Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for April, 2010

Leve de republiek!

Friday, April 30th, 2010

Volgens een onderzoek van Maurice de Hond – moet je dat er nog bij zetten eigenlijk? Ik bedoel: worden er in Nederland ook peilingen door iemand anders gehouden tegenwoordig? Nou goed: volgens een peiling van Maurice de Hond is het aantal voorstanders voor een republiek in de afgelopen vijf jaar toegenomen.

In 2005 vond één op de vijf ondervraagden (20 procent) dat Nederland het beste een republiek kan worden, nu is dat bijna één op de drie (29 procent. Dat meldde Het Parool gisteren. Het aantal Bea-aanhangers daalde van 74 en 67 procent.

Dat aantal is naar mijn smaak nog niet laag genoeg, maar we zijn op de goede weg. Ik hoop al jaren op de afschaffing van het koningshuis. Ik ben geen fan van Bea, haar Alex vind ik helemaal geen interessant figuur en voor de symbolische waarde zijn de Oranjes gewoon veel te duur. Goed, een president of welk staatshoofd dan ook, kost natuurlijk ook geld. Maar die betaalt tenminste nog belasting. Dat doen de Oranjes niet.

Het idee van een koningshuis is bovendien achterhaald. ‘Leuk juist want traditie,’ denk je misschien. Maar kolonialisme is ook zo’n traditie die de Hollanders uiteindelijk hebben afgeschaft. Wat mij betreft hoort een koning(in) in hetzelfde rijtje thuis. Daarbij zijn de ideeën die Beatrix erop nahoudt, zoals haar opvatting over internet bijvoorbeeld, ook niet meer van deze tijd. Zo iemand representeert mij niet.

Nog niet overtuigd? Kijk dan maar een paar minuten naar de NOS-uitzending van Koninginnedag. Als alle debielen, demente bejaarden en andere dwaallichten zwaaien naar een overbetaalde marionet. Als je de schaapachtige grijns van de prinsen ziet, zou je bijna hopen dat iemand het spelletje zaklopen letterlijk neemt.

Ik gun al die kids met hun blokfluitjes heus hun 15 seconds of fame, daar niet van, en Koninginnedag is een mooie gelegenheid om de zolder weer eens op te ruimen. Maar onder die vrolijkheid schuilt mijns inziens een dieptrieste, saaie traditie en een misplaatst gevoel van saamhorigheid. Ik snap daarom best waarom het merendeel van het volk zich te buiten gaat aan drankgebruik op deze dag.

Als Beatrix met pensioen gaat, lijkt het me een mooie gelegenheid om de deuren van het koningshuis permanent te sluiten.

Porno voor koffieliefhebbers

Thursday, April 29th, 2010

Cappuccino, Intelligentsia from Department of the 4th Dimension on Vimeo.

Ik ben verliefd op die espressomachine. Oh, wat een prachtig apparaat. En wat een klassiek ontwerp.

Maar vooral bijzonder is de zorgvuldigheid waarmee deze koffiekoning een kopje cappuccino voor je maakt. Een voorverwarmd kopje, het afstrijken van het bruine goud in de houder. Dat moment dat hij het melkschuim controleert op elasticiteit en zachtjes het oppervlak met een theelepel beroert…. Hmmm, dit is porno voor de koffie-enthousiasteling.

Zoals de koffiekoning je caffeïneshot bereidt, krijg je meteen zin in een kopje. Dat kun je niet met een iPad!

En – ook belangrijk –  de koffieis  NIET OUDER dan twee weken. Daar moet je in de gemiddelde koffietent in Amsterdam eens naar proberen te vragen. Een snauw of glazige blik kun je krijgen.

Geen idee waar dit is opgenomen, maar ik zou er meteen vaste klant worden.

Ik vind het een smaakvolle video. Mooi uitgelicht, en de zwart-witbeelden benadrukken dat het hier om een klassieke koffiemachine gaat. Leuke truc om dan de koffie en enkele details wel van kleur te voorzien, al geeft de overdreven technicolor de koffie wel een wat onnatuurlijk tintje.

(Punkmedia wees me via Twitter op het bestaan van deze video.)

Interview Mike Mignola: Hellboy, de goede duivel

Tuesday, April 27th, 2010

De Amerikaanse stripmaker Mike Mignola gaat de geschiedenisboeken in als de schepper van Hellboy. Niet gek voor een tekenaar die zich ooit goed genoeg vond om andermans werk te inkten.

Met Hellboy schiep Mike Mignola (1960) niet alleen een markant stripfiguur maar ontsloot hij ook een magische wereld die bol staat van de folkloristische verwijzingen, bovennatuurlijke elementen en Shakespeare citerende schurken. In de Amerikaanse stripwereld, gedomineerd door superhelden, is Hellboy een vreemde eend in de bijt. Met een rode huid, hoeven als voeten, een rechterhand van steen en een tweetal hoorns die uit zijn voorhoofd groeien, maar die hij klein houdt om ‘op straat niet op te vallen’, doet het demonische uiterlijk van dit duivelskind zijn naam eer aan. Kwaadaardig is hij echter niet, in tegendeel: Hellboy bestrijdt in dienst van het Bureau for Paranormal Research and Defence bovennatuurlijke monsters en kwaadaardige krachten.

Rouwdouwer
De rode rouwdouwer is deels op Mignola’s vader gebaseerd: ‘Ik wilde dat Hellboy ouder en een stuk taaier zou zijn dan ik. Mijn vader was van de Tweede Wereldoorlog-generatie en werkte als timmerman. Hij kwam altijd thuis met schaafwonden en droog bloed op zijn gezicht. Als je vroeg wat er gebeurd was, reageerde hij heel laconiek “Oh ja, ik bleef aan een spijker hangen” of “Mijn hand bleef in een machine steken.” Als iets in Hellboys hand bijt loopt hij ook gewoon door.’

