Posts Tagged ‘Muziekrecensie’

Kroegliedjes: ‘Barstool’ van Gary Jules

Saturday, August 23rd, 2008

Sommige liedjes weten je te ontroeren, zonder dat je precies weet waarom. Het nummer ‘Barstool’ van singer-songwriter Gary Jules is zo’n nummer.
Barstool‘ staat op het album Trading Snakeoil for Wolftickets uit 2001. Jules nam het album naar eigen zeggen voor 100 dollar op in een kelder en bracht het in eigen beheer uit. Trading Snakeoil for Wolftickets werd een kritisch succes en werd later door een officieel label in Europa uitgebracht. ‘Barstool’ staat bijna aan het einde van deze makkelijk in het gehoor liggende verzameling liedjes, en wordt gevolgd door het veelbekendere ‘Mad World’ uit de film Donnie Darko (Richard Kelly, 2001). Levenswijs orakel
‘Bartstool’ begint met een relaxte strijk van de vingers over de snaren van een akoestische gitaar. Daarna telt Jules af. Jules zingt over hoe hij een oude man treft aan de bar. Deze man vertelt hem een verhaal in ruil voor een drankje. In het echt zijn dronkaards met wijze raad, wiens woorden rieken naar alcohol, vaak afstotelijk. In liedjes zijn het levenswijze orakels die precies het juiste weten te zeggen. In ieder geval als de woorden zijn opgetekend door Jules.

You just stay in the bar
For as long as you can
As long as you’re drinking
Then you’ve got the world in your hand

De barkruk biedt een vrijhaven van al het gedoe in de wereld. Hier komen gekwetste zielen tot rust, en kunnen ze hun zonden wegdrinken met een glas whisky – of een fles als ze veel hebben weg te spoelen.

There’s no shame in hanging your world by a string
And you know there’s no harm in not thinking a thing
But trying to find a place for yourself in this world
Is like trying to make a wife of an American girl
If you’ll trade me a drink for a story or two
Then you’ll know what you need to do

Comfort in herkenning
Echte antwoorden heeft de oude man niet. Wel spijt en een gebroken hart:

(You know love is for sissies
It’s whiskey that makes you a man)

Had je iets anders verwacht van een dronkaard? Maar dat maakt niet uit. De melodie, de woorden, ze bieden troost. Soms geven holle frasen het juiste comfort. En als je aangeschoten bent, klinken dingen al snel goed.Weten dat anderen net als jij het leven iedere de dag improviseren en niemand echt weet waarom alles is zoals het is, is een geruststellend gegeven. De oude man wankelt, gewapend met drank in zijn buik, de kroeg uit, klaar om de wereld wederom te trotseren. Hij laat Jules achter met de rekening. Jules heeft niet genoeg geld bij zich en schuift aan bij een iets jongere man dan hij die aan de bar zit en begint op zijn beurt een verhaal te vertellen:

You just stay in the bar
For as long as you dare
As long as you’re tipping
Then you’ve got a good friend somewhere

Ijzersterk is het einde van ‘Barstool’: het lijkt plotseling op te houden in een open noot. Na een korte stilte volgt er een coda waarin de piano het thema nog eens herhaald. Net als de geschetste situatie in de woorden. Prachtig nummer vind ik het. Hier een audioclip van YouTube:Lees ook:

Soul Asylum: Misery & euforie

Monday, August 4th, 2008

‘Did I listen to pop music because I was miserable? Or was I miserable because I listened to pop music?’ – High Fidelity, Nick HornbyEcht een favoriete plaat heb ik niet. De favoriet van vandaag is morgen sleets gedraaid en vervangen voor een nieuwe lievelingsschijf. Toch zijn er altijd van die cd’s die meerdere periode meegaan of die je met enige regelmaat graag in de cd-speler stopt. Black Gold: The Best of Soul Asylum is voor mij zo’n plaat.

Soul Asylum anno toen.

