Posts Tagged ‘François Schuiten’

Een ouderwets fijne vrijdagmiddag

Saturday, August 1st, 2015

Vrijdagmiddagen, ik heb er al eerder over geschreven. Vrijdag de 31ste juli voelde weer als vanouds gezellig.

Waagh_2015Eigenlijk had ik ‘s ochtends verder moeten komen met mijn opdracht voor Submarine Channel – het samenstellen van een top 5 beste superheldenfilms, maar het schrijven ging iets trager dan gepland. En om 12 uur had ik een lunchafspraak met mijn goede vriend Jooper – een parttime fotograaf die net terug is van zijn jaarlijkse vakantie in Griekenland. We hadden het dan ook over het verschil tussen de Grieken en Nederlanders, fotograferen en de andere zaken des levens. Aangezien onze Griekse vrienden de laatste tijd behoorlijk gedemoniseerd zijn door politici en de media, hoor ik graag van iemand die ze kent hoe de vork echt in de steel zit.

Voordat we bij de Waagh gingen lunchen, doken we even een platenzaak en stripwinkel Henk binnen op de Gelderse kade. In de platenzaak trof ik deze toffe platenhoes aan:

platenhoesNa de lunch ging Jooper weer richting Hoorn en bezocht ik nog even boekwinkel Scheltema. Wederom op zoek naar goede strips van Matena, maar die waren er niet. Wel vond ik allerlei ander leuk leesvoer en het nieuwe pand aan het Rokin heeft een prettig uitzicht over de stad:

uitzicht_scheltema_02 uitzicht_scheltemaTot slot nog even de shelfporn die ik die dag heb gekocht. De twee comics schafte ik in Henk aan die Marvel Comics in de uitverkoop heeft op dit moment. Dat boekje over het oeuvre van François Schuiten kon ik niet laten liggen. Het is uitgegeven door de Koning Boudewijnstichting omdat de stripmaker daar een tijd geleden een deel van zijn originelen heeft ondergebracht.

shelfporn

25 jaar Belgisch Stripmuseum: Waken over striperfgoed

Monday, November 17th, 2014

Het Belgisch Stripmuseum bestaat 25 jaar. Het succesvolle museum waakt over het striperfgoed van België, maar heeft hiervoor eigenlijk te weinig middelen.

Willem De Graeve. Foto: Daniel Fouss

Willem De Graeve. Foto: Daniel Fouss

‘Zoals Obelix in de ketel met toverdrank viel, ben ik als kind in de ketel van het stripverhaal gevallen. Zoals veel Belgen zat ik als kleuter al met mijn neus in de stripcollectie van mijn ouders, dat waren vooral albums van Suske & Wiske. Toen ik eindelijk had leren lezen waren zij erg opgelucht, want ik vroeg altijd wat er in de tekstballonnetjes stond,’ vertelt Willem De Graeve, codirecteur en hoofd communicatie van het Belgisch stripmuseum in de Brasserie van het instituut. Begin oktober zit hij er kwiek bij op de ochtend na de door internationale pers bezochte persconferentie en het grote feest van de 25ste verjaardag van het Stripmuseum.

Wie het art nouveau-gebouw binnenstapt, krijgt ook het gevoel in de ketel van het beeldverhaal te vallen. In de centrale hal begroeten beelden van Asterix, Robbedoes en andere stripfiguren de bezoekers. Naast de marmeren trap staat de bekende raket uit Kuifje en aan de andere kant een Deux Cheveaux met daarop de Marsupilami van Franquin op de motorkap getekend. Vanaf de eerste verdieping kan men uiteenlopende tentoonstellingen met originele pagina’s en tekeningen bekijken. Het museum gaat met zijn tijd mee, want sinds kort is het deels virtueel via Google Street View te bezichtigen.

Foto: Daniel Fouss.

Foto: Daniel Fouss.

Bij de oprichting in 1989 kreeg het museum een tweeledige taak: allereerst het promoten van het stripverhaal in de breedste zin des woords. Bij deze missie hoort ook het bewaren en conserveren van het striperfgoed. ‘We willen laten zien dat stripverhalen bij de cultuur horen en dat België daar een belangrijke rol in speelt. We hebben ons doel bereikt als een familie die weinig opheeft met de strip, na een bezoek naar buiten gaat met het idee dat het toch knap is wat er gemaakt wordt en besluit eens een album open te slaan.’ Ten tweede moet het gebouw, het enige overgebleven textielwarenhuis ontworpen door architect Victor Horta, in ere gehouden worden. De taken van het museum zijn hetzelfde gebleven, maar de stripwereld is in een kwart eeuw wel veranderd. Vroeger kwamen er 500 albums per jaar uit, nu 5000. De Graeve: ‘Toen waren de Franse strips vooral een voortzetting van wat er vroeger gebeurde, Nederlandstalige strips waren voornamelijk familiestrips. Tegenwoordig is de strip als film, alle genres en stijlen zijn vertegenwoordigd.’

Stripmuren
Met per jaar vier tijdelijke en vijf vaste tentoonstellingen, plus zeven exposities rondom een nieuw album, trok het museum in 2013 zo’n 200.000 bezoekers. Hiervan komt 80% uit het buitenland, uit Nederland komt slechts 3,8%. ‘Ik denk niet dat de Nederlanders gebrek aan stripliefde hebben, want Suske & Wiske zijn populairder in Nederland dan hier en jullie hebben grote stripauteurs. Veel Nederlanders denken bij Brussel aan het Europees parlement, dat het een saaie kantoorstad is waar alleen Frans wordt gesproken.’ In Brussel leefden en werkten de grote spelers van het Franco-Belgische beeldverhaal. De stad toont deze stripgeschiedenis met onder meer het Stripmuseum, het Marc Sleen Museum, vijftig stripmuren en beelden van personages in het straatbeeld.

