feite is Ringers een moderne versie van Hercule Poirot.

Al sinds begin jaren zestig verschijnen er stripverhalen met de slimme journalist in de hoofdrol. Geestelijk vaders scenarioschrijver André-Paul Duchâteau en tekenaar Tibet (Gilbert Gascard) introduceerden de slimme misdaadjournalist met het blonde haar al eerder in een paar korte geschreven verhalen in het stripblad Kuifje. Later werden deze ook in het blad Pep gepubliceerd. Ger Apeldoorn schrijft er in het boek De jaren Pep het volgende over: ‘De speurtochtjes van Rik Ringers waren uitnodigend omdat de lezer met behulp van de tekst en de tekening zelf de dader kon aanwijzen. Als je na lezing dacht dat je de oplossing wist (of te ongeduldig was om er zelf over na te denken), kon je verderop in het blad het juiste antwoord lezen.’

©WBT-JP.Remy

©WBT-JP.Remy

Gezichtsbedrog
In het album De schat van de Marollen uit 2006 vindt er in Brussel een reeks geheimzinnige moorden plaats. Deze hebben te maken met een geheim genootschap dat een juwelendiefstal uit 1839 probeert op te lossen. Zo hoopt het genootschap een verloren gewaande schat terug te vinden. Het is aan Ringers om uit te zoeken wie van de leden bereid is over lijken te gaan. Deze lijken worden gevonden tijdens zogenaamde flashmobs: theatrale bijeenkomsten in de openbare ruimte door een groep mensen die iets ongebruikelijks doet en daarna weer snel uit elkaar gaat. De flashmobs worden ad hoc via het internet en sociale media georganiseerd.

Rik_Ringers_stripplaatjeIn het bovenstaande stripplaatje zien we zo’n spontane bijeenkomst. Een groep grappenmakers heeft zich verkleed als Rik Ringers en zich verzameld bij de stripmuur van Ringers in de Bijstandstraat 9. Vandaar dus dat er zoveel mensen rondlopen in het bekende witte, gestippelde jasje van de journalist. Ringers is samen met zijn vriendinnetje Nadine ook aanwezig. Ze dragen zwarte pruiken zodat niemand ze zal herkennen. Als de flashmob voorbij is en de mensen zijn vertrokken, zien Rik, Nadine en Breebant een grote koffer bij de muur staan waar het volgende slachtoffer van de moordenaar in zit verstopt.

Door de stripmuur centraal te stellen in de scène spelen de stripmakers een leuk spelletje met de grenzen van het medium. Op de muurschildering zien we hoe Ringers bij zijn vriendin Nadine probeert te komen. Wie goed oplet ziet dat een duistere figuur in de deuropening van haar appartement staat met een groot mes in zijn hand. Nadine is het nichtje van commissaris Baardemakers die beneden bij de deur is getekend. Omdat de schildering door Tibet in dezelfde stijl is getekend als de rest van de strip, veroorzaakt dit op de bladzijde een prachtig trompe-l’oeileffect. Een knap staaltje gezichtsbedrog dus, want wie het plaatje geïsoleerd van de rest van het verhaal ziet, zou bijna denken dat de mensen Rik Ringers op de muur in actie zien komen terwijl het maar een schildering is. Het ontwerp van de stripmuur komt trouwens uit geen enkel album en is speciaal voor dit project gemaakt.

©WBT-JP.Remy

©WBT-JP.Remy

Jasje
Duchâteau en Tibet (die in 2010 overleed) speelden wel vaker met de regels van de strip in de reeks Rik Ringers. In het album De 5 onzichtbaren laten ze zien waarom Ringers, net als veel stripfiguren, altijd hetzelfde colbertje draagt. Ringers doet zijn kledingkast open en die hangt helemaal vol met identieke jasjes! Dit soort grapjes maken de verhalen van Rik Ringers extra leuk.

Tibet & A.P. Duchateau,
Rik Ringers 72: De schat van de Marollen
Le Lombard

Deze aflevering van Stripplaatjes onder loep is geschreven voor een gepubliceerd in Eppo #15 (2015).