Soul Asylum, wie zijn dat ook alweer?, zul je je wellicht afvragen. Deze rockformatie onder leiding van zanger David Pirner is afkomstig uit de Amerikaanse stad Minneapolis. De band is in Nederland het beste bekend door de hit ‘Runaway Train’. Ze brachten in 2006 de plaat The Silver Lining uit.Chasing Amy
Mijn liefde voor deze band, die op dit moment nu niet bepaald de hitlijsten domineert, begon met de film Chasing Amy van Kevin Smith. Toen Kevin Smith de film aan het draaien was, werd hij benaderd door een lokale popartiest die zijn liedje graag ter beschikking wilde stellen. Vlak voordat de film uitkwam trok hij zijn werk terug omdat de soundtrack tegelijk met zijn eigen album zou uitkomen. De platenmaatschappij was bang dat dit de verkoop van zijn album ernstig zou schaden. Dave Pirner (van Soul Asylum) heeft toen de score voor Smith gemaakt en de liedjes geselecteerd. Door die muzikale score kwam ik een paar jaar geleden in aanraking met het oeuvre van Soul Asylum. Het was een plezierige kennismaking die leidde tot het verzamelen van het meeste werk van de band.De compilatie Black Gold: The best of Soul Asylum dateert alweer uit 2000.Valt er iets zinnigs te zeggen over een compilatie-cd die pretendeert het beste te presenteren wat een band ooit gemaakt heeft? Is een compilatie-cd immers niet gespeend van enige samenhang, en dus geen vaste entiteit zoals een album dat kan zijn: een werkje opgenomen in een bepaald tijdbestek, dat de gemoedstoestand van de makers weerspiegelt? Deze bezwaren gaan niet op voor Black Gold: deze cd maakt zijn pretenties waar en presenteert (bijna) al het goede dat deze band in het tijdsbestek van een paar jaar voortbracht. Daarbij is het juíst de diversiteit die deze bloemlezing zo sterk maakt.De schaduwzijde van de Amerikaanse droom
Zanger en tekstschrijver David Pirner toont zich een poëet in de traditie van Bob Dylan, Bruce Springsteen en Lou Reed. Geen glamour, maar het leven in achterstraatjes en in verpauperde huizen wordt verhaald – de schaduwzijde van The American Dream. In deze wereld is menig wensvervulling in rook opgegaan. De wereld van de loser, het buitenbeentje, de mensen die het net niet haalden, de wereld van de gewone man die er het beste van probeert te maken – kortom, de wereld waarin de meesten van ons leven.Het is de hese, soms schrille stem van Pirner die toch altijd helder klinkt en het leven bezingt zoals we dat allemaal kennen. Geen lieve luisterliedjes over jongetjes die meisjes ontmoeten, eeuwige liefde, bloemen en bijtjes. Natuurlijk heeft Pirner wel verhalen over de liefde, maar dan draait het vooral om de ellende die emoties met zich meebrengen.Ironie
Pirner bezingt vooral ironische verhalen. In ‘Without a Trace’ wordt hij niet verliefd op het mooiste meisje van de klas, maar op een prostituee. Hij verliest zijn hart aan een hoer en zij lacht hem glashard in ‘t gezicht uit. In ‘We 3’ wordt hij verliefd op de vriendin van zijn beste vriend. Zij kan hem niet luchten en drijft een wig tussen een vriendschap die al jaren bestaat. Wie dit niet herkent uit zijn eigen leven, kan het zich in ieder geval helder voorstellen. Het leven kent eerder ironie dan euforie, lijken de songs van Soul Asylum te willen zeggen.Pirner geeft abstracte thema’s als liefde, dood en eenzaamheid een gezicht. Eenzame ouderen die bij de telefoon wachten tot er eindelijk weer eens iemand belt in ‘Somebody to Shove‘. De dwingende beat die de naderende dood doet versnellen, laat de oude man in het nummer wild om zich heen dansen – en ik dans met hem mee. Een dans om te bewijzen dat we vol met levenslust zitten en niet klein te krijgen zijn. Samen zingen we alle frustratie eruit. Uitgeput zakken we uiteindelijk op een stoel.

