Posts Tagged ‘Robert Zemeckis’

Favoriete 1980s films

Saturday, July 15th, 2017

Work in progress… Mijn lijstje met favoriete films uit de jaren tachtig.

Misschien komt het door series als The Americans, misschien doordat ik nu de roman De wonderjaren van Billy Marvin aan het lezen ben. Maar het kan ook nog een nawee zijn van het schrijven van Mijn vriend Spider-Man, want daarvoor moest ik ook diep in mijn verleden graven. Een deel van het boek speelt zich af in de jaren tachtig, want toen ontdekte ik Spider-Man.

Hoe dan ook, ik heb ontzettende zin om films uit de jaren tachtig te bekijken. Op cultureel vlak is dit toch wel mijn favoriete decennium wat cinema en series betreft en dat komt natuurlijk omdat het mijn jeugdjaren zijn. Hierin werd mijn persoonlijkheid geboetseerd. In dit decennium werd ik gevoed met cinema die me de rest van mijn leven bij zou blijven en mijn beeld op de wereld grotendeels zou bepalen.

Maar welke films te kijken, want in de jaren tachtig zijn ontzettend veel films uitgebracht. Daarom hier een aanzetje met mijn favoriete films uit die tijd.

Let wel, dit zijn niet per se ‘de beste’ films van toen. Dat zou waarschijnlijk een andere lijst opleveren. Ik geloof niet zo in de Oscars, eerlijk gezegd.

Het is een zeer persoonlijk lijstje met favoriete films. Daarmee bedoel ik films die ik meerdere keren gezien heb. Toen en later. Films die voor mij het decennium bepaalden. Films die me nu zo’n fijn nostalgisch jarentachtiggevoel geven. En films die ik nu ook met veel plezier zal kijken.

Als je begrijpt wat ik bedoel (Harrie Geelen, Bjørn Frank Jensen, Bert Kroon, 1983)

Amsterdamned (Dick Maas, 1988)

Back to the Future (Robert Zemeckis, 1985)

Batman (Tim Burton, 1989)

Beetjejuice (Tim Burton, 1988)

Beverly Hills Cop (Martin Brest, 1984)

Beverly Hills Cop II (Tony Scott, 1987)

Blade Runner (Ridley Scott, 1982)

The Blues Brothers (John Landis, 1980)

Die Hard (John McTiernan, 1988)

E.T. the Extra-Terrestrial (Steven Spielberg, 1982)

Fame (Alan Parker, 1980)

Ghostbusters (Ivan Reitman, 1984)

Highlander (Russell Mulcahy, 1986)

Lethal Weapon (Richard Donner, 1987)

Licence to Kill (John Glen, 1989)

A Nightmare on Elm Street (Wes Craven, 1984)

Planes, Trains & Automobiles (John Hughes, 1987)

Purple Rain (Albert Magnoli, 1984)

Raiders of the Last Ark (Steven Spielberg, 1981)

Robocop (Paul Verhoeven, 1987)

Rocky I t/m IV (Goed, de eerste Rocky stamt uit de jaren zeventig, maar je moet die films toch als een verhaal zien. En het IV is puur, heerlijke koude oorlog paranoia.)

Rocky IV. Dolf deelt ze uit.

Scrooged (Richard Donner, 1988)

Star Trek II t/m IV

Star Wars Episode V + VI

The Secret of My Succe$s (Herbert Ross, 1987)

The Transformers: The Movie (Nelson Shin, 1986)

Who Framed Roger Rabbit (Robert Zemeckis, 1988)

Wat, denk je wellicht, waar is The Shining?! Of waar is X of Y? The Shining is geen favoriet van me, geen enkele film van Stanley Kubrick eigenlijk. En waar is The Terminator??? Wel, ik vind de Terminator tof, maar niet zo tof als het tweede deel die in de jaren negentig uitkwam.

En daarbij: dit lijstje is een work in progress. Er komen vast nog meer films op te staan, als ik er wat meer over heb nagedacht.

