Categorieën
Strips

Uitgeverij Syndikaat wint Stripcultuurbeurs

Uitgeverij Syndikaat bleek zaterdag 11 oktober op Stripfestival Breda de winnaar van de Stripcultuurbeurs.

logo-stripcultuurbeursAuke Deelstra en Marc de Lobie van Syndikaat krijgen 3.000 euro om hun plan te verwezenlijken: een grote stand bouwen om hun debuterende stripmakers van een plek op de beurs te voorzien die opvalt. ‘Uitgeverij Syndikaat investeert al jaren in risicovolle debuutprojecten. Wij geven talentvolle auteurs een kans zich op een professionele manier te presenteren naar het publiek. Met goed verzorgde albums, nieuwe lezersgroepen en gestructureerde pr. Maar er valt nog veel terrein te winnen. Wij geloven dat een professionele presentatie op beurzen veel bezoekers kan overtuigen van de Nieuwe Striptekenaars van Vandaag. Een stand is erg duur en verdient zich moeilijk terug. Daarom doen wij een aanvraag van € 3.000,- voor het bouwen van een volwaardige stand, zodat we kunnen blijven investeren in nieuw talent’, aldus de aanvraagtekst die Deelstra en De Lobie indienden bij de jury.

De Tilburgse tekstschrijver en freelance redacteur Noël Ummels kreeg de overige 1000 euro voor zijn project om stripmakers uit de Derde Wereld aan het werk te zetten met zijn scenario’s.

De Stripcultuurbeurs werd voor het eerst uitgereikt. Deze beurs is beschikbaar voor iedereen die een plan indient die een positieve bijdrage levert aan het Nederlandse beeldverhaal. Dat maakt deze beurs anders dan bijvoorbeeld de wijlen Marten Toonderprijs, een oeuvreprijs voor stripmakers. De Stripcultuurbeurs is in het leven geroepen door de gemeente Breda en de stichting Strips in Beeld.

Er waren zo’n dertig projecten bij de jury ingediend, onder andere door Kenny Rubenis en Aimée de Jongh. Ook ik had een project voor een serie video-interviews met stripmakers voor de Stripcultuurbeurs ingediend. Via deze weg wil ik de winnaars natuurlijk hartelijk feliciteren.

De onafhankelijke jury bestond uit Maartje de Haan, directeur van Museum Meermanno, Jos van Waterschoot, conservator populaire cultuur van de Universiteit van Amsterdam, en Jan Kamp, galeriehouder in Breda.

Syndikaat was uiteraard aanwezig op het festival. Van Rob van Barneveld is het nieuwe album Rood: Feestje met de regen net verschenen. Ook van Sandra de Haan is haar eerste publicatie bij Syndikaat net uit: Brom & Vlieg: Vliegangst. Dit album bundelt het beste uit vier smallpress boekjes, samen met strips die eerder in Zone 5300 verschenen. Brom & Vlieg zijn twee vliegen die leven op de hondenuitlaatplek in Rotterdam-Zuid waar ze het leven en het nieuws becommentariëren.

brom_vlieg_Vliegangst

Categorieën
Strips

De Stripvrijplaats van Het Parool: een terugblik

Inmiddels staat op de strippagina, achter de PS in Het Parool, sinds 24 januari de cartoon The flying McCoys van de Amerikaanse broers Glenn and Gary McCoy. Daarvoor was die plek gereserveerd voor de Stripvrijplaats. Sinds begin oktober vorig jaar stond daarin iedere week een andere cartoonist. De makers ervan waren vaak lezers van de krant. Een terugblik met drie deelnemers.

De Stripvrijplaats stond op de plek waar eerst The Argyle Sweater te lezen was. ‘We vonden die strip niet meer zo leuk en wilden er iets anders voor zoeken,’ legt John Koning, artdirector van Het Parool, uit. ‘Het leek ons leuk om een oproep te doen aan de lezers, om te zien wat daar uit zou komen. Dat doen we wel vaker. In de zomer plaatsen we bijvoorbeeld een paar weken de rubriek ‘Beter dan Peter’: lezers mogen zelf teksten verzinnen bij een illustratie van Peter van Straaten.’ Op de oproep voor de Stripvrijplaats kreeg de redactie honderden inzendingen binnen. ‘Lang niet alles was publicabel, ik denk een op de tien, een op de twintig van wat er binnenkwam,’ zegt Koning. ’90 procent van de inzendingen was afkomstig van lezers, de rest van professionals.’