Soul Asylum anno nu

Troost
‘Did I listen to pop music because I was miserable? Or was I miserable because I listened to pop music?’ Dat laatste in ieder geval niet meer na het beluisteren van Black Gold. De herkenbare situaties bieden troost. Ik dompel mij onder in de woorden en de sterke beat die de ruggengraat vormt van alle nummers van Soul Asylum. Ik voel me met iedere maat beter, sterker worden. ‘Misery loves company, we could start a company that makes misery: Frustrated Incorporated!’, zingt Pirner in het nummer ‘Misery’.In de muziek van Soul Asylum wordt zoals gezegd de ironie van het leven bezongen, en daarin klinkt ook een beetje hoop. Wie het leven niet te serieus neemt en om zichzelf kan lachen, die redt het wel. In het Zwarte Goud vind ik troost, plezier en nieuwe zin om er wat van te maken.Hieronder een paar YouTube-samples van de band. De officiële clips op YouTube zijn niet te embedden, maar de linkjes in de tekst verwijzen wel naar de betreffende clips.

Somebody to Shove:

Misery:

Runaway Train:
Deze tekst verscheen in kortere vorm eerder op Frommel.blogspot.com en in huidige vorm ook op EeuwigWeekend.nl.Lees ook:

Low: David Bowie’s Magnus Opus

Saturday, June 30th, 2007

Gastauteur Menno Kooistra duikt in het klassieke album Low van David Bowie. Low is niet dat vage experimentele album dat je als liefhebber van Bowie koopt, maar nooit speelt, maar een prachtalbum met 11 uitstekend doordachte arrangementen.

