Categories
Film Frames

Pet Sematary: De weg naar Halloween

Wie in de grond van de oude Indianenbegraafplaats zijn dode dier begraaft, zorgt ervoor dat het beest weer tot leven komt, zij het met een zeer naar karakter. Stel je voor dat je hier een mens zou begraven.

Het bewegende shot dat het dierenkerkhof introduceert, met de Danny Elfman achtige soundtrack eronder, deden met denken aan een Tim Burton film.
Het bewegende shot dat het dierenkerkhof introduceert, met de Danny Elfman achtige soundtrack eronder, deden met denken aan een Tim Burton film.

Dat is in het kort het uitgangspunt van de horrorfilm Pet Sematary van Mary Lambert uit 1989. Hoofdrollen zijn weggelegd voor Dale Midkiff en Denise Crosby, die je wellicht herkent als crewmember van het Starship Enterprise van Star Trek: The Next Generation. Midkiff speelde ooit Elvis in de televisiefilm Elvis and Me. Omdat hij qua uiterlijk veel weg heeft van the King had ik tijdens Pet Sematary soms het idee dat ik naar Elvis in een horrorfilm keek, wat nogal afleidde van de plot. Gelukkig zingt Midkiff nergens een liedje.

Crobsy en een geestverschijning
Crosby en een geestverschijning

Fred Gwynne speelt de oudere, wijze buurman. Als het jonge stel met twee kinderen bij hem aan de overkant komt wonen, is hij graag bereid ze naar het dierenkerkhof in de buurt te begeleiden. Als moeders een paar dagen later met de kinderen op familiebezoek is en pa alleen thuis, wordt de kat doodgereden door een van de vele grote vrachtwagens die continue over de weg razen. Dochterlief zal de dood van haar kat niet kunnen verdragen, gelukkig weet de buurman een oplossing voor dit probleem en neemt Midkiff mee naar het Indianenkerkhof waar ze het beestje begraven. De volgende dag is de kat springlevend, zij het dan dat hij een uur in de wind stinkt en nogal psychopathische trekjes heeft gekregen. Als het gezin later wordt getroffen door een veel grotere tragedie ligt een nieuw bezoekje aan het speciale kerkhof voor de hand, al snapt iedereen natuurlijk dat dit niet heel verstandig is.

Pet Sematary stamt uit de jaren tachtig en dat is te merken aan het uitgebeende script: er zit geen scène te veel in de film. Ieder moment helpt de plot een stukje verder. De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Stephen King, die zelf het script schreef én een cameo heeft als priester:

pet_sematary_stephen_kingDe laatste scène vond ik nogal obligaat en jammer: die doet de griezelspanning gaande het verhaal vakkundig werd vastgehouden teniet. De spanning vloeit weg als lucht uit een ballon die lek wordt gestoken.

pet_sematary_3De weg naar Halloween
Eerlijk gezegd ben ik geen fan van de Hollandse zomer. Sterker nog, ik voel echte zomerhaat. Het is me te benauwd, je zweet je rot en door de warmte gaat alles heel traag. ‘s Nachts houden muggen me wakker. Het is ook zo warm in de slaapkamer dat alle ramen open moeten, wat betekent dat de stadsgeluiden en de boomboxen van de bezoekers die tot midden in de nacht feest vieren in het park, niet langer buiten worden gehouden. Kortom, de zomer levert nogal wat slaaptekort op. Ik verlang dus alweer naar de frisse wind van de herfst, vallende bladeren en de prachtige kleuren die met dat jaargetijde gepaard gaan. Om alvast in de sfeer te komen zocht en vond ik een lijst met filmtitels  die min of meer verwantschap hebben met Halloween. Als we toch niet kunnen slapen ‘s nachts, gaan we wel horrorfilms kijken. Pet Sematary (de foute spelling van het woord ‘cemetery’ is overigens opzettelijk) is de eerste film die ik in dit kader deze week heb gekeken.

Waarom de rubriek Frames?
De verhalen die we lezen en zien maken net zo goed deel uit van onze levensloop als de gebeurtenissen die we in reallife meemaken. In de rubriek Frames verzamel ik stills uit de films die ik heb gezien om zo die herinneringen te kunnen bewaren en koesteren.

