Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for June, 2007

Low: David Bowie’s Magnus Opus

Saturday, June 30th, 2007

Gastauteur Menno Kooistra duikt in het klassieke album Low van David Bowie. Low is niet dat vage experimentele album dat je als liefhebber van Bowie koopt, maar nooit speelt, maar een prachtalbum met 11 uitstekend doordachte arrangementen.

Low
Low

Kort door de bocht is Low een album uit 1977 dat zijn tijd ver vooruit was. Destijds was het behoorlijk experimenteel en het presenteerde een nieuwe Bowie aan het publiek. Het is het eerste album sinds eind jaren ’60 waarop Bowie geen typetje speelt. Wie zien en horen geen Ziggy Stardust, Aladdin Sane, Halloween Jack of Thin White Duke. Nee, dit is David Bowie. Iemand die genoeg had van succes, mensen, huwelijk, drugs en vooral Amerika. Hij besloot zich terug te trekken en verhuisde naar West-Berlijn. Hier kon hij in alle rust, samen met vriend en bondgenoot Iggy Pop, afkicken van zijn coke- en alcoholverslaving. Echter, stilzitten is niets voor Bowie (de man heeft tussen 1969 tot 1977 10 solo-albums gemaakt, geproduceerd voor o.a. Iggy Pop en Lou Reed, nummers geschreven voor anderen (waaronder Mott the Hoople), geacteerd in film en op toneel en was bijna non-stop op tournee. Dus waarom nu ineens rustig aan doen? Eno
Bowie dook de studio (de ‘Hansa by the Wall’ studio) weer in om met zijn vaste producent Tony Visconti en niemand minder dan verstrooide professor en muziek-kunstenaar Brian Eno, aan nieuwe nummers te werken. Het aantrekken van Eno was een meesterlijke stap. Eno, die in 1973 uit de succesvolle glamourband Roxy Music stapte, ontwikkelde zichzelf tot meester in de zgn. ‘minimal music’ (herhaling, tonen aanhouden en consonantie), wat resulteerde in instrumentale ambient-achtige muziek. Vage shit dus.Eno is een essentiële factor in Bowie’s carrière na 1976. Samen maakten ze in totaal vier albums, waaronder de ‘Berlin-trilogy’ Low (1977), “Heroes” (1977) en Lodger (1979). Pas in 1995 kwam het stel weer samen om 1.Outside te maken. Maar de Berlijnse albums zijn heuse klassiekers en worden stuk voor stuk als meesterwerk beschouwd. Ik ben het er mee eens, hoewel ze verschillen in kwaliteit. Ik zal me nu beperken tot Low. Mijn inziens de winnaar en een van Bowie’s allerbeste albums. Eno, Visconti en Bowie
V.l.nr. Eno, Visconti en Bowie Zoals gezegd kwam Bowie naar Berlijn om op adem te komen. Zijn productiviteit en het succes was enorm en daarbij had hij net het filmen van de film The man who fell to earth (1976) afgerond. Een SF-film van regisseur Nicolas Roeg (Don’t Look Now), waarin Bowie een alien speelt die op aarde komt om zijn planeet te redden. Je moet er van houden, maar de film was redelijk succesvol en wordt door sommigen zelfs als een ware cultklassieker beschouwd. Bowie zelf was ook niet ontevreden, getuige het feit dat op de covers van zijn albums Station to Station (1976) en Low beiden foto’s uit The man who fell to earth prijken. Bowie who fell to earth
Bowie op de set van ‘The man who fell to earth’,
gefotografeerd door Steve Schapiro
Low bestaat uit twee delen. Logisch, want langspeelplaten hadden een kant A en een kant B. Bowie maakte hier gebruik van en verdeelde Low in een kant ‘vrolijk’ en een kant ‘depressief’. Bindende factor is de experimentele muziek. Alles wat je niét van Bowie verwacht, staat op Low. Behoorlijk geïnspireerd door Duitse Krautrockers als Neu!, Cluster maar vooral Kraftwerk, staan op Low veel vreemde geluiden, synthesizers, samples, loops, herhalingen en vervormingen. Een eerste luistersessie kan je niet anders doen concluderen dan: ‘WTF? Wat is dit? Waar gaat dit heen?’, wat dan ook gebeurde toen het album uitkwam. Ik stel voor dat je het album koopt, download of leent en deze opzet terwijl je onderstaande tekst leest. Laat het op je af komen. Er gaat een wereld voor je open! Zang
Bowie zingt wel op Low, maar sporadisch. Het hele album bevat 11 nummers en Bowie’s stem is op slechts vijf nummers te horen. Ik zeg bewust stem, want waar Bowie wél zingt is het vaak een korte opsomming van woorden. Uiteraard klinkt zijn stem vertrouwd en immer als de goede zanger die hij is, maar op Low draait het vooral om de muziek. Zoals gezegd is Kant A (nummers 1 t/m 7) wat vrolijker gestemd dan Kant B. Het eerste deel is dan ook het gezongen deel, behalve de opener, Speed of Life, dat instrumentaal is. Hier hoor je gelijk de nieuwe Bowie. Iemand die lol heeft in muziek maken en allerlei nieuws probeert. Speed of Life lijkt eeuwig te duren (ook al duurt het 2 minuten en 45 seconden) en je ziet de muzikanten breed lachend hun ding doen. De snairdrum klinkt vet en vervormd, een typisch geluid voor Low, en de synthesizer staat op het hoogste volume. Lekker.
Nummer 2 is, zoals gezegd, gezongen. Breaking Glass vertelt het verhaal van iemand die iets op het tapijt heeft geschreven. Maar wat in godesnaam? En wie is deze ‘wonderful person’ tegen wie hij het heeft? Hij of zij heeft in ieder geval ‘problems’. Zeer waarschijnlijk heeft Bowie het hier over zijn vrouw Angie (ja, die van de Rolling Stones), met wie hij snel zou scheiden. Breaking Glass eindigt alweer als je er net lekker inzit.
Er volgen nog 4 gezongen nummers. What in the World is weer zo’n snel nummer waarin Bowie vertelt over een ‘little girl with grey eyes’. Een geweldig nummer dat vooral live als een trein loopt. Iggy Pop zingt ook nog een beetje mee.

