Posts Tagged ‘Wonder Boys’

Sexy heldinnen, filmtips en strijd met moraalridders | Vlog 184

Friday, July 26th, 2019

Een vlog over de oorsprong van Dazzler, Marvel helden in beeld, een van mijn favoriete films, waarom we moeten optreden tegen de moraalridders en heel veel leuk beeldmateriaal.

En dat alles terwijl we naar mijn recente Instagram-feed kijken. Want als geek deel je nu eenmaal graag wat je tof vindt, ook al hebben andere mensen een andere smaak en slechte manieren.

Meer over de oorsprong van Dazzler lees je hier.

Intrigerende stripbiografie over Nick Cave

Saturday, September 23rd, 2017

De afgelopen dagen heb ik mij verdiept in het leven en werk van Nick Cave. Er komt 3 oktober namelijk een prachtige striproman uit van Reinhard Kleist over de Australische singer-songwriter, muzikant, auteur en acteur.

Eerlijk gezegd kende ik het werk van Cave maar oppervlakkig. Ik zag de documentaire 20.000 Days on Earth. ‘Where the Wild Roses Grow’ en enkele andere nummers van Cave draai ik wel eens. En ik las ooit zijn tweede roman, The Death of Bunny Munro.

Maar om Kleist te kunnen interviewen en zijn gelaagde striproman goed te kunnen doorgronden, ben ik dus in de wereld van Cave gedoken. Ik wil namelijk weten waar ik het over heb. Dat hoort bij mijn werk. Dat betekende in dit geval parallel aan het lezen van de graphic novel veel muziek luisteren en informatie lezen. Maar in het geval van het werk van Cave is dat geen straf.

Toen er een paar jaar geleden een boek met verstrippingen van songs van Bob Dylan uitkwam bij uitgeverij Silvester, ben ik heel diep in de wereld van Dylan gedoken. Ik kende zijn werk al door onder andere Wonder Boys, maar daarna ben ik echt fan van de man en zijn werk geworden. Ik zou mezelf niet meteen een fan van Cave noemen, intrigerend vind ik hem wel.

Woensdagmiddag sprak ik Kleist telefonisch: hij woont in Berlijn. Tijdens het interview werd de verbinding een paar keer verbroken. Toch werd het een goed gesprek. Ik kende Kleist werk wel al: hij heeft meerdere stripbiografieën op zijn naam staan. Die over Johnny Cash is fantastisch. En dit boek over Cave gaat ook op mijn lijst van een van de beste strips van dit jaar. Het is geen recht-toe-recht aan biografie, maar een meeslepend relaas, waarin de songs van Cave verweven zijn met zijn gebeurtenissen uit zijn leven en de mythologie rondom zijn personage.

Nick Cave: Mercy On Me. De getekende biografie verschijnt dus 3 oktober bij uitgeverij Scratch. Op donderdag 5 oktober om 17 uur is de boekpresentatie in Concerto, Amsterdam. Kleist is daarbij aanwezig en signeert zijn boek. Muziekjournalist Jan Vollaard (o.a. NRC) komt een mooi verhaal vertellen over Nick Cave. Cave geeft die dag erna een concert in de Ziggo Dome.

Een week later verschijnt mijn interview in de VPRO Gids.

Wat: Boekpresentatie Nick Cave: Mercy on Me. De getekende biografie
Wanneer: Donderdag 5 oktober vanaf 17.00 uur
Waar: Concerto, Utrechtsestraat 52-60, 1017 VP Amsterdam

Vrijdag 6 oktober signeert Kleist ook in stripwinkel het Beeldverhaal van 16:30 tot 18:30.

Minstens twee keer kijken

Sunday, February 7th, 2016

filmclub david gilmourBovenstaand fragment is afkomstig uit The Film Club van David Gilmour. In dit autobiografisch verhaal, vertelt Gilmour hoe zijn zoon Jesse als tiener interesse verliest in de middelbare school. Pa vraagt Jesse of hij liever van school af wil. Als Jesse daarop blij ‘ja’ antwoordt stelt vader het volgende voor: Jesse mag van school, hoeft niet te werken of de huur te betalen zolang als hij samen met zijn vader drie keer per week een film kijkt.

the-film-clubIk zag het boek van de week liggen in The American Book Center. Het was in de aanbieding, maar zonder de lage prijs had ik het waarschijnlijk ook gekocht. Ergens kwam de titel mij bekend voor. Waarschijnlijk heeft iemand mij het boek ooit aangeraden en staat het als een van de duizenden aantekeningen ergens in een notitieboekje. Het concept intrigeerde mij en in een paar dagen las ik het boek uit.

Nu gaat The Film Club niet alleen over film, waar Gilmour leuk en informatief over vertelt. Het boek gaat vooral ook over de moeilijkheid een stuurloze zoon op te voeden. Dat is natuurlijk niet zo makkelijk. Een rode draad in het boek zijn dan ook Jesse’s liefdesrelaties die heftig zijn, explosief ten einde komen en flinke brokken maken. Iets wat iedereen die verliefd is geweest en heeft verloren zal herkennen. Hoe je daarmee omgaat en weer overheen komt, is een belangrijk thema in The Film Club.

Maar goed, bovenstaand fragment. Ik ben het helemaal met Gilmour eens. De eerste keer dat je een film kijkt volg je vooral het verhaal. Pas een tweede, derde en vierde keer kun je goed zien hoe dat verhaal geconstrueerd is, welke middelen de filmmakers hebben gebruikt, hoe de film geschoten en gemonteerd is. Hoe een acteur door vrijwel niets te doen toch een scène kan stelen. Dat soort zaken ontrafelen kost aandacht en tijd. Toen ik filmwetenschap studeerde, bekeek ik de films die ik moest analyseren altijd een paar keer. Vaak let je per kijkbeurt op iets anders. Soms vallen dingen je pas na een paar keer kijken op. De meeste films zijn het ook waard om meerdere keren te bekijken. Ik heb het dan niet over iets slechts als Transformers natuurlijk of Sucker Punch. Die films zijn niet eens de moeite om een keer te bekijken.

Maar de meeste films zijn zo rijk aan informatie, dat je die gerust een paar keer kan kijken. En dan nog kun je bij een twintigste kijkbeurt weer iets nieuws ontdekken. De film blijft namelijk wel hetzelfde, maar jij, de toeschouwer, verandert in de loop van de tijd. De toeschouwer verzamelt ervaringen en neemt het zien van andere films mee in de kijkervaring. Tegen een film die je als tienjarige zag, kijk je heel anders aan als je die twintig jaar later nog eens ziet. Bepaalde zaken worden opeens duidelijker omdat je een meer volwassen perspectief hebt. Andere dingen worden minder belangrijk.

