Herinneringen van Rudolf Kahl vertaald in Chinees

Cover van 'Herinneringen' in het Chinees. De uitgever had deze voor de grap al eens laten vertalen.

Het boek Herinneringen van Rudolf Kahl gaat in China uitgegeven worden.

In Herinneringen blikt Kahl in woord en beeld terug op zijn jeugd in Duitsland. Hij groeide zogezegd op in de puinhopen van het Derde Rijk.

The People’s Literature Publishing House in Peking gaat het boek uitgeven. De focus van deze uitgeverij ligt bij het uitbrengen van buitenlandse literatuur. Ze geven ook Multatuli, Bernlef, Anne Frank, Leonard Blussé en Lotte van de Pol uit.

Het Letterenfonds levert een bijdrage aan de kosten voor vertaling.

Esther Gasseling van uitgeverij Xtra is al sinds 2007 in gesprek met de Chinese uitgeverij om deze uitgave te regelen. Nu gaat het er dus toch van komen.

 

 

Serge Baeken over Het vrouweneiland: ‘Het valt daar behoorlijk tegen’

Het Vrouweneiland van Studio Vitalski mag gerust als een van de zotste boeken bestempeld worden die ik dit jaar las. De Vlaamse Vitalski, nachtburgemeester van Antwerpen, muzikant, komediant, schrijver en broer van stripmaker Serge Baeken, schreef het scenario. Een dertigtal tekenaars maakten daar in zo’n honderd nachtelijke sessies een strip van. Een onnavolgbaar verhaal dat boven alles een parodie moet zijn op de avonturenstrip.

Baeken, Bert Lezy en Jangojim hebben het meeste bijgedragen aan dit vierhonderd pagina’s dikke boekwerk, maar ook Steven De Rie, Brecht Evens, Kim Duchateau, Tim Visual en andere talenten hebben pagina’s bijgedragen.

Ik sprak Serge Baeken tijdens de laatste editie van de kunststripbeurs. Het boek lag toen vers van de pers in de stand van Uitgeverij Xtra.

Het vrouweneiland, waar gaat dat over?
Professor Pierre Lasson hoort van het vrouweneiland waar indertijd ook Columbus naar op zoek was. Samen met een paar anderen volgt hij het spoor dat daar naar toe leidt. Na heel veel omzwervingen komen ze op het vrouweneiland. Het blijkt daar behoorlijk tegen te vallen. Het tweede helft van het boek gaat dan ook over hoe ze van het eiland proberen af te komen.

Er zitten geen leuke vrouwen op dat eiland?
Er zijn twee kampen vrouwen en er breekt een revolutie uit. De mannen zitten eigenlijk middenin het geharrewar. Pierre Lasson is het hoofdpersonage, maar je hebt ook Brilaap, de Toffe Leguaan, het zwevende hoofd van Kapitein Wilbur, vriend Boris – ieder reageert anders op de situatie, hoewel die voor iedereen gelijk is. De Toffe Leguaan wordt bijvoorbeeld enorm geadoreerd door beide vrouwenkampen terwijl ze de anderen helemaal links laten liggen. Maar ik moet je wel waarschuwen: het einde is zeer teleurstellend. Ik weet nog het moment dat ik alle vierhonderd pagina’s na elkaar las en dacht: “Oh, nee, eindigt het écht zo?”

Hoe is Het Vrouweneiland ontstaan?
Eigenlijk bestaat er al een hele versie van Het vrouweneiland die Vitalski helemaal alleen gemaakt heeft. Het is een boek van ongeveer zestig pagina’s dat hij in eigen beheer heeft uitgebracht. Mensen vonden die strip te donker. Misschien was hij ook een beetje te klein uitgegeven. Maar het verhaal bleef wel hangen en Vitalski vond het de moeite waard om het wat dieper uit te spitten. Van die zestig pagina’s is uiteindelijk een verhaal van vierhonderd pagina’s gemaakt.
Vitalski schreef voor alle tekenaars het scenario. Hij maakte A4′tjes waarop hij snel schetste wat hij nodig had. Daarvoor hadden we ontwerpen gemaakt van de figuren. Iedere tekenaar mocht toen het deel van het scenario kiezen dat het beste bij hem paste. Je hebt immers altijd specialisten. Bijvoorbeeld mensen die goed paarden kunnen tekenen of goed vrouwen kunnen tekenen. Ook waren er mensen specifiek bezig met nautische instrumenten, dat was ook een specialisme dat we veel nodig hadden. Je wist daardoor niet precies met welk deel van het verhaal je bezig was. Je kon de style sheets van een ander gebruiken, maar wel helemaal in je eigen stijl tekenen.

