Categorieën
Bloggen Media

Je bent geen merk, laat zien wie je bent

Illustratie: Emma Ringelberg

Personal branding was ’the thing of the day’. Ooit. Jezelf via social media neerzetten als een product, is niet hoe het moet, volgens Olivier Blanchard. Hij gaat voor authenticiteit.

You know what we used to call people with “personal brands” before the term was coined? Fakes. So here is a simple bit of advice for 2012: Don’t be a fake. Drop the personal branding BS. You don’t need it.

If you really want to brand something, focus on your business, on your blog, on your product. If your product is you, I hope your name is Lance Armstrong, Tom Cruise or Lady Gaga, because otherwise you aren’t thinking clearly about this. A brand is ultimately an icon. Are you an icon? No. You aren’t. And if you ever become one, you won’t need to worry about building a personal brand.

Have I seen your face pop up on billboard ads for Nike, Ford or Chanel? Are you on Wheaties boxes? Do you have your own action figure? Do designers call your agent asking if you would wear their clothes to award shows? No? Then you aren’t a product or a brand.

Ik ben niet zo van de tips en goeroe’s, maar vind het lijstje met tips dat Blanchard in zijn blogpost geeft, behulpzaam. Nou ja, behalve dat gezeur over kleding wellicht.

Wat je wel en niet laat zien
We hoeven personal branding wat mij betreft niet meteen bij het afval te zetten. De positieve kant ervan is dat je bewust bent van wat je wel en niet online publiceert. Bewust omgaan met het beeld dat je van jezelf presenteert. Je hoeft je daarbij niet meteen te gedragen als een reclameman en alleen maar bezig zijn met het neerzetten van een positief imago. Twitteraars die constant vertellen hoe druk ze het wel niet hebben en van de ene leuke opdrachtgever naar de andere hollen, volg ik niet. Niemand wil constant belaagd worden door reclametweets.

Het is niet slecht om te laten zien waar je goed in bent, maar toon dit. Ik kan wel zeggen dat ik een specialist ben op het gebied van het beeldverhaal, maar het is beter om dat te laten zien door inzichtelijke artikelen te publiceren. Precies wat Blanchard zegt in punt 1: Talk less, do more, vergelijkbaar met het credo: show, don’t tell.

Blanchard pleit er ook voor dat je vooral jezelf bent online:

5. Just be yourself. If I have learned anything from Facebook’s new Timeline feature, it’s this: It’s fun to be yourself. It’s easy to forget that, especially when the “personal branding” industry would have you shift your focus away from the little flaws that make you… well, you.

Hou het persoonlijk maar let op wat je prijsgeeft
Het is goed om na te denken over wat je wel en niet deelt via social media, je blog of welke openbare publicatievorm dan ook.
Eerlijk zijn en dingen dicht bij jezelf houden zijn goede uitgangspunten. Hou je uitingen persoonlijk en laat jezelf zien op je blog. Laat zien wat je van dingen vindt, wat je bezighoudt, wat je verwondert en waar je kwaad van wordt. Dat maakt je een mens, geen merk.

Toch hoef je ook niet meteen alles op je blog te zetten. Ik zit zelf niet te wachten op de meest ongemakkelijke bekentenissen van mensen op hun blog. Laatst publiceerden enkele bloggers opeens onbekende feiten van zichzelf onder het mom van ‘Als je me echt zou kennen, zou je weten dat…’. Ingrid Prent liet zich inspireren door Challange day:

Een grensverleggende methode uit Amerika, die onder andere wordt ingezet om pesten op scholen tegen te gaan en wederzijds respect te stimuleren. Door spelletjes af te wisselen met serieuze gesprekken, worden leerlingen uitgedaagd om verborgen gevoelens naar elkaar uit te spreken. Centrale vraag: wat weten we nu eigenlijk van elkaar? Vrij weinig, is de constatering.

Groot verschil: scholieren doen daarin ontboezemingen in een veilige omgeving, het internet is geen veilige, gesloten omgeving. Je deelt de informatie niet alleen met bekende bezoekers van je blog, maar iedereen die bij toeval op je site terechtkomt. Geen idee dus eigenlijk aan wie je al die privé-informatie prijsgeeft. Iedereen moet natuurlijk zelf weten wat hij op zijn of haar blog doet, maar dit soort bekentenissen gaan wat ver, wat mij betreft. Ik hoef niet alles van je te weten. Sommige informatie moet je bewaren voor intimi en hoeft niet op het web geslingerd te worden waar jan en alleman het kan lezen.

Met dank aan Jeroen Mirck, die naar de post van Blanchard verwees.