Daarentegen zijn Hellboys persoonlijkheid en manier van spreken een afgeleide van Mignola zelf: ‘Omdat het schrijven voor mij nieuw was wist ik niet hoe ik een stem voor een personage moest vinden, dus hield ik zijn tekst dicht bij wat ik zelf zou zeggen. In principe heersen er twee stemmen in de Hellboy-strips: De slechteriken spreken Bijbelse en Shakespeare-achtige teksten. Hellboy is het andere deel van mijn brein, dat zich schaamt voor die dramatische speeches. Er is een scène waarin een vampier maar blijft oreren en Hellboy hem onderbreekt: “Grote woorden voor een man die geen broek aan heeft”.’

Noodlot
Hoewel Hellboy in de wereld is gebracht om een beslissende rol te spelen in het einde der tijden, weigert hij deze rol uit te spelen. ‘Dat zou iedereen doen als dat je lot was, denk ik,’ zegt Mignola. In de eerste comics ontkende Hellboy zijn lotsbestemming maar inmiddels heeft hij zich ontwikkeld: ‘Hoe lang kun je je personage laten negeren wie en wat hij is? Als Hellboy dat na vijf jaar nog zou doen, was hij een zwak figuur. Nu is zijn houding: “Ik zie wel wat er gebeurt.”‘

In tegenstelling tot de meeste superheldenverhalen had Mignola de oorsprong van Hellboy niet helder voor ogen toen hij hem in 1993 bedacht. ‘Het was in eerste instantie niet de bedoeling om uit te leggen wie dit personage was, het leek me gewoon leuk dat de good guy eruit zag als de duivel. Dat Hellboy uiteindelijk Het Beest van de Apocalyps bleek te zijn heeft zich op organische wijze ontwikkeld. Soms kun je verhalen maar tot op zekere hoogte sturen, ze gaan hun eigen weg.’

Deze manier van werken is typerend voor Mignola die soms uit onvrede halverwege het tekenen van een verhaal weer helemaal opnieuw begint. Zo liet hij zijn held aan het slot van een verhaal groots uitroepen dat hij naar Afrika ging, maar toen research naar Afrikaanse folklore weinig opleverde, liet Mignola Hellboy het merendeel van het verhaal The Third Wish op de bodem van de oceaan doorbrengen en het tegen een zeemonster opnemen. Het mogen tekenen van monsters is immers de reden waarom Mignola ooit strips is gaan maken.

Mignola aan het werk tijdens de stripbeurs in Breda

Nazi’s
Zijn aanhoudende fascinatie met monsterlijke wezens, folklore en spook- en pulpverhalen begon toen Mignola op zijn dertiende Dracula van Bram Stoker las: ‘Ik dacht: “Dit is het! Dit ga ik vanaf nu lezen, dit zal ik gaan tekenen, ik ben thuis!” Dracula was mijn eerste kennismaking met Victoriaanse gotische literatuur en tot op zekere hoogte folklore, want vampiers maken daar onderdeel van uit,’ zegt de stripmaker. ‘Toen ik met Hellboy begon wist ik dat alle folklore en mythologieën van de wereld mijn speelgoedkist zouden zijn. Ze bevatten fantastische personages met fantastische namen, en ik heb een hekel aan namen verzinnen. Waarom zou ik een stel fantasiekarakters bedenken terwijl er al een miljoen van dit soort fascinerende personages bestaan? En het behoort allemaal tot het publieke domein.’

Behalve magische figuren spelen in Mignola’s eerste verhalen ook nazi’s een belangrijke rol: ‘Ik gebruik ze in mijn strips omdat ik die ouderwetse, pulpachtige, stripsfeer wil. Ik groeide op met Marvel Comics, en veel van de karakters in dat universum hebben hun wortels in de Tweede Wereldoorlog. Mijn favoriete Marvel-schurken, de Red Skull en Baron Zemo, waren dan ook nazi’s. Bovendien zijn nazi’s perfecte schurken. Je hoeft niet uit te leggen waarom ze doen wat ze doen. Het zijn nazi’s!’

Liefdewerk
De aantrekkingskracht van de Hellboy-verhalen ligt volgens Mignola in het feit dat hij een strip maakt over zaken die hemzelf fascineren. ‘Ik denk dat het publiek oppikt dat wat ik doe me echt aan het hart gaat, het is een labour of love. In Amerika worden zoveel strips gemaakt door mensen die alleen met hun werk bezig zijn.’ Een herkenbare situatie voor de stripmaker die ondanks het feit dat hij door zijn eigenzinnige stijl als Auteur bestempeld mag worden, een bescheiden indruk maakt. In 1983 begon Mignola als inkter bij Marvel Comics omdat hij zichzelf niet goed genoeg achtte als tekenaar. ‘Ik had toen nog niet genoeg zelfvertrouwen om te tekenen. Maar ik bleek een heel slechte inkter te zijn.’ Redacteur Al Milgrom zag potentie in de jonge stripmaker en koppelde hem aan schrijver Bill Mantlo. Mignola viel voor het eerst op met hun vierdelige strip Rocket Raccoon, daarna tekende hij kort andere superheldenstrips, ook voor DC Comics, maar gelukkig werd Mignola er niet van: ‘Superheldenverhalen passen gewoon niet bij me. Het was verschrikkelijk.’

Van Gogh
Striplegende Jack Kirby, die in jaren veertig tot en met zestig zijn stempel op het superheldengenre drukte, is volgens Mignola op visueel en narratief vlak van grote invloed geweest op zijn vroege werk. Later zijn Mignola’s tekeningen steeds abstracter geworden, met een nadruk op vorm, kleur- en licht-donkercontrasten. ‘Op visueel vlak probeerde ik jarenlang als anderen te tekenen. Twintig jaar geleden begon ik me gelukkig te richten op wie ikzelf wilde zijn in plaats van iemand anders na te doen. Ik heb in de loop der jaren veel dingen uitgevogeld en ik voel me heel comfortabel met de manier waarop ik nu teken.’

Inspiratie haalt hij ook uit de schilderkunst: ‘Ik weet niet of je dat ooit in mijn werk terugziet, maar kunstenaars die gericht zijn op vorm hebben op dit moment een grote invloed, zoals Van Gogh.’

