Posts Tagged ‘Steven Spielberg’

Favoriete 1980s films

Saturday, July 15th, 2017

Work in progress… Mijn lijstje met favoriete films uit de jaren tachtig.

Misschien komt het door series als The Americans, misschien doordat ik nu de roman De wonderjaren van Billy Marvin aan het lezen ben. Maar het kan ook nog een nawee zijn van het schrijven van Mijn vriend Spider-Man, want daarvoor moest ik ook diep in mijn verleden graven. Een deel van het boek speelt zich af in de jaren tachtig, want toen ontdekte ik Spider-Man.

Hoe dan ook, ik heb ontzettende zin om films uit de jaren tachtig te bekijken. Op cultureel vlak is dit toch wel mijn favoriete decennium wat cinema en series betreft en dat komt natuurlijk omdat het mijn jeugdjaren zijn. Hierin werd mijn persoonlijkheid geboetseerd. In dit decennium werd ik gevoed met cinema die me de rest van mijn leven bij zou blijven en mijn beeld op de wereld grotendeels zou bepalen.

Maar welke films te kijken, want in de jaren tachtig zijn ontzettend veel films uitgebracht. Daarom hier een aanzetje met mijn favoriete films uit die tijd.

Let wel, dit zijn niet per se ‘de beste’ films van toen. Dat zou waarschijnlijk een andere lijst opleveren. Ik geloof niet zo in de Oscars, eerlijk gezegd.

Het is een zeer persoonlijk lijstje met favoriete films. Daarmee bedoel ik films die ik meerdere keren gezien heb. Toen en later. Films die voor mij het decennium bepaalden. Films die me nu zo’n fijn nostalgisch jarentachtiggevoel geven. En films die ik nu ook met veel plezier zal kijken.

Als je begrijpt wat ik bedoel (Harrie Geelen, Bjørn Frank Jensen, Bert Kroon, 1983)

Amsterdamned (Dick Maas, 1988)

Back to the Future (Robert Zemeckis, 1985)

Batman (Tim Burton, 1989)

Beetjejuice (Tim Burton, 1988)

Beverly Hills Cop (Martin Brest, 1984)

Beverly Hills Cop II (Tony Scott, 1987)

Blade Runner (Ridley Scott, 1982)

The Blues Brothers (John Landis, 1980)

Die Hard (John McTiernan, 1988)

E.T. the Extra-Terrestrial (Steven Spielberg, 1982)

Fame (Alan Parker, 1980)

Ghostbusters (Ivan Reitman, 1984)

Highlander (Russell Mulcahy, 1986)

Lethal Weapon (Richard Donner, 1987)

Licence to Kill (John Glen, 1989)

A Nightmare on Elm Street (Wes Craven, 1984)

Planes, Trains & Automobiles (John Hughes, 1987)

Purple Rain (Albert Magnoli, 1984)

Raiders of the Last Ark (Steven Spielberg, 1981)

Robocop (Paul Verhoeven, 1987)

Rocky I t/m IV (Goed, de eerste Rocky stamt uit de jaren zeventig, maar je moet die films toch als een verhaal zien. En het IV is puur, heerlijke koude oorlog paranoia.)

Rocky IV. Dolf deelt ze uit.

Scrooged (Richard Donner, 1988)

Star Trek II t/m IV

Star Wars Episode V + VI

The Secret of My Succe$s (Herbert Ross, 1987)

The Transformers: The Movie (Nelson Shin, 1986)

Who Framed Roger Rabbit (Robert Zemeckis, 1988)

Wat, denk je wellicht, waar is The Shining?! Of waar is X of Y? The Shining is geen favoriet van me, geen enkele film van Stanley Kubrick eigenlijk. En waar is The Terminator??? Wel, ik vind de Terminator tof, maar niet zo tof als het tweede deel die in de jaren negentig uitkwam.

En daarbij: dit lijstje is een work in progress. Er komen vast nog meer films op te staan, als ik er wat meer over heb nagedacht.

Anyway, jouw lijstje ziet er vast heel anders uit. Laat maar horen in het commentformulier hieronder.

Joe Hill over de sleutel tot goede horror

Wednesday, May 11th, 2016

Met de horror-fantasy Locke & Key maakten Joe Hill en Gabriel Rodriguez een van de beste stripseries van de afgelopen tien jaar. ‘Effectieve horror is gebaseerd op empathie.’

‘Als kind had ik een abonnement op Fangoria omdat ik wilde lezen over horrorfilms en wilde weten hoe Tom Savini, Rob Bottin en Stan Winston die gore en bloederige special effects maakten,’ legt de Amerikaanse auteur Joe Hill (1972) uit als ik naar zijn fascinatie met horror vraag. Begin maart was hij een van de gasten op de Dutch Comic Con, een geslaagd festijn voor liefhebbers van comics, cultfilms, horror en sciencefiction.

Joe Hill. Foto © Shane Leonard. Met dank aan Uigeverij Luitingh-Sijthoff.

Joe Hill. Foto © Shane Leonard. Met dank aan Uigeverij Luitingh-Sijthoff.