Sound and Vision
, nummer 4 op Low, werd de hit van het verder geenszins commerciële album. In Nederland haalde het zelfs de tweede plaats. Het is dan ook een sympathiek en catchy deuntje met een lekkere meezingtekst, dat bijna op een kinderliedje lijkt. Uiteraard is de tekst weer zo cryptisch als het maar kan, hoewel er wel degelijk een boodschap uit te halen is.
Always Crashing in the Same Car is nog zo’n popliedje en is te vertalen als Bowie die aan het biechten is. Zelf noemde hij het ‘self-pitying crap’, waarin hij verhaalt hoe moeilijk het is om een relatie te onderhouden en normaal je leven te leiden. Een erg mooi liedje.
Be My Wife
, verhult op het eerste gezicht heel weinig. Het is een onschuldig liefdesliedje. Echter, het is wel cru als je bedenkt dat Bowie destijds nog gewoon getrouwd was met Angie Bowie.
En dan het laatste nummer van kant A, het veelzeggende A New Career in A New Town. Bijna drie minuten lang horen we een optimistisch deuntje, compleet met de inmiddels bekende vette snairdrum, groovy gitaartje, synthesizers en een fascinerende mondharmonica. Maar ook zonder Bowie’s zang. En de luisteraar van Low denkt nu “best een leuk album. Beetje raar, maar het gaat prima”. De videoclip van Be My Wife En dan zullen we het krijgen. Kant B. Het grauwe Berlijn van de jaren ’70, David Bowie goes Kraftwerk en Brian Eno die eindelijk écht zijn ding kan doen. Nee, dit zijn geen onschuldige popliedjes. Stemmingmakers zijn het wel. Het begint met Warszawa. Een lang nummer (6 minuut 17) dat filmisch aandoet. Sterker: het doet me nog altijd denken aan de instrumentale nummers op de soundtrack van ‘Labyrinth’ (1986, Jim Henson), ook met Bowie. Warszawa gaat over Bowie’s trip naar het Poolse Warschau en de indruk die de stad op hem maakte. Het is een emotioneel stuk geworden dat bijna religieus aandoet. Ik heb echter gelogen toen ik zei dat kant B zonder Bowie’s zang is; in Warszawa wordt wel degelijk gezongen. Na een minuut of 4 doemt er ineens een mannenkoor op met Bowie als lead. Maar wat hij zingt is onverstaanbaar. Waarschijnlijk is het een fantasietaal, vermengt met Pools en zelfs wat Bosnische invloeden.Het tweede nummer van Kant B oftewel nummer 9 op de cd is Art Decade. Weer zo’n poëtisch melodielijntje dat zo uit een film kan komen. Art Decade gaat, liet Bowie later weten, over het West-Berlijn van de 1977, een stad die is afgesneden van de rest van de wereld, vooral op het vlak van kunst en cultuur, vandaar de titel.En als we het dan toch over Berlijn hebben, kun je natuurlijk de muur niet negeren. Bowie zou er later uitgebreid over uitweiden op het album én het nummer “Heroes”, maar op Low uit zich dit vooral in de vorm van Weeping Wall. Geheel geschreven, gecomponeerd en ingespeeld door Bowie (zonder Eno). Het is een chaotische aaneenschakeling van piano’s, vibrafoons, xylofoons, synthesizers en een krijsende gitaar. Het geheel wordt gestuwd door een constante snelle toon. Componist Philip Glass was zwaar onder de indruk van dit stuk. Dan weet je wel een beetje wat je kunt verwachten.Het volgende nummer was aanvankelijk geschreven voor de soundtrack van ‘The man who fell to earth’, maar haalde het niet. Net als de film gaat het in Subterraneans over isolatie en het verliezen van je identiteit. Het is na Warszawa het langste nummer van Low. Bowie humt en zingt ook hier wat onverstaanbare melodielijntjes (hij zingt ‘share bride failing star’, maar daar wordt je ook niet wijzer van) en tettert wat op een bijna valse saxofoon. Een ontzettend deprimerend stuk muziek dat op een de een of andere manier uitstekend past bij het beeld van Berlijn en diens muur. Bowie in Berlijn, 1977
Bowie in Berlijn, 1977 En dan laat Bowie je achter met stilte. Met de depressieve deunen van Subterraneans nog in je hoofd. Dat was Low. En zo voel je je ook: low. Snel kant A opzetten stemt je wellicht weer wat optimistischer.Release
Low werd uitgebracht op 14 januari 1977. Een ‘killing’ tijd voor muziekalbums, zo na de feestdagen. Geen onbewuste keuze van platenmaatschappij RCA, want Low was geen commerciële plaat. Dit was niet de hippiemuziek van Hunky Dory, geen glamrock van Ziggy Stardust, geen plastic soul van Young Americans. Dit was een Bowie die gek was geworden! Een Bowie die low-profile in Berlijn ging wonen en in een studio ging zitten pielen. En waar was de zang? En zo werd het album compleet afgemaakt door de journalisten en ook het publiek trok het niet. En dat terwijl Bowie met Sound and Vision toch een hele grote hit scoorde in de hitlijsten die werden gedomineerd door The Sex Pistols en The Muppets. Later werd Low steeds meer gewaardeerd en nu wordt het beschouwd als een van Bowie’s belangrijkste albums en een grote inspiratiebron voor vele artiesten. Het is verbazingwekkend hoeveel aspecten van Low in de mainstream terecht kwamen. Zaken die nu als vanzelfsprekend beschouwd worden, vinden hun oorsprong in albums als Low. Denk aan de voortdurende en aanwezige drum, bijna vals klinkende gitaren, gevoelige en emotieloze zangpartijen. Een meesterwerk.
Voor meer artikelen (en strips) van Menno zie Mennomail.

