Posts Tagged ‘Seriemoordenaars’

Ik, moordenaar

Monday, May 22nd, 2017

De openingsscène uit Ik, moordenaar hakt er meteen goed in:

De tekeningen in Ik, moordenaar zijn, net als de ziel van hoofdpersoon Enrique Rodríguez Ramírez, inkt en inktzwart. Ze passen dus goed bij zijn belevingswereld en visie op leven en dood.

Ramírez doceert kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Baskenland. Op 53-jarige leeftijd is hij op het hoogtepunt van zijn carrière. Hij staat op het punt hoofd te worden van zijn afdeling, maar hij valt ten prooi aan academische rivaliteit. Zijn studiegroep getiteld ‘Lichamelijk geweld in de westerse schilderskunst’ onderzoekt het werk van Bruegel, Grünewald, Goya, Rops, Dix, Grosz, Ensor, Munch en Bacon. Maar zijn echte passie is radicaler: Ramírez verheft moord tot een van de Schone Kunsten. Tenminste, dat vindt hijzelf.

In tegenstelling tot fictieve seriemoordenaars als Dexter, die zijn moordlust gebruikt om de wereld te ontdoen van misdadigers, roept Ramírez echter geen enkele sympathie op bij de lezer.

Ramírez heeft enkele basisregels waaraan de kunst van het moorden moet voldoen. Een van die regels is dat de moord hem geen persoonlijk gewin mag opleveren. Dat zou hem immers ook makkelijk verdacht maken. Zijn meest creatieve moord, als je het zo wilt noemen, is de zogenaamde puzzelmoord: hij hakt zijn slachtoffer in stukken stuurt deze onderdelen naar verschillende adressen op.

Uiteindelijk zal ook deze ‘kunstenaar’ moeten lijden voor zijn kunst. Hoe dat precies uitpakt, lees je dus in Ik, moordenaar van Antonio Altarriba & Keko.

Winnaar van de Grand Prix de la Critique ACBD 2015 en de Prix BD Polar 2015.

Antonio Altarriba & Keko. Ik, moordenaar
Scratch Books, € 24,90

[hr]

Daarom Minneboo leest:
Als stripjournalist wil ik zoveel mogelijk strips onder de aandacht brengen. Daarom heb ik de rubriek Minneboo leest in het leven geroepen, om te laten zien hoe rijk en divers het medium strip kan zijn. De artikelen in deze rubriek zijn geen recensies (die teksten staan gepubliceerd in de bijhorende rubriek), maar kunnen thematisch zijn, een interview, een tekenstijl belichten of simpelweg een nieuwe uitgave kort aanstippen.

Mijn vriend Dahmer: Seriemoordenaar in de klas

Wednesday, March 25th, 2015

Stripmaker Derf Backderf zat op de middelbare school met latere seriemoordenaar Jeffrey Dahmer en maakte daar een aangrijpende striproman over. ‘Ik zorgde ervoor dat ik nooit alleen met hem was.’

Jeffrey Dahmer (1960-1994) werd op 22 juli 1991 in Milwaukee, Wisconsin gearresteerd voor de moord op zeventien jonge mannen. In zijn appartement werden verminkte stoffelijke overschotten gevonden. Dahmer had seks met de lijken, soms at hij ze. Al in zijn tienerjaren werd Dahmer geplaagd door extreme fantasieën waarin hij seks had met dode mannen. Deze fantasieën en zijn fascinatie voor anatomie, maakten van hem een monsterlijke moordenaar die zijn slachtoffers zocht in de homoscene. In Mijn vriend Dahmer vertelt de Amerikaanse stripmaker Derf Backderf op indringende wijze over Dahmers jeugd.

Derf Backderf. Foto: Michael Minneboo

Derf Backderf. Foto: Michael Minneboo

In de jaren zeventig zat Backderf met Dahmer op de Revere High School in Ohio: ‘De eerste keer dat Dahmer me opviel was op junior high school. Hij was gewoon een van die stille, nerdy kinderen. Sociaal gehandicapt en een beetje vreemd. Maar dat geldt voor veel kinderen. Ik was zelf ook zo’n nerdy joch,’ herinnert Derf zich terwijl hij in een kop koffie in Café Americain roert. Amsterdam is de laatste halte van zijn Europese promotietour. ‘Later werd zijn gedrag buitensporiger en viel het meer op.’ Dahmer verwierf een dubieuze status op school door in het openbaar epileptische aanvallen te veinzen en het spraakgebrek en de spastische tics van iemand met hersenbeschadiging na te apen. Backderf en zijn vrienden deden dit na en vormden een soort van fanclub. ‘Vergeet niet dat we in een klein stadje woonden waar we ons dood verveelden, er was geen reet te doen. We grepen alles aan wat de verveling doorbrak en Dahmers act zorgde daarvoor. We moesten daar erg om lachen en dat moedigde hem aan ermee door te gaan. Hij begon bij ons rond te hangen.’ Later ontdekte de stripmaker dat Dahmer zijn moeder imiteerde. Joyce Dahmer was geestesziek en had last van spastische aanvallen.

