Categories
Strips

Gaat stripwinkel Lambiek dicht?

Of Stripwinkel Lambiek voorgoed de deuren sluit of gaat verhuizen is op dit moment nog niet zeker, vertelde Boris Kousemaker mij vanmorgen toen ik de winkel bezocht. Dinsdag stond in dagblad Metro een stuk van Ruben Eg over het onzekere lot van een van de oudste stripwinkels in de wereld, die in 1968 door stripkenner en liefhebber Kees Kousemaker werd geopend.

lambiekBoris sprak in Metro dat er gekeken wordt naar een mogelijke nieuwe locatie van de winkel. Vooral een goedkopere, want de huur in de Kerkstraat is redelijk hoog en de inkomsten van de winkel zijn dat niet. Kousemaker: ‘Ik hoop op net zo’n grote ruimte, om onze galerie te kunnen behouden. Het zou doodzone zijn als die verdwijnt. Maar met de huur zal dit lastig worden. We hopen er allemaal op, maar de realiteit is waarschijnlijk anders. Een kleinere winkel zal minder leuk worden, omdat ons assortiment dan omlaag moet.’

Stripwinkels hebben de laatste jaren natuurlijk veel concurrentie gekregen van online winkels. Daarnaast speelt de crisis ongetwijfeld een grote rol. En een beetje graphic novel is best prijzig.

Toen gisteren het Metro-artikel via Facebook verspreid werd, maakte dat veel reacties bij verschillende stripliefhebbers los. Iedereen vind het allemaal heel erg als de winkel verdwijnt. Maar met spijt betuigingen komen we er niet. Er worden ook suggesties gegeven, zoals samengaan met Scheltema die gaat verhuizen naar het Rokin. Het is de vraag of dat wel betaalbaar is voor Lambiek, maar het kan natuurlijk geen kwaad om eens met de mensen van Scheltema rond de tafel te gaan zitten. Wie weet wat dat voor opties er allemaal op tafel komen.

In de tussentijd kunnen we natuurlijk wel zoveel mogelijk fysiek onze steun betuigen. Ga binnenkort eens langs bij Lambiek in de Kerkstraat en koop daar een strip. Dat mag natuurlijk ook een cadeautje voor iemand anders zijn. Zelf kocht ik vandaag de twee nieuwe smallpress uitgaven van Peter Pontiac: Groeten uit Amsterdam en Underground Picture Show.

Ron Poland, stripverspreider, kwam vandaag ook nog even langs om een nieuwe strips te brengen. Ik vroeg hem welke titels op dit moment goed verkopen. Dat zijn onder andere Blast van Larcenet en de heruitgave van Roodbaard. Mooie titels om te lezen. En anders weten Boris, Klaas of Abel ook nog wel iets leuks. Want in de kennis van de verkopers schuilt natuurlijk de ware meerwaarde van een winkel.

Als steunbetuiging  maakte Michiel van de Pol deze mooie pagina:

lambiek_vdpol

Categories
Strips

Twee eeuwen Nederlandse strip verstript

200 jaar Nederlands beeldverhaal wordt gevierd met een dik naslagwerk, een gelijknamige tentoonstelling in Museum Meermanno en een strip van Margreet de Heer, waarin ze de stripgeschiedenis in grote stappen doorloopt.

200jaarstrips_deheer-cover

Wie met stripmaker Margreet de Heer (Leiden, 1972) spreekt, wordt vanzelf aangestoken door haar enthousiasme voor het beeldverhaal: ‘Tegenwoordig wordt er veel gepraat in stripland over de dood van de Nederlandse strip en dat er geen kansen meer zijn zoals vroeger. Zelf zie ik zaken graag van de positieve kant. De laatste jaren komen er veel lezenswaardige stripboeken van hoog niveau uit, zoals Rembrandt van Typex, Vincent van Barbara Stok en Dansen op de vulkaan van Flo. Als maker ervaar ik de strip als een prettig medium met ontzettend leuke collega’s. En het feit dat de strip niet zo’n hoge status heeft, bevrijdt je eigenlijk van allerlei verwachtingen. Laat de wereld maar denken dat het een ondergeschoven kunstvorm is, want dan kan je als stripmaker tenminste nog eens verrassend uit de hoek komen.’