Waarschijnlijk zit de liefde voor horror bij Hill ook in het bloed. Dat hij een zoon is van de beroemde schrijver Stephen King hield Hill aan het begin van zijn carrière angstvallig geheim: hij wilde dat het werk op eigen kracht gepubliceerd werd en niet vanwege zijn achternaam. Daarom nam Joseph Hillstrom King de pennaam Joe Hill aan.

Locke & Key
Inmiddels publiceerde de gelauwerde Hill enkele horrorromans en korte verhalen en maakte naam als schrijver van comics. Samen met de Chileense tekenaar Gabriel Rodriguez creëerde hij een van de beste Amerikaanse stripseries van de afgelopen tien jaar. Locke & Key draait om drie kinderen en hun moeder. Na de gewelddadige moord op hun vader verhuist het gezin Locke naar het huis van hun voorouders in het plaatsje Lovecraft, Massachuchetts. In huis liggen sleutels met speciale krachten die magische deuren openen. ‘Een van de sleutels is de Anywhere Key. Het lijkt me fantastisch om die te kunnen gebruiken. Je kunt daarmee overal ogenblikkelijk naar toe reizen dus dat bespaart behoorlijk op reiskosten,’ zegt Hill met een glimlach. ‘Daarbij lijkt deze sleutel het minste kwaad te kunnen. Die andere sleutels kunnen misbruikt worden.’

Locke-and-Key-demonDe familie Locke krijgt te maken met een kwaadwillend wezen genaamd Dodge. Dat deze in de echoput gevangen zit heeft alles te maken met het verleden van hun vader. Locke & Key biedt driedimensionale personages in een geloofwaardige omgeving waar magie en extreem geweld een belangrijke plek innemen.

Investering
locke_key_coverJoe Hill: ‘Effectieve horror is gebaseerd op empathie: die voel je als iemand waar je om geeft wordt blootgesteld aan buitenproportioneel gevaar. Empathie kun je alleen maar voelen voor personages die je als echt of volledig ervaart. Hier slaan veel horrorfilms, -verhalen en -strips de plank mis, daarin ontbreken namelijk unieke personages die het waard zijn om je emotioneel in te investeren. Ik vind dat personages bij wijze van spreken van de pagina af moeten springen. Ze moeten iets mysterieus hebben, iets onbekends, zodat je je afvraagt waarom ze zijn zoals ze zijn. Die vragen zijn de moeite van het onderzoeken waard en geven de lezer iets menselijks om vast te grijpen. Dat heb je nodig om ze later te kunnen laten schrikken.’

Het kwaad in Hills verhalen heeft vaak een menselijk gezicht: Dodge deinst niet terug voor een moord om zijn doel te bereiken, maar staat onder invloed van zieldemonen uit een andere dimensie. ‘Dodge wordt gegijzeld door een wezen met een grenzeloze zucht naar macht. Het is belangrijk te onthouden dat iedere schurk eigenlijk denkt dat hij de held is. De meeste mensen handelen immers niet met slechte bedoelingen, maar doen vaak verschrikkelijke dingen uit liefde, of uit een verlangen om hun eigen leven of dat van hun naasten te verbeteren.’

Levendig
Rodriguez tekent in een gedetailleerde en semi-realistische stijl. Hij laat de personages overtuigend acteren. De natuurlijk klinkende dialogen van Hill maken de personages af. ‘Vroeger was ik heel slecht in dialogen. Met mijn toenmalige vrouw zat ik eens in de auto en ze had kritiek op een van mijn verhalen. “De plot is log en de dialogen zijn echt vreselijk! Niemand praat zo,” zei ze. Dat vond ik niet leuk om te horen, maar later realiseerde ik dat ze een stukje belangrijke informatie had gegeven. Toen begon ik elke dag met een warming-up waarin ik alleen dialogen schrijf. Ik laat mijn personages praten; waarover maakt niet uit. Hoe meer ik dat deed, hoe leuker ik het vond. Tegenwoordig is dialoog schrijven mijn favoriete onderdeel van het schrijven.’

Magie
In Locke & Key spelen kinderen en tieners de hoofdrol. Ook wordt magie als vanzelfsprekend gepresenteerd. Hill: ‘Als je een fantastisch element in je verhaal introduceert is het nuttig dit op dezelfde manier te doen als met elementen uit het echte leven. Magie moet niet opvallen, het moet net zo overtuigend voelen als de rest.’

Locke-and-Key-bijl
Fox liet in 2011 een pilot maken, maar bestelde uiteindelijk de televisieserie niet. ‘De pilot is goed gemaakt en ziet eruit als een vroege film van Steven Spielberg. Uiteindelijk vond Fox de film waarschijnlijk te eng voor een groot publiek. We proberen een nieuwe tv-serie op te zetten met een geheel nieuwe pilot. Dit voorjaar ga ik met het scenario aan de slag.’

Inmiddels zijn er bij IDW Publishing zes bundelingen verschenen van Locke & Key en daarmee is het verhaal over de familie Locke afgerond. Op dit moment is Hill bezig met een nieuwe reeks verhalen. ‘Deze gaan over een familie die aan het begin van de twintigste eeuw in Key House woonden. Ik heb daar net een script van af. Hopelijk komt de bundel volgend jaar uit.’

Joe Hills nieuwe roman The Fireman verschijnt in mei bij William Morrow and company.