Dahmer-backderf

dahmer-06Stokslagen
Backderf zet in de striproman op effectieve wijze zijn relatief normale thuissituatie tegenover die van Dahmer wiens ouders een vechthuwelijk hadden. Oog voor Jeffrey hadden ze niet. Toen hij geplaagd werd door seksuele fantasieën waarvan hijzelf ook wel wist dat deze niet normaal waren, probeerde Dahmer zijn geest te verdoven door zich elke dag vol te gooien met alcohol. ‘Anderen over zijn fantasieën vertellen was geen optie, want dan had hij ook moeten zeggen dat hij homoseksueel was. In de jaren zeventig kwam je als tiener op de middelbare school niet uit de kast. Dahmer kon niet bij zijn geesteszieke moeder terecht, noch bij zijn vader die antihomo is. Hij stond er altijd alleen voor en dat is de vloek van zijn leven.’

De stripmaker verbaast zich in zijn boek over het feit dat volwassenen niets doorhadden. De leraren merkten niet dat Dahmer stomdronken in de klas zat. Slechts één keer werd hij betrapt. Vreemd genoeg liet de rector Dahmer kiezen tussen zijn ouders op de hoogte brengen of tien stokslagen. Dahmer koos voor het laatste. ‘Deze scène toont goed hoe ze toentertijd met drugs- en drankgebruik omgingen. Als de school simpelweg zijn ouders op de hoogte hadden gesteld, waren dingen misschien anders verlopen. Al vermoed dat ik dat Dahmer toen al niet meer te redden was.’

Dahmer_03_stokslagenDe scène zit niet in de Amerikaanse editie, wel in de Nederlandse en andere vertalingen. ‘Daar zit geen complot achter, hoor. Ik kwam pas over dit incident te weten toen het boek al bij de drukker lag. Dahmer had in het televisie-interview met Stone Phillips wel verteld dat hij een keer gestraft was voor zijn drankgebruik, maar gaf geen details. Na alles wat hij had gedaan, schaamde Dahmer zich voor het feit dat hij als tiener stokslagen tegen zijn kont had gekregen. Nogal opmerkelijk.’

De geschiedenis van Dahmer zit vol met momenten waarin hij de dans ontspringt. Backderf toont dat Dahmer midden in de nacht door de politie wordt aangehouden omdat hij, onder invloed, tijdens het autorijden slingerde. Een van de agenten ziet de vuilniszakken liggen waarin Dahmers eerste slachtoffer zit, maar opent ze niet. Hij gelooft Dahmers leugen dat hij ‘s nachts wat afval naar de vuilnisbelt brengt omdat hij niet kan slapen en laat hem gaan.

dahmer_05
Bloedeloos
Overigens laat Backderf niets van de moord zien. ‘Dat verhaal is al vaak verteld, zeker in de Verenigde Staten. Er zijn zo’n tweehonderd boeken over Dahmers misdaden, iets van vijf films. Ik vertel graag iets nieuws. Niet het verhaal over het monster, maar dat van de getroebleerde jongen die een monster wordt. Zodra Dahmer gaat moorden verlies ik mijn interesse in hem.’
Vanaf het moment dat Dahmer in 1994 werd vermoord door een medegevangene, maakte Backderf enkele korte verhalen over hem. Hij bracht in eigen beheer een comic van 24-pagina’s uit, maar was daar niet heel tevreden over. Voor de graphic novel deed hij uitgebreid research. Backderf sprak met oud-klasgenoten, docenten, nam politie- en FBI-dossiers en interviews met Dahmer door en baseerde veel op zijn eigen herinneringen, foto’s en dagboeken uit die tijd. Voordat uitgeverij Abrams het wilde uitgeven had Backderf met zijn idee bij zo’n beetje iedere stripuitgeverij aangeklopt. ‘Waarschijnlijk dachten ze dat het een boek over kannibalisme en necrofilie zou worden, daar denken de meeste mensen aan als ze de naam Dahmer horen. Ze geven misschien een zombiekookboek uit, maar op de een of andere manier schrokken ze hiervan terug. Wellicht vonden ze mijn tekenstijl niet goed. Dat kan natuurlijk ook.’