Categorieën
Bloggen

Het monster dat gevoed moet worden

Illustratie: Emma Ringelberg

Bloggen doe je voor je plezier en omdat je iets kwijt wilt aan de wereld. Dat klinkt simpel, maar dat is het niet.

Daar begint het bloggen wel mee, met de wens om mensen te bereiken. Om gehoord te worden. Om te delen wat jou zo enthousiast maakt, waar je je over verwondert, wat je bezighoudt. Prima redenen.

Toch kan het bloggen soms ook als een last aanvoelen. Opeens blog je niet meer omdat je het wilt, maar omdat je het gevoel hebt dat je moet. Dat je iets moet publiceren omdat er anders geen bezoekers op je site komen. Dat je iets moet publiceren omdat het alweer een paar dagen geleden is dat je een blogpost hebt geschreven. Dat je iets nieuws moet publiceren omdat er op de laatste paar teksten geen reacties binnenkwamen. Blijven produceren omdat mensen anders vergeten dat je blog bestaat. Uit het oog uit het hart. Zoiets.

Als je dat ervaart, lijkt je blog bijna als een monster dat gevoed moet worden. Een monster dat je aandacht vraagt, ook als je er geen zin in hebt. Een monster met een geeuwhonger die niet te stillen lijkt, want niet lang nadat je het monster gevoerd hebt met een verse blogpost, bekruipt je het onbehaaglijke gevoel dat je weer aan de slag moet.

Maar het monster dat gevoed moet worden is niet je blog. Je blog is namelijk maar een ding op het web, de plek waar je publiceert. Alle eigenschappen die je je blog toebedeelt, behoren jezelf toe. Je blog is namelijk niet meer of minder dan een verlengstuk van jezelf. Kortom, het monster dat gevoed moet worden, dat ben je zelf.

Ga maar na: publiceer je op zo’n moment nog omdat je iets kwijt wilt aan de wereld? Dat je het gevoel hebt dat je zult barsten als je niet je vingers over het toetsenbord laat gaan om over die ene film, strip, liedje of gebeurtenis te schrijven? Of publiceer je omdat je het gevoel hebt dat je wel moet om de verkeerde redenen? Omdat je reacties wilt bijvoorbeeld, of omdat je te veel naar je statistieken hebt zitten kijken en die je drijfveer vormen om door te bloggen?

Moet je blog gevoed worden, of je ego? Want, laten we eerlijk zijn, je aanwezigheid op het web, of het nu bloggen, Facebook of Twitter betreft, heeft ook met het ego te maken. De mens verlangt naar aandacht. Mis je de spotlight, de aandacht, de reacties? Als dit laatste het geval is, kun je het beste iets anders gaan doen. Even afstand van het bloggen nemen. Even goed nadenken over je motieven. Waarom blog je? Wat wil je ermee bereiken? Wat doet het voor jou?

Als je de antwoorden op die vragen kent, is je honger vast ook gestild. Je weet op zijn minst wie en wat je aan het voeren bent als je weer gaat bloggen.

(Deze blogpost is deels een antwoord op die van Peter de Kock.)

Categorieën
Film Strips

Screentest van The Green Goblin

Promotiefoto voor Spider-Man (Sam Raimi, 2002)

Kun je je dat plastic masker nog herinneren dat Willem Dafoe ophad toen hij The Green Goblin speelde in de eerste Spider-Man-film? Het masker maakte hem nogal expressieloos. Niet iedereen was er blij mee.

Deze week kwam ik een screentest tegen op Spider-Man Crawl Space, waarin duidelijk te zien is dat men eerst aan een look voor de schurk dacht die veel meer overeenkomt met die uit de comics. Deze optie had Dafoe meer expressiemogelijkheden gegeven dan het plastic masker.

Production designer Neil Spisak zei indertijd het volgende over het aankleden van The Green Goblin:

‘[The Goblin] proved to be a difficult character to translate in that we didn’t want to go too far into unreality. Obviously, it’s based on a comic book, so it’s pushed some, but the idea that there was a human being there was important to Sam. What was clear was that there wouldn’t be a change in the way Norman Osborn looked when he became the Goblin, that it had to do with a mental change and putting on a costume.’ Bron: Behind the mask of Spider-Man, geschreven door Mark Cotta Vaz.

Het kostuum van The Green Goblin uit de Spider-Man comics zou niet misstaan op een Halloweenfeestje. Het wordt echter ongeloofwaardig als een zakenman als Norman Osborn daar in gaat rondvliegen, ook al is hij dan gek geworden.

