Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for July, 2007

The Hulk returns

Tuesday, July 31st, 2007

De camera’s zijn aan het draaien op de set van de nieuwe Hulk-film. Edward Norton speelt dit keer Bruce Banner. Ik ben benieuwd hoe de groene reus eruit gaat zien.Persbericht: “Toronto, Ontario, July 27, 2007 – Principal photography has begun on THE INCREDIBLE HULK, starring Edward Norton (The Illusionist, American History X), Liv Tyler (Jersey Girl, Reign Over Me), Tim Roth (Reservoir Dogs, Pulp Fiction) and Academy Award® winner William Hurt (A History of Violence, Mr. Brooks) and directed by Louis Leterrier (Transporter 2, Unleashed). The explosive, action-packed adventure in one of the all-time most popular Super Hero sagas unfolds with a cure in reach for the world’s most primal force of fury.In THE INCREDIBLE HULK, we find scientist Bruce Banner (Edward Norton) living in the shadows, scouring the planet for an antidote. But the warmongers who dream of abusing his powers won’t leave him alone, nor will his need to be with the only woman he has ever loved, Betty Ross (Liv Tyler).Upon returning to civilization, our brilliant doctor is ruthlessly pursued by the Abomination (Tim Roth)—a nightmarish beast of pure adrenaline and aggression whose powers match The Hulk’s own. A fight of comic-book proportions ensues, as Banner must call upon the hero within to rescue New York City from total destruction. And on June 13, 2008…one scientist must make an agonizing final choice—accept a peaceful life as Bruce Banner or the creature he could permanently become: THE INCREDIBLE HULK.Hurt portrays General Thaddeus “Thunderbolt” Ross, the military officer—and father of Betty Ross — who has dedicated his life to bringing down both Bruce Banner and his alter ego, The Incredible Hulk.”Nieuwe aanpak?
Norton als Banner is iets waar ik zeer enthousiast van word. Ook al vond ik dat Eric Banna een prima Banner neerzette vol onderdrukte emoties. Ang Lee maakte van de eerste Hulk-film een verhaal vol met jeugdtrauma’s en zette misschien iets te zwaar in op het psychologische vlak. Aan de andere kant is zijn Hulk (2003) wel een eigenzinnige stripverfilming geworden, waarin een wat meer duistere aanpak van het stripmateriaal centraal staat zonder dat het oorspronkelijke medium uit het oog wordt verloren. De klassieke scéne waarin de Hulk het opneemt tegen het leger duurt lang, maar verveelt geen moment. De brute kracht van de Hulk wordt er mooi in gedemonstreerd. Ben benieuwd naar de benadering van regisseur Louis Leterrier. Nog even afwachten dus…

Bond wie?

Sunday, July 29th, 2007

Het is een vraag die geregeld op feestjes, bedrijfsborrels of andere sociale gelegenheden de kop op steekt: wie vind jij de beste James Bond? Toen ik laatst op een terrasje genoot van een goede cappuccino en een conversatie met de illustere Merel B., kwam bij toeval dit onderwerp ter sprake. Het toeval, of uitstekende overeenkomstige smaak – het is natuurlijk maar net hoe je het bekijkt – wilde dat Merel B. en ik allebei Timothy Dalton verkiezen boven Roger Moore, Pierce Brosnan of zelfs Sean Connery. Dalton speelde slechts twee keer James Bond, maar dat deed hij in een paar van de beste films uit de serie: The Living Daylights (1987) en Licence to Kill (1989).Dalton zet een meer realistische Bond neer. Met Moore was de filmreeks verzand in foute slapstick vermengd met camp. Iets wat prima werkte voor de jaren zeventig overigens. Tegen de tijd dat Moore meer terug naar de roots van de geheim agent ging met For Your Eyes Only (1981), was hij eigenlijk al wat aan de oude kant. In A View to a Kill was hij zeker te oud om nog met jonge blonde meisjes in bed te rollebollen. Daarentegen vat de film prima de toon van de jaren tachtig, met dank aan de titelsong van Duran Duran. Dankzij de aanwezigheid van Grace Jones en Christopher Walken mag A View to a Kill een van de beste Bonds met Moore genoemd worden. Keihard
Maar goed, Dalton dus. In Licence to Kill zien we een keiharde Bond die wraakbelust op jacht gaat naar de drugsbaron Sanchez (Robert Davi). Sanchez heeft de vrouw van Felix Leiter vermoord op hun huwelijksnacht en Leiters been aan haaien gevoed. Genoeg voor Bond om zijn baan te riskeren en als een losgeslagen agent in de organisatie van Sanchez te infiltreren om deze kapot te maken. De Bond van Dalton spreekt weinig en vaak in cynische oneliners. Wanneer hij de moordenaar van hulpje Sharky met een harpoen doorboort, zegt hij: ‘Met de complimenten van Sharky!’Bond baalt in principe van zijn baan. Als geheim agent is hij niet meer als een doeltreffend bot wapen tegen de misdaad, in dienst van Hare Majesteit. Dalton omschreef Bonds houding als volgt:

‘The interesting thing about the Bond of the Fleming books, which I think Sean Connery got hold of extraordinarily well in spirit, is that he is in a way a writer’s paradox. Fleming could write about a man who was ruthless and hard, a thorough professional, absolutely capable of carrying out his assignment but at the same time he could, through his writing, give this complex character an awareness, sensibility, cynicism and what he referred to as “accidie, this distaste with the nastiness of his job.’ (Dalton geciteerd in The Making of Licence to Kill, Sally Hibbin, Hamlyn 1989).

Bond tussen ‘the usual suspects’.

Daltons Bond geeft dan ook zijn werk op om een persoonlijke wraak uit te vechten. Dit feit maakt hem des te menselijker. In tegenstelling tot de bijna kogelvrije Moore en onfeilbare Brosnan, is Daltons Bond kwetsbaar. De wereld van Licence to Kill is hard en doet daardoor realistisch aan – een opmaat gemaakt verhaal voor Daltons meer realistische weergave van Bond. Wanneer Bond zich aan het einde van de film gewroken heeft, komen voor het eerst de emoties van verlies boven. We zien een bebloede Dalton rouwen om het lot van zijn vriend en diens bruid. Emotie hebben we weinig gezien bij andere Bonds, behalve dan bij George Lazenby, maar dat is een verhaal apart. Connery
Eigenlijk is een voorkeur uitspreken voor iemand anders dan Sean Connery net zoiets als vloeken in de kerk, want vaak wordt het argument aangedragen dat Connery toch altijd de eerste James Bond was en daarom alleen de ware. Dit klopt echter niet helemaal. Nog voor de filmreeks van start ging, werd in 1954 Amerika een televisiefilm geproduceerd van Casino Royale, het eerste Bond-boek van Ian Fleming. De rollen werden echter omgedraaid: James Bond was een Amerikaanse geheim agent terwijl vriend Felix Leiter Engels was. Jimmy Bond werd gespeeld door Barry Nelson. Los daarvan (want bovenstaande is natuurlijk een beetje flauw argument) moet ik toegeven dat Connery hoog scoort in mijn lijstje van favoriete Bonds: Connery zette een sexy, humorvolle en gevaarlijke Bond neer die perfect paste in de jaren zestig. Het was echter Dalton wie ik voor het eerst op het grote scherm zag als Bond, en die eind jaren tachtig, de juiste Bond voor die tijd neerzette. En een drugsbaron als vijand was ook geen onlogische keuze aan het einde van de Koude Oorlog. Smaak
Eigenlijk is voor iedere acteur die ooit Bond speelde wel iets te zeggen – ze vertolkten de Bond van hun tijd. Een voorkeur uitspreken voor een bepaalde vertolking is net zoiets als je uitspreken over je muzieksmaak, kledingvoorkeur of haardracht. Het zegt iets over wie je bent en hoe je jezelf wil profileren. Met het juiste antwoord maak je vrienden, met een fout antwoord krijg je een scheve blik. Maar eigenlijk is er geen fout antwoord. Bond is een kwestie van smaak, en over Bond valt flink te twisten.

