Posts Tagged ‘David Bowie’

Elke dag een tekening

Saturday, January 7th, 2017

Mede-geek Menno heeft het op zich genomen om dit jaar iedere dag een tekening te maken en die online te publiceren.

Argibald tekende in 2015 elke dag. Ik heb daar toen een stukje over geschreven.

Er zijn veel van dit soort initiatieven. Bijvoorbeeld een maand lang elke dag een geïnkte illustratie maken tijdens Inktober. Sommige mensen nemen zichzelf voor een maand lang elke dag te bloggen of weet ik veel wat. Het is vaak makkelijk beginnen, maar soms moeilijk vol te houden.

Eigenlijk is het ook niet zo erg als je je voornemen niet haalt. Het gaat er meer om wat je er onderweg van opsteekt. In het geval van tekenen word je immers met iedere illustratie iets beter en leer je wellicht wat nieuws. Iedere tekening die je maakt is dus al winst.

Als iets ook niet meer leuk is om te doen, moet je ermee stoppen, wat je jezelf ook hebt voorgenomen. Hetzelfde geldt voor bloggen vind ik. Als je een tijdje leeg bent en niets meer hebt te zeggen, ga dan lekker even iets anders doen. Of niets. Maar ga niet tegen je zin in verder bloggen. Nergens voor nodig. Daar zit niemand op te wachten en je wordt er zelf ook niet gelukkig van.

Vooralsnog gaat Menno lekker en kijk ik elke dag even met nieuwsgierige ogen naar wat hij nu weer voor moois heeft gemaakt. Ik vind de tekeningen die geïnspireerd zijn door films het leukste tot nu toe, maar wie weet welke kant dit project nog opgaat.

Hieronder drie tekeningen. Check de rest op Menno’s Tumblr-blog.

menno-kooistra-bodysnatchers

Draw-a-day #5 (5/1/2017). I have a little theory. Every film with Donald Sutherland with a mustache is great. Prove me wrong! Here’s one: Invasion of the Body Snatchers by Philip Kaufman from 1978.

menno-kooistra-under-the-skin

Draw-a-day #6 (6/1/2017) The key moment in the incredible 2013 film Under The Skin by Jonathan Glazer. For me the best role Scarlett Johansson ever played and she never looked prettier. Indian ink with nib pen, colored with Photoshop

menno-kooistra-david-bowie

Draw-a-day #7 (7/1/2017) Tomorrow my big hero David Bowie would have celebrated his 70th birthday. To celebrate his incredible legacy and influence on my life, here’s my little tribute in ink. Indian ink, nib pen on paper, colored with photoshop.

Imagine, Captain America en Prince

Sunday, April 24th, 2016

Gisteravond was ik samen met Linda in Eye om de slotavond van Imagine bij te wonen. Dit jaar had ik helaas verder geen tijd om mijn favoriete filmfestival te bezoeken. Te druk met een pr-klus voor Submarine Channel, enkele artikelen en mijn grote schrijfproject.

Maar over dat laatste binnenkort meer.

Civil War
Tussendoor was ik bij Disney om Captain America: Civil War te zien. Er is een embargo op de recensie, dus die mag pas maandag 25 april om 22 uur online. De filmmaatschappij uit de States legt wel vaker dingen op. Bijvoorbeeld dat er in de zaal constant een bewaker was tijdens de voorstelling. Alsof een professionele recensent stiekem met zijn smartphone opnames van de film zou maken. Maar goed, wie weet is dat in het verleden wel gebeurd en zijn ze extra voorzichtig. Uiteindelijk maakt het mij allemaal niet zoveel uit als ik maar ongestoord de film kan kijken.

civil war mark millarVanwege de film ben ik de eventcomics van Civil War weer aan het herlezen. Ik geef toe: uiteindelijk heeft Captain America: Civil War niet heel veel met de oorspronkelijke comics te maken. De filmmakers hebben een origineel verhaal geschreven. De comics zijn echter fijn leesvoer. Ik denk dat dit verhaal van Mark Millar en Steve McNiven het beste event was van de afgelopen tien jaar. Maar daar kun je natuurlijk altijd over twisten.

Overbodig
Het nieuws van Prince’s dood sloeg bij mij echt de wind uit de zeilen. Kapot ben ik er nog steeds van. Vooral toen ik gisteravond hoorde dat zijn dood wellicht komt door een overdosis pijnstillers. Prince had al lang ernstige heupklachten, maar omdat hij een Jehova’s Getuige was, wilde hij niet geopereerd worden. Dom dogmatisch denken dus. Als dat hem uiteindelijk zijn leven heeft gekost, is het allemaal extra tragisch: zijn dood was dus niet nodig geweest. Niet op dit moment in ieder geval. Hoeveel mooie muziek had hij nog kunnen maken in de jaren die gekomen zouden zijn?

De vele getekende tributes die online geplaatst zijn, boden wat troost. Het is fijn om te zien hoeveel mensen iets met His Royal Badness en zijn muziek hadden. Dat schept een band.

Tribute door Aimée de Jongh.

Tribute door Aimée de Jongh.

prince bill sienkiewicz

Tribute door Bill Sienkiewicz.

prince Gina Bernales Martin

Tribute door Gina Bernales Martin.

prince Gilles Vranckx

Ook een mooie van Gilles Vranckx.

prince j scott campbell

J. Scott Campbell maakte een mooie, sardonisch kijkende Prince.

(De meeste tributes werden verzameld door Loresje Muses.)