De nieuwste stripmuur in Brussel is van Robbedoes.

De nieuwste stripmuur in Brussel is van Robbedoes.

Het museum probeert de twee typen bezoekers, toeristen en stripkenners, zo goed mogelijk te bedienen. De nieuwe permanente expositie De kunst van het stripverhaal geeft middels originele pagina’s, schetsen en fragmenten uit scenario’s een mooi overzicht van iedere fase van het maakproces. Dat verhaal zal voor de kenners geen nieuws zijn, maar die kunnen weer genieten van een originele tekening van Willy Vandersteen of van jong talent Kristof Spaey. Videobeelden van stripmakers aan het werk verlevendigen de expositie die een goed voorbeeld is van hoe je striperfgoed voor het publiek toegankelijk kunt maken.

Striperfgoed bedreigd
Waar in Turnhout het Vlaams documentatiecentrum van de strip fungeert als studiecentrum met een grote collectie secundaire literatuur, is in België het Stripmuseum de belangrijkste speler wat het bewaren en conserven van striperfgoed betreft. Het museum bewaart zo’n 8.000 platen en illustraties, scenario’s en verwante zaken. De conservatieruimtes worden op een constante temperatuur gehouden, zijn beveiligd en slechts voor enkelen toegankelijk. De meeste stukken zijn in bruikleen. ‘Voor ons is al het materiaal waardevol, maar we zijn genoodzaakt aan de auteurs of erfgenamen een selectie te vragen. De auteur laten we zelf kiezen want die kent zijn eigen werk het beste. Het voordeel van bruikleen is dat een auteur na vijf jaar een nieuwe reeks of striproman heeft, en het oudere werk voor nieuw materiaal kan ruilen. Zo hebben we altijd topstukken.’

Het museum wil van iedere grote auteur een representatieve selectie hebben zodat deze voor de volgende generaties bewaard blijft, maar het bewaren van het erfgoed wordt door verschillende factoren bemoeilijkt. Door gebrek aan financiële middelen zette de organisatie de werving van nieuwe stukken op een laag pitje. Jammer, want veel belangrijke stripauteurs zijn op dit moment oud of net overleden. Dus nu is het moment om te verzamelen. Het museum haalt zijn inkomsten vooral binnen via kaartverkoop en speciale evenementen. De overheid is goed voor slechts acht procent: ‘Bij ons in België is alles gesplitst in Vlaams en Franstalig. Als we ervoor zouden kiezen om alleen Vlaamse strips te tonen, dan zouden we van de Vlaamse regering veel geld kunnen krijgen. Maar omdat wij Franstalige, Vlaamse en buitenlandse strips willen tonen, is dat lastig, want nu zou de Franstalige regering kunnen zeggen: “Als we jullie geld geven, gaan jullie daar ook de Vlaamse strip mee promoten. Dat kan toch niet!”

Inmiddels is door alle tekeningen de klimaatkluis bijna vol. Ook moeten er nieuwe lokalen gehuurd worden om de groeiende stripcollectie en verwante boeken in op te slaan. Daarvoor ontbreekt ook het geld. Alle stukken die tijdelijk worden tentoongesteld, worden in gescand. Daar heeft het kleine team de handen al aan vol.

Belasting

Foto: Daniel Fouss

Foto: Daniel Fouss

Recent kreeg het museum het gehele oeuvre van strippionier George van Raemdonck (28 augustus 1888 – 28 januari 1966) in bruikleen van de nabestaanden. Van Raemdonck was de tekenaar van de klassieke en destijds populaire strip De wereldreis van Bulletje en Bonestaak. Met 8.000 stuks verdubbelt dit oeuvre de totale collectie van het museum, dat deze grote hoeveelheid nu eigenlijk niet aankan.
Daarnaast is de markt een bedreiging voor het striperfgoed: tegenwoordig kunnen originelen veel geld waard zijn. Stripmakers verkopen ze aan particuliere verzamelaars en galeries, vaak om dalende omzetcijfers te compenseren. Het werk raakt daardoor verspreid. Dit bemoeilijkt het maken van overzichtstentoonstellingen.

De belastingdienst is een andere potentiële bedreiging van het striperfgoed want die ziet in het waardevolle oeuvre van overleden stripmakers een mooie inkomstenbron middels erfrecht. Om te voorkomen dat zijn nabestaande een hoge belasting moeten betalen, besloot de bekende stripmaker François Schuiten er recent voor om zijn oeuvre te schenken aan onder andere de Koning Boudewijnstichting en de Bibliothèque Nationale de France. Hij passeerde het Stripmuseum. Een stap die De Graeve ook verbaast: ‘Dat was een vreemde beslissing, want de Koning Boudewijnstichting heeft geen kennis op het vlak van conservatie. Ik hoop dus voor Schuiten dat zijn originele platen niet ergens in een kartonnen doos staan opgeslagen.’ Aan het informatietijdschrift Stripgids vertelde Schuiten dat het Stripmuseum niet de middelen heeft om haar ambities van een nationaal centrum waar te maken: ‘Je hoeft maar binnen te stappen om te weten wat ik bedoel: het gebouw is stilaan aan het afbrokkelen, de collectie wordt niet uitgebreid en is al die tijd hetzelfde gebleven, en dan spreek ik me nog niet uit over de kwaliteit van hetgeen je er ziet!’

De Greave beantwoordt deze kritiek: ‘Schuiten was erg betrokken bij de stichting van het Stripmuseum en zijn beeld ervan is gebaseerd op de beginjaren. Er waren veel minder bezoekers, financiële problemen en kennis van het conserveren ontbrak. We hebben geprobeerd hem de huidige situatie duidelijk te maken, maar hij bleef erbij dat hij geen vertrouwen in ons had.’

