Categories
Strips

Pat Mills: Stripauteur met een missie

Pat Mills is al jaren een drijvende kracht achter de Britse stripwereld. In zijn lange carrière was hij redacteur van diverse stripbladen en schreef hij een indrukwekkende hoeveelheid titels, zoals Judge Dredd en de klassieke, net vertaalde anti-oorlogstrip Charley’s War. Ook stond hij aan de wieg van het legendarische striptijdschrift 2000 AD. In zijn subversieve verhalen, vaak doorspekt met geweld, speelt maatschappelijk engagement dikwijls een belangrijke rol. Een gesprek. ‘Mijn hoofdpersonen zijn meestal working class heroes, helden die losstaan van de gevestigde orde en die op de een of andere manier rebelleren.’

‘Het schrijven van strips heeft een louterende werking op me. Wat ik ook in mijn hoofd heb, via de strip heb ik een manier om dat te uiten in een verhaal. Daarbij is het verschrikkelijk leuk om een personage dat eerst nog een glimp van een gedachte was, langzaam te zien veranderen in een driedimensionaal mens. Het creëren van een personage, dus de research, het bedenken van zijn naam en de wereld waarin hij leeft, vind ik erg boeiend,’ vertelt Pat Mills (1949) telefonisch vanuit zijn huis in Colchester, Engeland.

‘Eigenlijk ben ik per abuis in de stripindustrie terechtgekomen. Als journalist in opleiding werkte ik voor een uitgeverij. Van strips wist ik niets, ik was niet met ze opgegroeid. Toen kreeg ik de opdracht om aan een romantisch tijdschrift te werken waar enkele strips in stonden. Al snel besefte ik dat het een interessant medium is waar ik goed mee uit de voeten kan. Vervolgens besefte ik dat er eigenlijk niemand goed met strips bezig was, dus het was een mooi moment om de industrie te veranderen. Dingen veranderen was vanaf het begin mijn intentie. Niet zo zeer vanuit een zendelingenoogpunt, mijn motivatie was egoïstischer dan dat. Ik wilde de industrie veranderen zodat ik mijn soort verhalen kon schrijven en er nog voor betaald zou worden ook.’

Pat Mills. (Foto bc)
Pat Mills. (Foto bc)

Het soort verhalen waar Mills op doelt en die hij tot op de dag van vandaag schrijft zijn zeer onderhoudende, gewelddadige strips, waar de visie van de maker duidelijk in doorschijnt. Of de strip draait om de futuristische smeris/rechter Judge Dredd of een dode nazi-soldaat die terugkeert als een vampierachtige ridder zoals in Requiem Chevalier Vampire, Mills afkeer voor oorlog en zijn anti-establishment sentimenten zijn in meer of mindere mate aanwezig. ‘Ik gebruik strips inderdaad als een soort politieke pamfletten, maar in tegenstelling tot voorgangers als de Amerikaanse underground uitgeverij Last Gasp, die begin jaren zeventig misstanden aan de kaak stelde op polemische wijze en harde feiten presenteerde op een documentaireachtige manier, verpak ik mijn sociale commentaar als veelvoorkomend drama. Dat lijkt vrij subversief, maar je kunt ook zeggen dat conventioneel drama altijd een politiek standpunt inneemt, namelijk het standpunt van de gevestigde orde. Detectives zoals Sherlock Holmes en andere helden zijn over het algemeen afkomstig uit de middle class of upper class terwijl de arbeidersklasse vaak wordt afgeschilderd als dom of onbelangrijk. Mijns inziens wil je lezen over helden die dezelfde sociale achtergrond hebben als jijzelf. ‘Mijn hoofdpersonen zijn meestal working class heroes, of helden die losstaan van de gevestigde orde en die op de een of andere manier rebelleren.’