Backderfs cartooneske tekenstijl lijkt niet helemaal te rijmen met de waargebeurde vertelling, maar je zou ook kunnen stellen dat die stijl het zware onderwerp beter verteerbaar maakt. ‘Misschien. Ik teken op de manier waarop ik kan tekenen. Het was geen artistieke keuze. Voor dit boek heb ik geprobeerd realistischer en meer rechttoe rechtaan te tekenen dan in mijn eerdere werk. I was trying to draw my ass off. Het is het beste wat ik op dat moment kon maken.’

dahmer_coverIn de epiloog van de striproman verneemt Backderf van zijn vrouw, die net als hij journalist is, dat Dahmer is gearresteerd voor een reeks moorden. ‘Op dat moment komt je hele schoolverleden volledig in een ander daglicht te staan, op een zeer sinistere wijze. Daar hebben we allemaal problemen mee gehad en heel wat slapeloze nachten. Vooral het besef hoe dichtbij we bij die eerste moord zijn geweest. Je vraagt je toch af of je zelf ooit gevaar liep. De laatste paar jaar op de middelbare school was ik steeds behoedzamer bij Dahmer. Ik zorgde ervoor dat ik nooit alleen met hem was. Instinctief voelde ik aan dat er iets mis met hem was. Ik vertrouwde hem niet.’

Derf Backderf. Mijn vriend Dahmer
Scratch Books.

[hr]

Derf Backderf
John ‘Derf’ Backderf (Richfield, 1959) is een gelauwerd stripmaker, politiek cartoonist en journalist. Zijn strip The City, een rauwe, politieke satire op het leven in de grote stad, liep van 1990 tot 2014 en is in meer dan 140 weeklys gepubliceerd. In 2009 kwam Punk Rock and Trailer Parks uit, een hilarisch verhaal over het punktijdperk in Akron, Ohio. Onder de titel Trashed maakt hij een serie stripverhalen geïnspireerd op het jaar dat hij als vuilnisman werkte.

Dit artikel is gepubliceerd in VPRO Gids#11 (2015).

Review: My Friend Dahmer by Derf Backderf

Saturday, February 14th, 2015

Comic book artist Derf Backderf will make a personal appearance at the American Book Center in Amsterdam this Sunday, February 15th, to promote his intriguing portrait of serial killer Jeffrey Dahmer.

On July 22nd 1991 serial killer Jeffrey Dahmer was arrested for the murder of seventeen young men. An inmate killed him on November 28th three years later. In the highly compelling and original graphic novel My Friend Dahmer comic book artist Derf Backderf looks back on his high school years and his friendship with classmate Jeffrey Dahmer.

dahmer_coverThe weird kid
Backderf shows that Dahmer lived an isolated life during his high school years in the mid-seventies. Classmates thought the tall guy with glasses was quite strange: Dahmner threw fake epileptic fits and mimicked the slurred speech and spastic tics of someone with cerebral palsy. Dahmer’s act made him somewhat of a celebrity in school, or a mascot, as Backderf describes it. Backderf himself was part of the so-called Dahmer fanclub, imitating his movements and Dahmerisms with his friends. The high point of this act and Dahmer’s questionable celebrity status at school would be a Saturday in which schoolmates paid Dahmer to act this way during a visit to the mall. The students would look on from a short distance as Dahmer freaked out innocent shoppers and shop personnel.

Dahmer-backderfLater Backderf would discover that Jeffrey was imitating his mother, Joyce Dahmer, a woman plagued with depression and who had terrible fits. Dahmer’s home life wasn’t really pleasant: his parents fought most of the time until they decided to get a divorce, which became rancorous. Busy with their own problems they ignored Jeffrey all together, and he kept his homosexual tendencies to himself. He kept them hidden from everyone, but that wasn’t uncommon in the seventies. Of course, being gay doesn’t make one a serial killer, but when Damher fantasized about male lovers, they were dead and he had sex with their bodies. In Junior Year of high school Jeffrey took to drinking. Knowing too well his sexual urges were sick and twisted, he tried to dull these urges with alcohol.

‘How did he get away with being stinking drunk during school hours?’ Backderf asks in his graphic novel. ‘It still blows my mind. Every kid knew what Dahmer was doing… But not a single teacher or school administrator noticed a thing. Not one. Where they really that oblivious? Or was it that they just didn’t want to be bothered?’