Dit interview is geschreven voor en gepubliceerd in VPRO Gids #19 (2016).

Hitchcock/Truffaut: Praten met je held

Saturday, February 13th, 2016

Psycho janet leighDe arme Janet Leigh ligt een beetje dood te zijn op de badkamervloer van een gruizig motel. Zojuist heeft Norman Bates, verkleed als zijn moeder, hard zijn best gedaan haar in stukken te snijden. Met Psycho creëerde Alfred Hitchcock de slasher-film. En de rest was filmgeschiedenis.

De laatste dagen denk ik veel aan Alfred Hitchcock en zijn films. Tijdens mijn studie aan de Universiteit van Amsterdam kregen we een semester lang lessen over Hitchcock: zijn oeuvre is een filmschool op zichzelf. Dat besefte de Franse regisseur en criticus François Truffaut ook.

Truffaut was een van de vaders van de Nouvelle Vague en een groot bewonderaar van Alfred Hitchcock. In 1962 zaten de twee heren acht dagen lang aan een tafel te praten over filmkunst en de films van Hitchcock. Die gesprekken werden gepubliceerd in het boek Hitchcock/Truffaut. Nog steeds een belangrijk naslagwerk voor iedereen die films wil maken.

Ook een goed boek voor stripmakers trouwens, want veel van de technieken die Hitchcock bespreekt, zijn leerzaam voor mensen die op visuele wijze verhalen willen vertellen. Of dat nu op film is of met een tablet en stripkaders, maakt niet zoveel verschil. Beide media hebben immers veel overeenkomsten.

hitchcock truffautAfgelopen zondag zag ik in Eye de documentaire Hitchcock/Truffaut (Kent Jones, 2015) die weer gebaseerd is op dit prachtige boek. Aan het woord komen regisseurs als Martin Scorsese, Wes Anderson, David Fincher en Olivier Assyas. Allemaal zijn ze wel op een bepaalde manier beïnvloed door de master of suspense, zoals Hitch ook wel genoemd werd.

Ook zitten er enkele audiofragmenten van de gesprekken tussen Hitchcock en Truffaut in de film. Het verbaasde me enigszins dat er aan tafel ook een vertaalster zat. Truffaut stelde zijn vragen in het Frans, en Hitchcocks antwoorden werden weer aan hem terug vertaald. Gek, want de Franse regisseur sprak Engels en regisseerde zelfs een Engelstalige films. Misschien was hij desondanks toch erg onzeker over zijn kennis van de Engelse taal.

Het idee van Truffaut die zijn grote held en voorbeeld interviewt, spreekt mij erg aan. Ik interview zelf namelijk ook graag mijn helden. Handtekeningenjagen doe ik niet, maar antwoorden verzamelen en conversaties met mijn helden starten des te grager. Een van die helden zal altijd tekenaar John Romita Jr. blijven. Vroeger was Steven Spielberg de regisseur waar ik het meest tegenop keek. Volgens mij kun je met hem ook goede gesprekken over filmtechniek voeren, want de filmkunst beheerst hij tot in zijn vingertoppen.

Door Hitchcock/Truffaut ben ik ook nieuwsgierig geworden naar de films van Truffaut. Ik geloof dat ik daar vroeger wel een paar van gezien heb. In ieder geval kwamen die ook tijdens mijn studie filmwetenschap ter sprake, want Truffaut (1932-1984) was ook een goede filmmaker. Om mijn geheugen op te frissen zag ik deze week Fahrenheit 451 en zijn debuut Les Quatre Cents Coups uit 1959. Zijn eerste film is meteen een van zijn meest persoonlijke. Over hoe een tiener maar niet begrepen wordt door de volwassenen in zijn leven en daardoor langzaam afdwaalt naar een nihilistisch bestaan. Er wordt de hele tijd over de jongen gepraat maar eigenlijk niet met de jongen. De jonge acteur Jean-Pierre Léaud speelt de tiener Antoine Doinel die min of meer gebaseerd is op Truffaut zelf. Ze maakten samen nog vier andere films waarin verschillende stadia van Doinels leven verhaald worden.

Les Quatre Cents Coups

Het beroemde laatste shot, een freeze-frame uit Les Quatre Cents Coups.

Voor de aanvang van de documentaire Hitchcock/Truffaut zat een vrouw in een boek te lezen. Dat bleek de biografie van Vladimir Vladimirovitsj Nabokov te zijn: haar literaire held. ‘Ik hoop dat de documentaire een beetje goed is,’ zei de stijlvol geklede, Belgische vrouw met een licht Fransaccent, ‘want anders blijf ik liever dit boek lezen.’ Ze vertelde me dat Nabokov op een gegeven moment in de Verenigde Staten ging wonen en ook in het Engels boeken schreef. Hoewel zijn taalgebruik grammaticaal correct was, had hij een bepaalde manier van dingen zeggen, een sensibiliteit die ongewoon was in het Engels. Interessant wat mensen over hun helden weten te vertellen.

Back to Back to the Future

Sunday, October 18th, 2015

Omdat ik Claudia Wells ging interviewen bekeek ik laatst met Linda Back to the Future nog eens. Misschien zegt de naam Wells je niet direct iets: het is de actrice die het vriendinnetje Marty McFly speelt in de eerste film.

back-to-the-future

Een van de slechtste special effects shots uit de eerste film. Marty’s voeten en broek zouden toch echt in de fik moeten vliegen nu.