Echte schurken
Volgens Mills zijn strips bij uitstek geschikt om geëngageerde verhalen te vertellen: ‘Ten eerste omdat ze over goed en kwaad gaan. Als je het toch over helden en schurken hebt, dan liever zo realistisch mogelijk en geen bedachte personages, want zolang we het kwaad tonen middels gedateerde beelden en clichés, komen de echte schurken ermee weg. Zoals we allemaal weten van het nieuws zien mensen die verschrikkelijke dingen uithalen er niet uit als Doctor Doom, maar bijvoorbeeld als Tony Blair, onze voormalige minister-president. Ten tweede realiseerde ik me een paar jaar geleden dat de media niet deden wat ze behoren te doen. Ze geven een verwaterde en verdraaide versie van de waarheid. Ik geloof echt dat je bepaalde zaken niet kunt uiten in de krant omdat je dan gecensureerd wordt. Natuurlijk mag je wel lichte kritiek hebben op het een of ander, maar op sommige dingen rust echt een taboe. Ondertussen bevinden strips zich in een zeer gunstige positie omdat ze vaak over het hoofd worden gezien. Hierdoor kunnen stripmakers dingen zeggen zonder dat ze onder de duim worden gehouden of gecensureerd. Dat maakt strips een fantastische arena om belangrijke zaken in te presenteren. Mijns inziens is dat niet zo heel uniek, want rock-‘n-roll muziek doet dit al veel langer. Er zijn altijd politieke strips geweest, maar ik denk dat geëngageerde strips nu prominenter aanwezig zijn dan ooit. Daarmee volgen we dus de traditie van de rock-‘n-roll. Met strips kun je in potentie een groot publiek bereiken. Een publiek dat, als ik het zo mag zeggen, het nog niet heeft opgegeven. Het cliché zegt immers dat jonge mensen nog steeds geloven dat je de wereld kunt veranderen. Tegen de tijd dat je 35 bent begin je te realiseren dat dit niet zo makkelijk is of maak je je meer druk over het onderhouden van je gezin en het betalen van je hypotheek.’

Charley's war.
Charley’s war.

De Grote Oorlog
Het duidelijkste voorbeeld van een strip die Mills standpunten uitdraagt is Charley’s War, recent in het Nederlands vertaald als Charleys oorlog, die hij samen maakte met tekenaar Joe Colquhoun (1926-1987) en die van januari 1979 tot oktober 1985 werd voorgepubliceerd in Battle Picture Weekly. De zestienjarige working class hero Charley Bourne liegt over zijn leeftijd om toch naar het front te mogen en maakt alle verschrikkingen mee die bij de loopgravenoorlog komen kijken, onverbloemd in beeld gebracht. De strip kenmerkt zich door zwarte humor, realistische tekeningen en een duidelijke anti-oorlogsboodschap.

Mills: ‘Zoals je wellicht weet zijn de Britten dol op oorlogsstrips en oorlogsverhalen, maar niemand had nog geprobeerd om een strip over de Eerste Wereldoorlog te maken. Dat had niets te maken met politiek of iets dergelijks, maar simpelweg omdat niemand wist hoe je dat moest aanpakken. Het is namelijk extreem moeilijk om de hoofdpersoon heroïsch te maken en drama te creëren in een saaie en tragische omgeving. Kijk, het is veel makkelijker om een strip over WO II te maken, want je hebt als verteller veel meer mogelijkheden om dynamiek en drama in het verhaal te brengen. Je kunt bijvoorbeeld gebruik maken van tanks in actie en paratroepers. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zit de held van het verhaal in een loopgraaf en ziet hij weken, soms maanden lang de vijand niet. Met andere woorden: hij zit alleen maar in dat gat in de grond. Ik wilde het graag doen, omdat ik van een uitdaging houd. Ik hou van verhalen die moeilijk en veeleisend zijn om te schrijven en te tekenen.’

CharleysOorlog1
Mills, die doorgaans veel research doet voor zijn verhalen, ontdekte halverwege het werken aan Charley’s War dat zijn grootvader tijdens de Eerste Wereldoorlog politieagent was in de haven van Harwich. Een van de taken die de politie indertijd had, was het oppakken van deserteurs. ‘Mijn grootvader had hier grote ethische bezwaren tegen en zag dit niet als taak voor de politie. Daarom besloot hij zich te melden bij het leger en werd kok aan het front. Ik vond dat een zeer inspirerend verhaal omdat het een bepaald aspect van de oorlog duidt waar je normaliter niet aan denkt: het feit dat gewone politieagenten geen zin hadden om, mijns inziens, kwaadaardige orders uit te voeren en deserteurs op te pakken. Er zijn genoeg voorbeelden van gewone lui die zich, door pacifisme of door van baan te veranderen, verzetten tegen de autoritaire staat die Groot-Brittannië tijdens de Grote Oorlog was. Tegenwoordig wordt de Eerste Wereldoorlog gerepresenteerd als een heroïsche strijd, een heroïsch offer, terwijl ik weet dat veel van de waarheid over de oorlog in de doofpot is gestopt.’ Vooralsnog laat de oorlog Mills niet los: op dit moment werkt hij met tekenaar David Hitchock aan de serie Brothers in Arms.

Tijdens de laatste editie van de Stripdagen Haarlem werd Charley’s War geëxposeerd naast andere belangrijke striptitels die over WO I gaan. Mills kwam naar Haarlem om zijn strip toe te lichten.

