Categories
Fotoblog Strips

Ondertussen in Lambiek

Stripwinkel Lambiek is inmiddels op de nieuwe locatie te vinden. Toen ik vanmiddag op Koningsstraat 27 langsging, waren de mannen van de winkel nog druk bezig dozen uit te pakken en strips op hun plek te zetten.

Toch vind ik dat de nieuwe winkel al een knusse uitstraling heeft. De winkel bestaat uit twee verdiepingen. Op de onderste verdieping komen de Engelstalige boeken, bovenin de Nederlandse uitgaven. Volgens mij gaat het heel mooi worden.

Ook Boris Kousemaker was goed geluimd vanmiddag. Hij vertelde dat de winkel over een paar dagen helemaal klaar zal zijn. Je kunt overigens wel al gewoon strips kopen, want de kassa staat al klaar.

lambiek-verhuizing-02 lambiek-verhuizing-03 lambiek-verhuizinglambiek-verhuizing-04

Categories
Film

KLIK 2015!: Inspirerende masterclass van PES

PES, de stop-motion animator waar ik al eerder over schreef, gaf op het KLIK! Amsterdam Animation Filmfestival een masterclass voor vakgenoten. Ik mocht daar bij zitten en was getuige van een 90 minuten durende boeiende dialoog tussen PES en de toehoorders.

PES. Photo © Mel Melcon/Los Angeles Times
PES. Photo © Mel Melcon/Los Angeles Times

Samen met negentien anderen afkomstig uit alle windstreken luisterde ik naar PES die in zijn animaties alledaagse objecten op een atypische manier gebruikt of laat handelen. Van twee leunstoelen die heftig met elkaar neuken tot en met allerlei voorwerpen waarvan hij een sandwich bereid. Ik vind zijn films erg inspirerend om te zien. PES heeft een unieke kijk op de wereld en door zijn films ga je zelf ook anders nadenken over alledaagse voorwerpen.

Goed, tijdens de bijeenkomst moest het gesprek wel een beetje opgang komen. De animatoren keken eerst een beetje de kat uit de boom. Gelukkig had PES aan een halve vraag genoeg om uitgebreid op de materie in te gaan. Nadat Dario van Vree, de geestelijk vader van KLIK! en animator, een voorstelrondje voorstelde, en iedereen even kort had verteld wie hij was en wat hij deed, was het ijs goed gebroken en kwamen de vragen als vanzelf.

‘Als ik commercials maak, werk ik altijd met een grote crew. Iedereen doet iets anders en heeft zijn eigen taak. Bij mijn soloprojecten huur ik zo weinig mogelijk mensen in, want ik wil dat mijn films persoonlijk blijven. Ik maak solofilms om niet lui te worden en als test voor mezelf,’ legde Pes uit.

Popcorn
De animator vertelde dat hij als kind al veel tekende. In de klas was hij zo’n beetje de kunstenaar. Tijdens zijn studie aan de kunstacademie maakte hij zijn eigen boeken en prints. Eenmaal afgestudeerd solliciteerde hij bij een reclamebureau, maar zijn porfolio bevatte slechts etsen in een vijftiende-eeuwse stijl en dus geen werk in de stijl van reclames. Toch werd hij aangenomen, als assistent van een senior creative. ‘Een assistent is vooral met bonnetjes bezig en het maken van popcorn. Toch vond ik het een heel inspirerende omgeving, want er kwamen veel regisseurs over de vloer. Die inspiratie zette mij ertoe aan om storyboards te tekenen voor wat mijn eerste film zou worden.’ Voor PES zijn eerste film Dogs of War zou maken, schoot hij met een geleende 16mm camera beelden in New York, gewoon om te leren filmen. Shots van duiven en dat soort dingen. Gewoon aan de slag gaan is immers een goede manier om iets te leren doen en maken.

PES-masterclass-02De moeder van PES is een kapster en die wist wel de juiste mensen voor z’n film. ‘Gebruik de middelen uit je eigen omgeving. Dankzij mijn moeder kon ik mijn eerste film casten. En voor de film Roof Sex vroeg ik mijn moeder om mijn mannelijke kamergenoot te laten lijken op een bejaarde vrouw. Zij deed zijn make-up en kleedde hem aan. In de periode dat ik nog geen commercials maakte, maakte ik thuis veel kleine animatiefilms met de voorwerpen die ik voor handen had.’

PES liet er een paar van zien: een film waarin een doppinda verdrinkt in pindakaas, een pinda die huilt als een baby, en een film waarin een papierhouder rondvliegt als een mot en wordt gevangen door een rol plankband in een houder, zoals een kikker met zijn tong een vlieg zou vangen. Vingeroefeningen op DV video om het medium beter in de vingers te krijgen. Het was erg leuk om deze huis-tuin-en-keuken-films te zien, want ze maken duidelijk dat iedereen met minimale middelen aan de slag kan gaan om animaties te maken.

Toen een hoge pief van het reclamebureau Dogs of War onder ogen kwam, vroeg ze wie hiervoor betaald had. Toen een collega van PES gekscherend riep dat zij ervoor had betaald, ze de vrouw: ‘Ik zou willen dat jullie allemaal mijn geld zo gebruiken.’ Ze was zo onder de indruk van de korte film, dat ze ‘s nachts een mailtje naar PES stuurde om hem te complimenteren en om te zeggen dat ze altijd bij hem terecht kon voor een goede referentie.’ Kennelijk herkende ze de unieke stem en stijl van de filmmaker in wording.

Sprong in het diepe
Inspirerend aan het verhaal van PES vind ik dat hij de durf had in het diepe te springen. Nadat hij geïnteresseerd was geraakt in stop-motion animatie door de films van de Tsjechische surrealist Jan Švankmajer, is hij gewoon zelf aan de slag gegaan. Hij nam ontslag van zijn werk en werkte een paar maanden aan Roof Sex. Dit was nog in de tijd dat internet nog in ontwikkeling was, YouTube bestond nog niet. Dus stuurde PES zijn film rond per mail. Twee weken later stond hij in een bar in New York en hoorde hij vreemden over zijn film praten. Zijn toenmalige vriendin wees hem op het bestaan van animatiefestivals en stuurde Roof Sex in bij Annecy. De film kreeg de prijs voor beste debuut. Je moet dus gewoon je kans wagen.

