Posts Tagged ‘Willy Vandersteen’

Zoeken naar het juiste SUSKE EN WISKE album | 380

Friday, May 22nd, 2020

Op dit moment lees ik Suske en Wiske: De Bokkerijders omdat ik op zoek ben naar het juiste beeldmateriaal voor mijn rubiek Onder de loep die ik voor Eppo Stripblad schrijf.

Misschien wordt het De Bokkerijders, misschien De Texasrakkers… Of toch een ander Suske en Wiske-album? Laten we eerlijk zijn, er zijn er genoeg om uit te kiezen. Maar het liefste kies ik iets van Willy Vandersteen zelf, want Suske & Wiske bestaan in 2020 75 jaar.

Elsje wint Willy Vandersteenprijs 2016

Wednesday, November 9th, 2016

Eric Hercules en Gerben Valkema winnen de Willy Vandersteen prijs 2016. Deze prestigieuze prijs wordt toegekend voor het stripalbum Elsje maakt geschiedenis.

Via deze weg feliciteer ik Hercules en Valkema van harte! Twee heel aardige mannen die al jaren een heel erg leuke strip maken. Goede grappen en heel tof getekend.

elsje-willy-vandersteenprijsDe Willy Vandersteenprijs gaat traditioneel naar het beste Nederlandstalige stripalbum van het voorbije jaar. Alle in Vlaanderen en Nederland verschenen, oorspronkelijke Nederlandstalige albums komen in aanmerking.

De winnaar krijgt een tekening van de vorige laureaten scenarist Marc Legendre en tekenaar Charel Cambré en een geldsom van 5.000 euro van de Belgische auteursvereniging Sabam.

De prijs werd ingesteld door het Vlaams-Nederlandse huis deBuren te Brussel, Stripdagen Haarlem en Strip Turnhout, en is de belangrijkste striponderscheiding in het Nederlandse taalgebied.

Uit het verslag van de jury:

Elsje is een typisch voorbeeld van de klassieke familiestrip: toegankelijk, grappig, fris en helder getekend. De reeks Elsje toont aan dat de familiestrip allerminst met uitsterven is bedreigd.
Tekenaar Gerben Valkema vindt aansluiting bij de Franco-Belgische stijl. Goede verhoudingen, een arsenaal aan gezichtsuitdrukking, de vlotte fysiek doet zelfs denken aan grootmeester Franquin.
De scenario’s van Eric Hercules zijn bijzonder grappig, spontaan en verfrissend. Hij maakte van Elsje een knuffelbaar en ook prikkelbaar meisje waarvan je wel moet houden.’

De samenwerking tussen tekenaar Gerben Valkema en schrijver Eric Hercules begon meer dan 15 jaar geleden bij Studio Jan Kruis voor de strip Jan, Jans en de Kinderen en leidde in 2006 tot het stripfiguur Elsje. Elsje wordt als dagstrip gepubliceerd in de dagbladen van De Persgroep, de HollandMedia-Combinatie en de NDCgroep. Ook verschijnt Elsje tweewekelijks in het stripblad Eppo. Elsje ontving in 2012 al de Stripschappenning voor beste jeugdalbum.

elsje-maakt-geschiedenisVan Elsje liggen er 16 albums in de winkel, uitgegeven door Don Lawrence Collection. Elsje is vertaald in het Duits, Frans, Noors, Gronings, Deens, Brabants, Engels en Zweeds.

De jury bestond dit jaar uit (niet-stemgerechtigd) voorzitter Helena Vandersteen, bibliotheekmeedewerker Lieve Scheers, de tekenaars Steven de Rie en Luc Morjaeu, stripwinkel-uitbaatster Ineke Horst en Stripgidsmedewerker Roel Daenen. Net als de vorige keer was ik nu ook gevraagd om zitting te nemen in de jury maar door het werken aan mijn boek Mijn vriend Spider-Man ontbeerde ik dit jaar de tijd om zitting te nemen en alle uitgaven goed bij te houden.

In-the-Pines-coverVolgens de jury lagen er in de finale stemronde vier titels ter tafel, en de jury houdt eraan ook de drie andere albums te vermelden: De man van nu van Hanco Kolk en Kim Duchateau, In the Pines van Eric Kriek en De tuin van Daubigny van Luc Cromheecke en Bruno De Roover. De scenaristen en tekenaars van elk van deze albums hebben met overtuiging en succes hun eigen grenzen verlegd. Deze albums tonen aan dat het genre ‘graphic novel’ springlevend is en dat lezers nog mooie dingen mogen verwachten. Aldus de jury.

Allemaal interessante titels die ook zeker de prijs hadden kunnen winnen, wat mij betreft. Al gun ik het Gerben en Eric natuurlijk ook van harte.

Vorig jaar bezocht ik Gerben Valkema in zijn atlelier:

Marc Sleen overleden (1922-2016)

Monday, November 7th, 2016

Droevig nieuws voor de fans van Nero en het werk van Marc Sleen, want de Belgische stripmeester is zondag 6 november overleden. Hij werd 93 jaar.

marc-sleen-en-neroHieronder het bericht dat vandaag door Stichting Marc Sleen en Standaard Uitgeverij is verspreid:

Het is met enorme droefheid dat wij het overlijden van Marc Sleen, alias Marcel Neels, hebben vernomen. Marc Sleen is gisteren, 6 november bij hem thuis in Hoeilaart overleden. In december zou hij 94 worden. Met het heengaan van Marc verliest België een groot stripauteur.

