Posts Tagged ‘Alan Moore’

Pareltjes uit de comickast | 557

Friday, June 11th, 2021

Ondertussen ben ik nog steeds bezig met mijn comickast opnieuw in te delen. Een leuke klus die niet heel erg opschiet, omdat ik het niet kan laten om door de comics te gaan bladeren…

Batgirls wraak

Friday, June 24th, 2016

Ja, ja – ik weet het: de belegen titel van deze blogpost klinkt als die van een slecht superheldenverhaal, maar dat is niet de bedoeling. Ik wilde eigenlijk alleen even deze illustratie van Phil Buckenhem even delen:

killing joke batgirl parodiebatgirl coverEen mooi commentaar op de gewraakte Batgirl variant cover van vorig jaar, getekend door Rafael Albuquerque en door hemzelf ingetrokken nadat de tekening nogal wat controverse veroorzaakte. (Daar schreef ik begin dit jaar ook al over.)

 

Ik moest daaraan denken toen ik van de week dit artikel van Will Brooker las over de aankomende animatieversie van The Killing Joke: de klassieke Batman-strip van Alan Moore en Brian Bolland waar ook nu nog steeds heel veel over gesproken wordt.

killing joke joker

Batman: The Killing Joke is vanaf 3 augustus op dvd. Het verhaal in het kort: Batman: The Killing Joke, gebaseerd op de gelijknamige en veelbekroonde DC graphic novel, is een reis naar de donkere psyche van The Joker – van zijn begin als weinig succesvolle komiek tot de vijandige ontmoeting met Batman die het leven van hen beiden voor altijd veranderden. The Joker komt jaren later, na zijn ontspanning uit Arkham Asylum, met een meesterlijk slecht plan om te laten zien dat slechts één slechte dag iedereen zo gestoord kan maken als hijzelf is – en hij heeft het gemunt op Commissaris Gordon. Alleen de Dark Knight kan The Joker stoppen.
killing joke batman killing joke batgirl

De stemmencast bestaat uit Mark Hamill (Star Wars) als The Joker, Kevin Conroy (Justice League, Batman: the Animated Series) als Batman, Tara Strong (Teen Titans; Batman: Arkham games) als Barbara Gordon en Ray Wise (Twin Peaks, RoboCop) als Commissaris Gordon.

Persoonlijk vind ik dat Brooker enkele goede punten heeft: het personage Batgirl had wat meer diepgang mogen hebben in The Killing Joke. Ik geloof dat er in de animatie extra scènes met haar zitten om het personage wat meer vlees op de botten te geven. Ik denk dat je met hoe de strip in 1988 uitkwam, nu niet meer weg kunt komen. Al blijft het een heel goed verkopende Batman-strip heb ik begrepen.

Nu ben ik niet tegen het afbeelden van geweld of seksueel geweld in een verhaal. Ik geloof dat we alle narigheid en schoonheid van waar de mens toe in staat is moeten laten zien. Door in verhalen te ontkennen dat verkrachting bestaat, worden er heus niet minder vrouwen verkracht. Was de wereld maar zo simpel. Dat neemt niet weg dat je dit soort zaken op een verantwoorde manier moet doen en dat je als maker rekening kunt houden met slachtoffers.

Om journalist en tekenaar Samantha LeBas te citeren: ‘I am left wondering why sexual violence against women is used as a device to glorify male characters, why it’s treated as iconic rather than horrific, and who owns the experience itself? Clearly, in this case, it’s not the victim. What does that say?’

Een opmerkelijk detail is dat Moore oorspronkelijk had geschreven dat het geweld nog explicieter in beeld gebracht moest worden. Dit is hoe de oorspronkelijke pagina van Brian Bolland eruit ziet:

killing joke ongecensureerd

(De pagina werd oorspronkelijk door Billy Hynes online gezet.)

Hoe deze scène in de animatiefilm verwerkt is, gaan we vanaf 3 augustus zien.

Meer informatie over Phil Buckenhem vind je hier.

Scott McCloud: ‘Er zijn geen regels!’

Thursday, June 18th, 2015

Stripmaker Scott McCloud is vooral bekend door zijn standaardwerken over het beeldverhaal. Nu is zijn eerste graphic novel uit: De beeldhouwer. Een gesprek.

Stripmaker Scott McCloud (Boston, 1960) brak door in de Amerikaanse stripwereld met de vrolijke superheldenstrip Zot!, maar werd vooral bekend door drie standaardwerken over het beeldverhaal. In Understanding Comics (1993) vertelt hij hoe strips werken en over de geschiedenis van het medium, in Reinventing Comics (2000) doet hij twaalf voorstellen hoe het beeldverhaal zich in het digitale tijdperk kan ontwikkelen en in Making Comics toont hij hoe je strips kunt maken (2006). Alle drie de boeken zijn in stripvorm. Ook was McCloud de vader van de 24 Hour Comic, wat uiteindelijk een wereldwijd fenomeen werd. Nu is eindelijk zijn langverwachte graphic novel De beeldhouwer uit.

Scott McCloud. Foto: Michael Minneboo

Scott McCloud. Foto: Michael Minneboo

In De beeldhouwer zit de jonge kunstenaar David Smith in zak en as: zijn carrière begon succesvol maar nu is hij vrijwel vergeten. Het lukt hem ook niet om de ideeën die hij heeft tot mooie sculpturen te maken. Dan krijgt hij van de Dood een aanbod: vanaf nu is hij in staat om alles wat hij kan bedenken met zijn blote handen te creëren. De prijs die hij hiervoor betaalt is dat hij nog maar 200 dagen te leven heeft. Omdat Smith bereid is te sterven voor zijn kunst, gaat hij dit duivelse pact met de Dood aan. Het faustiaanse plot van De beeldhouwer klinkt wellicht bekend in de oren, maar McCloud weet telkens met een nieuwe wending in de plot te komen die niet alleen verrast, maar ook niet-gezocht aanvoelt. Zijn bijna 500-pagina dikke graphic novel is prachtig geschreven en getekend en maakte op deze lezer een diepe indruk. We spreken de stripmaker in Amsterdam, een van de vele haltes tijdens zijn promotietoer. Naast hem zit zijn vrouw Ivy die tijdens het gesprek zo nu en dan op haar tablet beeldmateriaal laat zien om McClouds verhaal te ondersteunen.

sculptor_cover_620De dood is prominent aanwezig in De beeldhouwer. Ben je daar veel mee bezig?
SCOTT MCCLOUD: ‘We weten allemaal dat we een beperkt aantal dagen te leven hebben, alleen weten we niet hoeveel. Ik zou het niet erg vinden om te weten hoeveel tijd ik nog heb. Stel dat ik nog maar honderd dagen te leven heb, dan zou ik daar heel sereen in zijn. Ik zou er het beste van maken en veel tijd met mijn vrouw Ivy doorbrengen. In 2010 ben ik bijna gestorven aan een hartkwaal. Met die bijna-doodervaring kwam de dood erg dichtbij. Mijn vader stierf toen ik 22 was. Hij spendeerde de laatste drie weken van zijn leven met het praten met zijn vrouw over hun leven. Naar zijn gevoel had hij het maximale eruit gehaald en daarom keek hij tevreden en zonder spijt terug. Zo probeer ik ook mijn leven te leiden. Van mijn vader heb ik geleerd het leven op een fractale manier te zien, je weet wel, die meetkundige figuren die zijn opgebouwd uit delen die min of meer gelijkvormig zijn met het figuur zelf. Als mijn leven over tien jaar eindigt, zie ik het als compleet waarbij ieder deel het geheel reflecteert.’

Was er ooit een moment in je carrière dat je net als David in je strip ook een soortgelijke deal met de Dood gesloten zou hebben?
‘Als het zou betekenen dat ik mijn dromen en de ideeën in mijn hoofd waar kon maken, zou ik die deal op Davids leeftijd ook hebben gemaakt. Mits ik het idee had dat ik op geen andere manier zou slagen. Ik heb echter altijd het gevoel gehad dat dit me wel zou lukken, als ik maar genoeg tijd had. Als ik gefaald had en dit naar mijn gevoel kwam door redenen buiten mijzelf, ja dan zou ik die deal wel maken. In Davids geval gaat het na de afspraak met de Dood al snel de verkeerde kant op. David realiseert zich namelijk dat, nu er geen barrières tot succes meer zijn, hij nog steeds begrensd wordt door zijn eigen fantasie en zijn beperkte zelfkennis.’