Rampenfilm
Ik ben blij dat ik toch in Eye was gisteravond. De slotfilm The Wave was zeer onderhoudend met mooie special effects. Deze Noorse rampenfilm draait om geoloog Kristian die met zijn gezin op het punt staat te verhuizen van het fjordendorpje Geiranger naar Stavanger. Jarenlang hebben Kristian en zijn collega’s een oogje gehouden op de berg Åkerneset. En juist nu dreigt deze instabiel te worden, af te brokkelen en een tsunami te veroorzaken. Niet helemaal geloofwaardig allemaal, maar vakkundig gemaakt, goed geacteerd en effectief gedraaid. We gingen met een fijn gevoel de zaal uit.

Daarna was het gezellig borrelen met Menno, Tonio, Tas en Frank Mulder van deNachtvlinders.nl. Check die site als je van horror houdt. Uiteraard hadden we het ook over de vele helden die ons dit jaar al zijn ontvallen. Voor mij zijn Bowie, Brands en Prince het belangrijkste. George Martin vind ik ook een held, maar die werd toch mooi 90 jaar oud en stierf in zijn slaap.

De dood is een roofdier dat ons onverwachts te grazen neemt. Ik teken graag protest aan tegen deze gang van zaken, maar waar kan ik mijn formulier indienen?

David Bowie is over hoe Bowie was

Monday, March 21st, 2016

Ook als David Bowie ons niet eerder dit jaar was ontvallen had ik de expositie David Bowie is bezocht in het Groninger Museum.

Als tiener raakte ik gefascineerd door Bowie’s muziek. Vooral zijn werk uit de jaren zeventig raakte bij mij de juiste snaar. Volgens mij was dat zijn beste periode, maar er zijn ongetwijfeld kenners en fans die een andere voorkeur uitspreken.

Dat is ook tevens de kracht van Bowie: omdat hij zoveel verschillende muziek heeft gemaakt en uitgeprobeerd is er voor ieder wat wils. In het verleden las ik wat biografieën over Bowie en studies van zijn werk. Echt een kenner zou ik mezelf niet durven noemen, maar ik herken Bowies verschillende gedaanten en de perioden die daarbij horen. Ook ben ik redelijk thuis in zijn oeuvre en weet zo’n beetje welk album ongeveer uitkwam. Geen overbodige kennis voor bij het bezoeken van de expositie David Bowie is, want er komt nogal veel op je af.

david-bowie-is‘Meer dan 300 objecten uit het David Bowie Archief, waaronder handgeschreven songteksten, originele kostuums, fotografie, ontwerpen van bijvoorbeeld albums, en zeldzaam materiaal van de afgelopen 50 jaar zijn voor het eerst samengebracht. Het demonstreert hoe Bowie’s werk is beïnvloed door en invloed heeft gehad op uiteenlopende stromingen in kunst, design, theater en de hedendaagse cultuur. Hierbij ligt de focus op creativiteit, vernieuwing en samenwerking met veel vormgevers op het gebied van geluid, mode, vormgeving, theater en film,’ aldus de tekst op de site van het Groninger Museum. Daar was niets op af te dingen: veel mooie dingen gezien. In kostuums ben ik niet zo geïnteresseerd, maar het verbaasde me wel hoeveel er bewaard is gebleven. Bowie had nogal wat kostuums namelijk.

Bowie_220720102Originele aantekeningen van songteksten vind ik erg interessant om eens te zien. De tekst van het nummer ‘Ziggy Stardust’ bijvoorbeeld. Slechts een paar woordjes heeft Bowie hier en daar doorgekrast en vervangen, maar het ziet ernaar uit dat hij de lyrics al in zijn hoofd had voordat hij deze op papier zette. Dat weet ik niet zeker natuurlijk, dat is wat ik vermoed als ik naar de blaadjes op de muur kijk.

Filmacteur
Ik genoot erg van de filmfragmenten van films waarin David Bowie een rol heeft gespeeld. Labyrinth, Merry Christmas Mr. Lawrence, Absolute Beginners, maar ook een opname van zijn optreden als The Elephant Man op Broadway in 1980. Zonder prothetische make-up maakte Bowie door zijn spel duidelijk hoe ongemakkelijk de vergroeiingen zijn die John Merrick op zijn lichaam heeft.

TPC-13184R_kleinSowieso maken de fragmenten duidelijk wat een goede acteur Bowie eigenlijk was. De hoofdrol van buitenaards wezen dat op aarde leeft in The Man Who Fell To Earth was hem natuurlijk op het lijf geschreven, maar persoonlijk geniet ik vooral van zijn ingetogen spel als Nikola Tesla in The Prestige. En vind zijn interpretatie van Andy Warhol nog steeds de beste van alle acteurs die deze kunstenaar gestalte hebben gegeven. Ik wist overigens niet dat hij tijdens de opnamen een pruik op had die Warhol echt heeft gedragen en dat zijn acteercarrière begon in een horrorfilm zonder dialoog.

Ook interessant vond ik de ontwerpenschetsen en de foto’s die gebruikt werden voor covers. Je zag namelijk niet alleen de foto die gekozen is als albumcover, maar ook de andere foto’s uit de sessie die niet door de selectie kwamen. Het maakte duidelijk hoe hard werken het eigenlijk is om tot het juiste beeld te komen. David Bowie, in het echt natuurlijk David Jones zoals je weet, was een constructie. Eentje waar Jones hard aan werkte.

Muziek
Gelukkig was er tussen alle kostuums en bijzaken ook ruim aandacht voor Bowies muziek en dan vooral het maakproces. Vooral zijn Berlijnperiode werd aardig belicht met een interviewfragment. Menno Kooistra schreef ooit drie informatieve artikelen over die periode en ook nu heb ik me weer voorgenomen om die albums binnenkort eens goed te luisteren.

