Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for October, 2010

Mijn Halloween in Amsterdam

Sunday, October 31st, 2010

Er stond een rij voor de feestwinkel Louis Wittenburg (‘halloween en party supplies’) vrijdagmiddag. Ze hadden er dan ook werk van gemaakt: bewegende poppen uit horrorfilms voor het pand trokken de aandacht. Een man van de ‘Halloween crew’ liet mensen met kleine groepjes binnen. Zo groot is de winkel inderdaad niet, maar wel helemaal volgestouwd met Halloween-artikelen.

Daily Webhead: Halloween store from Mike’s Webs on Vimeo.

In Nederland lijkt Halloween vooral een feest voor volwassenen te zijn. Grote (dans)feesten waarin mensen verkleed gaan, een zombiewalk op de Dam zondagmiddag en je als Zombie laten tekenen in Fame door stripmakers. Kinderen komen aan hun trekken met Sint Maarten en Sinterklaas. Hoewel er wel ook speciale evenementen voor kids worden georganiseerd, zag ik gisteren op het Jeugd Journaal.

Ik spendeer Halloween graag met een stel vrienden: lekker horrorfilms kijken. Gisteravond waren Paul, Matt, Rob en Marloes bij ons thuis om Bride of Frankenstein, de eerste aflevering van The Walking Dead en The Frighteners te kijken.

The Walking Dead

Over de tv-bewering van de horrorstrip The Walking Dead ben ik gematigd enthousiast. Zag er wel goed uit allemaal en een aardige spanningsopbouw, maar wil eerst een paar andere afleveringen zien voordat ik een eindoordeel fel. Never judge a series by its pilot alone. De stripserie vind ik erg goed: mooi getekend, boeiende verhalen waarin de aard van de mens in moeilijke tijden wordt blootgelegd.

Vorige week nam ik alvast een voorproefje met het opnieuw bekijken van Sleepy Hollow. Deze film van Tim Burton is voor mij een van de ultieme Halloween-films. Schilderachtige beelden, een sfeervolle setting en een spookachtig verhaal dat nergens echt eng wordt. Ik associeer Halloween in eerste instantie ook niet met slasher-horror, maar meer met intrigerende spookverhalen. Ook hou ik erg van het uiterlijk vertoon wat bij deze feestdag komt kijken.

Halloween en horror mag wat mij betreft iedere dag gevierd worden. Zaterdag was de opening van de expositie Hell Awaits in de Melkweg. Een groepsexpositie samengesteld door kunstenaarcurator Arno Coenen. De titel Hell Awaits verwijst naar de gelijknamige plaat van Slayer en gaat over de esthetiek en thematiek van metal. Niet helemaal Halloween, maar het heeft er wel wat van weg. Daarom was ik gisteren ook bij de opening. Een video ervan volgt later. Eerst maar eens die Zombiewalk op de Dam checken vanmiddag.

Happy Halloween!

Sunday, October 31st, 2010

Friday, when I walked to the party goods store to check out some Halloween stuff, I passed a store filled with stuff for and about cats. Yes, these stores exist also. Anyway, in the display window I saw this pumpkin, which must be one of the most kitsch pumpkins I’ve ever seen. Not that I mind kitsch per say. The party store also had some ugly stuff: badly made bats and things like that. Still, I love Halloween. I like the iconography of it. The pumpkins, spooks, and other things to dress up the house or whatever. As long as it’s well crafted and the design looks convincible.

Found Footage Animatie: Subversief knip- en plakwerk

Saturday, October 30th, 2010

Filmdocent en -programmeur Edwin Carels stelde het HAFF programma Reanimating Found Footage samen, waarin hij laat zien op welke manieren animatie gerecycled kan worden.

Een Road Runner-animatie die alleen uit de decors van de film en de soundtrack bestaat, Alice die in Wonderland op zoek gaat naar Guy Debord en door rappende bloemen diens kritiek op de spektakelmaatschappij krijgt uitgelegd en een reeks scènes uit computergames waarin Osama Bin Laden wordt gemarteld, vermoord en verminkt. Het zijn enkele voorbeelden uit het animatieprogramma Reanimating Found Footage dat Edwin Carels samenstelde en waar hij een lezing over geeft.