Marc Sleen werd als Marcel Honoree Nestor Neels geboren in Gentbrugge op 30 december 1922. Hij kwam uit een gegoede familie, maar kende een bewogen jeugd. Marc volgde een tekenopleiding aan het Sint-Lucasinstituut in Gent. In 1944 kwam hij in dienst bij de krant De Standaard als politieke karikaturist. Na een tijdje begon hij te experimenteren met het stripverhaal. Zijn eerste strip was de stopcomic De avonturen van Neus. Maar Sleens bekendste creatie is vanzelfsprekend De avonturen van Nero en co. Toen Sleen in 1947 met de reeks startte in De Nieuwe Gids, heette het hoofdpersonage Van Zwam. Nero kwam al voor in het eerste verhaal, ‘Het geheim van Matsuoka’, maar had maar een kleine rol. Na acht verhalen nam Nero de fakkel over van Van Zwam en sindsdien produceerde Sleen al meer dan 200 Nero-verhalen. Het 200ste verhaal ‘De blauwe broertjes’ verscheen op 5 mei 1999. Sleen staat erom bekend dat hij in Nero een enorme hoeveelheid originele personages heeft gecreëerd. De hoofdpersonages getuigen van Sleens buitengewone fantasie en mensenkennis.

De personages uit de strip Nero van Marc Sleen.

De personages uit de strip Nero van Marc Sleen.

In 1997 werd Marc Sleen door koning Albert II tot Ridder benoemd. In 2002, besloot Marc Sleen, nu hij tachtig was een punt te zetten achter de reeks. Het laatste album was Zilveren Tranen. Officieel wenste Marc Sleen niet dat iemand anders de reeks zou verderzetten. In totaal zijn er 217 albums van Nero verschenen. In datzelfde jaar ontving hij uit handen van het Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde de StripVos, een prijs voor personen of instellingen die met hun activiteiten van grote betekenis zijn of zijn geweest voor de Vlaamse stripwereld. In 2005 werd Marc Sleen genomineerd als een van de 111 kansmakers op de titel De Grootste Belg in de Vlaamse versie van de wedstrijd. Hij eindigde op nummer 48.

cover-nero-zilveren-tranenDe Stichting en Standaard Uitgeverij betuigen hun oprechte medeleven aan zijn lieve vrouw Catharina, aan zijn familie en naasten. Zoals Marc Sleen zelf het uitdrukkelijk wenste, brengt Standaard Uitgeverij een speciaal hommage album uit, Zilveren Tranen, dat naast de strip uit 2003 heel wat persoonlijke getuigenissen en illustraties bevat, door Marc en zijn onmiddellijke entourage zelf samengesteld.

Jeroen Overstijns, CEO WPG Uitgevers België: ‘Met het overlijden van Marc Sleen is een fundament onder de Vlaamse strip weggeslagen. Hij maakte niet zomaar Nero, niet zomaar De Lustige Kapoentjes. Samen met Willy Vandersteen heeft Marc iets gecreëerd dat onze Vlaamse cultuur richting gegeven heeft. Hij heeft een stempel gedrukt op onze kunst maar meer nog op onze fantasie en op onze humor. Natuurlijk leeft zijn erfenis verder in zijn vele opvolgers. Zij erven van hem de onmiskenbare moppentrommel, het talent om personages te creëren die we zelf willen zijn, en het vermogen om verhalen te vertellen die ons overal naartoe leiden, als ze maar eindigen met wafelenbak. Standaard Uitgeverij en WPG Uitgevers eren de man wiens erfenis we, kapoentjes zijnde, voor altijd zullen koesteren en verder uitdragen.’

Minneboo leest: België gestript

Friday, December 4th, 2015

België gestript van Geert De Weyer geeft op thematische wijze een grondig overzicht van het Belgische beeldverhaal.

Als stripjournalist en stripliefhebber word ik altijd blij van naslagwerken over het beeldverhaal. Door het lezen van een boekwerk ben je een stuk wijzer over strips uit een bepaalde periode, land of genre. Zie het als een gedegen spoedcursus. Tenminste, als het boek goed is geschreven en de informatie klopt natuurlijk.

Geert de Weyer

Geert de Weyer

Recent verscheen België gestript van stripjournalist Geert De Weyer. Een collega van mij dus, die ik tot op heden nog niet heb ontmoet, maar wiens werk ik wel ken. Hier op de plank staan zijn 100 stripklassiekers die niet in je boekenkast mogen ontbreken en Loslopend wild: De nieuwe generatie Vlaamse stripauteurs. Loslopend wild is een boek met interviews met belangrijke Vlaamse stripmakers die toen onder de nieuwe garde werden geschaard, zoals Kim, Brecht Evens, Ilah, Serge Baeken en Judith Vanistendael. Loslopend wild geeft een goede indruk van het werk, denk- en werkwijze van bovengenoemde makers.

En nu is er dus België gestript. Op het moment van schrijven ben ik dat boek nog aan het lezen (dit stuk staat immers gepubliceerd in de rubriek Minneboo leest), maar ik wil je er toch alvast op attenderen omdat dit het perfecte boek is om een stripliefhebber als jezelf of iemand anders cadeau te doen voor de feestdagen. Bovendien weet ik nog niet of we er in de VPRO Gids ruimte voor gaan hebben.