Op verkenning in Second Life

Thursday, June 28th, 2007

Een gesprek met Ilja Pfeijffer:’Het is interessant om te zien wat er gebeurt als mensen zonder beperkingen hun fantasieën kunnen waarmaken.’Ilja Leonard Pfeijffer (1968) is dichter, romancier, essayist, criticus en polemist. Voor nrc.next schreef hij veertien dagen lang reportages over zijn avonturen in Second Life. Deze teksten werden aangevuld met nieuwe verhalen en gebundeld in het boekje Second Life: Verhalen en reportages uit een tweede leven dat recent verscheen bij De Arbeiderspers. Driekwart jaar geleden las Pfeijffer een artikel over Second Life. Nieuwsgierig maakte hij een avatar aan, (je verschijningsvorm in de virtuele wereld, meestal een menselijk figuur) en ging als de fraaigevormde Lilith Lunardi op verkenning. Pfeijffer kreeg het idee voor een reeks reportages nadat hij een tijdje actief was in de virtuele wereld. ‘Driedimensionale virtuele werelden hebben mij altijd gefascineerd, al heb ik nooit games gespeeld zoals World of Warcraft’, zegt Pfeijffer. ‘Second Life is een soort van online 3D-game, zonder spelelement. Daarbij wordt deze virtuele wereld niet door een stelletje whizzkids in elkaar gezet, maar door de bezoekers zelf vormgegeven.’Schemergebied
‘Second Life is een heel interessante proeftuin, een schemergebied tussen fictie en non-fictie. Het is interessant om te zien wat er gebeurt als mensen zonder beperkingen hun fantasieën kunnen waarmaken. Second Life gaat over fantasieën. De vraag van identiteit en authenticiteit is trouwens altijd een belangrijk thema geweest in mijn werk.’ In de media wordt Second Life vooral afgeschilderd als een vrijplaats voor virtuele seks, paaldansen en schaars geklede avatars.
‘Het beeld van Second Life in de media is wel wat vertekend. Alles wat met seks te maken heeft krijgt aandacht. Dat soort dingen gebeuren er ook allemaal wel, maar het is niet zo dat het daar om draait. Er zijn heel veel mensen actief op Second Life die geen boodschap hebben aan virtuele seks. Sociale interactie is de drijfveer van Second Life, daarmee lijkt het veel op je eerste leven: je kunt er iemand worden en vrienden maken. Vooral dat laatste is voor de meeste mensen het belangrijkste motief om in Second Life te zijn. Je kunt op een prettige en laagdrempelige manier kennismaken. Je hoeft geen gêne te overwinnen.’Pfeijffer schrijft in zijn boek ook over de verschillende ontmoetingen in Second Life. Over een van zijn beste vrienden Wim, over ideaalgetekende dames met illustere namen als Vogue Foulon en Beatrice Boisblanc. ‘Ik heb mijn online vrienden nooit in First Life ontmoet, maar dat was ook de opzet. Ik wilde die werelden gescheiden houden. Één vriend weet inmiddels wie ik in werkelijkheid ben, die ga ik wellicht in het echt ontmoeten.’Rolstoel
‘Sommige mensen kunnen in Second Life meer dan in First Life. Er was een terminaal ziek meisje dat in een ziekenhuis aan een bed gekluisterd zat. In Second Life kon ze toch een normaal leven leiden.’ Pfeijffer verhaalt in zijn boek een ontmoeting met Elke die in de virtuele wereld, net als in het echte leven, in een rolstoel zit. Twee jaar geleden kreeg ze een ongeluk met een vrachtwagen. Elke legt haar situatie uit: ‘Mijn eerste maand hier heb ik wel benen gehad. Ik had de langste benen van heel Second Life. Ik kon dansen en rennen, neuken en dansen. (…) Maar er klopte iets niet. Ik had het idee dat ik in Second Life niet mezelf was.’
Pfeijffer weet op deze momenten door te dringen tot de mens achter de avatar en de virtuele façade te ontsluieren. Virtueel doorleven
Leven en dood gaan hand in hand in Second Life. Tussen alle paradijselijke decorstukken in, kun je zomaar een virtueel graf vinden. Zoals het Lydia Rose Memorial Park, dat de vader van Lydia bouwde om zijn dochter te herdenken die op drie jarige leeftijd overleed aan een genetische aandoening. De dood bestaat natuurlijk niet echt in Second Life: avatars kunnen immers niet sterven.
Mensen worden zelfs als avatars weer tot leven gewekt:
‘Ik vond het feest ter ere van (muzikant, red.) Bert van der Grift, die toen een jaar dood was, de meest indrukwekkende gebeurtenis tijdens mijn tijd in Second Life’, zegt Pfeijffer. ‘Zoals ik ook in het boek heb gezet was dit de eerste keer dat ik een Second Life-feestje in mijn agenda heb genoteerd. L.B. Blum (het pseudoniem van producer, dj en webdesigner Ernest Petrus, red.) had het feest ter ere van zijn compagnon georganiseerd dat tegelijkertijd in Second Life en in Ekko in Utrecht plaatsvond. Blum creëerde in Second Life een dansclub en maakte zelfs een virtuele versie van Bert. Daarmee had hij zijn vriend weer tot leven gewekt. Dat was zeer ontroerend. Hij danste zelfs als Bert. Second Life biedt een meerwaarde en voegt veel emotie toe.’ Manwijven
De vrouwelijke avatars kennen over het algemeen ideale vormen zoals hun tegenhangers in Playboy. Veel vrouwelijke avatars worden echter achter het toetsenbord bediend door mannen in de echte wereld. Pfeijffer koos er ook voor om vrouw te zijn in Second Life.
‘Ik weet in het echt wel wie ik ben, daarom wilde ik iets anders. Na een tijdje word je ook daadwerkelijk het personage. Als ik inlog als Lilith, ga ik op een andere manier praten.’ Over Wim schrijft Pfeijffer: ‘Toch blijf je altijd de beste vriend van Lilith Lunardi. Omdat je lief bent. En als man zou ik zulke woorden nooit over mijn lippen krijgen.’Het leven van een mooie vrouw in Second Life heeft veel gemeen met real life: ‘Als vrouw in Second Life heb ik veel geleerd over hoe mannen zijn – dat was erg confronterend. Je hoeft als vrouw maar een kort rokje aan te trekken en je hebt aandacht. En ze zijn ook zo opdringerig die mannen. Ik denk niet dat ik er uiteindelijk een ander mens van ben geworden, al leer je er natuurlijk wel wat van. Maar wat precies is moeilijk in te schatten.’ Dichterlijke vrijheid
Second Life: Verhalen en reportages uit een tweede leven, is een levendig geschreven verkenning van de virtuele wereld geworden. De doorgewinterde Second Lifer (in Nederland zijn ongeveer 17.000 mensen actief in Second Life), zal weinig nieuws in het boekje ontdekken. Voor beginners bieden de reportages echter een prettige kennismaking. Pfeijffer vertelt over zijn ontmoetingen in Second Life, virtuele seks, politiek, kunst, misdaad en de aanwezigheid van grote bedrijven als ABN-Amro die een poging doen verdwaalde avatars te informeren over hun producten. Overigens kun je niet spreken van een afgerond verhaal. Het is een episodische verkenningstocht waarin de avonturen van Lilith centraal staan. ‘Alles in het boekje is non-fictie en wat ik geschreven heb staat dicht bij de werkelijkheid. Hier en daar heb ik wat namen veranderd, enkele personen samengevoegd’, zegt Pfeijffer. Sommige dialogen lijken te mooi om waar te zijn. ‘Een gesprek dat tien minuten heeft geduurd vat ik samen in vier zinnen.’ In het laatste hoofdstuk suggereert Pfeijffer de verkoop van zijn avatar Lilith. Maar of dit ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden?
‘Of ik Lilith ook echt heb verkocht, laat ik in het midden. Wat ik fascinerend vond is dat populariteit en status op een bepaalde manier meetbaar zijn. Mensen hebben daar zelfs geld voor over. Het verkoop van avatars is overigens niet ongewoon in de virtuele wereld. In World of Warcraft worden heel vaak avatars doorverkocht. Je koopt namelijk ook de prestaties van het personages.’ Overigens is Pfeijffer nog steeds actief op Second Life, al is hij er een stuk minder nu hij er geen reportages meer over schrijft. ‘Af en toe neem ik een kijkje; ben benieuwd hoe het met mijn vrienden gaat.’
Mocht je binnenkort dus Lilith Lunardi tegen het lijf lopen, dan zou dit best wel eens Ilja Pfeijffer kunnen zijn die research doet voor een nieuwe reportage. Je bent gewaarschuwd. Dit artikel is ook verschenen op IntermediairForward.nl.