Backderf makes a case for the adults being absent one way or another as the reason Dahmer’s descent into becoming a murderous monster was never noticed by anyone. ‘”I can’t say there were any signs he was different or strange,” one of the school guidance counselors would later state’, Backderf writes. After graduating high school Dahmer got even more isolated and shed his humanity forever. Soon he would pick up an innocent hitchhiker who became his first victim.

dahmer_02Cult classic
Backderf worked on this story for years. He self-published a comic about Dahmer in 2002. That 24-page story has become something of a cult classic and got nominated for an Eisner Award. Still, Backderf wasn’t really happy with that version of the story. Because of the 24-page limit, he had left a lot of stuff out, and that’s why he decided to make a full graphic novel. After becoming a more skilled artist by making his graphic novel Punk Rock & Trailer Parks and doing extensive research – talking to dozens of former classmates and teachers, reading FBI and police files and interviews with Dahmer – he started on My Friend Dahmer.

I found the book to be very fascinating. How often do we get to know a serial killer up-close through the eyes and memories of one of his classmates? There is an interesting tension between the complex and nuanced way Backderf tells his story and his somewhat crude and cartoon-style drawings. Backderf style works somewhat as a comic relief and at the same time points out that what we get here is his side of the story, his vision on Dahmer’s youth.

Derf Backderf

Derf Backderf

Interestingly Backderf doesn’t show any of the murders. Maybe that’s because he didn’t want to please those readers with a morbid curiosity. But maybe part of the reason is that Backderf could never see his odd high school friend as the killing monster capable of such atrocities.

Personal appearance of Backderf in ABC
It’s a question I like to ask the comic book artist, and on Sunday the 15th I will. Derf Backderf will be making a personal appearance at the American Book Center in Amsterdam that day at 15.00 hours, where I am going to interview him. The audience can ask questions as well. I hope to see you there.

Column: Batman versus Dexter

Monday, March 4th, 2013
Illustratie: Paul Stellingwerf

Illustratie: Paul Stellingwerf

Inmiddels ben ik weer bijgekomen van het slot van seizoen zeven van de prachtserie Dexter, maar dat heeft wel heel wat koude douches gekost. Het ging er dan ook heet aan toe: Dexter kreeg een bloedmooi vriendinnetje met een voorkeur voor giftige maaltijden, de sterke arm der wet zat hem erg dicht op de huid en zusje Debra werd steeds meer opgeslokt door de duistere schaduw van haar broer. Wat dit seizoen bovenal boeiend maakt, is het feit dat Dexter Morgan steeds meer dubieuzer gedrag vertoont. En dat zegt wat over een serie waarin een seriemoordenaar de hoofdrol speelt.

Dexter is een moordenaar in de goede zin des woords: hij vermoordt alleen maar misdadigers die hun straf weten te ontlopen. Verder is Dex tamelijk ongevaarlijk, want hij werkt volgens een code. Wanneer onomstotelijk vaststaat dat zijn beoogde snijtafelgast daadwerkelijk de misdaden heeft gepleegd waar hij of zij van verdacht wordt, slaat hij toe.

Wat dat betreft is Dexter vergelijkbaar met een moderne superheld als The Punisher. Sterker nog: in veel opzichten is Morgan een efficiëntere misdaadbestrijder dan bijvoorbeeld Batman. Net als Dexter zag Bruce Wayne op jonge leeftijd zijn ouders vermoord worden. Dit heeft Wayne voor het leven getekend: hij zal al zijn middelen inzetten om de misdaad te bestrijden, maar in tegenstelling tot Morgan doet Bats dit zonder bloedvergieten. Zo weigert hij al jaren zijn aartsvijand de Joker de nek om te draaien. Dat lijkt nobel, maar is het natuurlijk niet, want nadat Bats hem gearresteerd heeft, weet de eeuwig grijnzende psychopaat iedere keer weer uit het gekkenhuis te ontsnappen om tig nieuwe slachtoffers te maken. Kleeft het bloed dat de Joker vergiet daarom niet net zo goed aan de handschoenen van Batman? Is Bats niet medeplichtig aan de stapel lijken die de Joker creëert? Dexter zou voorgoed een einde maken aan deze eindeloze stroom slachtoffers.

In 'Return of the Dark Knight' draait de Joker uiteindelijk zijn eigen nek maar om. Illustratie: Frank Miller.