Stripplaatjes onder de loep: Een grappig familieportret

Monday, July 13th, 2015

Jan, Jans en de Kinderen is de Nederlandse familiestrip bij uitstek en verschijnt al sinds 1970 in het vrouwenblad Libelle. Stripmaker Jan Kruis (Rotterdam, 1933) baseerde de stripfiguren op zijn eigen gezin en liet zich voor de verhalen vaak door zijn gezin inspireren. Tot op zekere hoogte kun je de verhalen over de familie Tromp dus als een autobiografisch familieportret beschouwen.

De hoofdrolspelers zijn vader Jan Tromp, zijn vrouw Jans, dochters Karlijn en Catootje, opa, de vader van Jan, en Jeroen, het vriendje van Catootje. Later zou het nakomertje Gert zijn opwachting maken. Een interessante rol is in de strip weggelegd voor de huisdieren van het gezin Tromp: de grote rode je-weet-wel-kater, Loedertje de Siamese kat en de teckel Lotje. De dieren geven vaak komisch commentaar op de gebeurtenissen.

jan_kruis_katerJe-weet-wel-kater
Mijn favoriet is altijd de Rode Kater geweest die soms in soloafleveringen lekker zit te filosoferen. Die strips ontstonden vaak als de stripmaker tijdnood had, want deze kon hij lekker snel tekenen. In bovenstaand fragment speelt de Rode Kater ook een belangrijke rol, al is de scène niet afkomstig uit een van de soloafleveringen. Net als zijn soortgenoten heeft de kater soms de kolder in zijn kop en springt hij plotseling van de bank om als een gek door de woonkamer te rennen en via de gordijnen en de boekenkast weer op de bank tot rust te komen. Ondertussen schrikken de gezinsleden zich natuurlijk rot. Heel herkenbaar: mijn kat had daar vroeger ook vaak last van.

Herkenbaarheid is een belangrijke factor voor het succes van deze familiestrip. Kruis speelde ook vaak in op maatschappelijke verschijnselen als BOM-vrouwen en trends als microbiologisch voedsel.

Bijrol
cover_jan_jansKruis duikt zelf ook op in zijn strip. Meestal als figurant, maar in een aflevering uit het tweede album heeft hij een sprekende rol, namelijk als zichzelf. We treffen de stripmaker aan als hij door een stel bewakers uit het pand van de rijksbelastingen wordt geduwd. Boos wil hij een steen naar binnengooien, maar wordt door Jan en Jans tegengehouden. Dan legt Kruis uit waarom hij zo boos is:
‘Weet u, ik ben maar een eenvoudig tekenaar. Ik teken plaatjes in weekbladen en zo. Geen onaardig vak, al zeg ik het zelf. Alleen ben ik zo onnozel geweest om te denken dat ik alles wat ik met deze handjes heb verdiend óók weer met deze handjes mocht uitgeven. Ach mensen, wat een vergissing! Net toen ik geen cent meer had, kwam de belasting. Alles.. ALLES heb ik moeten verkopen om hun mateloze hebzucht te kunnen bevredigen…’

En nu moet Jan ook zijn Marietje verkopen. De personages denken dat hij hier een meisje mee bedoelt of een dier, en beloven voor haar te zorgen. Maar in het laatste plaatje op de pagina blijkt dit de naam te zijn van zijn rode MG uit 1950. De familie Tromp koopt de auto over van de tekenaar. ‘Omdat het geld toch allemaal naar de belasting moest, wilde de verdrietige tekenaar er niet al te veel voor hebben,’ schrijft Kruis. Het is een leuke scène die menig belastingbetaler bekend zal voorkomen. Soms lijkt het alsof je alleen maar werkt om de staatskas te spekken. In het televisieprogramma Beeldverhaal vertelt Kruis dat deze strip inderdaad gebaseerd is op het moment dat hij opeens veel belasting moest betalen. Hij bracht Marietje daarom tijdelijk onder bij een vriend, want anders was hij haar kwijt geweest.

Jan_Kruis_autoWeerzien
In 1999 gaf Kruis het tekenstokje over aan Studio Jan Kruis en sindsdien worden de afleveringen van Jan, Jans en de Kinderen dus door anderen gemaakt. In 2010 sprak ik de stripmaker vlak voordat hij de allereerste Marten Toonderprijs kreeg uitgereikt. Ik vroeg hem of hij zijn strip niet miste en of hij tevreden was over wat de Studio met zijn geesteskinderen gedaan heeft: ‘Ik zeg altijd dat ik er afscheid van genomen heb, ze zijn als het ware gemigreerd en met de Marten Toonderprijs stonden ze na ruim tien jaar weer bij me op stoep. Na zo’n tijd verandert iedereen een beetje en zij ook. Toch was het een plezierig weerzien.’