Gebruikte PES voor Roof Sex nog drie camera’s, tegenwoordig weet hij precies wat hij wil vastleggen. Pas na ongeveer 3,5 jaar lukte het hem om zijn eerste opdracht als commercial-regisseur binnen te slepen. Commercials doet hij erbij, maar zijn hart ligt natuurlijk bij zijn autonome werk. PES: ‘Maak iets waar je in gelooft, ook al vind je veel nee-zeggers op je pad. Je moet de sprong in het diepe wagen.’

PES heeft de gewoonte om al zijn ideeën meteen op te schrijven. ‘Als je iets interessants gedroomd hebt, midden in de nacht wakker wordt en niet meteen je droom opschrijft, heb je een grote kans dat je je er de volgende ochtend niets meer van kan herinneren en dat is erg frustrerend. Ik wil ideeën visualiseren die ik nog niet elders gezien heb. Dat is mijn manier om iets van mezelf te delen.’

Commercieel werk is nodig
Hij gaf toe dat het moeilijk is om iets eigens in opdrachtwerk te stoppen. Hoewel reclamebureaus hem inhuren vanwege zijn unieke stijl, hebben ze vaak het concept al klaar. Dat maakt PES als regisseur vooral een uitvoerder in plaats van initiator van ideeën. Maar de harde werkelijkheid is wel dat dit soort opdrachtwerk hard nodig is om brood op de plank te hebben. Door commercials te maken kan hij zijn vrije werk financieren. In de Verenigde Staten kennen ze immers geen subsidies voor filmkunst. Het is een boodschap die volgens mij, niet vaak genoeg naar voren gebracht kan worden. Veel creatieven verdienen weinig met de dingen waar ze echt goed in zijn, namelijk hun eigen projecten, en zijn genoodzaakt ander werk te doen om te kunnen leven.

PES en de deelnemers van de masterclass. Foto © KLIK!
PES en de deelnemers van de masterclass. Foto © KLIK!
Categories
Film

Hierbij verklaar ik KLIK! 2015 voor geopend

Dinsdagavond 27 oktober was het weer feest in EYE, want het KLIK! Amsterdam Animation Filmfestival ging van start, en wel met een parade van kartonnen figuren.

Nou ja, de avond begon met een parade bezoekers voor de deur die allemaal geduldig wachtten tot ze naar binnen konden. Het was meteen gezellig in de rij overigens, want je komt altijd wel een bekende tegen die je op een eerdere editie hebt ontmoet.

klik2015-voor-de-deurToen was het tijd voor de parade bordkartonnen figuren die het thema Rock, Paper, Scissors representeren. Kliks ode aan de DIY beweging. De Do It Yourself beweging is bezig met een sterke opmars als reactie op de digitale revolutie en een toenemende afhankelijkheid van machines. Het thema kijkt terug naar de tijd van authentieke en eenvoudige materialen en laat KLIK! de schoonheid zien van imperfecties.

klik2015-scissorhands klik2015-parade_03De openingsavond werd zoals altijd gepresenteerd door Roloff de Jeu. En als je denkt: ‘die naam heb ik eerder gehoord’, dan klopt dat. De Jeu kwam de laatste paar maanden op dit blog ter sprake omdat hij zich intensief met Star Wars heeft beziggehouden. Hij is ook al sinds jaar en dag de vaste host van KLIK! en een van de programmeurs. Daarnaast draagt hij mooie blauwe pakken en leuke stripsokken, maar dat geheel terzijde.

Here’s Frankie!

Klikbot gaat in de opslag.
Klikbot gaat in de opslag.

Overigens begon de avond met een beetje droevig nieuws. KLIK! heeft een beetje een make-over ondergaan dit jaar en dat betekent dat oude vertrouwde onderdelen van het festival zijn komen te vervallen. Er zal onder andere geen suikerspinnen meer worden uitgedeeld – misschien dat het voedingscentrum geklaagd heeft over al dat suikergoed. Droeviger is het bericht dat Klikbot, de mascotte van het festival, is uitgezet en niet meer door Eye zal lopen om met de bezoekers op de foto te gaan. Of wat een mascotte ook allemaal mag doen. Het goede nieuws is wel dat er een nieuwe mascotte is ontworpen en wel door Klaas-Harm de Boer. Frankie is zijn naam. Het kostuum van Frankie is gemaakt door Jeroen Funke – de stripmaker die onder andere onderdeel is van collectief Lamelos.

Frankie.
Frankie.

Overigens hoef je niet te vrezen dat het festival zijn charme zal verliezen. Men wilde simpelweg van het imago af dat het animatiefestival voor kinderen zou zijn, vandaar deze iets volwassener aanpak. De charme van KLIK! heb ik altijd de beetje studentikoze sfeer gevonden. Aangezien de organisatie er ook dit jaar weer in geslaagd is om EYE op z’n Kliks aan te kleden, zit dat vooralsnog wel snor. En bij de vertoning van een aflevering van We Bare Bears is dat al helemaal duidelijk. Ik heb erg gelachen om deze animatieserie van Cartoon Network.

Er werd ook een prijs uitgereikt. Bruno Felix van productiehuis Submarine en distributeur Periscoop Film kreeg de World Domination Award omdat hij ervoor zorgt dat in de Nederlandse bioscopen de beste internationale animatiefilms te zien zijn. De prijs werd voor de derde keer uitgereikt en is bedoeld om een organisatie, studio of individu te eren die de Nederlandse animatie weer een stapje dichterbij wereldoverheersing heeft gebracht.

Hisko Hulsing was ook genomineerd vanwege de film Junkyard en zijn alom geprezen bijdragen aan de documentaire Cobain: Montage of Heck. Ook Studio Pedri was genomineerd. Deze studio is gespecialiseerd in poppenanimatie en won dit jaar een gouden kalf voor hun co-productie Under the Apple Tree. Daarvan staat een mooi stukje van de filmset in de lobby van Eye. Een foto volgt later.

Uiteraard werd ook de leader van het festival gepresenteerd. Die werd dit jaar gemaakt door Blend, een animatieduo uit Amsterdam. In de festivalleader heeft ouderwets handwerk een prominente rol en zo representeert deze animatie dus goed het hoofdthema van deze editie.

https://vimeo.com/143141365

Volgens mij is het de langste leader tot nu toe, maar zeker eentje die meerdere keren kunt bekijken. Dat moet ook wel, want iedere voorstelling op KLIK! begint ermee. Mocht je nieuwsgierig zijn naar hoe het BLEND-team eruit ziet, check deze foto:

klik2015-blendTijdens de openingsavond heb ik aardig wat foto’s gemaakt in een poging live verslag te doen van de avond via sociale media. Leuk om te doen, maar dat typen op een iPhone valt nog niet mee en gaat zeker nog niet foutloos. Nou ja, het blijft ook allemaal handwerk; past dus aardig bij het thema van dit jaar.

