Categories
Film Strips

Archief Toonder Studio’s naar Eye en Literatuurmuseum

Milou Toonder heeft het archief van de Toonder Studio’s geschonken aan het Literatuurmuseum en Eye Filmmuseum. Het Literatuurmuseum verwerft het archief van Toonder Studio’s, met uitzondering van de materialen die betrekking hebben op de Bommelfilm Als je begrijpt wat ik bedoel; die gaan naar Eye.

Still uit Als je begrijpt wat ik bedoel.

Marten Toonders kleindochter vond het van groot belang de collectie van de Toonder Studio’s bijeen te houden en voor toekomstig onderzoek beschikbaar te maken.

Hieronder het persbericht:

Met deze schenking verwerft het Literatuurmuseum ruim 25.000 stripstroken van Toonders hoofdreeksen Panda, Kappie en Koning Hollewijn, zo’n 20.000 originele stripstroken van tientallen andere striptitels die door Toonder Studio’s-medewerkers werden gemaakt; onder wie Thé Tjong Khing. Verder bevat de aanwinst onder meer vele opzetten, schetsen en losse illustraties, reclamemateriaal en correspondentie van Marten Toonder.

Zeer bijzonder zijn de originele stripstroken van vroege strips als Don Sombrero, die teruggaan tot 1939. Het bewaard gebleven archief werpt een licht op de samenwerking tussen Toonder en de Toonder Studio’s, ook nadat de kunstenaar in 1965 naar Ierland was verhuisd. Directeur Aad Meinderts is bijzonder verheugd: ‘De collectie is een prachtige toevoeging op het persoonlijk archief van Toonder, dat we reeds in beheer hebben. Met dit archief erbij kan met recht gesteld worden dat ons museum de schatkamer is van Toonders kunstenaarschap’.

Alles wat te maken heeft met de Bommelfilm Als je begrijpt wat ik bedoel, heeft een onderkomen gevonden in de collectie van Eye. Deze film uit 1983 is de eerste avondvullende tekenfilm van Nederlandse bodem. Het aan de cinematografie gewijde centrum verwerft hiermee onder andere meer dan duizend filmcels, honderden potloodschetsen voor achtergronden, en vele storyboards.

https://www.youtube.com/watch?v=tFuEtAMqYNw

Categories
Film Strips

Batman op de koffie

In 1989 kwam op 13 oktober Batman van Tim Burton uit in de Nederlandse bioscopen.

In de Verenigde Staten draaide de film al vanaf de zomer. In de overbruggende maanden werd er in Nederland echter al een indrukwekkende reclamecampagne gevoerd om de film te promoten. T-Shirts, petjes, comics, Batmanmokken – je kon van alles kopen om je batliefde te belijden.

Toen de film eenmaal ging draaien, werd er in Hoorn ook op een leuke manier reclame voor gemaakt. Een heus promotieteam reed door de binnenstad. Dat ben ik toen als twaalfjarige helaas niet tegengekomen, maar ik las er later wel over in de krant.

Batman van Burton vond ik zo tof, dat ik er toentertijd een dossier over heb bijgehouden. Daarin zitten ook deze twee artikelen over de batpromotie in Hoorn. Het eerste is denk ik afkomstig uit de Zondagskrant, de tweede uit het Noord-Hollands Dagblad.

Categories
Bloggen

De beperkingen van een visueel geheugen

Sinds het moment dat je met je mobieltje redelijke foto’s kon maken, ben ik begonnen met geregeld momenten vast te leggen als geheugensteuntje. Hoe vaak vergeten we die leuke kleine momenten in het leven immers niet? Een archief vol met visuele representaties van die momenten moest soelaas bieden. Of in ieder geval fungeren als een duidelijke geheugensteun.

Vorige week ben ik voorzichtig begonnen met beelden op mijn fotoblog Daily Webhead te plaatsen van voor de tijd dat ik met dit blog begon en dagelijks voor online publicatie een foto maakte.

Batsymbool
Batsymbool

De eerste foto’s zijn van lage kwaliteit. Toch hebben die korrelige Nokia plaatjes zo een eigen charme, vind ik.

Al snel stuitte ik op een dilemma: van lang niet alle foto’s weet ik de context nog. Van de foto van wijnvlekken op een tafelblad, weet ik bijvoorbeeld niet meer met wie ik uit was die avond. Een visueel geheugen heeft dus zo z’n beperkingen, want nu blijken het soms plaatjes zonder context te zijn. En zonder context staan de plaatjes los van hun betekenis. Alsof het visueel geheugen aan dementie lijdt.