Geschreven voor en gepubliceerd in Eppo (2015).

Stripplaatjes onder de loep: Naargeestige heksenbollen en aantrekkelijke hoofdrolspelers

Thursday, May 28th, 2015

De klassieke reeks Roze Bottel van Greg en Dany brengt de lezer ook nu nog in sprookjeachtige sferen.

roze_bottel_01Greg (Michel Regnier, 1931-1999), de hoofdredacteur van het stripblad Kuifje, loopt op zekere dag door de Ardense bossen. Hij ontdekt enkele tramrails die tot aan de bosrand en soms zelfs tot diep in het bos doodlopen. De rails verbonden decennia eerder dorpjes met elkaar maar zijn nu nagenoeg vergeten. Ze brengen Greg op het idee van de poëtische fantasyreeks De wonderbaarlijke avonturen van Roze Bottel en Duifje Vleugelslag, later simpelweg Roze Bottel genoemd. Greg vraagt tekenaar Dany (Daniel Henrotin), die eerder opperde dat Kuifje wel wat meer poezie kan gebruiken, de strip te illustreren. Het eerste verhaal verschijnt in 1968.

Heksenbollen
In het eerste album zien we hoe hoofdrolspeler Roze Bottel samen met zijn collega-ambtenaar Folio tijdens een wandeling door de natuur in een oud, vervallen trammetje stapt die hen naar Morgenrood brengt, de hoofdstad van Droomland. Vanwege hun zachtaardige karakter mogen ze daar blijven wonen, en aangezien Roze Bottel gecharmeerd is van de oogverblinde Duifje Vleugelslag doet hij dat graag.

Droomland is een magische plek waar men betaalt met kusjes, dieren uiteraard kunnen praten, waar iedereen onlogica koestert en vrolijk en kolderiek door het leven gaat. Nou ja, behalve de Heksenbollen dan, mijn favoriete tegenstanders van Roze Bottel. Deze harige wezentjes zijn pas echt tevreden als iedere droomlander net zo treurig en sikkeneurig is als zij. Geluk vinden ze onverdraaglijk. In het eerste album weet Roze Bottel de Heksenbollen te neutraliseren door ze kaal te laten scheren door de Stofzuigergaai, een gevogelte met een stofzuiger als snavel. Zodra de bollen hun wilde haren kwijt zijn, slaat hun boosaardige karakter om in pure vriendelijkheid. Hippies bijna. Niet verwonderlijk, want de reeks Roze Bottel stamt ook uit het hippietijdperk. De makers laten hier en daar ook wat maatschappijkritiek in hun verhalen doorklinken en zijn kritisch over het leger, milieuvervuilers en foute bureaucraten.

All you need...
In het album Het kanon van de goede luim is het haar bij de Heksenbollen weer aangegroeid en daardoor is hun slechte karakter weer terug. Ze ondernemen een grote aanval op Morgenrood door de stad met zakken klaagzaad te bombarderen. Zelfs de lieftallige Duifje Vleugelslag is onder invloed van het klaagzaad en superchagrijnig. Als Roze Bottel haar uit de handen van de Heksenbollen probeert te redden krijgt hij zelf ook een zak met narigheid over zich uitgestort. De liefde van het paartje is echter zo sterk dat hun hartstocht het effect van het klaagzaad neutraliseert. Liefde overwint immers alles, zoals ook mooi wordt geïllustreerd in bovenstaand stripplaatje uit het album. Onze helden zijn vastgebonden aan totempalen en omringt door de Heksenbollen. Ondanks de penibele situatie nemen ze rustig de tijd om elkaar te zoenen. Uiteindelijk wordt het kwaad verslagen doordat het Kanon van de goede luim de heksenbollen met een grote dosis liefde bombardeert.

roze-bottel-02

Illustratie omslag van ‘Het karveel van heb-ik-jou-daar’.