Om het dragen van superheldenkostuums geloofwaardig te maken in de film, moet er een goede reden gesuggereerd worden, anders rijmt dit niet met de psychologie van de personages. In de film zijn het pak en de glider door Oscorp ontworpen in opdracht van het Amerikaanse leger, om een aanvalseenheid van supersoldaten te creëren. Het pak is een soort van harnas, ontworpen om de piloot van de glider te beschermen. The Green Goblin uit de film heeft daarom een meer technologische look dan zijn evenbeeld uit de comics. Het masker is in de comic flexibel en biedt de drager expressiemogelijkheid. In de film is dit een hightech masker/helm dat nog wel enkele kenmerken heeft van het masker uit de strip: de puntoren, een lange kin, kromme neus en de enge grijns. Het idee zou Osborn hebben gekregen van zijn collectie ceremoniële maskers, die tentoongesteld staan in zijn studeerkamer. In de film wordt dus een logische reden gegeven waarom Osborn het kostuum draagt en voor het uiterlijk ervan: Osborn steelt het pak en de glider nadat hij The Green Goblin geworden is – hij ontwerpt een masker om zijn identiteit te beschermen.

Dat gezegdhebbende, had een variant van het masker dat meer lijkt op wat we in bovenstaande video, me ook interessant geleken. Al zijn de ogen in dit masker wel erg doods.

Categorieën
Strips

Striptips: Week #44

Het werd weer eens tijd voor wat striptips. Een uiteenlopend aanbod aan berichten over strips van de afgelopen week.

Kuifje homo?
Het zal de stripliefhebber niet zijn ontgaan dat de Kuifje verfilming van Steven Spielberg in de bioscoop draait. Je kunt op je web immers ook je kont niet keren of je komt Kuifje of Tintin tegen. De Belgische krant Het laatste nieuws bekeek de stripreeks van Hergé vanuit een psychologische invalshoek en stelde de vraag: Is Kuifje homo?

Nieuwe cartoonserie op de site van Zone 5300: Geeks & nerds
Striptekenaar en illustrator Kenny Rubenis (Rotterdam, 1984) was tot voor kort studiokracht bij Fokke & Sukke-tekenaar Jean-Marc van Tol. Nu hij de stap heeft gezet naar een zzp-bestaan, heeft hij meer tijd voor het maken van strips. Zone 5300 presenteert voortaan zijn cartoons met filmnerds en andere geeks in de hoofdrol. Lezers van zijn blog Geek Chic weten al hoe grappig zijn cartoons zijn, nu de rest van Nederland nog. Zie hier.

Dure Smurfen
De originele cover van ‘De Fluit met de Zes Smurfen’, het negende album uit de stripreeks ‘Johan & Pirrewiet’ waarin de Smurfen voor het eerst hun opwachting maakten, werd afgelopen weekend tijdens een veiling in Parijs voor 100.000 euro verkocht. Dat meldt Strip Turnhout.

Dr. Sketchy returns
Eerder kondigde ik al de eerste sessie van Dr. Sketchy in Amsterdam aan. Zaterdag 5 november is de tweede sessie in Club 8. Slijp je potloden en hou je vast voor een wervelende show met de elfachtige Felixy Splits, de elegante Liberty Sweet, Marilyn-lookalike Bettsie Bon Bon en Ooh La Lou de burlesque Barbie. Als toetje is er een modeshow van La Rose Couture. Stripwinkel Lambiek is sponsor, maar het evenement vindt dus plaats in Club 8, Admiraal de Ruijterweg 56, Amsterdam, 18.00 – 21.00.

Tot slot nog een vreemd bericht uit Utrecht, waar afbeeldingen van Spider-Man in het straatbeeld opduiken, en een video over Pieter Janssen die verschillende stripfiguren uit pompoenen snijdt.

Categorieën
Bloggen Media Strips

Loggy versus Bunbun: Zoek de verschillen

Zie hieronder het logo van Loggy.nl, een nieuwe webservice om een weblog bij te houden en het nevenstaande plaatje van Bunbun van Matt Baay. Als dit geen copyright schending is, weet ik het niet meer.

Loggy.nl is eigendom van Lunedy. Het is natuurlijk aardig dat de mensen van Lunedy Bunbun een leuk figuurtje vinden. Daar kan ik inkomen, want ik moet ook geregeld lachen om Matts gekke konijn. Maar als ze gebruik willen maken van zijn beeltenis mogen ze natuurlijk wel eerst de maker ervan benaderen en proberen over te halen met een zak geld. Zo doen we geen zaken, mensen.