Categories
Bloggen

Verstand op nul en bloggen maar!

Voor een tijdje ga ik me niet meer afvragen waarom we zoveel online publiceren. Waarom mensen behoefte voelen om selfies te maken en online te plaatsen. Waarom we allemaal lijken te jagen op likes.

Of waarom we allemaal met elkaar ruzie maken over de vreemdelingencrisis zonder echt naar elkaar te luisteren. Tenminste, daar lijkt het heel erg op. Mensen doen wat ze doen, ik doe daar wel of niet aan mee. Liever niet in de meeste gevallen.

Ondertussen ga ik gewoon weer even lekker aan de slag. En dat doe ik op dit blog, een Tumblr, een instagramaccount, op Fakebook, op Twitter en verbaal als ik met iemand spreek. En vaak vertel ik op al die plekken hetzelfde verhaal, want je wil immers dat zo veel mogelijk mensen je boodschap horen. Gelukkig kan ik met één knop op de smartphone content op verschillende plekken publiceren. Toch denk ik dat we allemaal een beetje gekker zijn geworden, maar goed, de tijd van een blog onderhouden en mensen die vanzelf je kant opkomen, is al een paar jaar voorbij.

Het Klik Amsterdam Animatiefestival begint vanavond en ik heb daar erg zin in. Ik ben dan ook van plan om daar zoveel mogelijk interessante zaken over te bloggen. Stay tuned, of nog beter: kom ook naar Eye.

Categories
Strips

Ascent from Akeron: (Super)helden komen in opstand

Bij Submarine Channel zijn ze op dit moment druk met een nieuw motion comic project genaamd Ascent from Akeron. Een postapocalyptische thriller geschreven door filmregisseur William Maher en getekend door de Spaans-Nederlandse Gustavo Garcia.

Het verhaal in het kort: In de verre toekomst zijn lezen en beelden verboden op Akeron, een klein geïsoleerd eiland. Het is er niet fijn toeven: het volk wordt onderdrukt en bespioneerd door superieure wezens die strikte leefregels hanteren. Wanneer een groep tieners vindt een schat die gevuld is met oude superheldenstrips uit de twintigste eeuw, besluiten ze het recht in eigen hand te nemen en in opstand te komen tegen de heersers op Akeron.

ascent from akeronAscent from Akeron zal uiteindelijk 12 afleveringen beslaan. Op dit moment is men druk bezig met het maken van de eerste drie episodes. Op Kickstarter kun je lezen hoe je financieel aan de productie van andere episodes kunt bijdragen.

Nu besteed ik doorgaans weinig aandacht aan projecten op Kickstarter of Voordekunst.nl, want het zijn er inmiddels zoveel, dat je wel aan de gang kunt blijven. Voor dit project maak ik graag een uitzondering, want ik ben heel benieuwd naar hoe het er allemaal uit komt te zien en hoe de mogelijkheden van interactieve, bewegende strips benut gaan worden. En daarbij vind ik het een interessant project omdat het om een origineel verhaal gaat en geen adaptatie van een bestaande strip. Superhelden zijn hot en alomtegenwoordig. Een nadere bestudering van dit fenomeen in een goed verhaal, sluit prima aan bij de huidige tijdsgeest.

Categories
Mike's notities Strips

Stripavonturen in Brussel 2

Na de opening van de expositie Mes années 80 van de Taiwanese stripmaker Sean Chuang, liep ik richting mijn hotel. Het kostte me moeite om de juiste weg te vinden: wat dat betreft sporen Brussel en ik niet goed met elkaar.

Ik loop geregeld de verkeerde kant op en raak snel verdwaald in de kleine schuine straatjes die tussen de grote avenues lopen.
brussel_kathedraal
brussel_kathedraal_02 Onderweg kwam ik weinig eetbaars tegen. Ja, ik zag wel restaurants waar je voor 42 euro een maaltijd kon nuttigen, maar aangezien ik alleen was, hoopte ik meer op een snelle hamburger. Eenmaal in het hotel kon de receptioniste me wel vertellen waar ik een McDonald’s of iets dergelijks kon vinden. Dat pad leidde echter naar een wijk waar ik mezelf even in klein Afrika waande. Veel zwarte mensen op straat die allemaal Frans spraken. Sommige dames stonden op de straathoek rond te hangen en dat was niet omdat ze rookpauze hadden. Ik voelde me werkelijk een stranger in een strange land.

Sowieso bekruipt mij dat gevoel in Brussel. Dat komt omdat de meeste mensen daar keihard Frans tegen je blijven spreken, ook als je laat merken dat je Nederlander bent. In het hotel waar ik logeerde sprak het personeel ook alleen maar Frans. De mededelingen op de bordjes waren in het Frans en het Engels. Niet erg communicatief voor de hoofdstad van België, een land waar officieel Nederlands en Frans wordt gesproken. Aangezien ik op de middelbare school vier jaar lang oorlog had met mijn Franse lerares, is het niet een taal die ik goed beheers. Een enorme handicap in Brussel dus. Gelukkig spreek ik een aardig woordje Engels. Op een gegeven moment heb ik het ook maar opgegeven en benaderde ik iedereen maar meteen in het Engels.

Uiteindelijk vond ik een Pizza Hut met daarnaast een McDonald’s. Aangezien Pizza Hut rond deze tijd geen slices meer aanbood, toch maar een cheeseburger en frietjes bij McDonald’s besteld. Dat eten is echter gevaarlijker voor je gezondheid dan als toerist laat in de avond in deze wijk rondlopen. Maar goed, je moet wat als je maag knort.

De volgende dag ging ik vol goede moed richting het Belgisch Stripmuseum. Uiteraard liep ik om, maar daardoor vond ik onderweg dit kunstig bloot:

naakt-beeld-brussel
Eenmaal in het stripmuseum aangekomen, voelde ik me meteen een stuk beter. Hoewel het druk was – de Fransen hadden een week vakantie en kwamen massaal een bezoekje brengen – heerste er een rustige sfeer in het gebouw. Vanaf een van de bovenste verdiepingen andere bezoekers observeren heeft iets meditatiefs.

stripmuseum-brussel-doorkijIk vond de expositie over scenarist Jean van Hamme interessant: het geeft een goed overzicht van alle strips die hij heeft geschreven en wat biografische achtergrond. Ik wist niet dat Van Hamme zoveel gereisd had altijd. Hij haalt zijn inspiratie dus uit alle uithoeken van de wereld.

van-hamme-rosinski-stripmusWel jammer dat er geen voorbeelden van zijn scenario’s in de expositie hangen. Nou ja, er zaten gelukkig wel voorbeelden van scenario’s in het boek dat Van Hamme over zijn leven schreef en dat ter inzage open ligt. Niet dat ik Frans kan lezen, maar toch vond ik het leuk om de layout van zijn scriptpagina’s te kunnen bestuderen. Verder waren er veel originele platen van de strips die hij heeft geschreven, zoals De Chninkel, Thorgal, XIII, Largo Winch en Een avontuur zonder helden.
chinkel-stripmuseum

Soda. Illustratie: Bruno Gazzotti.
Soda. Illustratie: Bruno Gazzotti.