Low
Low

Kort door de bocht is Low een album uit 1977 dat zijn tijd ver vooruit was. Destijds was het behoorlijk experimenteel en het presenteerde een nieuwe Bowie aan het publiek. Het is het eerste album sinds eind jaren ’60 waarop Bowie geen typetje speelt. Wie zien en horen geen Ziggy Stardust, Aladdin Sane, Halloween Jack of Thin White Duke. Nee, dit is David Bowie. Iemand die genoeg had van succes, mensen, huwelijk, drugs en vooral Amerika. Hij besloot zich terug te trekken en verhuisde naar West-Berlijn. Hier kon hij in alle rust, samen met vriend en bondgenoot Iggy Pop, afkicken van zijn coke- en alcoholverslaving. Echter, stilzitten is niets voor Bowie (de man heeft tussen 1969 tot 1977 10 solo-albums gemaakt, geproduceerd voor o.a. Iggy Pop en Lou Reed, nummers geschreven voor anderen (waaronder Mott the Hoople), geacteerd in film en op toneel en was bijna non-stop op tournee. Dus waarom nu ineens rustig aan doen? Eno
Bowie dook de studio (de ‘Hansa by the Wall’ studio) weer in om met zijn vaste producent Tony Visconti en niemand minder dan verstrooide professor en muziek-kunstenaar Brian Eno, aan nieuwe nummers te werken. Het aantrekken van Eno was een meesterlijke stap. Eno, die in 1973 uit de succesvolle glamourband Roxy Music stapte, ontwikkelde zichzelf tot meester in de zgn. ‘minimal music’ (herhaling, tonen aanhouden en consonantie), wat resulteerde in instrumentale ambient-achtige muziek. Vage shit dus.Eno is een essentiële factor in Bowie’s carrière na 1976. Samen maakten ze in totaal vier albums, waaronder de ‘Berlin-trilogy’ Low (1977), “Heroes” (1977) en Lodger (1979). Pas in 1995 kwam het stel weer samen om 1.Outside te maken. Maar de Berlijnse albums zijn heuse klassiekers en worden stuk voor stuk als meesterwerk beschouwd. Ik ben het er mee eens, hoewel ze verschillen in kwaliteit. Ik zal me nu beperken tot Low. Mijn inziens de winnaar en een van Bowie’s allerbeste albums. Eno, Visconti en Bowie
V.l.nr. Eno, Visconti en Bowie Zoals gezegd kwam Bowie naar Berlijn om op adem te komen. Zijn productiviteit en het succes was enorm en daarbij had hij net het filmen van de film The man who fell to earth (1976) afgerond. Een SF-film van regisseur Nicolas Roeg (Don’t Look Now), waarin Bowie een alien speelt die op aarde komt om zijn planeet te redden. Je moet er van houden, maar de film was redelijk succesvol en wordt door sommigen zelfs als een ware cultklassieker beschouwd. Bowie zelf was ook niet ontevreden, getuige het feit dat op de covers van zijn albums Station to Station (1976) en Low beiden foto’s uit The man who fell to earth prijken. Bowie who fell to earth
Bowie op de set van ‘The man who fell to earth’,
gefotografeerd door Steve Schapiro
Low bestaat uit twee delen. Logisch, want langspeelplaten hadden een kant A en een kant B. Bowie maakte hier gebruik van en verdeelde Low in een kant ‘vrolijk’ en een kant ‘depressief’. Bindende factor is de experimentele muziek. Alles wat je niét van Bowie verwacht, staat op Low. Behoorlijk geïnspireerd door Duitse Krautrockers als Neu!, Cluster maar vooral Kraftwerk, staan op Low veel vreemde geluiden, synthesizers, samples, loops, herhalingen en vervormingen. Een eerste luistersessie kan je niet anders doen concluderen dan: ‘WTF? Wat is dit? Waar gaat dit heen?’, wat dan ook gebeurde toen het album uitkwam. Ik stel voor dat je het album koopt, download of leent en deze opzet terwijl je onderstaande tekst leest. Laat het op je af komen. Er gaat een wereld voor je open! Zang
Bowie zingt wel op Low, maar sporadisch. Het hele album bevat 11 nummers en Bowie’s stem is op slechts vijf nummers te horen. Ik zeg bewust stem, want waar Bowie wél zingt is het vaak een korte opsomming van woorden. Uiteraard klinkt zijn stem vertrouwd en immer als de goede zanger die hij is, maar op Low draait het vooral om de muziek. Zoals gezegd is Kant A (nummers 1 t/m 7) wat vrolijker gestemd dan Kant B. Het eerste deel is dan ook het gezongen deel, behalve de opener, Speed of Life, dat instrumentaal is. Hier hoor je gelijk de nieuwe Bowie. Iemand die lol heeft in muziek maken en allerlei nieuws probeert. Speed of Life lijkt eeuwig te duren (ook al duurt het 2 minuten en 45 seconden) en je ziet de muzikanten breed lachend hun ding doen. De snairdrum klinkt vet en vervormd, een typisch geluid voor Low, en de synthesizer staat op het hoogste volume. Lekker.
Nummer 2 is, zoals gezegd, gezongen. Breaking Glass vertelt het verhaal van iemand die iets op het tapijt heeft geschreven. Maar wat in godesnaam? En wie is deze ‘wonderful person’ tegen wie hij het heeft? Hij of zij heeft in ieder geval ‘problems’. Zeer waarschijnlijk heeft Bowie het hier over zijn vrouw Angie (ja, die van de Rolling Stones), met wie hij snel zou scheiden. Breaking Glass eindigt alweer als je er net lekker inzit.
Er volgen nog 4 gezongen nummers. What in the World is weer zo’n snel nummer waarin Bowie vertelt over een ‘little girl with grey eyes’. Een geweldig nummer dat vooral live als een trein loopt. Iggy Pop zingt ook nog een beetje mee.