Moeder Teresa
Soms laat Mills personages uitspraken doen die letterlijk uit zijn eigen mond hadden kunnen komen, maar andere keren brengt de stripmaker zijn ongenoegen juist subtiel. De strip Requiem Chevalier Vampire, sfeervol getekend door Olivier Ledroit, speelt zich af in een wereld met de naam Résurrection, die veel lijkt op de hel. In Résurrection reïncarneren mensen in monsters. De zonden die ze in hun leven hebben begaan, bepalen wat voor soort monster ze worden. Mensen die aan de oppervlakte gezien goede daden verrichten maar ondertussen heel veel leed veroorzaken, komen terug als demonische Virgin Pirates. De leidster van deze groep is niemand minder dan Moeder Teresa, verklapt Mills: ‘Ik had een artikel gelezen in Stern Magazine met de kop: “Moeder Teresa en de missende miljoenen”. Miljoenen aan donaties zijn niet bij de armen terechtgekomen maar werden gespendeerd aan Teresa’s religieuze orde. Dat vond ik erg bedroevend, evenals enkele andere zaken die in artikelen ter sprake kwamen. Zo hadden de indianen in Calcutta er grote bezwaren tegen dat ze door een Albanese vrouw betutteld werden. Ik schreef die scènes met Teresa in Requiem Chevalier Vampire vol vuur, maar toen ik daarmee klaar was, dacht ik dat ik wellicht te ver was gegaan, want tja, ik ging iets heel negatiefs zeggen over Moeder Teresa. Ik zwakte het af, maar Ledroit vond dat ik alle tekst weer moest herstellen. En terecht, dus ik ben blij dat hij dat toen tegen me zei.’

Pat Mills' versie van Moeder Theresa.
Pat Mills’ versie van Moeder Theresa.

Waar Mills gedrevenheid vandaan komt, wil de auteur eigenlijk niet prijsgeven: ‘Ik zou graag willen zeggen dat het een gezonde gewoonte is van schrijvers om onrecht bloot te leggen, maar ik denk dat een psycholoog zou zeggen dat de schrijver een gevoel van onrecht uit zijn eigen leven in verhalen probeert uit te drukken.’ Met welk onrecht had Mills dan te maken? ‘Ik heb op een school gezeten die gerund werd door christelijke broeders van de Lasalliaanse congregatie, dus dat lijkt me genoeg uitleg, al zijn er ongetwijfeld meer incidenten te noemen. Heel tegenstrijdig: je krijgt een goede opleiding maar tegelijkertijd ben je je bewust van enorm onrecht, huichelarij en algehele nonsens. Dat gaf waarschijnlijk genoeg stof om voor altijd te blijven schrijven. Ha!Ha!’

cover_action2000 AD
Mills is gedurende zijn lange carrière een drijvende kracht achter de Britse strip. Hij was redacteur van diverse stripbladen en schreef een indrukwekkende hoeveelheid titels. In de jaren zeventig richtte Mills samen met John Wagner en hulp van Gerry Finley-Day Battle Picture Weekly op. De oorlogsverhalen in dit stripblad waren gewelddadiger en hadden vaker hoofdpersonen uit de arbeidersklasse dan het leesvoer dat IPC Media normaliter uitgaf. Charley’s War stond er ook in. Daarna kwam Mills met het stripblad Action wat al snel verboden werd omdat men onder andere de verhalen te gewelddadig vond. Meer succes had Mills met zijn volgende project. Kelvin Gosnell vroeg hem het sciencefiction stripblad 2000 AD op te zetten. 2000 AD wordt nog steeds uitgegeven en is nog altijd een kweekvijver voor Brits talent. Namen als Alan Moore, Neil Gaiman, Grant Morrison, Brian Bolland and Mike McMahon verwierven door hun werk in 2000 AD al snel internationale bekendheid.

‘We wisten dat sciencefiction de volgende trend zou worden,’ licht Mills de keuze voor dit genre toe. ‘Midden jaren zeventig was sciencefiction niet populair onder de lezers omdat het vaak onnozele verhalen waren. En niet alleen dat, soms waren de hoofdpersonen ook niet heldhaftig omdat ze zo afhankelijk waren van hun kinderachtige wapen of krachten. Star Wars en andere sciencefictionfilms toonden aan dat de trend aan het veranderen was.’ Het uitgangspunt van de makers van 2000 AD was escapisme, maar tegelijkertijd wilden ze geen conventionele sciencefiction maken. ‘ Op ons best vertellen we subversieve verhalen met sciencefiction als dekmantel. Door het gedoe met Action besefte ik dat je censuur kan voorkomen als je verhalen als sciencefiction presenteert. Wanneer strips over robots gaan of afspelen in een ander universum, klaagt niemand over ze. Je krijgt pas problemen als de censors en recensenten vinden dat een verhaal te dicht bij de werkelijkheid staat.’