Mignola werkte gedurende zijn carrière mee aan een aantal films, waaronder als illustrator bij Bram Stoker’s Dracula. Ook was hij visueel adviseur van de twee Hellboy-films geregisseerd door Guillermo del Toro en betrokken bij de drie Hellboy-animatiefilms. Mignola schreef het merendeel van de Hellboy-strips en de afgeleide stripserie B.P.R.D., waarin Hellboys collega’s van het Bureau for Paranormal Research and Defence de hoofdrol spelen.

Door alle projecten was Mignola te druk om Hellboy te tekenen en daarom gaf hij in 2007 het potlood door aan Duncan Fegredo: ‘Dat was de moeilijkste zakelijke beslissing die ik ooit heb genomen, want Hellboy is mijn kindje.’ Toch mist Mignola zijn creatie wel en hoopt hij binnen een jaar weer zelf Hellboy op het papier te zetten. ‘Ik heb met Hellboy iets goeds ontworpen, want ik heb er altijd plezier in als ik hem teken.’ Toch blijft de stripmaker bescheiden. ‘Ik denk dat mijn strips beter gaan worden. I’m trying!’

Recent kwamen de eerste twee Hellboy-albums, Kiem van het kwaad en De duivel ontwaakt, uit in een Nederlandse vertaling bij Uitgeverij De Vliegende Hollander.

Dit interview is in VPRO Gids #15 gepubliceerd.

Imagine in Flashback

Sunday, April 25th, 2010

Het Imagine filmfestival zit er voor mij weer op. In zes dagen festival zag ik in totaal 12 films, (Exam had ik al bij een persvoorstelling gezien) en een programma Europese korte films. Ook woonde ik het boeiende symposium van filmmuziek componist Simon Boswell bij.

Dit jaar vond het festival plaats in Filmtheater Kriterion. Een goede zet, want niet alleen bevonden de drie zalen zich in één pand, ook bezit Kriterion een leuk café, waar je een schappelijke prijs betaalt voor een kop koffie. Tussen de films door was het dan ook fijn praten met vrienden en mede festivalbezoekers. Ook gaf het café de gelegenheid om de festivalkrant te lezen. Leuk vond ik die Imagine Daily. Het zijn dat soort kleine dingen die een festival extra bijzonder maken. Eigenlijk hoort een serieus filmfestival gewoon een dagkrant te hebben. Punt. En een goede website. Over de site van Imagine heb ik niets te klagen. Overzichtelijk, informatief en een aanvulling op het festivalbezoek zelf.

Overigens werd het naar mijn smaak in de avonduren wel een beetje te druk in de gangen en het café van Kriterion. Misschien is het festival toch wat te groot voor het aantal bezoekers.

Dikkie Dick
Dick Maas liet ook zijn gezicht zien op het festival. Tussen de opnames van de film Sint door nam hij namelijk de Career Achievement Award in ontvangst. Daar was ik overigens niet bij, wel zag ik hem de dag erna uit de taxi stappen om een compilatie van zijn (korte) films in te leiden. Ook daar heb ik geen frame van gezien. Ik vind dat Maas vroeger veel betekend heeft voor de Nederlandse filmwereld met films als De Lift, Amsterdamned en Flodder. Daarna vond ik zijn films niet zo interessant meer, al ben ik wel licht nieuwsgierig naar Sint.

Donderdag 15 april was voor mij de eerste echte dag van het festival. Ik zag drie films die dag: No Smoking, Master Key en The Wild Hunt. Die laatste stak met kop en schouders uit boven de eerste twee films, waarvan Master Key toch wel een van de meest vage scenario’s is die ik ooit op het witte doek heb uitgespeeld gezien.

Quantum Leap


Een eerste dag op het festival is altijd even inkomen. De programmering is strak en de pauzes tussen de voorstellingen daardoor kort. Iedere keer als het licht in de zaal uitgaat kom je in een nieuwe verhaalwereld terecht en moet je je verplaatsen in een volledig onbekend personage. Al snel voelde ik me een soort van Sam Beckett – de tijdreiziger uit Quantum Leap, niet de beroemde Ierse schrijver en dichter. Na een dag krijg ik daar altijd een soort van geestelijke jetlag van. Als ik niet geregeld achter het toetsenbord kruip om recensies en impressies te schrijven van de films die ik zie, dan zouden alle indrukken door elkaar gaan lopen. Scènes, personages, situaties zouden dan een grote onnavolgbare metafilm worden.

Vrijdag 16 april was de dag voor European Fantastic Shorts #2, Black Dynamite en de niet minder dan Fantastic Mr. Fox. Black Dynamite was ook een fijne spoof op de blaxploitationfilms uit de jaren zeventig. Kan het dan ook alleen maar eens zijn met de woorden van Tonio van Vugt die de film uitgebreid besprak. Wel grappig dat er een spoof, cq hommage van blaxploitation is gemaakt. Wie films als Shaft en Sweet Sweetback’s Baadasssss Song (die titel alleen al) tegenwoordig ziet, heeft toch moeite zijn lach in te houden. Niet dat Shaft niet cool is, maar die jive-talk en übercoole poses die de personages aannemen werken tegenwoordig toch op de lachspieren.

Soundtrack
Simon Boswell is componist van filmmuziek. Hij werkte voor filmmakers als Dario Argento en Clive Barker. Hij voorzag veel horrorfilms van muziek terwijl hij zelden zo’n film kijkt. Boswell gaf een zeer onderhoudende masterclass over zijn carrière, het componeren van filmmuziek en toonde ons zijn eigen geluidsexperimenten. Boswell plaats namelijk filmmuziek onder nieuwsitems. Het effect ervan laat zich raden. Onder beelden van de vliegtuigen die op 11 september 2001 de Twin Towers in vlogen zette hij een zelfgemaakte compositie die niet had misstaan onder beelden van een film als Independence Day. Het nieuws leek daardoor wel een spannende film.