Een introductie tot Heroes

Tuesday, June 26th, 2007

De makers van de serie Heroes lieten zich ongetwijfeld inspireren door superheldenstrips en hebben interessante televisie afgeleverd. Het komt zelden voor dat televisiemakers met iets nieuws komen. Televisie is per definitie een volgzaam medium dat al sinds de eerste uitzending ideeën ‘leent’ van het oude medium film. Sommige televisieseries hebben echter een mooi verhaal met goeduitgewerkte personages. De serie Heroes, waarmee NBC duidelijk probeert mee te liften op het succes van de superheldenverfilmingen van de afgelopen jaren, is zo’n serie. Over de gehele aarde blijken mensen speciale gaven te bezitten. Een kunstenaar kan de toekomst schilderen, een politicus kan vliegen, een Japanse kantoorslaaf kan tijd en ruimte manipuleren, een zorgzame moeder heeft een gewelddadig alter ego, en een cheerleader is schijnbaar onbreekbaar… Een echte verklaring hiervoor wordt niet gegeven, behalve dan dat er wat gegoocheld wordt met termen uit de genetica. De verklaring voor de krachten is dan ook niet heel belangrijk. Wat mensen met hun gaven doen wél.Marvel
De invloed van superheldenstrips is duidelijk te merken. De mensen in Heroes zijn feilbaar. Terwijl ze al moeite hebben met het leven van alledag, moeten ze ook nog eens leren omgaan met het hebben van speciale krachten. Daarbij brengt het hebben van deze gaven hen vaak in de problemen en lijken deze eerder een vloek dan een zegen te zijn. Dit zal menig striplezer bekend in de oren klinken. Tim Kring heeft bij het bedenken van de serie vast zijn verzameling Marvel-comics nog eens doorgenomen. Zijn helden lijken dan ook veel op de mutanten van Stan Lee en Jack Kirby. Overigens wordt er in de serie openlijk verwezen naar superheldenstrips. Hiro (Masi Oka), die tijd en ruimte kan manipuleren, haalt zijn wijsheid over tijdreizen uit X-Men comics. In de eerste aflevering legt hij uit dat tijd niet verloopt in een rechte lijn, maar cirkelvormig is. Als zijn vriend Ando vraagt hoe hij aan deze wijsheid komt, bekent Hiro dat hij het van Kitty Pryde van de X-Men heeft. Hiro heeft last van een heldencomplex door alle strips die hij gelezen heeft. Wanneer in de loop van de serie zijn krachten lijken af te nemen, bewijst hij zijn heldenmoed door toch door te zetten. In dat opzicht is Ando wellicht de echte held van het verhaal, aangezien deze sidekick helemaal niet beschikt over speciale kracht. Visueel is Heroes ook een ode aan de superheldenstrip. Isaac Mendez (Santiago Cabrera) maakt zijn schilderijen in comicbookstijl. De typografie van de titels doet denken aan stripteksten. Wanneer Hiro en Ando in het Japans praten, komt de ondertiteling telkens op een andere plek in beeld net als tekstballonnen uit strips. (Dit geldt overigens alleen voor de Engelse versie.)Huis en haard
Gezinswaarden zijn erg belangrijk in Heroes. Alles draait om familiebanden en het beschermen van gezinsleden. Nathan en Peter Petrelli (Milo Ventimiglia) hebben een typische grote en kleine broer relatie met alles wat daarbij hoort. Niki Sanders (Ali Larter) wil koste wat het kost haar zoon Micah beschermen. Haar alter ego legt misdadigers om zonder met haar ogen te knipperen en is zelfs bereid Micahs vader neer te schieten als het moet. Claire’s vader (Jack Coleman) doet alles uit liefde voor zijn geadopteerde dochter. Hij weet dat ze zichzelf heel snel kan genezen en om haar geheim te beschermen maakt hij jacht op andere begaafde mensen. Dat is ook nodig, want Claire (Hayden Panettiere) staat op het lijstje van Sylar die de gaven van anderen verzamelt. Om deze gaven over te kunnen nemen moet hij de helden eerst vermoorden en ontdoen van hun schedeldak. Met iedere moord wordt hij sterker en gevaarlijker. Sylar vormt echter niet het enige gevaar: vanaf aflevering één is duidelijk dat de wereld afstevent op een kleine Apocalyps – de vernietiging van New York. Of de helden van Heroes ook daadwerkelijk in staat zijn om dit verijdelen is de vraag, want voorlopig liggen ze vooral met hun krachten, elkaar en hun familie overhoop. Laat staan dat ze het einde van The Big Apple kunnen voorkomen. Niets menselijks is hen immers vreemd. Crossmediaal heldendom
Behalve een televisieserie is Heroes ook een crossmediaal feest. Op de website kun je afleveringen terugkijken (met of zonder commentaartrack), een stripverhaal lezen dat achtergrondinformatie geeft en je theorieën kwijt op een forum. In dat opzicht wordt er handig gebruik gemaakt van wat digitale media te bieden heeft om de kijkervaring te vergroten: de dvd-extra’s nu al op het internet. De serie wordt in Nederland vooralsnog op donderdag om 21.30 uitgezonden op ReuTeL-5, met een herhaling op zondagavond. Maar echte fans hebben Heroes natuurlijk allang gedownload of op het interpret gekeken. Binnenkort meer over Heroes.

Striprecensie: Zo lief ben je nou ook weer niet!

Sunday, June 24th, 2007

De autobiografische strips van Maaike Hartjes zijn op het eerste gezicht simpel getekende, oppervlakkige verhaaltjes over dagelijkse zaken. En dat zijn ze op het tweede gezicht bijna ook.Bijna, want ook al zijn de harkpoppetjes-achtige figuren simpel qua vorm, op grafisch vlak drukt Hartjes zich veelzijdig uit. Hartjes varieert tussen open en gesloten kaders en wisselt iedere strip van kaderformaat. Ze monteert haar strips tot op het plaatje nauwkeurig en laat zich niet beperken tot een vast stramien van een bepaald aantal plaatjes of stroken. Daarmee geeft ze iedere pagina (en stripje) een eigen karakter. Ze voegt waar gepast fotomateriaal toe. Bijvoorbeeld in het stripje over de zangeres Peaches, of wanneer ze schijnbaar geen zin heeft om Jos Brink natuurgetrouw neer te pennen. Ze maakt optimaal gebruik van het harde contrast tussen zwart-wit vlakken. Zo geeft Hartjes haar strips op de meest heldere wijze vorm. Haar tekeningen zijn daarom ook niet simpel, als wel zeer eenduidig. Zoals Maaike zelf op haar website schrijft, komen de meeste stripjes voort uit haar eigen leven. Net als het werk van stripmakers Barbara Stok en Floor de Goede. Flo vervult overigens geregeld een gastrol in het werk van Hartjes. Evenals haar vriendje Mark met wie Maaike ook in de echte wereld samenwoont. De meeste strips gaan dan ook over hun relatie en algemene zaken die voor iedereen herkenbaar zullen zijn. Jammer genoeg geeft Hartjes deze herkenbare situaties geen verrassende wending, waardoor haar werk voorspelbaar blijft. De gezapige stripjes hebben iets onschuldigs – ze worden niet voor niets in de Viva afgedrukt. De titel van de bundel mag dan Zo lief ben je nou ook weer niet! zijn, haar werk is mij net iets te liefelijk. Zo lief ben je nou ook weer niet! is daarom een prima cadeautje voor een vriendin. Wie een stripverhaal zoekt dat meer om het lijf heeft, kan de bundel in de schappen laten liggen. Tenzij het hem/haar om de tekeningen te doen is. Zo lief ben je nou ook weer niet!(Maaike Hartjes) Oog & Blik, De Harmonie 2007. ISBN 978-90-5492-189.9
Voor meer nieuws en recensies over strips surf naar Comicbase.