Lees ook: Recensie Casino Royale en Bond mag met pensioen.

Een muzikale schatkamer

Thursday, July 26th, 2007

Wanneer ze het ouderlijke huis verlaat om Amerika (en zichzelf) te ontdekken met haar vriendje, laat Anita Miller haar indrukwekkende platencollectie achter bij haar broertje William. Als ze afscheid nemen, legt Anita haar handen op zijn schouders, buigt ze iets voorover en zegt ze hem met een oprechte blik: ‘One day you’ll be cool.’ Dan fluistert ze in zijn oor: ‘Look under your bed. It’ll set you free’. Ze rijdt weg met haar vriendje; haar beduusde broertje en bedroefde moeder worden steeds kleiner op de achtergrond. Die avond haalt William een grote leren tas onder zijn bed vandaan, gevuld met juweeltjes uit de popmuziek: Creams Wheels of Fire, Bob Dylans Blonde on Blonde, Get Yer Ya Ya’s Out van The Rolling Stones, Pet Sounds van The Beach Boys, Abraxas van Santana, Jethro Tulls Stand Up, The Mother’s of Inventions We’re Only In It For The Money, Led Zeppelin II, Tommy…. Vanaf dit moment zal Williams leven nooit meer hetzelfde zijn… Met het luisteren van deze albums begint hij aan een reis die hem brengt tot in het kantoor van Rolling Stone Magazine. Een reis waarin hij toert met de band Stillwater en waarin hij voor het eerst zijn hart verliest aan het engelachtige meisje Penny Lane. Bovenstaande is een beschrijving van een scène uit de film Almost Famous van regisseur Cameron Crowe, die zijn ervaringen als jonge journalist van Rolling Stone Magazine gebruikte als basis voor deze autobiografische fictie. Een heerlijke film over de liefde voor popmuziek in de magische jaren zeventig, volwassen worden en de mythe van Amerika. Toen ik de soundtrack van de film luisterde, maakte ik kennis met een paar nieuwe bands – The Allman Brothers, Led Zeppelin en Cat Stevens – daarmee vervulde Almost Famous voor mij dezelfde functie als Anita voor haar broertje William.Zolder
Hoewel ik geen oudere zus heb die mij kon wijzen op de grote muzikale schatkist die het verleden bevat, maakte ik op mijn dertiende wel iets soortgelijks mee. Het was een warme zaterdagmiddag toen ik de taak had gekregen om de zolder op te ruimen. Ik begaf me tussen de oude spullen van mijn familie – stapels dozen ruikend naar oude sokken, in een benauwde ruimte waar stof en spinrag heersten. Daartussen vond ik onverwachts een doos met lp’s. De guitig kijkende discodansers op de voorste albumhoezen deden m’n ruggengraat trillen van afgrijnzen. Daarachter stonden echter Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band en Abbey Road. Gevolgd door een collectie met soul klassiekers, Tommy van The Who en wat platen van de Rolling Stones. (Overigens stond er naast disco ook een hoop andere meuk, waarvan ik de namen niet zou herhalen, zelfs al kon ik ze herinneren). Groeven vol muziek
Ik had in die tijd nog een platenspeler en draaide de gevonden schijfjes vinyl een voor een. Altijd een magisch moment als de naald de groef vindt en tussen het krakende stof door de eerste klanken klinken. Ik kon vroeger uren staren naar het voortglijdende vinyl en de naald die zich met gepaste snelheid naar het centrum van de plaat bewoog. Het was niet zo dat ik toen The Beatles voor het eerst hoorde. Bij ons thuis werd er voor het begin van Sky Radio regelmatig goede muziek gedraaid, dus ik was oppervlakkig bekend met het werk van The Fab Four, maar ook Elvis Presley, Otis Redding, George Michael, Booker T. and the MG’s – om maar een kleine selectie te noemen. Op het moment dat ik zelf muziek begon te draaien, kreeg het een geheel nieuwe – persoonlijke – betekenis. Alsof er een spannende wereld werd ontsloten. Mijn reis was pas begonnen…

Lees ook (of niet): A Case of High Fidelity, The Beatles: Love,
Freddie and me en Grote verwachtingen.

Gezocht

Tuesday, July 24th, 2007

Graffitischrijver zoekt spellingchecker.

Laatste dagen in Twin Peaks

Sunday, July 22nd, 2007

Eind goed, al goed? Niet in de wereld van David Lynch. In de slotaflevering van de serie Twin Peaks (aflevering 29 om precies te zijn, Diane) zien we hoe agent Cooper de strijd aan gaat tegen het kwaad in de Zwarte Loge. Wie een gewelddadig en actievol handgemeen als einde had verwacht wordt verrast. In de climax van de serie zien we Cooper vreemde conversaties voeren, van de ene ruimte naar de andere ruimte lopen en uiteindelijk met zichzelf op de vuist gaan – al gebeurt dit laatste in het donker waardoor we niet echt iets kunnen zien.Uiteindelijk komt Cooper weer tevoorschijn in het bos, waar sheriff Truman en deputy Andy op hem zitten te wachten. (De arm der wet is wederom machteloos tegen de kwade krachten in het bos.) Cooper is gewond, maar lijkt verder ongeschonden uit de strijd te zijn gekomen. Schijnbaar, want al snel blijkt dat hij het heeft verloren van BOB. Wanneer Cooper in de laatste scène zijn hoofd tegen de spiegel in de badkamer stoot en met een psychopathische grijns de vraag ‘How’s Annie?’ blijft herhalen, is duidelijk dat het kwade in hem gewonnen heeft.Dubbelganger
Hoewel, dat laatste is niet met honderd procent zekerheid te stellen. Aangezien Cooper zijn slechte dubbelganger is tegengekomen in de Loge, is het ook aannemelijk dat niet hij, maar zijn slechte spiegelbeeld de Loge heeft verlaten. Dat betekent dat de goede Cooper de komende 25 jaar zit opgesloten in de Loge. (De Zwarte en Witte Loges gaan slechts een keer per kwart eeuw open.) Maar hoe je het ook bekijkt: het kwaad wint in Twin Peaks.