Kansel
De Heer studeerde twee jaar scenario en regie aan de filmacademie voordat ze voor theologie koos. Een logische keuze voor een kind uit een domineesgezin, zowel vader als moeder staan op de kansel van een protestants hervormde kerk. Na haar studie besloot De Heer echter stripmaakster te worden. Sindsdien maakte ze onder andere stripreportages voor de krant, tekende ze de avonturen van lesbienne Mijntje voor de Zij aan Zij en runde ze een tijd een smallpress-uitgeverij om eigen werk en dat van jong talent uit te brengen. Toch werd ze vooral bekend door drie informatieve stripboeken over respectievelijk filosofie, religie en wetenschap. Van het eerste boek werden in Nederland reeds zevenduizend exemplaren verkocht, ook de Engelse editie loopt goed. Begin volgend jaar verschijnt de reeks in het Koreaans.

Over 'Sjors en Sjimmie'.
Over ‘Sjors en Sjimmie’.

Tijdsbeeld
In deze boeken treedt Margreet zelf op als verteller in de vorm van een stripfiguurtje. Toen Museum Meermanno in Den Haag haar benaderde om een strip te maken over 200 jaar Nederlands beeldverhaal, om de gelijknamige tentoonstelling en het boek aan te vullen, zette ze de trend van vertellende stripfiguurtjes door: ‘Voor iedere periode die ik behandel heb ik een kind of een ander personage gekozen dat iets vertelt over zijn of haar favoriete strip van die tijd. Daardoor heb je meteen een focus en ondervang je dat wat je vertelt subjectief en onvolledig is. Het magazine hoefde geen volledige geschiedschrijving te worden, want dat is het grote boek al, maar een leuke strip die gezinnen met kinderen vanaf een jaar of zes aanspreekt. Om een tijdsbeeld te geven van de jaren tachtig, heb ik ervoor gekozen om de overeenkomsten tussen de familiestrips Jan, Jans en de Kinderen en De Familie Doorzon naast elkaar te zetten. In de jaren negentig behandel ik Sjors en Sjimmie. Omdat die strip al in de jaren dertig is begonnen kan ik zo eigenlijk de hele stripgeschiedenis van Nederland in beeld brengen. De recente jaren bespreken was erg lastig, want het is nu nog moeilijk te zeggen wat historisch gezien een belangrijke strip zal zijn. En daarbij: hoe dichter je bij het nu komt, hoe meer vriendjes en vriendinnetjes van mij er zijn en als ik iemand wel behandel, dan is al snel de vraag waarom je die anderen niet behandelt die net zo belangrijk zijn.’

Kousemaker in actie.
Kousemaker in actie.

Kennis over de Nederlandse stripgeschiedenis had Margreet onder handbereik. In het verleden werkte ze vijf jaar in stripantiquariaat Lambiek te Amsterdam en deed ze samen met mentor Kees Kousemaker (1942-2010) de redactie van de Comiclopedia: een online naslagwerk waarin zo’n 12.000 stripmakers zijn opgenomen. Samen publiceerden ze in 2005 het boek De wereld van de Nederlandse strip. Kousemaker en de stripwinkel die hij in 1968 opende, spelen ook een rol in Margreets strip: in 1974 bedient de stripwinkelier een vader die strips van de Toonder Studio’s zoekt terwijl hij tevens de langharige hippiezoon wijst op undergroundstrips over drugsgebruik en vrije seks.

Afrekening

Margreets stripfiguurtje.
Margreets stripfiguurtje.

Het maken van non-fictie strips met een autobiografisch tintje is een rode draad in De Heers carrière. In 1999 debuteerde ze met How to Get Over Your Ex, een uitgave in eigen beheer waarin ze afrekent met een vorige relatie. ‘Om daaraan te kunnen beginnen heb ik uit mijn hoofd gezet dat ik mooi moest kunnen tekenen. Dat was echt een drempel. Daarom zeg ik altijd tegen beginnende tekenaars dat ze de lat heel laag moeten leggen, anders produceer je niets. Ga gewoon beginnen.’