Werkte je ook mee aan pagina’s van je collega’s?
Sommige pagina’s zijn met meer dan een tekenaar gemaakt. Ook omdat aan het einde het boek nog zwaar geëdit is en we prenten die we te lelijk vonden vervangen hebben.
We hebben in totaal vijf jaar aan het project gewerkt. Telkens wanneer Vitalski een donderdagavond vrij had of een dinsdag, kwamen we allemaal samen. Mensen werden 24 uur van tevoren op de hoogte gesteld en dan zagen we wel wie er kwam. Het scenario is ook per sessie geschreven, hoewel Vitalski het verhaal wel al helemaal in zijn hoofd had. Dus het parcours dat de personages afleggen wist hij al wel.

Heb je hem nog geholpen bij het scenario?
Nee, dat staat hij niet toe. Hij staat maar weinig inmenging toe in het script.

Bemoeide hij zich heel erg met de uitvoering ervan?
Nee, dat niet. We hanteerden twee normen: het moest leesbaar zijn en de personages moesten herkenbaar blijven. Als een pagina aan een van deze vragen niet voldeed moest er nog hard aan gewerkt worden.

Baeken in actie tijdens Strip Turnhout 2009. Foto: Michael Minneboo

Moesten jullie het scenario van Vitalski woord voor woord uitvoeren?
Hoewel Vitalski summier tekent, is hij heel duidelijk in zijn regie. Dus de figuren van links naar rechts verplaatsen of een tekstballon op een andere plek neerzetten, dat mocht allemaal niet. In het begin schreef hij zelfs de tekst al op de pagina en dan moest je daar omheen tekenen. Dat bleek onwerkbaar. Het eerste hoofdstuk dat we zo maakten, hebben we later moeten aanpassen. Het is sowieso een strip die we in wezen drie of vier keer getekend hebben.
We hebben de strip eerst ingekleurd, maar later weer ontkleurd want de uitgevers zeiden dat het anders te kostbaar zou worden. Zo zijn we doorgegaan. Soms was een pagina per ongeluk al door iemand anders getekend en hadden we dus twee dezelfde pagina’s. Dan moesten we dus kiezen.

Is er toen nog om gevochten?
Nee, het ging er allemaal vreedzaam aan toe. Sommige dingen werden wel opgelost met een duel. (lacht)

Toen kwamen de zwaarden uit de kast?
Nee, gewoon met pistolen.

Waar hebben jullie het album getekend?
Bij Vitalski thuis. We gebruikten zijn huiskamer en keuken. We zaten overal aan tafeltjes te tekenen. Wie het eerste kwam had de beste plaats. Ik was meestal als eerste.

Tot hoe laat gingen jullie dan door?
Je kon zolang door tekenen tot Vitalski zei dat het klaar was. Toen begon hij ook vervelende muziek te spelen. Hij is doorgaans een goede dj, dat maakte ook de sfeer in de studio meestal goed. Maar als hij op een gegeven moment slechte muziek begon te spelen en begon met ijsberen en op ruimen, werd het ongezellig. Dan wist je dat je snel de pagina moest afwerken en dat het gedaan was voor die nacht.

Hoeveel sessies hebben jullie in totaal zitten tekenen?
Ik schat zo’n twintigtal per jaar. In vijf jaar dus zo’n honderd sessies. Ja, dat klinkt wel aannemelijk.
Het goede van het boek is dat je niet kan voorspellen hoe de volgende pagina er uit zal zien. Wanneer je de bladzijde omslaat wacht je telkens weer een verrassing.

Zaterdag 10 december vindt tussen 16 en 17 uur op Strip Turnhout een massasigneersessie plaats van Het vrouweneiland op de vakbeurs. Zie hier voor meer informatie over het festival.

Peter Moerenhout schreef een tijdje geleden een lovende recensie over het album.