Blog met mate

Thursday, June 21st, 2007

Bloggen. Waarom eigenlijk? En – als er al regels over opgesteld mogen worden – waar moet een goed weblog aan voldoen?Iedere dag komen er wereldwijd 120.000 nieuwe weblogs bij, schat Ilse Media directeur Paul Molenaar. Multimediajournalist Peter Olsthoorn zet vraagtekens bij de kwaliteit van deze enorme aanwas. Hij vertelde laatst op Blognomics 07 met veel zelfrelativering wat hij nu verstond onder een goede weblog: originaliteit staat bovenaan. Dit hangt samen met een individuele toonzetting. De blogger moet een kwaliteitsmaatstaf hanteren en moet naar buiten zijn gericht. Olsthoorn houdt niet van blogs die last hebben van gebrek aan zelfkritiek, die voorspelbaar zijn en te veel aan navelstaarderij doen. Wat is het grootste euvel?
‘De meeste bloggers zouden selectiever mogen schrijven. Door de technologie is publiceren makkelijk geworden. Dat is goed, maar de lat mag wel wat hoger. Bloggers moeten meer naar buiten gericht denken en eventueel de gebeurtenissen uit de wereld aan een persoonlijke invalshoek verbinden.’Bloggen als webdemocratie?
‘Een belangrijk element van het begrip web 2.0 is het idee dat de massa beter de waarheid kan bovenhalen dan de journalistieke elite. Men komt in verweer tegen die elite en die kritiek maakt de journalistiek scherper.’Welke blogs lees je zelf?
‘Ik ben vooral beroepsmatig geïnteresseerd in de weblogs over technologie en internet: Frankwatching.com, Bright.nl en Erwinblom.nl. Die zijn meer journalistiek en selectief.’Nog een tip voor welwillende bloggers?
‘Zet de pc wat vaker uit en ga naar buiten om iets sociaals te doen wat niet achter het scherm gebeurt.’ Een ieder zal zijn eigen motief hebben om te bloggen. De een wil gewoon even kwijt dat zijn kat is verdwenen tussen de kaken van de pitbull van de buurman, de ander kaart graag misstanden in de maatschappij aan of houdt een themablog bij. Weer anderen houden een tekenbattle online, of doen aan schaamteloze zelfpromotie.Ik ben ooit met Mike’s Webs begonnen omdat ik als freelancer soms een idee had voor een artikel, maar dit niet aan een opdrachtgever kwijt kon. Ik wilde de stukken toch schrijven en publiceren – een blog leek daar een goede vorm voor. Tegenwoordig heb ik een vaste baan, maar ik merk dat ik daarnaast nog meer kwijt wil. Ook heb ik veel lol aan het bloggen.
Ik ben benieuwd of bloggers inderdaad veel aan zelfcensuur doen. Hoe selectief blog jij? En waarom blog je?(Interview is eveneens verschenen in Intermediair #21.)

Hellboy returns

Tuesday, June 19th, 2007

Vandaag kwam mij dit vrolijk stemmende persbericht tegemoet. De camera’s zijn aan het rollen op de set van Hellboy 2: The Golden Army.Action-Thriller Reunites Actors Ron Perlman, Selma Blair and Doug Jones For Latest Astonishing Hellboy Adventure.Budapest, Hungary, June, 2007 – Principal photography has begun on the action-thriller Hellboy 2: The Golden Army from writer/director Guillermo del Toro and film producers Lawrence Gordon (Hellboy, Lara Croft: Tomb Raider, Die Hard), Lloyd Levin (Hellboy, United 93) and Mike Richardson (Hellboy, Gone). The film will be released on August 1, 2008.Del Toro, who most recently brought the Oscar®-winning elaborate fantasy Pan’s Labyrinth to the screen returns to helm the second installment, starring Hellboy alums Ron Perlman (Outlander, The Mutant Chronicles), Selma Blair (The Fog, In Good Company), and Doug Jones (Fantastic Four: Rise of the Silver Surfer, Pan’s Labryinth). With a signature blend of action, humor and character-based spectacle, the saga of the world’s toughest, kitten-loving hero from Hell continues to unfold in Hellboy 2: The Golden Army. Bigger muscle, badder weapons and more ungodly villains arrive in an epic vision of imagination from del Toro.After an ancient truce existing between humankind and the invisible realm of the fantastic is broken, hell on Earth is ready to erupt. A ruthless leader who treads the world above and the one below defies his bloodline and awakens an unstoppable army of creatures. Now, it’s up to the planet’s toughest, roughest superhero to battle the merciless dictator and his marauders. He may be red. He may be horned. He may be misunderstood. But when you need the job done right, it’s time to call in Hellboy (Ron Perlman).Along with his expanding team in the Bureau for Paranormal Research and Development — pyrokinetic girlfriend Liz (Selma Blair), aquatic empath Abe (Doug Jones) and protoplasmic mystic Johann — the BPRD will travel between the surface strata and the unseen magical one, where creatures of fantasy become corporeal. And Hellboy, a creature of two worlds who’s accepted by neither, must choose between the life he knows and an unknown destiny that beckons him. The screenplay for Hellboy 2 is written by Guillermo del Toro, from a screen story by del Toro and Mike Mignola, based upon the Dark Horse comic created by Mike Mignola and the 2004 motion picture Hellboy. The first installment, released by Revolution Studios in 2004, earned $100 million at the worldwide box-office and became a cult sensation when released on DVD. The character continues to be a top-seller in publishing and collectibles and has been expanded into best-selling animation and games. Hellboy 2: The Golden Army will film in both Budapest and the United Kingdom, with post-production based in London.En dat is goed nieuws. De eerste Hellboy zette een interessante wereld neer waar magie en harde superheldenactie goed samengingen. Met een voortreffelijke rol van Perlman en eyecandy in de vorm van Selma Blair. Nog een jaartje wachten. De tussentijd biedt een mooie gelegenheid om de strips weer eens te lezen.