In de stripwinkel die onderdeel van het museum uit maakt, kocht een album van de reeks Soda om onderweg naar huis te lezen. Jaren geleden las ik wel eens een deel van deze serie, en ik had behoefte eens lekker nostalgisch een stripalbum open te slaan. Het viel me op dat er relatief weinig Nederlandstalige albums te koop zijn, maar dat lichtte Willem De Graeve toe, toen ik met hem lunchte. De Graeve is codirecteur en hoofd communicatie van het Belgisch stripmuseum. Hij vertelde me dat 47% van de bezoekers uit Fransen bestaat. Er komen slechts 4% Nederlanders naar het museum. Het is dus niet zo gek dat collectie in de winkel voor ongeveer 75% uit Franstalige strips bestaat. Ik zag trouwens ook nog wat Engelstalige uitgaven staan.

Vorig jaar heb ik De Graeve nog uitvoerig geïnterviewd toen het museum zijn vijfentwintigjarige bestaan vierde. Ook nu was het weer een fijn en gezellig gesprek – al liep dit keer mijn audioapparaatje natuurlijk niet mee. Het eten in brasserie is trouwens erg lekker en een groot contrast met de McDonald’s hamburger van de avond ervoor. Die middag zou Willem vliegen naar Tsjechië om later deze week op een stripfestival te spreken over de Belgische strip. Dat onderwerp is bij hem in goede handen, want Willems kennis over het beeldverhaal is groot.

Lucky_luke-stripmuseumOnderweg naar buiten liep ik nog even langs het beeld van Lucky Luke, nog altijd een van mijn favoriete stripfiguren. Het beeld is een recente aanwinst van het Belgisch Stripmuseum. Buiten liep ik zelfverzekerd richting het station, om er na een paar straten achter te komen dat ik wederom de verkeerde kant op liep. Toch maar snel een metro gepakt om op tijd de Thalys te halen. Terwijl we Brussel uitschoten, zat ik alweer met mijn neus in het eerste Soda album: Een engel gaat heen.

Categories
Strips

Ode aan de jaren tachtig in Belgisch Stripmuseum

Star Wars, Transformers, Bruce Lee en Bryan Adams. Dat zijn een paar prominente elementen waaruit Sean Chuangs (1968) herinneringen uit de jaren tachtig bestaat.

annees-80-cover

De Taiwanees groeide op in Taipei, in een periode dat het land langzaam loskwam van de Krijswet. Chuang maakte een striproman over zijn jeugd: ’80s Diary in Taiwan. Pagina’s uit het boek en ander gerelateerd werk van de stripmaker is nu te bezichtigen in de Gallery van het Belgisch Stripmuseum.

Dinsdag 20 oktober was de opening van de expositie en Robert van der Kroft en ik waren er bij. Die middag hadden we in Brussel vergaderd over de Willy Vandersteenprijs met andere juryleden Luc Morjaeu, Lieve Scheers en Toon Horsten. De uitslag wordt 4 november bekend gemaakt op de Boekenbeurs in Antwerpen.

Sean Chuang met zijn held Bruce Lee. © Belgisch Stripmuseum.
Sean Chuang met zijn held Bruce Lee. © Belgisch Stripmuseum.

Ik sprak even kort met Chuang, die ook zijn strepen verdiend heeft als regisseur van reclamespots. Chuangs Engels liet wat te wensen over, maar is nog steeds beter dan mijn Chinees, dus spraken we via een tolk. Zijn memoir is vooralsnog niet in het Engels of Nederlands uitgegeven. Wel in het Frans, Duits en oorspronkelijk in het Chinees.

Gelukkig spreken de tekeningen boekdelen. Ik hoop dan ook dat een Engelstalige uitgeverij of een Nederlandse uitgever het boek alsnog op de markt zal brengen. Het ziet er namelijk interessant uit en bovendien zullen veel mensen van mijn leeftijd en iets ouder zich goed kunnen vinden in een nostalgisch verhaal over de jaren tachtig. Het is tegenwoordig een en al nostalgie wat de klok slaat. En een beetje geschiedenis over Taiwan oppikken kan ook nooit kwaad.

De beschrijving van het boek volgens het Belgisch Stripmuseum: Begin jaren 1980 in Taiwan is Sean Chuang nog maar een kind. Maar kind zijn in Taiwan in die tijd bood hem de gelegenheid om deel uit te maken van de eerste generatie die stilaan loskomt van de Krijgswet. En ook om de vrijheid te leren kennen en het leven te ontdekken door eigen ervaringen: de eerste liefde en teleurstellingen, zich uitleven op de vespa en met de schoolvrienden allerhande stommiteiten uithalen op het internaat… vooral ver weg van de ouders! Vandaag volwassen geworden, stripauteur en reclameman, laat hij ons met Mes années 80 genieten van zijn herinneringen als kind en jongvolwassene. Met de tederheid en beweeglijkheid van zijn unieke pennentrek schept Sean Chuang de sfeer en de waarden van het initiatief van de grote levensmomenten van een tijdperk. Sommigen zijn zeker niet glorieus, uit andere blijkt spijt, maar de meeste zijn emotioneel en geruststellend over zijn jeugd- en kinderjaren.

chuang_star_wars chuang_robots chuang_muziek

chuang_star_wars_03Het was een avond van talen en vrolijke miscommunicatie. Ik sprak een Japanse die een kunstopleiding doet in Brussel. Ze sprak al aardig Frans maar bijna geen Engels. Bij mij is dat precies andersom. Met handgebaren en een beetje goede wil kwamen we een heel eind, maar het kan ook goed zijn dat we totaal iets anders bedoelden.

Ze liet nog wat tekeningen uit haar schetsboek zien en die vonden Robert en ik erg mooi.