Hoe zou je deal met de Dood eruitzien? Als het maken van de ultieme comic wellicht?
‘Haha! Ja, zoiets.’

Een belangrijk thema in De beeldhouwer is welke indruk we in de wereld achterlaten en hoe we herinnerd willen worden. Wilde je daarom dit boek maken?
‘Als ik nooit een groot fictieverhaal had gemaakt had iedereen naar mijn carrière gekeken en gezien dat er iets miste. Ze zouden dan een gat in mijn carrière zien waar dit boek had moeten zitten, juist omdat ik zoveel over striptheorie geschreven heb. Dat was een onbalans die ik moest corrigeren. Terwijl ik met het verhaal bezig was, begreep ik dat het weliswaar gaat over een personage dat graag herinnerd wil worden, maar dat het nog meer gaat over een personage dat doodsbang is om vergeten te worden. Dat is een verschil, want met die angst gaat David in tegen wat het is om mens te zijn, omdat we allemaal op een bepaald moment vergeten zullen worden. Zelfs als je Bach, Mozart of Shakespeare bent, zal op de een of andere manier alles wat je maakt op een gegeven moment vergeten worden. Aan het einde van het verhaal kan David dit tot op zekere hoogte accepteren, maar hij blijft er ook tegen vechten. Dat vind ik erg mooi.’

Davids dagen zijn geteld. Fragment uit 'De beeldhouwer'.

Davids dagen zijn geteld. Fragment uit ‘De beeldhouwer’.

In het nawoord schrijf je dat je voor de personages bestaande modellen hebt gebruikt. Waarom heb je daarvoor gekozen?
‘Dat heb ik dit keer voor het eerst gedaan. Een vriend van me stond model voor David en die kende weer iemand wiens lichaam model stond voor Meg, al heb ik me voor Meg grotendeels laten inspireren door mijn vrouw Ivy. Voor Davids oom Harry stond Ivy’s vader model. Hij stierf vier dagen voordat het boek uitkwam, maar heeft het wel gezien. Het uiterlijk van de andere personages heb ik wel verzonnen. Weet je, ik ben geen Craig Thompson of Jullian Tamaki. Ik bezit niet hun talent om uit mijn hoofd volledig geloofwaardige mensfiguren te bedenken. Ik vond mijn personages nooit warm en levendig genoeg. Daarom helpt het me om naar een echt mens te kijken en naar model te tekenen. Natuurlijk konden de modellen niet elf uur per dag bij mijn tekentafel staan, dus heb ik foto’s en video’s van ze gemaakt. Met strips probeer je in één plaatje het juiste moment te vangen en dat snapshot moet een heel gebaar uitbeelden. Bijvoorbeeld, in de scène dat David zijn beste vriend Ollie op straat ziet en ze elkaar omhelzen, moest ik het exacte moment in het midden van die omhelzing vinden die de hele handeling weergeeft. De beste manier om dat moment te vinden is niet een foto maken, maar video frame voor frame afspelen tot je het juiste beeld gevonden hebt. Net als de fotoreeksen van bewegingen die Eadweard Muybridge maakte aan het begin van de twintigste eeuw. Het is fascinerend om bewegingen in fases te kunnen zien, want dan valt op dat op veel foto’s een beweging niet lijkt op wat die moet voorstellen. Als je een lopende man ziet, zien verschillende momenten uit die beweging er niet uit als lopen, maar bijvoorbeeld als een man die op één been staat.’

Sculptor_02Superheldenstrips
Waarom heeft het zo lang geduurd voordat je deze strip maakte?
‘Heel lang heb ik met dit verhaal rondgelopen, al sinds ik begin twintig was, misschien nog wel langer. Toen ik 25 jaar oud was had ik het verhaal in principe wel kunnen vertellen, toch heb ik dat telkens uitgesteld. Ik vond dat er nog te veel elementen van het superheldengenre in zaten. De speciale kracht die David krijgt, lijkt op een superkracht en ik heb juist geprobeerd om op verschillende manieren van de superhelden weg te komen. Als een Amerikaanse stripfan zag ik dat genre als een onderdrukkende kracht, omdat het alomtegenwoordig is. Veel mensen in Amerika denken nog steeds dat alle strips over superhelden gaan. Dus probeerde ik in mijn werk de boodschap over te brengen dat strips veel meer kunnen zijn dan dat en dat de meeste van de beste Amerikaanse comics niet over superhelden gaan. De beeldhouwer liet me uiteindelijk niet los, want ik wist dat het een krachtige vertelling kon zijn. Uiteindelijk gaat het boek deels over het accepteren dat het superheldengenre onlosmakelijk verbonden is aan waar ik vandaan kom. Superhelden zullen waarschijnlijk altijd een deel van mijn grammatica uitmaken, net zoals je een accent kunt hebben als je praat.’

Cover Zot#1.

Cover Zot#1.

Je carrière is immers ook begonnen met een superheldenstrip. Zot! kun je zien als een vrolijke versie van de superheldenmythe.
‘Superheldencomics waren toentertijd erg grimmig en duister. Watchmen van Alan Moore en Frank Millers The Dark Knight Returns vond ik fantastische strips, maar daarna kwamen er veel imitaties uit die vooral de stijl van die strips overnamen maar niet de interessante ideeën. Ik wilde met Zot! die grimmige stijl juist niet overnemen en onderzoeken hoe superheldenverhalen en strips in het algemeen werken. Zot! was een laboratorium waarin ik de verschillende manieren kon ontdekken waarop comics een effect bij de lezer kunnen bewerkstelligen. Tijdens het maken van Zot! kreeg ik hier veel ideeën over en maakte ik veel aantekeningen. Dat werd uiteindelijk de basis voor Understanding Comics.’

Ik neem aan dat het maken van Understanding Comics je leven radicaal veranderd heeft.
Understanding Comics heeft mijn leven zeker veranderd. Het is een fun ride. Ik reis veel en kan daardoor met allerlei mensen over strips praten. Met dit boek is de conversatie over strips begonnen en zijn mensen over de mogelijkheden van strips na gaan denken, en dat is precies wat ik ermee wilde bereiken. Ik denk dat voor dit boek uitkwam, mensen dachten dat er veel regels waren waar ze zich aan dienden te houden bij het maken van strips. Het boek introduceerde het idee van strips als een blanco pagina. Ik wil dat een stripmaker vrijheid voelt, dat hij het gevoel heeft dat hij overal strips van kan maken. Een strip kan een sculptuur zijn, een glas-in-loodraam of gemaakt worden met foto’s. Ik wil dat ze weten dat ze in iedere stijl kunnen werken die ze willen, een strip kan realistisch getekend zijn of cartoonesk. Er zijn geen regels!’

Staat de Amerikaanse stripindustrie er beter of slechter voor sinds je 15 jaar geleden Reinventing Comics uitbracht?
‘Het gaat veel beter. De Amerikaanse stripindustrie is veel diverser geworden. Wat betreft de reputatie van de strip, de balans in de seksen, en de literaire en artistieke kwaliteiten zijn we erg vooruit gekomen. De graphic novel markt is veel gezonder dan voorheen. De boekwinkels hebben het wel erg moeilijk, maar dat is eigenlijk over de hele wereld zo. Daardoor zijn de verkoopcijfers niet altijd geweldig. Toch hebben we een gezonde graphic novel omzet en ook ontwikkelt de strip gericht op kinderen zich goed. Dit is erg goed voor de lange termijn. De grote uitgeverijen DC Comics en Marvel gaan op het vlak van emancipatie en gendergelijkheid vooruit, maar hebben nog een lange weg te gaan. Ondertussen nam het aantal jonge vrouwen dat strips maakt alleen maar toe in de afgelopen jaren. Meer meisjes lezen manga en strips voor alle leeftijden. Op het gebied van de representatie van verschillende etniciteit in strips hebben we nog een lange weg te gaan. Er zit een sterk Aziatisch component in de stripindustrie, maar African Americans zijn echt nog steeds in de minderheid.’

Scott McCloud spreekt de lezer toe en legt uit hoe strips werken.

Scott McCloud spreekt de lezer toe en legt uit hoe strips werken.