Van een deel van de foto’s weet ik niet meer wanneer ik ze genomen heb en kan ik niet meer via oude agenda’s of eventuele dagboekfragmenten achterhalen wat ze moeten voorstellen. Dat krijg je ervan als je via bluetooth een hele reeks foto’s in een keer binnenhaalt en al die foto’s de datum krijgen van het moment dat je ze op de harde schijf zet.

Een ander probleem: hou ik rekening met privacy? Ik heb genoeg foto’s van vrienden en toenmalige vriendinnetjes, maar bij het nemen ervan natuurlijk niet gevraagd of ik ze op een online platform mag publiceren. Ga ik voor volledigheid van het verhaal of voor privacy van de geportretteerde? Waarschijnlijk voor het laatste.

Categories
Strips

Als een stripverzameling groeit en groeit

Vroeger vond ik het tof als ik een kast vol met strips en dvd’s had staan. Rijkdom vond ik dat. Maar nu het huis te klein wordt, voel ik me niet zo rijk meer en is die verzameling vooral ballast.

Illustratie: Paul Stellingwerf.
Illustratie: Paul Stellingwerf.

Laatst vroeg Axel Watteuw of ik mee wilde doen met zijn rubriek Uit de kast op de site geekster.be. In deze rubriek vertellen verzamelaars over hun verzameling, zij het strips, action figures of ander geekie spul. Natuurlijk wilde ik dat, al heb ik mezelf eigenlijk nooit als verzamelaar gezien. De afgelopen dagen was ik echter bezig met de herinrichting van mijn stripcollectie en moet ik toegeven dat ik wel verzamel.

Goed, veel strips in mijn kast zijn niet door mij aangeschaft maar opgestuurd door uitgeverijen. Soms omdat ik ze aanvroeg om in een artikel te behandelen of omdat ik de betreffende stripmaker(s) ging interviewen; vaak sturen uitgeverijen strips op de bonnefooi naar me toe in de hoop dat ik hun strips onder de aandacht zal brengen. Dat klinkt leuk en tot op zekere hoogte is dat ook leuk. Sterker nog, het is noodzakelijk als ik als stripjournalist een goed overzicht wil hebben van wat er allemaal uitkomt en speelt op de markt. Maar het is niet zo leuk meer als je boekenkasten op een gegeven moment uitpuilen met leesvoer. Je kunt ook niet constant kasten blijven aankopen, want er is in het huis maar beperkte ruimte.

Er lag al een tijdje een hele stapel met strips die in de kast moest en waar eigenlijk geen ruimte meer voor was. Kortom, er moest ruimte worden gemaakt. Inmiddels staan er drie plastic tassen te wachten om uit mijn kantoor te verdwijnen. En eigenlijk moet ik nog eens goed door de kast vlooien, want wat mij betreft kan er nog wel meer uit.

roze-bottel-02Ik schrijf veel over strips en daarin laat ik mijn koers bepalen door mijn smaak of door wat opdrachtgevers behandeld willen zien. Die twee dingen komen niet noodzakelijkerwijs overeen, dus als de artikelen zijn geschreven, kunnen veel van die boeken eigenlijk weg. Lang heb ik bepaalde strips nog in de kast laten staan omdat ik dacht ooit nog eens die stripmaker te interviewen. Dan zou het handig zijn om een archief te hebben. In de praktijk blijkt echter dat ik redelijk makkelijk aan strips kan komen via vrienden. Laatst heb ik een hele stapel Roze Bottels geleend van illustrator Chris Visser omdat ik een aflevering van mijn Eppo-rubriek Stripplaatjes onder de loep aan deze leuke strip wilde wijden.

Er wordt simpelweg heel veel leesvoer uitgegeven en veel ervan boeit mij eigenlijk niet. Ik word niet vrolijk als ik die boeken in de kast zie staan en eigenlijk wil ik dat gevoel wel hebben als ik naar mijn stripverzameling kijk. Daarmee wil ik niet zeggen dat strips die mij niet kunnen bekoren onnodige uitgaven zijn, want smaken verschillen nu eenmaal. Sommige stripmakers worden in Nederland op handen gedragen, terwijl ik mijn tijd liever aan andere strips besteed dan hun verhalen te lezen.

Strips die ik waarschijnlijk nooit weg zal doen zijn de strips die ik zelf heb aangeschaft omdat ik ze wilde lezen, wat toch wel zo’n beetje voor de meeste comics geldt. En natuurlijk helemaal voor Spider-Man. Want wat Spider-Man betreft durf ik mijzelf wel een verzamelaar te noemen.