Categories
Film

Elvis 34 jaar dood, maar op het scherm springlevend

Vandaag, 34 jaar geleden overleed Elvis Presley. Dat kun je herdenken door zijn platen weer te draaien of, godbetert, een van de musicals waarin hij speelt in de dvd-speler te stoppen. Je kunt echter ook voor Bubba Ho-Tep kiezen.

Een van de beste films over The King is Bubba Ho-Tep. Hierin speelt Bruce Campbell, B-acteur extra-ordinaire, Elvis Presley op leeftijd. Hij heeft ooit van plaats gewisseld met een Elvis-imitator en slijt zijn oude dag in een bejaardentehuis waar niemand natuurlijk gelooft dat hij werkelijk de King of Rock-‘n-roll is. Maar wij weten wel beter. Zijn beste vriend is een zwarte bejaarde die beweert John F. Kennedy te zijn. Nog niet gek genoeg voor je? Er waart ook een eeuwenoude mummie door het huis die zich tegoed doet aan de zielen van de bejaarden.
JFK en Elvis zijn de enige die hun huisgenoten het vege lijf kunnen redden en nemen het op tegen Bubba Ho-Tep.

Bekijk hier een compilatie van scènes waarin Campbell dik aangezet en zeer vermakelijk een Elvis op zijn oude dag speelt.

Wie serieus van het talent van Elvis wil genieten, kan het beste de documentaire Elvis: That’s the way it is opzetten. Prachtige concertregistraties afgewisseld met scènes van Elvis on the road en in de repetitieruimte. Toen de film gemaakt werd, was Elvis nog in goede vorm. Snel daarna kwam hij terecht in de neerwaartse spiraal die leidde tot overgewicht, overmatig drugsgebruik en uiteindelijk zijn dood.

Categories
Media

Jackson en Hazes het meest gedraaid in 2009

Volgens een overzicht van SENA was de muziek van André Hazes en Michael Jackson in 2009 het meest te horen op de radio. Ik ben blij dat ik nooit naar de radio luister.

SENA is zo’n maffia copyrightorganisatie, vergelijkbaar met de BUMA. SENA incasseert namens nationale en internationale artiesten en platenproducenten een vergoeding wanneer hun muziek buiten de huiselijke kring ten gehore wordt gebracht. Hierbij kan gedacht worden aan het gebruik van muziek in winkels, supermarkten, cafés en discotheken maar ook op radio- en televisiezenders. Je scheel betalen om een cd te draaien of je radio aan te hebben in je kleine winkeltje. Maar goed, die SENA stelt een lijst samen aan de hand van de draaigegevens van radiostations, waarbij nauwgezet wordt geregistreerd welke artiest en welk repertoire er dagelijks op de verschillende zenders te horen is.

Overigens wel typisch dat ze deze lijst halverwege het nieuwe jaar presenteren. Ik weet dat overheidsinstellingen traag zijn, maar zes maanden om een rekensommetje te maken is toch wel een hele prestatie.

De top 10 nationaal ziet er zo uit:

2009 2008
01 André Hazes
02 Krezip 06
03 Ilse DeLange 07
04 Anouk 04
05 BlØf 02
06 Marco Borsato 01
07 Guus Meeuwis 10
08 Nick & Simon 09
09 Ramses Shaffy
10 Alain Clark 03

Doden doen het goed op de radio. Shaffy overleed vorig jaar natuurlijk en Borsato ging financieel dood. Hazes overleed alweer een paar jaar geleden, dus waarom die op nummer 1 staat, snap ik ook niet. De band Krezip ging uit elkaar, dus een soort van dood, en hun afscheidsnummer ‘Sweet Goodbyes’ deed het goed. Als ik naar de rest op het lijstje kijk, ben ik verdomd blij dat ik nooit naar de radio luister. Je zou maar elke dag naar Nick & Simon, Borsato en BlØf moeten luisteren. Of T-mobile werkstudent Guus Meeuwis. Brrrr.

Top 10 Meest gedraaide artiesten Internationaal 2009

2009 2008
01 Michael Jackson
02 Coldplay 06
03 Adele
04 U2 03
05 Robbie Williams 07
06 Kings of Leon
07 Beyoncé
08 Jason Mraz
09 Madonna 01
10 Elvis Presley

In de internationale lijst gaat de voorkeur voor zombiemuziek nog even door, want Jackson werd het meeste gedraaid. Niet zo gek natuurlijk, want ook hij legde het loodje vorig jaar. Ik heb in een korte periode toen zoveel van zijn muziek gehoord, dat ik de rest van mijn leven genoeg heb gehad. Over ‘Bad’ gesproken.