‘Het programma is een staalkaart waarin ik laat zien op welke manieren animatie gerecycled kan worden,’ zegt Carels. De Belgische Carels bestudeert al ruim twintig jaar de edele filmkunst die animatie heet, doceert aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent en is programmeur bij diverse filmfestivals, waaronder regelmatig ook het HAFF.

Jatwerk
Found footage, het bewerken van bestaand filmmateriaal, is in de cinema geen onbekend fenomeen. ‘Vrij snel na de uitvinding van de film is men begonnen met het hergebruiken van andermans werk,’ vertelt Carels. ‘In die beginjaren had men niet zo veel met auteursrecht. Filmmakers stalen moeiteloos elkaars ideeën en grappen. Filmstroken hergebruiken is al een stap verder, maar ook dat gebeurde eigenlijk al vrij vroeg. In de tweede helft van de twintigste eeuw nam het hergebruik toe omdat men makkelijker aan film kon komen. Het was nog voor het televisietijdperk, dus al het bewegende beeld stond op film.’

Een van de spilfiguren van found footage films is wijlen beeldend kunstenaar Bruce Conner die opgekochte stukken film hermonteerde en zo aan clichébeelden een subversieve draai gaf. Filmavant-gardist Standish Lawder maakte in de jaren zestig verschillende animatie found footage films. Zijn film Runaway uit 1969 staat ook op het programma.

Manipulatie

‘Bij found footage wordt alles met een reden gedaan. De makers voeren een betoog of hebben een obsessie die ze in hun kunst al voor langere tijd uitwerken,’ zegt Carels. Essentieel aan deze filmsoort is dat de filmmaker het materiaal hermonteert en dat de manipulatie duidelijk is voor de toeschouwer. Door bijvoorbeeld de beeldvolgorde om te gooien, wordt de nadruk op iets anders gericht of worden er andere verbanden gelegd. De merkbare manipulatie doorbreekt het kijkpatroon waardoor men bewuster gaat kijken en vragen gaat stellen.’

Omdat bij animatie dit mechanisme problematischer is, komt found footage animatie veel minder voor dan de bewerking van live-action. Dit heeft te maken met de aard van animatie: ‘Live-action beelden, bijvoorbeeld documentaire shots, ogen heel natuurlijk. Als je dat beeld bewerkt, is het duidelijk dat je iets anders doet dan wat de oorspronkelijke maker beoogde. Animatie is van zichzelf al een constructie. Er zit geen spontaniteit in, alles is gemaakt. Hierdoor is de deconstructie minder duidelijk. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk om een karikatuur van een karikatuur te maken, het beeld is geen realiteit maar van zichzelf al een teken. Het is dus lastig om dat nog eens een nieuwe betekenis te geven.’

Knipperlichtrelatie
De deconstructie van het medium – je laat zien hoe iets in elkaar zit door het uit elkaar te halen – is een belangrijk kenmerk van found footage films. Een goed voorbeeld hiervan uit Carels programma is de film Shadow Cuts van de Oostenrijkse experimentele filmmaker Martin Arnold. ‘Arnold begon met het herbewerken van klassieke films en stapte over op animatie. Daarin is hij in beeldende kunstmilieus toonaangevend. Hij herhaalt filmbeelden en verandert op subtiele wijze de volgorde van de frames. Hierdoor bibbert het beeld enorm, wat volgens sommigen een epileptisch effect geeft.’

Dezelfde techniek past Arnold toe in Shadow Cuts, waarin hij de eindscène van een Mickey Mouse tekenfilm uitvoerig heeft bewerkt. Hond Pluto zit bij Mickey op schoot en ze knuffelen elkaar vriendschappelijk. Arnold toont de handelingen in omgekeerde volgorde en heeft de korte scène opgerekt door frames te herhalen. ‘Arnold is gefascineerd door het fenomeen dat je bij het film kijken per minuut ongeveer zes seconden in het donker zit,’ licht Carels toe. ‘Dat thematiseert hij door de ogen van Mickey en Pluto zwart te maken. Daarnaast manipuleert hij het beeld zodanig met zwarte vlakken dat de nadruk op het licht-aan, licht-uit effect ligt. Tegelijkertijd problematiseert hij een heel herkenbaar en vanzelfsprekend beeld. Door het moment op te rekken, krijgt de toeschouwer tijd om bij dingen stil te staan die je bij een snelle cartoon nooit zou vermoeden. Je zou namelijk ook kunnen stellen dat Mickey en Pluto een knipperlichtrelatie hebben.’