Sexy
Dany tekent de strip met een levendige lijnvoering en aantrekkelijke figuurtjes. Ik ben vooral onder de indruk van de covers die hij ervoor maakte. Stuk voor stuk zijn dit visuele kunstwerkjes waar ik telkens naar kan kijken. Het omslag van het album Het karveel van heb-ik-jou-daar lijkt een affiche voor een ouderwetse avonturenfilm. In dit verhaal moeten de helden het opnemen tegen monsters en demonen wanneer ze op het Verondersteleiland kusjesgraan gaan halen. Dit graan is broodnodig om de fantasie in droomland levendig te houden. We zien op bovenstaande afbeelding Roze Bottel in een heldhaftige pose, terwijl hij omringd is door de monsters die ze onderweg tegenkomen. Achter hem zien we het schip van kapitein Oelewap dat ze nemen om het eiland te bereiken. Maar de meeste kijkaandacht vraagt natuurlijk het aantrekkelijke hoofd van Duifje Vleugelslag. Mooie vrouwen tekenen is aan Dany, die aan de wieg stond van de soft erotische reeks Rooie oortjes, wel toevertrouwd. In portfolio’s van Dany is Duifje volledig naakt en sensueel afgebeeld, maar die stripplaatjes laten we hier niet zien. Al was het maar omdat de reeks Roze Bottel juist een pleidooi is om de fantasie de vrije loop laten!

Gepubliceerd in Eppo #8 (2015). Met dank aan Chris Visser voor het uitlenen van zijn Roze Bottel-albums!

Stripplaatjes onder de loep: Een breekbare man van staal

Friday, May 1st, 2015

Iron Man vind ik een van de interessantste superhelden uit het Marvel Universum. In zijn Iron Man-harnas lijkt Tony Stark onoverwinnelijk, maar in feite is hij een feilbaar mens met zwakheden als ieder ander.

Tony Stark is een miljonair, industrieel en een genie op het gebied van mechanica en technologie. Hij is een aantrekkelijke man die een Hugh Heffner-achtig leven zou kunnen leiden en dat tussen het redden van de wereld als Iron Man ook geregeld doet. Eigenlijk is Stark James Bond en Q in één persoon.

stripplaatje_Iron-Man_01Onverslaanbaar
De eerste keer dat Iron Man indruk op mij maakte was in Iron Man Annual #10 uit 1989. In het spectaculaire stripplaatje getekend door Paul Smith en geïnkt door Michael Gustovich, waarin Iron Man met volle vaart door de muur breekt, straalt de held kracht uit. In de daarop volgende scène schakelt Iron Man effectief een tak van de terroristische organisatie Hydra uit. De kogels van Hydra ketsen af op Iron Mans harnas en als hij verticaal door de lucht zweeft en zijn repulsor blasts afvuurt lijkt hij onoverwinnelijk.

Het geavanceerde harnas maakt Stark bovenmenselijk sterk en geeft hem de mogelijkheid om te vliegen. Ook bevat het pantser diverse wapens. Iron Man heeft dankzij technologisch vernuft bijna goddelijke krachten, maar in het pantser zit een feilbare en soms breekbare man. In de periode dat de annual uitkwam, waren Starks benen verlamd. Een wraakzuchtig ex-vriendinnetje had hem neergeschoten waardoor zijn ruggengraat beschadigde. Alleen in het harnas was Stark nog in staat om te lopen, daarom was hij steeds vaker in zijn metalen omhulsel te vinden. Gelukkig is dat eindelijk weer goed gekomen.

Geest in de fles
In de klassieke verhaallijn Demon in a Bottle, uitgegeven aan het begin van de jaren tachtig, blijkt Starks grootste vijand zijn alcoholverslaving te zijn. Zijn alter ego werd recent beschuldigd van moord, hij heeft relatieproblemen en dreigt de controle over zijn bedrijf te verliezen. De stress die zijn dubbelleven veroorzaakt, maakt dat Stark de laatste tijd steeds vaker afleiding zoekt door zich suf te drinken.

stripplaatje_Iron-Man-02

Op de cover van Iron Man #128, getekend door Bob Layton, is goed te zien wat al die drank heeft aangericht. Als Tony zijn masker afdoet, zien we een onverzorgde, zwetende en naar dranksnakkende man. Een schaduw van de aantrekkelijke, slimme playboy die hij ooit was. De illustratie contrasteert volledig met bovenstaande afbeelding van de heldhaftige Iron Man die door de muur vliegt. Soms zit de vijand binnenin en is de neiging tot zelfvernietiging een veel gevaarlijker vijand dan de superschurken die Iron Man doorgaans te lijf gaat.