Het verheugt mij wel dat Elvis Presley op nummer tien staat. Een van de artiesten die toch geregeld gedraaid wordt hier in huis. Mijn smaak sluit meer aan bij het internationale lijstje, hoewel er geen sprake is van een perfect match. Nou ja, dat vind ik ergens ook wel een geruststellende gedachte.

Categories
Media

Persconferentie van Elvis Presley

Natuurlijk is Elvis dood. Vandaag al 32 lange jaren. Maar hoe cool was het geweest als hij nog geleefd had? Welke mooie muziek is ons ontvallen omdat hij in 1977 het leven liet? In dit jaar waarin bekende mensen met bosjes omvallen, leek het me daarom leuk om op de sterfdag van The King een oud artikel te plaatsen uit Rolling Stone Magazine.
Het is een verslag van een persconferentie die Elvis hield in 1972 voordat hij voor het eerst zou optreden in Madison Square Garden te New York. Als je dus wilt fantaseren dat een van de grootste pophelden aller tijden nog leeft dan moet je bij het lezen van dit artikel maar even doen alsof het juli 1972 is en dat je zojuist het nieuwe nummer van Rolling Stone Magazine hebt opengeslagen…Elvis RIP.
(klik op de plaatjes voor de grotere en leesbare versie. Geen zin om te lezen? Check de video onderaan.)

elvis-interview-web
elvis-interview-web2elvis-interview-web3

elvis-interview-web4
elvis-interview-web5

 

Categories
Boeken Film

Andy Kaufman: via, via

Ik had nog nooit van Andy Kaufman gehoord tot ik de film Man on the Moon zag. Bij ons thuis werd regelmatig naar de sitcom Taxi gekeken, maar ik was toen nog te jong om me daar nog iets van te kunnen herinneren. Latka Graves, het buitenlandse personage dat Kaufman in deze comedy speelde, was volledig langs me heen gegaan.Kaufman wist zijn publiek vaak op de hak te nemen, was een van de eerste en beste Elvis-imitators ooit en creëerde naast Latka de onvergetelijke Tony Clifton – een onbeschofte en uitgerangeerde Las Vegas-zanger. De slechtste zanger in zijn soort.

Kaufman als Tony Clifton

De film
Mijn eerste kennismaking met een van de meest originele performers van de eenentwintigste eeuw verliep dus via zijn imitator Jim Carrey. Man on the Moon (1999) is een fantastische film, waarin een indruk wordt gegeven van het leven van Kaufman en diens genialiteit. Biopics zijn vaak voorspelbare en droge kost, maar Man on the Moon is een pareltje in het genre. De bijzondere film van veteraanregisseur Milos Forman lijkt met respect en liefde te zijn gemaakt en zo nu en dan de stijl van Kaufman te evenaren. Zoals de beginscène die met de aftiteling begint en waarin Jim Carrey als Kaufman direct het publiek aanspreekt. Carrey zet een minutieuze imitatie van Kaufman neer. Slagroom op de taart is de soundtrack van REM. Ze maakten niet alleen het nummer gelijk aan de filmtitel en ‘The Great Beyond’, maar schreven ook de musical score.
Het boek
Toen ik enkele maanden geleden met een groepje stripmakers in Kampen zat te tafelen, begon JP te vertellen dat hij een boek over Kaufman aan het lezen was. Vol enthousiasme vertelde hij over dit geniaal geschreven relaas van Kaufmans beste vriend Bob Zmuda. Zmuda was de schrijver en producent van Kaufmans optredens en shows. Twee weken later vond ik het boek, voor een prijs lager dan dat van een biertje, in de uitverkoop. Toeval bestaat niet.Zmuda’s boek Andy Kaufman Revealed! zit vol met sappige anekdotes over Andy Kaufman’s voorliefde voor prostituees, zijn dwangneuroses en zijn zoektocht om het publiek iets nieuws voor te schotelen. Hij wilde de mensen niet per se aan het lachen maken, maar wel iets bij ze te weeg brengen. Veel ‘optredens’ van Kaufman en Zmuda werden opgevoerd buiten het podium. Wanneer ze bijvoorbeeld in een vliegtuig zaten, speelde Zmuda een man met panische vliegangst, terwijl Kaufman in vermomming allerlei verschrikkelijke crashverhalen vertelde aan de steeds witter wegtrekkende man. Het geschokte publiek waren de nietsvermoedende medepassagiers.