Herkenning
Disneyfilms worden overigens veelvuldig gerecycled in found footage animatie. Deels komt dit volgens Carels omdat dat werk zo herkenbaar is. Herkenbaarheid van het bewerkte materiaal is belangrijk, want als de toeschouwer het oorspronkelijke materiaal niet herkent, is het ook niet duidelijk dat er sprake is van manipulatie. Daarnaast is Disney een dankbaar onderwerp, omdat het bedrijf mondiaal opereert en zijn stempel drukt op beeldvorming en deze graag onder controle houdt. ‘Het is ook leuk om Disney een beetje te jennen en vraagtekens te zetten bij die zucht naar controle.’

In Alice in Wonderland or Who is Guy Debord heeft Robert Cauble scènes uit Disneys animatie voorzien van een nieuwe soundtrack, waardoor de bewoners van Wonderland met Alice in een discours verwikkeld raken over Guy Debords kritische visie op wat hij de spektakelmaatschappij noemde. Uiteindelijk bezwijkt Alice bijkans aan een bombardement aan beelden uit videoclips, nieuwsuitzendingen en tv-programma’s, waardoor Debords theorie nog eens wordt gedemonstreerd. Cauble verving bestaande dvd’s ongemerkt in diverse videotheken met zijn nieuwe versie, en confronteerde zo nietsvermoedende consumenten met zijn film.

Found footage animatie heeft vaak iets anarchistisch en subversiefs. Beeldend kunstenaar en gamer Eddo Stern maakt machinima-films: hij gebruikt beelden uit games om politieke hangijzers te behandelen, zoals bijvoorbeeld de Israelisch-Palestijnse kwestie. In de video Sheik Attack combineert hij Israëlische popmuziek met oorloggames. In het meer recente Death Star monteerde hij scènes uit games waarin Osama Bin Laden op gewelddadige wijze om het leven wordt gebracht. Bin Laden wordt in elkaar geslagen, neergeschoten en zelfs anaal gevuist, terwijl de soundtrack van The Passion of the Christ te horen is. ‘Stern pikt uit bestaande games allerlei motieven. Door die naast elkaar te zetten benadrukt hij bepaalde zaken. Door de klemtoon die found footage legt, word je als toeschouwer niet zomaar meegenomen door het verhaal, maar ga je vragen stellen.’

Zaterdag 6 november 2010
Lezing Reanimating Found Footage door Edwin Carels,  Theater Kikker 11:00 uur
Reanimating Found Footage, Filmtheater ‘t Hoogt 12:30 uur

Zondag 7 november 2010
Reanimating Found Footage, Filmtheater ‘t Hoogt, 14:30

Voor meer informatie: http://www.haff.nl

Alice in Wonderland or Who is Guy Debord? (2003) by Robert Cauble from Why + Wherefore on Vimeo.

Dit artikel is in VPRO Gids #44 gepubliceerd.

Video: Halloween store

Saturday, October 30th, 2010


Daily Webhead: Halloween store from Mike’s Webs on Vimeo.
Friday afternoon I went out to check some Halloween stuff. At the Louis Wittenburg party store they had an elaborate display outside. Note the line of costumers in front of the store. Halloween has arrived in Amsterdam, that’s for sure.

HAFF: 25 jaar animatie voor de liefhebber

Friday, October 29th, 2010

De 14e editie van het Holland Animation Film Festival (HAFF), dat van 3 t/m 7 november in Utrecht plaatsvindt, markeert tevens het 25-jarig bestaan.

Dat wordt onder andere gevierd met het programma ‘HAFF Replay’ waarin prijswinnaars, premières en bijzondere films nogmaals vertoond worden. Professor Paul Wells geeft een lezing getiteld Re-imagining Animation waarin hij zijn visie geeft op de huidige positie van animatie in het sterk veranderende audiovisuele landschap. En er is een overzichtstentoonstelling in het stadhuis met de inspiratiebronnen van Gerrit van Dijk, oprichter van het festival en Gerben Schermer, organisator van het eerste uur.