Interessanter vond ik zijn vertraagde videoportretten. Boswell gebruikt bestaande close-ups van beroemdheden als Bowie en Sadam Hoessein en vertraagt de beelden ervan zodanig, dat ook het knipperen van de ogen zeer langzaam gaat. Aan het beeld voegt hij een vreemdsoortige, intense soundtrack toe. Het effect is zeer vervreemdend, maar boeit ieder frame. Het zijn indringende levende portretten van mensen. Je gaat automatisch minutieus naar de gelaatstrekken kijken en ontdekt een oneindig verhaal in de blik van de geportretteerde.

Het experiment lijkt mij een voortgang van de screentest van Andy Warhol. Die richtte een cameralens op iemand en draaide de filmrol vol terwijl deze mensen in de lens keken en tegen de camera zaten te praten. Soms staarden de drie minuten dat de filmspoel duurde naar de toeschouwer. Toen ik mijn observatie na de lezing met Bosswell deelde, gaf hij toe dat hij door Warhols screentests is geïnspireerd.

Verder zag ik maandag nog de film Best Worst Movie. Zie hier mijn recensie. De dinsdag begon met Diagnosis Death, gevolgd door de prachtige en ontroerende animatiefilm Mary and Max. De avond was gereserveerd voor Symbol.

Festivalcafé Kriterion

Symbol ondersteboven
Halverwege de eerste vertoning van Symbol van Hitoshi Matsumoto ging het goed mis. Opeens was het beeld ondersteboven en in spiegelbeeld. In eerste instantie dachten we allemaal dat dit misschien zo hoorde. Symbol is namelijk een nogal vreemde film en bij de scène in kwestie schakelden we net over naar China, aan de andere kant van de wereld. Misschien dat Matsumoto de wereld daarom op zijn kop toonde? Toen de ondertiteling echter ook in spiegelbeeld en bovenin het beeld verscheen, bleek dat de operateur de aktes verkeerd aan elkaar had geplakt.

Voor niet ingewijden: film wordt in een reeks kleine spoelen aangeleverd die voor vertoning achter elkaar geplakt moeten worden op een grote spoel. Als een film eenmaal draait, kun je dit soort fouten niet zomaar herstellen. Kortom: einde van de filmvertoning. De festivaldirectie ging hier heel netjes mee om: iedereen kreeg een voucher zodat een andere voorstelling gratis bijgewoond kon worden. Ook werden er consumptiebonnen uitgedeeld.

Toch was het heel frustrerend, want Symbol is een film die de kijker een enigma voorschotelt: Een man in een fel gekleurde pyjama ontwaakt in een lege witte kamer waarvan de muren zijn gedecoreerd met de piemeltjes van engelenbeeldjes. Wanneer hij op zo’n piemeltje drukt floept uit een luik in de muur een willekeurig voorwerp te voorschijn: een roze tandenborstel, een steekwagentje, een vaas, sushi… Op de een of andere manier houden de gebeurtenissen in de witte kamer verband met de voorbereidingen, ver weg in Mexico, van de oude gemaskerde worstelaar ‘Escargotman’ op zijn wedstrijd. Maar hóe, dat blijft een verrassing tot het goddelijke einde. Het einde dat ik dus niet gezien heb.

Symbol vormt een puzzel waarvan ik de oplossing nu niet weet. Aan de ene kant frustrerend, aan de andere kant een mogelijkheid om zelf een passend einde te bedenken. Inmiddels heb ik al van mensen de afloop van Symbol vernomen. Dat bevredigt het ongenoegen enigszins, maar niet zoveel als het zien van de film zelf.

Imagine etalage ABC Amsterdam

Woensdag zag ik het matige doch onderhoudende The Crazies en de saaie film Time Out. De dag werd gered door Leslie, My name is Evil. Aanrader!

Donderdag sloot ik het festival af met Dark and Stormy Night die best leuk was geweest als de film maar een halfuurtje had geduurd en de tromafilm Vampiere Girl versus Frankenstein Girl. Deze was net zo vermakelijk en fout als de titel doet vermoeden. Geen slechte afsluiter van Imagine 2010.

Silver screen award
Na een vertoning mogen de bezoekers hun mening over de betreffende film doen blijken door met een formuliertje aan te geven of ze de film: hopeloos, slecht, zozo, goed of zeer goed vonden. Op basis daarvan wordt iedere dag een tussenstand voor de Silver Screen Award gepubliceerd. Maar hoe zit het precies als een film weinig bezoekers heeft getrokken maar die drie mensen in de zaal deze film allemaal zeer goed vonden? Komt die film dan bovenaan te staan? Of werkt het systeem op een relatieve basis, waarbij het aantal bezoekers en vertoningen in de berekening worden meegenomen? Ik vroeg het Phil van Tongeren op een dag toen hij uit het festivalkantoor stapte. ‘Daar is onderling nogal wat discussie over,’ zei Phil. ‘Maar het klopt wel hoor,’ verzekerde hij ons. Nou ja, veel maakt het niet uit. Dat wil zeggen, dat de top drie wel overeenkomt met die van mij.

  1. Mary and Max 8.93
  2. Fantastic Mr. Fox 8.80
  3. Best Worst Movie 8.77

Hoewel, ik zou Fantastic Mr. Fox op 1 hebben gezet en Mary and Max op nummer twee. Met Best Worst Movie op nummer drie ben ik het geheel eens. Mr. Fox had overigens minder vertoningen dan Mary and Max. Heeft dat er misschien toch mee te maken, Phil?

Voor de liefhebbers: check Hallie Lama’s stripblogjes over Imagine. En voor meer recensies het Imagine blog van Zone 5300.

Close-up van Art Spiegelman

Friday, April 23rd, 2010

AVRO Close Up presenteert zondag 25 april de documentaire The Art of Spiegelman, waarin een beeld wordt gegeven van striptekenaar Art Spiegelman. Een film van Clara Kuperberg en Joëlle Oosterlinck.