Rare jongens die Fransen
belgie gestript coverDe Weyer behandelt de rijke geschiedenis van het Belgische beeldverhaal en dat doet hij met thematische hoofdstukken. De Weyer begint met een overzichtshoofdstuk waarin hij een kleine geschiedenis van de Belgische strip behandelt. Daarna is er aandacht voor het stripblad Spirou/Robbedoes en vervolgens de geboorte van Kuifje. Andere thema’s die aan de orde komen zijn de verbeelding van minderheden in de strip, de rol van de vrouw in de strip en de rol die de Franse censuur heeft gehad op de Belgische strips. Want die laatste was aanzienlijk. Niet alleen komen er door de Fransen lange tijd nagenoeg geen vrouwen in de strips voor, als ze er wel zijn hebben ze een onbeduidende rol en zijn ze in ieder geval niet sexy afgebeeld. Borsten waren al helemaal uit den boze, maar ook een vrouwelijke enkel of een knie kwamen al niet door de censuur. De Fransen probeerden hun eigen stripmarkt te beschermen dus legden zijn allerlei eisen op aan de Belgische strips onder het mom van bescherming van de tere kinderziel. Nu moeten we volgens De Weyer daar de Fransen niet helemaal de schuld van geven, want veel Vlaamse stripmakers hadden ook een streng katholieke, dus conservatieve inborst. Gelukkig is het uiteindelijk sinds eind jaren zestig nog goed gekomen met de vrouwen in de strip en kennen we tegenwoordig boeiende stripheldinnen.

Mag dat wel?
Een ander thema dat mijn aandacht meteen trok zijn de vele stripparodieën die in de loop der jaren zijn verschenen. Niet al dat spul is even onschuldig. Vooral in de jaren tachtig was er wildgroei aan seksparodieën zoals Suske en Wiske: De Glunderende gluurder van een groepje tekenaars bestaande uit Aloys Oosterwijk, Ben Jansen, René Meulenbroek en Hanco Kolk. De Weyer behandelt niet alleen de verschillende soorten parodieën en hommages die er zijn, maar ook hoe de gerechtelijke macht telkens verschillend oordeelt over wat nu wel en niet mag.

De personages uit de strip Nero van Marc Sleen.

De personages uit de strip Nero van Marc Sleen. Een van de bekendste Vlaamse strips.

Overigens merkt De Weyer in zijn inleiding terecht op dat de Waalse strip doorgaans op meer aandacht kon rekenen dan de Vlaamse: ‘Van dit boek verschijnt ook een Franse editie. Dat is nieuw. Er zijn al naslagwerken over de Belgische strip geschreven, maar zelden of nooit gingen die over de vaderlandse strip. Ze gingen vooral over het Franstalige gedeelte van ons landje. Voor een stuk begrijpelijk, want op enkele grote uitzonderingen als Vandersteen, Marvano, Griffo, Vance en Morris na, zijn slechts een tiental Vlaamse stripauteurs er echt in geslaagd internationaal door te breken. De rest, zo leer u al snel in dit boek, stak het hoofd diep in de Vlaamse klei. En dat had zo zijn gevolgen. De Franstalige en Vlaamse strip ontwikkelden zich los van elkaar.’ België is dus eigenlijk een land met twee stripculturen en hoe die zich precies tot elkaar verhouden en hoe we die culturen moeten zien, valt goed te lezen in België stript.

België gestript is levendig geschreven en staat vol met pakkende illustraties en citaten. Het boek is ook prachtig vormgegeven. Alleen de coverillustratie van Stedho is al een lust voor het oog. De uitsnede in de vorm van België vormt een slimme visuele grap. Wie de cover dicht heeft, wordt door enkele bekende stripfiguren vastberaden aangekeken. Wie daarna het achterste schutblad bekijkt, ziet dat uit het gat enkele stripschurken als Krimson en Gargamel kruipen.

belgie-gestript-stedho

Het enige puntje van kritiek dat ik op dit moment heb is dat biografieën van de belangrijkste stripmakers ontbreken. Daarmee had het boek een mooie afsluiter gehad. Aan de andere kant zijn er zoveel Belgische stripmakers die zo’n tekstje verdienen dat het boek dan waarschijnlijk een kwart dikker was geworden. En met z’n 350 bladzijden is België stript al behoorlijk zwaarlijvig.

Geert De Weyer. België gestript
Dragonetti, € 49,95
352 pagina’s
ISBN: 9789462102026

Video: Inkter Suske & Wiske gaat met pensioen

Tuesday, February 17th, 2015

Eric De Rop werkt al jaren voor Studio Vandersteen. In de periode dat Paul Geerts hoofdtekenaar van de reeks was, van 1972 tot en met 2002,  inkt De Rop de tekeningen van Suske & Wiske al.

Maar ook daarvoor was hij al werkzaam aan strips die in de studio gemaakt werden, onder Vandersteen zelf. Na 250 albums gaat hij binnenkort met pensioen.