Categorieën
Strips

Fred de Heij over Phinny: ‘Ik wilde een minder grof verhaal maken’

Tijdens de Stripbeurs Breda presenteerde uitgeverij Xtra het nieuwe album van Fred de Heij: Phinny: Rendez Vous. In deze crime noir is Phinny Prentice beveiligingsexpert bij een verzekeringsmaatschappij. Als de vrouw van haar collega Dave aangerand wordt en in coma raakt, besluit ze dit tot op de bodem uit te zoeken. Dave’s vrouw Liz blijkt al een tijdje een dubbelleven te leiden waar hij geen weet van heeft. Als de aap uit de mouw komt laat deze juridisch adviseur eindelijk zijn tanden zien.

Een nieuw album van De Heij leek me een mooie gelegenheid hem enkele vragen voor te leggen.

Waarom wilde je het verhaal van Phinny vertellen?
Ik ben continue verhalen aan het schrijven en op een gegeven moment heb ik deze eruit gepakt. Ik wilde graag een detective maken die iets anders in elkaar zit dan de verhalen die ik tot dan toe had gemaakt. Een verhaal waar nu een keer niet een overdreven hoeveelheid seks en geweld in voorkomt. Als ik uit mezelf een strip maak dan wordt het bij wijze van spreken een Frans en Suzanne-verhaal, want verhalen die over de top zijn maak ik het liefste. Het basisidee van Phinny was dus eigenlijk om het eens over een andere boeg te gooien. De reden waarom ik nu met Phinny begonnen ben is omdat ik een subsidie had gekregen om het boek De kuisheidsgordel te maken met Jan van Aken. Ik had hiervoor speciaal geen opdrachten meer aangenomen, want ik dacht er een halfjaar mee bezig te zijn. We hadden afgesproken dat ik in januari dat verhaal zou tekenen, maar dat ging niet door omdat het script nog niet af was. Ik had dus opeens tijd over. De eerste paar weken heb ik vooral aan Pulpman gewerkt. Op een gegeven moment heb ik besloten om een scenario te tekenen dat ik al min of meer klaar had liggen: Phinny dus.

Je wilde dus eens iets nieuws proberen?
Ik maak natuurlijk niet steeds hetzelfde soort strip. Er is me al meerdere keren gevraagd of ik een vervolg ga maken op Een net meisje of Afgezaagd, en dan denk” “Die heb ik al gemaakt.” Daar heb ik geen zin in.

Het stripmagazine Pulpman heeft in principe een klein bereik en verkoopt doorgaans moeilijk vanwege de expliciete seksscènes die er in staan, heb je Phinny bewust toegankelijker geprobeerd te maken door de seks en het geweld gematigd in beeld te tonen?
Nee, dat was niet de reden, maar als daardoor de verkoop toeneemt zou het wel een prachtig extraatje kunnen zijn. Maar eigenlijk sta ik daar niet bij stil als ik verhalen maak. Ik heb het er wel met mijn uitgever over gehad: als je voor grof gaat verkoop je minder.

Scene uit 'Phinny'. Ingetogen geweld.

Welke elementen in het verhaal maken het anders dan een Pulpman-verhaal?
De seks is netjes gebracht. En als de minnaar van Liz haar een ros voor haar harses geeft, dan zie je dat niet. Ik breng dus bepaalde dingen niet expliciet in beeld. Ik heb ook een andere werkmethode gebruikt tijdens het schrijven. Ik heb voor mezelf eerst de figuren beschreven en vanuit verschillende standpunten het verhaal geschreven. De langere verhalen voor Pulpman schrijf ik nooit op die manier. Die schrijf ik van scène naar scène. Ik heb ook van tevoren veel meer bedacht hoe het verhaal zou verlopen.

Beviel die nieuwe werkwijze je?
Ja. Neem bijvoorbeeld een verhaal als De schuilplaats die voorgepubliceerd wordt in Pulpman. Ik weet van tevoren wel hoe zo’n verhaal gaat eindigen, maar ik schrijf het dus scène voor scène en probeer van iedere aflevering een afgerond plotje te maken. Ik teken die strips ook serieel. Phinny heb ik in een ruk door getekend.

Wat was voor jou het voordeel als maker?
Het voordeel is dat het een ander soort verhaal wordt. Als ik weer aan een nieuw verhaal ga beginnen doe ik het denk ik liever zo dan een aaneenschakeling van allemaal korte scènes die bij elkaar een groot geheel vormen. Ik heb Phinny gemaakt vanaf maart tot en met eind augustus. Het was wel flink doorwerken, want ik had er een bepaalde periode de tijd voor. Ik was er zeven dagen per week mee bezig. Ook ’s avonds. Toen het af was, was ik ook echt wel even aan vakantie toe. Dat heb ik normaal gesproken nooit. Maar het ging niet vervelen.