Infinite canvas
Na al je boeken over hoe strips werken en over welke vormen strips in de digitale wereld kunnen aannemen, is De beeldhouwer een ouderwets gedrukte graphic novel. Waarom?
‘Eigenlijk spelen er twee vragen. Waarom terug naar het vertellen van fictie verhalen en waarom dan een gedrukt boek en geen online comic? Ik had dit verhaal al decennia in mijn hoofd. Ik zag het altijd voor me als een gedrukte graphic novel, want dat was alles wat we indertijd hadden. Het idee dat een verhaal over een beeldhouwer ook een object is dat je vast kunt houden, trok mij aan. Daarbij komt dat de stripindustrie ervoor zorgt dat ik vijf jaar lang in mijn tekenstoel heb kunnen zitten om het boek te maken. Dat is niet het geval bij digitale strips: daar wordt nog niet genoeg geld mee verdiend omdat die industrie nog niet volwassen is.’

Ben je teleurgesteld in wat er tot nu toe met digitale strips en motion comics is bereikt?
‘Ik had gedacht dat we nu wel verder zouden zijn, ja. Ik heb met het medium geëxperimenteerd en anderen hebben spannende experimenten uitgevoerd. Sommigen doen dat nog steeds. Maar het gaat langzamer dan ik had gehoopt, dus heb ik er een tijdje afstand van genomen en een graphic novel gemaakt. Wat mij betreft is de digitale revolutie nog niet af. Ik ben niet tevreden over de manier waarop we digitale strips lezen. Die manier is niet zo natuurlijk en intuïtief als dat we papieren strips lezen. Een van de belangrijkste dingen als je een lang verhaal leest, is dat je oog nooit van het papier afdwaalt. Je kunt duizend gedrukte pagina’s lezen zonder dat je ziet dat je hand de bladzijde omslaat. Zo hoort het online ook te zijn, maar dat is nog niet het geval. In geen enkel online model of mobiele manier om strips te lezen, wordt, bij het navigeren naar de volgende pagina, je oog niet afgeleid om buttons in te drukken of om scrollbars te gebruiken.’

sculptor-mccloud

Vind je dat je idee van het infinite canvas, waarin het scherm een venster is en de pagina van een online comic in principe oneindig is, is aangeslagen en grootschalig wordt toegepast?
‘Er wordt wel met dit idee geëxperimenteerd. In Korea is het zelfs een standaard geworden. De meeste online strips die daar gemaakt worden zijn in de vorm van de singuliere ononderbroken leesstrook. Wat mij opvalt als ik naar dit soort scroll-comics van over de hele wereld kijk, is dat de plaatjes meestal op dezelfde afstand van elkaar zijn geplaatst. Dus de goot, de ruimte tussen de plaatjes, is altijd even breed. Waarom? Men imiteert dus weliswaar de vorm van infinite canvas comics zonder de andere hulpmiddelen die erbij horen te gebruiken. De afstand tussen de plaatjes is een zeer waardevolle verteltechniek: op die manier kun je het gevoel van tijd dat je tijdens het lezen ervaart, manipuleren. Dat bijna niemand hier nog gebruik van maakt heeft met gewoonte maken. Het kost minstens tien, twintig jaar om te realiseren wat er in potentie allemaal mogelijk is. Toen de comic werd uitgevonden, waren die boekjes niet meer dan een verzameling van eerder verschenen krantenstrips. Niemand dacht eraan om de pagina op een andere manier te gebruiken, ze zagen alleen een plek waar ze de strookjes op konden plaatsen. Hetzelfde geldt nu voor webcomics, digitale strips en motion comics: we beginnen net.’

De beeldhouwer is verschenen bij Scratch Books.
Dit interview is geschreven voor en gepubliceerd in Stripgids #42 (2015).

Spidey’s web: Heeft Spider-Man nut?

Monday, August 4th, 2014

Zou de wereld beter af zijn met superhelden als Spider-Man?

Als we schrijvers als Alan Moore mogen geloven, die de klassieker Watchmen schreef, is het antwoord waarschijnlijk nee. Moore toont in deze strip dat die superhelden toch maar een stel geperverteerde en getroebleerde personages zijn en dat wie almachtig is, een grote kans heeft om als dictator door het leven te gaan. Toch, als een vijandig buitenaards ras op het punt staat om de wereld te veroveren of verorberen, heb ik maar wat graag een team als Avengers aan onze kant staan. Iets wat de gelijknamige film van Joss Whedon uit 2012 nog maar eens duidelijk maakte.

Maar hoe zit het met superhelden als Daredevil en Spider-Man, helden die zich dikwijls bezighouden met kleine criminelen die de straten onveilig maken: drugsdealers, pooiers en overvallers? Je zou denken dat het inrekenen van dit soort misdadigers, waar de gewone burger het meeste last van heeft, van groot nut zou zijn.

Toch zit het ingewikkelder dan het lijkt.

Burgerwacht
In wezen is Spider-Man wat we noemen een ‘vigilante’, iemand die op eigen autoriteit handelt en zonder mandaat de misdaad bestrijdt. Hij overtreedt dus eigenlijk de wet om anderen te beschermen.

De slachtoffers

De slachtoffers

In het verhaal ‘The System’ van Brian Patrick Walsh en Alberto Dose wordt duidelijk wat dat voor gevolgen heeft. Twee schoften overvallen ‘s avonds een deli van een oud echtpaar. De zestigjarige man wordt door een van de overvallers met een honkbalknuppel in coma geslagen. De daders slaan op de vlucht. De overval wordt gemeld bij twee patrouillerende agenten die naar het plaats delict snellen. Daar aangekomen blijft een agent bij de slachtoffers om een ambulance te bellen, zijn collega rijdt in de richting waarin de overvallers wegrenden. Ze hoeft niet ver te rijden, want om de hoek vindt ze de twee boosdoeners opgesloten in een webnet van Spider-Man.

De muurkruiper heeft het werk voor de politie gedaan en de daders voor ze gevangen genomen. Procederen en opsluiten maar? Zo simpel is het niet helaas.

Rechercheurs Harrison en Donavan hebben de taak de verdachten te verhoren. Ze werden vijf huizenblokken van de plaats delict gevonden in het webnet, de honkbalknuppel waar de oude man mee geslagen is lag een straat verder. Op het wapen zitten alleen vingerafdrukken van het slachtoffer, de dader droeg handschoenen. Omdat de daders minstens vijf minuten in het webnet zaten voordat de agent ze vond, hadden ze genoeg tijd om met elkaar te overleggen en een verhaal te verzinnen.

Gebrek aan bewijs
spider-man-tangled-web-22De zaak wordt nog lastiger omdat er geen getuigen zijn die hen daadwerkelijk de overval heeft zien plegen. Goed, de vrouw van het slachtoffer was getuige, maar haar zicht is zo slecht dat ze in de line-up een van de rechercheurs heeft aangewezen. En aangezien Spider-Man niet in de buurt is om verslag te doen, is een bekentenis van een van de daders de enige manier om hen achter de tralies te krijgen.

Maar zo makkelijk laten Terry Dunn en Walter Bunkowski zich niet pakken. Dunn is een gehaaide rat die al veel narigheid op zijn kerfstok heeft staan. Volgens zijn strafblad begon hij met het stelen van auto’s op zijn veertiende, op zijn achttiende dealde hij drugs, op zijn drieëntwintigste werd hij veroordeeld voor zware mishandeling. ‘En vandaag promoveerde je naar het echte werk, poging tot moord in de uitvoering van een overval,’ zegt rechercheur Harrison. Dunn ontkent in alle toonaarden en beweert dat hij en zijn vriend aan het wandelen waren toen er twee kerels hun richting uitliepen, achtervolgd door Spider-Man. Dunn beweert dat het Webhoofd de verkeerde mannen heeft vastgewebt. ‘Spider-Man viel ons aan. Jullie zouden achter hem aan moeten gaan.’

De andere verdachte is een stuk zenuwachtiger dan zijn collega. En hoewel Bunkowski wat fouten maakt in zijn versie van het verhaal, hij beweert dat de echte daders van achteren kwamen aangerent terwijl Dunn zegt dat ze van voren aankwamen, ziet het er slecht uit voor het recht. Ieder moment kan Bunkowski’s advocaat ook binnenkomen en dan is het gedaan met een mogelijke bekentenis.

De Spider-Man-verdediging
Terwijl de rechercheurs Bunkowksi overhoren, overleggen hun superieuren over de zaak. ‘Ik hoop dat Spider-Man de krant leest’, moppert de Chef (police captain). Zijn collega die een dikke snor onder zijn neus draagt, valt hem bij. (Ik vermoed dat dit de commissaris is, al wordt dit nergens duidelijk gemaakt.) ‘Ik vrees dat de advocaten Spider-Man eindelijk hebben ingehaald. De “Spider-Man verdediging” is tegenwoordig populairder dan claimen dat de dader tijdelijk ontoerekeningsvatbaar was.’

spider-man-tangled-web-verhoor

De chef vertelt dat de laatste drie kruimeldieven die Spider-Man afleverde allemaal vrijuit gingen. De gepensioneerde politieagent Ed Lawrence, werd tijdens zijn werk als bankbewaker doodgeschoten. Spidey kreeg de daders te pakken, maar juist door zijn toedoen gingen de daders dus vrijuit. ‘Die freak realiseert zich niet dat wij zijn troep moeten opruimen,’ bromt de Chef.