Enorm archief

Minneboo in gesprek met Hec Leemans (rechts). Foto copyright Daniel Fouss.

Minneboo in gesprek met Hec Leemans (rechts). Foto copyright Daniel Fouss.

Hec Leemans (1950), stripmaker van onder andere de reeks Bakelandt en FC de Kampioenen en aanwezig tijdens de persconferentie, maakt zich niet zo druk over erfrechten: ‘Wat is de waarde van een archief of van een originele pagina? Als je een keer een plaat verkoopt voor 5000 euro dan is dat prima, maar als de belastingdienst op basis daarvan de waarde van je archief gaat bepalen, klopt dat niet.’ Samen met zijn vrouw houdt hij zijn aanzienlijke archief bij. ‘Ik heb gelukkig een groot atelier, met grote kasten waar ik dat allemaal kwijt kan. Het is niet uitgesloten dat ik dat over een aantal jaar een deel van afsta aan het Stripmuseum.’

Zijn jongere collega Pieter de Poortere (1976) is naar eigen zeggen nogal slordig wat zijn originelen betreft: ‘Ik bewaar alles in grote dozen. Af en toe moet ik daar dan een tekening uit zien terug te vinden en dan gooi ik het materiaal eruit. Die tekeningen zijn dus opgerold of gekreukt. Overigens verkoop ik originele platen niet graag, want voor de volledigheid wil ik alles zelf houden.’ Die volledigheid wordt bedreigd door het feit dat De Poortere veel digitaal werkt. Die bestanden blijken vaak maar tijdelijk houdbaar.

Het auditorium van het Stripmuseum werd recent vernoemd naar de stripmaker en ingericht als woonkamer van zijn personage Boerke dat dit jaar 15 jaar is geworden. ‘Een hele eer. Ik vrees dat ik stilaan striperfgoed aan het worden ben,’ zegt hij met een glimlach.

Pieter De Poortere in zijn auditorium. Foto: Daniel Fouss.

Pieter De Poortere in zijn auditorium. Foto: Daniel Fouss.

Akkoord
Op de vraag of dat striperfgoed over honderd jaar nog bestaat is De Graeve licht positief gestemd. Het Stripmuseum is klaar om deze taak uit te voeren, mits er geld komt. ‘Dat kan de overheid zijn of een mecenas. De nieuwe Vlaamse minister van Cultuur bezocht ons recent en die viel bijna achterover van de beperkte middelen waarmee wij ons werk doen. Wij hopen op het cultureel akkoord tussen het Vlaamse en Franstalige gemeenschap. Er zijn immers dingen die Belgisch zijn en daarvoor moet er samengewerkt worden. Het Stripmuseum is daar eigenlijk de perfecte illustratie van, want wij tonen beide.’

www.stripmuseum.be
Zandstraat 20, Brussel
Alle dagen geopend (behalve op maandag) van 10 tot 18 uur.

Dit artikel is geschreven voor en gepubliceerd in VPRO Gids #46 (2014). De making of kun je hier lezen.

Lauwe opening Imagine 2014

Thursday, April 10th, 2014

Met een bloedeloze versie van Belle en het Beest en een afwezige eregast is de 30ste editie van het Imagine Film Festival woensdagavond 9 april flauw van start gegaan.

incal-moebiusDe Chileense filmmaker, theaterregisseur, tarotkenner én stripscenarist Alejandro Jodorowsky kreeg dit jaar de Imagine Career Achievement Award. Helaas kon hij door ziekte niet in Amsterdam aanwezig zijn om zijn prijs in ontvangst te nemen. Zijn afwezigheid natuurlijk spijtig voor het festival, en voor ondergetekende, want ik was een van de journalisten die Jodorowsky donderdag zou interviewen. Een gesprek waar ik naar uit keek.

Ik hoop dat Jodorowsky snel weer op de been is, maar aangezien hij 85 jaar is, vrees ik het ergste. Zijn zoon Brontis sprak een videoboodschap in om Imagine te bedanken. Brontis is tevens de hoofdrolspeler in Jodorowsky’s nieuwe film La danza de la realidad. Een prachtige, persoonlijke film, en de meest toegankelijke uit het filmoeuvre van de eigenzinnige verhalenverteller.

Er draait op het festival ook een documentaire over het maakproces van Jodorowsky’s versie van Dune. Hij werkte samen met onder andere Moebius en H.R.Giger. Die film is uiteindelijk nooit gemaakt maar leidde wel uiteindelijk tot De Incal.

Aandacht voor stripmakers
Overigens vind ik het erg bijzonder dat het Imagine Film Festival ook stripmakers eert. Vorig jaar werd François Schuiten op het festival geïnterviewd en twee edities geleden kreeg niemand minder dan Stan Lee de Career Achievement Award. Ook hij kon trouwens helaas niet komen. Nu weet ik ook wel dat Jodorowsky veel meer heeft gedaan dan strips schrijven, maar met klassiekers als De Incal, een bijzondere western als Bouncer en nog eens zeventig andere strips op zijn naam, is hij in het stripwereldje geen lichtgewicht.

Mooi maar saai
Belle en het beest/La belle et la bête, de Franse film van Christophe Gans, was dat echter wel. Mooi gemaakt hoor en een zeer sprookjesachtige mise-en-scène, maar wat een bloedeloze verfilming. Er zat echt geen greintje spanning in het verhaal dat iedereen natuurlijk allang kent, want gebaseerd op het bekende sprookje. In het begin veracht Belle (Léa Seydoux) de agressieve en koppige beest-man (Vincent Cassel) die haar gevangen houdt, maar dan blijkt ze opeens van hem te houden. Echter, waarom dat nu precies is, maken de filmmakers niet duidelijk.