In de tweede en derde Back to the Future-films wordt haar rol overgenomen door Elisabeth Shue. Ik nam mezelf voor Wells zeker te vragen waarom ze vervangen was. (Ook al staat dat op de wikipagina van Back to the Future II vermeld, het is altijd goed om dat soort dingen uit de eerste hand te horen.)

Nu wilde het lot dat het telefonisch interview alleen kon plaatsvinden op het moment dat ik Marcel Ruijters in the American Book Center zou interviewen over zijn boek Jheronimus. Aangezien ik niet over een tijdmachine beschik die me in staat zou stellen op twee plaatsen tegelijk aanwezig te zijn, liet ik Wells schieten. Nu werd zij aan de tand gevoeld door collega Anton Damen. Gelukkig stelde Damen ook de vraag over Wells’ vervanging:

Maar voor deel 2 en 3 werd je vervangen door Elisabeth Shue.
‘Mijn moeder kreeg de diagnose kanker. Ik had een contract voor de sequels, maar wilde thuis blijven. Daar was alle begrip voor, er is geen druk op me uitgeoefend om het toch te doen. En zo werd Elisabeth Shue gecast. Ik heb haar nooit ontmoet, maar ben een grote fan van haar, hoor. Of ik ooit met spijt terugkijk naar het verleden? Nee, zo zit ik niet in elkaar. Ik heb een mooie kledingwinkel in L.A., Armani Wells, heb fijne vrienden, en acteer sinds een aantal jaar weer. Ik zou niets aan mijn leven willen veranderen.’

Marty komt langs
De reden voor het interview was het opnieuw uitbrengen van de Back to the Future-trilogie op Blu-Ray met allerlei extra’s. Het zal je niet ontgaan zijn dat het dertig jaar (!) geleden is dat de eerste film uitkwam. In de tweede film reizen Marty, Doctor Brown en vriendinnetje Jennifer Parker af naar Hill Valley in het jaar 2015, naar woensdag 21 oktober 4:29 PM om precies te zijn. Dat is aanstaande woensdag. En al weken lijkt het bijna alsof er online nergens anders over gesproken wordt.

back-to-the-future-2015Niet dat ik dat erg vind: Back to the Future is een van mijn favoriete films en na het zien van deel 1 moest ik natuurlijk ook deel twee en drie kijken, interview of geen interview.

Back to the Future is een van de beste scripts ooit geschreven en een van de strakste. Er zit geen enkele loze scène in. In de eerste akte, pakweg de eerste 25 minuten, krijg je alle informatie die je de rest van de film nodig hebt. Iedereen die scenario schrijven wil leren, zou het script moeten lezen om daarna de film per scène te analyseren. Daar leer je echt veel van.

Los daarvan heb ik een zwak voor de personages Marty McFly en Dr. Emmett Brown – en voor de acteurs die hen gestalte geven: Michael J. Fox en Christopher Lloyd. Al twintig jaar heeft Fox de ziekte van Parkinson, maar hij slaat zich daar heldhaftig doorheen. Hij gaat zelfs weer acteren in een nieuwe televisieserie:

Back to the Future II viel bij het herzien een beetje tegen en vind ik eigenlijk pas leuk worden als Marty en de Doc weer terugkomen in 1955. We zien de gebeurtenissen van de eerste film nog eens voorbijkomen, maar nu vanuit een ander perspectief. Wel ben ik een grote fan van verhalen over tijdsparadoxen en het idee dat één gebeurtenis veranderen grote gevolgen voor het verloop van je leven kan hebben.

Crispin Glover
Grappig is ook om te weten dat acteur Crispin Glover niet in de tweede film zit. Een andere acteur nam zijn plaats in nadat Glover het niet eens was met het honorarium dat hij zou krijgen. Dat kun je hem niet helemaal kwalijk nemen: hij zou minder dan de helft krijgen dan acteurs als Lea Thompson die ongeveer een even grote rol heeft. Volgens de producenten kreeg Glover minder omdat hij als acteur minder ervaring had.

Omdat Glover niet mee wilde doen, moesten Robert Zemeckis en Bob Gale het scenario herzien. Daarom wordt George McFly in deel 2 door Biff vermoord. Mocht je deze film binnenkort gaan kijken, let dan maar eens op hoe ver papa McFly eigenlijk telkens van de camera afstaat. De acteur die Glover vervangt heeft prothetische make-up op in de vorm van Glovers gezicht. Hierdoor zou je kunnen denken dat George McFly nog steeds door dezelfde acteur gespeeld wordt. Dat beviel Glover niet en spande een rechtzaak aan die hij won. Producenten hebben de copyrights op de personages, maar niet op het uiterlijk van de acteurs. Door deze zaak is het standaardcontract van de Screen Actors Guild intertijd aangepast zodat het geintje dat Glover is geflikt niet nog eens herhaald kan worden.