Omdat freelance schrijvers in het verleden niet altijd het gewenste resultaat leverden, besloot de toenmalig hoofdredacteur Mills alle verhalen en personages voor het eerste nummer zelf te schrijven. Hierdoor is hij de geestelijk vader van strips als ABC Warriors, Nemesis the Warlock en Sláine.

Soms laat Mills personages direct zijn visies verkondigen zoals in dit fragment uit Judge Dredd: The Cursed Earth, waarin Dredd (rechts) de gevolgen van de atoomoorlog becommentarieert. Dit verhaal verscheen in 1978 ten tijde van de Koude Oorlog. Illustratie: Mike McMahon.
Soms laat Mills personages direct zijn visies verkondigen zoals in dit fragment uit Judge Dredd: The Cursed Earth, waarin Dredd (rechts) de gevolgen van de atoomoorlog becommentarieert. Dit verhaal verscheen in 1978 ten tijde van de Koude Oorlog. Illustratie: Mike McMahon.

‘I am the law’
Van alle stripfiguren uit 2000 AD is Judge Dredd wellicht het meest bekend. Hoewel John Wagner en tekenaar Carlos Ezquerra het iconische personage bedachten, schreef Mills veel van de vroege avonturen en is hij verantwoordelijk voor belangrijke kenmerken van Dredd en diens wereld: in een dystopische toekomst bevolken miljoenen mensen megagrote steden waarin geweld en chaos overheersen. De Amerikaan Dredd is een wetshandhaver met het mandaat misdadigers te arresteren, te veroordelen en zonodig te executeren.
‘Dredds ontwerp van Carlos Ezquerra vond ik fantastisch. Het had een Gaudi-achtige, Spaanse sciencefiction kwaliteit die uniek was. In mijn optiek is dat in de loop der jaren langzaam verwaterd door de Britse tekenaars. Waarschijnlijk is dat noodzakelijk kwaad, maar toch vind ik dat het personage daardoor iets heeft verloren. Mijn rol in de creatie van Dredd was vooral het magische, Gaudiaanse aspect vasthouden in de wereld van Mega-City One. En daarnaast was mijn belangrijkste taak het blijven afwijzen van verhalen, inclusief die van mezelf, totdat we op magische wijze de juiste combinatie van elementen vonden. Op een dag kwam schrijver Peter Harris met het basisidee voor het eerste Dredd-verhaal. Hij bedacht dat Dredd niet de enige rechter was, maar dat er vele rechters zouden zijn. Het tweede unieke element dat Harris toevoegde was een snelweg die dwars door het Empire State Building liep, en wolkenkrabbers die wel een halve mijl hoog boven dat gebouw uit staken. Dat was precies de sfeer die ik zocht en die ik niet in de andere verhalen vond.’

Dredd getekend door Carlos Ezquerra.
Dredd getekend door Carlos Ezquerra.

Behalve de sfeer en architectuur van de megasteden, is satire is een belangrijk element volgens Mills. ‘Als je de elementen comedy en satire weglaat uit een Dredd-verhaal, dan hou je een fascistoïde smeris over. Je hebt dan een strip over een broederschap van mannen die rondrijden in zwarte uniformen, wat ik op zijn zachtst gezegd een beetje verontrustend vind.’

Interessant aan Dredd is dat hij langzaam ouder wordt. Dit is een uitzonderlijke eigenschap in stripland waar veel helden qua leeftijd bevroren lijken in de tijd. Hoewel Mills niets met deze beslissing te maken had, vindt hij dit wel een goed idee. ‘Hierdoor maak je hem menselijker. Dredd draagt altijd een helm dus je kunt zijn gezicht niet zien. Ook heeft hij geen sociaal leven. Omdat hij eigenlijk geen normale menselijke interactie kent, is dit een goede manier om het personage uit te diepen.’

Marshal Law
In 1988 was Mills betrokken bij de lancering van het blad Crisis, een spin-off van 2000 AD gericht op een wat ouder publiek. De verhalen in Crisis zijn politiek getint, zoals Third World War van Mills, waarin hij kritiek uit op hoe de eerste wereld, gedreven door hebzucht van het kapitalisme, de derde wereldlanden uitbuit. Het blad liep tot 1991. Niet minder scherp maar toch heel anders is Marshal Law, een parodie op het superheldengenre vol seks en geweld, waarin Mills en tekenaar Kevin O’Neill afrekenen met de conventies van het genre en zich kritisch uitlaten over de Amerikaanse regering. Marshal Law is een voormalige supersoldaat die, door de overheid goedgekeurd, jacht maakt op losgeslagen superhelden.