Een kort interview met ATV.be:

25 jaar Belgisch Stripmuseum: Waken over striperfgoed

Monday, November 17th, 2014

Het Belgisch Stripmuseum bestaat 25 jaar. Het succesvolle museum waakt over het striperfgoed van België, maar heeft hiervoor eigenlijk te weinig middelen.

Willem De Graeve. Foto: Daniel Fouss

Willem De Graeve. Foto: Daniel Fouss

‘Zoals Obelix in de ketel met toverdrank viel, ben ik als kind in de ketel van het stripverhaal gevallen. Zoals veel Belgen zat ik als kleuter al met mijn neus in de stripcollectie van mijn ouders, dat waren vooral albums van Suske & Wiske. Toen ik eindelijk had leren lezen waren zij erg opgelucht, want ik vroeg altijd wat er in de tekstballonnetjes stond,’ vertelt Willem De Graeve, codirecteur en hoofd communicatie van het Belgisch stripmuseum in de Brasserie van het instituut. Begin oktober zit hij er kwiek bij op de ochtend na de door internationale pers bezochte persconferentie en het grote feest van de 25ste verjaardag van het Stripmuseum.

Wie het art nouveau-gebouw binnenstapt, krijgt ook het gevoel in de ketel van het beeldverhaal te vallen. In de centrale hal begroeten beelden van Asterix, Robbedoes en andere stripfiguren de bezoekers. Naast de marmeren trap staat de bekende raket uit Kuifje en aan de andere kant een Deux Cheveaux met daarop de Marsupilami van Franquin op de motorkap getekend. Vanaf de eerste verdieping kan men uiteenlopende tentoonstellingen met originele pagina’s en tekeningen bekijken. Het museum gaat met zijn tijd mee, want sinds kort is het deels virtueel via Google Street View te bezichtigen.

Foto: Daniel Fouss.

Foto: Daniel Fouss.

Bij de oprichting in 1989 kreeg het museum een tweeledige taak: allereerst het promoten van het stripverhaal in de breedste zin des woords. Bij deze missie hoort ook het bewaren en conserveren van het striperfgoed. ‘We willen laten zien dat stripverhalen bij de cultuur horen en dat België daar een belangrijke rol in speelt. We hebben ons doel bereikt als een familie die weinig opheeft met de strip, na een bezoek naar buiten gaat met het idee dat het toch knap is wat er gemaakt wordt en besluit eens een album open te slaan.’ Ten tweede moet het gebouw, het enige overgebleven textielwarenhuis ontworpen door architect Victor Horta, in ere gehouden worden. De taken van het museum zijn hetzelfde gebleven, maar de stripwereld is in een kwart eeuw wel veranderd. Vroeger kwamen er 500 albums per jaar uit, nu 5000. De Graeve: ‘Toen waren de Franse strips vooral een voortzetting van wat er vroeger gebeurde, Nederlandstalige strips waren voornamelijk familiestrips. Tegenwoordig is de strip als film, alle genres en stijlen zijn vertegenwoordigd.’

Stripmuren
Met per jaar vier tijdelijke en vijf vaste tentoonstellingen, plus zeven exposities rondom een nieuw album, trok het museum in 2013 zo’n 200.000 bezoekers. Hiervan komt 80% uit het buitenland, uit Nederland komt slechts 3,8%. ‘Ik denk niet dat de Nederlanders gebrek aan stripliefde hebben, want Suske & Wiske zijn populairder in Nederland dan hier en jullie hebben grote stripauteurs. Veel Nederlanders denken bij Brussel aan het Europees parlement, dat het een saaie kantoorstad is waar alleen Frans wordt gesproken.’ In Brussel leefden en werkten de grote spelers van het Franco-Belgische beeldverhaal. De stad toont deze stripgeschiedenis met onder meer het Stripmuseum, het Marc Sleen Museum, vijftig stripmuren en beelden van personages in het straatbeeld.

De nieuwste stripmuur in Brussel is van Robbedoes.

De nieuwste stripmuur in Brussel is van Robbedoes.

Het museum probeert de twee typen bezoekers, toeristen en stripkenners, zo goed mogelijk te bedienen. De nieuwe permanente expositie De kunst van het stripverhaal geeft middels originele pagina’s, schetsen en fragmenten uit scenario’s een mooi overzicht van iedere fase van het maakproces. Dat verhaal zal voor de kenners geen nieuws zijn, maar die kunnen weer genieten van een originele tekening van Willy Vandersteen of van jong talent Kristof Spaey. Videobeelden van stripmakers aan het werk verlevendigen de expositie die een goed voorbeeld is van hoe je striperfgoed voor het publiek toegankelijk kunt maken.

Striperfgoed bedreigd
Waar in Turnhout het Vlaams documentatiecentrum van de strip fungeert als studiecentrum met een grote collectie secundaire literatuur, is in België het Stripmuseum de belangrijkste speler wat het bewaren en conserven van striperfgoed betreft. Het museum bewaart zo’n 8.000 platen en illustraties, scenario’s en verwante zaken. De conservatieruimtes worden op een constante temperatuur gehouden, zijn beveiligd en slechts voor enkelen toegankelijk. De meeste stukken zijn in bruikleen. ‘Voor ons is al het materiaal waardevol, maar we zijn genoodzaakt aan de auteurs of erfgenamen een selectie te vragen. De auteur laten we zelf kiezen want die kent zijn eigen werk het beste. Het voordeel van bruikleen is dat een auteur na vijf jaar een nieuwe reeks of striproman heeft, en het oudere werk voor nieuw materiaal kan ruilen. Zo hebben we altijd topstukken.’