Striprecensie: S1ngle Glamour

Sunday, June 17th, 2007

‘Dan nu de verkeersinformatie: op de A12 tussen Utrecht en Den Bosch rijdt Nienke en ze is heel erg ongesteld. Het verkeer wordt omgeleid via…’Wie regelmatig naar vrouwenseries als Desperate Housewives, Grey’s Anatomy, Gilmore Girls of voorheen Sex & the City kijkt, weet dat het vrouwenuniversum draait om daten (met de verkeerde vent), het kopen van nieuwe schoenen, ongesteld zijn, ex-vriendjes, lichaamsgewicht (en hoe je ervan afkomt), de Ware en mode. De strip S1ngle van stripduo Hanco Kolk en Peter de Wit beslaat precies deze thema’s en zou goed passen in een Net-5 vrouwenavond, ware het niet dat de vrouwenseries uiteindelijk een nogal vermoeiende uitwerking hebben op de mannengeest, terwijl een uurtje S1ngle lezen de wereld van de vrijgezel aangenaam relativeert.Recent verscheen Glamour, het zesde deel in de serie. Pagina’s lang beleven we de avonturen van vrijgezelle dames Nienke, Stella en Fatima. Nienke vecht met haar overgewicht en met haar moeder aan de telefoon, Stella is een strip-femme fatale en arme Fatima een zuster die smacht naar de patiënt op het witte paard. Daarnaast is er een bescheiden rol weggelegd voor twee artsen die botheid tot kunst verheffen en enkele nerds die zich verbazen over de hoge resolutie van échte vrouwen.S1ngle relativeert de verschillende stereotypen en vooraannames tussen man en vrouw met humoristische kwinkslagen. Kolk en De Wit maken voornamelijk onschuldige grappen die een oppervlakkig kietelen. Soms haken de stripmakers in op de actualiteit: Nienke doet met haar Singlepartij mee met de verkiezingen van 22 november 2006. Politieke partijen met één thema als speerpunt (single-issue partijen) zijn niet ongewoon. Bovendien moet iemand het opnemen voor die arme 2 tot 2,5 miljoen vrijgezellen in Nederland. Het leven van een single valt immers niet mee, en is vaak alles behalve ‘happy’.Aardig moment in de strip is het S1ngle Gala. In dit geval niet zo’n feestje waar een grote groep vrijgezellen wordt samengebracht in de hoop dat er in deze vleesmarkt ergens de vonk overslaat, maar een feestje ter ere van de strip zelf waarin alleen maar bekenden personages zijn uitgenodigd. (DirkJan komt er bijvoorbeeld niet in.)Het concept van S1ngle is gevormd naar een paar belangrijke kenmerken van de vrijgezellenwereld zoals die doorgaans wordt voorgesteld in reclames, door datingbureaus en in artikelen in glossy’s. Dat het uiterlijk belangrijk is in de wereld van de single, wordt benadrukt door de fantastische cover die afgeleid is van het damesblad-format. Maar natuurlijk is het innerlijk ook belangrijk. Daarom is alles goed verzorgd en gedrukt op mooi glad papier. De cartoons zijn met zachte tinten ingekleurd. Daarmee is het stramien van zwart-wit uitgaven in pocketformaat losgelaten. Op de website www.s1ngle.nl kun je nader kennismaken met de verschillende personages door middel van hun datingprofiel of stiekem gluren naar de dames via een webcam.Naast bovengenoemde website worden de stripstroken dagelijks gepubliceerd in twaalf kranten, waar onder Het Parool, Brabants Dagblad en BN/De Stem. Doordat verhaallijnen meerdere stroken beslaan en er regelmatig teruggegrepen wordt op eerder gemaakte grappen (het aloude concept van herhaling en variatie) voelt het album aan als een doorlopend verhaal, dat overigens, net zoals de meeste Net-5 series, een open einde kent.ISBN: 9789061698135Voor meer nieuws en recensies over strips surf naar Comicbase.

Dood in Twin Peaks

Friday, June 15th, 2007

Van kwaad tot erger(Wie de uitkomst van de serie niet kent – en deze nog niet wil weten – het advies niet verder te lezen.)Hoe houd je een verhaal interessant nadat het moordmysterie, dat de basis is van de serie, is opgelost? Twee keer vermoord en verpakt in plastic. En twee keer vermoord door haar ‘vader’, Leland Palmer. Het overkwam actrice Sheryl Lee, die zowel de rol van Laura Palmer als Madeleine Ferguson op zich nam, het nichtje van Laura. In aflevering 14 komt Lelands ware aard, BOB genaamd, naar boven en vermoordt hij zijn nichtje Madeleine. In de aflevering erna komt Leland Sheriff Truman en FBI-agent Cooper tegen. Het lijk van Madeleine zit in zijn golftas. Leland tart het lot als hij Cooper vraagt of die zijn golfclubs wil zien. Het is een spannende scène, waarin je sympathie bijna uitgaat naar de moordenaar die op speelse wijze omgaat met het Gezag. Leland lacht stiekem in zijn vuistje op het moment dat Benjamin Horne wordt verdacht van de moord op Laura. Zal hij dan toch met moord wegkomen?Spiegelbeeld
Hoewel het ware gezicht van Leland pas in de spiegel werd gereflecteerd in de voorgaande aflevering, waren de aanwijzingen dat het niet snor zat met hem al aanwezig in eerdere delen: een volwassen man die shownummers zingt kun je immers niet vertrouwen. Hoewel hij eerst verteerd leek te worden door verdriet, blijkt nu dus dat hij allang verteerd was door het kwaad. Leland is bezeten door BOB. Wanneer hij uiteindelijk is gearresteerd, verlaat BOB vlak voor de dood van Leland diens lichaam. Uiteindelijk sterft Leland dus vrij van de demon, en vraagt hij Laura om vergiffenis. Keerpunt
De onthulling dat Leland Palmer de moordenaar is van zijn dochter, is een belangrijk keerpunt in de serie. Als je een mysterie opzet rondom een moord, dan is het verhaaltje meestal afgelopen als de moordenaar bekend en gevangen is. In de Twin Peaks Guide van de website ‘Not coming to a theatre near you’, staat daar het volgende over geschreven:

But the fact is that the show’s real decline began at a very specific point: when Lynch and Frost, bowing to executive influence, made the decision to reveal Laura’s killer and unravel the mystery surrounding her death. It may have provided a temporary ratings spike, but the show never recovered from this act of unnecessary (though admittedly understandable) artistic cowardice. The motor driving the show was removed, and it limped to the inevitable finish line crippled and unloved, in a slew of half-baked plots and toothless characters, all the threat and all the danger long since gone. (Zie: http://www.notcoming.com/twinpeaks/index2.php)