Bad Cooper?

En dat is iets wat je niet zo snel verwacht van een televisieserie. Van kinds af aan wordt ons al bijgebracht dat het goede over het kwade wint. Duizenden Hollywood-films eindigen immers op die manier. John McClane, Dirty Harry, Angel, Buffy, Spiderman, Jack Bauer: ze bewijzen iedere keer opnieuw dat het goede uiteindelijk altijd wint. En dat terwijl in de echte wereld de uitkomst van de strijd tussen goed & kwaad lang niet altijd duidelijk in het voordeel van Het Goede wordt beslist. Final days
Lynch laat graag die andere kant van het verhaal zien. Twin Peaks: Fire Walk with Me, de prequel van de televisieserie Twin Peaks, beschrijft de laatste dagen van Laura Palmer. Deze all american cheerleader is ver heen: met haar neus vol coke geeft ze zich ’s avonds over aan allerlei seksuele perversiteiten. Toch kunnen we dat het meisje niet kwalijk nemen, want ze wordt al sinds haar twaalfde verkracht door haar vader Leland Palmer. Leland is op zijn beurt weer bezeten door BOB – de personificatie van het kwaad in ons allemaal. Uiteindelijk gaat Twin Peaks over incest, vernietigde onschuld en de strijd tegen BOB. Beschermengel
De films van Lynch eindigen, hoe kan het ook anders, vaak ambigue. Toch gloort er tegelijkertijd hoop aan de horizon: in Twin Peaks: Fire Walk with Me, wordt Laura Palmer aan het einde van de film vermoord door haar vader. Een onvermijdelijke uitkomst van het verhaal. De wereld van Lynch kent echter ook enkele beschermengelen. Laura ziet de hare als ze zit opgesloten in de Zwarte Loge. Er verschijnt een engel – het teken van hoop – alsof het uiteindelijk toch goed met Laura zal komen. Sailor (Nicholas Cage) krijgt bezoek van De Goede Fee aan het einde van Wild at Heart. Ze maakt hem duidelijk dat hij zijn liefde voor Lula (Laura Dern) niet mag opgeven. Uiteindelijk komt het gepassioneerde stel weer samen – liefde overwint alles.

De Goede Fee in Wild at Heart lijkt verdomd veel op Laura Palmer.

En is Cooper hopeloos verloren? Dat moet over 25 jaar blijken, als de goede Cooper een kans krijgt om de Zwarte Loge te verlaten.Lees ook (of niet): Verlangen naar Twin Peaks, Terug naar Twin Peaks, Verslaafd aan Twin Peaks en Dood in Twin Peaks.

Transformers: Hardly more than meets the eye

Friday, July 20th, 2007

Toen bekend werd dat Michael Bay een Transformers-film ging maken, vroeg ik me af waarom deze tekenfilmserie per se verfilmd moest worden.

De serie kende ik goed van jaren geleden en ik herinner me nog een animatiefilm. Daarvan kan ik me vooral de jaren tachtig rockmuziek nog voor de geest halen en niets meer van het verhaal. Maar plot was nooit het sterkte punt van de serie. Hetzelfde geldt voor de film(s) van Michael Bay.Bay staat niet bekend om subtiele plotwendingen of cameravoering. En laten we eerlijk zijn, de tekenfilmserie staat nu niet bekend om zijn diepgaande of geloofwaardige verhalen. Daarmee vormt de serie perfecte kost als aanvulling op Bays eerdere werk (Armageddon, Pearl Harbor). Hij maakt met Transformers dan ook zijn reputatie volledig waar. Bay wisselt humorvolle scènes af met knallende actie, en probeert het kleine beetje emotie dat in de film zou zitten bij de kijkers te bewerkstelligen door met een soundtrack vol dik hoorngeschal aan te komen. Bay wil immers een heroïsch verhaal vertellen.En de film kent ook wel een held: de acteur Shia LaBeouf, die als een rasechte komiek de tienerangst van Sam Witwicky belichaamt. Eigenlijk is het zware metaal maar bijzaak en draait alles om zijn verovering van de lekkere meid uit zijn klas. Dat hij een felgele Camaro heeft die in een robot verandert is een sterke kaart in zijn veroveringsspel.

De échte held en zijn meisje.

Lachen!
Vooral het eerste deel van de film loopt goed: het verhaal van Witwicky kent veel grappige momenten. Bijvoorbeeld als hij zijn eerste auto koopt, of wanneer hij indruk probeert te maken op de aantrekkelijke Mikaela Banes (Megan Fox) door subtiel de aandacht te vestigen op zijn armspieren terwijl de aanpassingen in zijn auto aanwijst.Wanneer de Autobots de aarde bereiken en met de Decepticons op de vuist gaan, blijft er alleen nog botsend metaal over. En dat is niet erg boeiend om te zien. Zeker niet omdat het geheel wordt verbeeld met een schokkende camera en een te snelle beeldwisseling, waardoor je slechts indrukken krijgt van de actie. Wellicht een poging om de digitale robots echter te laten overkomen. Als het echter om een robbertje knokken tegen het Amerikaanse leger gaat, heeft de sequentie in Hulk van Ang Lee mijn voorkeur. In het wezen van de Hulk lijkt nog een mens van vlees en bloed schuil te gaan, terwijl het lijkt alsof Bay als geheime opdracht het oppompen van het moreel van het Amerikaanse leger lijkt te zijn meegegeven. Het leger houdt immers krachtig stand tegen de superieure robots. Persoonlijk heb ik het niet zo op legerverhalen, al moet gezegd worden dat ook daar in de film ruimte is voor een aardige grap hier en daar. John Turturro verrast in zijn rol van de geflipte agent Simmons.

Grote verliezers van Transformers, zijn de Transformers zelf. De digitale creaties zien er goed uit en de transformaties zijn spectaculair. Maar in de scène waarin de Autobots zichzelf voorstellen aan Sam of wanneer Optimus Prime voor de zoveelste keer een preek afsteekt, voelt het alsof de film héééél lang duurt. Als kind heb je kennelijk aan simpele verhaaltjes genoeg om je te vermaken.

Alsjeblieft, niet nóg een speech!

Een verfilming van de tekenfilmserie Transformers is natuurlijk volledig overbodig (net als zo veel nostalgische remakes die we in de laatste jaren hebben gezien), en ook al is de film voorzichtig vermakelijk te noemen, het zullen vooral tienjarigen vol met kinderfantasieën zijn die zich goed met de film vermaken.