Toch is het jammer dat een taalbarrìere het moeilijk maakte om nader kennis te maken. Ik had graag met Chuang nog wat meer gepraat over zijn filmplannen en zijn strips. Toch vind ik het fijn dat er in het Stripmuseum exposities worden gehouden van dit soort buitenlands werk waar we normaliter niet zo snel mee in aanraking komen. Het museum heeft wat dat betreft echt een internationaal karakter.

Tot en met 29 november 2015 is de expositie Mes années 80 (Mijn jaren 80) van Sean Chuang te zien in het Belgisch Stripmuseum.

Categories
Film

Interview met PES: Avocado als handgranaat

Op het KLIK! Amsterdam Animatiefestival spreekt PES, grootmeester in stop-motion animatie, over zijn werk. ‘Soms zie ik mezelf als een groot kind dat niet wil opgroeien.’

pes_submarine_sandwich
PES speelt zelf een rol in zijn film Submarine Sandwich.

De Amerikaanse filmmaker PES (1973) maakt korte, eigenzinnige en humoristische stop-motion animaties en reclames waarin alledaagse objecten op een atypische manier gebruikt worden of handelen. Stop-motion is een animatietechniek waarbij de beweging van een object of mens beeldje voor beeldje gefotografeerd wordt. Zo maakte PES ook de huidige titelsequentie van het NTR programma Het klokhuis.

In zijn films toont PES een unieke visie op de werkelijkheid. In Roof Sex (2002) bedrijven twee leunstoelen hevig de liefde op het dak van een New Yorkse wolkenkrabber. Een beeld hilarisch beeld dat aansloeg: de film was een online hit en kreeg op het Annecy Animatiefestival de prijs voor beste debuut.

Zijn films draaien om een spel vam verwachtingen en associaties. In het recente Submarine Sandwich snijdt slager PES een bokshandschoen tot plakjes ham en sportsokken tot plakjes ei en belegt er een sandwich mee die lijkt op de the Yellow Submarine van the Beatles. ‘Dat is mijn gevoel voor humor. Voor mij lijkt een voorwerp vaak op iets anders of lijkt het alsof dat voorwerp handelt als iets anders. Dat had ik al als kind,’ legt PES telefonisch vanuit Los Angeles uit. ‘Objecten roepen associaties op. Als je een object vervangt voor een ander object, ga je op een heel andere manier naar een film kijken. De vervangende objecten komen namelijk met zoveel associaties, vormen en woordspelingen, dat de film daardoor bijna een puzzel wordt, een taal der objecten. Meestal begin ik met een beeld in mijn hoofd dat ik nog niet eerder heb gezien en dat ik graag in de wereld wil brengen. Kijk, iedere keer als ik in de supermarkt avocado’s zie liggen, vind ik ze op handgranaten lijken. Als ik er eentje oppak, kan ik die weggooien en de supermarkt opblazen. Dat idee bleef lang hangen totdat ik besefte dat ik een film met een avocado moest maken.’

Dat werd Fresh Guacamole (2012), de kortste film ooit genomineerd voor een Oscar Beste korte film. Fresh Guacamole begint met opensnijden van een handgranaat die van binnen inderdaad een avocado blijkt te zijn.

Kinderspel
‘Mijn werk heeft iets kinderlijks en soms zie ik mezelf als een groot kind dat niet wil opgroeien. In wezen komen mijn films neer op volwassenen die met objecten spelen!’ zegt de filmmaker lachend. Dit kinderlijke komt prachtig naar voren in KaBoom! (2004) waarin we een luchtaanval op een stad zien die gemaakt is van printplaten, lipsticks en parfumflesjes. In zand gestoken sleutels beschieten blauwe speelgoedvliegtuigjes die op hun beurt de stad bombarderen met lucifers en doppinda’s. Ontploffingen worden verbeeld met geel cadeaulint en gekleurde kerstballen. Is het gebruik van speelgoed als oorlogstuig ook een politiek statement dat de animator wil maken? ‘Oorlogvoeren als kinderspel. Het was mijn ietwat droge commentaar op hoe toenmalig president George Bush schijnbaar zonder enig gevoel bommen dropte op Afghanistan. Hoewel mijn films volgens mij niet een duidelijke boodschap uitdragen, was dat met KaBoom! wel het geval.’

Stop-motion

PES. Photo © Mel Melcon/Los Angeles Times
PES. Photo © Mel Melcon/Los Angeles Times

‘Ik beschouw mezelf in eerste instantie als een ideeënman en stop-motion is een erg geschikte techniek voor mijn ideeën. Ik vind het fijn om dingen met mijn handen te maken en hou van de directheid van stop-motion. Ik vind het magisch om dingen te manipuleren die niet perse tot leven gewekt hadden moeten worden.’ Zijn liefde voor stop-motion begon toen PES vlak na zijn afstuderen bij toeval een vertoning van Conspirators of Pleasure van de Tjechische surrealist Jan Švankmajer bijwoonde. ‘Deze speelfilm bevat stukjes stop-motion. Dit intrigeerde mij zodanig dat ik in de cultvideotheek elke bootleg vhs-band kocht die ik van het werk van Švankmajer kon vinden. Nadat ik Švankmajers films beeldje voor beeldje bekeek en op me in had laten werken, was ik er ondersteboven van en voelde ik me aangetrokken tot de stop-motion-techniek zoals ik dat nog nooit had meegemaakt. Zo begon ik mijn eigen ideeën te vormen over hoe ik objecten tot leven kon wekken en dat leidde tot Roof Sex.’

De ruige seks in deze film resulteert in beschadigde bekleding van de stoelen. De twee meubels staan weer onschuldig in de woonkamer als de bewoonster thuiskomt. Ze ziet de scheuren in de stof en verdenkt de kat ervan dat deze zijn nagels flink de kost heeft gegeven. Wie zou immers seksend meubilair vermoeden of kunnen bedenken? PES dus: ‘Toen mijn ouders gingen verhuizen vroeg mijn moeder of ik de twee gouden stoelen uit de woonkamer wilde hebben. Als kind mocht ik daar nooit op zitten, behalve als er een keer een foto gemaakt moest worden. Ze verkeerden nog in prachtige staat. De eerste avond dat deze oude stoelen in mijn appartement stonden, dacht ik: “Deze arme dingen hebben 25 jaar lang in die verschrikkelijke woonkamer opgesloten gezeten, wat zouden ze nu het allerliefste doen?” Dat leidde dus tot stoelen die seks hebben.’