With great power…
Walsh kaart met ‘The System’ dus een interessant gegeven aan. Peter Parker mag dan door de dood van zijn oom vinden dat hij zijn speciale kracht moet inzetten om de mensheid een handje te helpen, wat deze agenten betreft helpt hij hen van de regen in de drup en doet hij meer kwaad dan goed.

Even lijkt het erop dat de rechercheurs hun zin krijgen. Ze weten tijdens het verhoor Bunkowski zo te bespelen dat hij op het punt staat te bekennen, maar dan komt zijn advocaat binnen en die heeft zijn verhaal al klaar. Snorremans brengt in dat de verdachte bij de plaatsdelict was met het gestolen geld in zijn bezit. De advocaat werpt tegen dat hij vijf huizenblokken verder gevonden werd en erin is geluisd door de echte daders en dat zijn cliënt is aangevallen door Spider-Man. Snorremans roept dat de verdachte niet eens Spider-Man gezien heeft en dat hij beweert per ongeluk in het web terecht zijn gekomen. Dit is een belangrijk detail, want als het bestaan van Spider-Man niet bewezen kan worden, snijdt de Spider-Man verdediging geen hout.

‘Nu doe je alsof Spider-Man niet bestaat. Dat geloof je toch zelf niet? Je hebt geen vingerafdrukken, geen getuigen. Ik ken wc-papier dat sterker is dan jullie zaak,’ beweert de advocaat. Omdat de agenten de verdachten officieel niets ten laste kunnen leggen, gaan ze vrijuit. Dankzij Spider-Man.

Of toch niet? Als de twee rechercheurs met hangende hoofden het pand verlaten om te gaan ontbijten en het voornemen de volgende dag toch nog maar eens met de kippige getuige te gaan praten, krijgt de politiechef de post van gisteren en de printverse Daily Bugle onder ogen. Op de voorpagina van de krant staat een grote foto waarin Spider-Man de twee verdachten inrekent. Niet alleen dat: we zien dat Bunkowski de honkbalknuppel waar de oude man meegeslagen is vasthoudt om naar Spidey uit te halen. Al het bewijs dat de politie nodig heeft wordt in een mooie foto van Peter Parker aangeleverd.

spider-man-tangled-web-22-b

Liever The Punisher?
Nu heb ik zeer beperkte kennis van het strafrecht, maar dat schrijver Walsh iets als de ‘Spider-Man defense’ bedenkt waarmee advocaten ervoor zorgen dat hun criminele cliënten vrijuit gaan, lijkt mij een prachtige vondst. Ik kan me voorstellen dat iets dergelijks ook in onze wereld toegepast zou worden als Spider-Man echt zou bestaan. Ik hoop dat de foto van Parker in dat geval ook genoeg bewijs zou zijn om de daders uiteindelijk te kunnen veroordelen.

Anders zou je denken dat we in de echte wereld meer hebben aan iemand als The Punisher om de gewone burgers tegen misdadige klootzakken te beschermen, want die schiet ze immers gewoon overhoop. The Punisher doet niet aan papierwerk of juridisch touwtrekken.

‘The System’ uit Spider-Man’s Tangled Web Vol.1 #22 (maart 2003)
Tekst: Brian Patrick Walsh, tekeningen: Alberto Dose.

Expo Comics unmasked: Art and Anarchy in the UK

Sunday, June 8th, 2014

Dat de strip een rijk medium is waarin allerlei sociale misstanden aan de kaak gesteld worden en interessante onderwerpen worden aangesneden als seksualiteit en politiek, hoef ik de vaste lezer van mijn blog niet uit te leggen. The British Library presenteert de expo Comics Unmasked, om dit ook aan het grote publiek duidelijk te maken.

Curators Adrian Edwards, John Harris Dunning en Paul Gravett introduceren Comics Unmasked: Art and Anarchy in the UK in deze video:

Featuring such iconic names as Neil Gaiman (Sandman), Alan Moore (Watchmen, V for Vendetta), Grant Morrison (Batman: Arkham Asylum) and Posy Simmonds (Tamara Drewe), this exhibition traces the British comics tradition back through classic 1970s titles including 2000AD, Action and Misty to 19th-century illustrated reports of Jack the Ripper and even medieval manuscripts.

Comics Unmasked is the UK’s largest ever exhibition of mainstream and underground comics, showcasing works that uncompromisingly address politics, gender, violence, sexuality and altered states. It explores the full anarchic range of the medium with works that challenge categorisation, preconceptions and the status quo, alongside original scripts, preparatory sketches and final artwork that demystify the creative process.

Enter the subversive and revelatory world of comics, from the earliest pioneers to today’s digital innovators.

Klinkt goed, niet? Opvallend veel werk van Pat Mills wordt er genoemd in de inleidende tekst van de expositie. Echt gek is dat natuurlijk niet, want Mills is een van die stripmakers die zijn engagement in goede verhalen weet te verpakken.

Welk Nederlands (strip)museum neemt het stokje aan en komt ook met een dergelijke expositie? (Mag natuurlijk ook een variant zijn over Nederlandse strips).

Affiche geillustreerd door: Jamie Hewlett

Affiche geillustreerd door: Jamie Hewlett

The British Library
96 Euston Road
London
NW1 2DB

Box Office: +44 (0)1937 546546
Open 9.00 – 17.00 (Mon – Fri)

Te zien tot 19 August 2014

 

Mark Millar: ‘Kick-Ass is een liefdesbrief’

Wednesday, December 4th, 2013

Gewone stervelingen die een superheldenkostuum aantrekken, de held uithangen en er flink van langs krijgen. Dat is het simpele doch doeltreffende concept van de strip Kick-Ass, een creatie van Mark Millar en John Romita Jr. De reeks bracht twee verfilmingen voort. Kick-Ass 2 komt op 11 december uit op dvd en blu-ray. Een mooi excuus om Millar eens aan de tand te voelen.’We leven in een wereld waarin zelfs oma’s weten wie Tony Stark is.’

Mark Millar

Mark Millar

De afgelopen jaren is de ster van de Schotse stripschrijver rijzende en dat is niet zo gek. Mark Millar slaagt er altijd in om interessante high-conceptideeën te gieten in een onderhoudend verhaal vol geweld en humor.
Een voorbeeld: in Marvel 1985 ontdekt de dertienjarige Toby Goodman dat de superschurken uit de Marvel-comics in een oud, vervallen huis bij hem in de buurt zijn gaan wonen. Wanneer ze hun aanwezigheid aan de wereld bekend hebben gemaakt, beginnen ze het stadje Montgomery uit te moorden. Goodman besluit daarop naar het fictieve Marvel-universum af te reizen om hulp te gaan halen. Het verhaal speelt zich af in 1985 en het decor lijkt op een stadje dat je indertijd in Spielberg-films tegenkwam. Een nostalgisch sausje dus, over een eigentijdse benadering van het superheldengenre.

Nog een voorbeeld: In de reeks Jupiter’s Legacy die Millar samen met Frank Quitely maakt, en waarvan iedere twee maanden een nieuw deel verschijnt, rebelleert de nieuwe generatie superhelden tegen hun super-ouders. Het generatieconflict wordt uitgevochten met grof geweld en bloedvergieten.
De strips van Millar vormen dikwijls de basis voor Hollywood-producties. Naast KICK-ASS (Matthew Vaughn, 2010) zag Millar ook zijn strip Wanted (Timur Bekmambetov, 2008) verfilmd worden. The Secret Service is nu in de maak en staat gepland voor een release in maart 2015.

kick-ass_vol_1Zoals bij veel superhelden begonnen de avonturen van Kick-Ass op de pagina’s van een comic. Samen met de Amerikaanse tekenmeester John Romita Jr. creëerde Millar het populaire en ultragewelddadige verhaal over de middelbare scholier Dave Lizewski (in de films gespeeld door Aaron Taylor-Johnson) die besluit superheld te worden. Zonder noemenswaardige training gaat hij de misdaad te lijf met een groen pak, een skimasker en een setje wapenstokken. Hoewel hij harde klappen oploopt, is zijn optreden als Kick-Ass al snel zo populair dat er meer real life superheroes opduiken, waaronder Big Daddy (Nicolas Cage) en zijn dochter Hit-Girl (Chloë Grace Moretz). In tegenstelling tot degenen die vooral in hun outfit paraderen en dekens aan daklozen uitdelen, weet dit duo echt van wanten. Hit-Girl hakt zonder met haar ogen te knipperen gangsters in stukken.