In ‘Return of the Dark Knight’ draait de Joker uiteindelijk zijn eigen nek maar om. Illustratie: Frank Miller.

Recent leerde Dexter dat hij zijn code helemaal niet nodig heeft om te moorden, dat deze een fictie is, bedacht door zijn vader om de hem in het gareel te houden. Alle kinderen zetten zich immers ooit af tegen pa en Dexter is daarin geen uitzondering. Nu kan Dex zijn bloeddorst lessen met wie hij maar wil. Dat kan een voordeel zijn, bijvoorbeeld als hij besluit wansmakelijkheid te bestraffen. In dat geval hoeven we in de toekomst nooit meer de vocale diarree van Jantje Smit aan te horen of te kijken naar Rutger Castricum – op hun eigen manier immers ook een soort jokers. Aan de andere kant maakt dit dat Dexter niet langer zindelijk is: als je hem in de supermarkt even verkeerd aankijkt kun je de volgende op zijn lijst zijn. Misschien is Batman uiteindelijk toch een veiliger oplossing.

Deze column is in Schokkend Nieuws #100 gepubliceerd.

Ruijters en De Haan signeren in Lambiek

Tuesday, June 15th, 2010

Ben je na het lezen van het interview met Marcel Ruijters nieuwsgierig geworden naar Roadkill, of naar de stripmaker zelf? Kom dan vrijdagmiddag tussen 15 en 18 uur naar stripwinkel Lambiek in Amsterdam. Zone-collega Sandra de Haan signeert er ook.

De Haan signeert haar stripalbum Hokjesdenken, wat eigenlijk haar eerste echte album van  is. Na vijf in eigen beheer uitgebrachte comics in de reeks TeeVee BlablaZee werd
het tijd voor een dikker boek. Hokjesdenken telt 104 pagina’s en bundelt Sandra’s beste strips van 2005 tot 2010. Een deel was al eerder te lezen op www.sandradehaan.nl en in Zone 5300.

Autobiografische scènes en dialogen vormen de hoofdmoot van Hokjesdenken, al betekent dat zeker niet dat alles waar gebeurd is. De werkelijkheid is namelijk
maar één van de ingrediënten die aan de tekentafel in de blender gegooid worden, samen met een scheut fantasie, betweterij, borrelpraat, wishful thinking en absurde wendingen.

Absurd mag je ook het thema van Roadkill noemen, waarin Marcel Ruijters seriemoordenaars en hun auto portretteert. Ik sprak hem hier recent uitgebreid over voor Het Parool. (Al mag je het thema natuurlijk ook grappig, apart of eigenzinnig noemen. Dat laat ik geheel aan je eigen smaak over.)

Wil je vrijdag 18 juni je favoriete seriemoordenaar laten signeren, kom dan langs bij stripwinkel Lambiek in de Kerkstraat 132 te Amsterdam, tussen 15 en 18 signeren de twee Zone-tekenaars hun strips.

Roadkill: Portretten van seriemoordenaars en hun auto

Monday, June 14th, 2010

Ted Bundy, Ed Gein en zelfs Marc Dutroux hebben een plaatsje gekregen in het boekje Roadkill: een reeks karikaturale portretten van seriemoordenaars en hun auto’s, dat dit weekend op de Stripdagen Haarlem uitkomt. Stripmaker Ruijters: ‘Het is een heel zwart soort humor.’

Omdat stripmaker Marcel Ruijters (1966) in zeer uiteenlopende stijlen tekent, is hij niet makkelijk met één beeld te duiden. Hij maakte zowel opdrachtwerk voor Sesamstraat maandblad, als een eigenzinnige, humoristische stripbewerking van De goddelijke komedie van Dante Alighieri. Voor Inferno en Sine Qua Non, het album daarvoor, liet de stripmaker zich inspireren door de middeleeuwen en tekende in de stijl van houtsneden uit die periode.

Dansende geraamtes
‘Mijn tekeningen zijn meestal een combinatie van luguber en grappig,’ zegt Ruijters. ‘Ik ben gefascineerd door afbeeldingen van de dood. Ik hou erg van middeleeuwse plaatjes met dansende geraamtes. Ik word daar heel vrolijk en speels van. Dat heb ik al sinds mijn vroege jeugd, toen ik drie was tekende ik al geraamtes en draken.’ Het alternatieve stripwerk van Ruijters maakt dat sommigen een verkeerd beeld van de stripmaker hebben: ‘Mensen denken vaak dat ik een heel depressief iemand ben, maar ik denk dat de meesten die wat heftiger onderwerpen behandelen in hun muziek of strips, juist heel goed zijn in het uitbannen van hun demonen. Ze staan juist prettig in het leven.’