Ik heb sommige films vaker gezien dan ik zou willen toegeven. Toch heb ik daar geen spijt van. Ook nu heb ik alweer zin om weer eens Batman van Tim Burton op te zetten. Ook al zag ik die al meer dan zestig keer voordat ik de film analyseerde voor mijn scriptie. Ook Almost Famous, Wonder Boys, Spider-Man 2, X-Men, Licence to Kill, Chasing Amy, Clerks II en Back to the Future zag ik meerdere keren. Hoewel allemaal niet zo vaak als Batman. Dat is echt een uitzondering. Ook is deze lijst herhalingskijkers verre van compleet, maar opsommingen zijn te saai.

Kirsten Dunst als Mary Jane Watson in 'Spider-man' uit 2002. Een film die ik natuurlijk ook meer dan een keer zag en niet alleen vanwege Kirsten Dunst.

Kirsten Dunst als Mary Jane Watson in ‘Spider-man’ uit 2002. Een film die ik natuurlijk ook meer dan een keer zag en niet alleen vanwege Kirsten Dunst. Hoewel zij al een goede reden is om een film nog een keer te zien.

Soms kijk ik een oudere film om weer een oud gevoel terug te krijgen. Nostalgie, jazeker. Soms herkijk ik een film omdat ik simpelweg niet meer kan herinneren hoe hij afliep.

Overigens geldt hetzelfde voor mij ook voor strips. Die kun je vaak ook gerust meerdere keren lezen.

Volwassenen zijn ook maar amateurs

Friday, October 16th, 2009

Op een doodnormale dag liep ik door de American Book Center (ABC) in Amsterdam, op de eerste verdieping waar ik mij tussen de strips en filmboeken het meeste thuis voel. Er stond een kar volgestapeld met boeken, vaak meerdere exemplaren van dezelfde titel, klaar om in de kasten gezet te worden. Eén boek trok mijn aandacht. Misschien omdat het een paperback was tussen de verzameling hardcovers, maar waarschijnlijk omdat dit het enige exemplaar leek te zijn. Een uniek boek tussen een berg dubbelaars.

Het bleek een nieuw boek te zijn van een van mijn favoriete schrijvers, Michael Chabon. Manhood for Amateurs stond erop de voorkant. Een titel die me meteen aansprak. Manhood for Amateurs is Chabons eerste non-fictie boek. Sterker nog: het werkje is autobiografisch. Mijn interesse was gewekt. Ik volg Chabon al sinds ik de film Wonder Boys zag en later de roman las waarop die film gebaseerd is. En hoewel ik tot twee keer toe zijn sleutelroman The amazing adventures of Kavelier & Clay niet doorkwam, beschouw ik mezelf als een fan van deze schrijver. Daarbij woont hij in Berkeley, de stad in the bay erea waar ik woonde van 1995-96. Kortom, dit boek moest ik lezen. Het leek immers alsof het speciaal voor mij was neergelegd, dit singuliere exemplaar op een kar vol met boeken. Ik heb me prima vermaakt met Manhood for Amateurs. Niet in de laatste plaats omdat Chabon op openhartige wijze toegeeft dat volwassenen ook maar wat aankloten maar dat we het in tegenstelling tot het jonge grut dat we voortbrengen, goed weten te faken dat we weten wat we doen:

‘This is an essential element of the business of being a man: to flood everyone around you in a great radiant arc of bullshit, one whose source and object of greatest intensity is yourself. To behave as if you have everything firmly under control even when you have just sailed your boat over the falls. “To keep your head,” wrote Rudyard Kipling in his classic poem “If,” which articulated the code of high-Victorian masculinity in whose fragmentary shadow American men still come of age, “when all about you are losing theirs”; but in reality, the trick of being a man is to give the appearance of keeping your head when, deep inside, the truest part of you is crying out, Oh, shit!’

Wat mij betreft is bovenstaand citaat een mooie omschrijving van de schrijnende onkunde waar we in het dagelijks leven mee te maken hebben. Zoals de medewerker van de helpdesk van je internetprovider die niet meer weet over het aan de praat krijgen van je verbinding dan dat er op het blaadje voor zijn neus staat. En dat is meestal bar weinig. Of de expert in de elektronicawinkel die schijnbaar minder weet over de videocamera die je wil gaan kopen dan jijzelf. Of die babbelaar op het feestje die het gesprek altijd weet te laten draaien om die drie feitjes die hij wel weet.Ik vind dat wanneer er sprake van service moet zijn, de bieder daarvan verdomd goed moet weten wat hij doet. In dagelijkse situaties echter, faken we het allemaal wel eens. Vaak leer je door gewoon in het diepe te springen en aldoende te ontdekken waar je precies mee bezig bent. Daar is op zich niets mis mee. Dat een van mijn favoriete schrijvers dat toegeeft, beschouw ik als een troost.

De uitgebreide recensie die ik van Manhood for Amateurs schreef, staat deze week op het blog van de ABC.

Mike leest The Rough Guide to Bob Dylan

Tuesday, June 16th, 2009

Ik hou van Rough Guides: het zijn net spoedcursussen in pocketformaat. Ik vind het fijn om in een korte tijd in een onderwerp te duiken en daar dan van alles over te lezen. Een Rough Guide – de naam geeft het al aan – is niet allesomvattend, maar een goed begin om elementaire kennis op te doen. Op dit moment zit ik geregeld met mijn neus in The Rough Guide to Bob Dylan geschreven door Nigel Williamson.

Eigenlijk was ik al jaren een fan van Dylans werk zonder dat ik het echt doorhad. Ik kende het nummer ‘Mr. Tambourine Man’ in de versie van The Byrds, ‘All along the Watchtower’ eerst van U2, later van Hendrix en uiteindelijk van Dylan zelf. Met Dylan zelf maakte ik kennis via Wonder Boys, de film van regisseur Curtis Hanson waar Amerikaans bekendste troubadour de track ‘Things Have Changed’ voor schreef. Dylan won terecht een Oscar voor dit prachtige nummer. De soundtrack van deze film zit overigens vol met prachtige klassiekers van onder meer Neil Young, John Lennon en Van Morrison. Op een zekere dag kocht ik dit schijfje bij Concerto in Amsterdam en er ging een nieuwe wereld vol oude popnummers voor me open. Ik was vooral onder de indruk van het viertal Dylan-tracks, waaronder het prachtige ‘Not Dark Yet‘. (Zie hier een recensie over de film.)

