Categorieën
Strips

Stripliefde: Jacques Tardi, Nero, Kobe de Koe, Tezuka, Hergé

Iedere dinsdag en vrijdag delen striplezers hun stripliefde en vertellen over hun favoriete strip. Dit keer een eningzins afwijkende aflevering boordevol met leesttips.

Micheline met een filmaffiche: 'een illustratie van Tardi of course'.
Micheline met een filmaffiche: ‘een illustratie van Tardi of course’.

Wat is je naam, je leeftijd en je wat doe je voor werk?
Micheline uit Vlaanderen, 66 jaar, gepensioneerd medisch secretaresse.

Welke strip(s) is/zijn je favoriet en lees je nu nog steeds?
Goh, favoriete strips … een moeilijke keuze. Er is zoveel dat mij kan boeien.
Als 7-jarige kwam ik voor het eerst in aanraking met strips via Andy en Bessy (Vandersteen). Mijn oma knipte de stroken uit de krant La Libre Belgique, kleefde die op A4-tjes en bond die dan samen tot een album. Vond ik fijn om te bekijken, ik las die niet, want ‘t was in ‘t Frans, en deze mooie taal beheerste ik toen nog niet.

In mijn heel jonge jeugd (eind jaren ’50-begin ’60) was een oom van mij werkzaam bij drukkerij Het Volk, waar de Nero-albums werd gedrukt. De drukproeven kregen wij, mijn neef en nicht en ikzelf, dus van heel jong al te lezen. Van de oude Nero’s ben ik nog steeds wild. De humor, het feit dat de verhalen vaak verwijzen naar Gent, mijn geboortestad, en de politiek van die tijd konden ons zeer bekoren en ook de vele woordspelingen. Dat laatste als we al wat ouder waren, natuurlijk. Erg moeilijk om hier een favoriet uit te puren.

Sinds 1968 ongeveer verlegde mijn interesse zich naar Suske & Wiske. De daaropvolgende jaren alle albums gekocht en gelezen die op de markt kwamen. Tot de verhalen mij te prekerig werden en de moraal van het verhaal er naar mijn gevoelen te dik oplag. Niet meer subtiel genoeg. Bij een verhuis erfde mijn oudste zoon die anderhalve meter albums. Ondertussen is mijn kleinzoon van 9 ook verslingerd geraakt aan de avonturen van Sus & Wis.

Uiteraard heb ik ook alle Kuifjes in mijn bezit, en meermaals herlezen in de loop der jaren. Hergé is een grootmeester, zonder twijfel, maar toch kan ik uit het beperkt aantal albums geen echte favoriet aanduiden.

Begin jaren ’80 maakte ik via Wordt Vervolgd kennis met tal van grootheden uit de stripwereld: Tardi, Pratt, Loustal, Bilal, Schuiten … Van die tijd dateert mijn onvoorwaardelijke Tardifilie, die begon met de antiheldin Adèle Blancsec. Nadien abonneerde ik mij op A Suivre (in mijn ogen het beste striptijdschrift ooit) tot het jammer genoeg ter ziele ging. En sindsdien is het niet meer gestopt. Ook van die tijd dateert de ontdekking van Taniguchi en Johan De Moor met de fantastische avonturen van Pi La Vache (Kobe de Koe, de ganse reeks). Zo geestig.

Van generatiegenoot Tardi heb ik werkelijk alles, althans alle albums die in de loop der jaren van hem zijn verschenen, in ‘t Frans én in ‘t Nederlands, een enkele keer in ‘t Duits of in ‘t Engels. Ge zijt fan, of ge zijt het niet hé. Omdat de vertaling naar het Nederlands niet altijd synchroon loopt met het verschijnen van een nieuw album, koop en lees ik die altijd eerst in ‘t Frans. Voorwaar geen sinecure! De Larousse frans/nederlands komt hier goed van pas. Bij Tardi hou ik vooral van zijn tekenstijl in prachtig en contrastvol zwart-wit. En nog het meest van al hou ik van de sociaalbewogen ondertoon die in al zijn verhalen is terug te vinden (De Verloedering bvb.,‘t ligt er heerlijk dik op).