Marshall_Law_coverMarshal Law past goed binnen de traditie van Britse stripmakers om de Amerikaanse superheld te parodiëren of zelfs te perverteren. Denk maar aan de strips van Alan Moore, Grant Morrison en Mark Millar (Kick-Ass). Mills: ‘Waarschijnlijk ben ik de sterkste vertolker van deze benadering van de superheld, want met plezier bevestig ik bij deze dat ik superhelden haat! En ik haat ze met een enorme passie. Ik voel deze haat omdat voor mij het woord “held” iets spiritueels heeft. Het is een magisch woord dat verlaagd wordt door deze gasten die het woord “held” eigenlijk niet waard zijn. Er zijn overigens wel uitzonderingen hoor, zoals Stan Lee’s Spider-Man. Britse schrijvers zijn over het algemeen behoorlijk cynisch, dit is onderdeel van onze cultuur. Denk bijvoorbeeld aan Monthy Python, Black Adder of Britse comics in het algemeen. Door ons cynische gevoel voor humor is het onvermijdelijk dat de Britse makers die voor Marvel en DC comics werken, zich soms niet comfortabel voelen bij de belachelijke acties van superhelden. Er zijn trouwens ook Amerikaanse stripmakers die parodieën maken, zoals Rick Veitch wiens serie The One volgens mij iets eerder uitkwam dan Watchmen. Maar uitzonderingen daargelaten, vermoed ik dat Amerikanen zich meer op hun gemak voelen met hun wereld en maatschappij. Ze hebben niet het rebelse en de punkmentaliteit van de Britten. Daarom huren Amerikaanse uitgeverijen graag Britse schrijvers in omdat die een frisse aanpak en nieuwe energie mee brengen. Toen Alan Moore superhelden begon te schrijven met een volwassen leven, was dat een revolutie die het perspectief op de superheld heeft veranderd. Daar merken we nu nog steeds de effecten van.’

Misty
Vindt Mills dat hij er met zijn strips in slaagt om jonge lezers te beïnvloeden? ‘Ja, ik denk van wel. Het echte bewijs hiervoor komt van Charley’s War. In de loop der jaren heb ik minstens vijf lezers gesproken die vanuit hun familiegeschiedenis een militaire achtergrond hebben maar na het lezen van deze strip toch besloten een andere carrière te kiezen. Dat is voor mij een duidelijk resultaat. Aan de andere kant sprak ik ooit een soldaat die in Noord-Ierland gediend had. Er waren twee redenen om in het leger te gaan: hij vond werken in de natuur, de actie en fit blijven erg aantrekkelijk, en ook had hij veel oorlogsstrips gelezen. Ik heb dus de verantwoordelijkheid om dit soort jongens ook een andere visie te tonen en ze te overtuigen om niet het leger in te gaan, zeker omdat ik zelf twee oorlogstripbladen ben begonnen. Ik denk dat ik er redelijk in geslaagd ben om de Britse stripindustrie te veranderen, al had ik graag meer willen bereiken. Charleys-oorlog-deel-1Ik zal je een voorbeeld geven. Behalve strips voor jongens schreef ik ook strips voor meisjes. Nadat ik 2000 AD had opgezet, heb ik een meisjesblad gecreëerd met de naam Misty. De uitgeverij weigerde de copyrightdeal te geven die ik wilde hebben en daarom ben ik weggegaan. Hoewel dat de juiste beslissing was op persoonlijk niveau, had ik eigenlijk moeten blijven. Was ik gebleven en had ik van Misty een succes gemaakt, dan hadden we meer succesvolle meidenstrips gemaakt die steeds volwassener waren geworden. Vandaag zouden we dan niet alleen over 2000 AD hebben gesproken, maar ook over Misty en andere meidenstrips.’

Het eerste deel van Cherleys oorlog van Pat Mills en Joe Colquhoun verscheen recent in vertaling bij Just Publishers. 124 blz voor € 24,95.

Dit interview schreef ik voor Stripgids en verscheen in nummer 40 (winter 2015).