In Kick-Ass 2 (regie Jeff Wadlow, lees de recensie hier) heeft Hit-Girl na de dood van Big Daddy moeten beloven nooit meer voor held te spelen. Ze probeert als normaal meisje de middelbare school te doorlopen. Ondertussen sluit Kick-Ass zich aan bij het eerste superheldenteam: Justice Forever. Het zoontje van de maffiabaas (Christopher Mintz-Plasse) zint echter op wraak – Hit-Girl en Kick-Ass zijn verantwoordelijk voor de dood van zijn vader – en hij heeft de ambitie de grootste superschurk aller tijden te worden. Hij noemt zich The Motherfucker en huurt enkele nare huurmoordenaars in, waaronder Mother Russia: een ex-KGB agente die qua moordlust niet onder doet voor The Terminator.

Hit-Girl brengt Kick-Ass wat gevechtstechnieken bij. Illustratie: John Romita Jr.

Hit-Girl brengt Kick-Ass wat gevechtstechnieken bij. Illustratie: John Romita Jr.

‘Grappig genoeg was mijn eigen leven de grootste inspiratie. Al vanaf dat ik een jaar of vier, vijf was, ben ik dol op superheldenstrips,´ vertelt Mark Millar wanneer we hem telefonisch spreken. ´Toen ik veertien was, wilde ik ook zélf een superheld zijn. Terwijl ik me eigenlijk moest focussen op de vraag welke opleiding ik wilde gaan volgen, was ik druk met het tekenen van het kostuum dat ik zou gaan dragen. Eigenlijk is Kick-Ass een alternatieve autobiografie waarin ik me probeer voor te stellen wat er gebeurd zou zijn als ik daadwerkelijk dat plan had uitgevoerd.’

Helaas heb je dat plan nooit doorgezet…
‘Hoe weet je dat zeker?’ (lacht)

Touché! Goed, voor zover we weten ben je nooit echt een superheld geworden. Je bent met het Kick-Ass-concept naar tekenaar John Romita Jr. gegaan met wie je al het Wolverine-epos Enemy of the State had gemaakt.
‘Ik ben gek op Johnny. Soms heb je een klik met iemand op het professionele en persoonlijke vlak. Als je samenwerkt met een fantastische tekenaar als John Romita Jr., dan tilt dat je werk naar een hoger niveau. Kick-Ass is een creator owned project. Dat betekent dat wij alle rechten bezitten, maar ook dat John twaalf maanden moest werken zonder dat hij wist wat daar financieel tegenover stond. Dat was voor hem een enorme gok, want John is de bestbetaalde tekenaar van Marvel. Hij krijgt een fortuin voor zijn werk en dan kom ik met het voorstel: wil je met me samenwerken voor niks, maar hopelijk verdienen we op den duur een smak geld? Gelukkig zei hij meteen ja en nam hij een jaar vrij om aan Kick-Ass te werken.’

Dat heeft zich dubbel en dwars uitbetaald.
‘Ja, hij heeft er gelukkig niet zijn huis voor hoeven verkopen. (lacht)’

In je verhalen mix je intrigerende high-conceptideeën met een flinke dosis hardcore geweld. Wat fascineert je zo aan geweld?
‘Dat heeft denk ik te maken met het feit dat ik Brits bent. We hebben een iets scherpere en hardere benadering van superhelden dan de Amerikanen. Denk bijvoorbeeld aan de strips van mensen als Alan Moore en de schrijvers die hij geïnspireerd heeft, strips die ik als kind las. Ze hebben allemaal een meer duister en gewelddadige benadering van het superheldengenre. Ik kan me een interview met Moore herinneren waarin hij zei: “Als iemand met de kracht van Superman je een klap zou geven, dan vlieg je niet door de muur, dan ontplof je.” Daardoor ging ik op een logische wijze nadenken over wat superkrachten precies zouden aanrichten bij gewone stervelingen. Als een gebouw tijdens een gevecht instort, sterven er in één klap misschien wel tweeduizend mensen. Als kind las ik dus veel comics, waarvan de makers de superhelden iets realistischer benaderen. Als schrijver borduur ik daarop voort.’

Chloë Grace Moretz schopt pas echt kont.

Chloë Grace Moretz schopt pas echt kont.

Jouw verhalen passen inderdaad in die traditie van stripverhalen die de Amerikaanse superheld demythologiseren of deconstrueren, net als Watchmen van Alan Moore en de verhalen van Grant Morrison. Komt dat dan alleen omdat jullie Brits zijn of speelt nog iets anders een rol?
‘Ik denk dat Britse schrijvers van na de jaren tachtig het heerlijk vinden om meer experimentele dingen uit te proberen. Ik ben van die school, ik ben opgegroeid met dat soort verhalen. Soms kunnen dat hommages zijn aan de klassieke comics, zoals Marvel 1985. Soms is het een complete deconstructie, zoals met de serie The Authority of Superman: Red Son. Verhalen waarin mensen buitengewone dingen kunnen vind ik heel erg intrigerend. Natuurlijk kan een verhaal over iemand die in een supermarkt of op kantoor werkt ook interessant zijn, maar ik vind die mensen meteen een stuk boeiender als ze ook in staat zijn om door muren te lopen of superadem hebben. Er zijn zoveel intrigerende dingen die je kunt doen met superkrachten, zeker op visueel vlak. Als je een Amerikaans icoon als de superheld verbindt met het leven van alledag, krijg je een oneindige hoeveelheid verhalen. En we leven tegenwoordig in een wereld waarin zelfs oma’s weten wie Tony Stark is. Tien jaar geleden was dat anders, toen was een concept als Kick-Ass nog ondenkbaar omdat mensen niet zo bekend waren met de mythologie van de superheld. Omdat iedereen nu meer belezen is op dat gebied, kunnen gasten als ik daarmee spelen.’

Dus er meer sprake van liefde voor de superheld dan dat dit soort verhalen voortkomt uit een haat-liefdeverhouding?
‘Precies! Sommige mensen vatten Kick-Ass op als een aanklacht tegen de superhelden, maar het is juist een liefdesbrief. Er zit wel wat goedgeluimde humor in het verhaal, maar ik probeer het genre of de fans die zich als superheld kleden niet belachelijk te maken. Integendeel: ik ben precies zo’n fan. Het verhaal gaat over mij en bepaalde aspecten van mijn leven. Van hoe ik als tiener was tot hoe ik nu als vader ben. De relatie tussen Big Daddy en Hit-Girl is bijvoorbeeld deels gebaseerd op hoe ik als vader ben. Kick-Ass is eigenlijk een gigantische liefdesbrief. Dat geldt denk ik voor alle andere Britse schrijvers: we kennen het genre zo goed omdat we er zo dol op zijn. En we zijn nooit gestopt met lezen. De meeste mensen lezen superheldencomics tussen hun negende en hun twaalfde jaar, maar ik ben 43 en Allen Moore is alweer zestig. Wij lezen die strips al ons hele leven!’

kickass_motherfuckerIn een interview met The New Republic maakte je een opmerking over de verkrachtingsscène in Kick-Ass 2. Daarin zeg je dat je verkrachting ziet als een verteltechniek: het dient in het verhaal als voorbeeld van de slechtheid van de bad guy. Die opmerking heeft nogal wat ophef veroorzaakt vanuit feministische hoek. Hoe kijk je daarop terug?
‘Eerlijk gezegd was dat een heel raar interview. Ik denk dat de interviewer een maximaal aantal hits op zijn site probeerde te genereren. Als je naar het citaat kijkt, zie je dat het een samenstelling is en nogal onsamenhangend. Hij heeft een half uur op me ingehamerd en daaruit iets geconstrueerd dat een controversieel verhaal opleverde toen de film uitkwam. Helaas hoort dat er bij. Wanneer je een korte periode interessant bent, zijn er altijd mensen die daar een spraakmakend verhaal uit proberen te halen. Dat gebeurde ook toen Wanted uitkwam in 2008 en bij de eerste Kick-Ass in 2010. Hetzelfde is vrienden overkomen die ook een film uitbrachten. Het is heel onaangenaam. Ik vermoed dat hetzelfde zal gebeuren als de filmadaptatie van The Secret Service uitkomt, maart 2015.’