Bowie had een computerprogramma waarmee hij zinnen kon invoeren die deze dan in stukjes opbrak om hem op die manier associatief te laten denken. De windowsversie van William Burroughs zeg maar. Ik lees graag boeken over hoe nummers tot stand zijn gekomen en hoe het er in de opnamestudio aantoeging. Documentaires over dit onderwerp: nog beter. Misschien hadden de samenstellers daar nog wat meer mee kunnen doen. In ieder geval was de concertzaal, waarop we video-opnames zien van Bowie in concert op grote schermen, wel erg tof. Ze gaven een lekkere vibe en laten nog maar eens zien wat een goede performer David Bowie eigenlijk was.

Vol = vol
Van tevoren dienden we kaartjes te kopen voor de tentoonstelling en alleen op het aangewezen tijdstip mochten we naar binnen. Het viel me desondanks een beetje tegen hoe druk het was zaterdagavond om 18 uur. De expositieruimtes waren warm en benauwd. Ik was constant aan het schakelen tussen Bowie, mensen ontwijken en proberen niet op een kruipende peuter te gaan staan. Ook de audio-apparatuur werkte niet naar behoren.

David-Bowie-Is-kostuum

Er mochten geen foto’s gemaakt worden, dus deze is van: http://blog.thecurrent.org/2014/09/david-bowie-is-mca-chicago-exhibit-tells-the-story-of-the-musician-who-changed-our-culture/

‘De multimedia van de tentoonstelling is verzorgd door Sennheiser. De geavanceerde geluidstechnologie die behoort bij de toneelensceneringen, animaties en video-installaties, creëert een meeslepende reis langs de artistieke invloeden van David Bowie,’ aldus de site van het museum. Men heeft inderdaad prachtige fragmenten geselecteerd en de expositie biedt een aardige combinatie van videobeelden en aanwezige voorwerpen. Technisch verliep het allemaal niet vlekkeloos. Het audioapparaatje zou automatisch moeten oppikken waar je je in de ruimte bevond en dan het juiste fragment afspelen. Dat werkte dus niet helemaal lekker. Soms hoorde ik een fragment van een onderdeel dat ik net bezocht had en wilde het ding niet laten horen waar ik op dat moment stond. Kortom, onderweg was ik veel met dit technische ongemak bezig.

De catalogus van de expositie heb ik uiteindelijk niet gekocht: de opmaak van het boek ziet er wat slordig uit en eerlijk gezegd heb ik betere boeken over Bowie in de kast staan.

Al met al ben ik blij dat ik David Bowie is heb bezocht. Eigenlijk zou je zo’n tentoonstelling een tweede keer moeten bezoeken om alles goed te kunnen lezen en zien en op je in te laten werken. Dat gaat niet meer lukken voor 10 april, wat de laatste dag zal zijn. Geeft niks, Bowie kun je ook het beste thuis beleven: zet een album op en luisteren maar.

Tot zover januari 2016

Sunday, January 31st, 2016

Het is alweer de laatste dag van de maand januari. En dan te bedenken dat we gisteren nog aan de oliebollen zaten en de atmosfeer vervuilden met vuurwerk. De tijd vliegt. Hier mijn favoriete plaatjes van de afgelopen maand van onder andere mijn Instagram-account.

eppo kalender januariDe hele maand keek Dirkjan mij guitig aan als ik de wc bezocht. Dankzij de Eppo-verjaardagskalender. Een leuke kop heeft ie die Dirkjan, daar niet van, maar ik ben toch blij dat ik 1 februari de bladzijde om kan slaan.
club de ville club de ville 02Ingang tot een feestje op de Westergasfabriek dat rond de jaarwisseling plaatsvond. Mooi artwork vind ik.

bunbun-t-shirt typex weer bowie typex bowieTijdens de Stripmaand in Scheltema hield Typex een lezing over zijn helden Bowie, Pontiac en Warhol. Fijn aan stripmakers een presentatie laten doen is dat ze hun eigen illustratiemateriaal tekenen. ochtendzon wolkendek wasco tekent op raamVoor Wasco was tekenen op papier niet genoeg dus begon hij bij Scheltema de etalageruit te verfraaien.

Kees van Kooten leest voor bij Scheltema tijdens de Stripmaand (januari 2016)Een paar maanden geleden interviewde ik tv-legende Kees van Kooten over zijn nieuwe boek Leve het welwezen. Omdat hij op dat moment in Frankrijk zat, verliep het gesprek telefonisch. Dat is voor het interview verder geen probleem, maar toch vond ik het jammer om Van Kooten niet face to face gesproken te hebben. Gelukkig gaf hij ook een lezing in Scheltema en kon ik hem ervoor even spreken. Van Kooten vond het artikel in Stripgids mooi opgemaakt en vroeg of hij het magazine mee naar huis mocht nemen. Dat was geen probleem natuurlijk. Daarna verraste hij me nog eens, want ik had gedacht dat hij heel veel over cartoons zou vertellen die avond, maar in plaats daarvan las hij vooral stukken voor uit ander werk en maar een klein stukje uit zijn nieuwe boek.

michael-minneboo-persprijs-Nuff said.

Een ouderwets fijne vrijdagmiddag

Saturday, August 1st, 2015

Vrijdagmiddagen, ik heb er al eerder over geschreven. Vrijdag de 31ste juli voelde weer als vanouds gezellig.

Waagh_2015Eigenlijk had ik ‘s ochtends verder moeten komen met mijn opdracht voor Submarine Channel – het samenstellen van een top 5 beste superheldenfilms, maar het schrijven ging iets trager dan gepland. En om 12 uur had ik een lunchafspraak met mijn goede vriend Jooper – een parttime fotograaf die net terug is van zijn jaarlijkse vakantie in Griekenland. We hadden het dan ook over het verschil tussen de Grieken en Nederlanders, fotograferen en de andere zaken des levens. Aangezien onze Griekse vrienden de laatste tijd behoorlijk gedemoniseerd zijn door politici en de media, hoor ik graag van iemand die ze kent hoe de vork echt in de steel zit.