DIY op KLIK
Ongetwijfeld vertelt PES deze anekdote ook als hij op het KLIK Animatiefestival zijn presentatie geeft. Andere gasten op deze editie zijn onder andere de Ierse illustrator, strip- en filmmaker Tomm Moore, de Ierse animator Johnny Kelly en de Nederlandse experimentele filmmaker Johan Rijpma. Het buitengewone werk van deze makers, hun innovatieve technieken en gebruik van materialen belichamen het thema Rock, Paper, Scissors dat de ambacht van animatie en de Do-It-Yourself beweging viert. Deze beweging is bezig is met een sterke opmars als reactie op de digitale revolutie en een toenemende afhankelijkheid van machines.

www.klik.amsterdam. Van 27 oktober tot en met 1 november.

Dit interview is geschreven voor en gepubliceerd in VPRO Gids #43 (2015).

Categories
Bloggen Strips

Bij bloggen draait het om eigenzinnigheid

Soms denk ik wel eens: ‘Wie zit er eigenlijk op mijn blogposts te wachten?’ Niet dat ik over bezoekers te klagen heb: deze site trekt wekelijks ruim 2000 bezoekers. Het is meer het idee dat er al zoveel informatie op het web staat en wat ik daar dan eigenlijk aan toe te voegen heb.

frits-jonker-Shad-B009De laatste jaren zijn er behoorlijk wat sites bijgekomen die over strips schrijven namelijk. Deze worden bijgehouden door stripliefhebbers, – kenners en -makers. Dat is heel goed voor de strip, want hoe meer daarover geschreven en gevlogd wordt, hoe beter. Toen ik in 2006 begon met bloggen, waren er een stuk minder blogs over het beeldverhaal dan nu. Ik zou er dus mee kunnen stoppen, dacht ik laatst. Een geruststellende gedachte.

Maar dan besef ik weer dat ik bijna dagelijks kijk op de site van mensen als Frits Jonker en een paar andere bloggers wiens webstek die ik graag bezoek. Omdat ik nieuwsgierig ben naar wat die mensen te vertellen hebben. Het is niet alleen wat, maar ook hoe: ze hebben allemaal een unieke blik op zaken, daardoor weten ze vaak te verrassen, zelfs als ze een onderwerp nemen wat op dat moment in de media speelt.

Vanwege diezelfde reden ben ik steeds vaker teleurgesteld in nerd-sites: film- en stripsites die allemaal hetzelfde nieuws brengen en daar weinig eigens aan toevoegen. Erger nog: vaak worden dezelfde geruchten verspreid, die uiteindelijk bovendien niet altijd waar blijken te zijn. Je kunt als nerd-nieuwssite natuurlijk niet achterblijven, dat scheelt namelijk clicks en daarmee advertentie-inkomsten. Misschien dat ik daarom nog steeds het meeste houd van onafhankelijke bloggers die niets met advertenties doen of daar in ieder geval niet zo afhankelijk van zijn dat ze alleen maar lijken te posten om clicks te scoren.

frits_jonker_Shad-B004 frits_jonker_Shad_B015

Chad in the picture
Onafhankelijke bloggers met een uniek geluid. Zoals Frits Jonker dus die laatst weer een paar krantenfoto’s plaatste waarop hij zijn figuurtje Chad had getekend. Chad heeft hij ooit bedacht toen een reclamebureau in Dusseldorf Frits inhuurde om de muren daar wat te verfraaien. Tekenen op krantenfoto’s is geen nieuw verschijnsel. Ik heb vroeger zelf ook wel eens op foto’s Spider-Man-webpatronen getekend bijvoorbeeld. Maar deze creaties van Frits zijn wel weer uniek en bovendien erg goed gelukt.

Zolang ik het gevoel heb zelf iets unieks te bieden heb of in ieder geval een eigen visie kan toevoegen over strips, films en de andere zaken waarover ik publiceer, zal ik ermee doorgaan.

Categories
Film

Back to Back to the Future

Omdat ik Claudia Wells ging interviewen bekeek ik laatst met Linda Back to the Future nog eens. Misschien zegt de naam Wells je niet direct iets: het is de actrice die het vriendinnetje Marty McFly speelt in de eerste film.

back-to-the-future
Een van de slechtste special effects shots uit de eerste film. Marty’s voeten en broek zouden toch echt in de fik moeten vliegen nu.

In de tweede en derde Back to the Future-films wordt haar rol overgenomen door Elisabeth Shue. Ik nam mezelf voor Wells zeker te vragen waarom ze vervangen was. (Ook al staat dat op de wikipagina van Back to the Future II vermeld, het is altijd goed om dat soort dingen uit de eerste hand te horen.)

Nu wilde het lot dat het telefonisch interview alleen kon plaatsvinden op het moment dat ik Marcel Ruijters in the American Book Center zou interviewen over zijn boek Jheronimus. Aangezien ik niet over een tijdmachine beschik die me in staat zou stellen op twee plaatsen tegelijk aanwezig te zijn, liet ik Wells schieten. Nu werd zij aan de tand gevoeld door collega Anton Damen. Gelukkig stelde Damen ook de vraag over Wells’ vervanging:

Maar voor deel 2 en 3 werd je vervangen door Elisabeth Shue.
‘Mijn moeder kreeg de diagnose kanker. Ik had een contract voor de sequels, maar wilde thuis blijven. Daar was alle begrip voor, er is geen druk op me uitgeoefend om het toch te doen. En zo werd Elisabeth Shue gecast. Ik heb haar nooit ontmoet, maar ben een grote fan van haar, hoor. Of ik ooit met spijt terugkijk naar het verleden? Nee, zo zit ik niet in elkaar. Ik heb een mooie kledingwinkel in L.A., Armani Wells, heb fijne vrienden, en acteer sinds een aantal jaar weer. Ik zou niets aan mijn leven willen veranderen.’

Marty komt langs
De reden voor het interview was het opnieuw uitbrengen van de Back to the Future-trilogie op Blu-Ray met allerlei extra’s. Het zal je niet ontgaan zijn dat het dertig jaar (!) geleden is dat de eerste film uitkwam. In de tweede film reizen Marty, Doctor Brown en vriendinnetje Jennifer Parker af naar Hill Valley in het jaar 2015, naar woensdag 21 oktober 4:29 PM om precies te zijn. Dat is aanstaande woensdag. En al weken lijkt het bijna alsof er online nergens anders over gesproken wordt.

back-to-the-future-2015Niet dat ik dat erg vind: Back to the Future is een van mijn favoriete films en na het zien van deel 1 moest ik natuurlijk ook deel twee en drie kijken, interview of geen interview.