Ik raakte geïntrigeerd door het eigenzinnige stemgeluid van Dylan. Je houdt ervan of niet. Ik vond het prachtig; had nog nooit zoiets gehoord. Nou ja, dat laatste is niet helemaal waar – natuurlijk had ik Dylan ooit wel eens horen zingen, maar de kracht van de songs en zijn performance waren tot dan toe nog niet tot mij doorgedrongen. Mijn enthousiasme voor de film Wonder Boys was het begin van een ontdekkingsreis naar het oeuvre van Dylan die met de Rough Guide een verdere verdieping vindt.

Boegeroep
In een kleine 400 pagina’s schrijft Williamson uitvoerig over het leven en de carrière van Dylan, de albums (tot 2004, het jaar van publicatie), de films met en van Dylan, de bootlegs en de 50 beste songs die Bob ooit maakte. Uiteraard staan ‘Things Have Changed’ en ‘Not Dark Yet’ ook op die lijst. Over sommige dingen lees ik niet voor het eerst, zoals het incident op het Newport Folk Festival op 25 juli 1965. Daar trad Dylan voor het eerst op met elektronische versterking en dat werd hem door het folkpubliek niet in dank afgenomen. Volgens de legende werd de muziek overstemd door boegeroep en kwam Dylan later terug met een akoestische gitaar om de boel te lijmen. Williamson weet deze mythe in de juiste proporties te plaatsen. Zo zou een deel van het publiek helemaal niet tegen het nieuwe geluid van Dylan zijn en het juist hebben toegejuicht en was het publiek vooral ontevreden over de korte duur van het optreden.

Dat is zo mooi aan de verhalen rondom Dylan: mythe, waarheid, fictie en wishful thinking lopen naadloos door elkaar. Iets waar de zanger vanaf het eerste uur zelf aan mee heeft gewerkt door zijn afkomst mooier voor te schilderen dan het was. Zo zou hij wees zijn en bij het circus hebben gezeten. Interessant is ook dat Dylan net zo goed als zijn publiek op zoek was naar een voorbeeld om zich aan te kunnen spiegelen. In zijn tienerjaren was hij onder de indruk van James Dean en Little Richard. Later werd Woody Guthrie zijn grote voorbeeld. Hij wilde zelfs een tijdje dat zijn vrienden hem alleen nog maar met Woody aanspraken. Tegelijkertijd zagen hele volkstammen Dylan als grote leider en voorbeeld. Dylan heeft zich altijd verzet tegen het feit dat men hem de stem van een generatie noemde – hij was de koning van de protestbeweging door de sociaal-kritische songs die hij vooral in het begin van zijn carrière maakte. Williamson vertelt dat Dylans manager, Albert Grossman er zelf bij de pers op hamerde dat ze Dylan zo noemden in hun stukken. Zoals Bob zelf zingt in Things have changed: ‘All the truth in the world adds up to one big lie…’

In de Rough Guide brengt Williamson de zanger weer terug naar menselijke proporties zonder zijn bewondering voor Dylan te verloochenen. Ik heb het boekwerk nog niet uit, maar lees met sneltreinvaart door het leven van Dylan en kan haast niet wachten tot ik lees over Dylans religieuze dwalingen als born-again christian en de ontwaking daarna. (Die hele periode is een goed voorbeeld dat ook Dylan ook maar een feilbaar mens is.) En ik kijk uit naar het stripalbum Bob Dylan revisited dat ik erna wil gaan lezen. En misschien dat ik daarna het eerste deel van Chronicles, het eerste deel van de autobiografie van Dylan, nog eens uit de kast haal, want hierin is schrijver Dylan soms net zo onduidelijk en ongrijpbaar als met sommige songteksten.

Wordt vervolgd…

Lees ook:

BlogTalk: Top 10 Best Movies 2008

Friday, December 26th, 2008

Het einde van het jaar staat weer voor de deur en tussen alle eindejaarlijstjes mag natuurlijk het lijstje met beste films van het afgelopen jaar niet ontbreken. Sterker nog: vergeet alle andere lijstjes en vergaap je/knik instemmend/maak je boos om de Top 10 lijstjes van BlogTalk! BlogTalk is een gezamenlijk project tussen verschillende filmweblogs in Nederland en België. Check dus vooral ook de lijstjes op onderstaande blogs:De Ultieme Filmblog;
Popcorn Movieblog;
Tagoean;
Atthemovies.web-log.nl;
http://shinebox.web-log.nl.
Natuurlijk is onderstaand filmlijstje volledig subjectief: het zijn de films die ik dit jaar gezien heb en het beste vond en waar ik me het meest mee heb vermaakt. Overigens is niet iedere film dit jaar uitgekomen. Allereerst verschillen uitbrengdata nog wel eens per land. Daarbij dicht ik mijzelf de vrijheid toe om ook films te noemen die ik dit jaar voor het eerst op dvd heb gezien, terwijl ze vorig jaar zijn gekomen.