Het viel me op dat je figuratie op de achtergrond maar schaars inzet. In het kantoorpand waar Phinny en Dave werken bijvoorbeeld, zie je bijna geen collega’s op de achtergrond.
Dat vind ik mooier. Ik hou niet van strips die lastig te lezen zijn. Dat het een zoekplaatje is. Een stripplaatje moet helder en overzichtelijk zijn. To the point en prettig om naar te kijken.

Het duurt opvallend lang voordat Dave, de man van Liz, doorheeft wat er aan de hand is en daar naar gaat handelen.
Hij heeft vanaf het begin al door dat er iets niet pluis is, maar rationeel gezien wil hij daar niet aan. Dave is typisch iemand die zich voorgenomen heeft om op een bepaalde manier te reageren. Dat is een belangrijk onderdeel van zijn karakter.
Daar wordt wat mij betreft de strip boeiender door.

Je gaf aan in je blog dat je Dave eigenlijk een eikel vond.
Ja, ik vind het een vreselijke lul. Voor mij zijn die twee vrouwen (Phinny en Liz) de hoofdpersonen. Die twee mannen vind ik maar eikels. Daar heb ik niets mee. (lacht.) Natuurlijk is dit een vooroordeel van mij, maar ik heb het gevoel bij mensen die rechten gestudeerd hebben dat ze alles beredeneren, en alles min of meer rationeel benaderen terwijl hun gevoel wel degelijk iets anders zegt.

(Na het interview heeft Fred zijn ideeën over Dave nog eens duidelijk opgeschreven in een blogpost. )

Het boekje heeft de naam Phinny in de titel, dus dat wekt de verwachting dat zij het hoofdpersonage en dat ze de handelende persoon is. Maar als je kijkt naar de structuur van het verhaal, dan neem je weliswaar eerst de tijd om Phinny neer te zetten, maar daarna neemt Dave het voortouw. Hij is toch het handelend personage, is hij dan niet het hoofdpersonage?
Eigenlijk niet. Ik heb daar bewust voor gekozen. Dat vond ik op dat moment echt de beste manier om het verhaal te vertellen.

Wilde je bewust narratieve conventies omdraaien?
Ik vind die conventie niet zo belangrijk. Het moest niet zo’n geijkt verhaal worden. Er zijn een hoop strips die ik in de afgelopen vijftig jaar heb gelezen waarin de hoofdpersoon geen enkele rol speelt: hoe het hoofdpersonage reageert wordt bepaald door de plot en niet andersom. En daar hou ik niet van. Ik ben er bewust mee bezig geweest om dat op mijn manier te doen. De innerlijke strijd van de figuren is een essentieel onderdeel van de personages en van de strip.

Phinny Prentice.

Ga je meer met Phinny doen?
Dat is wel de bedoeling, maar afgezien van een paar aantekeningen en wat gedachteflarden in mijn hoofd heb ik nog niets. Dus ik heb niet volgende week de eerste tien pagina’s af. (lacht)

Je blogt tegenwoordig over je werk. Hoe bevalt dat?
Dat is enig, maar dat weet je, jij bent toch de professionele blogger? Het verveelt nog niet, dus ik ga er met dezelfde enthousiasme mee door. Toen ik op vakantie ging heb ik een paar posts vooruit geschreven. Het was wel even lastig om te bedenken waar ik het over zou hebben. In principe reageer ik op waar ik op dat moment mee bezig ben en dat maakt het bloggen hartstikke makkelijk.

Check Freds verhalen op FreddeHeij.Blogspot.com, waar hij ook een geregeld schetsen publiceert en verhalen over de strips die hij op dat moment aan het maken is.

Categorieën
Media

Lachen met Google advertenties

Gisteren publiceerde ik een blogpost over Bloggen na de dood. Blogvriend Peter de Kock reageerde daarop. Zoals altijd kwam zijn reactie ook binnen op Gmail. Toen ik deze opende viel mijn oog op de advertenties die automatisch gegenereerd worden op basis van de tekst in de mail. Toen moest ik nog wel even lachen, want Google ging er voor het gemak maar van uit dat als je over de dood schrijft, je meteen depressief bent.

Advertenties, wat moet je er eigenlijk mee? Ik kijk er nooit naar. Ook Facebook zit er vol mee, maar als ik die al zie, dan klik ik nooit op een linkje. Ik ben er zo goed als blind voor geworden. Ze zijn net als een vlekje op je bril: op een gegeven moment zie je ze niet meer.

Categorieën
Bloggen Media

Bloggen na de dood

Illustratie: Emma Ringelberg

Is er bloggen na de dood? Het kan wel. Als je wilt kun je blogposts klaarzetten die gepubliceerd worden als je je laatste adem hebt uitgeblazen. Ik zie dat zelf niet zo zitten. Toch kan virtueel herdenken wel een belangrijke functie vervullen.