Als Stark beseft dat hij door de drank een gevaar wordt voor de mensen die hij probeert te redden, beseft hij dat het tijd wordt om af te kicken. Dat doet hij onder andere met de hulp van zijn vriendin, maar zijn alcoholisme zal altijd een zwakte van hem blijven.

‘Sommige lezers vonden dat Tony’s alcoholisme hem een mindere held maakte, maar wij vonden juist het tegenovergestelde. Door Tony een probleem uit de echte wereld te geven, eentje met wie veel lezers waarschijnlijk op de een of andere manier mee te maken hebben, en hem dan de moed laten vinden om dit probleem te confronteren en te overwinnen, maakte hem juist nog meer tot held, in onze ogen,’ aldus schrijver David Michelinie.

Robert Downey Jr.

Robert Downey Jr.

Robert Downey Jr.

Ik ben het met hem eens. Het mooie aan de helden van Marvel is juist dat achter de maskers feilbare en breekbare mensen schuilgaan. Daarom was de casting van Robert Downey Jr. in de Iron Man-films ook geniaal. Downey Jr. is een zeer getalenteerde acteur die Tony Stark met flair en een sarcastische ondertoon speelt. Downey Jr. heeft echter jarenlang gevochten tegen zijn drugsverslaving. Een strijd die veel lijkt op die van Stark tegen alcoholisme. De rol van Iron Man was Downey Jr. dus op het lijf geschreven.

Gepubliceerd in Eppo #6 (2015).

Stripplaatjes onder de loep: Peter Pontiacs Autobioblues

Friday, March 27th, 2015

Toen ik het droevige nieuws van Peter Pontiacs overlijden hoorde, heb ik met de hoofdredactie van Eppo gebeld om voor te stellen de volgende aflevering van mijn rubriek Onder de loep aan Pontiac te wijden. Dat zag Rob van Bavel meteen zitten. Als ik het artikel die week nog kon afleveren zou de aflevering meteen in de volgende Eppo gepubliceerd worden. Aldus geschiedde. Bij deze de publicatie online.

Peter Pontiac overleed 20 januari op 63-jarige leeftijd. Een van de beste striptekenaars van Nederland is niet meer.

Pontiac (Peter Pollmann) was al lange tijd ziek. Hij had hepatitis C en levercirrose. Een overblijfsel van de heroïneverslaving die hij in de jaren tachtig overwon.

Pontiac laat een boeiend en eigenzinnig oeuvre achter als stripmaker en illustrator. Hij maakte affiches, platenhoezen en illustraties van popmuzikanten voor tijdschriften als Hitweek-Aloha, Muziek Express en Oor. Ook tekende hij voor kranten. In het begin van zijn carrière kreeg hij het predikaat undergroundtekenaar opgeplakt, mede door publicaties in Nederlandse, Spaanse en Amerikaanse undergroundbladen.
De in 1951 te Beverwijk geboren tekenaar drukte sinds 1969 een eigenzinnige stempel op de Nederlandse stripwereld. De autodidact (!) maakte sociaal geëngageerde strips, erotica en sinds de jaren zeventig autobiografische verhalen over zijn drugsgebruik en liefdesleven, geregeld met zijn alter ego’s Daan Doem of punker Gaga in de hoofdrol. Soms grimmig en vol zelfbeklag, vaak niet zonder zelfspot en soms heerlijk luchtig, zoals in de strip Autobioblues waaruit onderstaand stripplaatje afkomstig is.

pontiac_autobioblues

Uitverteld
Autobioblues is een verhaal van vier pagina’s dat Pontiac tekende voor de expositie Yo/ik op stripfestival Ficomic in Barcelona in 2010. Nederland was toen eregast op het festival en autobiografie was het thema. Een onderwerp dat Pontiac op het lijf geschreven is: geïnspireerd door tekenaars als Robert Crumb was hij een van de eersten in Nederland die in dit genre strips maakte.