  1. The Dark Knight (Christopher Nolan). Over de Dark Knight heb ik al uitgebreid geschreven in deze recensie. Nolan heeft met zijn tweede Batman-film een cinematografische opera gemaakt: bombastisch, gewelddadig, met een adembenemende vaart. RIP Heath Ledger die een fantastische, grimmige Joker neerzette. The Dark Knight doet mijn fanboy hart sneller kloppen.
  2. No Country for Old Men (Joel en Ethan Coen). De heren nemen de tijd om hun verhaal te vertellen. Dit geeft ruimschoots de tijd om te genieten van de prachtige shots gedraaid door cameraman Roger Deakins. Moderne western. Prachtige film.
  3. Iron Man van Jon Favreau is een verrukkelijke film met spektakel, maar vooral veel humor. De film is een mooi bewijs dat het leven van een superheld niet vol met kommer, kwel en hartzeer hoeft te zitten. Belangrijkste factor voor het succes van deze flick is acteur Robert Downey jr. die Tony Stark op een lichtvoetige, nonchalante manier speelt. Tegelijkertijd geeft hij de eigenzinnige playboy/uitvinder een nuchterheid en daarmee geloofwaardigheid mee. De film maakte mij nieuwsgierig naar de stripheld Iron Man en dit jaar las ik een paar verrassend goede verhalen over deze held, zoals Demon in a bottle waarin Stark tegen zijn drankprobleem vecht. Voor mij is Iron Man op stripgebied de ontdekking van het jaar, want ik heb nooit geweten dat Tony Stark zo’n boeiende held kon zijn. Zie hier de recensie van Iron Man.)
  4. Gone Baby Gone is het regiedebuut van acteur Ben Affleck. Ik vond de film fantastisch. Affleck leidt de kijker vakkundig door de verschillende plotkronkels en zet een ruw-realistische wereld neer zonder terug te vallen op goedkoop effectbejag. Ook de cast is van topkwaliteit. Nog niet gezien? Foei!
  5. I Am Not There. Regisseur Tod Haynes liet maar liefst zes acteurs in de huid van Bob Dylan kruipen. De lappendeken van filmische stijlen en fragmentarische verhaallijnen is zeker niet helemaal geslaagd, maar moet zeker gezien worden omdat het een heel originele flick is waarvan er niet veel worden gemaakt. De film is een mozaïek van elementen en zal bij iedere nieuwe kijkervaring nieuwe facetten tonen. Kate Blanchett is de beste Bob Dylan. Lees de volledige recensie van I Am Not There.
  6. In Bruges van Martin McDonagh. Een originele gangsterflick waarin McDanagh op voortreffelijke wijze humoristische invallen met grauwe geweldsdaden vermengt. De luchtigheid gaat overigens nergens ten kosten van de geloofwaardigheid van de personages. Hun zielenroerselen vormen het pompende hart van de film. Lees hier de volledige recensie en ga vooral de film zien!
  7. Zack & Miri Make a Porno is de nieuwste flick van Kevin Smith. Hij komt pas 22 januari 2009 uit in Nederland, maar in de States draait hij al sinds eind oktober. Ik zag de flick laatst in een persvoorstelling, dus wat mij betreft hoort deze comedy van Smith gewoon in 2008 thuis. De film viel me wat tegen moet ik eerlijkheidshalve toegeven, wat vooral te wijten is aan de miscasting van Seth Rogen en de voorspelbare plot. Maar ja, ik ben een groot Kevin Smith-fan en het feit dat er dit jaar een nieuwe flick van deze eigenzinnige filmmaker uitkwam is voor mij al reden tot glimlachen. Smith krijgt extra punten omdat hij het maken van een pornofilm centraal stelt in wat in wezen een romcom is, vandaar deze omstreden zevende plaats in de top tien. En er zitten een paar heel goede scenes in Zack & Miri die vintage Kevin Smith genoemd mogen worden. Zoals de schoolreünie waarin Justin Long fantastisch speelt. Let vooral op de bijzondere Elizabeth Banks. Zij is het licht in deze film. De volledige recensie komt volgende week online.
  8. Across the Universe gezien op dvd. Ik hou niet van musicals, maar deze film van Julie Taymor heeft mij tot het laatste frame geboeid. De onovertroffen liedjes van The Beatles zijn volledig geïntegreerd in het verhaal. Sterker nog: ze zijn de drijvende kracht achter de vertelling. Bovendien heb ik een zware zwak voor de schoonheid die Evan Rachel Wood heet en die zingt toevallig hemels in deze flick. De film kakt in het midden overigens in als Eddie Izzard en Bono hun verweerde koppen laten zien, maar verder erg onderhoudende en vooral swingende film vol visuele hoogstandjes.
  9. Juno is een schattige film van Jason Reitman. Juno biedt een origineel verhaal over een zestienjarig meisje dat per ongeluk zwanger wordt. Ze zoekt een stel adoptie-ouders voor haar ongeboren vrucht. Ellen Page speelt Juno. Ze is een veelzijdige actrice die haar personages natuurgetrouw weet neer te zetten. Eerder schitterde ze al als Kitty Pryde in X-Men 3 en als vleesgeworden castratie-angst voor pedofielen in Hard Candy. Hou die meid in de gaten, die gaat het nog ver schoppen in Hollywood.
  10. King of California van Mike Cahill, ook gezien op dvd. Omdat Michael Douglas een aandoenlijke, en bijna schattige, oude gek weet neer te zetten en mij met zijn vertolking wist te ontroeren. En nou ja, eigenlijk kan Douglas voor mij niet meer stuk sinds zijn vertoling van Grady Tripp in de film Wonder Boys. Evan Rachel Wood speelt zijn dochter in King of California. Tevens op 10 de animatiefilm Persepolis naar de gelijknamige graphic novel van Marjane Satrapi. Mooi verhaal, strak geanimeerd in de herkenbare tekenstijl van Satrapi.

Niet in de top-10, maar toch het vermelden waard is de film Bikkel: Je gaat dood dus kies je voor het leven. De documentaire over Bart de Graaff was een stuk boeiender dan ik aanvankelijk had gedacht. Geen standaard carrière-overzicht, nee, regisseur Leo de Boer legt de focus op het familieleven van de televisieman en benadrukt de rol die zijn moeder, zus en vriendinnetje hebben gespeeld in zijn leven en werken.Over de slechtste film van het jaar kan ik kort zijn. De film Factory Girl (George Hickenlooper) zag ik in september in de bioscoop. Hij is gemaakt in 2006, dus officieel mag dit wellicht niet de slechtste film van 2008 heten. De rolprent is echter zo clichématig, deprimerend en in ieder opzicht zonde van het bioscoopkaartje en de tijd die je eraan besteedt, dat ik bij deze de oplettende lezer alsnog wil waarschuwen. Wil je weten hoe het leven van Edie Sedgwick eruit zag. Lees het boek Popism van Andy Warhol en Pat Hackett. Nuff Said.Zelf je persoonlijke favorieten toe te voegen? Laat een comment achter.Lees ook:

Homo’s in de film

Sunday, July 27th, 2008

Het is alweer jaren geleden dat ik The Celluloid Closet voor het eerst zag. In deze documentaire wordt de geschiedenis van homoseksuelen in Hollywood verhaald: hoe homo’s in de loop der jaren werden gerepresenteerd in films.
De film van Rob Epstein en Jeffrey Friedman geeft een uitgebreid en verrassend beeld van homoseksualiteit in de Amerikaanse film. Echt een aanrader. Homo’s werden door de jaren heen in Hollywood gerepresenteerd zoals de rollen die de Ander vaak krijgt toebedeeld: als afwijking van de norm. De Ander is in de film de komische noot, de crimineel, geesteszieke of dient als spektakel (bijvoorbeeld kussende lesbiennes).
Eigenlijk kunnen we beter spreken van de geschiedenis van verborgen homoseksualiteit, want de niet-hetero geaardheid van menig acteur werd angstvallig geheimgehouden door de studiobonzen. Weten dat Rock Hudson eigenlijk van de herenliefde was zou zijn imago van heteroseksobject maar teniet doen. Tom Cruise stoeide een tijdje met hetzelfde imagoprobleem. Het officiële standpunt van zijn manager is nog steeds dat de acteur nog nooit in de buurt van de kast is geweest, laat staan dat hij er al jaren in verborgen zit.Homohuwelijk
Homo’s en Amerika – het blijft een boeiend onderwerp. Er zijn nu twee staten waarin Homo’s vrij kunnen trouwen: de staten Massachusetts & Californië hebben een wettelijke erkenning van het homohuwelijk. In een paar andere staten is geregistreerd partnerschap van mensen met dezelfde sekse mogelijk. In veel andere staten geldt een grondwettelijke beperkingen die het huwelijk definieert als een unie tussen een man en een vrouw. Daar is het homohuwelijk dus verboden. Homoseksualiteit in de Amerikaanse maatschappij blijft vooralsnog een heikel punt.
Will & Grace
Al zien we tegenwoordig wel steeds vaker homoseksuele personages in tv-series en films verschijnen. Vaak moet zo’n personage een komische noot verschaffen. Het meest aansprekende voorbeeld hiervan is natuurlijk de sitcom Will & Grace, waarin het personage Jack (Sean Hayes) een typisch verwijfde relnicht is.

Brokeback Mountain

Een meer serieus voorbeeld is de film Brokeback mountain (Ang Lee, 2005) waarin Jake Gyllenhaal en Heath Ledger er stiekem een relatie met elkaar op na houden. Het is wel weer typisch voor Hollywood dat de ‘anders denkenden’ uiteindelijk gestraft worden voor hun daden: Gyllenhaal wordt vermoord door een stelletje rednecks. Het einde deed me denken aan Easy Rider van Dennis Hopper, waarin twee motorrijders hetzelfde lot ondergaan aan het eind van de film.Wonder Boys
Wat dat betreft heb ik een voorkeur voor representaties van homoseksuelen waar niet direct een waardeoordeel aan vast zit. Zoals Terry Crabtree gespeeld door Robert Downey Jr. in de film Wonder Boys (Curtis Hanson, 2000). Crabtree is een uitgever en komt een weekendje op bezoek bij professor Grady Tripp (Michael Douglas) om diens nieuwe roman op te halen. Crabtree krijgt in de loop van het weekend iets met Tripps student James Leer (Tobey Maguire). Leer is vooral zichzelf aan het zoeken en wordt door zijn medestudenten als vreemd omschreven. In Wonder Boys zit ook een mooi voorbeeld van travistie: tijdens zijn vlucht ontmoet Crabtree Miss Antonia ‘Tony’ Sloviak – een travestiet die zijn ware aard verborgen houdt voor zijn ouders.

Antonia en Crabtree

Er wordt in de fim geen grote nadruk gelegd op de seksuele geaardheid van bovengenoemde personages. Dit wordt ter kennisgeving vermeld, op een paar uitzonderingen na. Er worden wel wat speelse grappen gemaakt over Tony Sloviak – Wonder Boys blijft een immers zwarte comedy.
Homofilmfestival in The Movies
Arthouse theater The Movies presenteert het ‘Gewoon Anders!’ filmfestival vanaf 21 augustus t/m 27 augustus. Dit festival wordt georganiseerd in het kader van het culturele programma van de ‘Gewoon Anders!’ tentoonstelling in het Cobra Museum in Amstelveen. ‘Gewoon Anders!’ legt de nadruk op andere manieren van leven, zoals homoseksualiteit en transseksualiteit.Voor een prikkelende recensie over de tentoonstelling, zie EeuwigWeekend.nl. De illustere Merel B. geeft op karakteristieke wijze haar ongekuiste mening over deze tentoonstelling, die volgens haar het beste te bestempelen is als ‘tolerantieverhogend Montessori-project’.Goed, tot zover de schaamteloze plug voor EeuwigWeekend.nl. Wat kunnen we verwachten in The Movies?
The Movies heeft een filmselectie gemaakt die, volgens de programmeurs, ‘een heel brede kijk op seksuele diversiteit biedt, door tijd en ruimte.’ Zo schetsen de films High Art, Carrington en Before Night Falls intrigerende portretten van homoseksuele kunstenaars. In Transamerica en En Soap staan gender en seksuele identiteit centraal. Unveiled is representatief voor de moeilijke politieke situatie voor homoseksuelen in sommige landen.Angels in America
Ook wordt de televisieserie Angels in America (Mike Nichols, 2003) in een marathon vertoond. Deze serie werd een paar jaar geleden op Ned3 uitgezonden. Grote namen als Meryl Streep (die meerdere rollen voor haar rekening neemt, waaronder een rabbi), Al Pacino, Emma Thompson en Mary-Louise Parker. De film vertelt het verhaal van een kleine groep mensen in het New York van 1985, wanneer AIDS de homoseksuele gemeenschap treft. Deze groep mensen heeft ogenschijnlijk niets met elkaar te maken, maar hun levens komen op een bijzondere manier samen.Angels in America is een verfilming van het met een Pulitzerprijs bekroonde toneelstuk van Tony Kushner. De serie is erg theatraal en bombastisch – typisch een ‘serieus Amerikaans stuk met Grote Gebaren’ , want ja, het gaat over een serieus onderwerp, dus waarom zouden we dat dan op een realistische en bedeesde wijze aanpakken? Vooral het optreden van acteur Justin Kirk – wiens personage uiteindelijk half verteerd is door de AIDS – is mij bijgebleven. Voor de rest is het verhaal door alle surrealistische elementen (er komt letterlijk een engel uit de hemel op bezoek met nieuws van de Grote Vader) niet echt blijven hangen.Speciale filmprogramma’s over het thema homoseksualiteit zijn dikwijls prima initiatieven. Laat de kortzichtigen maar zien hoe er ook geleefd kan worden. Aan de andere kant: komen dat soort mensen wel naar het filmtheater voor een filmprogramma over homoseksualiteit of is het weer typisch een kwestie van ‘preaching to the choir?’