Wat Back to the Future II betreft is het vooral grappig om te constateren hoe ver ze ernaast zaten wat de toekomstvoorspellingen:

Western
Als ik me goed herinner was Back to the Future III de eerste die ik in de bioscoop zag. Ik vind dit deel leuker dan het tweede, dat iets te veel slapstick humor bevat wat mij betreft. Maar goed, twee en drie kun je eigenlijk het beste als één film zien. Ze zijn ook achter elkaar opgenomen en het scenario voor beide films is tegelijkertijd geschreven. Deel twee zit ook vol met belangrijke aanwijzingen voor het laatste deel.

Cliffhanger
Hoewel Back to the Future eindigt met een cliffhanger, hadden de filmmakers in eerste instantie geen trilogie voor ogen. Zemeckis laat in de making of documentaire weten dat bij de première al blij was als de film uit de kosten zou komen, laat staan dat ze er een vervolg op zouden maken. Als hij dat had geweten, had hij het vriendinnetje van Marty namelijk nooit in de DeLorean laten zitten en laten meereizen naar de toekomst. Nu waren ze bij het bedenken van deel twee wel verplicht haar een rolletje te geven. Ze konden niet zo maar een nieuw avontuur bedenken waarin Jennifer en de kinderen die ze met Marty heeft geen rol spelen. Had Zemeckis in de toekomst kunnen kijken of ernaar toe kunnen reizen, dan hadden de tweede en de derde films er wellicht heel anders uitgezien.

The Goonies: Toen kinderen nog buiten speelden

Tuesday, February 3rd, 2015

Laatst stuitte ik op dit interessante artikel waarin gesteld wordt dat films waarin kinderen zelf op pad gaan om avonturen te beleven, niet meer worden gemaakt. Daarmee bedoelen ze films als E.T., Stand by Me en The Goonies – laten we zeggen: films uit de jaren tachtig uit de school van Spielberg.

goonies_02
In het artikel kwamen enkele stellingen naar voren die tot nadenken stemmen, zoals:

Movies like the Goonies (or ET, or the Explorers) are no longer possible, because movies like that rely on the exploration of the world of children that is separate from the world of adults, and that world no longer exists. Kids don’t go out to build forts in places their parents don’t know about, or learn all the best short cuts to the candy store on their bikes. They don’t walk home alone to and from school. All play is regulated, either for the sake of safety or the desire of parents to participate in childhood. Kids are raised to be risk averse.

Nu geloof ik dat dit voor de Verenigde Staten op gaat, want daarover heb ik vaker berichten gehoord. Ouders rijden hun kinderen van deur tot deur als ze bij een vriendje gaan spelen, want stel je voor dat je kind ontvoerd wordt of verkracht door een kinderlokker. Kinderen worden opgevoed met de angst van hun ouders. Interessant, want het schijnt dat de misdaadcijfers in de VS nog nooit zo laag zijn geweest als nu. Ik ben benieuwd of Nederlandse ouders ook zo angstig zijn.

Ik mocht zelf in ieder geval gewoon buitenspelen van mijn ouders. Sterker nog: ik geloof dat mijn moeder blij was als ik even het huis uit was. Dat bracht wat rust! Helaas voor haar was ik niet echt een typisch buiten-speel-kind. Ik zat liever binnen te lezen of me met speelgoed te vermaken.

Maar goed, de stelling dat er nooit meer Goonies-achtige films worden gemaakt is misschien wat kort door de bocht. Ik vind de Spielberg pastiche Super 8 toch zeker in die categorie passen. En dat kan ik nu eindelijk zeggen: tot vorige week had ik The Goonies namelijk nog niet gezien.

Ja, ik beken het hier maar even. Ondanks dat Paul me vaak aan mijn hoofd heeft gezeurd dat ik The Goonies moest kijken, is het een van de films die mij in mijn jeugd is ontglipt. Maar dat euvel is nu hersteld en ik moet zeggen, als volwassen man van 37 heb ik me prima vermaakt.

Goed, de kids in de film zijn soms erg ADHD en schreeuwen wat af, maar de humor en het avontuur zijn heerlijk meeslepend. En daarbij was ik nogal gecharmeerd van de locatie Astoria, in Oregon. Prachtige huisjes langs de kust. Daar zou ik wel willen wonen en naar verborgen schatten willen zoeken.goonies_06 goonies_07

Goonies-01 goonies_03 goonies_04 goonies_05

Waarom de rubriek Frames?
De verhalen die we lezen en zien maken net zo goed deel uit van onze levensloop als de gebeurtenissen die we in reallife meemaken. In de rubriek Frames verzamel ik stills uit de films die ik heb gezien om zo die herinneringen te kunnen bewaren en koesteren.

Poltergeist: Indrukwekkende lichtshow met een christelijk tintje

Tuesday, September 23rd, 2014

Sommige films die al wat ouder zijn doorstaan de tands des tijds niet. Poltergeist echter wel.

poltergeist_02 poltergeist_03

Deze horrorfilm uit 1982 van Tobe Hooper is nog steeds zeer genietbaar, al komt de plot wat traag op gang. Het verhaal is mede gepend door Steven Spielberg die ook als producer optrad in de film. Zijn vingerafdrukken en die van Industrial Light and Magic, het special-effectsbedrijf van George Lucas, zitten dan ook duidelijk op Poltergeist. (Let trouwens eens op hoeveel Star Wars-merchandise je in de film kunt zien.) De special effects zijn trouwens zeer overtuigend en waren toentertijd state of the art. Nu zie je wel door de lichtshow heen, maar toch, mooi gedaan. Dat de effecten overtuigen komt mede door het strakke spel van de acteurs die allemaal heel expressief hun angsten laten zien. Vooral hoofdrolspeelster JoBeth Willams kan er wat van.