'Amsterdagen' door Mike Monaghan

Kritiek
De krant kreeg nogal wat kritiek vanuit de beroepsgroep. Stripmaker Sandra de Haan begon een speciale actiepagina op Facebook: stripmakers zouden geen gratis strips aan kranten moeten leveren. De Beroepsvereniging Nederlandse Stripmakers (BNS) stuurde een brief. De leden van de BNS wilden een signaal afgeven dat professionele stripmakers hun beroep niet meer kunnen uitoefenen als ze niet normaal betaald worden voor hun werk. Men had wel begrip voor het feit dat de budgetten voor strips steeds kleiner worden, maar hoopte dat de Stripvrijplaats-actie niet de norm zal worden. Koning: ‘We hadden de oproep in eerste instantie wat onhandig geformuleerd. Daardoor ontstond het idee dat we voor weinig geld altijd strips op de strippagina wilde hebben. Ik kon me de kritiek dus wel voorstellen.’

Professioneel cartoonist en stripmaker Djanko (Herman Jan Couwenberg) stuurde wel een paar oude cartoons, aangepast aan het formaat van de krant, in: ‘De ene tekenaar doet uit principe niet mee omdat hij het broodroof vindt, ik heb dit keer niet gekozen voor de principiële houding. Als vrijwilligersbijdragen de standaard worden bij kranten, zou ik dat als professioneel tekenaar niet leuk vinden. Het is natuurlijk wel een vak. Ik zag de Stripvrijplaats echter als een etalage voor mijn werk. Nu heb ik best een paar leuke plekjes om te publiceren, maar ben ik altijd op zoek naar een mooi podium.’

Djanko, die veel tekent voor vakbladen maar ook stand-up cartoons maakt tijdens seminars en congressen, geeft toe dat het moeilijke tijden zijn voor cartoonisten. Recent raakte hij enkele publicaties kwijt. ‘Mensen zijn wat minder trouw dan vroeger. Je wordt wat makkelijker in of uit een blad gezet. Dat is natuurlijk niet altijd prettig. Anderzijds freelance ik al twintig jaar, dus ik ben het wel gewend.’

Nu was het de Parool-redactie niet te doen om via de rubriek een nieuwe vaste cartoonist voor de krant te vinden, noch om zo eindeloos aan gratis strips te komen. ‘De stripvrijplaats is altijd als een tijdelijke rubriek bedoeld,’ zegt Koning. ‘Toen eenmaal duidelijk was dat het iets voor de lezers was, konden de meeste mensen daar wel mee leven. Sommigen vonden het niveau van de cartoons beneden peil en niet geschikt voor publicatie. Daarover kun je van mening verschillen. Om geselecteerd te worden moesten de cartoons een beetje leuk getekend zijn. Nog belangrijker: je moest erom kunnen (glim)lachen.’

Amsterdamse taferelen
Dit uitgangspunt sluit mooi aan bij de filosofie van Mike Monaghan wiens reeks Amsterdagen gepubliceerd werd in de rubriek. ‘Cartoons zonder humor, vind ik niets,’ zegt Monaghan. ‘De kracht bij cartoons ligt vooral bij de humor en niet zo zeer bij de tekenstijl. Een goede tekening is niets zonder een goed verhaal.’

De Engelse Monaghan woont reeds twintig jaar in Amsterdam. In het dagelijks leven is hij conciërge op een basisschool voor kinderen met leer- en gedragsproblemen, muzikant en illustrator van kinderboeken. Cartoons zijn voor hem een hobby, al geeft hij op zijn site drawingcartoon.net wel instructies in het maken van cartoons: ‘De boeken en sites over cartooning gaan altijd over tekentechniek. Ik vind dat iedereen die het wil kan tekenen. Ik wil mensen stimuleren om zelf een potlood op te pakken en dat ze het verzinnen van cartoonideeën gaan ontwikkelen.’

In de reeks cartoons Amsterdagen toont Monaghan in sfeervolle, tekstloze tekeningen enkele taferelen die de Amsterdammer bekend zullen voorkomen. Zoals een hondeneigenaar met een poepzakje die verwijtend wijst naar de hoop poep achtergelaten door de knol van een politie te paard. En een geparkeerde auto langs de gracht die aan alle kanten is ingesloten en onmogelijk kan uitparkeren. Monaghan: ‘Ik wilde niet de heftige, donkere kant van de stad laten zien, maar juist de luchtige kant. Als je er op gaat letten zie je dat het dagelijkse leven veel humor bevat. Dat vind ik prachtig om mee te maken.’

Cartoon van Joost van Praag Sigaar

Absurd
Joost van Praag Sigaar, freelance reclame copywriter, tekende zijn licht absurde cartoons speciaal voor Het Parool. ‘Ik heb met de Stripvrijplaats meegedaan om te zien of ik er tussen kon komen.  Het bedenken van dit soort grapjes ligt een beetje in de lijn van mijn werk. Op de middelbare school en tijdens mijn studie zat ik altijd tijdens de les te tekenen, tegenwoordig teken ik niet meer. Ik nam mezelf voor niet langer dan een week over de serie te doen. Een echte cartoonist moet immers ook iedere dag een cartoon kunnen afleveren.’