Door het maken van theaterrecensies in stripvorm voor NRC Next en daarna maandelijkse stripreportages voor Trouw kwam ze op het spoor van non-fictiestrips. De Heer liet zich inspireren door Van nul tot nu, een stripreeks over de vaderlandse geschiedenis die ze als kind las. Ook Understanding Comics van Scott McCloud, die in stripvorm het medium bestudeert en zichzelf als stripfiguur opvoert, inspireerde: ‘Het idee dat je in stripvorm feitelijke informatie kunt doorgeven sprak me aan. Voor Trouw maakte ik een maandelijkse rubriek over een filosofisch of spiritueel onderwerp. In die strips ging mijn persoonlijke stripfiguurtje dat de lezers rechtstreeks aanspreekt en dingen uitlegt, een belangrijke rol spelen.’

200jaarStrips-omslagDoor deze reportages vroeg uitgeverij Meinema De Heer de strip Filosofie in beeld (2009) te maken. Hierin behandelt ze het leven en denken van filosofen als Socrates, Plato, Nietzsche en tv-psycholoog Dr. Phil, en laat ze tevens mensen uit haar omgeving aan het woord over hun denkbeelden. Omdat veel filosofen ontbreken is Filosofie in beeld geen filosofie voor dummies geworden: ‘Het was nooit bedoeld als puur educatief boek, eerder als leerzaam onderhoudende strip. Ik wilde bij de oude Grieken beginnen en het structureel aanpakken, maar door ruimtegebrek kon ik niet iedere denker behandelen. Ik neem de lezer mee in mijn hoofd en toon mijn kijk op de zaken. Eigenlijk leg ik die aan mijzelf uit. Dat daar tussendoor allerlei feiten worden uitgelegd is voor mij bijna bijzaak. Als ik er een genre op zou moeten plakken, noem ik het liever autobiografie, maar dan verkoop het niet.’

Expositie en naslagwerk
Strips! 200 jaar Nederlands beeldverhaal geeft een rijk geïllustreerd overzicht van de Nederlandse strip. Van vroege voorlopers als de eindmiddeleeuwse centsprenten, naar Meester Prikkebeen, bekende striphelden als Dick Bos, Kapitein Rob en Tom Poes tot en met het huidige tijdperk van de graphic novel. Stripkenners Willem van Helden, Rob van Eijck, Jos van Waterschoot en Joost Pollmann behandelen ieder een periode, onder eindredactie van Hans Matla en Aafke Boerma. Het boek bevat tevens een ietwat arbitraire selectie korte biografieën van stripmakers die wat ons betreft meer makers had mogen bevatten.

De expositie Strips! 200 jaar Nederlands beeldverhaal loopt tot en met 2 maart 2014. Margreets strip is exclusief bij Meermanno verkrijgbaar. Zie www.meermanno.nl.

Dit artikel is in VPRO Gids #1 (2014) gepubliceerd.

Categories
Strips

Stripliefde: Watchmen

Iedere vrijdag delen striplezers hun stripliefde en vertellen over hun favoriete strip.

Jos watches The Watchmen.
Jos watches The Watchmen.

Wat is je naam, je leeftijd en je wat doe je voor werk?
Mijn naam is Jos van Waterschoot, 48 jaar en ik ben conservator populaire cultuur bij de Bijzondere Collecties van Universiteit van Amsterdam. Uit hoofde van die functie beheer ik een van de grootste stripcollecties van Nederland. Daarmaast ben ik de hoofdredacteur van stripinformatietijdschrift Stripnieuws.

Welke strip is je favoriet en lees je nu nog steeds?
Mijn favoriete strip is Watchmen. Ik kan zonder verveling het dikke boek met alle afleveringen èn de film steeds opnieuw lezen en bekijken.

Waarom is dit je favoriete strip? Wat vind je er zo goed aan?
Alan Moore is naar mijn smaak een van de meest begenadigde stripscenaristen van de laatste 25 jaar. Alles wat hij schrijft is minimaal de moeite waard, maar behoort naar mijn oordeel tot de absolute wereldtop. In geval van Watchmen is het de dubbele laag die het zo boeiend maakt. Het is feitelijk een strip over een stripgenre en hij rekent daar tamelijk genadeloos mee af. De typische Amerikaanse stripsuperhelden blijken allemaal opportunisten, egoïsten, autisten of anderszins aangetaste geesten te zijn die lange tijd hun heldenstatus konden hooghouden, maar nu worden ontmaskerd. Het zijn geen goden, maar mensen en door hun superkwaliteiten wordt hun menszijn alleen maar uitvergroot. En van de mens, zo weten we uit het werk van Moore, hebben we niet veel goeds te verwachten.