Jeugdsentiment
Het leuke aan de hele kijkervaring was vooral dat ik met een paar vrienden van gelijke leeftijd in de bioscoop zat. Onderweg naar de zaal hebben we Transformers warstories uitgewisseld: wie had welke en vooral: wat is er sindsdien met het oude speelgoed gebeurd? Die ontboezemingen waren beter dan de film. Transformers roept een gevoel van nostalgie op en een verlangen om de serie weer eens te gaan kijken. Daarom voor de liefhebber deze recensie van James Rolfe over Transformers: The Movie (1986).

Superhelden 101: De superschurk

Wednesday, July 18th, 2007

Een held heeft geen functie zonder een tegenstrever, een antagonist. De superheld kent als tegenhanger de superschurk. Het is de schurk die de orde overhoop haalt en doet omslaan in chaos. De antagonist
Veel van de kenmerken van de held zijn ook van toepassing op de schurk: zo heeft hij/zij een kostuum, superkracht of een bijzondere eigenschap en een alter ego. Daarbij moet worden gezegd dat de meest sinistere superschurken geen masker dragen. Zo staat de misdaadbaas van New York, de Kingpin, over het algemeen bekend als gerespecteerd zakenman in plaats van schurk. Senator Kelly, die zich in X-Men (Bryan Singer, 2000) hard maakt voor de mutantenregistratiewet, is met zijn politieke ideeën een gevaarlijker opponent van de X-Men dan de gemiddelde gekostumeerde superschurk.In principe heeft iedere held zijn eigen vijanden, zodat hij te maken heeft met opponenten die ongeveer evenveel kracht hebben. Zo zijn Batmans vijanden meestal niet supersterk. Schurken als de Joker en de Penguin zijn gevaarlijk door hun psychotische natuur en het gebruik van technische middelen – niet door brute kracht. Het komt overigens wel voor dat een superheld als bijvoorbeeld Spiderman te maken krijgt met een schurk die normaliter met een andere supercollega vecht en die veel meer kracht heeft dan hij.Psychologie van de schurk
Superschurken zijn niet zomaar slecht: er wordt altijd een reden gegeven voor hun gedrag. Reynolds is van mening dat misdaad niet op sociologische wijze benaderd wordt, maar dat de mythologie achter de tekst die van ‘verleiding en val door de zucht naar macht’ is. De motivatie van superschurken als de Joker, Doctor Doom, Lex Luthor en de Green Goblin komt voort uit een zucht naar macht; het zijn zogenaamde ‘gevallen’ personages. ‘All are corrupted by power, and power in the particular form of knowledge,’ schrijft Reynolds. (Reynolds 1992: 24)In de handen van de schurk is kennis een wapen en kan wetenschap uitzonderlijke krachten verschaffen. De Green Goblin is hiervan een goed voorbeeld: de formule die de verborgen kracht in de mens naar boven moet halen, zorgt dat Norman Osborn supersterk wordt. De mythologisering van wetenschappelijke kennis is een van de meest prominente thema’s van sciencefiction, en daarbij is de scheiding tussen kennis en geweten – die verbeeld wordt door de superschurken in comics – een conflict dat nooit op te lossen is: ‘A villain such as the Joker continues year after year, story after story, sabotaging the social order in an endless treadmill of destruction, which Batman struggles to control and contain’. (Reynolds 1992: 25)Net als de superheld, krijgen de meeste schurken hun krachten door een experiment dat fout gaat. De Green Goblin (Willem Dafoe) wordt slachtoffer van zijn eigen formule – behalve dat het ontploffende goedje hem supersterk maakt, verliest hij tegelijkertijd zijn realiteitszin. Hetzelfde geldt voor Dr. Octopus (Alfred Molina) in Spider-Man 2 die door een mislukt wetenschappelijk experiment de controle over zijn mechanische armen verliest. Doordat de chip die zijn geest zou moeten beschermen beschadigd wordt, beïnvloedden zijn kwaadwillende armen zijn hersenen in plaats van andersom.Tijdelijke overwinning
In de meeste gevallen wordt de schurk wel verslagen, maar is deze overwinning slechts tijdelijk: de verslagen schurk zal in de toekomst wederom zijn opwachting maken. Mocht hij permanent uitgeschakeld zijn, dan staat de volgende aflevering een nieuwe schurk klaar om toe te slaan en de sociale orde omver te werpen. De schurk wordt overigens zelden door brute kracht verslagen. Meestal vereist de overwinning een extra inspanning van de held door middel van een slimme handigheid of doorzettingsvermogen:

The moment of the extra effort, and the soul searching that is conducted to make it possible, are the key moments of most superhero narratives, and far more significant in terms of character development than all the acrobatic and artistic slugging and atomic, psychic, or electromagnetic zapping that comprises the progress of the fights themselves. (Reynolds 1992: 41)

Een kanttekening is hier wel op zijn plaats: Reynolds is wel wat snel met het stellen dat misdaad niet sociologisch gemotiveerd wordt. Niet iedere superschurk wil de wereld overheersen en als hij dat wel wil, wordt deze wens dikwijls vanuit de achtergrond van het personage gemotiveerd. Magneto’s acties komen bijvoorbeeld voort uit zelfbescherming: hij heeft zijn familie verloren in een concentratiekamp, en wil kostte wat het kost een mutantenvervolging voorkomen. Magneto ziet normale mensen als een bedreiging voor mutanten en is bereid tot het uiterste te gaan om zijn mensen te beschermen. Superschurken grijpen dus niet per definitie naar de macht om de macht; er kan van een degelijke motivatie sprake zijn die samenhangt met de achtergrond of met een eigenschap van het personage:

The villain’s motivation may be greed (the Kingpin, Lex Luthor), political fanaticism (the Red Skull), a mania for power (Doctor Doom), social engineering (the original Magneto), psychotic revenge against society for sundry personal reasons (Bullseye, the Joker) or even a metaphysical evil which presumes a Manichean view of universal order (Mr Mxyzptlk, Loki, Mephisto). (Reynolds 1992: 51)

De superschurk als vaderfiguur
In Sam Raimi’s Spider-Man komen enkele belangrijke thema’s uit het superheldengenre naar voren, namelijk het verlies van familie, de rol van vaderfiguren en gespleten persoonlijkheden. Net als in de comics, zorgt het verlies van oom Ben voor Peters motivatie om zijn spinnenkrachten in te zetten om mensen te redden. In dit opzicht is de rol van de vaderfiguur cruciaal. In de film worden bepaalde zaken echter anders verteld dan in de comics. Omdat daardoor ideologische verschillen ontstaan, is het belangrijk hier dieper op in te gaan.Peter en oom Ben: ‘atonement with the father’
De origin story van Spiderman is kenmerkend voor de origin stories van superhelden: hij krijgt zijn speciale kracht als tiener en het ontstaan van de held gaat gepaard met het verlies van de vader. Zoals al eerder is aangegeven speelt bij superhelden het verlies van de ouders een centrale rol in de wording van de held. Volgens Richard Reynolds doorlopen de superhelden het oedipale traject niet volledig omdat een confrontatie met de vader uitblijft:

The most satisfying and enduring superheroes have incorporated the familiar emotional landscape of adolescence into their developing superhero mythology. Their exploits very frequently dramatize the Oedipal conflict, or what [Joseph] Campbell refers to as the ‘Atonement with the Father’. This conflict is especially acute for the superhero. He will generally be the possessor of extraordinary physical and often mental powers, yet be unsure of his maturity and trustworthiness to use them. In any straight show-down with his father – in any trial of strength – he would clearly be triumphant. But such simplicity would be impermissible and unsatisfying as story or myth – it is never allowed to happen. Approval by the father is withheld time and again by the absence or unavailability of the father-figure. (Reynolds 1992: 61)

Reynolds verwijst in zijn tekst naar Joseph Campbells The Hero with a Thousand Faces, waarin Campbell inderdaad spreekt over ‘atonement with the father’: het goedmaken/verzoening met de vader. Dit gebeurt door een confrontatie met de vader en is voor het kind het moment van initiatie tot de wereld van de volwassene:

When the child outgrows the popular idyl of the mother breast and turns to face the world of specialized adult action, it passes, spiritually, into the sphere of the father – who becomes, for his son, the sign of the future task, and for his daughter, the future husband. Whether he knows it or not, and no matter what his position in society, the father is the initiating priest through whom the young being passes on into the larger world. And just as, formerly, the mother represented the ‘good’ and ‘evil’, so now does he, but with this complication – that there is a new element of rivalry in the picture: the son against the father for the mastery of the universe, and the daughter against the mother to be the mastered world. (Campbell 1949: 136)

Volgens Reynolds vindt dit dus niet plaats bij superhelden omdat de vaderfiguur ontbreekt: de confrontatie blijft uit en daarmee de goedkeuring van de zoon door de vader. We kunnen echter stellen dat in het geval van Spiderman hij toch de volwassen wereld in stapt, juist doordat hij zijn verantwoordelijkheden neemt. Als Spiderman de inbreker verslaat die zijn oom heeft vermoord, is dat zijn initiatiemoment. Peter kent dus geen directe confrontatie met zijn vader om, zoals Campbell het noemt, ‘de heerschappij van het universum’. Als Spiderman levert hij echter dagelijks een dergelijke strijd met superschurken. Deze schurken zijn soms te zien als alternatieve vaderfiguren. Voor ik hier nader op in ga, is het belangrijk de relatie tussen Peter en oom Ben nader te bekijken.In de film wordt de relatie tussen Peter (Tobey Maguire) en zijn oom Ben (Cliff Robertson) uitvoeriger behandeld dan in de strip. Deze veranderingen hebben tot gevolg dat de theorie van Reynolds niet opgaat. Hoewel Ben Parker maar kort aanwezig is in de film is het belangrijk dat dit personage goed wordt neergezet en dat zijn band met Peter zo duidelijk mogelijk wordt gemaakt. De dood van Ben is immers Peters motivatie om Spiderman te worden. In de strip heeft Ben drie korte scènes met Peter. In de film zien we Ben ook maar drie keer voordat hij sterft, en in die scènes wordt al het mogelijke gedaan om hem neer te zetten als een liefdevolle vaderfiguur voor Peter, die samen met zijn vrouw het beste met hem voor heeft. Wanneer Peter voor zijn doen zich steeds vreemder begint te gedragen, valt dit Ben meteen op. Hij probeert er met Peter over te praten in de auto; in deze scène vertelt Ben Peter dat grote krachten met grote verantwoordelijkheden gepaard gaan. Tijdens dit gesprek probeert hij echt te begrijpen wat er met Peter aan de hand is, maar Peter wil niet luisteren – hij denkt het allemaal beter te weten en wil geen preek van zijn oom. Ben antwoordt: ‘I don’t mean to lecture, and I don’t mean to preach, and I know I am not your father.’ Peter antwoordt boos: ‘Then stop pretending to be!’ Dit raakt Ben diep en hij staakt het gesprek. Peter heeft echter ongelijk: sinds zijn ouders omkwamen, zijn Ben en tante May (Rosemary Harris) zijn ouders.

With great power…

In deze scène wordt een klassiek conflict uitgebeeld, dat tussen de vader en het kind. Dit is het moment dat het kind zich losmaakt van zijn ouders en alles op zijn manier wil doen. Uiteindelijk zal Peter echter leren dat Ben gelijk had en dit besef zorgt ervoor dat hij zijn krachten inderdaad gebruikt om het goede te doen. De vaderfiguur fungeert hier in principe als voorbeeld – als spiegelbeeld – voor de zoon: doordat Peter de normen en waarden van Ben overneemt, wordt in Spiderman de goedheid van Ben gereflecteerd.Peter gaat in de film dus wel het conflict aan met de vader, zij het dan dat het initiatiemoment waar Joseph Campbell het over heeft, later plaatsvindt. In de film zien we echter wel de verzoening (atonement) tussen vader en zoon. In tegenstelling tot de stripversie ziet Peter oom Ben namelijk nog even voordat deze doodgaat. Peter vindt Ben op straat, waar hij is neergeschoten. Peter knielt bij hem neer. Als Ben hem herkent, glimlacht hij nog even: hij vergeeft hem de ruzie van eerder die dag. Dit moment is een belangrijke en interessante toevoeging in de film. In geen van de stripversies van de origin story ziet Peter Ben sterven. In het oorspronkelijke verhaal van Stan Lee en Steve Ditko is het Lee, de geestelijk vader van Spiderman, en niet Ben die aan het eind van het eerste verhaal zegt dat met grote krachten grote verantwoordelijkheden gepaard gaan.Osborn/Green Goblin
In Sam Raimi’s Spider-Man is Norman Osborn heel duidelijk een alternatieve vaderfiguur voor Peter. Hij biedt hem zijn hulp aan als Peter een baantje zoekt en is aanwezig op Peters diploma-uitreiking. Hier is hij letterlijk de vervanging voor Ben Parker die inmiddels gestorven is. (Dat Osborn aanwezig is omdat zijn zoon Harry ook zijn diploma krijgt maakt hierin geen verschil.) In het eindgevecht zegt Osborn ook dat hij als een vader voor Peter is geweest. ‘Be a son to me now,’ vraagt hij hem. Peter wijst Osborn uiteindelijk af als vaderfiguur en stelt heel duidelijk dat oom Ben zijn vader is: ‘I have a father. His name is Ben Parker.’ De relatie tussen Peter en Osborn is in de film anders dan in de comics: daarin wordt Norman nooit neergezet als alternatieve vaderfiguur voor Peter.In Spider-Man 2 wordt Dr. Octopus ook neergezet als een soort van vaderfiguur, hoewel dat subtieler gebeurt dan bij Osborn. De scène waarin Peter bij Dr. Octavius en diens vrouw aan de thee zit is duidelijk geschreven om een persoonlijke band tussen Peter en Doc Ock bewerkstelligen. Je zou Octopus dan ook als wetenschappelijk vader van Peter kunnen beschouwen.

Harry Osborn in de voetsporen van zijn vader.