Spiegelman werd wereldberoemd met zijn schepping MAUS, een stripverhaal waarin hij vertelt hoe zijn ouders de Holocaust overleefden. Spiegelman zet in dit stripverhaal de nazi’s neer als katten en de joden als muizen. Daarmee maakte hij een boeiende parabel. Hij won er de Pullitzer Prize mee. Spiegelman (1948) is een striptekenaar die pas aan het werk gaat als er iets naars gebeurt: ‘Als ik aan de slag ga, dan is dat omdat ik het niet kan vermijden, (…) omdat ik iets moet verwerken door het concreet te maken in een stripverhaal.’

Maar al lang voor MAUS was Spiegelman een voorvechter van de strip als medium om mensen wakker te schudden. Zijn hartstochtelijke liefde voor de strip begon toen hij als jongetje een nummer van het alternatieve stripblad MAD in handen kreeg: ‘MAD’ leerde me te lezen, te kijken, en stimuleerde me om ook zo’n rebelse striptekenaar te willen worden.’

Spiegelman gaf zelf ook stripbladen uit waarin hij een podium bood aan striptekenaars die vernieuwend werk maakten. In 1980 begon hij samen met zijn vrouw Françoise Mouly het magazine RAW. In de jaren negentig deed hij de redactie van Little Lit, een stripanthologie in drie delen gericht op kinderen. Daarnaast tekende hij covers voor The New Yorker. Zijn covers waren vaak spraakmakend, zoals de cover waarmee hij reageerde op de vernietiging van de Twin Towers in New York, soms ook controversieel, zoals de tekeningen waarmee hij commentaar gaf op het Monica Lewinsky schandaal.

In de documentaire laat Spiegelman weten het moeilijk te vinden aan het werk te gaan: ‘Ik ben iedere ochtend bang dat ik niks heb om aan te werken. (…) Maar zo is mijn creatieve proces nou eenmaal: ik moet sterven en opnieuw geboren worden voor iedere pagina die ik teken.’

Zet in je agenda, blackberry, telefoon of schrijf het op je hand: AVRO Close Up ‘The Art of Spiegelman: zondag 25 april om 18.15 uur bij de AVRO op Nederland 2.

Meer over Art Spiegelman, zie Lambiek.net en deze biografie.

Leslie, My Name is Evil

Thursday, April 22nd, 2010

‘I love you, but I love Jesus more,’ geeft Dorothy (Kristin Adams) als verklaring waarom ze niet met Perry naar bed wil voor het huwelijk. Ze is daarmee het tegenovergestelde van de wilde Leslie. Leslie is een van de Meiden van Charles Manson. Zij heeft er geen moeite mee haar liefde en lichaam te delen met anderen.

Perry (Gregory – Everwood – Smith) komt in aanraking met Leslie wanneer hij zitting neemt in de jury die moet bepalen of zij, Manson en twee andere vrouwen de doodstraf verdienen. Leslie (Kristen Hager) was betrokken bij de slachting van een gezin. Tijdens de rechtzaak heeft de christelijke Perry moeite met het kiezen tussen zijn lustgevoelens voor Leslie en de wens van zijn vader en verloofde, die vinden dat Manson & Co. de stoel verdienen.

Opoffering
Zware kost? Allerminst. Regisseur Reginald Harkema uit zijn kritiek op Amerika ondubbelzinnig, maar doet dit met een de verzachtende knipoog van de satire. Zowel de familie Manson als het christelijke kamp worden dik aangezet vertolkt. Pa is bereid om zijn zoon te laten sterven in Vietnam, want God heeft immers ook zijn enige zoon moeten opofferen ten goede van de mensheid. Dorothy spant wat domme opmerkingen betreft de kroon: ‘If they can kill a Hollywood actress, they can kill anyone!’

Behalve humor, benadrukt de regisseur op zelfbewuste wijze de kunstmatigheid van de cinema om zijn boodschap te verzachten. Harkema versnijdt bijvoorbeeld archiefbeelden met zijn eigen opnames. In de scène waarin Perry Dorothy op straat ontmoet, kijken ze vol vreugde toe hoe een stel studenten wordt gearresteerd. Deze arrestatie bestaat uit zwart-wit archiefbeeld dat overduidelijk contrasteert met de felgekleurde scènes uit de rest van de film. Ook worden er in een droomsequentie psychedelische effecten toegepast die werden gebruikt in de jaren zestig.

John Waters
En zo gebruikt Harkema wel meer filmtechnieken die de film van een speels karakter voorzien. Sterker nog: een van de juryleden lijkt verdacht veel op filmmaker John Waters. Een verwijzing naar het feit dat Waters zich in latere jaren heeft ingezet om Leslie vrij te krijgen. Ze had in zijn ogen immers al genoeg geleden. En als de echte Leslie ook maar half zo ontwapenend is als actrice Kristen Hager, who can blame him?

De luchtige benadering doet niets af aan de strekking van de film. In wezen handelen zowel de Meiden van Manson als de leden van het Christelijke gezin op basis van een onzinnig vertrouwen in één man (respectievelijk Charles Manson en Jezus) en claimen ze beiden de waarheid in pacht te hebben. Met dit verschil dat de vader van Perry, die voor de Vietnamoorlog en de doodstraf is, het gelijk van de meerderheid van de Amerikaanse bevolking en president Nixon aan zijn kant heeft. In mijn ogen zijn pa en Manson beiden waanzinnig. Perry twijfelt nog, maar gaat na zijn jurering doodleuk werken voor een bedrijf dat napalm maakt. Wie uit naam van God spreekt heeft immers gelijk.

Charles Manson doet een Jezus

Tijdens het kijken van Leslie, My Name is Evil, bekroop mij dan ook een beangstigend idee: het is niet moeilijk voor te stellen dat christelijke fundamentalisten in de Verenigde Staten helemaal niet doorhebben dat Harkema zijn film satirisch heeft bedoeld. Mensen die hun leven wijden aan een sprookjesfiguur en blind vertrouwen in geestelijk leiders die onzinnige verbanden leggen tussen homoseksualiteit en pedofilie, zijn in mijn ogen eigenlijk enger dan de Meiden van Manson. (Zolang de dames het hakmes in de keukenla laten liggen uiteraard.)