In de film American Psycho (Mary Harron, 2000) weet de kijker ook binnen de kortste keren dat Patrick Bateman een moordenaar is. Het plezier van die film zit hem erin zijn excessen en het uitwissen van zijn sporen op de voet te volgen. Ook in Hannibal (Ridley Scott, 2001) gaat het om het meegenieten met de psychopaat. Hoe hij Clarice Sterling en collega’s iedere keer te slim af weet te zijn en ondertussen genieten van de horror die hij veroorzaakt. Het onthullen van een moordenaar kan dus ook interessante film/televisie opleveren. Het kwaad in ieder van ons
Wat houdt Twin Peaks na de onthulling overeind? Allereerst is de moord op Laura Palmer weliswaar de katalysator van het verhaal, maar niet de enige plot waar de serie om draait. Het gaat om een grote groep bewoners van Twin Peaks, die, tussen de hoofdintrige door, genoeg ruimte krijgen om hun leven te leiden. Na een geestelijke crisis wil Ben Horne opeens een good guy zijn; Ed en Norma besluiten hun relatie eindelijk een kans te geven; Josie sterft op eigenaardige wijze en Audrey vindt haar eerste grote liefde – om maar een paar ontwikkelingen te noemen. (Zoals het een soap betaamd, zijn er nog veel meer plotlijntjes die door elkaar lopen.)Ten tweede blijkt dat Leland bezeten is door BOB – een verpersoonlijking van het Kwaad in ieder van ons. Wanneer Leland sterft, komt BOB weer vrij, klaar om een ander lichaam te bezitten. Cooper, Truman, Hawk, FBI Agent Albert Rosenfield en Majoor Garland Briggs staan aan het einde van de aflevering samen en theoretiseren wat BOB precies is. Als BOB het kwaad in ieder van ons is, dan is de strijd nog niet gestreden (en de serie dus nog niet afgelopen). Nieuw gevaar
Ten derde wordt er een nieuw gevaar geïntroduceerd. Nadat Leland is gestorven, komt er een nieuwe uitdaging voor Cooper naar Twin Peaks: zijn voormalige FBI-partner Windom Earle (Kenneth Welsh). Ondertussen wordt Cooper tijdelijk geschorst van de FBI. Om hem in Twin Peaks te houden (hij is immers de centrale figuur in de serie) benoemt Truman Cooper tot deputy. Hoewel de serie na de dood van Leland een paar afleveringen onzeker zwalkt, blijkt er in Twin Peaks genoeg te gebeuren om te blijven boeien. Op den duur zou je bijna vergeten dat het ooit om de vermoorde Laura Palmer ging, als je er niet iedere aflevering aan herinnerd werd door haar portretfoto onder de eindcredits.Tot slot een aardige parodie die ergens op YouTube rondzwerft: Twin Bricks:

Column: Onwennig

Wednesday, June 13th, 2007

Sinds mijn eigen pc de geest heeft gegeven, zit ik soms een avondje zonder laptop van de zaak. Normaliter is dat niet zo’n probleem, maar afgelopen maandag werd ik ongedurig van de ontwenningsverschijnselen. Geen computer, geen internet. Dus niet even mijn favoriete weblogs afstruinen, niet even mijn mail checken of zelf een stukje posten. What’s a man to do?De televisie bood geen soelaas: als een zombie heb ik een aflevering van Grey’s Anatomy uitgezeten. Een vrouwenserie over de verwikkelingen in een ziekenhuis, waar de perikelen tussen het personeel centraal staan en patiënten en ziekten slechts decorstukken lijken. Geen onaardige serie, maar zo langzamerhand word ik een beetje moe van al die televisieprogramma’s waarin een voice-over het verhaaltje moet rondbreien. Bovendien duren reclameblokken tegenwoordig zo lang, dat ik de interesse in het programma voor het einde van het eerste blok al ben kwijtgeraakt. In lezen had ik geen zin: de hele dag al allerlei stukken doorgenomen. Om toch bezig te blijven heb ik eerst de afwas gedaan, twee wassen gedraaid en opgehangen. Misschien schuilt er een Mr. Hyde in mij die vergelijkbaar is met Truus de Mier? Een enge gedachte. Uiteindelijk een telefoontje gepleegd met de Schone Schrijfster. Een gezellig gesprek dat allerlei ideeën voor nieuwe posts opleverde. Wat restte mij om mijn ontwenningskoorts te blussen? Koud douchen? Een wandeling langs het water? Nee hoor, gewoon vrolijk mijn bed ingedoken. Ik had immers iets om naar uit te kijken de volgende avond als ik de laptop weer thuis had.

Pragmatisch contact

Monday, June 11th, 2007

Van de ene (hyper)link naar de andere…

‘In de privésfeer zien we vooral bij jongeren dat zij sneller (en vaker) van partner wisselen en de idee van ‘eeuwige’ trouw weliswaar een mooi ideaal vinden, maar tegelijkertijd afhankelijk maken van een invulling van egocentrische eisen en behoeften. Het is leuk om verschillende vriendjes of vriendinnetjes even uit te proberen, maar niet als het moet uitdraaien op een langdurige en zuurverdiende vertrouwensrelatie – dat kost alleen maar tijd en moeite en leidt af van de instantvervulling van puberverlangens.’

Aldus Henk Blanken en Mark Deuze op blz 98 van PopUp: De botsing tussen oude en nieuwe media.

Ik lees het en herken mezelf hier (voor een deel) in. Ik zie het ook in mijn omgeving: flitsrelaties van een paar weken en dan snel weer door naar een volgende. Alsof je van de ene hyperlink naar de andere doorklikt, totdat ook de laatste webpagina je weer verveelt. Ik bemerk het in mijn eigen houding naar relaties toe… Naast een vast groepje vrienden, ontmoet ik geregeld mensen met wie ik een tijdje vriendschappelijk omga, om ze daarna weer uit het oog te verliezen. Een kwestie van tijd
Misschien is het een kwestie van hoe het leven van een volwassene in elkaar steekt. Een leven waarin door de drukte van werk en andere verplichtingen, de spaarzame vrije tijd goed moet worden ingedeeld. Je merkt in de loop der tijd dat bepaalde mensen je agenda gewoonweg niet meer halen. Contacten verwateren, bewust of per ongeluk. Mensen settelen met een gezinnetje en gaan een nieuwe levensfase in. Anderen verdwijnen in een wolk van onverschilligheid. Net als met alles, blijven alleen de mensen die je boeien hangen – de rest is ruis op de achtergrond.
Is dit een natuurlijke gang van zaken, of is het een teken van de tijd?