Voordat we bij de Waagh gingen lunchen, doken we even een platenzaak en stripwinkel Henk binnen op de Gelderse kade. In de platenzaak trof ik deze toffe platenhoes aan:

platenhoesNa de lunch ging Jooper weer richting Hoorn en bezocht ik nog even boekwinkel Scheltema. Wederom op zoek naar goede strips van Matena, maar die waren er niet. Wel vond ik allerlei ander leuk leesvoer en het nieuwe pand aan het Rokin heeft een prettig uitzicht over de stad:

uitzicht_scheltema_02 uitzicht_scheltemaTot slot nog even de shelfporn die ik die dag heb gekocht. De twee comics schafte ik in Henk aan die Marvel Comics in de uitverkoop heeft op dit moment. Dat boekje over het oeuvre van François Schuiten kon ik niet laten liggen. Het is uitgegeven door de Koning Boudewijnstichting omdat de stripmaker daar een tijd geleden een deel van zijn originelen heeft ondergebracht.

shelfporn

Under the Skin: Scarlett is buitenaards …

Thursday, January 15th, 2015

Was Scarlett Johansson in Her slechts te horen, in Under the Skin is de Hollywoodactrice zeer lijfelijk aanwezig. Voor zover ik weet is dit namelijk de eerste keer wanneer Johansson zich volledig blootgeeft. Dat is alvast één reden om de film te gaan zien.

In Under the Skin speelt Scarlett een buitenaards wezen dat zich uitgeeft voor een vrouw en door Schotland rijdt in een busje. Ze verleidt mannen om hen vervolgens in een zwarte brei te laten verdwijnen. Ik denk dat ze zich op die manier voedt, maar helemaal duidelijk maakt regisseur Jonathan Glazer dat niet. Gedurende het verhaal begint Scarlett nieuwsgierig te worden naar het mens zijn.

Ik moest bij het kijken van Under the Skin denken aan The Man Who Fell to Earth, waarin David Bowie een ruimtewezen speelt dat de aarde bezoekt. Je zou de film met Scarlett The Woman Who Fell to Earth kunnen noemen, ware het niet dat het verhaal van deze film nog vager is dan Nicolas Roegs film uit 1976. Het is wel lang geleden dat ik die heb gezien, maar ik meen me een zelfde afstandelijke cameravoering te herinneren.

‘Om het gegeven van een buitenaards lokdier in een alledaags Schotland recht te doen, besloot Glazer de film op de werkelijkheid te veroveren. De zwartharige, ordinair geklede Johansson reed rond in een bestelbus vol verborgen camera’s, en improviseerde haar verleidingen van argeloze passanten, aan wie na afloop om toestemming werd gevraagd,’ schreef Bart van der Put destijds in Het Parool.

Under the Skin is een waagstukje van regisseur én actrice, want het getuigt toch van veel lef om zich in deze rol zo bloot te geven.
under-the-skin_scarlett-v2
under-the-skin-movie-screenshot-2Under-The-Skin-bos

Waarom de rubriek Frames?
De verhalen die we lezen en zien maken net zo goed deel uit van onze levensloop als de gebeurtenissen die we in reallife meemaken. In de rubriek Frames verzamel ik stills uit de films die ik heb gezien om zo die herinneringen te kunnen bewaren en koesteren.

Film A-Z: P

Friday, August 13th, 2010

Het schiet alweer aardig op met mijn film ABC. Vandaag zijn we bij de P. Hieronder de drie titels met de letter P die ik bijzonder genoeg vond om een paar keer te zien en die ik bij harte aanbeveel.

The Prestige (Christopher Nolan, 2006)
In de prachtige film The Prestige draait alles om twee illusionisten, die door onderlinge rivaliteit verwikkeld raken in een levenslange strijd om macht en status. Vanaf het eerste moment dat Robert Angier (Hugh – Wolverine – Jackman) en Alfred Borden (Christian – Batman – Bale) elkaar ontmoeten, zijn ze concurrenten. Hun aanvankelijk vriendschappelijke competitie evolueert tot een bittere rivaliteit die gevaarlijk en dodelijk blijkt te zijn.

Alle acteurs geven dit verhaal vol goochelarij en een snufje magie de juiste realistische zwaarte mee waardoor de wereld van 1900 geloofwaardig tot leven komt.
David Bowie speelt uitvinder Nikola Tesla en doet dat voor zijn doen erg ingetogen. Puik acteerwerk. Tesla is het enige personage in de film dat niet fictief is en is de uitvinder van onder andere de Teslaspoel en heeft veel betekend voor de uitvinding van wisselstroom en de radio.

Regisseur van deze sfeervolle en spannende film is Christopher Nolan die recent wederom een interessante film afleverde: Inception.

Psycho (Alfred Hitchcock, 1960)
De oerversie aller slasherfilms. Anthony Perkins lijkt een aardige, nette opgevoede jongen, maar blijkt een psychopaat te zijn die in de kleren van zijn moeder zijn hotelgasten in stukjes snijdt. Nu lijkt de film redelijk braaf, maar in 1960 doorbrak Hitchcock aardig wat taboes met zijn zwart-wit film. Als je al bedenkt dat het zeer ongebruikelijk was om een toilet te tonen in films, dan begrijp je dat de scène waarin Marion Crane (Janet Leigh) in de douche doodgestoken wordt er behoorlijk, eh, inhakte indertijd. Bates blijft wat mij betreft het schoolvoorbeeld voor psychopaten. Gek genoeg heb ik nooit een van de vervolgen gezien. Misschien moet ik dat toch maar eens gaan doen…

De remake van Gus Van Sant uit 1998 is mijn ogen nog steeds een nutteloze exercitie die maar beter vergeten kan worden.