In tegenstelling tot Peter, doorloopt Harry Osborn (James Franco) wel het gehele oedipale traject. In het begin van de film verzet hij zich tegen zijn afkomst: als Norman Harry naar school brengt, wil Harry niet dat zijn klasgenoten hem in een limousine zien zitten. In de film probeert Harry wel de goedkeuring van zijn vader te krijgen. Deze blijft uit tot het moment dat Mary Jane (Kirsten Dunst) het uitmaakt met Harry – dan verzoenen Norman en zijn zoon zich met elkaar. Op de begrafenis van Norman zweert Harry zich op Spiderman te wreken. Hij denkt dat Spiderman verantwoordelijk is voor de dood van zijn vader. Harry neemt afscheidt van Peter en loopt naar de limousine: hij heeft zich verzoend met zijn lot en stapt letterlijk in de voetsporen van Norman Osborn. In de volgende films blijkt hoeveel als Harry ook daadwerkelijk de identiteit van de Green Goblin op zich neemt.In de film worden de relaties tussen de personages, in het bijzonder die van Peter met Ben en Peter met Osborn, duidelijk naar voren gebracht. Dit gebeurt ook in andere superheldenfilms: in The Hulk (Ang Lee, 2003) speelt de vader (Nick Nolte) ook een belangrijke rol in het leven van Bruce Banner (Eric Bana). De vader vervult ook de rol van superschurk: de strijd tussen vader en zoon wordt letterlijk verbeeld als Banners vader de krachten van zijn zoon probeert te absorberen. Het vooropstellen van de relaties tussen de personages maakt duidelijk dat het in de films – net als in strips van Marvel – ook draait om de mensen áchter het masker.

Lees verder over de wereld van de superheld
Michael Minneboo
Bovenstaande tekst is een bewerking van de doctoraalscriptie Superhelden in actie: Comics op celluloid. Geschreven door Michael Minneboo, major filmstudies Vakgroep Film- en televisiewetenschappen, Universiteit van Amsterdam.Literatuur
Adatto, Kiku. Picture Perfect. The Art and Artifice of Public Image Making. New York: Basic Books, 1993.

Brooker, Will. Batman Unmasked. Analyzing a Cultural Icon. London: Continuum, 2000.

McCloud, Scott. Understanding Comics. The Invisible Art. 2e druk. New York: Paradox Press, 2000(a).

Persmap. Spider-Man. Production Information. Amsterdam: Columbia Tristar Films, 2002.

Persmap. The Hulk. Amsterdam: Universal Pictures, 2003.

Reynolds, Richard. Superheroes. A Modern Mythology. London: B.T. Batsford, 1992.

Sassienie, Paul. The Comic Book. The One Essential Guide for Comic Book Fans Everywhere. London: Ebury, 1994.

Taormina, Agatha. The Hero, the Double, and the Outsider. Images of Three Archetypes in Science Fiction. Diss. Carnegie-Mellon University, 1980. Ann Arbor: University microfilms international, 1982.

Gerelateerde artikelen
Batman op de divan

De charme van Spider-Man

Waarom Batman en de Joker niet zonder elkaar kunnen

Filmframes: Zinnenprikkelende Elektra

Sunday, July 15th, 2007

Eigenlijk is Jennifer Garner niet de ster van Elektra, maar de cameraman.

Sommige films kijk je niet om het verhaal. Het verhaal van Elektra (Rob Bowman, 2004) is die van de bekende martial-arts variëteit. Al moet ik zeggen dat de plot voor een actiefilm een mooie kop en staart heeft en dat het duidelijk is dat de makers Elektra een psychologische subtekst hebben willen geven (Elektra is een gekwelde ziel die in de loop van het verhaal haar menselijkheid terugvindt door een getalenteerd meisje en haar vader te beschermen.)

Toch is Elektra een film die je vooral kijkt voor het visuele spektakel. De actie is mooi in beeld gebracht en de gevechten zien er spannend uit. Jennifer Garner heeft haar strepen als vechtvrouw al ruimschoots verdient in de televisieserie Alias en als Elektra in Daredevil (Mark Stephen Johnson, 2003). Jennifer is mooi, goed getraind en overtuigt met iedere stoot die ze uitdeelt. De echte sterren van de film zijn wat mij betreft de cinematograaf Bill Roe, art director Eric Norlin en production designer Graeme Murray. Bill Roe heeft vooral veel ervaring opgedaan in televisieland, evenals regisseur Rob Bowman (The X-Files) en Graeme Murray. The X-Files was natuurlijk een serie die al een echte film feel had: gedraaid in druilerig British Columbia, met spookachtige belichting en prikkelende plots.

Licht en donker contrasteren in Elektra.

In Elektra zijn de meeste scènes gedraaid in sfeervolle chiaroscuro belichting: het licht komt voornamelijk van één overheersende lichtbron, waardoor het beeld getekend wordt door een sterk licht-donkercontrast en veel scherpe schaduwpartijen bevat. We kennen dit soort belichting van grootmeesters als Rembrandt en Caravaggio. In Film Noir (Hollywood, jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw) werd het ook veelvoudig gebruikt. Frank Miller, de geestelijk vader van Elektra, gebruikt in zijn strips Sin City een extreme vorm van dit licht-donkercontrast. In Elektra is de lichtbron vaak goudkleurig, wat goed combineert met andere warme kleuren als bruin en het half felle rood van Elektra’s kostuum.

De composities van de shots lijken opvallend veel op stripplaatjes: de cameraman haalde zijn inspiratie duidelijk uit de comics waarin Elektra eerder tot leven kwam.

Een interessante compositie waarbij het beeld in twee vlakken is ingedeeld. In het rechtervlak had de tekstballon gestaan als dit een stripplaatje was geweest.

De weerspiegeling van Elektra in het glas is pure stripesthetiek.

Dat geldt ook voor het kleurgebruik: soms zijn scènes bijna volledig monochroom, waardoor ze echo’s uit de strips van Frank Miller en inkter Klaus Janson lijken. Miller en Janson maakten de Daredevil-strip begin jaren tachtig, in een grimmige en duidelijk herkenbare stijl.

Sfeervolle bruine tinten in het kantoor van De Hand.

Elektra bijna geheel in silhouet – iets wat we veel zien in strips en animaties, waarin de personages meestal geheel zwart gekleurd zijn. Dit beeld benadert die techniek.

Stripverfilmingen als 300 en Sin City zijn heel duidelijk grafisch geïnspireerd door hun bronnen. De resultaten zijn vaak een lust voor het oog. Door de vormgeving hebben deze films heel duidelijk een comicbook ‘feel’, wat ze doet opvallen ten opzichte van andere Hollywood-films. Elektra bewijst dat het allemaal ook subtieler kan. Dit maakt de film wat mij betreft alleen al het bekijken waard.