 

Fred de Heij over Phinny: ‘Ik wilde een minder grof verhaal maken’

Tijdens de Stripbeurs Breda presenteerde uitgeverij Xtra het nieuwe album van Fred de Heij: Phinny: Rendez Vous. In deze crime noir is Phinny Prentice beveiligingsexpert bij een verzekeringsmaatschappij. Als de vrouw van haar collega Dave aangerand wordt en in coma raakt, besluit ze dit tot op de bodem uit te zoeken. Dave’s vrouw Liz blijkt al een tijdje een dubbelleven te leiden waar hij geen weet van heeft. Als de aap uit de mouw komt laat deze juridisch adviseur eindelijk zijn tanden zien.

Een nieuw album van De Heij leek me een mooie gelegenheid hem enkele vragen voor te leggen.

Waarom wilde je het verhaal van Phinny vertellen?
Ik ben continue verhalen aan het schrijven en op een gegeven moment heb ik deze eruit gepakt. Ik wilde graag een detective maken die iets anders in elkaar zit dan de verhalen die ik tot dan toe had gemaakt. Een verhaal waar nu een keer niet een overdreven hoeveelheid seks en geweld in voorkomt. Als ik uit mezelf een strip maak dan wordt het bij wijze van spreken een Frans en Suzanne-verhaal, want verhalen die over de top zijn maak ik het liefste. Het basisidee van Phinny was dus eigenlijk om het eens over een andere boeg te gooien. De reden waarom ik nu met Phinny begonnen ben is omdat ik een subsidie had gekregen om het boek De kuisheidsgordel te maken met Jan van Aken. Ik had hiervoor speciaal geen opdrachten meer aangenomen, want ik dacht er een halfjaar mee bezig te zijn. We hadden afgesproken dat ik in januari dat verhaal zou tekenen, maar dat ging niet door omdat het script nog niet af was. Ik had dus opeens tijd over. De eerste paar weken heb ik vooral aan Pulpman gewerkt. Op een gegeven moment heb ik besloten om een scenario te tekenen dat ik al min of meer klaar had liggen: Phinny dus.

Je wilde dus eens iets nieuws proberen?
Ik maak natuurlijk niet steeds hetzelfde soort strip. Er is me al meerdere keren gevraagd of ik een vervolg ga maken op Een net meisje of Afgezaagd, en dan denk” “Die heb ik al gemaakt.” Daar heb ik geen zin in.

Het stripmagazine Pulpman heeft in principe een klein bereik en verkoopt doorgaans moeilijk vanwege de expliciete seksscènes die er in staan, heb je Phinny bewust toegankelijker geprobeerd te maken door de seks en het geweld gematigd in beeld te tonen?
Nee, dat was niet de reden, maar als daardoor de verkoop toeneemt zou het wel een prachtig extraatje kunnen zijn. Maar eigenlijk sta ik daar niet bij stil als ik verhalen maak. Ik heb het er wel met mijn uitgever over gehad: als je voor grof gaat verkoop je minder.

Scene uit 'Phinny'. Ingetogen geweld.

Welke elementen in het verhaal maken het anders dan een Pulpman-verhaal?
De seks is netjes gebracht. En als de minnaar van Liz haar een ros voor haar harses geeft, dan zie je dat niet. Ik breng dus bepaalde dingen niet expliciet in beeld. Ik heb ook een andere werkmethode gebruikt tijdens het schrijven. Ik heb voor mezelf eerst de figuren beschreven en vanuit verschillende standpunten het verhaal geschreven. De langere verhalen voor Pulpman schrijf ik nooit op die manier. Die schrijf ik van scène naar scène. Ik heb ook van tevoren veel meer bedacht hoe het verhaal zou verlopen.

Beviel die nieuwe werkwijze je?
Ja. Neem bijvoorbeeld een verhaal als De schuilplaats die voorgepubliceerd wordt in Pulpman. Ik weet van tevoren wel hoe zo’n verhaal gaat eindigen, maar ik schrijf het dus scène voor scène en probeer van iedere aflevering een afgerond plotje te maken. Ik teken die strips ook serieel. Phinny heb ik in een ruk door getekend.