Mike’s Webs: A – Z

Wednesday, December 26th, 2007

Persoonlijk jaaroverzicht 2007

Het is december en dus weer tijd voor lijstjes: de Top 100 Aller Tijden, de top-2000, de beste/slechtste films van het jaar… Arbitrair, vaag, maar wat kan het schelen? Dit keer op Mike’s Webs geen top-zoveel, maar een persoonlijk alfabet, waarin iedere letter een voor mij belangrijke betekenis meekrijgt. Schroom niet om je eigen lijstje als commentaar toe te voegen.

A – Andy Warhol: Kunstminnaars ontkwamen dit jaar niet aan het werk van Warhol die twintig jaar geleden overleed. Ikzelf was blij verrast toen ik in Edinburgh zijn schilderwerk ‘live’ kon zien. De expositie in het Stedelijk een paar maanden later, vol met zijn filmwerk, was daar een mooie aanvulling op. Voor een Warhol-fan als ik een ware dream come true.

B – Bloggen: Sinds augustus meer dan een jaar(!) Oké, dat is nog relatief kort vergeleken bij die-hard bloggers als Aukje en Frommel (die respectievelijk al ruim vier en drie jaar achter het toetsenbord kruipen) maar goed. Bloggen is de vrijheid om te publiceren wat je wilt; het is een creatieve manier om met anderen in contact te komen en hier en daar steek je nog iets op van andermans blog.

C – Californication: Een sitcom die ver boven het genre uitstijgt. Kon televisie maar altijd zo goed zijn…

D – Des Duivels: Dit jaar las ik Lucifer Rising van Gavin Baddeley. Een interessant boek over zonde, satanisme en rock-‘n-roll. Aansluitend The Satanic Bible van Anton Szandor LaVey, oprichter van The Church of Satan, gelezen. Een uniek zelfhulpboek dat niet mag ontbreken in de collectie van iedere zelfrespecterende satanist.

E – Edinburgh: Waar ik op spokenjacht ging en mijn hart verloor aan (een) lokale schoonheid.

F – Faces & Names: Het soloalbum van David Pirner. Ik liep stad en (buiten)land af op zoek naar deze cd, om hem uiteindelijk via het interpret in Oostenrijk aan te schaffen. Gelukkig was dit kleine meesterwerkje alle moeite van het bemachtigen waard.

Femme Fatale: Omdat je weet dat je je vingers gaat branden, maar je toch de drang om haar aan te raken niet kan weerstaan.

G – Gothic: In sommige gevallen is het wellicht een overheersing van style over matter, maar tóch blijven die door korsetten strakgetrokken meisjes met dikke lagen zwarte make-up en een bleke huid, het werk van Edgar Allan Poe en oude kerkhoven mij fascineren.

H – Halloween: Het leukste feestje van het jaar.

I – Inspiratiebronnen: Van die werken waardoor je gewoon zin krijgt om zelf iets te gaan maken. Dit jaar waren dat in ieder geval alle producten en makers die in deze lijst positief naar voren komen. De documentaire over de tot standkoming van de film Clerks II was tevens een bron van inspiratie – de lol van het is namelijk van Kevin Smith en zijn crew af te lezen. Als ik zie met hoeveel passie deze flick van Kevin Smith is gemaakt, en hoeveel lol de makers op de set hadden, krijg ik meteen zin zelf ook achter de camera te duiken.

J – Joker: Niet alleen een van de meest tot de verbeeldingsprekende stripschurken, ook de kleurrijke en psychotische tegenhanger van de Dark Knight. En de levendige pleitbezorger van de filosofie dat je maar beter lachend kunt sterven. Eigenlijk heb ik relatief weinig van de grijnzende psycho vernomen in 2007, maar dat zal volgend jaar ruimschoots worden gecompenseerd als The Dark Knight in de bioscoop te zien is. “I always envisioned myself as being a hero like Batman, but I turned out to be just another Joker.”

K- Kaufman, Andy.

L – Liveconcerten: Een paar memorabele optredens die ik heb gezien waren die van Ellen ten Damme tussen de uitverkoopbakken in Concerto en het optreden van Moke op het lokale poppodium.

M – Meccano: De Ruwe Gids. Een gestileerd meesterwerk van Hanco Kolk. Een van de beste graphic novels van het jaar.

N – Nine to Five: Omdat dit eigenlijk niet echt bij me past, maar ik me er toch al een jaar doorheen weet te slepen. Het staat voor het feit dat ik vond dat ik me op mijn dertigste maar eens volwassen moest gaan gedragen. Dus een vaste baan, vast inkomen en dagritme. Een paar maanden later besef ik dat dit allemaal niet echt nodig is. Volwassenheid is ook maar een pose. Weer wat geleerd.N – Nerds: Love ’em!O – Onmogelijke liefde: You know who you are.

P – Prestige, The: Een van de beste films van het jaar. Een genot om keer op keer te bekijken.

Q – (altijd lastig in te vullen die ‘Q’) Queeste: De eeuwigdurende zoektocht naar zingeving en geluk.

R – Reed, Lou: Door de Warhol-expo en zijn eigen foto-expositie in Amsterdam was dit voor mij ook een beetje het jaar van Lou. Maar vooral om zijn muzikale erfenis en het werk van The Velvet Underground.

S – Spider-Man 3: De grootste teleurstelling van het jaar.S- Stripbeurzen: In totaal vijf stripbeurzen bezocht dit jaar. Rijswijk en Houten waren allebei memorabel om verschillende redenen. De recente stripbeurs in Turnhout fungeerde ik als pr-man van Studio Nieuw Gehoer, wat een geheel nieuwe ervaring met zich mee bracht. In alle gevallen in ieder geval veel lol gehad. De videoreportage over Nieuw Gehoer On Tour zal begin volgend jaar op de site te zien zijn. Andere stripevents als de Bloeddorst-borrel en 24hr Comics waren weliswaar geen hoogtepunten, maar wel erg gezellige bliksembezoeken.

T – Twin Peaks:
De gehele televisieserie weer gezien én beleefd. Nog steeds boeiend, unheimisch en van een onbeschrijfelijke schoonheid. David Lynch weet als geen ander hoe hij dagelijkse voorwerpen ‘eng’ moet maken. Ik las na het herzien van de serie Lynch on Lynch, een boek vol interviews met de excentrieke filmmaker. Wie met aandacht naar de films van Lynch kijkt, gaat de wereld door andere ogen beleven. Zelfs het alledaagse blijkt bijzonder. Angst zit in een klein hoekje.