Het wordt tijd…

Friday, July 13th, 2007

Het is een beetje alsof ik langzaam ontwaak en de slaap uit mijn ogen wrijf. The Fat Lady is nog niet aan het zingen, maar staat wel ergens in de coulissen te drentelen en verwarmt haar stem met toonladders. Het gaat niet lang meer duren… nog even. Van de week was ik in Utrecht om Hester te interviewen. De jonge journalisten die ik in de videoserie Starters in Beeld portretteer. De week ervoor had ik haar op Schiphol op video vastgelegd terwijl ze de werkdag van een verkeersleider versloeg. Nu zou ik haar op haar beurt interviewen over haar werk, studie en leven. Ze woont nog nét in het centrum van de Domstad. Hoewel ik tijdens ons gesprek bezig was met camerawerk én op het geluid moest letten, is het allemaal aardig gegaan. Het is dan ook makkelijk spreken met Hester. Het feit dat we drie maanden tegenover elkaar zaten op de redactie van Intermediair, zal daar ook iets mee te maken hebben. Na het interview liepen we door het centrum van Utrecht waar ik nog wat tussenshots van haar heb gedraaid. We kwamen geregeld ‘Te Huur’ borden tegen op de verschillende voorgevels. Wat mij betreft aansprekende borden; de laatste tijd besef ik maar al te goed dat het tijd wordt voor de wind der verandering. Mijn appartement verkeerd in de staat van opknappen of kappen. En aangezien ik het wel heb gezien in mijn locale Tinseltown, is de tijd aangebroken om verhuisdozen te vullen. Ik heb een tijdje nagedacht over de stad waar ik in zou willen wonen. New York schoot te binnen, maar dat is niet heel realistisch op de korte termijn. Bovendien wil ik niet het risico lopen dat ik Arnon Grunberg als buurman krijg… Stel je voor dat hij in het echt wél aardig blijkt te zijn. Je moet er niet aan denken. Maar Utrecht zou wellicht kunnen. Midden in Nederland – middenin het deel dat er toe doet tenminste – en een stad met een dorpse uitstraling. Ik kom er al sinds mijn studie aan de Hogeschool voor de Kunsten en eigenlijk overkomt me altijd wel iets leuks daar. Vorige week nog met enkele striptekenaars gezellig een terrasje bevolkt in de mooie zomeravond. Én de stad heeft een paar aardige bioscopen. Dat kan ik helaas niet zeggen voor het gat waar ik nu woon. De bioscopen die er waren zijn afgebrand of gesloten en de megabioscoop die tien jaar geleden beloofd werd moet nog steeds worden gebouwd. En een filmwetenschapper heeft niet genoeg aan een filmhuis dat zes maanden oude films draait. Kortom, let’s blow this town. Wie dus een aardige woning weet in de Domstad (en er zelf niet wil/kan wonen) mag me mailen. Dan kan The Fat Lady ook weer eens uit haar dak gaan… Ongetwijfeld to be continued…Lees ook: Multimediaal droste-effect en Nog niet dood.

Onmogelijke televisie-uitzending

Wednesday, July 11th, 2007

Waarom commerciële televisie het genieten van goede programma’s onmogelijk maakt.
Wie regelmatig op een commerciële omroep een televisieprogramma kijkt, zal het niet verbazen dat hij tussen de programma’s door steeds langere plaspauzes kan nemen, grotere potten koffie kan zetten of langer de hond kan gaan uitlaten. Ieder reclameblok lijkt een eeuwigheid en nog een beetje te duren.De meeste reclameblokken worden ingeleid met de boodschap: ‘Dit programma wordt medemogelijk gemaakt door X.’ Maar deze uitspraak klopt eigenlijk niet. Allereerst kunnen we stellen dat de uitzending van het betreffende programma medemogelijk gemaakt wordt door de sponsor en niet het programma zelf. De sponsor betaalt mee aan de aankoopkosten van het programma, ze produceert deze niet. Daarmee wordt niet de realisatie van de show, maar alleen aan de uitzending op die specifieke zender meebetaald.Maar eigenlijk klopt dat ook niet. Reclameblokken zijn immers verstorende elementen in een uitzending, en de boodschap van de sponsor doorbreekt, net als de rest van de commerciële content van het blok, de narratieve flow van het programma. Zit je net fijn mee te zwijmelen met een emotionele scène, of middenin een hartkloppingenveroorzakende actiescène en voordat je het weet krijg je maandverband, bier en deodorant door je neus geboord. Je wordt ruw uit het verhaal gerukt en pas na een heel lange tijd kom je weer terug in de verhaalwereld. Het is dan nog maar de vraag of je dan niet allang vergeten bent waarom je hartje zo snel ging kloppen. Dus eigenlijk moet de boodschap van de sponsor zijn: ‘De uitzending van dit programma wordt medeonmogelijk gemaakt door X’.Vernietiging van het kijkplezier
David Lynch heeft zijn gedachten hierover eens duidelijk weergegeven:

‘When you think about it, they [commercials, red.] break up the show, and people have got used to these little twelve-minute segments, then a commercial, a twelve-minute segment, then another commercial. And the commercials are very, very loud so people just “mute” them anyway. I would turn the whole set off! What are they doing to everything? They’re ruining everything with this! I don’t know how anything can work when they’re so destructive. But you’re like a voice in the wilderness.’ (Lynch on Lynch, edited by Chris Rodley, Faber and Faber 2005)

Het is geen geheim dat het commerciële omroepbonzen niet gaat om de programma’s zelf – deze zijn slechts opvulling om reclametijd te kunnen slijten. Het enige wat telt zijn kijkcijfers, want hoe hoger deze zijn, hoe beter de zendtijd verkocht wordt. Kijkers zijn consumenten en worden net zo respectloos behandeld als de programma’s zelf die telkens op andere tijden worden geprogrammeerd zodat je veel mist of iedere keer dezelfde herhaling ziet. Zelf ben ik regelmatig afgehaakt omdat het uitzendschema van een favoriete serie zodanig begon te irriteren, dat ik geen zin meer had om uit te vissen wanneer ik het vervolg van het verhaal zou kunnen volgen. Battlestar Galactica had in het midden van een seizoen een hiaat van zes maanden (!) voordat Veronica weer een paar episodes van de plank haalde. En wat te denken van Bones waar oude en nieuwe afleveringen lukraak door elkaar worden uitgezonden.

Plotseling waren Sam en Al uitgeleapt.