Om mij toch aan een concreet doch aartsmoeilijk lijstje van favoriete albums te wagen (de volgorde is niet van belang).
– TARDI – Loopgravenoorlog (prachtig getekend, beklijvend onderwerp. Als geen ander verbeeldt
hij hier de gruwel van de (elke) oorlog). Herlees ik elk jaar wel eens, rond 11 november.
– TARDI – Ici Même
-TARDI – Burma: Sluiers over de Pont de Tolbiac
– TARDI – De Stem van het Volk (4 delen). Onlangs nog herlezen, topreeksje! – STASSEN – de kinderen (over ons koloniaal verleden en de impact ervan op kinderen)
– COMES – Eva (heb in de psychiatrie gewerkt waardoor de thema’s die hij aankaart mij bijzonder
boeien, hier schizofrenie)
– COMES – Silence (De Dorpsgek van Schoonvergeten) – zie hierboven
– TANIGUCHI – Quartier Lointain (omwille van de poëtische evocatie van het dagelijks leven en de
complexiteit van relaties). Is ondertussen ook verfilmd
– TANIGUCHI – l’Orme du Caucase (idem vorige)
– TEZUKA – Boeddha
– PRADO Miguelanxo – Ardalèn (toch een recent album in mijn lijstje – prachtige evocatie van hoe
herinneringen met iemand aan de loop gaan)
– LOUSTAL – Besame Mucho (de misdaad- en muziekwereld met een flinke scheut melancholie,
boeiend!)
– BARU – l’Autoroute du soleil (twee jongeren en een roadtrip, niet mijn wereld maar toch,
fantastisch album)
– DAVID B. – l’ascension du haut mal (of hoe het leven met een epileptische broer zijn impact heeft
op een gezin, heel herkenbaar en schitterend vorm gegeven)
– RABATE Pascal – Ibicus
– GÖTTING Jean-Claude – La malle Sanderson (niet erg bekende auteur. Een strip die zich situeert in de wereld van de magie)
– GUIBERT / LEFEVRE / LEMERCIER – De fotograaf (3 delen) (ook weer een oorlogsstrip,
blijkbaar een favoriet genre van mij)
– SATRAPI Marjane – Persepolis (komt in alle lijstjes terug, denk ik, om evidente redenen want een
schitterend coming-of-age verhaal op een historische achtergrond)
– SETH – Het leven is een geschenk maar je krijgt het niet cado (de titel alleen al zegt genoeg)
– SFAR – Kleine vampier (3 albums over een schattig vampiertje en zijn pogingen tot integratie in de grote mensenwereld, allemaal even ontroerend)
– SFAR – Le petit prince (uit jeugdsentiment, eveneens zeer mooi en menselijk verhaal)
– TIRABOSCO Tom – Kongo (recent en nog niet vertaald verhaal over ons koloniaal verleden)
– SLEEN – Nero- Het rattenkasteel – De hoed van Geerard de Duivel – De kille man Jaro
– VANDERSTEEN Willy – Suske & Wiske – De zwarte madam – De spokenjagers – De Tuf-Tuf club – …
– DE MOOR Johan – La vache: Le silence des animaux (erg geestig, zoals de ganse reeks trouwens)

Dit lijstje zou ik nog oneindig veel langer kunnen maken. Laat ik het maar hierbij houden. Ik vergeet nog tal van auteurs die ongetwijfeld een plaatsje verdienen in mijn lijstje. Je zult merken dat hier weinig reeksen aan bod komen. Doe ik eigenlijk niet zo aan, met hier en daar een uitzondering. En ja hoor, ik herlees regelmatig wel één en ander.

Ongeveer een vierde van mijn stripbibliotheek is in ‘t Frans. Naast Tardifiel ben ik namelijk ook nog francofiel. En tot slot, voor wat het waard is: op Catawiki.nl is mijn hele zeer diverse verzameling terug te vinden en te consulteren (user: michkepee).

Tardi: Loopgravenoorlog
Tardi: Loopgravenoorlog

In de rubriek Stripliefde vertellen striplezers over hun favoriete strip of strips. Op deze manier bouwen we langzaam een interessante leeslijst op. Ook meedoen? Check hier hoe je dat doet. Ik kijk uit naar je inzending. Oh ja: mocht iemand anders al je favoriete strip genoemd hebben, stuur dan even goed je inzending in, want jouw reden om de strip goed te vinden kan heel anders zijn. Bovendien is je eerste kennismaking en wat dat met je deed waarschijnlijk anders dan die van andere lezers.

Categorieën
Strips

TV-programma Beeldverhaal: Reis door de stripwereld

In het nieuwe VPRO-televisieprogramma Beeldverhaal reist de kijker met stripmaker Jean-Marc van Tol door de stripwereld.