Pulp Fiction (Quentin Tarantino, 1994)
De beste en boeiendste film die Tarantino ooit maakte. Origineel, apart, bijzondere dialogen, een interessante verhaal structuur en een swingende soundtrack. Meer coolness mag je echt niet van een film verwachten.

De volgende aflevering van mijn Film A-Z is over twee weken, dus op vrijdag 27 augustus.

Filmrecensie: Flashbacks of a fool

Friday, January 22nd, 2010

Flashbacks of a fool is het speelfilmdebuut van videoclipregisseur Baillie Walsh. Het is een prima debuut met slechts enkele schoonheidsfoutjes. Antiheld Joe Scot (een gedegen acterende Daniel Craig) is een aan lagerwal geraakte acteur die zichzelf heeft verloren in drugs, drank en seks. Wanneer hij krijgt te horen dat jeugdvriend Boots (Max Deacon) is overleden, drijven Scots herinneringen af naar de laatste zomer van zijn jeugd: zijn vriendschap met Boots, zijn eerste liefde Ruth en de relatie met een vriendin van zijn moeder, maar vooral denkt hij na over hoe een reeks van keuzes en een onbezonnen daad leidden tot een tragische dood en hem deden besluiten het ouderlijk huis te ontvluchten. De terugkeer naar huis dwingt Scot om zich te verzoenen met zijn verleden. Regisseur Walsh scheef ook het scenario en bedient zich van enkele herkenbare gegevens: de uitgerangeerde acteur die zich overgeeft aan een hedonistische levensstijl is immers een cliché. Ook zijn sommige wendingen voorspelbaar, de tragische gebeurtenis die Scot ertoe aanzet om te vluchten zie je van tevoren aankomen. Maar dergelijke schoonheidsfoutjes (als je ze al zo mag noemen) zij de regisseur vergeven door het gedegen spel van de cast en de stijlvolle vertelwijze. Walsh neemt de tijd om de gebeurtenissen langzaam te doen ontvouwen en trakteert de toeschouwer – dankzij het vakwerk van cameraman John Mathieson – op prachtige beelden en een fijnzinnige cinematografie. Het romantische kustlandschap van Zuid-Afrika, dat dubbelt voor de Engelse kust begin jaren zeventig, is sfeervol in beeld gebracht. De zee speelt dan ook een terugkerende rol in het verhaal: ze neemt en geeft. IJdeltuit
Het is de visualisatie van Flashbacks of a fool die mij in het bijzonder aantrok aan dit debuut: Wanneer Scot via een telefoontje van zijn moeder verneemt dat zijn oude vriend Boots is overleden weet hij zijn emoties in toom te houden. De filmmakers zetten Scot echter in zijn huis neer, voor een levensgrote foto waarop de acteur met tranende ogen in de lens kijkt. Niet alleen zijn innerlijke gevoelens worden met dit theatrale beeld gecommuniceerd, ook zijn ijdelheid wordt nog eens onderstreept. Het vermoeden rijst al snel dat er meer moet schuilen achter deze schijnbaar ijdele acteur die zich verliest in een hedonistische levensstijl en die aan oppervlakkig menselijk contact de voorkeur geeft. Het antwoord op de vraag hoe hij zo geworden is wordt langzaam onthuld in de terugblik naar zijn jeugd. Maar of Scot werkelijk anders zal zijn na zijn terugkeer, laat Walsh fijn in het midden. Muziek voor de ziel
Muziek van David Bowie (Ziggy Stardust-periode voor de kenners) en in het bijzonder het nummer ‘If there is something’ van Roxy Music spelen een belangrijke rol in Flashbacks of a fool. Natuurlijk zijn herkenbare songs een dankbaar middel om een tijdsbeeld neer te zetten, Walsh geeft ze echter ook een niet geringe rol in de betekenis van de plot. Niet verwonderlijk wellicht voor een regisseur die zijn eerste stappen zette bij het maken van muziekvideo’s voor bands als INXS, Oasis en Massive Attack. Hartverscheurend is de slotsequentie waarin een citaat van de liedtekst van bovengenoemd nummer een stortvloed aan emoties losmaakt bij Ruth, gespeeld door Claire Forlani. Het geluid van de scène is weggedraaid, alleen het liedje is te horen, wat het indrukwekkende optreden van de acteurs extra benadrukt. Flashbacks of a fool is reeds uit op dvd.Flashbacks of a fool, Groot-Brittanie/2008.
Regie: Baillie Walsh. Met: Daniel Craig, Emilia Fox, Claire Forlani, Harry Eden, Helen McCrory, Jodhi May, Olivia Williams.
(DFW)
Deze recensie verscheen ook op het filmblog van Zone 5300.

Low: David Bowie’s Magnus Opus

Saturday, June 30th, 2007

Gastauteur Menno Kooistra duikt in het klassieke album Low van David Bowie. Low is niet dat vage experimentele album dat je als liefhebber van Bowie koopt, maar nooit speelt, maar een prachtalbum met 11 uitstekend doordachte arrangementen.