Leslie, My Name is Evil stemt tot nadenken. En dat maakt het voor mij een fijne film.

Deze recensie is ook op het Imagine filmblog van Zone 5300 gepubliceerd. Wil je meer recensies over de films op Imagine? Check de artikelen van mijn collega’s.

The Crazies

Thursday, April 22nd, 2010

Als een van de bewoners van Ogden Marsh, in Iowa het sportveld oploopt met een geweer en de sheriff Dutton (Timothy Olyphant) genoodzaakt is de verstoorde man dood te schieten, is dat slechts een voorbode van het bloedbad dat zal volgen. Al snel beginnen meer dorpsbewoners zich buitengewoon gewelddadig te gedragen om daarna apathisch voor zich uit te staren.

William steekt zijn huis en gezin in de hens en staat daarna doodleuk fluitend het gras te maaien. U begrijpt dat dit gedrag niet als sociaal acceptabel gezien wordt. Al snel grijpt het Amerikaanse leger in en wordt het dorp  tot  quarantainegebied verklaard. Om de epidemie te bezweren worden op commando burgerrechten geschonden, waarbij de populatie het loodje legt. Tijd voor Sheriff Dutton, zijn vrouw (Radha Mitchell) en hulpsheriff Clank (Joe Anderson) te ontsnappen aan het leger en de losgeslagen dorpsbewoners.

Wasstraat
The Crazies is een losse remake van de gelijknamige film uit 1973 van George A. Romero (Night of the Living Dead). Daar ik het origineel niet gezien heb, kon ik de film van Breck Eisner met open vizier tegemoet treden. Eisner jaagt de kijker geregeld de stuipen op het lijf, maar doet dit herhalend door plotseling iets in beeld te laten komen, gecomplementeerd met een harde knal in de soundtrack. Dit trucje is op een gegeven moment vervelend voorspelbaar.

Een zeer doeltreffende scène in de wasstraat compenseert die gemakzucht enigszins. De vluchtelingen zijn met hun auto in een wasstraat gemanoeuvreerd, en worden belaagd door de wassende borstels, zeepsop en moordlustige autowassers. Gekkenhuis dus.

Nederlandse stripwereld weer een prijs rijker

Wednesday, April 21st, 2010

Mocht je ooit nog in de prijzen willen vallen, stop dan met staatsloten kopen en wordt stripmaker. De prijzen voor deze beroepsgroep lijken niet aan te slepen te zijn. Deze week werd bekend gemaakt dat vanaf dit jaar de Willy Vandersteenprijs uitgereikt zal worden aan het beste Nederlandstalige album.

Op 4 juni wordt, tijdens Stripdagen Haarlem, de eerste Willy Vandersteenprijs uitgereikt. Een nieuwe prijs in het leven geroepen door het Vlaams-Nederlandse Huis de Buren in Brussel, in samenwerking met Strip Turnhout en Stripdagen Haarlem, respectievelijk de grootste stripfestivals van Vlaanderen en Nederland.

De prijs is vernoemd naar Willy Vandersteen (1913-1990), de geestelijk vader van onder andere Suske & Wiske, en bekroont volgens de jury het beste Nederlandstalige album van de voorbije twee jaar. De prijs zal afwisselend worden uitgereikt in Haarlem en Turnhout. De winnaar krijgt 5.000 euro, en een tentoonstelling over het boek die zowel in Vlaanderen als Nederland te zien zal zijn. De nieuwe prijs vervangt de Grand Prix van de Stripdagen Haarlem en de debuutprijs van de stad Turnhout.

Leen Vandersteen, dochter van de tekenaar, is de voorzitter van de jury. Verder zal de jury bestaan uit Hein Van Putten (artdirector van de Volkskrant), Ineke Horst (uitbaatster Stripwinkel Sjors Dordrecht), Noël Slangen (communicatiespecialist en stripkenner), Jan Smet (stichter Bronzen Adhemar, Stripgids en het Turnhoutse stripfestival) en Frank Van Leemput (advocaat en stripkenner). De voorzitter van de jury leidt de debatten, maar is zelf niet stemgerechtigd.

Maar de Willy – zullen we hem zo maar noemen? – zal niet de enige prijs zijn die wordt uitgereikt tijdens de Stripdagen Haarlem. Ook de VPRO Debuutprijs, voor het beste Nederlandstalige stripdebuut van de afgelopen twee jaar, en de Clickie Awards, voor de beste webcomics in de categorieën Epic, Gag en
Medium.

En nu we het toch over prijzen hebben: dit weekend wordt de Benelux Beeldverhalen Prijs uitgereikt in Scryption te Tilburg aan de twee beste inzendingen. De prijs is een initiatief van de intendant strips van het Fonds BKVB, NRC Next en uitgeverij De Vliegende Hollander. Zaterdag wordt tevens een tentoonstelling geopend waarin de volledige longlist van veertig inzendingen te zien is. Verder worden van vrijwel alle 121 inzendingen digitale versies vertoond. De prijs bestaat uit een geldbedrag, en de beste vijf strips worden in de week van 19-23 april in de NRC Next afgedrukt. De tentoonstelling loopt tot eind augustus.

Best Worst Movie: Veel beter dan Troll 2

Tuesday, April 20th, 2010

Het staat buiten kijf dat Best Worst Movie tien keer beter is dan Troll 2, de film die deze documentaire als onderwerp heeft. Filmmaker Michael Stephenson maakte als tiener zijn speelfilmdebuut in Troll 2. Twintig jaar na de productie van wat gerust een van de meest vervreemdende films aller tijden genoemd mag worden blijkt Stephensons jeugdzonde een heuse culthit te zijn.

De documentaire volgt de leden van de cast en dan met name de goedlachse tandarts George Hardy die in de film de vader van het gezin speelt. Aan het begin van de documentaire blijkt dat de acteurs zich schamen voor hun aandeel in de door de Italiaanse filmregisseur Claudio Fragasso vervaardigde rolprent waarin een Amerikaans gezin tijdens een vakantiereisje een klein dorpje aandoet met de naam Nilbog (wat Goblin achterstevoren geschreven is), en al snel slachtoffer dreigt te worden van een stel vegetarische goblins die mensen in planten doen veranderen alvorens ze op te eten.