U – Ultieme ervaringen: Dát gevoel van spanning, opwinding en verbazing dat je ervaart als je voor het eerst in aanraking komt met iets totaal nieuws, afwijkends of singuliers. Momenten die zeldzamer zijn dan we zouden willen, maar die wél voor een groot deel de kwaliteit van een leven bepalen. Uiteindelijk draait het wat mij betreft om dit soort momenten. (Maar ja, ik geloof dan ook niet in een leven na dit leven.)

V – (Daredevil) Visionaries: Frank Millers baanbrekende werk in de Daredevil-reeks is een paar jaar geleden opnieuw uitgegeven in drie dikke stripbundels. Recentelijk heb ik eindelijk het tweede deel gelezen. Hierin wordt onder andere het verhaal van Daredevils vriendin Elektra uit de doeken gedaan. Inclusief haar (tijdelijke) dood. Millers verhalen zijn tijdloos. Het artwork springt van iedere pagina. Inkter Klaus Janson zette de potloodschetsen van Miller om in een levendige lijn.

W – Wonder Boys:
Het boek én de film.

X – (zal altijd staan voor) X-Men: De buitenbeentjes in het Marvel Universum die als geen andere superheldengroep staan voor de ontwikkeling en vervreemding die pubers doormaken. Maar iedereen voelt zich wel eens buitengesloten. Het lukte de filmmakers van de X-Men-trilogie overigens wél om drie goede films af te leveren. Misschien had Sam Raimi Spider-Man 3 aan anderen moeten overlaten. Of hij had beter een deel van het derde deel in een volgende film kunnen stoppen.

Y – Yesterdays: In het jachtige jaar 2007 was voor mij weinig plaats voor gevoelens van nostalgische aard. De toekomst klopt al een tijdje op de deur, maar pas sinds kort zijn de contouren van haar gestalte zichtbaar. (Beetje vaag filosofisch geneuzel, ik weet het, maar het is dan ook erg lastig om de Y te vullen.. 😉

Z – Zondag: Perfect of niet
, toch fijn dat hij er is. En volgens sommigen nog steeds de eerste dag van de week.

Column: Grote verwachtingen

Friday, May 25th, 2007

Ik sta te twijfelen tussen twee Bob Dylans: Blonde on Blonde is een klassieker, wordt mij altijd verteld, maar Time Out of Mind bevat ‘Not Dark Yet’, de track uit de film Wonder Boys die ik zo goed vind. Ik besluit ze allebei te kopen, zonder maar een nummer voor te luisteren – daarvoor is het op zaterdag veel te druk.Thuis zet ik vol verwachting de klassieker op en snap bij ieder nummer waarom dit hét definiërende album van Dylan wordt genoemd. Maar Time Out of Mind klinkt verschrikkelijk. Een grote miskoop, denk ik. De volgende ochtend is het echter de eerste cd die ik opzet. Opeens klinkt de vreemde sound van dit album al interessanter, spannend bijna. Niet alleen dat, de songteksten komen door de wat kale arrangementen goed tot hun recht. Na drie keer draaien is dit een van mijn favoriete cd’s van het moment.Onbevangen een product aanschaffen kan tot grote verrassingen leiden. Je hebt geen idee wat je kunt verwachten en dat levert meestal ongekende schoonheid op. Te veel voorkennis kan soms funest zijn. De hoge verwachtingen van de laatste Sam Raimi-film bijvoorbeeld – het derde deel in de Spider-Man-serie inmiddels – maakte de film niet waar. Daarentegen bleek Donnie Darko ooit een openbaring toen ik op een verloren dinsdagavond een willekeurige film uitkoos om de tijd te doden. Soms moeten dingen groeien: muziek die je eerst vreemd in de oren klonk, wordt bij iedere luistersessie beter en beter. Nu heb ik net een graphic novel van Alan Moore aangeschaft die al jaren de lieveling is van vele stripkenners. Ik heb er veel over gehoord en gelezen. Durf er eigenlijk niet aan te beginnen: stel je voor dat ie tegenvalt.

Een versie van deze tekst is gepubliceerd in de rubriek ‘Van die dingen’ in Intermediair #21.

Zie ook: Spider-Man 3 stelt teleur en de recensie van Wonder Boys.
Next: Terug naar Twin Peaks.

Stripbeurs Rijswijk: Goths & Cultuurfetisjisten

Monday, February 26th, 2007

‘Een man die op zijn dertigste nog Spider-Man comics leest, zal nooit helemaal volwassen worden’, zei ik met geheven glas. ‘Gelukkig maar’, verzuchtte de schone schrijfster met wie ik aan het einde van de stripbeurs aan een tafeltje zat. Wie denkt dat op stripbeurzen alleen uitgezakte veertigers in een vaal T-shirt rondlopen, met een plastic tasje in de hand geklemd, opzoek naar dat ene exemplaar om hun – toch al stoffige – collectie mee te completeren, vergist zich. Ja, deze gasten lopen er natuurlijk ook, maar net zo goed jonge stelletjes, Jan Modaal, kids, kunstliefhebbers, handelaren en striptekenaars. In Rijswijk was het afgelopen weekend een stipbeurs in het ‘evenementencentrum’. Tja, dat laatste klinkt niet zo opwindend, en beste lezer, ik kan je verzekeren dat Rijswijk niet beticht kan worden van een opwindende uitstraling. (De Stripdagen in Haarlem zijn wat betreft opwinding niet te toppen.) Tegelijkertijd met de stripbeurs, vonden een cd-beurs en gothicbeurs plaats – men dacht alle alternatievelingen op een hoop te gooien en in een weekend te bedienen.

Echt verzamelen
Samen met long time vriend Zeke de Hondt en Sjitske liep ik zaterdag rond om te babbelen met andere stripvrienden en – kennissen. Eigenlijk kom ik alleen daarvoor nog naar stripbeurzen, want echt verzamelen doe ik allang niet meer. Jarenlang kocht ik braaf ieder nieuw nummer van Spider-Man, maar de illusie dat je collectie later veel geld waard wordt, en dat je vooral daarom alle zes verschillende covers van hetzelfde deeltje moet kopen, heb ik eeuwen geleden losgelaten. Toch is de strip een mooie kunstvorm die in de laatste jaren met de komst van webcomics alleen nog maar interessanter is geworden. Daarom lees ik strips nog graag. Met strips bedoel ik vooral Amerikaanse comics, zowel het harde superheldenwerk als de graphic novels met meer realistische verhalen – strips als Ghost World van Daniel Clowes, American Splendor, Beg the Question. Het bekende Europese werk: Kluifje, Suske & Wiske, Franka – het is niet aan mij besteed.