Grappig genoeg weet Pontiac in Autobioblues niets nieuws meer te vertellen over zijn leven. De vier lege bladzijden die gevuld moeten worden blijven maar achter de tekenaar aanlopen, ook als hij naar de supermarkt gaat. Ze opperen suggesties voor thema’s die hij kan behandelen, maar Peter wijst ze allemaal van de hand. ‘Al 40 jaar vertrouw ik jullie m’n lotgevallen toe: dope, relaties, angst, schaamte, woede! ‘T is op! Verhalen: fijn! Maar niet over MIJ!’ zegt hij tegen de vellen papier. Hij wil geen strip over zijn jeugd maken of over wat hij ziet als hij in het heden uit zijn raam kijkt. En hij wil het al helemaal niet over zijn ergste blunders hebben. Maar, en dat is een mooi voorbeeld van zijn zelfspot, geeft in een plaatje wel enkele voorbeelden van genante momenten uit zijn leven. Zoals de ontmoeting met Joey Ramone die uiteindelijk niet doorging omdat Peter de hele tijd dat de punkzanger naast hem staat verlegen wegkijkt. Het is een erg grappige strip waarin Pontiac zijn werk relativeert en tegelijkertijd ook een beetje terugblikt op ruim veertig jaar strips maken. Autobioblues eindigt dan met Peters oplossing voor zijn blues. Op de laatste stroken is te zien hoe hij de voorgaande drie pagina’s tekent. In het laatste plaatje loopt de strip zijn huis uit met de eerste pagina voorop.

Kraut
Wat ik heel sterk aan zijn autobiografische werk vind, is dat Pontiac eerlijk en rauw was. Hij ontzag zichzelf niet. Met Kraut (2000) maakte Pontiac een van de belangrijkste boeken in de Nederlandse stripcultuur. Kraut is een portret over zijn vader Joop Pollmann die tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitsers collaboreerde en als frontverslaggever bij de Waffen-SS zat. Na de oorlog zat hij vijf jaar in de gevangenis, daarna was hij actief als journalist van vrouwen- en roddelbladen. In 1978 verdween Pontiacs vader op mysterieuze wijze in de Draaibooibaai op Curaçao.

pontiac-kraut

Gonzo
In 1997 kreeg Pontiac de Stripschapprijs en in 2011 de Marten Toonderprijs voor zijn gehele oeuvre. Een mooie aanleiding om hem toen te interviewen. Uiteraard vroeg ik hem waarom hij ooit autobiografische strips was gaan maken. ‘Omdat ik egocentrisch ben,’ antwoordde hij met een glimlach. ‘Het eerste verhaal dat ik ooit maakte was voor een boek over de jaren zestig dat in 1971 gemaakt werd. Andere tekenaars van het stripblad Tante Leny presenteert! deden daar ook aan mee. Wat lag er meer voor de hand om over mijn eigen sixties, die behoorlijk heftig waren geweest, een verhaal te maken? Altijd als ik autobiografische strips maakte voelde dat volstrekt natuurlijk. Op een gegeven moment ontdekte ik het werk van Hunter S. Thompson, die het begrip “gonzojournalistiek” heeft uitgevonden. Hij was iemand die zichzelf helemaal in zijn artikelen op de voorgrond zette. Als hij over Nixon of Las Vegas moest schrijven, ging het artikel alleen maar over de dope die hij nam en hoe ellendig hij zich daar vervolgens door voelde. Dat was voor mij een eye-opener, want ik maakte ook dat soort werk. Natuurlijk moet je wat je meemaakt gebruiken. Dus als een relatie uit elkaar valt is het logisch dat ik dat onderwerp gebruik in mijn strips. Dat doen popmuzikanten immers ook. Later denk je wel eens “Jezus, wat een schaamteloos zelfbeklag”. Maar ik zou het niet ongedaan maken als dat zou kunnen.’

Peter Pontiac (1951 – 2015).

Gepubliceerd in Eppo #3 (2015).

Stripplaatje onder de loep: Duivelsjongen als held

Friday, February 27th, 2015

Hellboy is een van mijn favoriete striphelden: hij ziet eruit als een duivel, maar is een good guy. In een wereld vol folkloristische verwijzingen, bovennatuurlijke elementen en als Shakespeare sprekende schurken relativeert Hellboy de situatie met droogkomische opmerkingen. Niet slecht voor een monster dat eigenlijk in de wereld werd gebracht om de Apocalyps te ontketenen.

In de Amerikaanse stripwereld die gedomineerd wordt door superhelden, is Hellboy een vreemde eend in de bijt. Met een rode huid, hoeven als voeten, een staart, een rechterhand van steen en een tweetal hoorns die uit zijn voorhoofd groeien, maar die hij klein houdt om ‘op straat niet op te vallen’, doet het demonische uiterlijk van dit duivelskind zijn naam eer aan. Kwaadaardig is hij echter niet, in tegendeel: Hellboy bestrijdt in dienst van het Bureau for Paranormal Research and Defence bovennatuurlijke monsters en kwaadaardige krachten. Eigenlijk is Hellboy dus toch een soort superheld.

hellboy-wake_devil

Mike Mignola

Mignola signeert. Foto: Michael Minneboo.