Categories
Strips

Expo Comics unmasked: Art and Anarchy in the UK

Dat de strip een rijk medium is waarin allerlei sociale misstanden aan de kaak gesteld worden en interessante onderwerpen worden aangesneden als seksualiteit en politiek, hoef ik de vaste lezer van mijn blog niet uit te leggen. The British Library presenteert de expo Comics Unmasked, om dit ook aan het grote publiek duidelijk te maken.

Curators Adrian Edwards, John Harris Dunning en Paul Gravett introduceren Comics Unmasked: Art and Anarchy in the UK in deze video:

Featuring such iconic names as Neil Gaiman (Sandman), Alan Moore (Watchmen, V for Vendetta), Grant Morrison (Batman: Arkham Asylum) and Posy Simmonds (Tamara Drewe), this exhibition traces the British comics tradition back through classic 1970s titles including 2000AD, Action and Misty to 19th-century illustrated reports of Jack the Ripper and even medieval manuscripts.

Comics Unmasked is the UK’s largest ever exhibition of mainstream and underground comics, showcasing works that uncompromisingly address politics, gender, violence, sexuality and altered states. It explores the full anarchic range of the medium with works that challenge categorisation, preconceptions and the status quo, alongside original scripts, preparatory sketches and final artwork that demystify the creative process.

Enter the subversive and revelatory world of comics, from the earliest pioneers to today’s digital innovators.

Klinkt goed, niet? Opvallend veel werk van Pat Mills wordt er genoemd in de inleidende tekst van de expositie. Echt gek is dat natuurlijk niet, want Mills is een van die stripmakers die zijn engagement in goede verhalen weet te verpakken.

Welk Nederlands (strip)museum neemt het stokje aan en komt ook met een dergelijke expositie? (Mag natuurlijk ook een variant zijn over Nederlandse strips).

Affiche geillustreerd door: Jamie Hewlett
Affiche geillustreerd door: Jamie Hewlett

The British Library
96 Euston Road
London
NW1 2DB

Box Office: +44 (0)1937 546546
Open 9.00 – 17.00 (Mon – Fri)

Te zien tot 19 August 2014

 

Categories
Strips

Stripdagen Haarlem 2014: Serieuze stripgekte

Zaterdag 31 mei en zondag 1 juni is Haarlem weer even stripstad van Nederland, want dan vinden de Stripdagen plaats. Veel aandacht voor de Eerste Wereldoorlog en de nieuwe garde stripmakers. De highlights van het festival.

Affiche-Stripdagen-2014_typexDe charme van de Stripdagen Haarlem zit hem in het feit dat alles afspeelt op ver-schillende locaties binnen de stad en de stripliefhebber niet naar een of ander afthans industrieterrein hoeft af te reizen om zijn stripliefde te bedrijven, zoals bij sommige beurzen het geval is. Daarnaast biedt het programma veel exposities, lezingen en workshops.

WO I
Aangezien het honderd jaar geleden is dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak, kun je niet om dit thema heen. Ook de Stripdagen Haarlem speelt hier uitgebreid op in met verschillende tentoonstellingen, zoals ‘Inktzwart – WO I herdacht in strips en cartoons’, die zich concentreert op enkele belangrijke titels in dit genre. In de Vishal is tot en met 22 juni werk te zien van gerenommeerde internationale makers als Jacques Tardi, Ivan Adriaenssens en Joe Sacco. Ook is er beeld te zien uit de legendarische anti-oorlogstrip Charley’s War van Pat Mills en Joe Colquhoun, waarin de belevenissen van working class hero Charley Bourne centraal staan. Mills, door sommigen ook wel de godfather van de Britse strip genoemd, stond ook aan de wieg van het bekende stripblad 2000 AD, waarin Judge Dredd debuteerde en waar Mills ook veel verhalen over heeft geschreven.

Charley's war.
Charley’s war.

Volgens Mills is het een enorme uitdaging om een goede strip over de Eerste Wereldoorlog te maken: ‘Het is makkelijker om een comic over WO II te maken want je hebt dan als verteller veel mogelijkheden om dynamiek en drama in het verhaal te brengen. Je kunt bijvoorbeeld gebruik maken van tanks in actie en paratroepers. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zit de held van het verhaal in een loopgraaf en ziet hij weken, soms maanden lang de vijand niet. Met andere woorden: hij zit alleen maar in dat gat in de grond. Dat is op creatief vlak nogal een uitdaging.’ Mills is tijdens het festival aanwezig en wordt op zondag 1 juni 2014 om 13 uur in de Doelenzaal van de Stadsbibliotheek openbaar geïnterviewd. Prof. Kees Ribbens van het NIOD geeft na het interview een lezing.