Anyway, jouw lijstje ziet er vast heel anders uit. Laat maar horen in het commentformulier hieronder.

Back to Back to the Future

Sunday, October 18th, 2015

Omdat ik Claudia Wells ging interviewen bekeek ik laatst met Linda Back to the Future nog eens. Misschien zegt de naam Wells je niet direct iets: het is de actrice die het vriendinnetje Marty McFly speelt in de eerste film.

back-to-the-future

Een van de slechtste special effects shots uit de eerste film. Marty’s voeten en broek zouden toch echt in de fik moeten vliegen nu.

In de tweede en derde Back to the Future-films wordt haar rol overgenomen door Elisabeth Shue. Ik nam mezelf voor Wells zeker te vragen waarom ze vervangen was. (Ook al staat dat op de wikipagina van Back to the Future II vermeld, het is altijd goed om dat soort dingen uit de eerste hand te horen.)

Nu wilde het lot dat het telefonisch interview alleen kon plaatsvinden op het moment dat ik Marcel Ruijters in the American Book Center zou interviewen over zijn boek Jheronimus. Aangezien ik niet over een tijdmachine beschik die me in staat zou stellen op twee plaatsen tegelijk aanwezig te zijn, liet ik Wells schieten. Nu werd zij aan de tand gevoeld door collega Anton Damen. Gelukkig stelde Damen ook de vraag over Wells’ vervanging:

Maar voor deel 2 en 3 werd je vervangen door Elisabeth Shue.
‘Mijn moeder kreeg de diagnose kanker. Ik had een contract voor de sequels, maar wilde thuis blijven. Daar was alle begrip voor, er is geen druk op me uitgeoefend om het toch te doen. En zo werd Elisabeth Shue gecast. Ik heb haar nooit ontmoet, maar ben een grote fan van haar, hoor. Of ik ooit met spijt terugkijk naar het verleden? Nee, zo zit ik niet in elkaar. Ik heb een mooie kledingwinkel in L.A., Armani Wells, heb fijne vrienden, en acteer sinds een aantal jaar weer. Ik zou niets aan mijn leven willen veranderen.’

Marty komt langs
De reden voor het interview was het opnieuw uitbrengen van de Back to the Future-trilogie op Blu-Ray met allerlei extra’s. Het zal je niet ontgaan zijn dat het dertig jaar (!) geleden is dat de eerste film uitkwam. In de tweede film reizen Marty, Doctor Brown en vriendinnetje Jennifer Parker af naar Hill Valley in het jaar 2015, naar woensdag 21 oktober 4:29 PM om precies te zijn. Dat is aanstaande woensdag. En al weken lijkt het bijna alsof er online nergens anders over gesproken wordt.

back-to-the-future-2015Niet dat ik dat erg vind: Back to the Future is een van mijn favoriete films en na het zien van deel 1 moest ik natuurlijk ook deel twee en drie kijken, interview of geen interview.

Back to the Future is een van de beste scripts ooit geschreven en een van de strakste. Er zit geen enkele loze scène in. In de eerste akte, pakweg de eerste 25 minuten, krijg je alle informatie die je de rest van de film nodig hebt. Iedereen die scenario schrijven wil leren, zou het script moeten lezen om daarna de film per scène te analyseren. Daar leer je echt veel van.

Los daarvan heb ik een zwak voor de personages Marty McFly en Dr. Emmett Brown – en voor de acteurs die hen gestalte geven: Michael J. Fox en Christopher Lloyd. Al twintig jaar heeft Fox de ziekte van Parkinson, maar hij slaat zich daar heldhaftig doorheen. Hij gaat zelfs weer acteren in een nieuwe televisieserie:

Back to the Future II viel bij het herzien een beetje tegen en vind ik eigenlijk pas leuk worden als Marty en de Doc weer terugkomen in 1955. We zien de gebeurtenissen van de eerste film nog eens voorbijkomen, maar nu vanuit een ander perspectief. Wel ben ik een grote fan van verhalen over tijdsparadoxen en het idee dat één gebeurtenis veranderen grote gevolgen voor het verloop van je leven kan hebben.