Back to the Future is een van de beste scripts ooit geschreven en een van de strakste. Er zit geen enkele loze scène in. In de eerste akte, pakweg de eerste 25 minuten, krijg je alle informatie die je de rest van de film nodig hebt. Iedereen die scenario schrijven wil leren, zou het script moeten lezen om daarna de film per scène te analyseren. Daar leer je echt veel van.

Los daarvan heb ik een zwak voor de personages Marty McFly en Dr. Emmett Brown – en voor de acteurs die hen gestalte geven: Michael J. Fox en Christopher Lloyd. Al twintig jaar heeft Fox de ziekte van Parkinson, maar hij slaat zich daar heldhaftig doorheen. Hij gaat zelfs weer acteren in een nieuwe televisieserie:

Back to the Future II viel bij het herzien een beetje tegen en vind ik eigenlijk pas leuk worden als Marty en de Doc weer terugkomen in 1955. We zien de gebeurtenissen van de eerste film nog eens voorbijkomen, maar nu vanuit een ander perspectief. Wel ben ik een grote fan van verhalen over tijdsparadoxen en het idee dat één gebeurtenis veranderen grote gevolgen voor het verloop van je leven kan hebben.

Crispin Glover
Grappig is ook om te weten dat acteur Crispin Glover niet in de tweede film zit. Een andere acteur nam zijn plaats in nadat Glover het niet eens was met het honorarium dat hij zou krijgen. Dat kun je hem niet helemaal kwalijk nemen: hij zou minder dan de helft krijgen dan acteurs als Lea Thompson die ongeveer een even grote rol heeft. Volgens de producenten kreeg Glover minder omdat hij als acteur minder ervaring had.

Omdat Glover niet mee wilde doen, moesten Robert Zemeckis en Bob Gale het scenario herzien. Daarom wordt George McFly in deel 2 door Biff vermoord. Mocht je deze film binnenkort gaan kijken, let dan maar eens op hoe ver papa McFly eigenlijk telkens van de camera afstaat. De acteur die Glover vervangt heeft prothetische make-up op in de vorm van Glovers gezicht. Hierdoor zou je kunnen denken dat George McFly nog steeds door dezelfde acteur gespeeld wordt. Dat beviel Glover niet en spande een rechtzaak aan die hij won. Producenten hebben de copyrights op de personages, maar niet op het uiterlijk van de acteurs. Door deze zaak is het standaardcontract van de Screen Actors Guild intertijd aangepast zodat het geintje dat Glover is geflikt niet nog eens herhaald kan worden.

Wat Back to the Future II betreft is het vooral grappig om te constateren hoe ver ze ernaast zaten wat de toekomstvoorspellingen:

Western
Als ik me goed herinner was Back to the Future III de eerste die ik in de bioscoop zag. Ik vind dit deel leuker dan het tweede, dat iets te veel slapstick humor bevat wat mij betreft. Maar goed, twee en drie kun je eigenlijk het beste als één film zien. Ze zijn ook achter elkaar opgenomen en het scenario voor beide films is tegelijkertijd geschreven. Deel twee zit ook vol met belangrijke aanwijzingen voor het laatste deel.

Cliffhanger
Hoewel Back to the Future eindigt met een cliffhanger, hadden de filmmakers in eerste instantie geen trilogie voor ogen. Zemeckis laat in de making of documentaire weten dat bij de première al blij was als de film uit de kosten zou komen, laat staan dat ze er een vervolg op zouden maken. Als hij dat had geweten, had hij het vriendinnetje van Marty namelijk nooit in de DeLorean laten zitten en laten meereizen naar de toekomst. Nu waren ze bij het bedenken van deel twee wel verplicht haar een rolletje te geven. Ze konden niet zo maar een nieuw avontuur bedenken waarin Jennifer en de kinderen die ze met Marty heeft geen rol spelen. Had Zemeckis in de toekomst kunnen kijken of ernaar toe kunnen reizen, dan hadden de tweede en de derde films er wellicht heel anders uitgezien.

Categories
Minneboo leest Strips

Minneboo leest: Styx van Peter Pontiac

Inmiddels ligt Styx Of: De zesplankenkoorts van Peter Pontiac (1951-2015) in de winkels.

Al jaren wilde Peter Pontiac een graphic novel over de dood maken. Hij had een aardige bibliotheek van tientallen kunsthistorische titels over dit onderwerp en een knipselmap vol met informatie. De dood was een onderwerp dat hem eindeloos fascineerde, maar hem ook angst in boezemde.

Tja, bij wie niet. Het is niet mijn favoriete gedachte, denken aan de eerste dag dat ik er niet meer zal zijn. Of nee, het moment dat ik doodga… Man, ik ben er als de dood voor.

Illustratie: Peter Pontiac. Bron: Voordekunst.nl
Illustratie: Peter Pontiac. Bron: Voordekunst.nl

Toen ik Peter in 2011 interviewde naar aanleiding van het winnen van De Marten, zei hij het volgende over zijn voornemen een boek te maken over Magere Hein:

‘ Ik wil het [boek] absoluut maken, zodat wanneer de dood mij komt halen het 1-1 staat omdat ik hem al een keer te pakken heb gehad. Daarbij vind ik het heel erg leuk om skeletten en schedels te tekenen. Er is een prachtig vers van Dylan Thomas waarin hij zijn woede tegen de dood verwoordt: “Rage, rage against the dying of the light.” De klootzak die denkt ons te kunnen halen en het godverdomme ook nog doet. Die emotie zou ik er zeker in verwoorden, maar ook de positieve kant van de dood. Het is natuurlijk tragisch als iemand sterft, maar het is absurd om te doen alsof de dood een vijand is, want er pleit ook van alles voor dat hij een vriend is. In de eerste plaats in de gevallen waarin het leven al helemaal niet leuk meer is, maar wat zou het leven zonder de dood zijn? Hij is de lijst om het schilderij.’

