Categorieën
Minneboo leest Strips

Bordewijks Blokken verbeeld

De Nederlandse illustrator en stripmaker Viktor Hachmang maakte van Bordewijks Blokken een grafische roman.

Op de cd-hoes van het debuutalbum The Miseries, van de gelijknamige garagerockband met frontman Tim Knol, hangt Flipje van Tiel dronken en verloren aan een bar. De retro-futuristische jarenvijftiginrichting van het vrijwel lege drinklokaal rijmt mooi met de klarelijnstijl waarin de illustratie is getekend. Dit grappige en enigszins sneue tafereel is het werk van de Nederlandse illustrator en stripmaker Viktor Hachmang (Schiedam, 1988).

Naar eigen zeggen laat Hachmang zich inspireren door new wave-vormgeving, het elektrische kleurgebruik uit de jaren zestig en de eerder genoemde stripstijl de klare lijn. Al deze invloeden zien we in meer of mindere mate terug in de doeltreffende illustraties die hij maakte voor publicaties als The New York Times, Die Zeit, Wired en internationale luxe merken. Behalve opdrachtwerk en autonome grafiek, experimenteert de allround graficus met keramiek, textiel, sieraden én beeldverhalen.

In 2016 kwam zijn stripdebuut Book of Void uit bij de Britse uitgeverij Landfill Editions. Zijn nieuwste project, 17 april uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar, is een grafische bewerking van Blokken: de dystopische roman van Ferdinand Bordewijk uit 1931. Bordewijk beschrijft hierin het leven in een rechtlijnige, op efficiëntie ingerichte stadstaat en de onvermijdelijke tragische afloop daarvan. Met thema’s als de serveillancestaat en hoe het gebrek aan privacy ons beïnvloedt, is Blokken ook nu nog actueel.

Luchtschip ‘De Mannoth’ uit Blokken.

Vrijdagnacht is Hachmang te gast bij Nooit meer slapen. Hij vertelt onder andere over de aanknopingspunten tussen zijn grafische stijl en het werk van Bordewijk. Conform Bordewijks concept van de ‘samenleving der onpersoonlijkheid’ illustreert Hachmang de personages als uniforme, robotachtige mensen in een hoekige stijl. De oorspronkelijke tekst nam hij integraal over.

Nooit meer slapen
NPO RADIO 1, 0.00 – 2.00 uur

Geschreven voor en gepubliceerd in VPRO Gids #16 (2018)

Categorieën
Spidey's web Strips

Spidey’s web: Burengerucht

Last van zijn medebewoners heeft Peter Parker vaak gehad. Net als in Amsterdam zijn de meeste huizen in New York zeer gehorig. In Amazing Spider-Man #211 (1980) wordt Peter dan ook uit zijn slaap gehouden door de nieuwe buurman. Niet omdat hij aan het klussen is, nee, de man zingt een zeer vals deuntje en dat doet hij al uren.

Als Peter er genoeg van heeft ramt hij op de muur en schreeuwt: ‘Hey… Fella! Don’t you know it’s three in the morning?’ Waarop de buurman blij antwoordt: ‘Why NO, Ah don’t, but thanks a heap for the info, pard.’ We zien de buurman niet, maar gezien het dikke accent waarin hij spreekt en het liedje dat hij ‘zong’ over ene Maxine, is zijn Texaanse afkomst duidelijk af te lezen.

Peter besluit dat hij nu nog onmogelijk kan slapen en hoewel hij een examen in de morgen heeft af te leggen, besluit hij maar wat te gaan webslingeren om te ontspannen. Zoals we in een eerdere aflevering van deze rubriek hebben gezien, leidt zo’n tochtje vaak tot avontuur.

ASM-211-03 ASM-211-04

Overigens stopt auteur Dennis O’Neil veel humor in dit Spidey-avontuur waarin hij het uiteindelijk opneemt tegen niemand minder dan Prins Namor. Behalve de episode met de buurman, lukt het Peter eerst niet om zijn Spider-Man outfit te vinden. Als hij uiteindelijk op het punt staat om het raam uit te slingeren, blijkt hij zijn pyjamabroek nog aan te hebben. Niet veel later krijgt hij een grote hoeveelheid pekelwater over zich heen waardoor het de rest van de comic krabben is voor de muurkruiper. Het zit hem niet mee.