‘België is de bakermat van het beeldverhaal. Striptekenaars als Hergé, Franquin en Willy Vandersteen, bepaalden ooit de contouren van de strip,’ vertelt presentator Jean-Marc van Tol aan het begin van de aflevering ‘Suske en Wiske’. Samen met stripjournalist Toon Horsten loopt hij langs verschillende stripmuren in Brussel en Antwerpen waar men op een willekeurige straathoek een afbeelding van Lucky Luke, Guust Flater of Blake en Mortimer kan aantreffen. Strips zijn in België vanzelfsprekender dan in Nederland. Wellicht dat het nieuwe VPRO-televisieprogramma Beeldverhaal het Nederlands publiek meer stripminded zal maken.

Acht weken lang neemt stripmaker Jean-Marc van Tol de kijker mee op reis door de wereld van het beeldverhaal. ‘Het programma is geen Teleac-cursus, eerder een roadmovie. We willen de kijker meer te weten laten komen over strips en enthousiasmeren,’ legt eindredacteur en initiator Pieter Klok uit. De makers richten zich op volwassenen. ‘Het medium behelst meer dan alleen de Donald Duck. Er zijn natuurlijk heel veel strips voor kinderen, maar er zijn ook geweldige verhalen voor volwassenen. En soms wordt het bijna kunst, misschien is het zelfs wel kunst.’

Springplank
Gert Jan Pos, recent afgezwaaid als stripintendant van het Fonds BKVB, adviseerde en schreef de basisscenario’s waar het televisieteam op voortborduurde. Pos stelde voor per aflevering een specifiek thema te behandelen aan de hand van een strip of stripfiguur. Zo is psychiater Sigmund uit de Volkskrant de springplank om dieper te duiken in de krantenstrip en de vraag wat humor nu eigenlijk is.

Jan Kruis met Jean-Marc van Tol.

In de eerste aflevering is Jan, Jans en de kinderen, de populaire strip die sinds 1970 in de Libelle verschijnt, de aanleiding om de autobiografische strip te onderzoeken. Geestelijk vader Jan Kruis vertelt hoe hij zijn eigen gezinssituatie indertijd als inspiratiebron gebruikte voor zijn strip over de fictieve familie Tromp. Ook praat Van Tol met de jongere generatie autobiografen. Die voeren zichzelf op als stripfiguur en maken verhalen over hun dagelijks leven. Van Tol vraagt aan hen hoe eerlijk je kunt zijn als je beeldverhalen over je eigen leven maakt. Wat laten de stripmakers wel en niet zien?

Tekstballonnen
‘We pretenderen niet dat het programma volledig is en alles behandelt,’ zegt Klok. ‘We hebben onderwerpen gekozen die we gaaf vonden. Iedereen kent bijvoorbeeld Kuifje, maar lang niet iedereen weet dat dit ook het eerste moderne stripverhaal in Europa was. Dat wilden we graag vertellen. Daarom gaat er een aflevering over Kuifje en geestelijk vader Hergé.’
‘Hergé is de eerste in Europa die tekstballonnen gebruikte,’ vult Pos aan. ‘Het is bijzonder dat die er in het eerste Kuifje-album uit 1930 al in staan, terwijl Marten Toonder in 1950 de tekstballon nog afdeed als belachelijk en onnodig. Dankzij Toonder is de ontwikkeling in Nederland achtergebleven.’

Heinz.

Drie jaar geleden stapte Pieter Klok van productiehuis Human Factor stripwinkel De Noorman in Arnhem binnen om zijn verzameling Heinz-strips compleet te maken. ‘Ik keek eens rond naar alle stripboeken die daar lagen en besefte dat ik maar weinig strips kende. Welke zijn er allemaal en hoe is het in Nederland eigenlijk gesteld met de strip? Ik besloot me in de scene te verdiepen. Aangezien ik televisiemaker ben, vond ik dat daar een programma over moest komen.’

Stripmaker onder de stripmakers
De presentator moest de spil van het programma worden. Via een tip van beroepsgrappenmaker Owen Schumacher kwam Klok bij Jean-Marc van Tol terecht. Van Tol is de tekenaar en medebedenker van de populaire strip Fokke & Sukke. Daarnaast zet hij zich al jaren in om ervoor te zorgen dat het beeldverhaal meer aandacht krijgt. ‘Televisie is hét medium om een groot publiek te bereiken. Dat is goed, want heel veel mensen weten niet wat voor gave strips er in Nederland gemaakt worden,’ zegt Van Tol. ‘We zijn in de stripwereld lang bezig geweest met zeggen dat strips interessant zijn. Dat moet je niet zeggen maar laten zien, dan kan men zelf bepalen of het interessant voor ze is of niet. Ik wilde een goed programma maken waardoor de toeschouwer wellicht denkt: in plaats van een normaal boek koop ik eens zo’n gek stripboek. Wie weet spreekt het mij aan.’

