Posts Tagged ‘Muziekindustrie’

Film: The Beatles – Eight Days a Week

Monday, October 10th, 2016

Ron Howard regisseerde een nieuwe documentaire over de toerjaren van The Beatles.

Er is weinig wat we niet al over The Beatles weten. Er zijn denk ik meer boeken over de band verschenen dat over Hitler en Jezus, al kun je met al deze drie onderwerpen een flinke boekenkast vullen. De documentaire The Beatles: Eight Days a Week – The Touring Years heeft dan ook weinig nieuws te vertellen voor verstokte fans, toch is het een mooi document van de toerjaren van The Beatles geworden. Dit komt met name door de opgepoetste beelden en de vele amateuropnames die in de film zijn opgenomen.

Al sinds mijn twaalfde ben ik Beatles-fan. Hun muziek spreekt nog steeds tot mijn verbeelding en ik vond het daarom een groot plezier om dit interessante tijdsdocument te zien. De film wekt een warm nostalgisch gevoel op naar een tijd die lang achter ons ligt. Een tijd ver voor mijn tijd, maar waarvan de muziek al bijna mijn hele leven de soundtrack is. De film biedt een goede introductie op wie de Beatles waren en op wat voor gekte ze toentertijd losmaakten. Behalve mensen die daar bij waren, is de documentaire dus ook geschikt voor bijvoorbeeld de millennials – mensen die zijn opgegroeid met ipods en gestreamde muziek. Niet alleen mensen dus die geboren zijn lang nadat the Beatles in 1970 uit elkaar gingen, ook nog eens luisteraars die wellicht niet bekend zijn met albums.

beatles-docuMuzikale helden
The Beatles waren pioniers op verschillende vlakken. Begonnen als podiumband die urenlang muziek speelde, werden ze een enorme sensatie over de hele wereld. Paul McCartney, John Lennon, George Harrison en Ringo Starr de eerste boyband noemen is accuraat, maar doet hun muzikale erfenis erg te kort. Niet alleen schreven ze hun eigen materiaal, veel van hun nummers zijn klassiekers geworden en behoren tot de beste popmuziek ooit gemaakt. Ze waren ook de eerste band die in stadions optraden, omdat er teveel mensen een kaartje wilden hebben.

Nadat ze jaren getoerd hadden, gaven ze daar in 1966 de brui aan. Niet zonder reden, want ze konden zichzelf niet horen spelen: daarvoor gilde het publiek veel te hard. Dit wordt mooi geïllustreerd door de film heen maar vooral in het 30-minuten durende segment na de aftiteling waarin we The Beatles tijdens hun optreden in Shea Stadium zien.

Minder gegil
De geluid – en beeldrestoratie is goed gelukt en eigenlijk voor het eerst kunnen we in die live-opnames de band goed horen. Ze slagen er wonderwel in goede muziek te maken zonder dat ze monitors hadden en het eigenlijk de vraag was of het publiek überhaupt wel kon horen wat ze zeiden en zongen. Tegelijkertijd maken de Fab Four tijdens het optreden in Shea Stadium ook een enigszins knullige indruk op dat podium. Zeker als je hun show vergelijkt met de gelikte optredens van grote popsterren nu. Niet alleen lijkt het alsof ze ter plekke bedenken wat ze zullen gaan spelen, de tussentekstjes zijn bijna knullig en vooral George staat er wat verloren bij. Let wel: dit is misschien wel de belangrijkste band uit de geschiedenis van de popmuziek.

beatles

Na hun podiumperiode pionierden The Beatles door in de studio, waarin ze experimenteerden met muziek en prachtige albums maakten. Dit is de periode van The Beatles die ik muzikaal het interessantst vind en de albums die ik het vaakst luister. Neemt niet weg dat zelfs in de periode dat ze hap-snap albums opnamen tussen de optredens door, ook prachtige nummers zitten.

Behalve Paul en Ringo komen George en John aan het woord via archiefbeelden. Ook worden er enkele bekende Britten en Amerikanen aan het woord gelaten. Sigourney Weaver was aanwezig bij een van de concerten. Ze had zich extra netjes aangekleed omdat ze hoopte dat de bandleden haar zouden opmerken. Net als alle andere bakvissen in het publiek natuurlijk.

Zwart-wit
Wat de film mijns inziens typisch Amerikaans maakt is de opmerking van Woopi Goldberg die iets zegt in de trant van dat ze zich door The Beatles geaccepteerd voelde als zwarte vrouw. ‘Ik zag The Beatles nooit als vier witte mannen, maar gewoon als mannen’. Interessanter is het concert in Jacksonville waar de vier Beatles weigerden op te treden als blank en zwart inderdaad gesegregeerd in de zaal zou zitten. Toen maakten ze dus al politieke statements. Ze kregen hun zin en traden op voor een gemengde zaal. Een vrouw die aanwezig was bij het concert vertelt hoe bijzonder het voor haar was om zo tussen blanke mensen te kunnen zitten bij een concert. We zijn vijftig jaar later inmiddels, maar dit soort politieke issues zijn nog steeds zeer actueel in de Verenigde Staten.

The Beatles: Eight Days A Week – The Touring Years is vanaf 20 oktober te zien in de bioscoop en wordt uitgebracht door September Film.

Review: The Fifth Beatle, The Brian Epstein Story

Wednesday, February 19th, 2014

When I was a teenager I found my father’s Beatles record collection in the attic (we’re talking vinyl, by the way). Ever since then, to me The Beatles has been the most important band on earth, ever. To this day, their music resonates within my soul, forming a large and interesting part of the soundtrack of my life. I guess everyone will be familiar with the Fab Four from Liverpool, so no further introduction is needed. Unfortunately, often the same can’t be said about their manager, Brian Epstein, who is far lesser known than John, Paul, George and Ringo.