Het museum wil van iedere grote auteur een representatieve selectie hebben zodat deze voor de volgende generaties bewaard blijft, maar het bewaren van het erfgoed wordt door verschillende factoren bemoeilijkt. Door gebrek aan financiële middelen zette de organisatie de werving van nieuwe stukken op een laag pitje. Jammer, want veel belangrijke stripauteurs zijn op dit moment oud of net overleden. Dus nu is het moment om te verzamelen. Het museum haalt zijn inkomsten vooral binnen via kaartverkoop en speciale evenementen. De overheid is goed voor slechts acht procent: ‘Bij ons in België is alles gesplitst in Vlaams en Franstalig. Als we ervoor zouden kiezen om alleen Vlaamse strips te tonen, dan zouden we van de Vlaamse regering veel geld kunnen krijgen. Maar omdat wij Franstalige, Vlaamse en buitenlandse strips willen tonen, is dat lastig, want nu zou de Franstalige regering kunnen zeggen: “Als we jullie geld geven, gaan jullie daar ook de Vlaamse strip mee promoten. Dat kan toch niet!”

Inmiddels is door alle tekeningen de klimaatkluis bijna vol. Ook moeten er nieuwe lokalen gehuurd worden om de groeiende stripcollectie en verwante boeken in op te slaan. Daarvoor ontbreekt ook het geld. Alle stukken die tijdelijk worden tentoongesteld, worden in gescand. Daar heeft het kleine team de handen al aan vol.

Belasting

Foto: Daniel Fouss

Foto: Daniel Fouss

Recent kreeg het museum het gehele oeuvre van strippionier George van Raemdonck (28 augustus 1888 – 28 januari 1966) in bruikleen van de nabestaanden. Van Raemdonck was de tekenaar van de klassieke en destijds populaire strip De wereldreis van Bulletje en Bonestaak. Met 8.000 stuks verdubbelt dit oeuvre de totale collectie van het museum, dat deze grote hoeveelheid nu eigenlijk niet aankan.
Daarnaast is de markt een bedreiging voor het striperfgoed: tegenwoordig kunnen originelen veel geld waard zijn. Stripmakers verkopen ze aan particuliere verzamelaars en galeries, vaak om dalende omzetcijfers te compenseren. Het werk raakt daardoor verspreid. Dit bemoeilijkt het maken van overzichtstentoonstellingen.

De belastingdienst is een andere potentiële bedreiging van het striperfgoed want die ziet in het waardevolle oeuvre van overleden stripmakers een mooie inkomstenbron middels erfrecht. Om te voorkomen dat zijn nabestaande een hoge belasting moeten betalen, besloot de bekende stripmaker François Schuiten er recent voor om zijn oeuvre te schenken aan onder andere de Koning Boudewijnstichting en de Bibliothèque Nationale de France. Hij passeerde het Stripmuseum. Een stap die De Graeve ook verbaast: ‘Dat was een vreemde beslissing, want de Koning Boudewijnstichting heeft geen kennis op het vlak van conservatie. Ik hoop dus voor Schuiten dat zijn originele platen niet ergens in een kartonnen doos staan opgeslagen.’ Aan het informatietijdschrift Stripgids vertelde Schuiten dat het Stripmuseum niet de middelen heeft om haar ambities van een nationaal centrum waar te maken: ‘Je hoeft maar binnen te stappen om te weten wat ik bedoel: het gebouw is stilaan aan het afbrokkelen, de collectie wordt niet uitgebreid en is al die tijd hetzelfde gebleven, en dan spreek ik me nog niet uit over de kwaliteit van hetgeen je er ziet!’

De Greave beantwoordt deze kritiek: ‘Schuiten was erg betrokken bij de stichting van het Stripmuseum en zijn beeld ervan is gebaseerd op de beginjaren. Er waren veel minder bezoekers, financiële problemen en kennis van het conserveren ontbrak. We hebben geprobeerd hem de huidige situatie duidelijk te maken, maar hij bleef erbij dat hij geen vertrouwen in ons had.’

Enorm archief

Minneboo in gesprek met Hec Leemans (rechts). Foto copyright Daniel Fouss.

Minneboo in gesprek met Hec Leemans (rechts). Foto copyright Daniel Fouss.

Hec Leemans (1950), stripmaker van onder andere de reeks Bakelandt en FC de Kampioenen en aanwezig tijdens de persconferentie, maakt zich niet zo druk over erfrechten: ‘Wat is de waarde van een archief of van een originele pagina? Als je een keer een plaat verkoopt voor 5000 euro dan is dat prima, maar als de belastingdienst op basis daarvan de waarde van je archief gaat bepalen, klopt dat niet.’ Samen met zijn vrouw houdt hij zijn aanzienlijke archief bij. ‘Ik heb gelukkig een groot atelier, met grote kasten waar ik dat allemaal kwijt kan. Het is niet uitgesloten dat ik dat over een aantal jaar een deel van afsta aan het Stripmuseum.’