Deze maand onderzocht Multiscope in opdracht van Nuvema Uitvaartverzekering onder 1000 Nederlandse consumenten of zij hebben nagedacht over hun digitale nalatenschap en wat er met hun online erfenis zou moeten gebeuren. Om hun social media testament onder de aandacht te brengen, maakte Nuvema vandaag bekend dat maar liefst 61 % van de ondervraagden wil dat zijn social media profiel meteen na overlijden wordt gewist. Slechts 8 % heeft behoefte aan een digitale gedenkplaats. Dat social media testament is overigens niets nieuws onder de zon.

Toen recent de stripmaker Minck Oosterveer plotseling overleed, veranderde zijn Facebook-profiel in een condoleanceregister omdat iedereen die het wilde een laatste boodschap voor Minck plaatste. Een mooi gebaar. Ook deze week werden er nog berichten toegevoegd. Dat heeft wel een vreemd effect, want als op die manier is zijn account nog steeds actief en duikt zijn profiel dus vaak op in mijn lijstje van actieve vrienden. Toch vind ik het wel mooi dat mensen op die manier ook afscheid van iemand kunnen nemen. En wellicht bieden al die warme woorden nog een soort van troost voor de nabestaanden.

Mijn Facebookprofiel, mocht ik die tegen die tijd nog hebben, mag wat wij betreft verwijderd worden. Maar wat te doen met mijn blog na de dood? Zelf vind ik het wel mooi als mijn schrijfsels online beschikbaar blijven. Ik geloof dat er na de dood niets is, en ik laat geen kinderen na. Toch wil ik wel mijn vingerafdruk op het venster van de wereld achterlaten. Gewoon om te laten zien dat ik er geweest ben. Voor zolang zo’n blog in de lucht blijft natuurlijk, want ook je digitale notitieblok heeft niet het eeuwige leven. Als op een gegeven moment de rekening van de provider niet meer betaald wordt, gaat ook hier de stekker eruit.

Wat dat betreft is niets voor eeuwig.

En heb jij al nagedacht over hoe je virtuele nalatenschap eruit moet zien?

Marco Raaphorst, Karin Ramaker en Peter de Kock schreven al eerder over dit onderwerp.

Categorieën
Film

De prachtige titelsequenties van Kyle Cooper

Illustratie: Merel Barends

De kans is groot dat je wel eens het werk van Kyle Cooper hebt gezien, zonder dat je je ervan bewust was dat het zijn werk was. Cooper is een van de beste filmtitelsequentie-ontwerpers van deze tijd. Hij maakte de titelsequenties van meer dan honderd films, onder andere die van Se7en en de Spider-Man-films van Sam Raimi.

“Oh, dat werk!” Precies!

In onderstaand video-interview vertelt hij over zijn werk en zijn aardig wat voorbeelden van zijn titels te zien. Wat mij erg aanspreekt is dat hij fysieke effecten boven de digitale trukendoos prefereert. Op die manier ontstaan er toevallige ongelukjes die heel goed kunnen uitpakken.

Kyle Cooper interview (1/2) – Watch the Titles from SubmarineChannel on Vimeo.

Het interview is onderdeel van het project Forget the film, Watch the titles van Submarine Channel. Het project is puur gericht op titelsequenties. En dat zijn soms ware kunststukjes op zich. Ze maken je lekker voor de film die komen gaat. Ze geven een indruk van de film en de sfeer van het verhaal dat je gaat zien. Ze helpen je als het ware de drempel over waardoor je van de echte wereld de filmwereld in kunt stappen. Soms geven ze een impressie van wat er zich in het vorige verhaal heeft afgespeeld, zoals de titelsequentie van Spider-Man 2 die prachtige tekeningen van Alex Ross bevat.

Als kind was ik zeer onder de indruk van de James Bond titelsequenties van Maurice Binder. Die kon je zondermeer apart inlijsten en aan de muur hangen.

Ik werd op de video gewezen door een blogpost van Liselotte Doeswijk over het Playgrounds festival.

Categorieën
Media

Werk vinden via het web

Als freelance journalist heb je niet zo veel aan standaard carrièresites als Intermediair, VK banen of Monsterboard. Ik in ieder geval niet. Ooit heb ik me wel bij de laatste twee ingeschreven en mijn cv geplaatst. Vandaag kreeg ik opeens van VK banen een emailalert voor de functie IC verpleegkundige.