Wat was voor jou het voordeel als maker?
Het voordeel is dat het een ander soort verhaal wordt. Als ik weer aan een nieuw verhaal ga beginnen doe ik het denk ik liever zo dan een aaneenschakeling van allemaal korte scènes die bij elkaar een groot geheel vormen. Ik heb Phinny gemaakt vanaf maart tot en met eind augustus. Het was wel flink doorwerken, want ik had er een bepaalde periode de tijd voor. Ik was er zeven dagen per week mee bezig. Ook ‘s avonds. Toen het af was, was ik ook echt wel even aan vakantie toe. Dat heb ik normaal gesproken nooit. Maar het ging niet vervelen.

Het viel me op dat je figuratie op de achtergrond maar schaars inzet. In het kantoorpand waar Phinny en Dave werken bijvoorbeeld, zie je bijna geen collega’s op de achtergrond.
Dat vind ik mooier. Ik hou niet van strips die lastig te lezen zijn. Dat het een zoekplaatje is. Een stripplaatje moet helder en overzichtelijk zijn. To the point en prettig om naar te kijken.

Het duurt opvallend lang voordat Dave, de man van Liz, doorheeft wat er aan de hand is en daar naar gaat handelen.
Hij heeft vanaf het begin al door dat er iets niet pluis is, maar rationeel gezien wil hij daar niet aan. Dave is typisch iemand die zich voorgenomen heeft om op een bepaalde manier te reageren. Dat is een belangrijk onderdeel van zijn karakter.
Daar wordt wat mij betreft de strip boeiender door.

Je gaf aan in je blog dat je Dave eigenlijk een eikel vond.
Ja, ik vind het een vreselijke lul. Voor mij zijn die twee vrouwen (Phinny en Liz) de hoofdpersonen. Die twee mannen vind ik maar eikels. Daar heb ik niets mee. (lacht.) Natuurlijk is dit een vooroordeel van mij, maar ik heb het gevoel bij mensen die rechten gestudeerd hebben dat ze alles beredeneren, en alles min of meer rationeel benaderen terwijl hun gevoel wel degelijk iets anders zegt.

(Na het interview heeft Fred zijn ideeën over Dave nog eens duidelijk opgeschreven in een blogpost. )

Het boekje heeft de naam Phinny in de titel, dus dat wekt de verwachting dat zij het hoofdpersonage en dat ze de handelende persoon is. Maar als je kijkt naar de structuur van het verhaal, dan neem je weliswaar eerst de tijd om Phinny neer te zetten, maar daarna neemt Dave het voortouw. Hij is toch het handelend personage, is hij dan niet het hoofdpersonage?
Eigenlijk niet. Ik heb daar bewust voor gekozen. Dat vond ik op dat moment echt de beste manier om het verhaal te vertellen.

Wilde je bewust narratieve conventies omdraaien?
Ik vind die conventie niet zo belangrijk. Het moest niet zo’n geijkt verhaal worden. Er zijn een hoop strips die ik in de afgelopen vijftig jaar heb gelezen waarin de hoofdpersoon geen enkele rol speelt: hoe het hoofdpersonage reageert wordt bepaald door de plot en niet andersom. En daar hou ik niet van. Ik ben er bewust mee bezig geweest om dat op mijn manier te doen. De innerlijke strijd van de figuren is een essentieel onderdeel van de personages en van de strip.

Phinny Prentice.

Ga je meer met Phinny doen?
Dat is wel de bedoeling, maar afgezien van een paar aantekeningen en wat gedachteflarden in mijn hoofd heb ik nog niets. Dus ik heb niet volgende week de eerste tien pagina’s af. (lacht)

Je blogt tegenwoordig over je werk. Hoe bevalt dat?
Dat is enig, maar dat weet je, jij bent toch de professionele blogger? Het verveelt nog niet, dus ik ga er met dezelfde enthousiasme mee door. Toen ik op vakantie ging heb ik een paar posts vooruit geschreven. Het was wel even lastig om te bedenken waar ik het over zou hebben. In principe reageer ik op waar ik op dat moment mee bezig ben en dat maakt het bloggen hartstikke makkelijk.

Check Freds verhalen op FreddeHeij.Blogspot.com, waar hij ook een geregeld schetsen publiceert en verhalen over de strips die hij op dat moment aan het maken is.