Mignola signeert. Foto: Michael Minneboo.

De expressieve tekenstijl met het sterke licht-donkercontrast van stripmaker en geestelijk vader Mike Mignola, is een andere reden waarom ik deze strip graag lees. Bovenstaand stripplaatje is afkomstig uit het verhaal Wake the Devil. Een prachtig stukje grafische kunst dat niet zou misstaan in een galerie of museum. Hellboy gaat op de vuist met de mythologische figuur Hekate, die dit keer de vorm heeft van een monsterlijke, slangachtige vrouw. Tijdens het gevecht probeert Hekate onze held ervan te overtuigen dat hij zich weer bij zijn eigen soort moet aansluiten. Dat hij zijn lot niet kan ontlopen en dat Hellboy in dienst van Het Kwaad een sleutelrol zal spelen in het einde der tijden. Dit is overigens de reden waarom Rasputin in opdracht van de Nazi’s Hellboy in onze wereld bracht tijdens WOII. (Zie het verhaal: Seed of Destruction.) Hellboy wil hier echter niets van weten.

Dat de twee personages tegenstanders zijn wordt in de afbeelding ook nog eens duidelijk gemaakt doordat Hellboys felrode huid contrasteert met de groene huidskleur van het slangenwijf. Hellboys rood contrasteert sowieso altijd mooi in de wereld die Mignola tekent en die gevuld is met voornamelijk donkere en aardse kleuren. Alsof hij daarmee nog eens duidelijk wil maken dat Hellboy niet van deze wereld is. Interessant, want Hellboys karakter is zeer menselijk en geïnspireerd op dat van Mignola en diens vader.

Vader
Een paar jaar geleden interviewde ik Mignola over zijn creatie tijdens Stripfestival Breda dat toen nog plaatsvond in het Racketcenter. In de kantine, waar de geur van gefrituurde kroketten hing, vertelde hij mij dat zijn eigen vader een belangrijke inspiratiebron was voor het karakter van Hellboy: ‘Ik wilde dat Hellboy ouder en een stuk taaier was dan ik. Mijn vader werkte als timmerman. Hij kwam altijd thuis met verwondingen, zoals schaafwonden en droog bloed op zijn gezicht. Als ik dan vroeg wat er gebeurd was, zei hij: “Oh ja, ik bleef aan een spijker hangen” of “mijn hand bleef in een machine steken.” Hij zei dat altijd op een toon alsof er niets aan de hand was, want mijn vader was een taaie met echte werkmanshanden. Hij was van de Tweede Wereldoorlog-generatie. Hellboy is net zo’n rouwdouwer. In dat opzicht is Hellboy het tegenovergestelde van mij. Toch praat hij precies zoals ik. Toen ik met deze strip begon was schrijven nieuw voor me. Ik wist niet hoe ik een stem voor een personage moest vinden, dus hield ik zijn tekst dicht bij wat ik zelf zou zeggen. In principe heersen er twee stemmen in de Hellboy-strips: de slechteriken spreken in Bijbelse en Shakespeare-achtige teksten terwijl Hellboy het deel van mijn brein representeert dat zich schaamt voor dramatische speeches. Daarom onderbreekt hij de schurken ook als ze praten. Er is een scène waarin een vampier maar door praat en Hellboy hem onderbreekt met de zin: “Grote woorden voor een man die geen broek aan heeft,” dat soort dingen.’

hellboy_-wake_devil_coverNog een voorbeeld van Hellboys droge opmerkingen zien we terug in bovenstaande scène. Als Hellboy in de confrontatie de eerste tik uitdeelt, maakt hij een bijdehante opmerking: ‘Lady, I was gonna cut you some slack, ’cause you’re a major mythological figure, but now you’ve just gone NUTS!’ Hellboy weet hoe hij zijn punches van een ferme punchline moet voorzien.

Mike Mignola. Hellboy: Wake the Devil 1-5.
Uitgeverij Dark Horse.

Geschreven voor en gepubliceerd in Eppo #1 (2015).