Wanneer kwam je er voor het eerst mee in aanraking? En wat deed dat met je?
Mijn goede vriend Kees Kousemaker, toenmalig eigeneaar van stripwinkel Lambiek, drukte de Amerikaanse verzamelbundel in mijn hand toen die net een tijdje uit was. Dat was in 2008. Hij zei erbij: dit is iets heel bijzonders, zoiets heb je nog nooit gelezen. Misschien hebben zijn woorden nog wel een schepje er bovenop gedaan dat ik het zo goed ben gaan vinden. Toen ik het ging lezen trof het me als een hamerslag en sindsdien heeft het me niet meer losgelaten.
watchmen1

In de rubriek Stripliefde vertellen striplezers over hun favoriete strip of strips. Op deze manier bouwen we langzaam een interessante leeslijst op. Ook meedoen? Check hier hoe je dat doet. Ik kijk uit naar je inzending. Oh ja: mocht iemand anders al je favoriete strip genoemd hebben, stuur dan even goed je inzending in, want jouw reden om de strip goed te vinden kan heel anders zijn. Bovendien is je eerste kennismaking en wat dat met je deed waarschijnlijk anders dan die van andere lezers.

Categories
Strips

Ger van Wulften krijgt Frankfurtherprijs

Uitgever Ger van Wulften krijgt dit jaar de P. Hans Frankfurtherprijs voor bijzondere verdiensten voor het beeldverhaal.

Hieronder de tekst van het juryrapport van het Stripschap waar ik deels verantwoordelijk voor ben:

Van Wulften geflankeerd door Fred de Heij en Hallie Lama (rechts)

De P. Hans Frankfurtherprijs wordt dit jaar toegekend aan iemand die al meer dan veertig jaar meeloopt in de Nederlandse stripwereld. Eerst als grafisch ontwerper voor onder andere het stripweekblad Pep en later Eppo en Stripkoerier, waar hij ook de logo’s voor ontwierp.  Ook is hij vormgever van talloze stripalbums en andere uitgaven. Maar bovenal is hij iemand die nieuw talent een kans wil geven en als uitgever risico’s durft te nemen. Ook muzikaal talent als Herman Brood en Bram Vermeulen.

Als zodanig heeft hij hele generaties (strip)tekenaars beïnvloed en geïnspireerd.  Zo spoorde hij Peter Pontiac aan om autobiografisch getinte strips te gaan maken en gaf hij de jeugdherinneringen van Rudolf Kahl uit. Maar ook andere grote talenten als Dick Matena, Evert Geradts, Eric Schreurs, Gerrit de Jager, Wim Stevenhagen en Hein de Kort bood hij een podium. Strips als Joop Klepzeiker en De familie Doorzon introduceerde hij bij een groot publiek. Hij was ook actief in de muziekwereld, bijvoorbeeld als de manager van Bram Vermeulen.

Als de man achter uitgeverij Espee gaf hij eind jaren zeventig het stripblad Gummi uit, met literaire strips van Dick Matena, Will Eisner, Claire Bretécher, Georges Pichard, Richard Corben, Jacques Tardi en Marcel Gotlib. Onder zijn vleugels maakten bladen als De Vrije Balloen en Stripkoerier een doorstart. De Balloen was onder zijn redactie in samenwerking met Aart Clerkx, Willem Vleeschouwer, Peti Buchel, René Windig en Eddie de Jong als het ware het visitekaartje van de nieuwe Nederlandse strip. Ook bedacht hij als één van de eersten hele evenementen rondom strips, met optredens en prijsuitreikingen.

Van begin af aan maakt hij zich hard voor wat hij kwalitatief hoogstaande beeldverhalen vindt en durft gevoelig en gewaagd materiaal uit te brengen waar andere uitgevers hun vingers niet aan durven te branden. Zo geeft hij sinds 2005 onder de vlag van zijn nieuwe uitgeverij Xtra de cartoons van Gregorius Nekschot uit, en ook wijlen Theo van Gogh heeft een plaatsje in zijn fonds. Een fonds vol indrukwekkende namen en uitgaven van talent uit binnen- en buitenland.

Samen met stripmaker Fred de Heij is hij de drijvende kracht achter het magazine Pulpman, toch wel het opmerkelijkste en meest uitgesproken nieuwe striptijdschrift van de laatste jaren. In dergelijke uitgaven stoppen hij en de zijnen meer tijd dan economisch rendabel is.