'Who you gonna call?'

‘Who you gonna call?’ De enige echte Craig T. Nelson schrikt zich een hoedje!

Poltergeist draait om een doorsnee Amerikaans gezin bestaande uit pa, moe en drie kinderen, dat in een nieuwbouwwijk gaat wonen. Een typische Californische suburb. Al snel blijkt echter dat hun nieuwe huis niet helemaal pluis is: klopgeesten en paranormale verschijnselen stonden niet in de verkoopakte aangekondigd maar zijn veelvuldig aanwezig. Als de jongste dochter in een interdimensionale poort verdwijnt en wordt gegijzeld door ‘het beest’, is het tijd om de Ghostbusters te bellen. Maar ja, die bestaan niet in dit verhaal dus bellen de ouders maar met een stel wetenschappers die zich bezighouden met het paranormale. Dit sympathieke trio blijkt al snel niet opgewassen tegen het kwaad, dus wordt een grappig dwergvrouwtje ingehuurd om het huis ectoplastisch schoon te maken en de dochter te redden.

Waarom het zo spookt in dat huis, laat ik even in het midden, maar het heeft weer eens alles te maken met een grote coöperatie waarbij winstoogmerk voor ethiek gaat. Dit maakt de film nu nog steeds relevant.

poltergeist_09

JoBeth Willams is nog steeds zeer aantrekkelijk als ze bang speelt.

poltergeist_10

De christelijke ondertoon die in dit soort films schuilgaat, vind ik wel ergerlijk. Het valt me bij het (her)bekijken van veel horrorfilms op hoe erg deze eigenlijk gestoeld zijn op de christelijke leer. In Poltergeist staat de weg naar het hiernamaals centraal en met ‘het Beest’ wordt overduidelijk de Duivel bedoeld. Aangezien ik het christendom, net als alle andere religies, een onwijs onnozele uitvinding vind, boet de film mijns inziens hierdoor aan geloofwaardigheid in. Liever een onbekende demon, dan eentje die bedacht is door een stelletje gefrustreerde mannen die de fictieverhalen over God en Jezus op papier stelden.

Overigens: sommige mensen beweren dat er een vloek heerst op de Poltergeist-filmreeks.

poltergeist_11 poltergeist_12 poltergeist_13 poltergeist_14

Waarom de rubriek Frames?
De verhalen die we lezen en zien maken net zo goed deel uit van onze levensloop als de gebeurtenissen die we in reallife meemaken. In de rubriek Frames verzamel ik stills uit de films die ik heb gezien om zo die herinneringen te kunnen bewaren en koesteren. Poltergeist keek ik in het kader van de weg naar Halloween.

Minneboo leest: Peter Pan

Saturday, February 8th, 2014

Officieel schrijfwerk moet even wachten: mijn deadline voor de HAFF bijlage van de VPRO gids is pas aanstaande vrijdag, dus een dagje bijkomen kan geen kwaad. Een beetje grieperig vandaag dus zit ik thuis rustig in Peter Pan van Régis Loisel te lezen.

PeterPan_flying_web
Deze prachtige en duistere prequel tekende de Fransman van 1991 tot 2005, en de zesdelige reeks is vorig jaar integraal in het Engels verschenen bij uitgeverij Soaring Penguin Press. Voor het eerst trouwens. Gek dat het zo lang geduurd heeft voordat er een Engelse vertaling kwam, want het is een intrigerend verhaal en prachtig getekend. Loisel staat bekend als fantasytekenaar en tekent gedetailleerde platen die je lang kunt bestuderen.

Ik lees de bundel om deze te recenseren voor de site van The American Book Center, waar ik wel vaker strips voor bespreek, dus ben ik niet helemaal verschoond van werk vandaag. Ik moet je bekennen dat ik nooit J. Matthew Barries (1860-1937) originele boek Peter and Wendy heb gelezen, al heb ik wel Peter Pan in Kensington Gardens ooit doorgenomen. Deze novelle is samengesteld uit enkele hoofdstukken die oorspronkelijk in het boek The Little White Bird stonden en waarin het personage Peter Pan voor het eerst opduikt.

Uiteraard ken ik de Disney animatiefilm uit 1953 en de film Hook van Steven Spielberg uit 1991. Die vond ik indertijd wel tof, maar het is jaren geleden dat ik Hook voor het laatst zag. Heb toen in het bijzonder genoten van Dustin Hoffmans optreden als Captain Hook. Van de Disneyfilm kan ik me bijna niets meer herinneren.