Pontiac was tijdens het ziekzijn druk bezig met zijn graphic novel, maar dinsdag 20 januari overleed hij toch aan een falende lever. Peter had Hepatitis C en levercirrose. Ooit opgelopen door een vervuilde naald toen hij nog drugs gebruikte. Toen Pontiac overleed was hij ongeveer halverwege zijn boek over de dood.

styx_zes_plankenkoorts_pontiacToch is het boek er nu: Styx, Of: De zesplankenkoorts. Het is niet zo zeer een boek geworden over de dood, maar over Peters strijd met zijn leverziekte en zijn aankomende sterven. Zoals de meeste strips die hij maakte, vertelt Pontiac een persoonlijk en autobiografisch verhaal. Halverwege het boek houden de strippagina’s op. De laatste potloodpagina’s die Pontiac in staat was te tekenen, staan er nog in, gevolgd door een tekst van Joost Pollmann die de situatie uitlegt. Pollmann is niet alleen stripkenner, hij is ook een van de broers van Pontiac. Na Pollmanns uitleg volgt Pontiacs correspondentie met zijn familie, uitgever en vrienden. Hierin worden de laatste jaren dat Pontiac met het boek bezig was en steeds zieker werd, geboekstaafd, inclusief schetsen. Het is een aangrijpend, ontroerend en pijnlijk verslag geworden.

Op dit moment ben ik halverwege dat gedeelte, maar ik heb het boek even weggelegd. Het lezen er van valt mij zwaar. Ook al gebruikt Pontiac geregeld woordspelingen en andere humoristische technieken om het geheel  wat te verlichten, het is allemaal geen lichte kost. Omdat de reacties van de correspondenten ontbreken, zijn Peters e-mails een lange monoloog geworden. Het is als het ware een dagboek en misschien wel te intiem.

Het boek is samengesteld door vormgever Fake Booij en de weduwe van Pontiac.

Styx, Of: De zesplankenkoorts is niet het meesterwerk geworden dat Pontiac beoogde. Dat kon ook niet door zijn vroegtijdig overlijden. Ik ben ervan overtuigd dat als Peter de graphic novel had kunnen afronden, het resultaat niet onder had gedaan voor zijn meesterwerk Kraut. Toch is het fijn en interessant dat boek er toch is gekomen, voor de nabestaanden en voor Pontiacs fans.

Peter Pontiac. Styx, Of: De zesplankenkoorts
Uitgeverij Podium, 160 pagina’s, € 29,50
Omslag: Fake Booij en Peter Pontiac
ISBN: 978 90 5759 641 4

[hr]

Daarom Minneboo leest:
Als stripjournalist wil ik zoveel mogelijk strips onder de aandacht brengen. Daarom heb ik de rubriek Minneboo leest in het leven geroepen, om te laten zien hoe rijk en divers het medium strip kan zijn. De artikelen in deze rubriek zijn geen recensies (die teksten staan gepubliceerd in de bijhorende rubriek), maar kunnen thematisch zijn, een tekenstijl belichten of simpelweg een nieuwe uitgave kort aanstippen.

Categories
Minneboo leest Strips

Minneboo leest: Tex Willer

Nog nooit had ik een strip over westernheld Tex Willer gelezen, maar ik kende de held wel van stripwinkel Lambiek. Als daar een Tex Willertje gepakt wordt, draait men een jointje. Ze pakken dan een klein album, qua grootte vergelijkbaar met een dunne pocket, en leggen daar de wiet, shag en vloei op om vervolgens een jointje te draaien. Daarom heeft deze stripheld voor mij altijd de associatie met wiet. Tenminste, tot ik deze week eindelijk eens een album las.

Op stripfestival Breda sprak ik met Erik van Helvoort en Ben Kamphuis van uitgeverij HUM!. Een kleine uitgeverij die ook de heruitgaven van Philemon voor haar rekening neemt. Ze geven ook sinds een paar jaar albums van Tex Willer uit.

De westernheld is overigens al eerder in het Nederlands verschenen. Daarover kun je meer lezen op de site TexWiller.nl.

Spaghettiwestern
Willer werd in 1948 al gecreëerd door schrijver Giovanni Luigi Bonelli en tekenaar Aurello Galleppini, ook wel bekend onder de naam Galep. Italianen dus, wat Tex Willer tot een spaghettiwestern maakt. Volgens de site ComicVine.com had Willer in de eerste strip een partner genaamd Occhio Cupo, (Zwart Oog), een zwaardvechter die leek op een musketier. Die was eigenlijk bedoeld als hoofdpersoon, maar toen het publiek vooral warm werd van Willer, was het al snel exit voor Occhio Cupo. Willer was eerst een outlaw maar later werd hij een ranger. Samen met vriend Kit Carson, en zijn eigen zoon Kit Willer, vecht Tex tegen misdadigers. Hij is ook goed bevriend met de indianen.

In Italië komt er elke maand een deeltje van de westernreeks uit en eens per jaar een heel dik album. Dit is dus vergelijkbaar met Amerikaanse comics. Genoeg keuze dus voor de Nederlandse uitgeverij die vooralsnog twee albums per jaar uitgeeft. Het vierde album Tex Willer: Aasgieren en Outlaws is zo’n lang verhaal van ruim 227 pagina’s en is net uitgekomen.

tex_willer_coverIn Tex Willer: Aasgieren en Outlaws  nemen Willer en co het op tegen de bende van de mysterieuze Prediker. Zijn volgelingen zijn keiharde criminelen die stelen en moorden. Op een dag vinden ze de zoon van Willer halfdood in de woestijn. Ook ontvoeren ze een jonge vrouw. Vooral Monkey, de lelijke aanvoerder van de bende, fantaseert over een schone toekomst met haar. Zij ziet dat minder rooskleurig in. Toevallig hadden Willer en Carson de opdracht gekregen om de dievenbende aan te pakken, dus het een en ander loopt mooi samen.

Rechtlijnig
Willer komt op mij over als een typische, klassieke westernheld: blank, rechtlijnig, beetje saai maar schiet altijd raak.
Het viel me op dat deze strip, die nu geschreven werd door Claudio Nizzi en getekend is door Bruno Brindisi, een heel rustig verteltempo heeft. Een dialoogscène met het bevriende opperhoofd Membrenito neemt zeven pagina’s in beslag. Zo kom je wel aan de ruim tweehonderd pagina’s verhaal! Niet dat je je als lezer verveelt overigens. Het is een fijn leestempo. Bovendien tekent Brindisi in een doeltreffende realistische stijl. Alleen bij het uitdrukken van emoties gaat hij wat te nadrukkelijk te werk, waardoor de gezichten soms karikaturaal worden.

Ik hoorde van de mannen van HUM! dat sommige mensen de strip niet meenamen omdat hij kleurloos is, maar het zwart-wit werk ziet er juist goed uit. Aasgieren en Outlaws biedt mooi leesvoer voor wie van westerns houdt.

Overigens houden Italianen van Tex Willer: ik vond deze Italiaanse motion-comic op YouTube:

https://www.youtube.com/watch?v=iP8__t9csrY