Crispin Glover
Grappig is ook om te weten dat acteur Crispin Glover niet in de tweede film zit. Een andere acteur nam zijn plaats in nadat Glover het niet eens was met het honorarium dat hij zou krijgen. Dat kun je hem niet helemaal kwalijk nemen: hij zou minder dan de helft krijgen dan acteurs als Lea Thompson die ongeveer een even grote rol heeft. Volgens de producenten kreeg Glover minder omdat hij als acteur minder ervaring had.

Omdat Glover niet mee wilde doen, moesten Robert Zemeckis en Bob Gale het scenario herzien. Daarom wordt George McFly in deel 2 door Biff vermoord. Mocht je deze film binnenkort gaan kijken, let dan maar eens op hoe ver papa McFly eigenlijk telkens van de camera afstaat. De acteur die Glover vervangt heeft prothetische make-up op in de vorm van Glovers gezicht. Hierdoor zou je kunnen denken dat George McFly nog steeds door dezelfde acteur gespeeld wordt. Dat beviel Glover niet en spande een rechtzaak aan die hij won. Producenten hebben de copyrights op de personages, maar niet op het uiterlijk van de acteurs. Door deze zaak is het standaardcontract van de Screen Actors Guild intertijd aangepast zodat het geintje dat Glover is geflikt niet nog eens herhaald kan worden.

Wat Back to the Future II betreft is het vooral grappig om te constateren hoe ver ze ernaast zaten wat de toekomstvoorspellingen:

Western
Als ik me goed herinner was Back to the Future III de eerste die ik in de bioscoop zag. Ik vind dit deel leuker dan het tweede, dat iets te veel slapstick humor bevat wat mij betreft. Maar goed, twee en drie kun je eigenlijk het beste als één film zien. Ze zijn ook achter elkaar opgenomen en het scenario voor beide films is tegelijkertijd geschreven. Deel twee zit ook vol met belangrijke aanwijzingen voor het laatste deel.

Cliffhanger
Hoewel Back to the Future eindigt met een cliffhanger, hadden de filmmakers in eerste instantie geen trilogie voor ogen. Zemeckis laat in de making of documentaire weten dat bij de première al blij was als de film uit de kosten zou komen, laat staan dat ze er een vervolg op zouden maken. Als hij dat had geweten, had hij het vriendinnetje van Marty namelijk nooit in de DeLorean laten zitten en laten meereizen naar de toekomst. Nu waren ze bij het bedenken van deel twee wel verplicht haar een rolletje te geven. Ze konden niet zo maar een nieuw avontuur bedenken waarin Jennifer en de kinderen die ze met Marty heeft geen rol spelen. Had Zemeckis in de toekomst kunnen kijken of ernaar toe kunnen reizen, dan hadden de tweede en de derde films er wellicht heel anders uitgezien.

Marvel 1985: Originele pulp in een nostalgisch jasje

Monday, October 25th, 2010

Ieder kind dat comics leest, vraagt zich wel eens af hoe de wereld eruit zou zien als superhelden en superschurken echt zouden bestaan. Scenarist Mark Millar geeft in Marvel 1985 het schokkende antwoord.

In het jaar 1985 ontdekt de dertienjarige Toby Goodman dat de superschurken uit Marvel-comics zijn gaan wonen in een oud, vervallen huis bij hem in de buurt. Dat deze figuren geen lieverdjes zijn, wordt al snel duidelijk. Dr. Doom, Dr. Octopus, Electro, Sandman en Juggernaut worden immers niet voor niets superschurken genoemd.

Wanneer ze hun aanwezigheid aan de wereld bekend hebben gemaakt, beginnen ze massaal de bewoners van het stadje Montgomery uit te moorden. Alsof het leven van Toby al niet ingewikkeld genoeg was, met gescheiden ouders en een stiefvader die het gezin naar Engeland wil verhuizen. Ver weg van zijn vader Jerry die, net als Toby, verzot is op Marvel Comics.