Ruijters begon zich in de jaren negentig al voor het onderwerp seriemoordenaars te interesseren. Het was toen een populair onderwerp: enkele prominente killers waren filmhelden en er kwamen veel true crime-boeken uit. ‘Ik heb indertijd wel een meter van die boekjes gelezen. Vaak zijn het quickies die uitkomen omdat er net een bepaalde rechtzaak in het nieuws is. Op een gegeven moment heb je daar wel een beetje genoeg van, want ze bestaan vooral uit feitelijke beschrijvingen van politierapporten, waar zelden intelligente conclusies uit worden getrokken.’

Cover van Road Kill met Ted Bundy en z'n Volkswagen.

Voorstudie
Ruijters publiceerde in die tijd een serie boekjes onder de naam Mandragoora, waarvan het laatste deel portretten van seriemoordenaars bevatte. Eigenlijk een voorstudie van zijjn nieuwe boek Roadkill.
Seriemoordenaars koppelen aan hun favoriete auto’s? Ruijters wijt het aan zijn zwarte gevoel voor humor. Iedere geportretteerde boosdoener wordt dan ook middels een introductie, doorspekt met relativerende opmerkingen, ingeleid.

Het uitgangspunt van Roadkill spreekt tot de verbeelding. ‘Ik ben altijd bezig met het maken van combinaties die prikkelen,’ zegt Ruijters. ‘Het is voor mij de sport zoiets helemaal uit te werken. Je kunt er één cartoon van maken en er dan klaar mee zijn, maar ik vind het interessant om te zien hoe ver je dingen kunt doordrijven.’

Volkswagen
Toch is de thematische combinatie tussen de plegers van meervoudige moorden en hun voertuigen zo gek nog niet: ‘Sommige killers hebben echt een fetisj voor hun auto. Ted Bundy was bijvoorbeeld erg van de Volkswagen. Een vrij ongewone keuze.’ Bundy’s collega-moordenaars zijn over het algemeen minder creatief wat hun autokeuze betreft. Het merk Ford is het populairst, aldus Ruijters. ‘Bundy had een geaffecteerd Brits accent. Hij was een ontzettende snob. Ik denk dat zijn keuze voor de Volkswagen daar mee te maken heeft. Hoe Europeser, hoe beschaafder, denken sommigen. Dat idee wilde hij volgens mij cultiveren.’

Bundy had zijn arm in het nep gips zitten en droeg een mitella. Hij lokte vrouwen naar zijn Kever door te doen alsof hij hulp nodig had met het inladen van de boodschappen. Vervolgens sloeg hij ze dood met een breekijzer en reed hij naar het bos om zijn necrofiele passie op hen te botvieren.

Amerikaanse droom
Het gedrag van meervoudige moordenaars is fascinerend, vindt Ruijters: ‘Het zijn mensen die zich op de meest radicale manier buiten de maatschappij plaatsen. Op sociaal vlak plegen ze zelfmoord. Als ze gepakt worden, belanden ze in het allerdiepste afvoerputje van de strengste gevangenis. Dat risico nemen is eigenlijk volslagen idioot. Men heeft altijd het antwoord gezocht op de grote vraag waarom ze het doen.’

Een sociologische verklaring voor dit afwijkende gedrag gaf Elliott Leyton in het boek Hunting Humans. ‘Leytons verhaal houdt nog steeds redelijk stand,’ zegt Ruijters. ‘Leyton keek naar sociale klasse. Over het algemeen maken seriemoordenaars deel uit van de sociale middenklasse. Als de Amerikaanse Droom een fabel blijkt, als iemand zijn baan verliest of er achterkomt dat hij op sociaal vlak niet verder kan stijgen, dàt is het moment dat men doordraait en gaat moorden. Daarnaast zijn er ook andere factoren die mee kunnen spelen, zoals misbruik in de jeugd of een klap tegen het hoofd waardoor mensen stoornissen ontwikkelen.’

Kemper
Van het gezelschap sociaal gestoorden in Roadkill is Edmund Emil Kemper III de favoriet van de stripmaker. Lachend: ‘En niet alleen vanwege zijn naam die natuurlijk mooi past in een boekje over auto’s. De meeste moordenaars genieten van hun werk en proberen het zo lang mogelijk vol te houden. Kemper is interessant omdat hij de enige is die er op een gegeven moment genoeg van had en zichzelf heeft aangegeven.