21G van Sun Xun.

De Chinese mediakunstenaar Sun Xun (1980) is artist in residence. Er is volop aandacht voor Xuns maatschappelijk geëngageerde en politiek getinte werk, waarin verschillende media als animatie, schilderkunst en installaties samenkomen. Er is een expositie in het Centraal Museum en Xuns nieuwe film 21G en eerdere producties zijn te zien.

Openingsfilm van het festival is Chico y Rita, een muzikale feelgood-film over twee jazzmuzikanten anno 1948.

Morgen op dit blog een uitgebreid interview met Edwin Carels die het programma over Found Footage Animatie samenstelde.

En waar ik wel benieuwd naar ben:

  • Ben je wel eens op het HAFF geweest?
  • Welke animatie is je bijgebleven en waarom?
  • Wat vind je van het festival?

Deze tekst is ook (deels) gepubliceerd in VPRO Gids #44.

Museum square by night

Friday, October 29th, 2010

Museumplein, 8:20 pm
After my girlfriend and I came back from dinner, we walked passed the museum plein. (Museum Square). It’s one of the strangest squares in Amsterdam, with the long green lawn with strange paths. I can hardly follow its design. Still, this vista at night looked kind of nice I thought.

Halloween: Biggest pumpkin ever?

Thursday, October 28th, 2010

This certainly is the biggest pumpkin that I’ve ever seen. You can see it life @Marqt on the Overtoom. By the way: not only is autumn my favourite time of year, I also am a big fan of Halloween. On my old blog Mike’s Webs I wrote several times about my favourite Holiday.

Grunberg verstript door Hanco Kolk

Wednesday, October 27th, 2010

Arnon Grunberg reisde in maart 2010 per auto en trein van Istanbul naar Bagdad. Stripmaker Hanco Kolk maakte daar een roadmovie in stripvorm over.

Voor de plot van de striproman Van Istanbul naar Bagdad baseerde Hanco Kolk zich op een reeks artikelen die Grunberg over zijn reis van Turkije naar Irak schreef voor NRC Handelsblad. Ook putte de stripmaker inspiratie uit Grunbergs blogberichten, eerdere Irak-reportages en foto’s.

‘De tekst is eigenlijk heel fragmentarisch en bestaat uit een reeks ontmoetingen bijeengehouden door een route. Ik wist eerst ook niet wat ik ermee moest,’ geeft Kolk toe. ‘Er zat geen dramatische lijn in, dus die heb ik er zelf ingestopt. Ik heb de teksten als uitgangspunt genomen en daar fragmenten uit gebruikt, en daar een ander verhaal onder gelegd. Een rode draad die alles bij elkaar houdt en een mooie spanningsboog heeft.’

Ontmoetingen en conflicten
Grunberg reisde in maart 2010 met een gezelschap bestaande uit een vertaalster, een chauffeur en een fotografe van Istanbul naar Bagdad. Onderweg bezocht hij onder andere de dansende derwisjen van Konya en in Koerdistan ging hij met een aantal zakkenrollers op zoek naar een waarzegster. ‘De ontmoetingen en de daaruit voortvloeiende interviews die Grunberg afnam waren niet willekeurig maar op afspraak,’ licht Kolk toe. ‘Het avontuur in het verhaal ligt in de vraag of die rit überhaupt mogelijk was. Dat was Grunbergs insteek. Ten tweede heb je de situatie dat vier mensen in een auto reizen die elkaar nauwelijks kennen. Dat was ook een van de dingen die ik graag in het boek wilde hebben. Grunberg heeft bijvoorbeeld gezegd dat hij grote moeite had met de vertaalster. Dat werd echt een conflict.’

Omdat voor de reis was afgesproken dat Kolk de ervaringen zou verstrippen, kreeg de fotografe instructies mee van de stripmaker: ‘Ik heb van tevoren gezegd dat ze alles moest fotograferen. De meest onbelangrijke details, zoals de tandpasta en de douche. Ik wil graag weten hoe daar een pakje sigaretten eruitziet. Misschien dat ik ze niet eens gebruik, maar dan kan ik wel het universum in de vingers krijgen.’