Pardon? Met de beste wil van de wereld lukt het me niet eens om een plant in leven te houden, laat staan dat ik iets positiefs in de verpleging teweeg zou brengen. Hier had ik de alert toch niet op ingesteld? Een snelle blik leerde mij dat bij deze vacature ook de categorie media was aangevinkt. En daar had ik me wel voor aangemeld. Maar wat deze vacature met media te maken heeft, zie ik niet zo snel:

Ons team bestaat uit IC en CCU verpleegkundigen die samen verantwoordelijk zijn voor de zorg voor onze patiënten. Wij zoeken enthousiaste IC verpleegkundigen met interesse in de cardiologie. Ben je bereid je kennis en ervaring te delen met je collega’s en je verder te ontwikkelen als IC verpleegkundige en heb je een positieve instelling, dan ben jij de collega die we zoeken.

Solliciteren via een netwerk. Het ligt mij niet zo. Ik vergeet namelijk vaak dat ik daar iets mee kan. LinkedIn bijvoorbeeld. Ik kreeg een connectieverzoek van een oud-collega van me binnen. Natuurlijk voegde ik haar toe en toen kwam ik erachter dat er nog een hele rij verzoeken op me zaten te wachten. Geen email alert gekregen of simpelweg vergeten?

Nu is mijn contract bij de VARA recent verlengd en gaat het op dit moment fijn met freelance opdrachten, dus nodig heb ik LinkedIN even niet. Maar je weet natuurlijk nooit wat de toekomst brengt. We leven in tijden van crisis nietwaar? En de Publieke Omroep moet bezuinigen, dus voordat je het weet komt er een eind aan het webproject dat ik voor de VARA doe en moet ik weer naar een andere bijbaan uitkijken.

Misschien toch maar dat LinkedIn verder gaan onderzoeken. Of niet, want volgens mij zijn Twitter en Facebook handiger tools om via je netwerk werk te vinden.

Categorieën
Bloggen

Bloggen met de billen bloot 2

Illustratie: Emma Ringelberg

Bloggen is een persoonlijke bezigheid vind ik. Daarom vind ik het belangrijk dat je onder je eigen naam blogt, zoals ik al eerder schreef. Maar hoe persoonlijk moet je het maken? Hoeveel moet je jezelf blootgeven? Die vraag kent voor iedere blogger een ander antwoord.

Recent werd ik gewezen op een blogpost van Henk-Jan Winkeldermaat, aka Punkmedia. Hij begint zijn tekst zo:

Klanten? De andere ouders op Kiki’s school? Onbekende vreemde mensen via Google? Waar ben ik nou eigenlijk zo bang voor? Dat mensen zich van me gaan afwenden? Dat ik niet word geaccepteerd? Dat men mij maar een zieligerd vindt. Waarom schrijf ik niet wat ik wil schrijven, en deel ik niet wat ik het liefst wil delen? Hoewel een aantal mensen al vindt dat ik behoorlijk veel van mezelf en mij persoonlijk op mijn blog laat zien, voelt dat bij mij absoluut niet zo. Het gaat allemaal heel gedoseerd.

Winkeldermaat vraagt zich af waarom hij eigenlijk niet persoonlijker blogt. Daarna vertelt hij dat hij ooit een depressie heeft gehad, maar dat dit omslagpunt naar positieve dingen in zijn leven heeft geleid.

De blogpost raakte me en deed me nadenken over hoe persoonlijk ik eigenlijk ben. Net als Winkeldermaat hou ik rekening met potentiële klanten en andere bekenden die mijn blog lezen en welke indruk ik van mezelf presenteer. Dat geldt net zo goed voor Twitter en Facebook. Hoe gereserveerd ben ik eigenlijk?

Nou, behoorlijk. Ik schrijf natuurlijk veel over strips en daarin deel ik graag mijn professionele visie met de wereld. Ik schrijf ook over zaken die me bezighouden. Bijvoorbeeld dingen waar ik me boos over maak. En ja, dat gaat vaak over politiek of de domheid van religie. Door mijn fascinaties te delen vertel ik indirect ook veel over mezelf. Wie ik ben. Hoe ik in de wereld sta.

Over mijn privé-leven deel ik weinig mee. Oké, ik fotoblog iedere dag, maar wie mijn fotostream bestudeert, ziet dat ik zelf weinig in beeld ben, en mijn directe omgeving sporadisch goed in beeld komt. Dat vind ik wel fijn zo. Mensen hoeven ook niet alles te weten. En het mooie aan internet is, dat je zelf kunt doseren hoeveel je prijsgeeft. Goed, activiteiten van hackers en de altijd spionerende overheid daargelaten. Dat heb je toch niet in de hand.