1985, een goed stripjaar
Scenaristen als Mark Millar moeten we koesteren. De Schotse schrijver hoort tot het zeldzame soort dat met originele ideeën en bijzondere kwinkslagen het ingedutte genre van superheldenverhalen weet op te frissen. Eerder bedacht hij samen met John Romita Jr. de serie Kick-Ass, waarin een doodgewone tiener besluit voor superheld te spelen, met alle blauwe plekken en gebroken ribben van dien. Ook zo’n interessant uitgangspunt, perfect uitgevoerd in de tekeningen van Romita Jr. Verder loodste Millar de lezer door het ingewikkelde cross-over verhaal Civil War en trakteerde hij de wereld op Wanted.

Samen met tekenaar Tommy Lee Edwards creëert Millar een geloofwaardig 1985, waarin de klappen die de superschurken uitdelen keihard aankomen. In de echte wereld zou geen enkel leger bestand zijn tegen de vernietigende kracht van iemand als Dr. Doom, laat staan dat ze iets kunnen uitrichten tegen Galactus, het buitenaardse wezen dat als ontbijt hele planeten verorbert.

Feest van herkenning
Marvel 1985 deed mij terugdenken aan de tijd dat ik als achtjarige de wereld van Marvel nog maar net ontdekt had en stiekem wel wilde geloven dat je door de beet van een radioactieve spin in staat was over muren te kruipen. Ach, zolang ik een goedgeschreven comic aan het lezen ben, wil ik dat eigenlijk nog steeds geloven. Dat is immers de verdienste van een goede verhalenverteller.
Millars strip is een feest van herkenning voor een stripliefhebber als ik. Niet zo gek dus dat het verhaal begint in een stripwinkel. Ik ken de comic Secret Wars die Toby daar aan het lezen is. Die serie verslond ik indertijd zelf ook. Sterker nog, zonder enige moeite herken ik de door Edwards nagetekende bestaande omslagen die aan de muur van de stripwinkel hangen. Het merendeel van die strips heb ik ooit gelezen.

Spielberg-film
1985 was het jaar dat Back to the Future uitkwam. Films van Spielberg, Joe Dante en Robert Zemeckis toonden een fantasievol en magisch Amerika, waarin buitenaardse bezoekers zomaar een bezoekje brachten aan de voorsteden en waar je naar het verleden kon reizen in een omgebouwde Delorean. Dat de Verenigde Staten in werkelijkheid heel anders bleken te zijn toen ik er een jaar ging wonen, doet niets af aan het feit dat de droomversie van Spielberg en de zijnen voor altijd aan mijn jeugdherinneringen verbonden zal zijn.

Het leuke is dat Marvel 1985 eruitziet en aanvoelt alsof je een Spielberg-film zit te lezen. Het plaatsje Montgomery had prima als decor kunnen dienen in een van zijn films. De kleding van de personages, de houten huizen, main street en het winkelcentrum in smalltown USA zien er precies zo uit als ik me van die films herinner. Net als in de verhalen van Spielberg is de hoofdrolspeler een tiener, een buitenbeentje dat ontdekt dat in de gewone wereld de meest fantastische taferelen kunnen voorkomen.

Tommy Lee Edwards
Veel van de sfeer in de strip is te danken aan de Amerikaanse tekenaar Tommy Lee Edwards. Edwards maakt het contrast met ‘de werkelijkheid’ duidelijk door in de Marvel-wereld alles in lichte kleuren onder te dompelen en geen zwarte vlakken te tekenen. De stripwereld ziet eruit alsof de zon altijd schijnt, alsof alles perfect op zijn plaats staat.
Ook de tekstballoons zijn in de Marvel-wereld mooier afgewerkt dan elders in de strip. De ‘echte wereld’ geeft Edwards vorm met veel zwarte schaduwen en dikke, vloeiende penseellijnen. De gelaatsexpressies van de personages zijn levensecht getekend. De tekeningen sluiten daarmee perfect aan op de weluitgedachte dialogen van Millar.