Low
Low

Kort door de bocht is Low een album uit 1977 dat zijn tijd ver vooruit was. Destijds was het behoorlijk experimenteel en het presenteerde een nieuwe Bowie aan het publiek. Het is het eerste album sinds eind jaren ’60 waarop Bowie geen typetje speelt. Wie zien en horen geen Ziggy Stardust, Aladdin Sane, Halloween Jack of Thin White Duke. Nee, dit is David Bowie. Iemand die genoeg had van succes, mensen, huwelijk, drugs en vooral Amerika. Hij besloot zich terug te trekken en verhuisde naar West-Berlijn. Hier kon hij in alle rust, samen met vriend en bondgenoot Iggy Pop, afkicken van zijn coke- en alcoholverslaving. Echter, stilzitten is niets voor Bowie (de man heeft tussen 1969 tot 1977 10 solo-albums gemaakt, geproduceerd voor o.a. Iggy Pop en Lou Reed, nummers geschreven voor anderen (waaronder Mott the Hoople), geacteerd in film en op toneel en was bijna non-stop op tournee. Dus waarom nu ineens rustig aan doen? Eno
Bowie dook de studio (de ‘Hansa by the Wall’ studio) weer in om met zijn vaste producent Tony Visconti en niemand minder dan verstrooide professor en muziek-kunstenaar Brian Eno, aan nieuwe nummers te werken. Het aantrekken van Eno was een meesterlijke stap. Eno, die in 1973 uit de succesvolle glamourband Roxy Music stapte, ontwikkelde zichzelf tot meester in de zgn. ‘minimal music’ (herhaling, tonen aanhouden en consonantie), wat resulteerde in instrumentale ambient-achtige muziek. Vage shit dus.Eno is een essentiële factor in Bowie’s carrière na 1976. Samen maakten ze in totaal vier albums, waaronder de ‘Berlin-trilogy’ Low (1977), “Heroes” (1977) en Lodger (1979). Pas in 1995 kwam het stel weer samen om 1.Outside te maken. Maar de Berlijnse albums zijn heuse klassiekers en worden stuk voor stuk als meesterwerk beschouwd. Ik ben het er mee eens, hoewel ze verschillen in kwaliteit. Ik zal me nu beperken tot Low. Mijn inziens de winnaar en een van Bowie’s allerbeste albums. Eno, Visconti en Bowie
V.l.nr. Eno, Visconti en Bowie Zoals gezegd kwam Bowie naar Berlijn om op adem te komen. Zijn productiviteit en het succes was enorm en daarbij had hij net het filmen van de film The man who fell to earth (1976) afgerond. Een SF-film van regisseur Nicolas Roeg (Don’t Look Now), waarin Bowie een alien speelt die op aarde komt om zijn planeet te redden. Je moet er van houden, maar de film was redelijk succesvol en wordt door sommigen zelfs als een ware cultklassieker beschouwd. Bowie zelf was ook niet ontevreden, getuige het feit dat op de covers van zijn albums Station to Station (1976) en Low beiden foto’s uit The man who fell to earth prijken. Bowie who fell to earth
Bowie op de set van ‘The man who fell to earth’,
gefotografeerd door Steve Schapiro
Low bestaat uit twee delen. Logisch, want langspeelplaten hadden een kant A en een kant B. Bowie maakte hier gebruik van en verdeelde Low in een kant ‘vrolijk’ en een kant ‘depressief’. Bindende factor is de experimentele muziek. Alles wat je niét van Bowie verwacht, staat op Low. Behoorlijk geïnspireerd door Duitse Krautrockers als Neu!, Cluster maar vooral Kraftwerk, staan op Low veel vreemde geluiden, synthesizers, samples, loops, herhalingen en vervormingen. Een eerste luistersessie kan je niet anders doen concluderen dan: ‘WTF? Wat is dit? Waar gaat dit heen?’, wat dan ook gebeurde toen het album uitkwam. Ik stel voor dat je het album koopt, download of leent en deze opzet terwijl je onderstaande tekst leest. Laat het op je af komen. Er gaat een wereld voor je open! Zang
Bowie zingt wel op Low, maar sporadisch. Het hele album bevat 11 nummers en Bowie’s stem is op slechts vijf nummers te horen. Ik zeg bewust stem, want waar Bowie wél zingt is het vaak een korte opsomming van woorden. Uiteraard klinkt zijn stem vertrouwd en immer als de goede zanger die hij is, maar op Low draait het vooral om de muziek. Zoals gezegd is Kant A (nummers 1 t/m 7) wat vrolijker gestemd dan Kant B. Het eerste deel is dan ook het gezongen deel, behalve de opener, Speed of Life, dat instrumentaal is. Hier hoor je gelijk de nieuwe Bowie. Iemand die lol heeft in muziek maken en allerlei nieuws probeert. Speed of Life lijkt eeuwig te duren (ook al duurt het 2 minuten en 45 seconden) en je ziet de muzikanten breed lachend hun ding doen. De snairdrum klinkt vet en vervormd, een typisch geluid voor Low, en de synthesizer staat op het hoogste volume. Lekker.
Nummer 2 is, zoals gezegd, gezongen. Breaking Glass vertelt het verhaal van iemand die iets op het tapijt heeft geschreven. Maar wat in godesnaam? En wie is deze ‘wonderful person’ tegen wie hij het heeft? Hij of zij heeft in ieder geval ‘problems’. Zeer waarschijnlijk heeft Bowie het hier over zijn vrouw Angie (ja, die van de Rolling Stones), met wie hij snel zou scheiden. Breaking Glass eindigt alweer als je er net lekker inzit.
Er volgen nog 4 gezongen nummers. What in the World is weer zo’n snel nummer waarin Bowie vertelt over een ‘little girl with grey eyes’. Een geweldig nummer dat vooral live als een trein loopt. Iggy Pop zingt ook nog een beetje mee.