Belle: aardig decolleté maar verder weinig inhoud

Belle: aardig decolleté maar verder weinig inhoud

Tijdens de film kreeg ik zin om de gelijknamige televisieserie uit de jaren tachtig met Ron Perlman en Linda Hamilton te gaan kijken, dus je begrijpt dat de bitterballen en andere snacks die na de voorstelling werden geserveerd van harte welkom waren om de flauwte te bestrijden en mij weer bij mijn positieven te brengen, want als ik dat soort series weer wil gaan kijken, moet ik goed in de war zijn.

Kortom, Imagine kent dit jaar een beetje een valse start, maar ik vermoed dat het nog wel goed komt dit jaar.

Hier nog enkele evenementen die ik je graag tip:

Donderdag 10 april: Masterclass: Lab Coats in Hollywood
Dr. David Kirby geeft een masterclass over de relatie tussen wetenschappers en de Amerikaanse filmindustrie.

Vrijdag 11 april: Lezing toekomstmuziek
In Toekomstmuziek geeft muziekkenner en Schokkend Nieuws-medewerker Erik van ’t Holt een overzicht van de muziek die nieuwe en onontdekte werelden verbeelden. Van de orkestrale scores uit de jaren vijftig, via de eerste elektronische score (voor Forbidden Planet uit 1956) naar de herwaardering van de orkestrale benadering uit de jaren zeventig. Met uitstapjes naar de opkomst van de synthesizer en het gebruik van exotische en onbekende instrumenten als de Theremin (door Bernard Herrmann in The Day The Earth Stood Still, 1951) en de Blaster Beam (in de Star Trek-films). Een schat aan film- en muziekfragmenten illustreert dit overzicht, dat geen rechtgeaarde sfi-fi liefhebber aan zich voorbij mag laten gaan.

Zondag 13 april: Symposium Van HAL tot GERTY
In het symposium Van HAL tot GERTY wordt gekeken hoe de rol die computers hebben gespeeld in de fantastische film werkelijkheid zijn geworden en wat de gevolgen daarvan zijn. Naast een algemeen gedeelte wordt ingegaan op ethische vragen en op Singularity, het moment waarop de computer de menselijke intelligentie voorbijstreeft, dit alles aan de hand van een groot aantal filmfragmenten. Tot de gasten behoren onder andere hoogleraar Kunstmatige Intelligentie Jaap van den Herik, filmmaker Igor Kramer en Bennie Mols, wetenschapsjournalist en auteur van het populair-wetenschappelijke boek ‘Turings Tango’, over kunstmatige intelligentie.

Maandag 14 april: Masterclass Filmtrailers
Het Londense Editpool, levert teasers, trailers en promo’s produceert voor bioscoop, tv en home-entertainment. Tot hun recente output behoren de campagnes voor het derde seizoen van Game of Thrones en de Robocop-remake. Daarnaast leverden ze trailers voor sci-fi als Splice, voor arthouse horror als Kill List, maar ook voor B-films als Infestation.

Editpools creative director John Piedot vertelt tijdens de masterclass over de relatie tot de opdrachtgever en de totstandkoming van een trailer, maar ook over het verschil tussen bioscooptrailer en televisiespot en de verschillen tussen trailers voor de Amerikaanse en de Europese markt.
Hij gaat in op de manier waarop verschillende elementen worden ingezet voor een maximaal effect en loopt door de do’s & dont’s van het vak.Uiteraard wordt de masterclass omlijst met de meest toepasselijke voorbeelden uit de catalogus van Editpool.

Dinsdag 15 april: Masterclass: The Science of Hollywood
Tijdens de masterclass The Science of Hollywood: Gravity and Beyond laat dr. Kevin Grazier aan de hand van onder meer zijn werk voor Gravity zien hoe wetenschappers science fiction geloofwaardig maken.

doctor_who_vs_darth_vader

En deze wil ik in het bijzonder aanraden omdat ik samen met mijn Schokkend Nieuws-collega Hedwig in de jury zit. Dinsdag 15 april: Quiz: de Grote Geek-Q Test
Op dinsdag 15 april, om 17.00 uur in Zaal 2 van EYE heb jij de kans te laten zien hoe hoog jouw Geek-Q is. In een quiz van zes rondes kunnen jij en je teamgenoten jullie kennis van science fiction, geeky films, series en comics, games en wetenschap etaleren. De winnaars mogen zich de Grootste Geeks van Nederland noemen.
Stand-up comedian en verwoed action figure-verzamelaar Thijs van Domburg is je quizmaster. De jury bestaat uit stripnerd en journalist Michael Minneboo en filmgeek en natuurkundige Hedwig van Driel.

Tot slot: op SchokkendNieuws.nl wordt iedere dag verslag gedaan van het festival.

Stripliefde: Duistere steden, de Eiland-reeks, Brussels in Shorts

Friday, November 22nd, 2013

Iedere vrijdag delen striplezers hun stripliefde en vertellen over hun favoriete strip.

Ludwig leest een deel uit de Eilanden-reeks.

Ludwig leest een deel uit de Eilanden-reeks.

Wat is je naam, je leeftijd en je wat doe je voor werk?
Ludwig Volbeda, (1990) tekenaar.

Welke stripmakers zijn je favoriet en lees je nu nog steeds?
François Schuiten en Benoît Peeters, de Duistere Steden-reeks. Getekend met griezelige perfectie. De reeks laat zich lezen als een prentenboekstrip, een reisverslag van een andere wereld. In deze andere wereld leeft bijna iedereen in steden en deze steden zijn gevuld met schitterende architectuur en technologie. Ik vind het iets heel bijzonders, dat je met typmachines, broeikassen en gietijzer een collage maakt en dat die collage levensvatbaar blijkt te zijn.