Kolk maakte eerder vier stripromans rondom het fictieve vorstendommetje Meccano waarin hij door middel van satire flink afgeeft op de excessen in de maatschappij. Samen met Peter de Wit maakt hij de succesvolle gagstrip S1ngle. Eerder dit jaar bewerkte Kolk een artikel van Grunberg in een kort stripverhaal voor het stripblad Eisner. Dat beviel zo goed dat ze er een vervolg aan wilden geven. Kolk kreeg carte blanche van de auteur. Tijdens het maakproces was er sporadisch contact via e-mail om details te bespreken: ‘Op een gegeven moment vond ik het toch nodig om de situatie met zijn moeder erin te gebruiken. Ze was al behoorlijk ziek toen hij wegging, dat heeft de hele reis wel overschaduwd.’

Hoe is Arnon Grunberg als stripfiguur? ‘Ik denk een personage dat behoorlijk getormenteerd is en dit probeert te bezweren door heel hard te werken. Hij probeert met zijn demonen, niet eens zo zeer vrede, maar in ieder geval een gewapend bestand te sluiten. Zo’n conflict met die tolk zegt natuurlijk ook een heleboel over hem en gaat niet alleen over hoe onuitstaanbaar ze is. Hoe langer ik bezig was met het verhaal, hoe meer ik me bewust werd van de enorme spanning tussen hen. Die spanning kwam ergens vandaan, ze lieten elkaar niet onverschillig. Ik vind het heel mooi dat dit een beetje in de strip naar boven komt.’

De ontmoeting tussen de Turkse oorlogsfotograaf Ramazan Öztürk en Grunberg raakte een persoonlijke snaar bij de stripmaker. Öztürk werd beroemd door een foto van een dode moeder en haar kindje die symbool is geworden voor de gifgasbombardementen op Halabja in 1988. ‘Ik heb die foto nagetekend in de strip en werd daar echt ziek van. Mijn dochtertje was namelijk even oud als dat kindje toen die gifaanval was. Maar toen bedacht ik: ik ben tekenaar, ik kan dat kindje weer laten leven door er een personage van te maken. Ik kan een monumentje voor haar maken. Dus het meisje komt de hele tijd terug in de fantasie van Grunberg. Ze wordt een gesprekspartner voor hem en een rode draad in het verhaal.’

Van Bagdad tot Istanbul wordt zaterdag 6 november gepresenteerd op de Kunststripbeurs in de Janskerk te Utrecht.

Dit artikel is woensdag 27 oktober in het Parool gepubliceerd.

Graffiti head

Wednesday, October 27th, 2010

Alleyway Van Baerlestraat, Amsterdam, 11:40 pm
I kinda liked this head.

The writing is on the wall

Tuesday, October 26th, 2010

Alleyway Van Baerlestraat, Amsterdam, 11:40 pm
Doesn’t anyone use a post-it anymore?

A perfect mirror

Monday, October 25th, 2010

Amsterdam Central Station, 9:00 pm
Before getting into the train on Tuesday, I took a snapshot of the area behind central station. They’re building a new station for the subway. Note the roof of the site hut, which almost functions like a perfect mirror thanks to the water on the surface. Also note how badly the window of the train station needs to be cleaned 🙂

Marvel 1985: Originele pulp in een nostalgisch jasje

Monday, October 25th, 2010

Ieder kind dat comics leest, vraagt zich wel eens af hoe de wereld eruit zou zien als superhelden en superschurken echt zouden bestaan. Scenarist Mark Millar geeft in Marvel 1985 het schokkende antwoord.

In het jaar 1985 ontdekt de dertienjarige Toby Goodman dat de superschurken uit Marvel-comics zijn gaan wonen in een oud, vervallen huis bij hem in de buurt. Dat deze figuren geen lieverdjes zijn, wordt al snel duidelijk. Dr. Doom, Dr. Octopus, Electro, Sandman en Juggernaut worden immers niet voor niets superschurken genoemd.

Wanneer ze hun aanwezigheid aan de wereld bekend hebben gemaakt, beginnen ze massaal de bewoners van het stadje Montgomery uit te moorden. Alsof het leven van Toby al niet ingewikkeld genoeg was, met gescheiden ouders en een stiefvader die het gezin naar Engeland wil verhuizen. Ver weg van zijn vader Jerry die, net als Toby, verzot is op Marvel Comics.