Leuke gesprekken en bier drinken wel, wat we na aan het einde van de middag ook deden. (Ons voornemen om ons te vergapen aan de goth-chicks in de hal er naast – onder het mom van ‘altijd pret met vrouwen in korset’ – hebben we helaas niet kunnen uitvoeren. Daar was geen tijd voor. Ach, volgend jaar beter.)Ik liep een schone schrijfster/televisiemaakster tegen het lijf en raakte met haar aan de praat. We bleken veel raakvlakken te hebben: filmwetenschap, de film Wonder Boys, werken in de media, de uitdaging van het schrijven, Tim Burton. Altijd fijn om een vrouw te ontmoeten met wie je je cultuurfetisjen kunt delen en die je met de hand op het hart vertelt dat het eerder een pre dan een slechte eigenschap is om je rond je dertigste en later nog met de kunstvormen uit je jeugd bezig te houden.

Verantwoordelijkheden
Wat is immers volwassenheid? Het clichébeeld is dat we serieus ons werk doen, een gezinnetje stichten en in de weekenden naar Walibi Flevo gaan. Ik vind het prima dat ik op een leeftijd ben dat ik zekere verantwoordelijkheden op me moet nemen: me professioneel gedragen wanneer dat gewenst wordt, mijn belastingen en andere vaste lasten betalen en te stemmen om de democratie in stand te houden. Voor de rest moet men niet meer van me verwachten. Laat mij maar lekker op stripbeurzen rondhangen, barkrukken bezetten, films tig keer kijken, cd’s grijsdraaien, strips verslinden en flauwe posts plaatsen op blogs. Dan mag de rest van de wereld zich bezighouden met ‘volwassen zaken’, whatever that means.

Weekendfilms: Wonder Boys

Saturday, September 9th, 2006

Het weekend. Wie kijkt er niet naar uit? Het moment voor potentiële uitspattingen, rust, ontspanning en avontuur. Het weekend lijkt in beginsel veelbelovend. En ook al blijkt zondagavond vaak veel van de beloftes niet waargemaakt te zijn, toch hopen we de volgende vrijdagavond weer op iets wonderlijks. Door mijn werk als freelancer komt het regelmatig voor dat het weekend midden in de week valt of er volledig bij inschiet. Misschien heb ik daardoor wel een voorliefde voor films die een weekendgevoel bezorgen.

VoorDeFilm: Wonder Boys (2000)

VoorDeFilm: Wonder Boys (2000)

Dode hond
Zo speelt de film Wonder Boys van Curtis Hanson zich af in een weekend. Tijdens dit weekeinde heeft Professor Tripp – de beste rol van Michael Douglas ooit – het zwaar te verduren. Hij wordt verlaten door zijn derde vrouw, zijn minnares blijkt zwanger te zijn en hij neemt de jonge verwarde literatuurstudent James Leer (Toby Maguire) onder zijn hoede. Daarbij komt zijn beste vriend Crabtree ook nog eens op bezoek. Crabtree geeft zijn boeken uit en komt Tripps tweede boek ophalen. Tripp is er al zeven jaar mee bezig en het is erg twijfelachtig dat hij in twee dagen aan het stuurloze verhaal een bevredigend einde weet te breien. Gooi daar nog een flirtende studente, een dode hond, een paar flinke sloten drank en verdovende medicijnen bij en je hebt de ingrediënten die het mogelijk maken om een midlifecrisis in een weekend af te ronden.

Wisecracks
wonderboys22Het is de sfeer van Wonder Boys die me telkens doet terugkomen naar dit cinematografische juweeltje. De warme vriendschap tussen Tripp en Terry Crabtree werkt aanstekelijk. Crabtree, gespeeld door onovertroffen Robert ‘Snuifje’ Downey Jr., is een heerlijke weirdo die zich inlaat met travestieten en niet te beroerd is James Leer te bekeren tot de herenliefde. Downey Jr. speelt de rol op de zijn herkenbare stijl vol wisecracks en atypische motoriek.

Professor Tripp is zelf ook een aparte figuur. Hij geeft les op de universiteit, slaapt met de vrouw van zijn baas en doet dankzij zijn overmatige wietgebruik zijn naam eer aan. De personages zijn goed uitgediept. Hierachter schuilt het vakmanschap van schrijver Michael Chabon. De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van zijn hand.
Het verhaal speelt in de vervallen industriestad Pittsburgh, wat een romantisch decor biedt. De soundtrack bestaat uit klassiekers van Bob Dylan, John Lennon en Neil Young. Ieder nummer biedt de perfecte omlijsting bij de gemoedstoestand waarin Tripp verkeerd.

De gebeurtenissen in Wonder Boys zijn op het eerste gezicht droevig, maar worden met zwarte humor gebracht, waardoor het moeilijk is niet heel erg vrolijk te worden. Daarbij zijn de personages uitvergrootte karakters met ieder een eigenzinnig charme. Aan deze personages kleeft melancholie zoals een muffe geur aan een jasje hangt dat te lang de kast niet is uitgeweest.Schilderachtig
Daarbij is de stijl van de film werkelijk heel goed. Het camerawerk is van hoog niveau. De scène waarin James Leer in de tuin met Professor Tripp staat te praten, midden in de sneeuw en in het softe schijnsel van het maanlicht lijkt rechtstreeks op het filmmateriaal geschilderd te zijn met een magisch licht. Typisch het werk van vakman Dante Spinotti die ook mooie plaatjes afleverde met LA Confidential.
wonder-boys-douglas
Het weekendgevoel van Wonder Boys zit hem natuurlijk niet alleen in het feit dat de film speelt in het weekend. Het is de humor, het zijn de aanstekelijke personages en de karakteristieke ruimten waar de humoristische levenscrisis van Tripp haar climax bereikt – het universiteitsgebouw van de Carnegie Mellon University, de warme uitstraling van het huis van Tripp, de gezellige, doch sleezy bar Hi-Hat. Dit is een wereld waar je in zou willen wonen. Dit zijn personages die je als oude vrienden zou willen omhelzen. Wonder Boys biedt een soort troost die zeldzaam is in de hedendaagse cinema. Anders dan bij de meeste feel good-films voelt het sentiment niet vals maar oprecht. De film toont op hoopvolle wijze dat ieder weekend – hoe vreemd dan ook – met een brede glimlach overleefd kan worden.