Kemper werkte voor het California Department of Highways. Hij had veel vrienden bij de politie en gaf ze vaak een rondje in het café. Toen Kemper de politie belde en vertelde dat hij zojuist zijn moeder had vermoord, geloofden ze hem niet. Hij moest echt even op ze inpraten. Kemper is ook interessant omdat hij heel erg intelligent is. Meestal wordt het intelligentiepeil van seriemoordenaars in films vreselijk overdreven. Kemper was zo intelligent om te concluderen dat het nergens naartoe ging.’

Edmund Emil Kemper III, de 'intelligente' seriemoordenaar.

Slordig rijgedrag
De meeste seriemoordenaars lopen uiteindelijk tegen de lamp, soms omdat ze slordig te werk gaan of door dom gedrag. Niet zelden heeft de aanhouding te maken met hun voertuig. ‘Ze worden vaak door een stommigheidje gepakt, bijvoorbeeld omdat ze in een auto rondrijden zonder nummerplaten. Dat is echt een klassieker. Of ze rijden gewoon heel erg slordig. Dan worden ze aangehouden en wil de agent ook even in de kofferbak kijken. En daar ligt dan een lijk in.’

Zelf heeft Ruijters het niet zo op auto’s. Net als veel stripmakers heeft hij niet eens een rijbewijs. Automerken interesseren hem ook niet. Ruijters: ‘Eigenlijk kon ik helemaal geen auto’s tekenen. Ik ben meer van de organische vormen, en mijn auto’s zien er eigenlijk altijd een beetje uit als Dinky Toys waar iemand op is gaan staan.’ Naast een interesse in het onderwerp, was de grafische uitdaging dus een tweede reden voor hem om Roadkill te maken. Ruijters: ‘Het zijn natuurlijk karikaturen, want dat is de enige manier waarop ik het kan tekenen. Een realistische stijl zal me nooit lukken.’

Naar eigen zeggen tekent Ruijters al vanaf zijn zevende jaar strips. Tekenen zit in de aard van het beestje: ‘Ik ben erfelijk behept. Mijn vader is creatief en mijn grootvader heeft ook geschilderd.’ Na het vroegtijdig verlaten van de kunstacademie in Maastricht begon hij eind jaren tachtig met het uitgeven van small-pressboekjes. Ruijters wordt nu nog steeds gezien als een van de pioniers uit die tijd. ‘Het in eigen beheer uitgeven kwam deels voort uit de punkbeweging. Ik was zelf niet van de punk, ik hield van Kraftwerk, maar de mentaliteit van zelf dingen maken vond ik wel helemaal goed.’ Hoewel zijn werk allang wordt uitgegeven door gerenommeerde uitgeverijen, breekt Ruijters nog graag een lans voor dat idee: ‘Je kunt natuurlijk schilderen en met een beetje geluk, twee of drie keer per jaar exposeren. Maar daar komt doorgaans geen hond naar kijken. Als je 200 boekjes maakt dan kunnen 200 mensen kennisnemen van je werk, ook over de grens.’

Nu Roadkill af is, keert Ruijters binnenkort weer terug naar de middeleeuwen. Hij gaat namelijk een striproman met de werktitel Alle heiligen tekenen: ‘Ik wil een reeks heiligenverhalen aaneenbreien, waarin ik heiligen koppel aan de pest.’ Ruijters kiest dus wederom voor een aparte, maar tot de verbeeldingsprekende combinatie.

Marcel Ruijters. Roadkill.
Uitgeverij Zone 5300

Dit interview stond in Het Parool van donderdag 3 juni.