ASM-211-brine

Overigens pakt O’Neil in nummer 217 het schijnbaar niet belangrijke incident met de buurman op en zien we eindelijk wie de Idol in spé is:

ASM-217-08

Overigens doet dit laatste incident me denken aan een blogpost van Jooper. Die ergerde zich aan het gitaarspel van zijn buurman, want ook in zijn woonplaats zouden de huizen geluiddichter mogen zijn. Uiteindelijk bleek die buurman de sympathieke singer-songwriter Tim Knol te zijn. Dat lijkt me toch een stuk beter dan Parkers Texaanse muzikant. Aan de andere kant: geluid van de buren is op den duur altijd vervelend, zelfs als ze zulke goede zangers zijn als Knol.

Tekeningen: John Romita Jr. Inkt: Jim Mooney.

Categorieën
Mike's notities

Een avond met John Lennon liedjes

Maandagavond vond de Nowhere Boy – A night with John Lennon avond plaats in de Melkweg te Amsterdam. Nederlandse artiesten als Beatrice van der Poel, Daniël Boissevain, Marcel de Groot en Tim Knol zongen een liedje van Lennon. Popprofessor Leo Blokhuis praatte de vertolkingen aan elkaar.

De avond was georganiseerd door Het Parool en A-film, de distributeur van de film Nowhere Boy over de jonge dagen van Lennon, geregisseerd door de Engelse regisseur Sam Taylor Wood. Helaas kon ik niet bij de filmvertoningen zijn, die waren uitverkocht voordat de inkt op de kaartjes droog was. Ik was wel bij de optredens, in een afgeladen Grote Zaal in de Melkweg. En ik heb genoten.

Sinds ik The Beatles als 12-jarige ontdekte op de zolderkamer heb ik al een zwak voor de rebelste Beatle en de liefde en bewondering nam in de afgelopen jaren alleen maar toe. Toen ik vorig jaar maart in New York was heb ik dan ook Het Dakota Building bezocht en Strawberry fields in Central Park, een eerbetoon aan Lennon die jarenlang in New York woonde.


Wat de optredens maandagavond vooral duidelijk maakten is hoe krachtig Lennons composities zijn en hoe sprekend zijn teksten. Ook nu nog. Of moet ik zeggen juist nu nog, want de boodschap van Vrede in de wereld, maar ook de meer persoonlijke verhalen die in zijn liedjes zitten, zijn nu nog net zo relevant als toen. Dat vond het publiek dat de meeste teksten uit volle borst meezong, ook.

Jammer dus dat de artiesten, die allen twee liedjes ten gehore brachten, vaak moesten spieken van een blaadje. En dan nog kwamen de teksten er niet altijd foutloos uit. Ja, ja, noem mij een purist. Het stond gewoon slordig, onvoorbereid.

En dat terwijl de vertolkingen van sommige artiesten indrukwekkend waren. Tim Knol stal ieders hart met zijn vertolkingen van ‘Love’ en in de tweede set ‘Jealous Guy’. De jonge muzikant uit Hoorn met het aparte zachte stemgeluid kreeg de hele zaal stil. Kees Prins was een leuke verrassing met ‘A Hard Days Night’ en ‘Nowhere Man’.

Henk Hofstede waagde zich aan ‘Strawberry Fields’ en ‘I am the Walrus’. Het was apart om deze studionummers live te horen. Dat gold ook voor ‘Tomorrow Never Knows’ uitgevoerd door Leona – een gewaagd stukje waarbij de redelijk in de buurt wist te komen van Beatle-soundtrack, inclusief achterstevoren klinkende gitaar.

Overigens meneer Hofstede, John zong aan het einde van ‘Strawberry Fields’ “cranberry sauce”, niet “I buried Paul” wat u maandag zo ludiek aan het einde van het liedje zong. Ken uw klassiekers.

Het ging nog even mis toen Annet Malherbe te hard op de bel sloeg en deze op het podium tuimelde, een fles water omstootte en het publiek nat spatte. Niet dat dit echt de pret drukte. Rock-‘n-roll in de polder, weet je wel.

De avond werd afgesloten met ‘The Ballad of John and Yoko’ en dat was tot mijn opluchting het enige wat van Yoko hoorde. Gelukkig haalde niemand het in zijn hoofd om een imitatie Yoko neer te zetten, want hoeveel ik Lennon ook bewonder en van zijn muziek kan genieten, het feit dat hij zijn vrouw liet mee blèren op sommige tracks mag toch zeker als een dwaling worden gezien. Ach, imperfectie is wat helden menselijk maakt. En Lennon blijft een held. Ook dertig jaar na zijn voortijdige dood.

Deze tekst staat ook op het muziekblog van Zone 5300.