Toch, er is een verschil in aanpak tussen de verkrachtingsscène in de strip en die in de film, Waar de scène in de strip duidelijk demonstreert wat voor een ongelooflijke klootzak The Motherfucker is, wordt er in de filmversie juist op de lach gespeeld omdat The Motherfucker hem niet omhoog kan krijgen. Een mooi voorbeeld van hoe een adaptatie de betekenis van een scène kan veranderen. Hoe kijk je als schrijver tegen zo’n verandering aan?
‘Er zullen altijd verschillen zijn tussen de strip en de film. In de eerste Kick-Ass-film was Big Daddy behoorlijk anders dan in de strip. In de strip is hij net zo’n amateur en fanboy als Kick-Ass zelf, terwijl Hit-Girl de enige professionele superheld is. Dergelijke veranderingen moet je als schrijver accepteren als een van je verhalen verfilmd wordt.’

The Motherfucker in zijn gay sm-outfit.

The Motherfucker in zijn gay sm-outfit.

Je verdient veel meer geld met de verfilming van je strips dan met het maken van de strips zelf. Hou je daar eigenlijk rekening mee? Hou je nu in het achterhoofd dat je iets schrijft dat later goed filmmateriaal zou kunnen opleveren?
‘Op dit moment staat de teller op zeven projecten, films die of al gemaakt zijn of nu in productie zijn. Tijdens het schrijven moet je niet aan de films denken. Als je het stripschrijven als film maken benadert, eindig je met een slechte comic. Wat je moet doen, is een strip maken waar jij gek op bent en waar anderen van houden. De opwinding die je daarmee veroorzaakt is hopelijk besmettelijk genoeg, zodat er iets anders van gemaakt kan worden: een game, televisieserie of een film. Ik zie de films als een ongelooflijke leuke ervaring. Ik geniet van het castingproces, de samenwerking met de regisseur en het lezen van de verschillende scriptversies. Maar mijn hoofdbaan is stripschrijver. Dat is de vervulling van mijn aspiraties. Als kind droomde ik er niet van om filmmaker te worden, ik wilde strips maken.’

Dit interview is ook op de site van Schokkend Nieuws gepubliceerd.

Stripliefde: Watchmen

Friday, November 1st, 2013

Iedere vrijdag delen striplezers hun stripliefde en vertellen over hun favoriete strip.

Jos watches The Watchmen.

Jos watches The Watchmen.

Wat is je naam, je leeftijd en je wat doe je voor werk?
Mijn naam is Jos van Waterschoot, 48 jaar en ik ben conservator populaire cultuur bij de Bijzondere Collecties van Universiteit van Amsterdam. Uit hoofde van die functie beheer ik een van de grootste stripcollecties van Nederland. Daarmaast ben ik de hoofdredacteur van stripinformatietijdschrift Stripnieuws.

Welke strip is je favoriet en lees je nu nog steeds?
Mijn favoriete strip is Watchmen. Ik kan zonder verveling het dikke boek met alle afleveringen èn de film steeds opnieuw lezen en bekijken.

Waarom is dit je favoriete strip? Wat vind je er zo goed aan?
Alan Moore is naar mijn smaak een van de meest begenadigde stripscenaristen van de laatste 25 jaar. Alles wat hij schrijft is minimaal de moeite waard, maar behoort naar mijn oordeel tot de absolute wereldtop. In geval van Watchmen is het de dubbele laag die het zo boeiend maakt. Het is feitelijk een strip over een stripgenre en hij rekent daar tamelijk genadeloos mee af. De typische Amerikaanse stripsuperhelden blijken allemaal opportunisten, egoïsten, autisten of anderszins aangetaste geesten te zijn die lange tijd hun heldenstatus konden hooghouden, maar nu worden ontmaskerd. Het zijn geen goden, maar mensen en door hun superkwaliteiten wordt hun menszijn alleen maar uitvergroot. En van de mens, zo weten we uit het werk van Moore, hebben we niet veel goeds te verwachten.

Wanneer kwam je er voor het eerst mee in aanraking? En wat deed dat met je?
Mijn goede vriend Kees Kousemaker, toenmalig eigeneaar van stripwinkel Lambiek, drukte de Amerikaanse verzamelbundel in mijn hand toen die net een tijdje uit was. Dat was in 2008. Hij zei erbij: dit is iets heel bijzonders, zoiets heb je nog nooit gelezen. Misschien hebben zijn woorden nog wel een schepje er bovenop gedaan dat ik het zo goed ben gaan vinden. Toen ik het ging lezen trof het me als een hamerslag en sindsdien heeft het me niet meer losgelaten.
watchmen1

In de rubriek Stripliefde vertellen striplezers over hun favoriete strip of strips. Op deze manier bouwen we langzaam een interessante leeslijst op. Ook meedoen? Check hier hoe je dat doet. Ik kijk uit naar je inzending. Oh ja: mocht iemand anders al je favoriete strip genoemd hebben, stuur dan even goed je inzending in, want jouw reden om de strip goed te vinden kan heel anders zijn. Bovendien is je eerste kennismaking en wat dat met je deed waarschijnlijk anders dan die van andere lezers.

Stripliefde: Guust, Van Oekel, Dirkjan en The Killing Joke

Friday, October 18th, 2013

Iedere vrijdag delen striplezers hun stripliefde en vertellen over hun favoriete strip. Dit keer een inzending van een student Comic Design. Ik hoop dat zijn medestudenten zijn voorbeeld zullen volgen.

Spakman leest Batman

Spakman leest Batman

Wat is je naam, je leeftijd en je wat doe je voor werk?
Jan-Willem Spakman, 21 jaar en ik ben striptekenaar/cartoonist.

Welke strip(s) is/zijn je favoriet en lees je nu nog steeds?
– Guust Flater.
– Sjef van Oekel.
– The Killing Joke.
– Sin City.
– Dirkjan.

Waarom zijn dit je favoriete strips? Wat vind je er zo goed aan?
Guust Flater. Fantastisch getekend en heerlijk kantoor-humor. Tijdloze humor.
Sjef van Oekel. Platen waar menig tekenaar jaloers op is. De Nederlandse steden die worden getekend léven echt. Geniaal schrijfwerk en goeie grappen.
The Killing Joke. Mooi getekend en een duistere draai aan bestaande klassiekers. De Joker was voor mij nog nooit zo echt.
Sin City. Meesterwerk van Miller. Koning van het Zwart-Wit (en nog een kleurtje).
Dirkjan. Voor mij de beste humoristisch gagstrips uit Nederlands. Simpel en effectief met een gigantisch skala aan grappen.

Wanneer kwam je er voor het eerst mee in aanraking? En wat deed dat met je?
Ik ben pas echt strips en Graphic Novels gaan lezen toen ik begon met mij opleiding Comic Design aan de kunstacademie. Daarvoor las ik ook al wel Kuifje en Asterix. De bovengenoemde strips zijn voor mij een streven. Ik bewonder ze, en ze helpen mij te zien dat ik altijd beter kan worden in wat ik doe.

still-3--dirkjan-heerst_web

Dirkjan Heerst. (animatiestill door Mooves.)

In de rubriek Stripliefde vertellen striplezers over hun favoriete strip of strips. Op deze manier bouwen we langzaam een interessante leeslijst op. Ook meedoen? Check hier hoe je dat doet. Ik kijk uit naar je inzending. Oh ja: mocht iemand anders al je favoriete strip genoemd hebben, stuur dan even goed je inzending in, want jouw reden om de strip goed te vinden kan heel anders zijn. Bovendien is je eerste kennismaking en wat dat met je deed waarschijnlijk anders dan die van andere lezers.

Stripliefde: The Filth & From Hell

Friday, September 27th, 2013

Iedere dinsdag en vrijdag delen striplezers hun stripliefde en vertellen over hun favoriete strip.

Peter doet een impressie van een personage uit From Hell.

Peter doet een impressie van een personage uit From Hell.

Wat is je naam, je leeftijd en je wat doe je voor werk?
Peter Moerenhout, 31 jaar. Hoofdredacteur van Stroke, striprecensent, schrijver, muzikant in The Red Rum Orchestra en medewerker in een nachtopvang voor daklozen.