1985, een goed stripjaar
Scenaristen als Mark Millar moeten we koesteren. De Schotse schrijver hoort tot het zeldzame soort dat met originele ideeën en bijzondere kwinkslagen het ingedutte genre van superheldenverhalen weet op te frissen. Eerder bedacht hij samen met John Romita Jr. de serie Kick-Ass, waarin een doodgewone tiener besluit voor superheld te spelen, met alle blauwe plekken en gebroken ribben van dien. Ook zo’n interessant uitgangspunt, perfect uitgevoerd in de tekeningen van Romita Jr. Verder loodste Millar de lezer door het ingewikkelde cross-over verhaal Civil War en trakteerde hij de wereld op Wanted.

Samen met tekenaar Tommy Lee Edwards creëert Millar een geloofwaardig 1985, waarin de klappen die de superschurken uitdelen keihard aankomen. In de echte wereld zou geen enkel leger bestand zijn tegen de vernietigende kracht van iemand als Dr. Doom, laat staan dat ze iets kunnen uitrichten tegen Galactus, het buitenaardse wezen dat als ontbijt hele planeten verorbert.

Feest van herkenning
Marvel 1985 deed mij terugdenken aan de tijd dat ik als achtjarige de wereld van Marvel nog maar net ontdekt had en stiekem wel wilde geloven dat je door de beet van een radioactieve spin in staat was over muren te kruipen. Ach, zolang ik een goedgeschreven comic aan het lezen ben, wil ik dat eigenlijk nog steeds geloven. Dat is immers de verdienste van een goede verhalenverteller.
Millars strip is een feest van herkenning voor een stripliefhebber als ik. Niet zo gek dus dat het verhaal begint in een stripwinkel. Ik ken de comic Secret Wars die Toby daar aan het lezen is. Die serie verslond ik indertijd zelf ook. Sterker nog, zonder enige moeite herken ik de door Edwards nagetekende bestaande omslagen die aan de muur van de stripwinkel hangen. Het merendeel van die strips heb ik ooit gelezen.

Spielberg-film
1985 was het jaar dat Back to the Future uitkwam. Films van Spielberg, Joe Dante en Robert Zemeckis toonden een fantasievol en magisch Amerika, waarin buitenaardse bezoekers zomaar een bezoekje brachten aan de voorsteden en waar je naar het verleden kon reizen in een omgebouwde Delorean. Dat de Verenigde Staten in werkelijkheid heel anders bleken te zijn toen ik er een jaar ging wonen, doet niets af aan het feit dat de droomversie van Spielberg en de zijnen voor altijd aan mijn jeugdherinneringen verbonden zal zijn.

Het leuke is dat Marvel 1985 eruitziet en aanvoelt alsof je een Spielberg-film zit te lezen. Het plaatsje Montgomery had prima als decor kunnen dienen in een van zijn films. De kleding van de personages, de houten huizen, main street en het winkelcentrum in smalltown USA zien er precies zo uit als ik me van die films herinner. Net als in de verhalen van Spielberg is de hoofdrolspeler een tiener, een buitenbeentje dat ontdekt dat in de gewone wereld de meest fantastische taferelen kunnen voorkomen.

Tommy Lee Edwards
Veel van de sfeer in de strip is te danken aan de Amerikaanse tekenaar Tommy Lee Edwards. Edwards maakt het contrast met ‘de werkelijkheid’ duidelijk door in de Marvel-wereld alles in lichte kleuren onder te dompelen en geen zwarte vlakken te tekenen. De stripwereld ziet eruit alsof de zon altijd schijnt, alsof alles perfect op zijn plaats staat.
Ook de tekstballoons zijn in de Marvel-wereld mooier afgewerkt dan elders in de strip. De ‘echte wereld’ geeft Edwards vorm met veel zwarte schaduwen en dikke, vloeiende penseellijnen. De gelaatsexpressies van de personages zijn levensecht getekend. De tekeningen sluiten daarmee perfect aan op de weluitgedachte dialogen van Millar.

Met Marvel 1985 hebben Millar en Edwards een vakkundig en geloofwaardig pulpverhaal afgeleverd, dat uitstijgt boven de middelmatigheid die superheldencomics doorgaans kenmerkt.

Deze recensie is gepubliceerd in Pulpman #8.