Kees Kousemaker, de Nederlandse stripheld die in april van dit jaar het leven liet, zei al jarenlang dat Van Wulften de P. Hans Frankfurtherprijs moest krijgen. En wie is het Stripschap om Kousemaker tegen te spreken?

Daarom hulde aan Ger van Wulften. Op zaterdag 25 september ontvangt hij de P. Hans Frankfurtherprijs 2010 uit handen van Tamar en Guido Frankfurther tijdens De Stripdagen in Houten.

Categories
Strips

Laatste eer Kees Kousemaker

De Nederlandse stripwereld en de stad Amsterdam hebben deze week wat kleur verloren. Dinsdag 27 april overleed stripkenner Kees Kousemaker op 68 jarige leeftijd. De Nederlandse stripgeschiedenis gaat haar tweede fase in: het post-Kees Kousemaker tijdperk.

Illustratie: Yiri T. Kohl

Kees Kousemaker opende in 1968 stripantiquariaat Lambiek aan de Kerkstraat in Amsterdam, de eerste stripwinkel van Europa. Hij schreef boeken over strips, waaronder Strip voor Strip (1970), Wordt Vervolgd (1980), en De wereld van de Nederlandse strip (2005).

Vanaf 1986 hield hij in Lambiek met grote regelmaat exposities, onder meer van het legendarische Amerikaanse tijdschrift Raw, Guust-tekenaar André Franquin en Chris Ware. Zijn inspanningen werden ook over de grenzen erkend, en in 1995 bekroond met de Will Eisner Retailers Award.

In 2006 werd hij voor zijn verdiensten voor het beeldverhaal geridderd in de Orde van Oranje-Nassau. De laatste elf jaar van zijn leven hield Kousemaker zich vooral bezig met de Comiclopedia (www.lambiek.net), inmiddels uitgegroeid tot ’s werelds grootste database over strips en stripmakers.

Place to be
Stripantiquariaat Lambiek noem ik wel eens gekscherend het clubhuis van de Nederlandse stripwereld. Behalve interessante exposities en andere events die daar plaatsvinden, is daar iedere vrijdag is de losse vrijdagmiddagborrel. Het is een prachtige samenscholingsplek voor tout stripmakend Nederland.

De stripliefhebber, voorzichtig geïnteresseerde en verdwaalde toerist zijn er ook goed op hun plek. Het personeel heeft verstand van strips. Het beeldverhaal mag dan tegenwoordig een prominentere plaats hebben in de boekhandel, kennis over het medium zul je niet snel bij de doorsnee boekenboer vinden. In Lambiek is dat anders. Sterker nog, toen de stripwinkel opende kon je bijna nergens nog gewoon een stripje kopen.

Tot mijn spijt heb ik Kees nooit goed gekend. Ik kom de laatste jaren veel in Lambiek, maar toen was de dagelijkse gang van zaken reeds overgenomen door zijn zoon Boris. Ik kan je dus geen leuke anekdotes vertellen over Kees.

Ik was afgelopen donderdag wel in Lambiek toen de kist in de galerie stond. Het hout van de kist was prachtig voorzien van allerlei illustraties van Nederlandse stripmakers. Een mooi eerbetoon.

Vandaag wordt Kousemaker de laatste eer bewezen in de Amstelkerk te Amsterdam.

In memoriam
Kousemaker wordt ook op het web geëerd: Collega stripjournalist Peter Breedveld schreef een hartverwarmend stuk over Kousemaker. Jeroen Mirck, oud-stripjournalist, sprak weleens met Kees tijdens zijn bezoeken aan de stripwinkel en memoreert Kousemakers erudiete toespraken bij exposities. Mijn collega van Zone 5300, Natasja van Loon, schreef tevens een raak In Memoriam:

Kees Kousemaker was een drijvende kracht, een inspiratiebron, een ware pionier en held voor iedereen die de stripwereld een warm hart toedraagt, en is van onschatbare waarde voor het Nederlandse beeldverhaal geweest.

AT5 sprak in 2008 met Kees in verband met het veertigjarige bestaan van de stripwinkel. Zie hier de video die zich niet laat embedden.

Dat Kousemaker wel in was voor een geintje bewijst hij in deze webvideo. Een parodie op het televisieprogramma Kunst & Kitsch waarin Kousemaker als expert een rol speelt.