Nog een favoriet, wat fragmentarischer, is de Eiland-reeks van Tobias Schalken en Stefan van Dinther. Het zijn korte verhalen dus ik kan geen synopsis geven. In deze reeks lijkt het net alsof strip een onbekend terrein is, dat je met alle mogelijke middelen kan verkennen.

Het ware verhaal van de onbekende soldaat van Tardi. Een strip met een ontzettend intuïtief verhaal, het stroomt maar door en door. Een decadent decor, plotselinge ontploffingen, bizarre personages, vogels. De pagina’s onstonden improviserend en alles krijgt daardoor de structuur van een droom. Blijkbaar is dat parallelle en dromerige iets dat me aanspreekt in strips.

Verder valt me nog iets op aan mijn lievelingsstrips en dat is hoe tekenaars hun personages laten acteren. In het verzamelalbum Brussels in shorts, zit een mooie strip van Frederik van den Stock. Zijn hoofdpersoon, een jongen op kamers, is zo geloofwaardig schutterig. Het zijn net potloodfoto’s, de manier waarop de jongen zijn mond afveegt na een slok bier, in de disco aan zijn elleboog staat te plukken en een meisje niet verstaat. De houdingen zijn heel erg goed getroffen.

Nog zo’n treffende strip, ook echt een lievelings, is De smaak van chloor van Bastien Vivès. Een jongen, een meisje en een zwembad. De tekeningen zijn simpel, de lijnen meanderen een beetje, de kleuren zijn helder, ik kan zien wat er gebeurt en toch snap ik het niet. Ik krijg het verhaal niet rond in mijn hoofd. Een frustrerende aanrader.

Wanneer kwam je er voor het eerst mee in aanraking? En wat deed dat met je?
Ik las altijd veel strips maar er zaten niet echt strips tussen die ik echt verschrikkelijk mooi vond. Toen ik tien was ging het gezin op vakantie. Mijn moeder kocht ook altijd een dik stripboek voor onderweg. Maar ik ben autoziek en mijn zus niet. Zij las dus dat boek, ik leun zo een beetje over het midden van de auto en ik kijk half mee. Het was zo’n Suske en Wiske familiestripboek, een verzamelalbum met Biebel, etc. En een strip die bijzonder opviel, Sarah en Robin, van Dupré. Eigenlijk was die eerste indruk intens, dat je weet dat je iets gevonden hebt dat je graag wilt lezen en dat je nog moet wachten. Volgens mij heb ik het uiteindelijk bij een benzinestation gelezen.

Het verhaal heet Zes weken. De strip gaat over Sarah en haar onzichtbare vriend Robin. Robin verdwijnt steeds en blijkt te verblijven in een schitterende tuin die door een andere jongen is verzonnen. Ik vond het verhaal geweldig en de tekeningen heel erg mooi. Ik vind het raar hoe werkelijk de indruk van een fictief verhaal kan zijn. De herinneringen aan het verhaal zijn minstens zo werkelijk als herinneringen aan de basisschool. Na die strip ben ik meer selectief strips gaan lezen, zoeken naar dingen die ik echt mooi vond.

DeDuistereSteden_SchuitenEnPeeters

In de rubriek Stripliefde vertellen striplezers over hun favoriete strip of strips. Op deze manier bouwen we langzaam een interessante leeslijst op. Ook meedoen? Check hier hoe je dat doet. Ik kijk uit naar je inzending. Oh ja: mocht iemand anders al je favoriete strip genoemd hebben, stuur dan even goed je inzending in, want jouw reden om de strip goed te vinden kan heel anders zijn. Bovendien is je eerste kennismaking en wat dat met je deed waarschijnlijk anders dan die van andere lezers

Stripliefde: Jacques Tardi, Nero, Kobe de Koe, Tezuka, Hergé

Friday, September 6th, 2013

Iedere dinsdag en vrijdag delen striplezers hun stripliefde en vertellen over hun favoriete strip. Dit keer een eningzins afwijkende aflevering boordevol met leesttips.

Micheline met een filmaffiche: 'een illustratie van Tardi of course'.

Micheline met een filmaffiche: ‘een illustratie van Tardi of course’.

Wat is je naam, je leeftijd en je wat doe je voor werk?
Micheline uit Vlaanderen, 66 jaar, gepensioneerd medisch secretaresse.

Welke strip(s) is/zijn je favoriet en lees je nu nog steeds?
Goh, favoriete strips … een moeilijke keuze. Er is zoveel dat mij kan boeien.
Als 7-jarige kwam ik voor het eerst in aanraking met strips via Andy en Bessy (Vandersteen). Mijn oma knipte de stroken uit de krant La Libre Belgique, kleefde die op A4-tjes en bond die dan samen tot een album. Vond ik fijn om te bekijken, ik las die niet, want ‘t was in ‘t Frans, en deze mooie taal beheerste ik toen nog niet.

In mijn heel jonge jeugd (eind jaren ’50-begin ’60) was een oom van mij werkzaam bij drukkerij Het Volk, waar de Nero-albums werd gedrukt. De drukproeven kregen wij, mijn neef en nicht en ikzelf, dus van heel jong al te lezen. Van de oude Nero’s ben ik nog steeds wild. De humor, het feit dat de verhalen vaak verwijzen naar Gent, mijn geboortestad, en de politiek van die tijd konden ons zeer bekoren en ook de vele woordspelingen. Dat laatste als we al wat ouder waren, natuurlijk. Erg moeilijk om hier een favoriet uit te puren.

Sinds 1968 ongeveer verlegde mijn interesse zich naar Suske & Wiske. De daaropvolgende jaren alle albums gekocht en gelezen die op de markt kwamen. Tot de verhalen mij te prekerig werden en de moraal van het verhaal er naar mijn gevoelen te dik oplag. Niet meer subtiel genoeg. Bij een verhuis erfde mijn oudste zoon die anderhalve meter albums. Ondertussen is mijn kleinzoon van 9 ook verslingerd geraakt aan de avonturen van Sus & Wis.