Categories
Strips

Video Beeldverhaal: Jean-Marc van Tol in gesprek met stripverzamelaar Hans Matla

Een verzameling van 70.000 stripboekjes. Dat duurt wel even voordat je je daar doorheen gelezen hebt. Hans Matla, de gelukkige eigenaar van dit archief, heeft er zo’n 10.000 gelezen, vertelt hij in dit interview met Jean-Marc van Tol. Wederom zo’n lekker lange outtake van het tv-programma Beeldverhaal.

‘Een stripverhaal of beeldverhaal is een reeks grafische voorstellingen die zodanig ten opzichte van elkaar zijn geplaatst, dat ze te samen een voortschrijdende handeling verbeelden, al dan niet gesteund door tekst. Dat kunnen tekeningen zijn, meestal, foto’s, schilderijtjes, aquarellen – dat maakt niet uit wat het is, aldus de stripverzamelaar.’  Jean-Marc doet even alsof hij voor het eerst van strips hoort. Toch, ik heb genoten van dit college van Matla.

Een jaloersmakend mooie verzameling, waar mijn stripcollectie zeer bescheiden bij afsteekt. Matla heeft zelfs Mijnheer Prikkebeen uit 1858, het eerste stripboek in Nederland.

Matla is niet alleen stripverzamelaar, maar ook de uitgeverij van de integrale edities van de Tom Poes & Bommel-verhalen van Marten Toonder. Dat is ook de reden dat hij in aflevering drie uitgebreid aan het woord kwam, die aflevering ging helemaal over Toonder en zijn creaties.

Matla lijdt aan wat hij het compleetheidsvirus noemt. De verhalen werden niet altijd compleet door de Bezige Bij uitgegeven, zegt hij, en Matla vindt dat zo’n reeks van de eerst tot de laatste strook gepubliceerd moet worden. Als Hans daarover vertelt zie je de pret in zijn ogen. Het zijn de pretogen van een waar stripliefhebber. Ik kan daar erg van genieten.

Er staan trouwens ook veel leuke reacties onder het interview op de site van Beeldverhaal, sommigen zijn van familieleden van Matla.

Vanavond kun je kijken naar aflevering 4: Kuifje, 23:05 Nederland 2.

Categories
Strips

Stripcollectie P. Hans Frankfurther naar Bijzondere Collecties van de UvA

Wat heeft de Universiteit van Amsterdam met strips? Nou best veel. De Bijzondere Collecties van de UvA bevat een groot striparchief waar Jos van Waterschoot de adjunct-conservator van is. Een archief vol Nederlandse striphistorie: strips, documentatiemateriaal, krantenknipsels, het Oberon/Big Balloon archief en de collectie van stripverzamelaar en oprichter van Het Stripschap P. Hans Frankfurther. Zaterdag 19 november wordt het deel van zijn collectie dat nog niet was ondergebracht bij de rest gevoegd. 

Het betreft het tweede deel van de collectie van Frankfurther; ongeveer 20.000 albums en boekjes. Het eerste deel (de documentatie, secundaire literatuur en stripparafernalia) vormde al in 1970 de basis voor het Stripdocumentatiecentrum Nederland (SDCN), indertijd opgericht door het Stripschap en de Universiteitsbibliotheek van de UvA. De taak van het Stripdocumentatiecentrum, nu de Stripcollectie van de Bijzondere Collecties, was en is de geschiedenis van de strip in Nederland te documenteren.

Dick Bos. Illustratie: Alfred Mazure

De collectie van Frankfurther bestaat onder andere zeldzame en kostbare strips, zoals oude en zeldzame Bommelverhalen, een kleine maar bijzondere verzameling pornografische strips en bijzondere reclame-uitgaven, zoals Boffie van de Koffie van Albert Heijn. Ook bevat de verzameling de hele reeks Dick Bos in eerste druk in een speciaal daarvoor vervaardigde houten cassette.

Eind vorig jaar kreeg ik voor een artikel een rondleiding door het depot in de Bijlmer. De klimaatkamers staan vol met compactus kasten vol boeken, tijdschriften, proefschriften, manuscripten en administraties van uitgeverijen. Indrukwekkend en bovenal heel veel materiaal.

De dochter en zoon van P. Hans, Tamar en Guido Frankfurther dragen zaterdag het tweede gedeelte van de verzameling over aan de UvA. Hiermee is een veertig jaar oude belofte ingelost en wordt bij de Bijzondere Collecties nu één van de grootste openbare stripcollecties van Nederland bewaard.