Zijn jongere collega Pieter de Poortere (1976) is naar eigen zeggen nogal slordig wat zijn originelen betreft: ‘Ik bewaar alles in grote dozen. Af en toe moet ik daar dan een tekening uit zien terug te vinden en dan gooi ik het materiaal eruit. Die tekeningen zijn dus opgerold of gekreukt. Overigens verkoop ik originele platen niet graag, want voor de volledigheid wil ik alles zelf houden.’ Die volledigheid wordt bedreigd door het feit dat De Poortere veel digitaal werkt. Die bestanden blijken vaak maar tijdelijk houdbaar.

Het auditorium van het Stripmuseum werd recent vernoemd naar de stripmaker en ingericht als woonkamer van zijn personage Boerke dat dit jaar 15 jaar is geworden. ‘Een hele eer. Ik vrees dat ik stilaan striperfgoed aan het worden ben,’ zegt hij met een glimlach.

Pieter De Poortere in zijn auditorium. Foto: Daniel Fouss.

Pieter De Poortere in zijn auditorium. Foto: Daniel Fouss.

Akkoord
Op de vraag of dat striperfgoed over honderd jaar nog bestaat is De Graeve licht positief gestemd. Het Stripmuseum is klaar om deze taak uit te voeren, mits er geld komt. ‘Dat kan de overheid zijn of een mecenas. De nieuwe Vlaamse minister van Cultuur bezocht ons recent en die viel bijna achterover van de beperkte middelen waarmee wij ons werk doen. Wij hopen op het cultureel akkoord tussen het Vlaamse en Franstalige gemeenschap. Er zijn immers dingen die Belgisch zijn en daarvoor moet er samengewerkt worden. Het Stripmuseum is daar eigenlijk de perfecte illustratie van, want wij tonen beide.’

www.stripmuseum.be
Zandstraat 20, Brussel
Alle dagen geopend (behalve op maandag) van 10 tot 18 uur.

Dit artikel is geschreven voor en gepubliceerd in VPRO Gids #46 (2014). De making of kun je hier lezen.

Minneboo leest: Vlaamse reuzen

Sunday, October 19th, 2014

Bij Vlaamse reuzen denk je misschien aan konijnen met grote oren, maar het is ook de titel van een fantastisch boek vol met interviews met Vlaamse stripmakers. Vlaamse reuzen bundelt alle Stripgids interviews van 1974 tot en met 2001, afgenomen door Jan Smet en Toon Horsten.

VlaamseReuzen_coverHet dikke boek van ruim 400 pagina’s staat vol met interessante gesprekken met Jef Nys, Karel Verschuere, Willy Vandersteen, Karel Biddeloo, Buth, Daniël Jansens, Ercola, Marc Sleen, Kamagurka, Pom, Jean-Pol, Merho, Hec Leemans, Berck, Erika Raven & Ferry, Erik Meynen en Marvano. Ook zitten er gastoptredens in van Jacques Tardi en Dick Matena, allebei geen Vlaamse stripmakers, maar wel meesters in het vak. Matena woonde ten tijde van het interview in België.

Vlaamse reuzen is voor stripliefhebbers een must read.

Strippioniers
Wat mij betreft is Stripgids nog steeds het beste stripinformatietijdschrift van de Benelux. Het magazine bestaat alweer veertig jaar. In 1974 begon Jan Smet samen met de Nederlandse uitgever Cees Coenders met Stripgids. Smet is een archivaris die zijn hele professionele leven doorbracht in de kelders van het Turnhoutse stadsarchief. Jarenlang trok hij met opnameapparatuur door België om stripmakers te interviewen. Het vak van journalist leerde hij als het ware onderweg, gewoon door het uit te voeren. Soms moest hij flink volharden om een bepaalde stripmaker te spreken te krijgen.  Pom, iemand die eigenlijk nooit interviews gaf, zegde na lang zeuren eindelijk toe. Het is boeiend om te lezen dat Pom met veel moeite en volharding zijn strips maakte. Na publicatie begon de stripmaker een rechtzaak tegen Smet, die de interviewer gelukkig won.

Vanaf 1997 begon de jonge journalist Toon Horsten te werken voor Stripgids en interviewde geregeld stripmakers tot het blad in 2001 ophield te verschijnen. Toen in 2006 de tweede reeks Stripgidsen begon, was Horsten hoofdredacteur.

Ik heb een enorme bewondering voor pioniers als Smet, mensen die uit passie iets beginnen en een heel blad weten op te richten omdat ze vinden dat strips onder de aandacht moeten worden gebracht. In alle bescheidenheid herken ik mezelf een beetje in dat soort mensen, en ik hoop dat mijn site een zelfde doel dient als Stripgids.

Ondanks het feit dat Stripgids dus 40 jaar bestaat, lopen de interviews dus maar tot 2001. Ik denk dat het boek anders te dik geworden zou zijn. Nu hebben we na het lezen van deze pil tenminste nog een boek om naar uit te kijken.

Jan Smet en Toon Horsten. Vlaamse reuzen – De complete Stripgids-interviews 1974-2001
Uitgeverij Vrijdag.

Striprecensie: Suske de rat

Wednesday, November 14th, 2012

Suske de rat speelt zich af tijdens de Eerste Wereldoorlog en is dus een period piece. We zien het Amsterdam uit vervlogen tijden, waaronder het Vondelpark, de Dam en het oude Kerksplein, weergegeven in de eenvoudig aandoende stijl van Luc Morjeau.