Uiteraard heb ik ook alle Kuifjes in mijn bezit, en meermaals herlezen in de loop der jaren. Hergé is een grootmeester, zonder twijfel, maar toch kan ik uit het beperkt aantal albums geen echte favoriet aanduiden.

Begin jaren ’80 maakte ik via Wordt Vervolgd kennis met tal van grootheden uit de stripwereld: Tardi, Pratt, Loustal, Bilal, Schuiten … Van die tijd dateert mijn onvoorwaardelijke Tardifilie, die begon met de antiheldin Adèle Blancsec. Nadien abonneerde ik mij op A Suivre (in mijn ogen het beste striptijdschrift ooit) tot het jammer genoeg ter ziele ging. En sindsdien is het niet meer gestopt. Ook van die tijd dateert de ontdekking van Taniguchi en Johan De Moor met de fantastische avonturen van Pi La Vache (Kobe de Koe, de ganse reeks). Zo geestig.

Van generatiegenoot Tardi heb ik werkelijk alles, althans alle albums die in de loop der jaren van hem zijn verschenen, in ‘t Frans én in ‘t Nederlands, een enkele keer in ‘t Duits of in ‘t Engels. Ge zijt fan, of ge zijt het niet hé. Omdat de vertaling naar het Nederlands niet altijd synchroon loopt met het verschijnen van een nieuw album, koop en lees ik die altijd eerst in ‘t Frans. Voorwaar geen sinecure! De Larousse frans/nederlands komt hier goed van pas. Bij Tardi hou ik vooral van zijn tekenstijl in prachtig en contrastvol zwart-wit. En nog het meest van al hou ik van de sociaalbewogen ondertoon die in al zijn verhalen is terug te vinden (De Verloedering bvb.,‘t ligt er heerlijk dik op).

Om mij toch aan een concreet doch aartsmoeilijk lijstje van favoriete albums te wagen (de volgorde is niet van belang).
– TARDI – Loopgravenoorlog (prachtig getekend, beklijvend onderwerp. Als geen ander verbeeldt
hij hier de gruwel van de (elke) oorlog). Herlees ik elk jaar wel eens, rond 11 november.
– TARDI – Ici Même
-TARDI – Burma: Sluiers over de Pont de Tolbiac
– TARDI – De Stem van het Volk (4 delen). Onlangs nog herlezen, topreeksje! – STASSEN – de kinderen (over ons koloniaal verleden en de impact ervan op kinderen)
– COMES – Eva (heb in de psychiatrie gewerkt waardoor de thema’s die hij aankaart mij bijzonder
boeien, hier schizofrenie)
– COMES – Silence (De Dorpsgek van Schoonvergeten) – zie hierboven
– TANIGUCHI – Quartier Lointain (omwille van de poëtische evocatie van het dagelijks leven en de
complexiteit van relaties). Is ondertussen ook verfilmd
– TANIGUCHI – l’Orme du Caucase (idem vorige)
– TEZUKA – Boeddha
– PRADO Miguelanxo – Ardalèn (toch een recent album in mijn lijstje – prachtige evocatie van hoe
herinneringen met iemand aan de loop gaan)
– LOUSTAL – Besame Mucho (de misdaad- en muziekwereld met een flinke scheut melancholie,
boeiend!)
– BARU – l’Autoroute du soleil (twee jongeren en een roadtrip, niet mijn wereld maar toch,
fantastisch album)
– DAVID B. – l’ascension du haut mal (of hoe het leven met een epileptische broer zijn impact heeft
op een gezin, heel herkenbaar en schitterend vorm gegeven)
– RABATE Pascal – Ibicus
– GÖTTING Jean-Claude – La malle Sanderson (niet erg bekende auteur. Een strip die zich situeert in de wereld van de magie)
– GUIBERT / LEFEVRE / LEMERCIER – De fotograaf (3 delen) (ook weer een oorlogsstrip,
blijkbaar een favoriet genre van mij)
– SATRAPI Marjane – Persepolis (komt in alle lijstjes terug, denk ik, om evidente redenen want een
schitterend coming-of-age verhaal op een historische achtergrond)
– SETH – Het leven is een geschenk maar je krijgt het niet cado (de titel alleen al zegt genoeg)
– SFAR – Kleine vampier (3 albums over een schattig vampiertje en zijn pogingen tot integratie in de grote mensenwereld, allemaal even ontroerend)
– SFAR – Le petit prince (uit jeugdsentiment, eveneens zeer mooi en menselijk verhaal)
– TIRABOSCO Tom – Kongo (recent en nog niet vertaald verhaal over ons koloniaal verleden)
– SLEEN – Nero- Het rattenkasteel – De hoed van Geerard de Duivel – De kille man Jaro
– VANDERSTEEN Willy – Suske & Wiske – De zwarte madam – De spokenjagers – De Tuf-Tuf club – …
– DE MOOR Johan – La vache: Le silence des animaux (erg geestig, zoals de ganse reeks trouwens)

Dit lijstje zou ik nog oneindig veel langer kunnen maken. Laat ik het maar hierbij houden. Ik vergeet nog tal van auteurs die ongetwijfeld een plaatsje verdienen in mijn lijstje. Je zult merken dat hier weinig reeksen aan bod komen. Doe ik eigenlijk niet zo aan, met hier en daar een uitzondering. En ja hoor, ik herlees regelmatig wel één en ander.

Ongeveer een vierde van mijn stripbibliotheek is in ‘t Frans. Naast Tardifiel ben ik namelijk ook nog francofiel. En tot slot, voor wat het waard is: op Catawiki.nl is mijn hele zeer diverse verzameling terug te vinden en te consulteren (user: michkepee).