Kun je het nog volgen? Fijn.

Troll 2 (die overigens niets te maken heeft met de film Troll uit 1986)  is zo’n film die eigenlijk in de vergetelheid had moeten geraken, maar door een vreemde speling van het lot een trouwe groep fans heeft gekregen die ieder jaar in aantal lijkt toe te nemen. Tandarts Hardy geniet dan ook zichtbaar van de Q&A’s na vertoningen in steden als New York, Chicago en Toronto. De fans van Troll 2 doen in gekte overigens niet onder voor fanatieke followers van The Force, maar dat terzijde.

Waanvoorstellingen
Schrijnend wordt het als Hardy en Stephenson een bezoek brengen aan de actrice Margo Prey, die in de film de moeder van het gezin speelt. Ze verzorgt nu haar eigen moeder en hoopt ooit nog wel eens in de filmwereld door te breken. Het gelaat van de vrouw is duidelijk verfraaid door een plastic chirurg maar ziet er zo plastic uit, dat ze in Troll 3 zonder make-up zo een vegetarische goblin neer kan zetten. Dat de vrouw ze niet meer op een rijtje heeft wordt duidelijk wanneer ze beweert dat Troll 2 eenzelfde kwaliteitsfilm is als de klassieker Casablanca: ‘Beide films gaan over mensen!’ beweert de actrice.

Wie ook leeft met waanvoorstellingen is Fragasso. De regisseur is in eerste instantie blij verheugd dat zijn film na twintig jaar zo populair blijkt. Hij ziet Troll 2 als een miskend meesterwerk en verbaast zich dan ook dat het publiek in de zaal dubbel ligt van het lachen om de ‘serieus bedoelde delen’ uit de film. Kennelijk zijn de regisseur en de scenariste, die de film schreef omdat ze zich irriteerde aan vegetariërs, de enigen die de diepere lagen van Troll 2 op waarde weten te schatten. Wanneer de acteurs tijdens de Q&A de draak steken met zijn gebroken Engels en zijn cinematografische kindje belachelijk maken, roept Fragasso vanuit het publiek dat ze er niets van begrepen hebben.

Flossen
Best Worst Movie is een film die prachtig laat zien hoe een C-film de levens van zowel de makers als een select groepje liefhebbers heeft veranderd. En dat roem maar betrekkelijk is. Als Hardy en de cast naar Engeland afreizen voor een beurs in memorabilia, blijkt bijna niemand van Troll 2 gehoord te hebben. Dit irriteert Hardy duidelijk, die gedurende de documentaire steeds meer is gaan geloven in de niet bestaande kracht van de enige film waarin hij ooit een hoofdrol vertolkte. ‘Moet je die tanden zien. Ik garandeer je dat slechts 5% van deze lui hier flossen!,’ roept de tandarts gefrustreerd uit als hij de bezoekers van de beurs gadeslaat.

Een viewing van Troll 2 kan ik je niet aanraden, maar deze documentaire des te meer. Kijkgenot verzekerd. Aan het einde van Best Worst Movie wordt aangekondigd dat de makers van Troll 2 een sequel overwegen, getiteld: Troll 2, part two. Als die film er ooit komt voorspel ik een dankbaar onderwerp voor een boeiende documentaire over 20 jaar.

Zin in meer? Bekijk de trailer van Troll 2 maar eens:

No Smoking: Een trioloog tussen filmliefhebbers

Monday, April 19th, 2010

Een van de charmes van een filmfestival is dat je samen met je vrienden een reeks films gaat kijken om die daarna in het festivalcafé te bespreken. Nu was ik niet zo te spreken over de Bollywood-film No Smoking, (zie mijn recensie over deze flick) maar mijn twee mede festivalbezoekers, de stripmakers Paul Stellingwerf en Matt Baay, dachten daar anders over.

Na No Smoking vond dan ook de volgende conversatie plaats:

Matt: Ik vond hem mysterieus, leuk en niet voorspelbaar. Ik vond hem goed, een aanrader!

Mike: Ja? Vond je hem niet te lang?

Matt: Het was een zit, maar dat geeft niet.

Mike: En Paul, wat vond jij ervan dan?

Paul: Ik vond hem gewoon leuk, vermakelijk.

Mike: Ik had echt zoiets van halverwege de film, gaat dit nog lang duren…?

Matt: Ik heb hem ‘een goed’ gegeven.

Paul: Ik ook.

Mike: Echt? Jullie hebben allebei ‘een goed’ gegeven…. Ik heb hem een ‘ZoZo’ gegeven

Paul: Het zag er gelikt uit, het sfeertje was cool…

Matt: En mooie specialeffects ook!

Mike: “Het sfeertje was cool.” Hmmm, en je vond hem niet te lang duren?

Paul: Nou, ik vond hem wel iets aan de lange kant, laat ik het zo zeggen.

Mike: En je houdt wel van Bollywood-muziek?

Paul: (Met ironische blik) Fantastisch!

Mike: Je inner gay person is er wel door losgekomen?

Matt: Er zat muziek in!

Mike: Ja, het was een soort Mamma Mia, maar dan voor rokers.

Matt: Ja. “Oebe oebe dade!!!”

Paul lacht.

Matt: Ik moet zeggen, ik kreeg wel zin in een sigaretje halverwege de film.

Paul en Mike lachen.

Matt nu ook.

Mike: Halverwege snapte ik er niets meer van. Waar zijn we nu? Of is het weer een nieuwe droom? En hoe zat het met die nazi’s?

Paul: Dat was wel fucked up, ja.

Matt: Ja, maar dat verklaarde hij zelf. Het was gewoon zo’n mind trip waar niemand naartoe wilde, als laatste redmiddel om iemand te laten stoppen met roken. Eerst dwing je iemand en als dat niet werkt, ga je gewoon nog verder. Dat zei hij in het gesprek.