Het idee van Peter Pan, het kind dat nooit volwassen wil worden, heb ik altijd intrigerend gevonden. Ik ben nu 36, toch een volwassen leeftijd, maar ik heb niet het gevoel dat ik echt tot de wereld der volwassenen ben toegetreden. Goed, ik betaal mijn belastingen en heb net als iedereen te maken met veel bullshit die bij het bewonen van deze wereld komt kijken, maar de fascinaties uit mijn jeugd heb ik nooit in de steek gelaten. Ik schrijf en spreek nog steeds over strips en het liefste over Spider-Man. Dat deed ik als kind al en daar ga ik waarschijnlijk altijd mee door.

tinkerbellHet meest interessant aan Pan vind ik echter dat hij kan vliegen. Wie wil dat nu niet immers? Een kleine sprong in de lucht en je vliegt naar waar je maar wilt. Nooit meer zitten in een overvolle, vertraagde trein of urendurende file. Het is wel een tijdje geleden dat ik droomde dat ik kon vliegen, maar het is een fantasie die geregeld in mijn onderbewuste opduikt. Gek dat je je in zo’n droom nooit afvraagt hoe het mogelijk is dat je opeens kan vliegen. Er komt in ieder geval geen feeënstof bij kijken zoals in het verhaal van Peter Pan. Ook nog nooit een Tinker Bell gezien trouwens, maar als ze zo sexy is als Loisel haar tekent, mag ze gerust eens ‘s nachts op het raam kloppen. Niet dat Peter iets heeft met seksualiteit. Sterker nog, in het verhaal van Loisel vindt Peter volwassenen maar vies omdat ze seks hebben en heeft hij een diepgewortelde haat tegen vrouwen. Dat hebben de kleine wonderlijk vliegende held en ik in ieder geval niet met elkaar gemeen. Hm, misschien ben ik toch meer geaard in de wereld van volwassenen dan ik dacht. Nou ja, in bepaalde opzichten dan.

Filmrecensie: Super 8

Monday, August 8th, 2011

Ik ben opgegroeid met de films van Steven Spielberg: ET, Close Encounters of the third kind en natuurlijk de reeks rondom Indiana Jones. Nu is er Super 8 die in zekere zin teruggrijpt op Spielbergs vroege oeuvre, maar toch heel eigentijds aanvoelt.

Zomer 1979: een groepje vrienden maakt in een klein stadje in Ohio een heuse zombiefilm op Super 8: het 88-mm filmformaat dat indertijd door amateur-filmers werd gebruikt. Tijdens een nachtelijke opname bij het station, raast er een trein voorbij die ontspoort. De lading van die trein is letterlijk niet van deze wereld en vormt een grote bedreiging voor de bewoners van het stadje. Al snel vinden er vreemde verdwijningen plaats en bemoeit het leger zich met de zaak.

Hoewel Super 8 een zeer gelikte sciencefictionfilm is geworden, draait het niet om de alien en de specialeffects, maar om het groepje kids dat samen een film maakt. De jonge Joe Lamb heeft net zijn moeder verloren. Zijn vader Jackson heeft weinig oog voor zijn zoon. Hij is hulpsheriff is van de stad en heeft zijn handen vol als er na het treinongeluk en de verdwijningen paniek onder de bevolking uitbreekt.

Joe vult zijn dagen het liefste met het helpen van zijn beste vriend bij het maken van diens magnum opus. De aantrekkelijke Alice Dainard speelt daar ook een rol in: langzaam groeit de vriendschap tussen de jongen en het meisje, die beide leven in een eenvadergezin waar de vader nooit thuis geeft.

Amateurs
Regisseur JJ. Abrams en producent Steven Spielberg maakten een ode aan de amateurfilmmaker en hun eigen jeugd. Zelf zijn ze ook ooit begonnen met het maken van 8-mm films voordat ze op het echte Hollywoodwerk overstapten. Super 8 straalt dan ook de lol van het film maken uit. In de aftiteling is te zien welk 8mm-avontuur de kids hebben gemaakt – deze zombiefilm is overigens spontaan en zonder script opgenomen tijdens de opnames van Super 8.

De jaren zeventig art-direction is prachtig, zonder dat het er dik bovenop ligt. Tegenwoordig zijn films die zich in het tijdperk van discomuziek afspelen bijna altijd parodieën op de jaren zeventig, maar Abrams maakte een film die met beide voeten in zijn jeugd staat, doet denken aan de scifi-films van Spielberg uit die tijd, maar toch heel eigentijds aanvoelt.

Juweeltje
De jonge cast speelt opvallend goed. Vooral Elle Fanning die Alice gestalte geeft, is een juweeltje. Maar ook Joel Courtney, die als Joe Lamb zijn speelfilmdebuut maakt, staat zijn mannetje in zowel het menselijk drama als de hightech actiescènes. Van mensen als Spielberg – die met ET en Close Encounters of the Third Kind twee sciencefiction klassiekers maakte – en Abrams (Lost, Star Trek) had ik wel een iets origineler alien verwacht, dan deze slecht doordachte echo van eerdere filmmonsters. We zien het door de vingers, aangezien hij toch maar weinig screentijd krijgt.

ET was wat dat betreft meer een persoonlijkheid. Die film zag ik laatst voor het eerst sinds jaren weer op televisie. Het viel me op dat die film nog niets aan kracht heeft ingeboet.

Super 8 draait vanaf 11 augustus in de bioscoop.

Marvel 1985: Originele pulp in een nostalgisch jasje

Monday, October 25th, 2010

Ieder kind dat comics leest, vraagt zich wel eens af hoe de wereld eruit zou zien als superhelden en superschurken echt zouden bestaan. Scenarist Mark Millar geeft in Marvel 1985 het schokkende antwoord.