Sound and Vision
, nummer 4 op Low, werd de hit van het verder geenszins commerciële album. In Nederland haalde het zelfs de tweede plaats. Het is dan ook een sympathiek en catchy deuntje met een lekkere meezingtekst, dat bijna op een kinderliedje lijkt. Uiteraard is de tekst weer zo cryptisch als het maar kan, hoewel er wel degelijk een boodschap uit te halen is.
Always Crashing in the Same Car is nog zo’n popliedje en is te vertalen als Bowie die aan het biechten is. Zelf noemde hij het ‘self-pitying crap’, waarin hij verhaalt hoe moeilijk het is om een relatie te onderhouden en normaal je leven te leiden. Een erg mooi liedje.
Be My Wife
, verhult op het eerste gezicht heel weinig. Het is een onschuldig liefdesliedje. Echter, het is wel cru als je bedenkt dat Bowie destijds nog gewoon getrouwd was met Angie Bowie.
En dan het laatste nummer van kant A, het veelzeggende A New Career in A New Town. Bijna drie minuten lang horen we een optimistisch deuntje, compleet met de inmiddels bekende vette snairdrum, groovy gitaartje, synthesizers en een fascinerende mondharmonica. Maar ook zonder Bowie’s zang. En de luisteraar van Low denkt nu “best een leuk album. Beetje raar, maar het gaat prima”. De videoclip van Be My Wife En dan zullen we het krijgen. Kant B. Het grauwe Berlijn van de jaren ’70, David Bowie goes Kraftwerk en Brian Eno die eindelijk écht zijn ding kan doen. Nee, dit zijn geen onschuldige popliedjes. Stemmingmakers zijn het wel. Het begint met Warszawa. Een lang nummer (6 minuut 17) dat filmisch aandoet. Sterker: het doet me nog altijd denken aan de instrumentale nummers op de soundtrack van ‘Labyrinth’ (1986, Jim Henson), ook met Bowie. Warszawa gaat over Bowie’s trip naar het Poolse Warschau en de indruk die de stad op hem maakte. Het is een emotioneel stuk geworden dat bijna religieus aandoet. Ik heb echter gelogen toen ik zei dat kant B zonder Bowie’s zang is; in Warszawa wordt wel degelijk gezongen. Na een minuut of 4 doemt er ineens een mannenkoor op met Bowie als lead. Maar wat hij zingt is onverstaanbaar. Waarschijnlijk is het een fantasietaal, vermengt met Pools en zelfs wat Bosnische invloeden.Het tweede nummer van Kant B oftewel nummer 9 op de cd is Art Decade. Weer zo’n poëtisch melodielijntje dat zo uit een film kan komen. Art Decade gaat, liet Bowie later weten, over het West-Berlijn van de 1977, een stad die is afgesneden van de rest van de wereld, vooral op het vlak van kunst en cultuur, vandaar de titel.En als we het dan toch over Berlijn hebben, kun je natuurlijk de muur niet negeren. Bowie zou er later uitgebreid over uitweiden op het album én het nummer “Heroes”, maar op Low uit zich dit vooral in de vorm van Weeping Wall. Geheel geschreven, gecomponeerd en ingespeeld door Bowie (zonder Eno). Het is een chaotische aaneenschakeling van piano’s, vibrafoons, xylofoons, synthesizers en een krijsende gitaar. Het geheel wordt gestuwd door een constante snelle toon. Componist Philip Glass was zwaar onder de indruk van dit stuk. Dan weet je wel een beetje wat je kunt verwachten.Het volgende nummer was aanvankelijk geschreven voor de soundtrack van ‘The man who fell to earth’, maar haalde het niet. Net als de film gaat het in Subterraneans over isolatie en het verliezen van je identiteit. Het is na Warszawa het langste nummer van Low. Bowie humt en zingt ook hier wat onverstaanbare melodielijntjes (hij zingt ‘share bride failing star’, maar daar wordt je ook niet wijzer van) en tettert wat op een bijna valse saxofoon. Een ontzettend deprimerend stuk muziek dat op een de een of andere manier uitstekend past bij het beeld van Berlijn en diens muur. Bowie in Berlijn, 1977
Bowie in Berlijn, 1977 En dan laat Bowie je achter met stilte. Met de depressieve deunen van Subterraneans nog in je hoofd. Dat was Low. En zo voel je je ook: low. Snel kant A opzetten stemt je wellicht weer wat optimistischer.Release
Low werd uitgebracht op 14 januari 1977. Een ‘killing’ tijd voor muziekalbums, zo na de feestdagen. Geen onbewuste keuze van platenmaatschappij RCA, want Low was geen commerciële plaat. Dit was niet de hippiemuziek van Hunky Dory, geen glamrock van Ziggy Stardust, geen plastic soul van Young Americans. Dit was een Bowie die gek was geworden! Een Bowie die low-profile in Berlijn ging wonen en in een studio ging zitten pielen. En waar was de zang? En zo werd het album compleet afgemaakt door de journalisten en ook het publiek trok het niet. En dat terwijl Bowie met Sound and Vision toch een hele grote hit scoorde in de hitlijsten die werden gedomineerd door The Sex Pistols en The Muppets. Later werd Low steeds meer gewaardeerd en nu wordt het beschouwd als een van Bowie’s belangrijkste albums en een grote inspiratiebron voor vele artiesten. Het is verbazingwekkend hoeveel aspecten van Low in de mainstream terecht kwamen. Zaken die nu als vanzelfsprekend beschouwd worden, vinden hun oorsprong in albums als Low. Denk aan de voortdurende en aanwezige drum, bijna vals klinkende gitaren, gevoelige en emotieloze zangpartijen. Een meesterwerk.
Voor meer artikelen (en strips) van Menno zie Mennomail.