Dirkjan
Het is overigens niet allemaal zwaarmoedigheid wat de exposities betreft, want de tentoonstelling ‘Oorlog op papier – Prenten en foto’s uit de Eerste Wereldoorlog’ in het Noord-Hollands Archief, toont de satirische en kritische blik van cartoonisten op het grimmige oorlogscircus, terwijl in het Partronaat Café in een serie stripachtige tekeningen van kunstenaar John Klinkenberg de band Motörhead tijdens de Grote Oorlog door het kapotgeschoten landschap toert.

In Studio Burgwal wordt het nog leuker, want daar hangen oorlogstaferelen uit de strip Dirkjan van Mark Retera. Leent Dirkjan zich eigenlijk makkelijk voor grappen over de Eerste Wereldoorlog? ‘Het voordeel van Dirkjan is dat je hem overal kunt inzetten. Hij is bijvoorbeeld ook een tijdje oermens geweest. De lezertjes accepteren zoiets onmiddellijk,’ zegt Retera. ‘Toen ik dacht dat WO I een leuk onderwerp was voor een reeks grappen, ben ik me gaan documenteren. Eerst dacht ik dat het misschien te heftig zou zijn en niet meer leuk. Ik had als documentatie het boek Loopgravenoorlog van Tardi gelezen en daar word je niet echt vrolijk van. Maar als je het eenmaal in een komische strip giet, dan blijkt het toch lollig te werken, en vergeten mensen gewoon dat het gruwelijk is. Het is maar hoe je het brengt.’ Naast de strips van Retera hangt werk van collega’s Peter de Wit (Sigmund), Hanco Kolk (S1ngle) en cartoons van Peter van Straaten. In één ruimte dus werk van de beste humoristische stripmakers van Nederland. Al hebben die laatste drie dan weer niets met de oorlog te maken.

dirkjan_hospitaal

Het werk van Jasper Rietman is ook te zien in het kader van 'Nieuwe garde'.
Het werk van Jasper Rietman is ook te zien in het kader van ‘Nieuwe garde’.

Nieuwe garde
Behalve oudgedienden richt het stripfestival de schijnwerpers ook op relatief nieuwe stripmakers onder de noemer ‘De nieuwe garde’. Wat de makers, behalve dat het merendeel op de kunstacademie heeft gestudeerd, met elkaar gemeen hebben? ‘Elk van de talenten werkt aan of heeft recent gewerkt aan ambitieuze graphic novels die het niveau van de Nederlandse stripcultuur een grote boost geeft,’ aldus de organisatie. Even voor de duidelijkheid: graphic novels, of stripromans, zijn strips gericht op een volwassen publiek. Qua ambitie zijn graphic novels in zekere zin vergelijkbaar met literaire romans. De laatste jaren wordt de term ingezet in de hoop het medium strip te legitimeren en een meer highbrow publiek aan te spreken. Dat neemt overigens niet weg dat sommige uitgeverijen het label te pas en te onpas op pretentieuze projecten plakken, maar dat terzijde.

Tot de nieuwe garde behoort onder meer Amanda Majoor die op dit moment werkt aan Swing und bratwurst, een boek over jazzy jongeren ten tijde van het Derde Rijk. Veel van de geselecteerde makers houden zich bezig met journalistiek in stripvorm, zoals Ted Struwer die opzien baarde met Wachten op het zoet, een driedelige beeldreportage waarin ze gedupeerden van de crisis een gezicht geeft, en Jules Calis die Afghanistan bezocht en getekende interviews met soldaten in Uruzgan publiceerde.

In de Refter van het Stadhuis is werk te zien van Ruben Steeman, een van de oprichters van Recensiekoning.nl. Steeman publiceert al sinds 2002 semi-autobiografische tekeningen op Elkedagrust.nl en sinds 2009 dagelijks. Inmiddels zijn dat meer dan 2500 tekeningen die in een gang van 20 meter zullen hangen. De karakters hebben vaak hun ogen dicht waardoor de tekeningen een verstilde kwaliteit hebben. ‘Door de gesloten ogen vraag je je sneller af wat de personages denken of voelen,’ aldus Steeman.

elkedagrust-tekening2341

Ook is er op verschillende locaties werk te zien van stripmakers die al wat langer meegaan, zoals Aimée de Jongh, bekend van Snippers in Metro, Guido van Driel, Paul van der Steen, Typex en vele anderen. Eigenlijk zou het gek zijn als het je lukt tijdens het festival niet per ongeluk een expositieruimte binnen te stappen, want die zijn over de hele stad verspreid.