Met Marvel 1985 hebben Millar en Edwards een vakkundig en geloofwaardig pulpverhaal afgeleverd, dat uitstijgt boven de middelmatigheid die superheldencomics doorgaans kenmerkt.

Deze recensie is gepubliceerd in Pulpman #8.

Film A-Z: B

Friday, February 26th, 2010

Zoals iedere liefhebber heb ik zo mijn favorieten. Het leek me tijd om deze met de wereld te delen. Dat doe ik in de vorm van een ABC, omdat ik eerlijk gezegd niet een nummer één heb. En als die er al is, dan is het morgen weer een andere film. Daarom presenteer ik de komende weken op vrijdag mijn, geheel particuliere, film ABC.

Vandaag deel twee van mijn Film ABC. Er zijn veel goede films die met een B beginnen, dus dit keer maar liefst zeven flicks. Ik vond het leuk om de reacties op de A-films te lezen. Schroom dus niet om onder deze post je eigen favoriete films toe te voegen die met een B- beginnen. En antwoord te geven op deze vraag: Welke van mijn rijtje heb je gezien en wat vond je van ze?

Back to the Future (Robert Zemeckis, 1985)

Het script geschreven door Robert Zemeckis en Bob Gale een schoolvoorbeeld van hoe je in Hollywood een scenario dient te pennen. Alles klopt binnen het verhaal: wat je in de eerste tien minuten ziet aan details en gebeurtenissen, wordt later volledig uitgespeeld. Geen overbodige details of scènes. Ieder zinnetje uit de dialoog staat in dienst van het verhaal. Daarnaast prachtige specialeffects en heerlijk gestoei met tijdsparadoxen. En natuurlijk wonderboy Michael J. Fox en Christopher Lloyd als enthousiaste, gekke professor.

Batman (Tim Burton, 1989)
Ik geef als eerste toe dat deze film niet zonder gebreken is, maar ik hou een zwak voor Michael Keatons Bruce Wayne en de prachtige gothicsfeer die Gotham City in deze film heeft. Mijn oordeel is niet gespeend van enige nostalgie. Burtons eerste Batman-film introduceerde mij met een paar nieuwe dingen die tot de dag van vandaag deel uitmaken van mijn leven: het werk van Tim Burton, de muziek van Danny Elfman, mijn passie voor cinema en natuurlijk een diepgeworteld plezier aan de verhaalwereld van de Batman. Ook de muziek van Prince leerde ik kennen, hoewel ik die tegenwoordig bijna niet meer draai. Sommige dingen ontgroei je. Maar mijn passie voor Batman-strips, Burton en Elfman is gebleven. Ik schreef ooit een paar blogposts over Batman van Burton. The Bat & Prince; De wereld van Tim Burton; Terug naar de bron; Waarom Batman en de Joker niet zonder elkaar kunnen en Nicholson, de Joker op het lijf geschreven.

The Big Lebowski (Coen Brothers, 1998)
Misschien wel de beste film van de Coen Brothers. Dat hij alweer 12 jaar oud is, zie je er niet aan af. Jeff Bridges speelt de rol van zijn leven als hippie of leeftijd Lebowski en John Goodman is goed te pruimen in de rol van Walter Sobchak, de geflipte vriend van Lebowski met een oorlogstrauma. Kijk maar naar deze compilatie (maar ga vooral de hele film zien:)

The Big Sleep (Howard Hawks, 1946)


The Big Sleep
wordt, evenals The Maltese Falcon, in vrijwel elk handboek en door vrijwel iedere filmliefhebber als hoogtepunt van de Film Noir bestempeld. Film Noir refereert naar die Hollywood films uit de jaren veertig en vijftig die zich afspelen in een wereld van donkere natte straten, in steden waar misdaad en corruptie heersen; een wereld vol duistere schaduwen en wanhoop, waar vervreemding en paranoïde gevoelens de actie van de personages bepalen.