Kaufman als Elvis

Zmuda schrijft het zo op dat je als lezer wordt meegenomen in de sketch, alsof je het voor je ogen ziet gebeuren. Hij slaagt er daardoor in dat de lezer ook gekaufmanized wordt. Net als het publiek indertijd word je in de maling genomen, totdat Zmuda uitlegt hoe de vork echt in de steel zit.Een kleine kanttekening is wel op zijn plaats. Zoals vaak het geval is bij dit soort boeken, waarbij de auteur over een vriend vertelt, zegt Zmuda ook genoeg over zichzelf. Een noodzakelijk kwaad om de scènes met Kaufman context te geven. Noodzakelijk, maar zeker geen straf aangezien Zmuda zelf ook een paar interessante gebeurtenissen op zijn naam heeft staan. Zoals bijvoorbeeld de korte periode dat hij werkzaam was voor Mr. X – een exentrieke scriptschrijver die conflicten uitlokte voor inspiratie. Zien we in Man on the Moon een interpretatie van Kaufman door Jim Carrey, in het boek beleven we Kaufman door de ogen van Zmuda. Te samen bieden de twee producties een aardig (subjectief) beeld van Andy Kaufman.

Carrey als Kaufman

De dood
Ik zit nu al een week met een brede grijns op mijn gezicht in de trein te lezen in Zmuda’s epistel. Helaas ben ik nu bij het laatste stuk van het boek en het leven van Kaufman aanbeland. Zmuda heeft zojuist beschreven dat Andy longkanker kreeg met de prognose nog maar een paar maanden te leven te hebben. Ik aarzel om door te lezen. Door Man on the Moon weet ik wat er komen gaat: Andy op zoek naar alternatieve geneeswijzen om de dood voor te blijven, todat hij uiteindelijk de strijd verliest. Maar ik wil nog niet dat Andy sterft.
Voordat Kaufman wist dat hij ziek was, leek het hem een fantastische grap om zijn eigen dood te faken en na tien jaar schuilen opeens weer op te duiken. Was het maar waar. Kaufman ‘stierf’ in 1984, ruim 23 jaar geleden. De grap duurt nou wel erg lang, Andy…