Tardi: Loopgravenoorlog

Tardi: Loopgravenoorlog

In de rubriek Stripliefde vertellen striplezers over hun favoriete strip of strips. Op deze manier bouwen we langzaam een interessante leeslijst op. Ook meedoen? Check hier hoe je dat doet. Ik kijk uit naar je inzending. Oh ja: mocht iemand anders al je favoriete strip genoemd hebben, stuur dan even goed je inzending in, want jouw reden om de strip goed te vinden kan heel anders zijn. Bovendien is je eerste kennismaking en wat dat met je deed waarschijnlijk anders dan die van andere lezers.

Stripliefde: Rork

Tuesday, September 3rd, 2013

Iedere dinsdag en vrijdag delen striplezers hun stripliefde en vertellen over hun favoriete strip.

Daan leest Rork.

Daan leest Rork.

Wat is je naam, je leeftijd en je wat doe je voor werk?
Daan Landwehr Johan, 36. Ik ben amateur striptekenaar en web-ontwikkelaar, op het moment werkzaam in de video on demand branche en geef een paar keer per jaar cursus striptekenen op de buitenschoolse opvang.

Welke strip(s) is/zijn je favoriet en lees je nu nog steeds?
Bij mijn oma lagen hele stapels oude Suske en Wiske-boeken die ik grijs heb gelezen. Thuis hadden we ook nog Kuifje, Asterix, Lucky Luke, Sjors en Sjimmie en nog een hele hoop andere strips. De Suskes en Wiskes liggen deels achter in mijn auto voor de kinderen om te lezen. Zelf lees ik ze niet meer zoveel, de magie is er een beetje af.

En van Nul tot Nu, die lagen steevast bij mijn bed. Niet dat ik veel heb onthouden van de vaderlandse geschiedenis, mijn oudste dochter heeft die nu naast haar bed en leest ze met grote regelmaat van voor naar achter.

Andreas is een tekenaar waar ik nooit genoeg van krijg, zijn serie Rork is wel mijn favoriet. die ik nog wel eens lees/doorblader en ook de enige serie in huis die ik op deel 0 na nagenoeg compleet heb. Die staat op de lijst voor de eerstvolgende stripbeurs die ik ga bezoeken. Vorig jaar heb ik de twee delen van Maus op de kop getikt, die lees ik ook nog wel eens af en toe.

Waarom is dit je favoriete strip? Wat vind je er zo goed aan?
Andreas weet een wereld te creëren die het midden houdt tussen dromen en werkelijkheid. Zowel in zijn stijl van tekenen als in de verhalen. De verhalen gaan vaak over eenlingen: Rork is een oude tovenaar die meer van de wereld en alle dimensies weet dan menigeen. Dat alleen zijn is een thema wat mij wel aanspreekt. Ook dat er meer is tussen hemel en aarde zonder er direct een god bij te halen.
De tekenstijl is afwijkend van de meeste strips die ik tot dan toe had gelezen, dat is iets wat mij opviel en intrigeerde toen ik de strip voor het eerst las. Andreas gebruikt veel herhaling om kleine details in uitdrukkingen of bewegingen weer te geven. De strips bevatten grote platen met immense landschappen, interieurs en architectonische hoogstandjes. Ik wilde vroeger architect worden, maar alleen het vrij tekenen vond ik leuk genoeg en daar haalde ik het niet mee bij de opleiding bouwkunde.

Wanneer kwam je er voor het eerst mee in aanraking? En wat deed dat met je?
Ik kwam vaak en graag in de bibliotheek, een groot gebouw waar het heerlijk rustig was. Ik las niet veel en nam ook liever strips mee dan gewone boeken. In de bieb was een klein hoekje met strips en daar kwam ik hem tegen. Gezien de beperkte collectie hadden ze achteraf gezien best opmerkelijk veel interessante strips en ook veel werk van Andreas. Andere bibliotheken waar ik later kwam hadden niet het aanbod wat ze bij ons in het dorp hadden.

Delen van Rork stonden in het stripblad Kuifje die mijn moeder van haar werk meenam als daar weer een nieuwe leesmap binnenkwam.

Het raakte me, ik was erg op mezelf en kon heerlijk wegdromen in de beelden die Andreas op papier had gezet, de karakters die hij ten tonele bracht, de fantasie die hij in zijn verhalen stopte en verweefde met de werkelijke wereld. Het inspireerde me, een mooie mix tussen de werelden die mij destijds boeiden, architectuur en strips. Zijn tijd en studiegenoot François Schuiten zit wat dat betreft in dezelfde hoek en is er een die ik zeker ook nog wel wil gaan lezen/bekijken.

rork

In de rubriek Stripliefde vertellen striplezers over hun favoriete strip of strips. Op deze manier bouwen we langzaam een interessante leeslijst op. Ook meedoen? Check hier hoe je dat doet. Ik kijk uit naar je inzending. Oh ja: mocht iemand anders al je favoriete strip genoemd hebben, stuur dan even goed je inzending in, want jouw reden om de strip goed te vinden kan heel anders zijn. Bovendien is je eerste kennismaking en wat dat met je deed waarschijnlijk anders dan die van andere lezers.

 

François Schuiten: ‘Voor een verfilming van De duistere steden ben ik op mijn hoede’

Wednesday, April 17th, 2013

Dinsdagmiddag schoof de Belgische stripmaker François Schuiten aan bij Phil van Tongeren en Barend De Voogd van het Imagine Filmfestival. Van Tongeren interviewde Schuiten over zijn werk als production designer en conceptual artist van films als Taxandria, The Golden Compass, Mr. Nobody en Mars et Avril.

francois-schuitenDe Voogd verzorgde de vertaling: Schuiten wenste zich alleen in het Frans uit te drukken, wat ik dan weer erg typisch vindt voor een Waalse Belg.