Het Oudekerksplein te Amsterdam in Suske en Wiske. Onder zoals het plein er nu uit ziet. Persoonlijk vind ik de versie van Morjeau romantischer, want de nieuwbouw op het plein kan mij niet echt bekoren.


In album 319 van de reeks Suske en Wiske krijgt Suske een dagboek van zijn grootoom Cois Antigoon in handen. Daarin beschrijft deze hoe hij in 1914 als jonge knaap naar een internaat in Amsterdam wordt gestuurd omdat zijn vader als soldaat in de Eerste Wereldoorlog gaat vechten. Cois sluit al snel vriendschap met Willemien en samen komen ze in opstand tegen de verschrikkelijke opvoedster Ina, die niet geheel zuiver op de graad blijkt te zijn.

Hoewel de titel duidelijk verwijst naar de trilogie rondom Ciske de Rat, doet schrijver Peter van Gucht hier eigenlijk maar weinig mee. Goed, Suske komt net als Ciske in een internaat terecht en wordt Rat genoemd, maar daar blijft het ook wel bij. De personages uit het dagboek van Cois Antigoon worden neergezet door de bekende cast van de reeks. Sidonia is Corina, de directeur van het internaat, Lambik de zwerver Johnny en sterke arm Jerom is kapitein Ankerman. Suske en Wiske zijn respectievelijk Cois en Willemien. Het blijft altijd vreemd als de bekende personages opeens een andere rol in hun schoenen geschoven krijgen. Het doet wat mij betreft wat vergezocht aan.

Morjeau grijpt visueel terug naar de vroege avonturen van Suske en Wiske. Vooral Wiske lijkt op de eerste versie zoals Vandersteen haar tekende. Gek genoeg zien Lambik en Sidonia er nog hedendaags uit. Kortom, dit album is vooral een vreemde mix van elementen, waarvan je het idee bekruipt dat een gerichtere uitwerking het geheel beter tot zijn recht had laten komen. Wat dat betreft leverde de mix Max Havelaar met het Vlaamse stripduo twee jaar geleden een beter resultaat op. Dat neemt niet weg dat Suske de rat een onderhoudend avontuur is waarin Suske en Wiske zichzelf traditiegetrouw flink in de nesten werken en in de handen komen van een stel schurken. Voor de jonge lezertjes is er dus genoeg spanning te beleven.

Michiel van de Pol wint Willy Vandersteenprijs met Terug naar Johan

Sunday, December 4th, 2011

Michiel van de Pol. Bron: Oog & Blik.

De jury van de Willy Vandersteenprijs kent de prijs voor beste Nederlandstalig beeldverhaal 2010 -2011 toe aan de Nederlandse stripauteur Michiel van de Pol (1965) voor zijn album Terug naar Johan, uitgegeven bij Oog & Blik/De Bezige Bij. Van de Pol volgt daarmee Brecht Evens op die in 2009 de eerste editie van de prijs won met zijn graphic novel Ergens waar je niet wil zijn. Op zaterdag 10 december ontvangt Van de Pol op het Gala van de Vlaamse Strip tijdens het Strip Turnhout festival, de prijs die de naam draagt van Willy Vandersteen (1913-1990).

Zoals algemeen bekend was Vandersteen de geestelijke vader van Suske en Wiske.

Michiel van de Pol debuteerde in 1996 met de gagstrip Mol in het Sjors en Sjimmie Stripblad. Naar aanleiding van de geboorte van zijn eerste zoon startte Van de Pol een dagboekstrip dat in 2000 gebundeld werd door uitgeverij De Prom (De Medicijnman). Zes jaar later won de Nederlandse stripauteur met zijn autobiografische strip Cartoondiarree de Stripstrijd van Het Parool. De strip verscheen twee jaar lang in de Nederlandse krant. Michiel van de Pols werk verscheen o.a. in NRC Next, Eisner en Zone 5300. In 2010 verscheen bij uitgeverij Oog&Blik/De Bezige Bij Terug naar Johan, waarin de stripauteur terugkijkt naar zijn vervlogen jeugdjaren.

Uit het juryrapport: “In het boek maakt Van de Pol de lezer deelgenoot van zijn jeugdvriendschap met Johan en de impact van een ontluikende puberteit op die vriendschap. De jury prijst de kwetsbare en humoristische manier waarop Van de Pol herkenbare en persoonlijke situaties neer zet. Met een schijnbaar nonchalante eenvoudige stijl creëert Michiel van de Pol meerdimensionale personages van vlees en bloed. Het werk van Michiel van de Pol is een mooie vertegenwoordiger van de sterke aanwezigheid van de autobiografische graphic novel in Vlaanderen en Nederland. Bovendien prijst de jury van de Willy Vandersteenprijs auteur Michiel van de Pol als exponent van een stripgeneratie die koppig en met veel doorzettingsvermogen hun eigen ding blijft doen in financieel vaak weinig stimulerende omstandigheden.
Bijzondere appreciatie drukt de jury daarnaast uit voor twee albums die tot in de laatste fase mee in de running waren, met name het aangrijpende Van Istanbul naar Bagdad van auteurs Hanco Kolk en Arnon Grunberg en de heerlijk onderkoelde gagstrip Sigmund van Peter de Wit‘.