Strips kopen
Uiteraard omvat het festival meer dan alleen kijken naar stripwerk aan een muur, wat toch een vermoeiende bezigheid is. Er zijn maar liefst drie beurzen waar de lezer strips kan kopen en wellicht een tekening van een stripmaker kan scoren. In de Philharmonie vindt de binnenbeurs plaats met voornamelijk uitgevers en signerende tekenaars. De buitenbeurs loopt als vanouds vanaf de Philharmonie langs beide kanten van de St. Bavokerk naar de Grote Markt. Hier zijn voornamelijk de stripwinkels en -handelaren te vinden. Op de Grote Markt en Riviervismarkt is ook de small-pressbeurs waar tekenaars en genootschappen hun eigen werk verkopen. Dit is dus de perfecte plek om aanstormend talent te ontdekken en bijzonder, afwijkend en met liefde gemaakt stripwerk in kleine oplagen aan te schaffen.

Illustraties: Paul van der Steen.
Illustraties: Paul van der Steen.

Zaterdagavond presenteert Typex samen met stripcollectief Lamelos in Patronaat een avond vol chaos, kunst, tekeningen, exposities en drank, inclusief optredens van ruige rockbands. Met onder andere Elle Bandita, de Zwitserse band What’s Wrong With Us? en de Haarlemse garagerock band De Kliko’s. Mensen met last van zelfoverschatting kunnen het podium beklimmen en zelf zingen onder begeleiding van de Hardrock Karaoke band.

Stripbier
Dat stripmakers graag een biertje lusten weet iedereen die wel eens op de vrijdagmiddagborrel in Lambiek te Amsterdam is geweest. Het is daarom niet verwonderlijk dat de Stripdagen Haarlem samen met Jopen bier iedere editie een speciaal biertje brouwt. De stripmaker die de huisstijl van het festival verzorgt, bepaalt welk bier er gebrouwen wordt en ontwerpt het etiket van het bierflesje. Dit keer is dat Typex. Mocht de smaak niet bevallen, dan mag de dorstige lezer bij hem zijn beklag doen. Zeven collega’s gingen Typex voor met als meest opmerkelijke wellicht Barbara Stok in 2004. De eerste vrouw in het gezelschap koos namelijk voor een witbier met witte chocolade smaak.

Bovenstaande is slechts het topje van een de spreekwoordelijke ijsberg. Voor het laatste nieuws en het volledige programma ga naar www.stripdagenhaarlem.nl.

Dit artikel is gepubliceerd in Nieuwe Revu #21 (21 t/m 27 mei 2014).

Categories
Juniorpress Strips

Dredd spreekt

De afgelopen tijd was ik druk met een interview met de Britse stripauteur Pat Mills, die tijdens de Stripdagen Haarlem aanwezig zal zijn.

Mills heeft er een handje van om in zijn strips duidelijk zijn visie op de wereld naar voren te laten komen – wat zijn werk extra boeiend maakt, naast het feit dat het onderhoudend leesvoer is. In dit fragment uit Judge Dredd: The Cursed Earth laat Mills de futuristische rechter/smeris Dredd commentaar leveren op de staat van de wereld en in het bijzonder de potentiële uitkomst van de Koude Oorlog die toen nog niet opgewarmd was. Dit verhaal verscheen namelijk in 1978 in 2000 AD.

dredd-geeftcommentaarGraag wilde ik deze afbeelding van Mike McMahon bij mijn artikel plaatsen omdat het een mooi voorbeeld is van Mills manier van vertellen. De digitale versie die ik had was echter van een te inferieure kwaliteit om af te kunnen drukken. Gelukkig bood vriend Matt Baaij uitkomst. Matt heeft namelijk enkele Nederlandse uitgaven van Juniorpress van Dredd, waaronder dit verhaal. De vertaling van de tekst was echter te mager en veel minder krachtig dan de oorspronkelijke versie. Dus bood photoshop uitkomst: ik mailde Matt het Engelstalige plaatje en hij plaatste de tekst in zijn hoge resolutie scan.

Papier
Wat het plaatje voor mij extra bijzonder maakt is dat je de textuur van het papier duidelijk kunt zien. Ook hou ik erg van de oude druktechniek waarbij kleuren nog gemaakt worden door een raster te gebruiken oftewel puntjes af te drukken. Ik ben een grote fan hoe tegenwoordig strips worden geprint en het ruime kleurenpalet dat makers tot hun beschikking hebben, maar mijn nostalgische hartje gaat sneller kloppen bij het zien van dit soort ouderwets werk. Wat dat betreft zal ik ook altijd papier boven digitaal kiezen.

Anway, dit is dus het stripplaatje van de week.