Verslaafd aan Twin Peaks

Genotbevrediging voor en op het schermWanneer hulpsheriff Andy (Harry Goaz) op een veranda stapt waardoor er een plank omhoog schiet die tegen zijn hoofd knalt, kan er geen twijfel meer over bestaan: Twin Peaks is een comedy. Of toch niet?
De aflevering ervoor (de opening van het tweede seizoen) hebben we Cooper al bloedend op de vloer van zijn hotelkamer zien liggen terwijl de man van roomservice die zijn warme melk kwam brengen, deed alsof er niets aan de hand was. De doodnormale conversatie van de twee personages contrasteerde met de hachelijke situatie van FBI-agent Cooper en creëerde een grappige, ietwat absurde, scène. Je kunt als kijker daarin meegaan, of de televisie uitzetten omdat je het te zot vindt. Voor mij zijn het juist dit soort momenten die bewijzen dat Twin Peaks een van de meest interessante televisieseries in jaren is geweest.

Blender
Het feit dat Twin Peaks niet onder een genre valt te scharen is daar ook credit aan. De serie bestaat uit verschillende genre-elementen die goed door een blender zijn gehaald. Op het eerste gezicht gaat het om een moordmysterie, maar al snel duiken elementen van de soap opera en het melodrama op. (Wat overigens nog met een knipoog wordt bevestigd doordat de personages regelmatig naar de soap Invitation to Love zitten te kijken waarin scènes voorkomen die situaties uit Twin Peaks spiegelen.) Intriges als overspel, liefdesperikelen van jonge stellen, verraad en duistere zaakjes herkennen we uit de soap. Het verdriet dat de personages voelen door het verlies van Laura (wat vooral in de pilot sterk naar voren kwam) kennen we ook uit het melodrama. Toch is Twin Peaks boven alles een knipoog van Lynch naar deze genrekenmerken en gaat het verhaal met ze aan de haal.

L’image pour l’image
De makers spelen dus met genre- en televisieconventies. Het is anarchistische televisie, het aan de kaak stellen van conventies door deze belachelijk te maken. Zo bestaat de laatste aflevering van het eerste seizoen uit zo veel cliffhangers, dat dit een duidelijke knipoog is naar dit tv-kenmerk. Andere clichés die we kennen uit de Amerikaanse cultuur zijn: de donutetende smeris, de Indiaan die een goede sporenzoeker is (deputy Hawk), de vreemde psychiater die net zo gek lijkt als zijn patiënten, highschoolscholieren en alles wat daarmee samenhangt, de meedogenloze zakenman…Daarbij lijkt het verhaal soms niets meer te zijn dan een kapstok voor Lynch om zich te buiten te gaan aan allerlei beelden die hem fascineren: rode gordijnen, dwergen, reuzen, een volle maan en onderdrukte seksualiteit. Interessant in dit opzicht is de montagestijl van de serie. Lynch snijdt doorgaans alleen wanneer dat echt nodig is, anders laat hij de actie bij voorkeur binnen een kader uitspelen: long takes komen veelvuldig voor. Dit geeft acteurs de kans hele scènes te spelen, en de kijker de rust om het beeld goed te observeren. (Het is ook vanuit productioneel oogpunt slim om weinig van shot te wisselen: ieder nieuw shot vereist immers een nieuwe set-up en uitlichting – op deze manier wordt een hoop tijd en geld bespaard, wat goed van pas komt in een televisiebudget.) Je zou bijna kunnen spreken van fetisjtelevisie, een obsessie met beelden die met eindeloze variatie worden herhaald.Self-indulgence

De personages hebben ook hun eigen fetisjen. Het geheime leven van Laura Palmer bevatte fetisjen van de bekende seksuele variant. Het veelvoudige drinken van zwarte koffie en het eten van zoetigheid door Cooper en het politiekorps is ook een voorbeeld, hoewel je dat ook met de term self-indulgence kunt benoemen.Voor mij is het kijken van Twin Peaks ook een self-indulgence, ik geef toe aan het genot dat de serie mij verschaft. Ik kan uitermate genieten van kleine momenten: als Cooper vol overgave zijn koffie nuttigt, of het verloop van een dialoog tussen hem en collega Albert Rosenfield. Ook de cryptische omschrijvingen van dwergen en reuzen, en de nachtmerrieachtige taferelen die weer worden afgewisseld met slapstick humor. Met Twin Peaks weet je nooit helemaal wat je kunt verwachten en dat houdt het fascinerend. Al komen bepaalde dingen na een paar afleveringen je wel bekend voor. Maar ook de herkenning van herhaalde elementen biedt een vorm van plezier.Kijken naar een aflevering van Twin Peaks is als het drinken van een overheerlijke cappuccino terwijl je geen dorst hebt. Je doet het voor de smaak, het aroma, het toefje schuim dat aan je lippen plakt… Je doet het, kortom, voor het genot. ‘And that’s damn good television!’Lees ook (of niet): Verlangen naar Twin Peaks en Terug naar Twin Peaks.

Share

Michael Minneboo

Michael Minneboo is een freelance journalist gespecialiseerd in popcultuur, fancultuur, strips, film, online media en beeldcultuur. Hij schrijft over onder andere comics, Nederlandse strips & animatie en interviewt makers uit binnen- en buitenland. Daarnaast geeft hij lezingen en adviseert hij particulieren en bedrijven over bloggen.