Welke strip(s) is/zijn je favoriet en lees je nu nog steeds?
Kiezen is verliezen. Er zijn zoveel verschillende soorten strips dat het quasi onmogelijk is om 99,9999999% van alle strips te elimineren, maar kom…
Mijn absolute favorieten zijn The Filth van Grant Morisson, Chris Weston and Gary Erskine en From Hell van Alan Moore en Eddie Campbell.

Verder staan deze titels momenteel in de top van mijn leeslijst:

Revival – Tim Seeley & Mike Norton – Image
Saga – Brian K. Vaughn & Fiona Staples – Image
The Manhattan Projects – Jonathan Hickman & Nick Pitarra – Image
The Walking Dead – Robert Kirkman & Charlie Adlard – Image
Fables – Bill Willingham, Mark Buckingham & Steve Leialoha – Vertigo
Trillium – Jeff Lemire – Vertigo
Crossed – Wish You Were Here – Simon Spurrier & Fernando Melek – Avatar
Locke & Key – Joe Hill & Gabriel Rodriguez – IDW
-Nog een hele hoop meer…

Waarom is/zijn dit je favoriete strip(s)? Wat vind je er zo goed aan?
Van de symbiose tekst en tekeningen vind ik vooral de tekst belangrijk. Natuurlijk moet een strip een beetje treffelijk getekend zijn en droom ik weg bij prachtige tableaus, maar als het verhaal niet meeslepend is dan verveel ik me al gauw.
Ik lees vooral comics. Ik vermoed dat dat komt omdat de auteurs van comics, door de veel grotere verschijningsfrequentie, meer plaats hebben om de personages te ontwikkelen. Ze kunnen ook meer met clifhangers werken, wat de lust tot lezen uiteraard vergroot.
Ongeveer 264 pagina’s per jaar voor een comicreeks tegenover 46 per jaar voor een Europese strip. Tel uit de winst.
Ik heb ook de indruk dat men, bij goede comics, uitgaat van een plot of een zogenaamd ‘High concept’. Eerst wordt een meeslepend verhaal bedacht. Het genre komt pas nadien. Bij te veel Europese strips heb ik de indruk dat de makers eerst een genre kiezen en dat vervolgens invullen: ‘Wat zal ik nu eens maken? Iets met draken of Vikings?’
Ik lees graag superhelden, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar de comics voor volwassenen van uitgeverijen zoals Vertigo, Image en Dark Horse.

The Filth is een absolute favoriet omdat het verhaal gaat over realiteit en hoe we die beleven. Via zeer originele verhaallijnen en compleet van de pot gerukte ideeën wrikt Morisson je hersenpan open. Na het lezen van deze strip kijk je anders tegen de wereld aan.

From Hell is een favoriet omdat het boek je op cerebraal niveau omver blaast. Hoewel Alan Moore volhoudt dat het een werk van fictie is, is deze strip waarschijnlijk het meest geresearchte werk rond Jack The Ripper.
Moore verzamelde alle harde feiten en bewijzen rond deze seriemoordenaar en poneert niet alleen een zeer waarschijnlijke stelling rond de identiteit van de seriemoordenaar, maar slaagt er bovendien in om bijna alle andere theorieën in het verhaal te verwerken. Of toch hoe ze zijn kunnen ontstaan. Verbluffend.

Wanneer kwam je er voor het eerst mee in aanraking? En wat deed dat met je?
Zoals zoveel Belgische en Nederlandse lezers ervoer ik mijn eerste aanraking met comics dankzij een uitgave van Juniorpress. Mijn moeder bracht op een dag De Spektakulaire Spiderman #119 en een comic van De Vergelders (The Avengers) voor mij mee. Die Vergelders konden me min of meer gestolen worden, maar die Spider-Man comic, getekend door Todd McFarlane, met één van de eerste verschijningen van Venom erin deed mijn wereld op zijn grondvesten trillen. Fuck de Smurfen en Jommeke, Suske & Wiske kunnen mijn zak opblazen, Spider-Man was mijn nieuwe held…
Mijn moeder had natuurlijk nooit verwacht hoeveel schade ze aan mijn portefeuille en aan de ruimtelijke ordening in mijn huis zou aanrichten. Die twee comics ontketenden een ongeziene verzamelwoede. Al snel ging mijn zuurverdiende zakgeld of loon van weekend- en vakantiewerk naar de aankoop van alles wat Juniorpress te bieden had. Wanneer ik op een rommelmarkt rondliep en een doos vol beduimelde Juniorpress comics zag, dook ik er halsoverkop in. Het gevolg daarvan is dat ik veruit alles dat Juniorpress uitbracht rond Spider-Man en de X-Men (of liever, de X-Mannen) in de kast heb staan.

In 1996 bracht Juniorpress ook de eerste vertaalde Image-comics uit. De halfnaakte vrouwen en het overdreven geweld in deze publicaties werkten op mijn puberale hormonenhuishouding in als een lamp op een mot. Die Image-comics werden dus zonder dralen toegevoegd aan mijn snel groeiende verzameling.
Na enkele jaren begon me te dagen dat Juniorpress af en toe eens een nummer van een reeks durfde over te slaan en het niet vertaalde. De anaal gefixeerde verzamelaar in mij kon de gedachte dat ik iets zou missen absoluut niet verdragen en stapte over op de Amerikaanse trade paperbacks. Plots bleek het hek helemaal van de dam. Ik kwam in contact met een hele hoop kwalitatieve comics: The Sandman, Transmetropolitan, Preacher, Hellblazer, enzovoort.
En vanaf dan is mijn liefde voor strips en comics blijven uitdijen. Elke nieuwe uitgave, elke nieuwe reeks is opnieuw een potentiële favoriet.

The Filth.

The Filth.

In de rubriek Stripliefde vertellen striplezers over hun favoriete strip of strips. Op deze manier bouwen we langzaam een interessante leeslijst op. Ook meedoen? Check hier hoe je dat doet. Ik kijk uit naar je inzending. Oh ja: mocht iemand anders al je favoriete strip genoemd hebben, stuur dan even goed je inzending in, want jouw reden om de strip goed te vinden kan heel anders zijn. Bovendien is je eerste kennismaking en wat dat met je deed waarschijnlijk anders dan die van andere lezers.

Striptips: Week 5

Saturday, February 4th, 2012

Brecht Evens genomineerd voor de Gouden Boekenuil
De Vlaamse stripauteur Brecht Evens is met zijn graphic novel De Liefhebbers genomineerd voor de Gouden Boekenuil, een van de belangrijkste literaire prijzen in België. De winnaar van de Gouden Boekenuil wordt op 5 mei 2012 bekend gemaakt. Aan de prijs is een geldbedrag van 25.000 euro verbonden. Dat meldt Strip Turnhout deze week.

Angoulême: Spiegelman gidst in stripgeschiedenis
Met Art Spiegelman had het stripmuseum in Angoulême een gedroomde ambassadeur voor de oude strip in huis. Zijn persoonlijke keuze uit de stripgeschiedenis was de beste tentoonstelling van het festival. Aldus Knack Focus.

Zevenvoudige aftrap Before Watchmen
Prequel-verhalen uitbrengen die zich afspelen voor de klassieker Watchmen van Dave Gibbons en Alan Moore is natuurlijk een vorm van vloeken in de kerk. Toch draaien de mensen bij DC Comics daar hun hand niet voor om. Verschillende hoofdpersonages uit de reeks Watchmen krijgen elk hun prequelreeks onder de gemeenschappelijke reeksnaam Before Watchmen. Deze zomer wordt de aftrap gegeven met wekelijkse releases. Deze week gaf DC Comics de volledige auteurslijst prijs van de heren en dame die aan de zeven verschillende, eerder aangekondigde Watchmen-prequels werken. Ook de covers circuleren al veelvuldig op het internet. Deze zomer wordt de aftrap gegeven met wekelijkse releases. Stripspeciaalzaak.be geeft een overzicht.

Artbook Jorg de Vos in de maak
De redactie van Eppo laat weten dat in maart een artbook van tekenaar Jorg de Vos wordt gepresenteerd. Hierin wordt een goede indruk gegeven van het werk dat hij naast Storm maakt. Onvertelde verhalen in prachtige beelden, uitgewerkt in diverse technieken. Dit boek wordt gelijk met de dossier editie van De koffers van Raz Fadraz uitgebracht op de Stripdagen in Gorinchem.

Batgirl niet meer verlamd

Wednesday, September 21st, 2011

In het klassieke verhaal The Killing Joke schiet de Joker Barbara Gordon neer. Voor de rest van haar leven zijn haar benen verlamd en gaat ze door het leven als Oracle, niet meer als Batgirl. Tenminste, tot deze maand. Want met de reboot die het DC universum heeft ondergaan is er ook flink gesleuteld aan de geschiedenis van de superhelden.