Van Tols jongensachtige enthousiasme werkt aanstekelijk. In de aflevering ‘Suske en Wiske’ spreekt hij vol bewondering met Willy Linthout die met Jaren van de Olifant een persoonlijke strip maakte over de dood van zijn zoon. In de aflevering over superhelden hoort hij met verbazing aan dat Action comics #1 waar het eerste optreden van Superman in staat, tegenwoordig voor meer dan een miljoen dollar onder de hamer gaat.

Jean-Marc en de stripverzamelaar. Deze illustratie van Erik Kriek is een van de scèneovergangen van Beeldverhaal.

Veertien keer over
Een groot voordeel van Van Tol is dat hij zelf strips maakt en weet waar hij het over heeft. ‘Dat vonden veel stripmakers die we interviewden een verademing,’ zegt Klok.
Dat Van Tol geen raspresentator is, hebben de programmamakers ook gemerkt. Hij had vaak moeite met de voorgeborduurde tekstjes. Aangezien Klok per se niet op een voice-over wilde terugvallen om de boel aan elkaar te praten, improviseerde Van Tol ter plekke vaak de presentatieteksten. ‘In de België-aflevering loop ik richting de Vandersteen studio en vertel ik daar wat over. Dat hebben we geloof ik wel veertien keer overgedaan. Soms stond ik met mijn hoofd tegen een boom aan te beuken omdat ik weer Fokste en Sukste of iets dergelijks had gezegd.’

In dezelfde aflevering onderbreekt Van Tol plotseling een interview met de schrijver en tekenaar van Suske en Wiske als hij hoort dat de kleinzoon van Vandersteen in de andere kamer aan het werk is om die even te begroeten. Klok: ‘Die spontane acties werkten vaak heel goed maar daardoor zitten we in de montage soms flink te zuchten om het allemaal goed te knippen.’

Lost in translation

Haruko Kashiwagi met Jean-Marc.

Van april tot en met oktober trok Van Tol erop uit met Klok, cameraman/regisseur Martijn Tervoort en geluidsman Peter van den Berg, naar Amerika, Japan, België en Nederland om stripmakers te interviewen. De beste herinneringen houdt hij over aan Japan, waar de aflevering over manga is gedraaid. ‘Dat was net Lost in Translation,’ vertelt de stripmaker. ‘We spraken daar via een tolk: Edwin, een 25-jarige student Japans uit Nederland. Als vraagsteller ging ik heel raar Engels spreken, je denkt dat die Japanners het dan wel een klein beetje begrijpen. Maar ze begrijpen helemaal niets en jij begrijpt helemaal niets van het Japanse antwoord. Edwin was een zeer serieuze, ietwat bedeesde jongen. Bij onze eerste ontmoeting interviewde ik meteen Haruko Kashiwagi. Zij maakt erotische strips! Uiteindelijk kwam Edwin toch nog los. Op onze laatste dag hebben we een karaokebar bezocht en met zijn vijven op de nummer 1-hit van dat moment de polonaise gedaan.’

Onbereikbaar
Lang niet iedereen die op het verlanglijstje stond zit in het programma. Het lukte niet om Robert Crumb, boegbeeld van de Amerikaanse undergroundstrip, te interviewen. Ook bleef Stan Lee onbereikbaar. Schrijver Lee bedacht in de jaren zestig superhelden als Spider-Man, The Fantastic Four en de Hulk en ontketende daarmee een revolutie in het genre: hij maakte de superhelden meer menselijk. ‘Het lukte uiteindelijk niet om hem te spreken,’ vertelt Klok, ‘maar daar hebben we een mooie oplossing voor bedacht. Hij gaf een signeersessie op de Comic Con in San Diego. Je ziet Lee op de achtergrond terwijl Jean-Marc hem aanwijst: “Kijk daar is Stan Lee!” Die onbereikbaarheid maakt hem eigenlijk alleen maar groter.’

Striptelevisie
Televisie en strips: het is een lastig huwelijk. Strips dienen vaak als basismateriaal voor tekenfilmseries, maar programma’s waarin serieus over het medium gesproken wordt zijn als spelden in een hooiberg moeilijk te vinden. Een hele generatie groeide op met Wordt vervolgd van Han Peekel dat van 1983 tot 1997 op de buis was. Van Tol: ‘In het begin was Wordt vervolgd een serieus programma over strips. Ik heb echt goede interviews gezien met stripmakers. Het programma ging een beetje aan zijn eigen succes ten onder. Han Peekel had in de gaten dat die imitaties van Donald Duck het goed deden en toen kreeg je wedstrijden en dat soort dingen. Ik denk dat dit mede verantwoordelijk was voor het beeld dat strips alleen voor kinderen zijn.’