 

Striprecensie: Natte maan

Je moet als stripmaker wel van erg goede huize komen als je je eigen strip bestempelt als ‘een soort van tienerdrama meets Twin Peaks‘, maar Ross Campbell beschrijft zo zijn serie Wet Moon op zijn site. Dat Wet Moon een tienerdrama is kan ik na het lezen van de eerste twee delen inkomen. Ook spelen mysterieuze gebeurtenissen tot op zekere hoogte een rol in de strip. Doch aan Twin Peaks, de cult televisieserie uit de koker van David Lynch, waarin weirdness en humor samenkomen in een mysterieus verhaal, waarin je meeleeft met de onalledaagse perikelen van een kleurrijke cast van personages en waarin een unheimisch klinkende soundtrack een sfeerbepalende rol vervult, kunnen de strips van Campbell niet tippen.

Een David Lynch van de strip, de man die het alledaagse zo weet te belichten dat je er koude rillingen van op je rug krijgt, is Campbell evenmin. Heel jammer dus dat hij bij het duiden van zijn verhaal naar Twin Peaks refereert, want wie met dat idee in zijn achterhoofd de eerste hoofdstukken leest, komt van een koude kermis thuis. En dat terwijl Wet Moon, of Natte maan zoals de strip bij Uitgeverij Xtra is verschenen, een onderhoudend beeldverhaal is. Recent verscheen Onzichtbare voeten, het tweede deel in de reeks.

‘Schijt aan Cleo’
Natte maan is de naam van een fictief studentenstadje in Zuid-Californië, waar Cleo Lovedrop woont in een groezelig studentenhuis. Ze is een ietwat neurotische eerstejaars literatuurstudent die samen met haar vriendinnen een liefde deelt voor gothic/emocultuur en cultfilms en -boeken.
Nu is er van enig mysterie wel sprake: geregeld vindt ze briefjes met daarop ‘Schijt aan Cleo’ geschreven; het meisje dat eerst in haar kamer woonde is op een dag plotseling verdwenen, de grote vlek op de vloer het enige bewijs dat ze er ooit gewoond heeft. Ook heeft de mysterieuze fetisjkoningin Fern een bijzondere en nog niet verder verklaarde interesse in Cleo.
Deze zaken sudderen vooral op de achtergrond terwijl Campbell zich concentreert op het dagelijks leven van deze jongvolwassenen. De hoofdmoot wordt bepaald door onderlinge relaties en afspraakjes, het uitvinden van seksuele identiteit en het volgen van colleges. In de alternatieve levensstijl van deze kids is homoseksualiteit net zo normaal als een koffieverkeerd bestellen. Campbell flirt met de gothic scene in zijn strip: ieder hoofdstuk begint met liedteksten van bands als Bella Morte, Azure Ray en The Birthday Massacre.

Vakwerk
Ross Campbell schrijft levensechte dialogen en wisselt scènes boordevol gesprekken af met tekstloze sequenties. De lieflijke scène waarin de stoere Trilby haar nieuwbakken vriendje voorzichtig probeert duidelijk te maken dat hij tijdens het vrijen ook zijn handen mag gebruiken, toont niet alleen aan dat deze stripmaker zijn personages en de wereld van de jongvolwassenen goed kent, maar ook dat hij weet hoe hij op naturalistische wijze een verhaal moet vertellen. Hij laat de lezer letterlijk dicht tot op de huid van de personages komen en brengt het geheel zonder sensatiezucht in beeld.




Campbell hanteert een strakke lijnvoering. Hij maakt aantrekkelijke tekeningen die uitnodigen tot lezen. Veel actie kent de serie niet, wel een aangenaam kabbelend tempo. Opvallend genoeg bedient Campbell zich niet van gedachteballons. Om ons toegang tot de gedachtewereld van Cleo te verschaffen laat hij ons soms in haar dagboek lezen. Zoals het een goed soapschrijver betaamt, eindigt hij ieder deel met een flinke cliffhanger.

In 2006 verscheen het eerste deel Vage omzwervingen bij Uitgeverij Xtra. Waarom het vijf jaar geduurd heeft voordat het tweede deel van de pers rolde is me niet bekend. Het is te hopen dat ze met het derde deel niet zo lang zullen wachten, want ik ben nieuwsgierig naar de verdere ontwikkelingen in het leven van Cleo en de rest van de cast.

Ross Campbell – Natte maan 2: Onzichtbare voeten
Uitgeverij Xtra
ISBN 9789077766514