Krezips Plug it in

Monday, June 4th, 2007

Overwegend onoprechte kitsch‘Plug it in, and turn me on’ , zingt Jacqueline Govaert onder een vrolijk deuntje. Je zou misschien denken dat ze een oneerbaar voorstel doet (waar menig man oor naar zal hebben overigens), maar wanneer ze daarna zingt dat ze ‘stereo fun’ wil, zal de slimme luisteraar snappen dat het hier niet gaat om een triootje tussen de lakens, maar dat ze haar liefde voor muziek bezingt. De bijbehorende clip doet kunstmatig speels aan en heeft dankzij aankleding van de bandleden, suffe ingestudeerde danspasjes en de fantasieloze montage veel weg van een reclamespotje voor H&M: polderseksualiteit. Ter vergelijking: de clip van ‘Out of my bed’ verbeeldde op een ondeugende wijze de tekst van het betreffende nummer en vormde daarmee een aardige symbiose met het liedje. ‘Plug it in & Turn me on’ klinkt opgewekt, maar heeft weinig om het lijf. Dat geldt voor meer nummers op het album.Docusoap
Toen twee jaar geleden de docusoap On Krezip op MTV werd uitgezonden, raakte ik voor het eerst geïnteresseerd in deze Tilburgse formatie. Een sympathieke groep muzikanten die een eigen geluid lieten horen. De cd die de band toen uitbracht, What are you waiting for, zat een jaar lang een paar keer per week in mijn cd-speler. Een mooi album met veelal introverte songs, met veel pathos gezongen door de getalenteerde Jacqueline. Haar warme stem deed me ieder woordje tot in mijn botten voelen. Het is inmiddels een cliché, maar de cd was on-Hollands goed geproduceerd. Stiekem had ik daarom met het nieuwe album op meer van hetzelfde gehoopt. Die verwachting is niet geheel waargemaakt. Andere recensenten hebben al gewezen op de jaren tachtig-sound van het album. Persoonlijk ben ik geen fan van de jaren tachtig sound. Er waren enkele goede popartiesten in dat decennium, maar het gros van de muzikanten van toen kan ik nu niet meer aanhoren. Kortom: ik zit niet te wachten op de synth-sound van de jaren tachtig. Deze is het meest aanwezig in nummers als en ‘Play this game with me’ en ‘Can’t you be mine’. Er is hier geen sprake van pastiche, maar van pure kitsch. Hierdoor voelen deze nummers als niet oprecht aan. Introspectie
Het merendeel van Plug it in bestaat uit opgewekte pop en straalt een niets-aan-de-hand gevoel uit. Wat mij betreft zijn het de liedjes die van introspectie getuigen die de moeite waard zijn. In ‘Not tonight‘ zweeft de zang van Jacqueline boven het spaarzame instrumentarium dat aanvankelijk uit alleen een softe synthesizer melodie bestaat. Langzaam worden hier instrumenten aan toegevoegd die de woorden kracht bij zetten:

Maybe I’ll try to let you go
Maybe I’ll try to let you go
Not tonight I need you so
I need you so – It’s not fair

Een doeltreffend simpele tekst die de juiste gevoelige snaren bespeelt. Hetzelfde geldt voor ‘Hey there love’, wat door zijn akoestische geluid contrasteert met de rest van de songs. Het lijkt ook het meest op What are you waiting for.Gevoelige, introverte nummers – zo hoor ik Krezip toch het liefst.

The Beatles: Love

Monday, December 18th, 2006

Dat The Beatles een van de meest invloedrijke bands is in de popgeschiedenis zal iedereen wel weten. Oasis mag zichzelf graag beter dan The Beatles noemen, echt meer dan een vervangend placebo zijn de broertjes Gallagher toch niet. The Beatles gingen langgeleden uit elkaar en John Lennon en George Harrison zijn inmiddels overleden. Daarom is het des te verrassender dat er nu een nieuwe cd van het fabuleuze viertal uit is.Het is een cd met oud materiaal dat opnieuw is geïnterpreteerd en gemixt. George Harrison en Guy Laliberté, de oprichter van Cirque du Soleil, leek het een leuk idee om een nieuwe show te bedenken met de muziek van The Beatles als basis. George Martin en zijn zoon Giles werden gevraagd de nieuwe mix te maken.Het is bijzonder dat de oorspronkelijke producer van The Beatles aan de mix heeft gewerkt. Dit komt eigenlijk nooit voor bij dit soort projecten. Maar dit project gaat dan ook verder dan het opleuken van een paar vergeten Elvis-hits.
Martin is, naast de twee overgebleven Beatles, de enige aan wie een dergelijke klus toevertrouwd mag worden. Het is aan zijn harde werk te danken dat de cd klinkt alsof The Beatles zelf in de studio aan de slag zijn gegaan met hun oorspronkelijke mastertapes. Samen met zijn zoon heeft hij een eigentijdse cd gemaakt met oud materiaal. Ze leveren het bewijs dat de muziek van de beroemde band uit Liverpool tijdloos is.Kraakhelder
Op inventieve wijze worden verschillende songs door elkaar gemixt. Zo kan het dat het openingsakkoord van A hard day’s Night de drumsolo van The End voorgaat en gevolgd wordt door Get Back. Of dat Strawberry Fields subtiel overgaat van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band naar de pianosolo in A Day in the Life, een stukje Piggies meepikt en daarna weer in het koortje van Fool on the Hill eindigt. Het zijn deze creatieve interpretaties die de cd zijn bestaansrecht geven. Daarnaast klinkt alles kraakhelder. Letterlijk The Beatles zoals je ze nog nooit hebt gehoord. Het is alsof je in het grasland ligt te staren naar de Beatles-hemel. Alsof je langzaam ontspannen tussen de wolken wegdrijft en de muziek van The Beatles droomt. De mix klinkt als The Beatles in overdrive. Nou ja, je snapt wel wat ik bedoel… Met de Love-cd wordt het debacle van de heruitgave van Let it Be een paar jaar geleden (de gestripte versie met verschrikkelijk slechte ‘extra’s’) ruimschoots goedgemaakt. Wat mij betreft is The Beatles: Love een respectvolle viering van al het moois dat John, Paul, George en Ringo de wereld gebracht hebben. En daar hoef je de show van Cirque du Soleil niet eens voor gezien te hebben.