In het jaar 1985 ontdekt de dertienjarige Toby Goodman dat de superschurken uit Marvel-comics zijn gaan wonen in een oud, vervallen huis bij hem in de buurt. Dat deze figuren geen lieverdjes zijn, wordt al snel duidelijk. Dr. Doom, Dr. Octopus, Electro, Sandman en Juggernaut worden immers niet voor niets superschurken genoemd.

Wanneer ze hun aanwezigheid aan de wereld bekend hebben gemaakt, beginnen ze massaal de bewoners van het stadje Montgomery uit te moorden. Alsof het leven van Toby al niet ingewikkeld genoeg was, met gescheiden ouders en een stiefvader die het gezin naar Engeland wil verhuizen. Ver weg van zijn vader Jerry die, net als Toby, verzot is op Marvel Comics.

1985, een goed stripjaar
Scenaristen als Mark Millar moeten we koesteren. De Schotse schrijver hoort tot het zeldzame soort dat met originele ideeën en bijzondere kwinkslagen het ingedutte genre van superheldenverhalen weet op te frissen. Eerder bedacht hij samen met John Romita Jr. de serie Kick-Ass, waarin een doodgewone tiener besluit voor superheld te spelen, met alle blauwe plekken en gebroken ribben van dien. Ook zo’n interessant uitgangspunt, perfect uitgevoerd in de tekeningen van Romita Jr. Verder loodste Millar de lezer door het ingewikkelde cross-over verhaal Civil War en trakteerde hij de wereld op Wanted.

Samen met tekenaar Tommy Lee Edwards creëert Millar een geloofwaardig 1985, waarin de klappen die de superschurken uitdelen keihard aankomen. In de echte wereld zou geen enkel leger bestand zijn tegen de vernietigende kracht van iemand als Dr. Doom, laat staan dat ze iets kunnen uitrichten tegen Galactus, het buitenaardse wezen dat als ontbijt hele planeten verorbert.

Feest van herkenning
Marvel 1985 deed mij terugdenken aan de tijd dat ik als achtjarige de wereld van Marvel nog maar net ontdekt had en stiekem wel wilde geloven dat je door de beet van een radioactieve spin in staat was over muren te kruipen. Ach, zolang ik een goedgeschreven comic aan het lezen ben, wil ik dat eigenlijk nog steeds geloven. Dat is immers de verdienste van een goede verhalenverteller.
Millars strip is een feest van herkenning voor een stripliefhebber als ik. Niet zo gek dus dat het verhaal begint in een stripwinkel. Ik ken de comic Secret Wars die Toby daar aan het lezen is. Die serie verslond ik indertijd zelf ook. Sterker nog, zonder enige moeite herken ik de door Edwards nagetekende bestaande omslagen die aan de muur van de stripwinkel hangen. Het merendeel van die strips heb ik ooit gelezen.

Spielberg-film
1985 was het jaar dat Back to the Future uitkwam. Films van Spielberg, Joe Dante en Robert Zemeckis toonden een fantasievol en magisch Amerika, waarin buitenaardse bezoekers zomaar een bezoekje brachten aan de voorsteden en waar je naar het verleden kon reizen in een omgebouwde Delorean. Dat de Verenigde Staten in werkelijkheid heel anders bleken te zijn toen ik er een jaar ging wonen, doet niets af aan het feit dat de droomversie van Spielberg en de zijnen voor altijd aan mijn jeugdherinneringen verbonden zal zijn.

Het leuke is dat Marvel 1985 eruitziet en aanvoelt alsof je een Spielberg-film zit te lezen. Het plaatsje Montgomery had prima als decor kunnen dienen in een van zijn films. De kleding van de personages, de houten huizen, main street en het winkelcentrum in smalltown USA zien er precies zo uit als ik me van die films herinner. Net als in de verhalen van Spielberg is de hoofdrolspeler een tiener, een buitenbeentje dat ontdekt dat in de gewone wereld de meest fantastische taferelen kunnen voorkomen.

Tommy Lee Edwards
Veel van de sfeer in de strip is te danken aan de Amerikaanse tekenaar Tommy Lee Edwards. Edwards maakt het contrast met ‘de werkelijkheid’ duidelijk door in de Marvel-wereld alles in lichte kleuren onder te dompelen en geen zwarte vlakken te tekenen. De stripwereld ziet eruit alsof de zon altijd schijnt, alsof alles perfect op zijn plaats staat.
Ook de tekstballoons zijn in de Marvel-wereld mooier afgewerkt dan elders in de strip. De ‘echte wereld’ geeft Edwards vorm met veel zwarte schaduwen en dikke, vloeiende penseellijnen. De gelaatsexpressies van de personages zijn levensecht getekend. De tekeningen sluiten daarmee perfect aan op de weluitgedachte dialogen van Millar.

Met Marvel 1985 hebben Millar en Edwards een vakkundig en geloofwaardig pulpverhaal afgeleverd, dat uitstijgt boven de middelmatigheid die superheldencomics doorgaans kenmerkt.

Deze recensie is gepubliceerd in Pulpman #8.