Gezichten van Avril

Friday, June 8th, 2007

Bij toeval stuitte ik op een liveoptreden van Avril Lavigne een paar jaar geleden. Een special op MTV. Ik werd meteen gegrepen door de zuiverheid van haar stem: ze zat er geen noot naast. Niet iets wat je van een tienersterretje zou verwachten. Geïntrigeerd luisterde ik haar album Let Go in de platenzaak, een beetje schuchter, bijna alsof ik een K-3 of Spice Girl-fan was.Maar al snel bleek Avril die categorie ruim te overstijgen. Haar eerste album, geproduceerd terwijl ze slechts zeventien was (!), getuigt van lef. Het album bevat zowel liedjes die vallen onder de noemer brutale tienerpop als nummers die meer pretenderen te zijn. Of het nu een liedje is met een rebellerende tekst of een emotioneel geladen verhaal – Avril zingt het met overtuiging. Met pakkende melodieën die in mijn hoofd blijven gonzen.Hoewel haar tweede album naar mijn smaak ietwat tegenviel, kocht ik laatst toch ongeluisterd haar derde werkje. (Zie ook: Niet voor tere zieltjes). De nummers van The Best Damn Thing klinken opgewekt en zijn strak geproduceerd. De teksten bevatten de door Avril eerder bezongen thema’s van zelfstandige rebellerende meid, liefde en persoonlijke problemen. De muziek gaat niet al ‘te diep’, maar dat hoeft ook niet altijd. Pop mag ook luchtig zijn en lekker klinken. Als extraatje zit er bij de cd een dvd bij met een simpele maar amusante ‘making of’ van het nieuwe album. Persoonlijkheid
In The Making of The Best Damn Thing zien we meerdere kanten van Avril. Ze is de ondeugende meid die voor de grap pepperspray in de ogen van haar producent spuit, met flessen drank door de studio zwakt en geregeld ‘fuck’ roept. Soms schemert daar een onzekere en verlegen meid doorheen die niet geheel door lijkt te hebben wat haar aanwezigheid voor effect heeft op haar (mannelijke) omgeving. Ergens in het midden leeft de getalenteerde zangeres die in maximaal drie pogingen een nummer inzingt. Een muzikant die zich laat inspireren door serendipiteit (ter plekke bedenkt ze dat ze het woord Limoncello – een alcoholisch drankje waar ze gek op is – in de lyrics wil opnemen), maar tegelijkertijd precies weet wat ze wil en de muziek al in haar hoofd hoort voordat deze op de digitale schijf wordt vastgelegd. Avril is speels, opwindend en professioneel. Dit alles verpakt in het strakke lijf van een vrouw van begin twintig met een eigenwijze uitstraling. En dat is wel iets waar ik vrolijk van word. (En of dit imago nu geheel waarheidsgetrouw is, of het effect is van goede marketing en videomontage – wat maakt het uit?)Lees ook (of niet): Niet voor tere zieltjes.

Verslaafd aan Twin Peaks

Wednesday, June 6th, 2007

Genotbevrediging voor en op het schermWanneer hulpsheriff Andy (Harry Goaz) op een veranda stapt waardoor er een plank omhoog schiet die tegen zijn hoofd knalt, kan er geen twijfel meer over bestaan: Twin Peaks is een comedy. Of toch niet?
De aflevering ervoor (de opening van het tweede seizoen) hebben we Cooper al bloedend op de vloer van zijn hotelkamer zien liggen terwijl de man van roomservice die zijn warme melk kwam brengen, deed alsof er niets aan de hand was. De doodnormale conversatie van de twee personages contrasteerde met de hachelijke situatie van FBI-agent Cooper en creëerde een grappige, ietwat absurde, scène. Je kunt als kijker daarin meegaan, of de televisie uitzetten omdat je het te zot vindt. Voor mij zijn het juist dit soort momenten die bewijzen dat Twin Peaks een van de meest interessante televisieseries in jaren is geweest.Blender
Het feit dat Twin Peaks niet onder een genre valt te scharen is daar ook credit aan. De serie bestaat uit verschillende genre-elementen die goed door een blender zijn gehaald. Op het eerste gezicht gaat het om een moordmysterie, maar al snel duiken elementen van de soap opera en het melodrama op. (Wat overigens nog met een knipoog wordt bevestigd doordat de personages regelmatig naar de soap Invitation to Love zitten te kijken waarin scènes voorkomen die situaties uit Twin Peaks spiegelen.) Intriges als overspel, liefdesperikelen van jonge stellen, verraad en duistere zaakjes herkennen we uit de soap. Het verdriet dat de personages voelen door het verlies van Laura (wat vooral in de pilot sterk naar voren kwam) kennen we ook uit het melodrama. Toch is Twin Peaks boven alles een knipoog van Lynch naar deze genrekenmerken en gaat het verhaal met ze aan de haal.L’image pour l’image
De makers spelen dus met genre- en televisieconventies. Het is anarchistische televisie, het aan de kaak stellen van conventies door deze belachelijk te maken. Zo bestaat de laatste aflevering van het eerste seizoen uit zo veel cliffhangers, dat dit een duidelijke knipoog is naar dit tv-kenmerk. Andere clichés die we kennen uit de Amerikaanse cultuur zijn: de donutetende smeris, de Indiaan die een goede sporenzoeker is (deputy Hawk), de vreemde psychiater die net zo gek lijkt als zijn patiënten, highschoolscholieren en alles wat daarmee samenhangt, de meedogenloze zakenman…Daarbij lijkt het verhaal soms niets meer te zijn dan een kapstok voor Lynch om zich te buiten te gaan aan allerlei beelden die hem fascineren: rode gordijnen, dwergen, reuzen, een volle maan en onderdrukte seksualiteit. Interessant in dit opzicht is de montagestijl van de serie. Lynch snijdt doorgaans alleen wanneer dat echt nodig is, anders laat hij de actie bij voorkeur binnen een kader uitspelen: long takes komen veelvuldig voor. Dit geeft acteurs de kans hele scènes te spelen, en de kijker de rust om het beeld goed te observeren. (Het is ook vanuit productioneel oogpunt slim om weinig van shot te wisselen: ieder nieuw shot vereist immers een nieuwe set-up en uitlichting – op deze manier wordt een hoop tijd en geld bespaard, wat goed van pas komt in een televisiebudget.) Je zou bijna kunnen spreken van fetisjtelevisie, een obsessie met beelden die met eindeloze variatie worden herhaald.Self-indulgence
De personages hebben ook hun eigen fetisjen. Het geheime leven van Laura Palmer bevatte fetisjen van de bekende seksuele variant. Het veelvoudige drinken van zwarte koffie en het eten van zoetigheid door Cooper en het politiekorps is ook een voorbeeld, hoewel je dat ook met de term self-indulgence kunt benoemen.Voor mij is het kijken van Twin Peaks ook een self-indulgence, ik geef toe aan het genot dat de serie mij verschaft. Ik kan uitermate genieten van kleine momenten: als Cooper vol overgave zijn koffie nuttigt, of het verloop van een dialoog tussen hem en collega Albert Rosenfield. Ook de cryptische omschrijvingen van dwergen en reuzen, en de nachtmerrieachtige taferelen die weer worden afgewisseld met slapstick humor. Met Twin Peaks weet je nooit helemaal wat je kunt verwachten en dat houdt het fascinerend. Al komen bepaalde dingen na een paar afleveringen je wel bekend voor. Maar ook de herkenning van herhaalde elementen biedt een vorm van plezier.Kijken naar een aflevering van Twin Peaks is als het drinken van een overheerlijke cappuccino terwijl je geen dorst hebt. Je doet het voor de smaak, het aroma, het toefje schuim dat aan je lippen plakt… Je doet het, kortom, voor het genot. ‘And that’s damn good television!’Lees ook (of niet): Verlangen naar Twin Peaks en Terug naar Twin Peaks.