Toch bewonder ik de openheid van sommige liveloggers wel. Zoals Josephine, die haar lezers deelgenoot maakt van de moeilijkheden van haar scheiding. Zij deelt gebeurtenissen uit haar leven en publiceert haar gedachten. Ik leef met haar mee en ben iedere keer benieuwd met wat ze vandaag weer gaat bloggen.

Een dagboek-blogger zal ik echter nooit worden. Maar wanneer een blogpost erom vraagt, zal ik niet schromen een persoonlijke invalshoek als uitgangspunt te kiezen.

Hoe bloot geef jij jezelf op je blog? En ben je daar bewust mee bezig?

Categorieën
Bloggen

Tips voor beginnende bloggers: Analyse van Blogfluit

Illustratie: Emma Ringelberg

Recent kreeg ik het verzoek van Anne Kruijsen om zijn blog eens te bekijken en te laten weten wat ik ervan vind. Anne is een van de studenten journalistiek van de HU die ik laatst heb toegesproken over bloggen. Sinds kort is hij Blogfluit begonnen: een blog over opkomende artiesten en bands.

Hieronder een analyse waarin ik Blogfluit gebruik om enkele tips te geven voor beginnende bloggers.

Richt je op een specifiek onderwerp
Wat ik goed vind is dat Blogfluit zich richt op een specifiek onderwerp. Het is meteen duidelijk waar dit blog over gaat, namelijk opkomende artiesten en bands. (Leuke woordspeling trouwens.)

Schrijf met passie
Ik vind het altijd leuk als mensen vanuit hun passie iets schrijven. Als het goed is werkt die passie aanstekelijk. Een blog is een mooi medium om het vuurtje voor iets bij anderen aan te wakkeren. Bovendien is het nooit moeilijk om onderwerpen te vinden om over te bloggen als je over iets schrijft dat dicht bij je hart ligt.

Hou het eenvoudig
De layout van de site is eenvoudig. Erg fijn, de nadruk ligt hierdoor op de blogposts. Wie aan sociale media wil doen, kan onderaan terecht. Je kunt Anne volgen op twitter en zijn laatste tweets zijn te lezen. Rechts ervan kun je zijn blog liken op Facebook. Ik mis nog wel het e-mailadres van de schrijver of een contactformulier voor mensen die een reactie willen emailen.

Lezersservice: categoriseer verschillende typen blogposts
Op het blog worden blogposts ingedeeld in categorieën. Dat is altijd handig als er op een gegeven moment honderden posts op de site staan en iemand bijvoorbeeld alleen de interviews wil lezen. Er staat echter ook categorie uncategorized tussen die WordPress standaard aanmaakt als je je blogpost nergens onder schaart. Dat vind ik altijd jammer: als je een categorie hebt waar alle posts die nergens anders passen in ondergebracht moeten worden, is het altijd mooier om die categorie toch van een titel te voorzien.

Wat mij opvalt aan de laatste posts is dat er geen gebruik wordt gemaakt van tags. Dat was bij eerdere bijdragen wel het geval. De tags zou ik gebruiken om individuele artiesten, genres en pop podia, etc. aan te duiden. Tags zijn goede lezersservice maar ook voor jezelf handig om in de stroom van blogposts later dingen terug te vinden. Ook merk ik zelf aan mijn statistieken vaak dat Google gebruikmaakt van de tags.

Zorg voor continuïteit
Behalve de indeling in categorieën is er ook een vaste rubriek: Het album van de week. Het is altijd goed om een terugkerende rubriek te hebben waarin je op vaste tijdstrippen over blogt. Een serie zorgt ervoor dat mensen terugkomen op je blog en daar een gewoonte van maken.

Er verschijnen geregeld blogposts op Blogfluit. Continuïteit is erg belangrijk voor een blog. Een regelmatige hartslag van nieuwe posts werkt wat mij betreft het beste om lezers regelmatig terug te laten komen.

Maak je blog persoonlijk
De toon van de posts is persoonlijk. Anne schrijft vanuit zijn perspectief. Bloggen is een persoonlijke bezigheid, dus dat is goed. Wat ik daarom mis aan de site is een about pagina. Ik wil als bezoeker wel weten wie de schrijver is. Een korte bio met een foto of een avatar kan die vraag beantwoorden.

Bloggen is multimediaal: gebruik video en audio
Anne maakt gebruik van youtube video’s om zijn stukken te illustreren. Dat is prima, alleen is het wel zaak om je oude blogposts goed bij te houden. Video’s met muziek waar copyrights op zitten worden geregeld verwijderd van youtube, dus pas erop dat je niet met grote zwarte gaten onder je blogposts zit.

Tot zover mijn twee centen. Misschien dat andere bloggers en nog wat aan toe te voegen hebben.