Categories
Mike's notities

Elvis 2007

Elvis is deze week dertig jaar dood. Ik ben dit jaar dertig geworden. Deze toevallige overeenkomst is echter niet de reden waarom ik een band voel met het werk van deze Amerikaanse chansonnier. Toen ik vorig jaar de tekst De Elvis Paradox publiceerde op een Elvis-forum, vielen de diehardfans die op dit forum huishielden als bosjes over me heen. Heiligschennis vond men de tekst die eigenlijk lovend bedoeld was. Elvis roept bij sommige mensen heftige emoties op en het is eigenlijk jammer dat veel mensen hem eigenlijk alleen kennen dankzij imitators of overdreven fanatieke liefhebbers die hem eerder als een heilige beschouwen dan als een feilbaar mens. (Iets wat de zelfbetitelde King of Pop deelt met de King of Rock-’n-roll.) Ik probeerde in de tekst een realistisch beeld te schetsen van Elvis, maar vooral mijn bewondering uit te spreken voor Elvis in zijn nadagen. Hoewel hij toen last had van overgewicht en zijn glorietijd volgens sommigen ver achter hem lagen, vind ik juist dat er mooi drama schuilt in de King die gutsend van het zweet met zichtbare moeite een zuivere toon weet te produceren. Jonge god
De meeste van ons herinneren hem natuurlijk het liefste als de jonge god die hij eerst was: de man die met sensuele heupbewegingen, of zelfs door slechts zijn bovenlip te krullen, menig vrouwen hart in beroering bracht. Ik hou van zijn vroegere werk en sla het liefste de kleffe soundtrackalbums over. In 1968 maakte hij zijn comeback in een televisiespecial. Het is deze periode, waarin hij onder andere het album From Elvis in Memphis uitbracht, dat Elvis zijn muzikale tweede jeugd beleefde. Daarna ging hij naar Las Vegas en toerde hij door het Amerikaanse land. Het beste in de kast
Bij ons thuis werd van alles gedraaid, maar het repertoire van Elvis werd regelmatig op de draaitafel neergelegd. Als kind was ik dus ‘fan’ – voor zover kinderen echt in zaken van smaak kunnen kiezen. Jarenlang heb ik dat diep in me weggestopt, denkende dat Elvis eigenlijk niet meer kón en uit de tijd was.Tot vijf jaar geleden. Elvis was toen 25 jaar dood en daarom voor een paar weken alom aanwezig in de media. Ik kocht een dubbellaar omdat ik toch wel het beste van de zanger uit Memphis in mijn cd-kast wilde hebben. Die week was ik alleen thuis (toenmalig vriendinnetje was er niet) en zette ik de cd op. Het was in het bijzonder de tweede cd die me raakte: het latere werk waarin de zuivere en warme stem van Elvis centraal staat. Zelfs bij de melodramatische nummers (of juist bij die nummers) bleek waarom hij een goede zanger was. Elvis wist alles te zingen alsof hij het meende – en daarmee was hij in zijn ‘nadagen’ eigenlijk een overtuigende chansonnier, in plaats van een rock-‘n’-rollheld.Die avond zat ik te luisteren in het donker, naar een stem die al 25 jaar het leven had gelaten en toch zó vol leven klonk. Op sommige momenten voelde ik de rillingen over mijn lijf gaan. Sindsdien draai ik weer regelmatig een Elvis-cd. Puur om te genieten.Lees ook (of niet): De Elvis-paradox en Een muzikale schatkamer.

Categories
Film

Een muzikale schatkamer

Wanneer ze het ouderlijke huis verlaat om Amerika (en zichzelf) te ontdekken met haar vriendje, laat Anita Miller haar indrukwekkende platencollectie achter bij haar broertje William. Als ze afscheid nemen, legt Anita haar handen op zijn schouders, buigt ze iets voorover en zegt ze hem met een oprechte blik: ‘One day you’ll be cool.’ Dan fluistert ze in zijn oor: ‘Look under your bed. It’ll set you free’. Ze rijdt weg met haar vriendje; haar beduusde broertje en bedroefde moeder worden steeds kleiner op de achtergrond. Die avond haalt William een grote leren tas onder zijn bed vandaan, gevuld met juweeltjes uit de popmuziek: Creams Wheels of Fire, Bob Dylans Blonde on Blonde, Get Yer Ya Ya’s Out van The Rolling Stones, Pet Sounds van The Beach Boys, Abraxas van Santana, Jethro Tulls Stand Up, The Mother’s of Inventions We’re Only In It For The Money, Led Zeppelin II, Tommy…. Vanaf dit moment zal Williams leven nooit meer hetzelfde zijn… Met het luisteren van deze albums begint hij aan een reis die hem brengt tot in het kantoor van Rolling Stone Magazine. Een reis waarin hij toert met de band Stillwater en waarin hij voor het eerst zijn hart verliest aan het engelachtige meisje Penny Lane. Bovenstaande is een beschrijving van een scène uit de film Almost Famous van regisseur Cameron Crowe, die zijn ervaringen als jonge journalist van Rolling Stone Magazine gebruikte als basis voor deze autobiografische fictie. Een heerlijke film over de liefde voor popmuziek in de magische jaren zeventig, volwassen worden en de mythe van Amerika. Toen ik de soundtrack van de film luisterde, maakte ik kennis met een paar nieuwe bands – The Allman Brothers, Led Zeppelin en Cat Stevens – daarmee vervulde Almost Famous voor mij dezelfde functie als Anita voor haar broertje William.Zolder
Hoewel ik geen oudere zus heb die mij kon wijzen op de grote muzikale schatkist die het verleden bevat, maakte ik op mijn dertiende wel iets soortgelijks mee. Het was een warme zaterdagmiddag toen ik de taak had gekregen om de zolder op te ruimen. Ik begaf me tussen de oude spullen van mijn familie – stapels dozen ruikend naar oude sokken, in een benauwde ruimte waar stof en spinrag heersten. Daartussen vond ik onverwachts een doos met lp’s. De guitig kijkende discodansers op de voorste albumhoezen deden m’n ruggengraat trillen van afgrijnzen. Daarachter stonden echter Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band en Abbey Road. Gevolgd door een collectie met soul klassiekers, Tommy van The Who en wat platen van de Rolling Stones. (Overigens stond er naast disco ook een hoop andere meuk, waarvan ik de namen niet zou herhalen, zelfs al kon ik ze herinneren). Groeven vol muziek
Ik had in die tijd nog een platenspeler en draaide de gevonden schijfjes vinyl een voor een. Altijd een magisch moment als de naald de groef vindt en tussen het krakende stof door de eerste klanken klinken. Ik kon vroeger uren staren naar het voortglijdende vinyl en de naald die zich met gepaste snelheid naar het centrum van de plaat bewoog. Het was niet zo dat ik toen The Beatles voor het eerst hoorde. Bij ons thuis werd er voor het begin van Sky Radio regelmatig goede muziek gedraaid, dus ik was oppervlakkig bekend met het werk van The Fab Four, maar ook Elvis Presley, Otis Redding, George Michael, Booker T. and the MG’s – om maar een kleine selectie te noemen. Op het moment dat ik zelf muziek begon te draaien, kreeg het een geheel nieuwe – persoonlijke – betekenis. Alsof er een spannende wereld werd ontsloten. Mijn reis was pas begonnen…