 

Categories
Strips

Por Dios: Nostalgische striptrip in nieuw jasje

In het nieuwe striptijdschrift Por Dios worden oude strips geheel opgepoetst opnieuw uitgebracht. De stripcollectie van de UvA speelt hierin een belangrijke rol.

Vrijdagochtend, Amsterdam Zuidoost. Het boekendepot van de Universiteit van Amsterdam is gehuisvest in een onopvallend gebouw dat tegen het AMC aanleunt. Terwijl de temperatuur buiten rond het vriespunt ligt, zitten de ontelbaar cultuurhistorische schatten van de Bijzondere Collectie van de UvA er met 18,5 graad en een 50% luchtvochtigheid warmpjes bij. De klimaatkamers staan vol met compactus kasten vol boeken, tijdschriften, proefschriften, manuscripten en administraties van uitgeverijen.

Ook de stripcollectie is hier deels opgeslagen. 500 meter aan Nederlandse striphistorie: strips, documentatiemateriaal, krantenknipsels en het Oberon/Big Balloon archief, de reden waarom adjunct-conservator Jos van Waterschoot mij vandaag rondleidt. Het archief representeert de hoogtijdagen van de Nederlandse striptijdschriften in de jaren zeventig tot en met jaren negentig, toen de lezer eerst met Pep en later door onder andere Eppo getrakteerd werd op een ruim aanbod aan Nederlands en buitenlands striptalent. ‘Van de mainstream strip is hier zo’n 85% vertegenwoordigd,’ zegt Van Waterschoot.

‘De collectie is waardevol, omdat het originele werk vaak zoek is. Dat is verspreid geraakt, verkocht aan particulieren en verzamelaars. Stripmakers hebben vaak thuis nog wel wat liggen, maar wat als ze komen te overlijden, of ze verpatsen de boel als ze financieel aan de grond zitten? Dit materiaal komt vaak het dichtst bij de bron.’

Film van 'Franka' boven op de kleurensheet.

Onzichtbaar
De stripcollectie vormt voor een groot deel de basis van het nieuwe gezinstijdschrift Por Dios. Ieder nummer bevat een compleet, eerder uitgebracht stripverhaal van albumlengte, bijvoorbeeld van Storm of Franka, aangevuld met korte verhalen. Dit zijn deels oude bekenden als De Generaal en Stampede, deels nieuwe afleveringen van onder andere Elsje en Rembrandt. Por Dios is dus een nostalgische leestrip in een nieuw, modern jasje. De titel verwijst naar de ondertitel van de Pep: ‘Por Dios (Jeetje of Bij God), wat een blad!’

Het idee kwam van uitgever Rob van Bavel, die met de nieuwe Eppo twee jaar geleden inspeelde op de nostalgische gevoelens van een generatie ouderwordende stripliefhebbers. Eppo bevat nieuwe afleveringen van oude mainstream strips of geheel nieuwe strips die qua sfeer in het verlengde liggen van wat er vroeger in het striptijdschrift stond. Naar eigen zeggen spraken lezers Van Bavel geregeld op beurzen aan en vroegen waarom hij een klassieke strip als De Generaal van wijlen Peter de Smet niet opnieuw uitgaf. Ook merkte Van Bavel dat er bij een nieuw Storm-album toch zo’n vijfduizend exemplaren van een heruitgave van een oude Storm werden verkocht.

Er is dus vraag naar oude albums, maar met alleen de albumverkoop komt de uitgever niet uit de kosten. Het oude materiaal moet gedigitaliseerd en opnieuw worden ingekleurd. Door de strips eerst in een tijdschrift en later als album aan te bieden, worden de kosten beter gedekt. Een bijkomend voordeel is dat tijdschriften veel beter zichtbaar zijn in de boekwinkel dan strips. ‘Die zijn vaak niet zichtbaar in de winkel en zitten al helemaal niet in het tijdschriftenrek. Als je mazzel hebt vind je helemaal achterin een plankje. Als je strips uitgeeft in tijdschriftvorm omzeil je dat probleem.’

Ongedierte
Van Bavel ging te raden bij Van Waterschoot om te horen wat er allemaal in de stripcollectie van uitgeverij Big Balloon zat. Ongeveer zeven jaar geleden kwam dit archief in handen van het Stripschap, de collectie van het Stripschap is weer ondergebracht bij de Bijzondere Collecties.