Wat maakt deze Noir-film zo goed? Als eerste speelt Humphrey Bogart – een van de meest prominente acteurs uit Hollywood jaren ’40 en ’50 – de rol van Philip Marlowe; een rol waarmee hij de belichaming werd van de filmdetective (niet in de laatste plaats omdat hij tevens de rol van detective Sam Spade op zich heeft genomen in The Maltese Falcon; vaak genoemd als de eerste Film Noir.) Het spel tussen Bogart en Lauren Bacall, een belangrijk element in The Big Sleep, is sterk en straalt dat nu ook nog uit. Bacall is een van de eerste femme fatales van het witte doek en vormde samen met Bogart een van de klassieke romantische koppels van Hollywood.

The Blues Brothers (John Landis, 1980)
Het genre musical is niet aan mij besteed. Toch vind ik dit een van de beste muzikale films ooit. Prachtige gastoptredens van James Brown, Aretha Franklin, Ray Charles en Matt ‘Guitar’ Murphy. Erg grappig verhaal waarin de twee criminelen Jake (John Belushi) en Elwood (Dan Aykroyd) Blues hun band weer samenbrengen om geld in te zamelen voor het Katholieke tehuis waar ze opgroeiden. Ze zijn niet te stoppen, want they are on a mission from God. De laatste achtervolgingsscene is een klassieker. Prachtig om te zien hoe de oude Dodge, na al die lanceringen, uit elkaar valt op het moment dat de twee broers hun doel bereikt hebben. En natuurlijk: de beste film van de onvergetelijke John Belushi.

The Breakfast Club (John Hughes, 1985)

Van de koning van de tienerfilm, John Hughes, die ons vorig jaar is ontvallen. Met films als Pretty in Pink, The Breakfast Club en Ferris Bueller’s Day Off, sprak hij de jongeren van de jaren tachtig aan. Hughes toonde ons innemende, gewiekste tieners met al hun angsten, onzekerheden en rebelsheid. Hij introduceerde acteurs als Molly Ringwald, Anthony Michael Hall, Ally Sheedy en Judd Nelson. Het is ook nu nog boeiend om te zien hoe regisseur John Hughes tieners met uiteenlopende karakters naar elkaar toe laat groeien tijdens een zaterdag nablijven op school.

Butch Cassidy and the Sundance Kid (George Roy Hill, 1969)
Butch Cassidy en The Sundance Kid zijn twee outlaws. Wanneer ze te vaak een trein overvallen wordt er een speciale posse achter ze aan gestuurd. Ze vluchten en belanden uiteindelijk in Bolivia, maar het blijkt lastig bankenovervallen als je de taal niet spreekt.
Wederom een film met Robert Redford in dit overzicht. Dit keer speelt hij met Paul Newman in een van de leukste films uit de jaren zestig. Het klassieke verhaal over Butch Cassidy (Newman) en the Sundance Kid (Redford) wordt lichtvoetig gebracht, maar de vriendschap tussen de twee mannen lijkt er niet minder echt door. Deze acteurs zijn goed op elkaar ingespeeld, alsof ze elkander al jaren kennen. De film is mooi gefotografeerd en bevat maar liefst drie muzikale sequenties, gecomponeerd door Burt Bacharach: toch uniek in die tijd in dit genre. Het nummer ‘Raindrops keep falling on my head’ werd een hit en klinkt nu ook nog prima in het gehoor.

Regisseur George Roy Hill vermengt verschillende filmtechnieken, de middelste muzieksequentie is een fotomontage waarin de acteurs zijn gemonteerd in oude archieffoto’s en de film eindigt op een dramatisch hoogtepunt met een stilstaand beeld. De aanhoudende achtervolging van de posse is adembenemend. En ook bijzonder: geen van de actiescènes heeft filmmuziek. Een uniek juweeltje in het genre van de western.