De Willy Vandersteenprijs werd in het leven geroepen door Vlaams-Nederlands huis deBuren in Brussel, Stripdagen Haarlem en Strip Turnhout en bekroont het beste oorspronkelijk Nederlandstalige album van de voorbije twee jaar. Er is een geldprijs van 5.000 euro aan verbonden en de laureaat krijgt een tentoonstelling over het winnende album die zowel in Vlaanderen als Nederland te zien zal zijn.

De Vlaams-Nederlandse jury voor de prijs bestond deze editie voor de tweede opeenvolgende en laatste keer uit Leen Vandersteen (niet-stemgerechtigd juryvoorzitter), Ineke Horst (uitbaatster stripwinkel Sjors Dordrecht), Noël Slangen (communicatiespecialist, stripliefhebber), Jan Smet (stichter Bronzen Adhemar, Stripgids en stripfestival Turnhout), Frank Van Leemput (advocaat, stripliefhebber) en Hein Van Putten (art director De Volkskrant, stripliefhebber).

Terug naar Johan
Persoonlijk kan ik me prima vinden in het oordeel van de jury. Ik vind Terug naar Johan een interessant en aansprekend boek, het beste wat Van de Pol tot nu toe heeft gemaakt.

 

Suske en Wiske op avontuur met Max Havelaar

Monday, October 4th, 2010

In het nieuwste album reizen Suske en Wiske met de teletijdmachine naar koloniaal Nederlands-Indië waar ze schrijver Eduard Douwes Dekker (Multatuli) helpen met het redden van het manuscript van Max Havelaar.

Suske en Wiske en de Halve Havelaar is maandagmiddag gepresenteerd bij de Bijzondere Collecties van de UvA. In het 310ste album reist het bekende stripduo af naar Nederlands-Indië om foto’s te maken voor een spreekbeurt over koffie. Al snel helpen ze schrijver Eduard Douwes Dekker met het redden van het manuscript van Max Havelaar. Snoodaards willen de publicatie van het boek tegenhouden omdat Dekker daarin de onderdrukking en uitbuiting van de inheemse bevolking aan de kaak stelt.

Het is 150 jaar geleden dat de eerste druk uitkwam van Max Havelaar of de koffijveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij. Dat vond de Vlaamse scenarist Peter van Gucht een mooie aanleiding voor een Suske en Wiske-album: ‘We zoeken vaak naar onderwerpen die de Nederlanders nauw aan het hart liggen. Suske en Wiske zijn hier namelijk populairder dan in Vlaanderen,’ vertelt Van Gucht. Eerder waren er al albums over Rembrandt en Van Gogh. ‘Max Havelaar gaat over een interessante periode, dus we hebben gekeken wat we daarmee konden doen op zijn Suskes en Wiskes. Als ik een verhaal voor de reeks maak, wil ik daar altijd iets visueel aantrekkelijks in stoppen en voormalig Nederlands-Indië is natuurlijk een erg mooi decor. Daarbij lopen er interessante figuren in het boek rond. Al hebben we die wel wat aangepast. Van Sjaalman hebben we bijvoorbeeld een slechterik gemaakt. Het verhaal is grotendeels uit de lucht gegrepen.’ Verder haalde de scenarist inspiratie uit de verfilming van Fons Rademakers uit 1976 en boeken over het onderwerp.

65 jaar Suske en Wiske
‘Ik zie het Suske en Wiske-album als een soort inleiding op Max Havelaar en Multatuli. We willen duidelijk maken wie die man was en waar het boek voor staat,’ zegt Van Gucht. ‘We hebben geprobeerd de politieke situatie uit het boek in het verhaal te verwerken, maar wel summier natuurlijk, het overgrote deel draait om het avontuur. Spanning is het belangrijkste in een Sus & Wis, humor komt op de tweede plaats. Dat blijkt altijd uit de enquêtes die we onder de lezers houden.’


Het is deze combinatie die deels verantwoordelijk is voor het feit dat Suske en Wiske dit jaar alweer 65 jaar meegaan, meent van Gucht die sinds 2005 hoofdscenarist is van het schrijversteam. Luc Morjeau is de hoofdtekenaar. ‘De verhalen moeten altijd de sfeer houden die geestelijk vader Willy Vandersteen en later ook Paul Geerts hebben neergezet. Vandersteen keek ook altijd naar wat er onder kinderen populair was op dat moment. Toen dat de film- en televisiereeks Planet of the apes was, maakte hij het album De Apekermis.’

Vandersteen liet in zijn testament bepaalde richtlijnen vastleggen voor toekomstige verhalen. Zo mogen Sidonia en Lambik nooit met elkaar trouwen. ‘Dat testament heb ik niet gelezen, maar men heeft me wel verteld dat het bestaat. Ik heb altijd de oude verhalen van Vandersteen als uitgangspunt genomen. Dan weet je wat je wel en niet kunt doen. We leven nu in een andere tijd dan Vandersteen, dus hier en daar zijn we wel eens stout. In het verhaal dat we nu maken worden Sidonia en Lambik verliefd op elkaar. Ze gaan echt kussen!’ zegt Van Gucht lachend. ‘Wie goed tussen de regels door leest ziet dat deze twee immers al jaren om elkaar heen draaien.’

Dit artikel verscheen maandag 4 oktober in Het Parool.