‘Big Balloon hief de striptak op en wilde van het materiaal af,’ vertelt Van Waterschoot. ‘Alles hing in hangmappen en lag in ladekasten, in de kelder naast het fietsenhok. Een liefdeloze omgeving. Samen met Meerten Welleman heb ik in twee volle dagen dat archief leeggehaald. We hebben iets van 150 verhuisdozen gevuld met stripdossiers. Dat was een kwestie van een stapel oppakken en willekeurig in een doos gooien.’ Voordat een archief gerubriceerd wordt staat het eerst een maand in een quarantainekamer. Daar wordt het gecheckt op beestjes en schimmels. Eventueel ongedierte wordt vergast, schimmels worden verwijderd.

Vanaf 1931 in 'De Telegraaf': 'De avonturen van Mikkie Muis. Voor iedereen en elken dag.'

De grote omvang van het Big Balloon-archief zorgde in eerste instantie voor een wanhopig gevoel bij de conservator, die slechts 8 uur per week aan strips mag besteden: ‘Hoe krijg ik dit in godsnaam allemaal uitgezocht en verpakt?’ Uiteindelijk duurde het een kleine vier maanden, verspreid over een jaar, voordat alles netjes gerubriceerd en zuurvrij verpakt in de compactus-kast stond waar we nu voor staan.

Van Waterschoot haalt willekeurig een kartonnen doos van de plank. Hierin zit een zuurvrije map met daarin een album van De Familie Fortuin van Peter de wit. Behalve een gedrukt stripalbum bevat het dossier ook de originelen. Meestal zijn dit niet de originele tekeningen maar de films met daarop de geïnkte zwart-witpagina’s. De polyesterfilms lijken op doorzichtige overheadsheets. Op een sheet staat een strippagina, soms is voor iedere basiskleur een sheet.

De jas van de Generaal
De films worden op de redactie van Por Dios gescand op 1200 dpi. Het scannen en digitaal oppoetsen van de strips kost ongeveer een half uur per pagina, laat DTP’er Pieter Koertshuis weten. ‘Er zitten allemaal lijmresten en vuiltjes op de films. Toch zijn ze in goede staat, er zitten bijvoorbeeld geen scheurtjes of vouwen in. Ook zijn er gelukkig geen stukken uitgeknipt. Dat werd vroeger wel eens gedaan als er teksten werden gecorrigeerd,’ zegt Koertshuis.

Door de goede staat van de films moet er zelden iets gerestaureerd worden. Af en toe wordt er een lijntje bijgewerkt. Daarna worden de scans opnieuw ingekleurd. ‘Laatst moest ik nog de exacte kleur blauw van de jas van De Generaal bepalen. Toen heb ik het oorspronkelijke album erbij gehouden om deze op zicht te bepalen, maar je kan ook met een kleurboek de kleur opzoeken. Dan weet je bijvoorbeeld dat die jas 100 cyaan is. Kleurwaarden lopen van 10 tot 100.’

Geen extreme dingen
Por Dios, dat in een oplage van 30.000 exemplaren verschijnt, is bedoeld voor het hele gezin. ‘De Eppo is voor de mannelijke lezer boven de dertig, daar kan een beetje bloot of geweld in voorkomen. In Por Dios zullen we geen extreme dingen gaan doen.’ Toch is er een duidelijke wisselwerking tussen beide bladen. Dick Matena liet Van Bavel weten weer nieuwe afleveringen van zijn sciencefictionstrip Virl te willen maken. ‘In Por Dios kunnen we straks het allereerste verhaal van Virl herpubliceren om de lezer kennis te laten maken met deze strip. In de Eppo komt daarna het nieuwe verhaal. Op die manier heb je een mooie overlapping en maakt de jeugd kennis met klassiekers.’

Stripdocumentatiecentrum
De UvA heeft liever dat we spreken over De Stripcollectie van de afdeling Bijzondere Collecties, maar iedereen kent het archief als het Stripdocumentatiecentrum Nederland. Dit werd in 1970 opgericht door de Universiteitsbibliotheek Amsterdam in samenwerking met Het Stripschap. De 11 compactus-kasten van de stripcollectie zijn niet te missen in het depot in de Bijlmer, want op de eerste kast hangt een gekopieerde strippagina van de Familie Doorzon. Tegenwoordig staan de kasten op slot. Vroeger kon men met wat moeite en door verboden toegangsbordjes te negeren via het AMC in het UvA-gebouw komen. Vooral de verzameling pulpstrips, waar ook pornografische beeldverhalen onder vallen, was erg in trek. Men vermaakte zich er blijkbaar mee in de pauze, maar zat niet alleen te lezen: de eerste keer dat Van Waterschoot in het archief kwam trof hij, naast afgekloven boterhammen, pornostrips aan die dichtgeplakt zaten.

Dit artikel is gepubliceerd in VPRO Gids #3.