Lees ook (of niet): A Case of High Fidelity, The Beatles: Love,
Freddie and me en Grote verwachtingen.

Categories
Mike's notities

Column: De Elvis-paradox

Elvis was The King of Rock-’n-Roll, maar werd later meer een Burger King toen hij vanwege zijn omvang steeds grotere jumpsuits nodig had om in op te treden. Van Jonge God tot Dikke Zanger – maar het paradoxale hiervan is dat de vrouwen bleven gillen zodra hij het podium op kwam. Ze bleven kusjes halen, sjaaltjes en zweetdoekjes scoren.

 

Elvis wordt jaren na zijn dood door velen nog steeds aanbeden. Tijdens zijn leven kon hij met een hoop wegkomen. In de privé-sfeer ging hij keer op keer vreemd met tegenspeelsters, groupies en wie nog meer op zijn pad kwam. En Pricilla maar thuis zitten sokken stoppen.
Elvis acteerde in zo’n dertig films, waarvan het merendeel niet de moeite van het kijken waard is. De meeste albums die bij de films horen zouden niet misstaan in de gemiddelde Disneyfilm, maar zijn niet geschikt voor thuis in de cd-speler.

In de laatste jaren van zijn leven vloekte en tierde hij regelmatig als hij – weer eens stijf van de peppillen – op het podium stond. Ook vond hij het vaak aangenamer om slap te lullen dan een goed nummer neer te zetten voor het publiek. Luister de platenreeks Having Fun With Elvis On Stage maar eens. De oudere Elvis was verveeld met het leven, verveeld met zijn repertoire. Eigenlijk was Elvis al dood voordat hij zich liet kisten.Toch valt er een hoop te genieten van Elvis in zijn nadagen. Vanaf zijn comeback in 1968 was hij op de top van zijn kunnen. Na jaren in Hollywood als een zak aardappelen op het scherm geschuifeld te hebben, had de King er weer zin in. Hij nam een paar goede albums op, toerde door het land en zette ‘Viva’ Las Vegas op zijn kop. Mooie tijden.

Elvis bereikte zijn dramatisch hoogtepunt op het moment dat hij te dik was. Er is bijna niets mooiers dan hem wankel op zijn knieën te zien – het zweet gutsend van zijn voorhoofd, het sjaaltje om zijn nek doorweekt, het pak dat hij aanheeft tot het maximale opgerekt – terwijl hij ondanks zijn dikke lijf een zuivere toon in de microfoon weet te brullen.
Dat is Elvis op zijn mooist en meest dramatisch. Dan is namelijk nog steeds de kracht en schoonheid van zijn stem te horen, terwijl de zanger zelf allang aan het aftakelen is. De passie in zijn woorden, de warmte in zijn stem. Dat is de reden waarom Elvis nog steeds wordt beschouwd als de koning van de rock-’n’-roll. Een vakman tot het einde die zijn publiek niet teleur wilde stellen.