Tot nu toe was er weinig ruimte voor de strip op televisie. In de afgelopen jaren ging er soms een Avro Close-up over het beeldverhaal. Arnon Grunberg interviewde voor VPRO’s R.A.M. eens enkele bekende Amerikaanse stripmakers, waaronder legende Will Eisner. Maar daar is Van Tol niet erg over te spreken: ‘Ik vond het zo erg dat hij er zo weinig verstand van had, maar wel met zoveel pretentie vragen stelde. Met plaatsvervangende schaamte heb ik dat bekeken. Ik hoop dat uit het Beeldverhaal blijkt dat ik het werk boeiend vind en dat je dan als kijker voelt dat strips interessant zijn.’
Pos vult aan: ‘De volgende stap zou zijn dat strips ook behandeld worden in een boekenprogramma. In The New York Times wordt gewoon de nieuwe Batman besproken als graphic novel. Zo ver zijn we nog niet.’

Beeldverhaal wordt uitgezonden vanaf zaterdag 29 oktober, 23.05 uur op Ned2.

De leader van het programma:

Alle uitzendingen op een rij

29 oktober, aflevering 1: Jan, Jans en de kinderen
Centraal staat de autobiografische strip. Sommige striptekenaars gebruiken hun eigen leven als inspiratiebron, maar hoe ver gaan ze daarin en hoe eerlijk moet je zijn?
Gesprekken met onder meer Jan Kruis (Jan, Jans en de kinderen), Barbara Stok en Gerrit de Jager (De familie Doorzon).

5 november, aflevering 2: Superman
Waarom is de Amerikaanse superheldenstrip zo populair in de VS en wat maakt de superheld zo typisch Amerikaans? Aan het woord komen onder andere Chris Claremont (scenarist van X-men), David Finch (tekenaar/scenarist van Batman: The Dark Knight) en stripverzamelaar/BBC-presentator Jonathan Ross.

12 november, aflevering 3: Olivier B. Bommel
Een aflevering over de Nederlandse strip met de focus op de Bommel-strip. Wat maakt deze zou bijzonder en wat is de invloed van Marten Toonder op de Nederlandse strip? Tekenaar Dick Matena, verzamelaar Hans Matla en Pieter Steinz, chef boeken NRC, leggen het uit.

19 november, aflevering 4: Kuifje
Over welke rol de strip Kuifje heeft gespeeld bij het ontstaan van de moderne Europese strip en welke invloed geestelijk vader Hergé op het beeldverhaal heeft gehad. Jean-Marc van Tol praat onder andere met Joost Swarte (tekenaar en Kuifje-kenner) en Henk Kuijpers, tekenaar van Franka.

26 november, aflevering 5: Astroboy
Manga is de Japanse stijl van strips maken. Wat maakt deze strip zo typisch Japans en hoe komt het dat manga in Japan zo enorm populair is?
Met Japanse stripmakers Yoshihiro Tatsumi en Haruko Kashiwagi.

3 december, aflevering 6: Mr. Natural
De undergroundstrip is een alternatieve stroming die in Amerika ontstond en in Nederland navolging kreeg. Maar bestaat underground nog wel?
Van Tol in gesprek met de Amerikaanse undergroundtekenaar Jerry Moriarty, Peter Pontiac en Evert Geradts, tekenaar en oprichter van het stripblad Tante Leny presenteert.

10 december, aflevering 7: Suske & Wiske
België is een belangrijk stripland vanwege strips als Suske en Wiske, maar ook woont er een belangrijke nieuwe generatie stripmakers. Van Tol spreekt onder andere met stripjournalist Toon Horsten, veelbelovend talent Brecht Evens en Luc Morjaeu en Peter van Gucht, de tekenaar en scenarist van Suske en Wiske.

17 december, aflevering 8: Sigmund
Over krantenstrips en tekenaars die elke dag grappig moeten zijn. Maar wat is dat dan, humor? Onder meer Peter de Wit, geestelijk vader en tekenaar van Sigmund, Mark Retera van Dirkjan en Ronald Giphart praten daarover met Jean-Marc.

Hier alvast een voorproefje:

Dit artikel is in VPRO Gids #44 gepubliceerd.