Onverwachts einde
In de States is al menig briljante serie gesneuveld omdat omroepbazen het beter dachten te weten dan de makers zelf. Aan Quantum Leap werd overhaast een einde gebreid toen het nieuwe seizoen plotseling niet door bleek te gaan. De narratieve koers van Twin Peaks werd aangepast toen de omroepgoden vonden dat de moordenaar van Laura Palmer bekend gemaakt moest worden. Lynch en Frost wilden deze McGuffin zo lang mogelijk laten voortduren. Ook werd na het einde van het tweede seizoen de stekker eruit getrokken, waardoor de liefhebbers geschokt moesten accepteren dat de slechte dubbelganger van Cooper de Zwarte Loge had verlaten. Aan de andere kant wordt het verhaal van andere series nodeloos opgerekt omdat kijkcijfers hoog blijven, zodat al het creatieve bloed allang is weggevloeid als het doek uiteindelijk valt: X-Files, Friends… en, tot op zekere hoogte, Buffy zijn hier het slachtoffer van geworden. Mogen zij allen rusten in vrede.Voor de liefhebber van goede televisieseries lijkt er daarom maar een uitweg: vergeet de televisie en kijk alles ongestoord op dvd. Probleem is alleen: voordat die worden uitgebracht, moeten de series eerst uitgezonden zijn op televisie…

Eerste half jaar goed voor bioscoopbranche

Monday, July 9th, 2007

Zo te lezen wordt het eerdere persbericht over het verwachtte succes van deze filmzomer een feit. Al brengen Nederlandse producties bijna geen geld in het laatje: ze hebben een marktaandeel van slechts 0,52%. Zoals altijd voeren Amerikaanse blockbusters de lijst met successen aan. Persbericht: Het eerste half jaar van 2007 is succesvol voor de bioscoopbranche, blijkt na bekendmaking van de omzet- en bezoekcijfers door de Nederlandse Federatie van de Cinematografie (NFC) die de bioscoopbranche vertegenwoordigt. De stijging is vergeleken met de cijfers van het eerste half jaar van 2006. De bruto-omzet groeide met 8,3% naar € 70,7 miljoen. In 2006 bedroeg de bruto recette € 65,3 miljoen. Ook het bezoekersaantal steeg in de eerste 6 maanden naar 10,4 miljoen bezoekers (2006: 9,75 miljoen bezoekers; + 6,6%).

De Transformers trekken volle zalen.

De stijging is het gevolg van een reeks succesvolle voorjaars- en zomerreleases zoals Spiderman 3, Shrek the Third, Pirates of the Caribbean en Mr.Beans Holiday.
Momenteel zorgen Transformers en Die Hard 4.0 voor volle zalen. Deze zomer wordt nog veel verwacht van Harry Potter and the Order of the Phoenix, Ratatouille, Evan Almighty en Fantastic Four.Het marktaandeel Nederlandse filmproducties bedraagt 0,52% (€ 3,72 miljoen). Er gingen 578.000 bezoekers naar een Nederlandse film, met als koploper Ernst, Bobby en de Geslepen Onix (225.000 bezoekers). Voor het gehele jaar 2006 gaat het om een percentage van 11,3%. Het lage marktaandeel is het gevolg van het uitblijven van nieuwe Nederlandse films; deze worden op dit moment gemaakt en komen pas na de zomer uit en/of in 2008.Uitzondering is Zoop in Zuid-Amerika en Wolfsbergen die nog deze zomer uitkomen. In het najaar zijn de premières van Duska, Timboektoe, Alles is Liefde en Waar is het Paard van Sinterklaas? gevolgd door de kerstreleases Kapitein Rob en Het Geheim van Prof.Lupardi en De scheepsjongens van Bontekoe.

Column: Multimediaal droste-effect

Saturday, July 7th, 2007

Half negen ’s ochtends. Ik sta op Schiphol Plaza voor mijn afspraak met Hester. Ze is journalist en loopt voor de rubriek ‘De Werkdag Van’ in Intermediair een dagje mee met Hans-Peter Spies, luchtverkeersleider op Schiphol. En ik loop een dagje mee met Hester. Ze is het onderwerp van een nieuwe aflevering van Starters in Beeld. (Vorige week afgestudeerd, zelden vind je zulke verse starters). Dat is een videoserie op IntermediairForward.nl waarin starters worden geportretteerd.Terwijl ik Hester terloops wat vragen stel, haar met één hand probeer scherp te houden in de cameralens en met de andere hand een slok van mijn cappuccino drink, lopen we richting de bus die net voor onze neus wegrijdt. Gelukkig is het bijna droog vandaag.Aangekomen bij de luchtverkeersleiding worden we vriendelijk ontvangen door Marjolein Wenting die de PR regelt. Al snel ontmoeten we ook het onderwerp van Hesters artikel. Hans-Peter spreekt enthousiast over zijn vak en weet in korte tijd uit te leggen wat zijn werk precies inhoudt. Het klinkt als een spannende baan met veel verantwoordelijkheid. Terwijl Hester nauwkeurig noteert, schiet ik af en toe een totaalshotje van hen tweeën, gevolgd door een close-up. Covershots voor later. De zendermicrofoon die Hester omheeft, geeft mooi geluid waarop ook Hans-Peter goed te horen is. Hoewel we het geluid in de uiteindelijke film waarschijnlijk niet nodig hebben omdat Hesters voice-over te horen zal zijn, is het altijd goed om het oorspronkelijke geluid iets zachter op de achtergrond te hebben. Dat verhoogt de realiteitszin van de beelden. Het NOS-journaal werkt ook zo. Als je nieuwsbeelden zonder geluid zou zien, krijgt het geheel iets artificieels. Nieuws wordt dan minder écht.Na het gesprek gaan we naar de ruimte waar hét allemaal gebeurt: het controlecentrum. Hier zitten veel mensen achter grote monitoren de verschillende vluchten in goede luchtbanen te leiden. Het plafond is golvend voor de juiste akoestiek – stemmen klinken zacht op de achtergrond. De plafondverlichting staat laag, wat de ruimte een rustgevende uitstraling geeft. Ik ben er zelf niet zo blij mee, want het is altijd lastig videofilmen als er weinig licht is.Op een gegeven moment verschijnt een fotograaf van het bedrijf in mijn gezichtsveld. Hij wil graag vastleggen hoe ik Hester vastleg die op haar beurt weer de werkdag van Hans-Peter verslaat. Als niet veel later ook nog de fotografe van Intermediair de werkvloer op loopt, is het plaatje compleet. Media registreren andere media. Een live uitvoering van het droste-effect. Eigenlijk is er van een echte werkdag geen sprake: Hans-Peter geeft eerder een demonstratie van zijn werk dan dat hij het uitvoert. Ook een typisch verschijnsel van media en film: om de werkelijkheid vast te leggen wordt ze geënsceneerd. Handelingen worden overgedaan totdat het shot goed is. Uiteindelijk is alles immers een kwestie van interpretatie en selectie. Mij zal je nooit horen zeggen dat we de werkelijkheid weergeven. Alleen dat we een impressie ervan maken die deze hopelijk benadert.Tegen lunchtijd pak ik mijn camera weer in. Ik heb genoeg materiaal verzameld voor de geplande scène in de reportage. Hester zal de rest van de dag nog meelopen met Hans-Peter – uiteindelijk zullen ze nog de verkeerstoren op de luchthaven bezoeken. Voor haar is het immers wel een echte werkdag. Working on top of the World. Volgende week staat het video-interview met deze verse reporter gepland. En daarna duiken we de montageruimte in om het filmpje zodanig vorm te geven dat het een goede impressie geeft van haar werk.