De lezer kan gerust ademhalen: de gebeurtenissen in The Killing Joke hebben wel plaatsgevonden. DC zou wel gek zijn als ze zo’n goedverkopende strip zou negeren. Het verhaal van Alan Moore en tekenaar Brian Bolland behoort tot canon van Batmans universum. Dat neemt net weg dat Batgirl weer vrolijk rondhuppelt in Batgirl #1, een geschreven door Gail Simone met tekeningen van Ardian Syaf en Vicente Cifuentes.

Volgens dit verhaal heeft haar revalidatie drie jaar gekost. Maar het resultaat mag er zijn: Barbara Gordon is weer goed ter been. Sterker nog: Batgirl is weer als herboren, al heeft de traumatische ervaring wel littekens op haar ziel achtergelaten natuurlijk.

DC Comics is in september met 52 comicseries weer bij nummer 1 begonnen. Alle belangrijke helden beginnen dus weer bij een eerste nummer. Zo hopen ze bij DC een nieuw publiek aan te spreken. Want nieuwe lezers kunnen weer op een toegankelijk punt instappen. Er is dan ook gesleuteld aan de tientallen jaren geschiedenis die de helden al doorleefd hebben. Die lange geschiedenis (Action Comics #1 met de oorsprong van Superman kwam al in 1938 uit) is vaak lastig voor nieuwe lezers: er is heel veel waar je kennis van moet hebben om alles te kunnen volgen. Dat probleem is bij een reboot dus opgelost.

Het is voor de fans die al jarenlang trouw de avonturen van de DC-helden volgen de vraag welke stukjes geschiedenis als niet-gebeurd beschouwd moeten worden. In het geval van Batgirl is de meest traumatische ervaring die ze heeft doorgemaakt in stand gebleven, maar ze kan dus wel weer lopen en is klaar voor actie.

Op het blog Under the mask geeft Arkham Asylum Doc, een klinisch psycholoog, een analyse van hoe Barbara dit trauma heeft kunnen overwinnen. Ze gaat ook specifiek in op hoe bepaalde sensaties of geuren de herinneringen naar de traumatische gebeurtenis weer kunnen oproepen, zoals in de comic wordt verhaald. Interessant om te lezen:

“I panicked every time I hear a doorbell for months after…”

Survivors of trauma will often get emotionally triggered by the sounds, smells, and images of their traumatic event. For instance, despite our rational mind knowing that the sound of a doorbell is non-threatening, it’s the association between sensory details and the original trauma that leads to an elevated, hyper-sensitive reaction. For Barbara, threatening cues could be the smell of hot coffee, the sight of a palm tree, and yes– EXACTLY!–the sound of a doorbell. What usually happens next? Panic, dread, and undeniable fear. Additionally, feeling physically sick, dizzy, numb, choking sensations, rapid heartbeat are all physiological symptoms that might follow the initial trigger.

Arkham Asylum Doc, echte naam onbekend, belooft de psychologische kant van het superheldendom te gaan belichten. Ben benieuwd wat ze nog meer gaat schrijven, het stuk over Batgirl is het enige tot nu toe op het blog.

 

DC-helden helemaal als nieuw.

Oud trucje
Natuurlijk is het beginnen bij nummer 1 ook een marketingtruc. De comicgeschiedenis vertelt ons dat een nummer één van een serie goed verkoopt, en aangezien die verkoopcijfers al jaren minder worden, kan ook Marvels grootste concurrent wel een duwtje in de rug gebruiken in economische zware tijden.

Het trucje is overigens niet nieuw. Marvel heeft al een paar keer tellingen van series bijgesteld. Ook zijn ze natuurlijk in 2000 met het Ultimate Universum begonnen om een jong publiek aan te spreken. DC Comics gooide midden jaren tachtig een groot deel van de geschiedenis al over boord in het megaverhaal Crisis on Infinite Earths.

Om de strijd aan met concurrent Mavel gaat DC wel met zijn tijd mee. Om de jonge doelgroep te bedienen brengt de uitgever zijn comics ook meteen digitaal uit. Kun je die dag niet naar de stripwinkel dan kun je de nieuwe Superman in ieder geval op je iPad lezen.

Bekijk DC’s promovideo over de reboot hier.

Striprecensie: Kravens laatste jacht

Tuesday, September 20th, 2011

Kravens laatste jacht is een zesdelig verhaal dat in 1987 liep in de series Amazing Spider-Man, Spectacular Spider-Man en Web of Spider-Man. Het verhaal is als album in het Nederlands uitgegeven door Nona Arte.

Kravens laatste jacht speelt zich af in de eerste weken van Peter Parkers huwelijk met Mary Jane. Dat zou een rooskleurige periode moeten zijn, maar niet in het leven van Spider-Man. Kraven de Jager slaagt er eindelijk in Spider-Man te verslaan en terwijl deze levend begraven in een kist ligt, neemt Kraven de plaats in van het webhoofd. Hij weet zelfs Vermin te verslaan, een ratachtig wezen dat Spidey nimmer solo wist te neutraliseren. Na twee weken ontwaakt het webhoofd en graaft zichzelf uit om vervolgens de jager met zijn daden te confronteren.

Kravens laatste jacht is een bloedserieus verhaal geschreven door J.M. DeMatteis en getekend door Mike Zeck. DeMatteis kruipt in het hoofd van de personages en maakt de lezer deelgenoot van hun gedachtes en vooral hun angsten. DeMatteis gooit het dus over de psychologische boeg en levert een boeiend, zij het zeer somber script af. DeMatteis schrijft bombastisch: het dondert en regent de hele strip door tot de eindoverwinning op het kwaad wordt onderstreept door een zonnig ochtendgloren.

Beestachtig
Een belangrijke verdienste van DeMatteis is dat Kraven diepgang krijgt. Kraven was tot dit verhaal uitkwam altijd een beetje een tweederangs Spider-Man schurk. Een soort van snobistische Tarzan van Russische komaf, die jacht maakt op Spider-Man maar keer op keer door hem verslagen wordt. In de versie van DeMatteis blijkt Kraven een getormenteerde ziel die probeert zijn eer terug te winnen. In zijn waanideeën kan dit alleen maar door de rol van zijn vijand over te nemen en deze beter te spelen dan Spider-Man zelf.

De ironie wil dat hier sprake is van een schijnoverwinning. Kravens versie van Spider-Man is meedogenloos. Tijdens het bestrijden van de misdaad vallen er dodelijke slachtoffers. Zijn Spider-Man is ontdaan van alle menselijkheid die Peter Parker in zich heeft en tot een held maakt. De jager van wilde beesten is er echter zelf een geworden.

Modegril
De grimmige toon van Kravens laatste jacht sloot indertijd goed aan bij de andere Spider-Man verhalen die uitkwamen. Halverwege de jaren tachtig was de toon van superhelden comics over het algemeen wat cynisch en serieus. Een trend die werd ingezet door het enorme succes van strips als The Dark Knight Returns van Frank Miller en The Killing Joke geschreven door Alan Moore, maar ook Watchmen van dezelfde schrijver. Ook het leven van Spider-Man kende toen veel donderwolken. Een van zijn vrienden, Net Leeds, was net overleden en een tijd lang leek het erop alsof hij de Hobgoblin was – een van de sterkste vijanden van die tijd. Peter Parker had net een grimmige gangsteroorlog achter de kiezen en vroeg zeer serieus af of het niet tijd was om zijn web aan de wilgen te hangen. En laten we eerlijk zijn: levend begraven worden is geen pretje. Dit avontuur heeft dan ook behoorlijke littekens achtergelaten op de ziel van Peter Parker.

Het krachtige tekenwerk van Zeck past goed bij de serieuze toon. Zeck gebruikt filmische middelen: zo deelt hij doorlopende acties op in aansluitende kaders, getoond vanuit hetzelfde camerastandpunt.

Nona Arte heeft de comic uitgebracht in een stevige kaft. Gedrukt op glad papier komen de pastelachtige kleuren op de strippagina’s mooi uit. Alleen jammer dat op sommige pagina’s de tekeningen wat onscherp zijn afgedrukt. Peter de Bruin is verantwoordelijk voor de prima vertaling.

Jean Marc DeMatteis & Mike Zeck – Kravens laatste jacht
Nona Arte, € 16,50
ISBN 978-88-97062-04-2