Schuiten is zoon van een architectenechtpaar. Niet zo gek dus dat architectuur een belangrijke rol speelt in zijn wek. Dat was goed terug te zien in zijn ontwerpen voor films, maar in het bijzonder ook in zijn strips. Schuiten is overigens niet alleen actief als striptekenaar. Hij ontwierp metrostations in Brussel en Parijs. Ook ontwierp hij voor de Wereldtentoonstelling van 2000 in Hannover het Belgische Pavillon des Utopies.

Het is jaren geleden sinds ik een album van de reeks Les Cités Obscures oftewel De Duistere Steden heb opengeslagen, de surrealistische reeks die Schuiten met auteur Benoît Peeters maakt. Ik kreeg tijdens het interview meteen zin om daar weer in te duiken. Ik hou van het verfijnde tekenwerk van Schuiten; het was dan ook een groot plezier dat een selectie daarvan te zien was op het grote scherm achter de heren.

Hieronder een drietal fragmenten uit het interview dat ik ongemonteerd op YouTube heb gezet. ‘Van alles wat ik doe vind ik striptekenen eigenlijk het moeilijkste. Als het mislukt kan ik niemand anders de schuld geven,’ zegt Schuiten. In dit fragment vertelt hij over zijn stripwerk en over zijn medewerking aan de softerotische film Gwedoline van Just Jaeckin.


Ziet Schuiten een verfilming van de reeks De duistere steden wel zitten? Hier geeft Schuiten antwoord op deze vraag:

Schuiten vertelt over zijn werk als production desginer:

Striptips: François Schuiten, Betuwse stripbeurs en Typex

Wednesday, April 3rd, 2013

Even wat stripnieuwtjes op een rij, dan ben je weer op de hoogte.

Dit weekend vindt in Tiel voor het eerst de Betuwse stripbeurs plaats met nationale en internationale auteurs. Het bevalt me op dat we op de poster niet de geijkte stripfiguren zien, maar een internationale cast. Verder lijkt het mij een beurs van bescheiden omvang, maar misschien daarom wel extra gezellig. Check hier voor meer informatie.

betuwsestripbeurs

Het Imagine Amsterdam Fantastic Film Festival staat voor de deur en dat is natuurlijk altijd leuk nieuws voor de liefhebber van de genrefilm, maar ook steeds vaker voor de stripliefhebber. Vorig jaar gaf storyboardtekenaar Jim Cornish een masterclass, recenseerde Thijs van Domburg de superheldenfilm en gaf ik een lezing over Spider-Man. Dit jaar komt niemand minder dan François Schuiten een masterclass geven en vertellen over de films waaraan hij als production designer heeft meegewerkt. Meer info over Schuiten vind je hier. De masterclass is gratis toegankelijk, maar je moet wel even van te voren een kaartje halen.

Typex viert zijn feestje in Paradiso
Naar aanleiding van Rembrandt van stripmaker Typex (volgende week een groot interview met hem in de VPRO Gids van mijn hand) wordt er op 14 april een feestje gegeven in Paradiso.

paradiso_typex

Game Over-special
Eppo #7, die vanaf donderdag in de winkels ligt en bij abonnees al op de koffietafel, staat bijna helemaal in het teken van de strip Game Over. In deze grappige strip probeert een kleine barbaar in een game het spel tot een goede einde te brengen, maar moet iedere aflevering het onderspit delven. En dan is het ‘game over’. De bekende strips uit Eppo geven hun eigen versie van dit concept. Zelfs Haas doet er aan mee. Ger Apeldoorn reisde af naar het Waalse Lasne in de buurt van Waterloo om achter de schermen te kijken met stripmakers Midam, de bedenker van Game Over en Adam, de tekenaar van de strip.

50 jaar Spider-Man in Stripgids 30

Thursday, June 21st, 2012

Dat Spider-Man dit jaar Abraham ziet zal de vaste lezers van dit blog niet zijn ontgaan. Om de verjaardag van Peter Parker te vieren, mocht ik voor Stripgids een essay schrijven over mijn favoriete webhoofd. Hoe hebben de schrijvers en redacteuren van Marvel Spidey al die jaren relevant en bij de tijd gehouden? En waar ging het faliekant mis? Daar gaat mijn stuk over.

Maar het dertigste nummer van Stripgids bevat nog meer moois. Zoals uitgebreide interviews zijn er met onder meer Cyril Pedrosa (auteur van het bekroonde Portugal) en François Schuiten. Stripgids sprak ook met Matt Madden (auteur van Stijloefeningen) en laat Sam De Graeve aan het woord over strips en televisie. De cover is van Joost Swarte die dit jaar ook de Marten Toonderprijs in zijn handen krijgt gedrukt.

Cover door Joost Swarte.

Stripgids 30 luidt ook de start in van de nieuwe strip van Luc Cromheecke en Sti: Het Godvrrgeten Eiland. Stripwerk is er verder van Charlotte Dumortier, die in 2011 debuteerde met Murphy’s miserable space adventures. Meer nieuw bloed werd uitgenodigd aan ‘De tekentafel’: daar tonen Criva en Verhast hun work-in-progress voor het tweede deel van Jorikus Magnus.

In opdracht van het provinciaal bibliotheekcentrum Vrieselhof maakt Strip Turnhout het tweemaandelijkse gratis stripmagazine Stripgids, dat je vijf keer per jaar (tweemaandelijks, de zomermaanden uitgezonderd) verschijnt.

Nog geen abonnement? Dat is gelukkig snel te regelen. Het blad is in principe gratis verkrijgbaar op verschillende plekken in België, alleen striplezers in de Lage Landen betalen een klein bedrag aan verzendkosten. Zie hier voor meer informatie.

(Overigens is de site van Strip Turnhout een prima plek om het laatste stripnieuws mee te pakken.)