Paul: Ja, je moet gewoon opletten. Bollywood voor dummies eigenlijk. Het komt nog een keer terug.

Mike: De film boeide me te weinig om het allemaal te blijven volgen.

Matt: En dat vrouwtje was ook lekker!

Daar waren we het dan wel weer over eens. Inmiddels was het tijd voor de volgende film.

Nog meer Imagine? Check het stripblogje van Hallie Lama.

No Smoking

Sunday, April 18th, 2010

In No Smoking moet kettingroker K, een verschrikkelijk asociaal alfamannetje, van zijn vriendin verplicht afkicken. De methodes die de afkickgoeroe erop nahoudt zijn echter niet mals. Afkicken kost je bij hem niet alleen een flinke bos duiten, wie het waagt weer een sigaret op te steken, kost het vingers! En ook vrienden en familie van de terugvallende roker zijn niet meer veilig.

Aan de film No Smoking ligt een boeiend concept ten grondslag, dat werd geleend van het verhaal Quitter’s Inc geschreven door Stephen King. Het is maar goed dat demissionair minister Klink dit verhaal niet gelezen heeft, anders hadden de rokers in Nederland wellicht een zwaarder lot moeten ondergaan dan slechts in weer en wind buiten roken.

Het verhaal Quitters Inc. werd al eerder verfilmd door Lewis Teague, waarbij het verhaal een van de drie segmenten is in de film Cat’s Eye. Na het zien van No Smoking ben ik wel erg benieuwd naar deze adaptatie geworden, want hoewel het concept mij zeer aanspreekt, beviel de Indiase versie mij maar matig.

Musical
De horror van King werd namelijk verpakt in een Bollywood-jasje en die jasjes zitten mij nooit echt lekker. Ik ben geen fan van musicals, en Bollywood-films (een verzamelnaam voor de Indiase filmindustrie) zijn eigenlijk overdadige musicals. De vertelling in No Smoking wordt dan ook dikwijls onderbroken door een muzikaal intermezzo.

Daarbij bevat het surrealistische, nachtmerrie-achtige scenario veel plotwendingen en terugkerende scènes, waardoor de draad van het geheel op een gegeven moment behoorlijk zoek is. Daarentegen zie je het grapje aan het einde van de film mijlenver aankomen. K raakt verzeild in allerlei vreemde situaties, tot en met een houten gevangenis bewaakt door Russische soldaten. Als hij op de bel drukt om te spreken met een van de bewakers, is er een geluidfragment van een toespraak van Hitler te horen. En zo zijn er nog meer absurditeiten die op het eerste gezicht amusant zijn, maar uiteindelijk nergens op uit lijken te komen en al snel beginnen te irriteren.

Hoe lang kun je je blijven interesseren voor de lotgevallen van een egoïstische roker? Ik in ieder geval niet zo lang als dat de film duurde.

Fantastic Mr. Fox: Simpelweg fantastisch

Saturday, April 17th, 2010

Het komt wel eens voor dat je dankbaar een bioscoopzaal verlaat en dan niet omdat een draak van een film eindelijk geëindigd is, maar juist omdat je een cinematografisch hoogstandje hebt ervaren dat je niet snel meer vergeet. Fantastic Mr. Fox is zo’n film en tot nu toe de leukste flick die ik op de 26ste editie van het Imagine Filmfestival zag.

Mr. Fox (met de stem van George Clooney) heeft Mrs. Fox (Meryl Streep) beloofd nooit meer kippen te stelen, maar kan de verleiding om de drie boeren Boggis, Bunce en Bean een hak te zetten niet weerstaan. Een vos verliest immers zijn haren maar nooit zijn streken en moet zijn instincten volgen, ook al heeft hij een vrouw, zoontje en een respectabele baan bij een krant. Het gevolg van zijn plagerijtjes is een klopjacht op het gezin van Mr. Fox en bijkans de hele dierengemeenschap. Gelukkig is deze vos niet voor een gat te vangen.

Eigengereid
Ik heb een zwak voor de films van Wes Anderson. The Royal Tenenbaums uit 2001, maar vooral The Life Aquatic with Steve Zissou uit 2004 vond ik fantastische films vol verbeeldingskracht en bijzondere personages. De eigengereide maar charmante Mr. Fox past dan ook prima thuis in de rij van personages die Anderson eerder op het witte doek bracht.

Anderson regisseerde voor het eerst een stop-motion animatie met poppen en maakte een van de beste animatiefilms sinds jaren. De charme van stop-motion is dat de animatie soms juist wat schokkerig verloopt. Fantastic Mr. Fox toont ouderwets handwerk in prachtige, sfeervolle decors en is een verademing tussen alle strak berekende computeranimatiefilms die in de mode zijn.

Beestenboel
Fantastic Mr. Fox
is gebaseerd op het gelijknamige boek van Roald Dahl. Niet verbazingwekkend dus dat we een smakelijk verhaal met goed doordachte personages krijgen voorgeschoteld. Ondanks het feit dat de dieren zich deels als mensen gedragen, aangekleed rondlopen en beroepen als journalist en advocaat vervullen, wordt het feit dat het hier om beesten gaat niet ontkent: als Mr. Fox zijn bord leeg eet doet hij dat schrokkend, zoals je dat van een vos mag verwachten. Als hij en zijn advocaat Das (Bill Murray) ruzie hebben staan ze blazend en met krabbelende poten tegenover elkaar.

Saillant detal: De soundtrack bevat klassiekers van The Beach Boys en The Rolling Stones.

Vrijdagavond vond de enige vertoning van Fantastic Mr. Fox plaats op Imagine. Gelukkig is de film vanaf 29 april op de reguliere bioscoopdoeken te zien.

Onderstaande promotievideo laat iets zien van wat er allemaal bij het maken van een een stop-motion animatiefilm komt kijken. Extra bonus voor de fans: je ziet George Clooney in het gras rollen!

Meer over Imagine lezen? Dat kan natuurlijk! De redactie van Zone 5300 blogt hier. Vriend Jooper pende zijn ongenoegen over de film Monkey Boy neer in deze blogpost.