Sound and Vision
, nummer 4 op Low, werd de hit van het verder geenszins commerciële album. In Nederland haalde het zelfs de tweede plaats. Het is dan ook een sympathiek en catchy deuntje met een lekkere meezingtekst, dat bijna op een kinderliedje lijkt. Uiteraard is de tekst weer zo cryptisch als het maar kan, hoewel er wel degelijk een boodschap uit te halen is.
Always Crashing in the Same Car is nog zo’n popliedje en is te vertalen als Bowie die aan het biechten is. Zelf noemde hij het ‘self-pitying crap’, waarin hij verhaalt hoe moeilijk het is om een relatie te onderhouden en normaal je leven te leiden. Een erg mooi liedje.
Be My Wife
, verhult op het eerste gezicht heel weinig. Het is een onschuldig liefdesliedje. Echter, het is wel cru als je bedenkt dat Bowie destijds nog gewoon getrouwd was met Angie Bowie.
En dan het laatste nummer van kant A, het veelzeggende A New Career in A New Town. Bijna drie minuten lang horen we een optimistisch deuntje, compleet met de inmiddels bekende vette snairdrum, groovy gitaartje, synthesizers en een fascinerende mondharmonica. Maar ook zonder Bowie’s zang. En de luisteraar van Low denkt nu “best een leuk album. Beetje raar, maar het gaat prima”. De videoclip van Be My Wife En dan zullen we het krijgen. Kant B. Het grauwe Berlijn van de jaren ’70, David Bowie goes Kraftwerk en Brian Eno die eindelijk écht zijn ding kan doen. Nee, dit zijn geen onschuldige popliedjes. Stemmingmakers zijn het wel. Het begint met Warszawa. Een lang nummer (6 minuut 17) dat filmisch aandoet. Sterker: het doet me nog altijd denken aan de instrumentale nummers op de soundtrack van ‘Labyrinth’ (1986, Jim Henson), ook met Bowie. Warszawa gaat over Bowie’s trip naar het Poolse Warschau en de indruk die de stad op hem maakte. Het is een emotioneel stuk geworden dat bijna religieus aandoet. Ik heb echter gelogen toen ik zei dat kant B zonder Bowie’s zang is; in Warszawa wordt wel degelijk gezongen. Na een minuut of 4 doemt er ineens een mannenkoor op met Bowie als lead. Maar wat hij zingt is onverstaanbaar. Waarschijnlijk is het een fantasietaal, vermengt met Pools en zelfs wat Bosnische invloeden.Het tweede nummer van Kant B oftewel nummer 9 op de cd is Art Decade. Weer zo’n poëtisch melodielijntje dat zo uit een film kan komen. Art Decade gaat, liet Bowie later weten, over het West-Berlijn van de 1977, een stad die is afgesneden van de rest van de wereld, vooral op het vlak van kunst en cultuur, vandaar de titel.En als we het dan toch over Berlijn hebben, kun je natuurlijk de muur niet negeren. Bowie zou er later uitgebreid over uitweiden op het album én het nummer “Heroes”, maar op Low uit zich dit vooral in de vorm van Weeping Wall. Geheel geschreven, gecomponeerd en ingespeeld door Bowie (zonder Eno). Het is een chaotische aaneenschakeling van piano’s, vibrafoons, xylofoons, synthesizers en een krijsende gitaar. Het geheel wordt gestuwd door een constante snelle toon. Componist Philip Glass was zwaar onder de indruk van dit stuk. Dan weet je wel een beetje wat je kunt verwachten.Het volgende nummer was aanvankelijk geschreven voor de soundtrack van ‘The man who fell to earth’, maar haalde het niet. Net als de film gaat het in Subterraneans over isolatie en het verliezen van je identiteit. Het is na Warszawa het langste nummer van Low. Bowie humt en zingt ook hier wat onverstaanbare melodielijntjes (hij zingt ‘share bride failing star’, maar daar wordt je ook niet wijzer van) en tettert wat op een bijna valse saxofoon. Een ontzettend deprimerend stuk muziek dat op een de een of andere manier uitstekend past bij het beeld van Berlijn en diens muur. Bowie in Berlijn, 1977
Bowie in Berlijn, 1977 En dan laat Bowie je achter met stilte. Met de depressieve deunen van Subterraneans nog in je hoofd. Dat was Low. En zo voel je je ook: low. Snel kant A opzetten stemt je wellicht weer wat optimistischer.Release
Low werd uitgebracht op 14 januari 1977. Een ‘killing’ tijd voor muziekalbums, zo na de feestdagen. Geen onbewuste keuze van platenmaatschappij RCA, want Low was geen commerciële plaat. Dit was niet de hippiemuziek van Hunky Dory, geen glamrock van Ziggy Stardust, geen plastic soul van Young Americans. Dit was een Bowie die gek was geworden! Een Bowie die low-profile in Berlijn ging wonen en in een studio ging zitten pielen. En waar was de zang? En zo werd het album compleet afgemaakt door de journalisten en ook het publiek trok het niet. En dat terwijl Bowie met Sound and Vision toch een hele grote hit scoorde in de hitlijsten die werden gedomineerd door The Sex Pistols en The Muppets. Later werd Low steeds meer gewaardeerd en nu wordt het beschouwd als een van Bowie’s belangrijkste albums en een grote inspiratiebron voor vele artiesten. Het is verbazingwekkend hoeveel aspecten van Low in de mainstream terecht kwamen. Zaken die nu als vanzelfsprekend beschouwd worden, vinden hun oorsprong in albums als Low. Denk aan de voortdurende en aanwezige drum, bijna vals klinkende gitaren, gevoelige en emotieloze zangpartijen. Een meesterwerk.
Voor meer artikelen (en strips) van Menno zie Mennomail.

Film: The Prestige

Thursday, February 8th, 2007

De rivaliteit tussen twee illusionisten loopt hoog op en door hun zucht naar roem en macht brengen beide heren zelfs hun naasten in gevaar. Christopher Nolan heeft met The Prestige een kunstige illusie afgeleverd.

In het persmateriaal van The Prestige wordt door de filmmakers verzocht niet te veel van het mysterie van de film te onthullen. Wie immers weet hoe een trucje werkt, is niet meer geboeid. Toch is The Prestige meer dan een trucje en regisseur Christopher Nolan meer dan een simpele goochelaar. Zijn films Memento, Batman Begins en in mindere mate Insomnia waren stuk voor stuk cinematografische juweeltjes. The Prestige, met een heerlijke cast, mooie shots en een mysterie vol dubbele bodems en kwinkslagen, is een film die tot het laatste moment blijft boeien.