The Beatles having a grand ol time. In the reflection of the car window we see Brian Epstein, staying behind.

The Beatles having a grand ol time. In the reflection of the car window we see Brian Epstein, staying behind.

One could fill a library with the large number of books that have been published about the Beatles over the years. In the last couple of years, a couple of comic books about the boys from Liverpool came out and now there is The Fifth Beatle: the Brian Epstein Story to complement the lot. Graphic biographies are quite the trend in comic book land, it seems, and while generally speaking most of them are a bit stale and predictably follow the high and low points of someone’s life, some of them offer a good read. Fortunately, The Fifth Beatle, written by Broadway theatre producer Vivek Tiwary and expertly drawn by Andrew C. Robinson, is one of the latter category.

The book tells the story of the young and talented Brian Epstein who saw the Beatles play in the basement club The Cavern in Liverpool in 1961, when he was twenty-seven years old. Brian was running his family’s music store and had tried his hand at fashion design before that. He decided to manage the Beatles and thanks to Epstein’s perseverance and vision they became an international success. Tiwary tells a very layered tale, not shying away from the dark episodes of Epstein’s life. Epstein was a gay man living in an area in which, according to British law, being gay was illegal. Even though he successfully managed the Beatles and other popular British acts, Brian kept focusing on his mistakes, feeling out of place and lonely, and trying to find a place to belong. He became addicted to drugs. Brian died at age 32, accidentally overdosing on sleeping pills.

The book focuses on Epstein, letting the Beatles play second fiddle, which is fine, because Epstein’s story deserves to be told.

I like the fact that Tiwary uses juxtaposition as a literary device. In a brilliantly executed sequence Epstein is meeting Colonel Tom Parker, Elvis’s manager, for lunch. Parker is depicted as a greedy, ruthless and red-eyed devil who wolfs down his food, while Brian is shown to be a modest, well-mannered gentleman who hardly touches the grapefruit he ordered.

Robinson uses a very lively style that sits between caricature and realism, which works well with Tiwary’s tone of voice, which is serious and witty at the same time.

Cartoonist Kyle Baker got to draw some of the more unfortunate episodes in the history of the Beatles, like their troublesome tour in the Philippines and the backlash from John Lennon’s infamous ‘We’re bigger than Jesus!’ comment. Baker uses a cartoon-y drawing style that pays homage to the Beatles cartoon series, and the overall tone of this section of the book is brighter and funnier. In my opinion, since it doesn’t match with the rest of the book stylistically, it could have been left out.

Brian in awe of the Beatles.

Brian in awe of the Beatles.

‘As it turns out,’ the writer explains in his afterword, ‘almost everything in the pages you’ve just read actually did happen. But conveying the truth – while important – has never been my primary goal. My goal with The Fifth Beatle is to use 130 pages of my words and Andrew C. Robinson’s gorgeous art to reveal not just the facts but the poetry behind the Brian Epstein Story.’ As far as I am concerned, Tiwary succeeded very well in his intention. The Fifth Beatle is an interesting graphic poem.

This review is published on the blog of the American Book Center.

Neil Gaiman: ‘In het digitale tijdperk moeten we zo veel mogelijk zaaien’

Wednesday, April 24th, 2013
Neil Gaiman. Bron: Neilgaiman.com

Neil Gaiman. Bron: Neilgaiman.com

‘Wie heeft zijn favoriete schrijver ontdekt door een boekwinkel in te stappen? En wie heeft zijn favoriete schrijver ontdekt doordat iemand je erop wees, je een exemplaar gaf of omdat je zijn werk toevallig in de bibliotheek tegenkwam omdat je oog op een omslag viel? Meestal vinden we de mensen waar we het meest van houden niet door werk van ze te kopen. We komen ze toevallig tegen, we ontdekken ze… we ontdekken dat we van hun werk houden….’ Dat is even, vrij vertaald, een van de interessante opmerkingen die auteur Neil Gaiman maakte in zijn keynotespeech op de Digital Minds Conference 2013. Maakte en maakt, want dankzij deze registratie, kun je de speech in zijn geheel horen en bekijken.

Gaiman is er zelf heel tevreden over, en niet onterecht. Een speech over het boek in het digitale tijdperk, over het ontdekken van schrijvers, over hoe de industrie, de uitgevers, platenmaatschappijen, schrijvers en kunstenaars zich moeten aanpassen aan digitale vormen van publicatie, en bovenal hoe we ons geluid kenbaar maken in een wereld waarin we een overdosis aan informatie krijgen. En over een leuk twitteravontuur en een lunch met stripmaker Art Spiegelman.

Gebruikmaken van sociale media betekent volgens Gaiman dat we zo veel mogelijk zaadjes moeten zaaien. Sommigen komen uit, anderen niet. Er is geen formule voor wat werkt en wat niet. De ene keer scoor je op Twitter, dan andere keer blijven de reacties achter. Probeer alles, durf te falen.

Home taping didn’t really kill music. Music’s out there doing just fine. More of it’s actually being made than ever, but the trick is becoming to find the good stuff. And for people who make the music to figure out how to monetize what they’re doing.

Kijk maar:

Wat ik goed vind aan Gaimans speech is niet alleen dat hij interessante ideeën presenteert, maar dat hij een verhaal vertelt. Hij verschuilt zich niet achter zijn uitgetypte speech en leest deze levenloos voor. Nee, hij kijkt zijn publiek aan, neemt zijn tijd en ontvouwt het verhaal alsof hij het ter plekke in hem opkomt. Prachtig.

Tot slot nog even deze video, waarin Gaiman zijn liefde voor het boek als fysiek object duidt.