Film: Zodiac

Tuesday, May 29th, 2007

Als cartoonist Robert Graysmith (Jake Gyllenhaal) niet van puzzelen had gehouden, dan was hij waarschijnlijk nooit aan de zoektocht begonnen om de identiteit van seriemoordenaar Zodiac te achterhalen. Zijn leven had er dan heel anders uitgezien: geen obsessieve speurtocht, een beter huwelijk, maar waarschijnlijk was de waarheid dan ook nooit aan het licht gekomen – al blijven over het laatste de meningen verdeeld. Films over seriemoordenaars zijn, op een paar uitzonderingen na, voorspelbaar saai. Zodiac van David Fincher is echter uitzonderlijk boeiend, gruwelijk en grappig tegelijkertijd. Zodiac is gebaseerd op het waargebeurde verhaal over een van de meest intrigerende onopgeloste misdaden in de Amerikaanse geschiedenis. De seriemoordenaar met de naam Zodiac eist zijn daden op via brieven aan de krant en geniet van de aandacht die hij krijgt. Hij speelt met het gezag en de media door gecodeerde boodschappen te sturen. Ondanks de obsessieve inspanningen van meerdere rechercheurs en journalisten, weet hij telkens buiten schot te blijven. De jacht wordt na jaren stopgezet, totdat cartoonist Graysmith van de San Francisco Chronicle deze voortzet. Een film vol met gedreven mannen, wier carrières en levens voorgoed veranderen door hun obsessie de moordenaar te ontmaskeren.Duizenden documenten
Hoewel Fincher (Se7en, The Game, Fight Club) uitging van de twee boeken die Graysmith over Zodiac schreef – Zodiac en Zodiac Unmasked – hebben de makers ook de mensen gesproken die met het oorspronkelijke onderzoek te maken hadden en vele kilo’s politiedossiers doorgenomen. Sommige getuigenissen spraken Graysmiths bevindingen en ervaringen tegen. ‘Vele mythen zijn ontsproten aan het verhaal van Zodiac, en je moet alles in je achterhoofd houden als je dat verhaal wilt vertellen. Daarom hebben we ervoor gekozen om het verhaal door Roberts ogen te vertellen. Mijn doel was de waarheid van die boeken te vangen,’ legt Fincher uit in het persmateriaal bij de film. Ondanks de grote hoeveelheid informatie die de kijker te verwerken krijgt, houdt Fincher de vaart erin en blijft de dramatische verwikkelingen van de personages een fundamenteel anker in het verhaal.Communicatie
Fincher weet niet alleen iedere stap van de voortreffelijke hoofdrolspelers nauwgezet te documenteren – de grootste charme van de film is het gepresenteerde tijdsbeeld. De mise-en-scène is zodanig natuurgetrouw dat het lijkt alsof de film eind jaren zestig, begin zeventig is gedraaid. Het beeld is wat verbleekt en verkleurd, zoals Dirty Harry (Don Siegel, 1971) er nu uit zou zien. Maar ook de decors, kostuums en geselecteerde liedjes sluiten nauwgezet aan op dit tijdperk. In dat opzicht is de film een genot om te zien. ‘We hadden nog wat meer Volkwagen Kevers kunnen gebruiken, maar ik denk dat wat we laten zien een behoorlijk goede representatie is van die tijd,’ zegt Fincher.Communicatietechnologie speelt een bepalende rol in Zodiac. Communicatiemiddelen maken het de seriemoordenaar mogelijk om zijn zucht naar roem te bevredigen. Anderzijds blijkt gebrek aan communicatie aan de kant van de ordehandhavers het onderzoek te vertragen. (Dat is wel wat anders dan een serie als CSI, waarin dankzij moderne snufjes binnen de tijdspannen van een aflevering een moord wordt opgelost.) Communicatie verliep in die jaren duidelijk minder snel dan nu: Zodiac stuurt zijn handgeschreven brieven naar de krant en opvallend genoeg niet naar het televisienieuws; sommige politiebureaus bezitten nog geen fax en moeten bewijsmateriaal per post verzenden. Doordat de bevindingen van de rechercheurs uit verschillende districten niet centraal gecoördineerd worden, gaan gedurende het onderzoek enkele aanwijzingen verloren totdat Graysmith deze op eigen houtje aan elkaar verbindt. Lachen tussen de regels door
Ondanks de gruwelijkheden die op reële wijze in beeld worden gebracht (een bekend gegeven in een Fincher-film), valt er een hoop te lachen. Dialogen zijn vaak kort, maar bevatten humorvolle opmerkingen. De (mannelijke) personages benaderen elkaar cynisch en ‘dissen’ elkaar zoals vrienden dat doen.

Bijvoorbeeld:
Robert Graysmith: I’ve been thinking…
Paul Avery: Oh God, save us all.

En:
Robert Graysmith: Does anybody ever call me names?
Paul Avery: You mean like ‘retard’?
Robert Graysmith: Yeah.
Paul Avery: No.

En (om het af te leren):
Robert Graysmith: Paul, are you okay?
Paul Avery: No… but thanks for asking.

Dat deze dialogen met verve worden uitgesproken door de sterke cast bestaande uit Jake Gyllenhaal, Robert Downey Jr. en Mark Ruffalo is tot slot een laatste reden om de film te gaan zien.Zodiac draait vanaf 31 mei in de bios.