Rivalen
De wens van de filmmakers in ere houdend, zal ik niet te veel onthullen over de plot van de film behalve dan dat alles draait om twee illusionisten, die door onderlinge rivaliteit verwikkeld raken in een levenslange strijd om macht en status. Vanaf het eerste moment dat Robert Angier (Hugh – Wolverine – Jackman) en Alfred Borden (Christian – Batman – Bale) elkaar ontmoeten, zijn ze concurrenten. Hun aanvankelijk vriendschappelijke competitie evolueert tot een bittere rivaliteit die gevaarlijk en dodelijk blijkt te zijn.Het verhaal van The Prestige speelt zich af tegen de achtergrond van het Londen van rond 1900 – een romantisch decor in een tijd vol nieuwe spannende uitvindingen zoals film, elektriciteit en andere moderne snufjes. In tegenstelling tot de meeste period pieces vervallen de personages niet in stoffig formeel taalgebruik. Sterker nog: iedereen komt verdacht eigentijds over in wat toch een kostuumdrama lijkt. De rivaliteit tussen de illusionisten, hun drive om de beste te zijn, is immers van alle tijden. Daarentegen hadden goochelaars in die tijd veel meer allure dan tegenwoordig. Ze waren niet de schertsfiguren die wij nu kennen: de Klokjes, Kazans en Copperfields.

A kind of magic

De negentiende eeuw was de tijd van wetenschappelijke en industriële vernieuwing en mensen hadden behoefte aan magie. Of deze nu door technische ontwikkelingen werd voortgebracht of werd vertoond op het podium maakte niet zo veel uit. Tegenwoordig bevat de wereld nog maar weinig magie; mensen verlangen echter naar verrassingen en het onverklaarbare. Daarin schuilt de kracht van de illusionist. We laten ons graag beduvelen, zolang we weten dat het om illusie gaat. Je gelooft immers niet echt dat Hans Klok zijn assistentes doorzaagt. Als dit wel zo was geweest, had het publiek echt wel anders gereageerd.

De link tussen wat filmmakers doen en magiërs doen is snel gelegd. Film is in wezen ook een magische truc: 24 beeldjes worden per seconde twee keer vertoond op een witdoek. Door de trage reactie van onze ogen, komen deze beeldjes tot leven. Net als bij een goede goocheltruc is de filmtoeschouwer mede verantwoordelijk voor de illusie. Bij film zorgt de traagheid van het oog ervoor en bij een goocheltruc laten we ons bewust afleiden zodat we niet zien hoe de truc wordt uitgevoerd – we willen immers bedonderd worden en ons verbazen over een schijnbaar onmogelijke gebeurtenis. Jonathan Nolan (broer van en mede scriptschrijver) zegt hierover:

‘The real world is rigid, there’s not a lot of mystery to it, but people don’t want that to be the case – and that’s where magic comes in. If we’ve got all the rules figured out and this is the way the world works where you got a job, save your money and then die – well, who wants to live in that world? I think we all would prefer that the universe have some surprises, some tricks up its sleeve’.

The Plegde
Zoals in bijna alle filmrecensies over de film beschreven staat, heeft Christopher Nolan zijn film gestoeld op de drie basisaktes van een goocheltruc. Eerst is er the Plegde: de illusionist toont je iets gewoons. Dan volgt the Turn: de illusionist laat het gewone iets ongewoons doen. Uiteindelijk is er the Prestige: de climax van de truc die iets ongelooflijks laat zien. In deze structuur mixt illusionist Nolan elementen als een perfecte cast, mooi camerawerk en een boeiend plot dat tot op het laatste moment niet al zijn geheimen wil prijsgeven en daarmee verfrissend en niet typisch Hollywood aanvoelt.

The Prestige concentreert zich tot het conflict tussen de rivalen Angier en Borden en de prijs die de heren moeten betalen voor deze strijd. Het gaat dus niet om de goocheltrucs, maar om de magie achter de schermen. Nolan zou Nolan niet zijn als we niet getrakteerd worden op enkele plottwists en verrassingen waardoor je op een gegeven moment niet meer weet voor welk van de twee je nu precies sympathie moet voelen. Beide mannen hebben hun prés en een duidelijke reden voor hun handelen. The Prestige is gebaseerd op het gelijknamige boek van Christopher Priest. Christopher Nolan schreef samen met zijn broer Jonathan aan het script en wist het gelaagde boek vol dagboekfragmenten en plotwendingen terug te brengen tot een film van ruim twee uur. (Daar kan Peter Jackson dus nog iets van leren.)

Bowie
Nolan bedient zich van een voortreffelijke cast: Hugh Jackman en Christian Bale zijn aan elkaar gewaagd. Sir Michael Caine hoeft tegenwoordig alleen nog maar aanwezig te zijn in een scène om zijn presence te laten gelden en speelt de rol van vertrouweling en ingenieur – de techneut achter de goocheltrucs – bijzonder solide. Scarlett Johansson heeft al eerder aangetoond wat ze in huis heeft en stelt ook nu niet teleur. Ze heeft een kleine, doch significante rol. Opvallend lid van de cast is niemand minder dan David Bowie. Bowie heeft – zowel als popartiest als acteur – al een reeks vreemde personages op zijn naam staan. Nikola Tesla mag dan een Servisch accent hebben en een excentrieke wetenschapper zijn, Bowie speelt hem voor zijn doen erg ingetogen. Tesla is het enige personage in de film dat niet fictief is en is de uitvinder van onder andere de Teslaspoel en heeft veel betekend voor de uitvinding van wisselstroom en de radio. Alle acteurs geven dit verhaal vol goochelarij en een snufje magie de juiste realistische zwaarte mee waardoor de wereld van 1900 geloofwaardig tot leven komt. And what a strange and wonderful world it is…