Van Praag Sigaar maakte een cartoon waarin een mannetje slaaf vrije chocolade eet en opmerkt dat hij toch iets mist. Een maatschappijkritisch statement van de reclamemaker? ‘Dat vind ik zelf een van de leukste, omdat er echt een grapje in zit. Maar hij is niet maatschappijkritisch bedoelt,’ zegt Van Praag Sigaar. ‘Slaaf vrij kun je op meerdere manieren uitleggen. Bijvoorbeeld dat er geen slaaf als ingrediënt in zit. Of dat het opeens niet lekker is als het niet door slaven gemaakt is. Het is dus eigenlijk onzin, maar je kunt het toch herleiden naar wat ik bedoel.’ In een andere cartoon verkondigt een doppinda aan zijn vader dat hij later een popster wil worden. ‘Nee jongen,’ antwoordt de ouder, ‘je wordt een doppinda, net als je vader.’ Van Praag Sigaar: ‘Ik hou ervan als dingen ontnuchterend zijn. Mensen nemen zichzelf vaak heel erg serieus en dan vind ik het wel grappig om daar een kleine voetnoot bij te plaatsen.’

Tragiek
In de cartoons van Djanko draait het vooral om een tragikomische kijk op het leven. In een cartoon staat een spookrijder vast in de file. In een andere wordt een zelfmoordenaar, die met een touw om zijn nek op het punt staat om de stoel onder zijn voeten vandaan te duwen, aangesproken door een vrouw: ‘Mag ik die stoel, of heb je hem nog nodig?’ Djanko: ‘Ja, die is heel triest. Ik hou zelf erg van een tragische ondertoon. Ik wil niet bewust kwetsen, maar ik wil wel met een glimlach de kern van een onderwerp raken. Blijkbaar heb ik een soort van universele humor. Een  breed publiek van jong tot oud vindt mijn cartoons leuk.’

De drie cartoonisten geven toe dat ze, behalve leuke reacties van bekenden en collega’s, tot nu toe niets aan de publicatie in de krant hebben overgehouden. ‘Ik kreeg in die periode wel een opdracht van vormgevingsbureau uit Amsterdam, maar ik kan niet zeggen dat dit iets met Het Parool te maken heeft,’ zegt Djanko. ‘De opdrachtgever noemde de krant wel, maar kende mijn werk al.’

Is volgens John Koning de Stripvrijplaats voor herhaling vatbaar? ‘Je zou het in de zomer vier weken kunnen doen en daar een plekje voor in de krant kunnen creëren. Ik zou het niet zo snel meer op de strippagina zetten, daar moet weer een permanente strip staan.’

Dit arikel is geschreven in opdracht van Het Parool.

Categorieën
Daily Webhead Strips Video

Video: Kunststripbeurs Utrecht 2010

Zaterdag 6 november vond voor de tweede keer in Utrecht de Kunststripbeurs plaats. Stripintendant Gert Jan Pos en stripmaker Albo Helm zijn de drijvende krachten achter deze alternatieve stripbeurs die bedoeld is om een algemeen publiek kennis te laten maken met wat stripmakers allemaal produceren.

De kunststripbeurs werd in samenwerking met het Holland Animation Film Festival georganiseerd.

Ik was aanwezig en schoot met mijn cybershotje de onderstaande Daily Webhead:

Daily Webhead: KunstStripbeurs 2010 from Michael Minneboo on Vimeo.

Tijdens de beurs werden er meerdere boeken gepresenteerd. Namelijk Mooi is dat!, Van Istanbul naar Bagdad van Grunberg en Kolk en Verzwelg me vanNate Powell.

In tegenstelling tot de gemiddelde stripbeurs bestond het publiek zaterdag in de Janskerk ook uit dagje mensen, gezinnen en nieuwsgierige lui die normaliter wellicht niet zo snel een strip openslaan. Misschien kwam het door de locatie, maar er heerste ook een andere sfeer dan bijvoorbeeld op de Stripdagen.

De stripmakers hadden posters, schilderijen, kaarten en natuurlijk boeken te koop. Ik vond het leuk om te zien dat sommige stripmakers speciaal voor de beurs een small-pressboekje hadden gemaakt. Saillant detail: de boekjes van Matt Baay en Aimée de Jongh hadden allebei Oh my God als titel. Beide stripmakers nemen het christelijke geloof op de hak. De Jongh middels 24 cartoons waarin ze sprookjesfiguur Jezus centraal stelt, Baay laat zijn vaste figuur Bunbun in aanmerking komen met diverse uitwassen van het geloof.

Overigens vond er eerder dit jaar ook een KunstStripbeurs in Groningen plaats. Vorig jaar was de eerste editie in Utrecht, ook tijdens het HAFF.

Categorieën
Strips

Stripvrijplaats in Het Parool leidt tot ophef onder stripmakers

Recent plaatste dagblad Het Parool deze advertentie. Inmiddels is er in de Nederlandse stripwereld aardig wat ophef over ontstaan. Deels omdat de strekking van de advertentie niet voor iedereen duidelijk was. Ik schrijf als freelancer voor deze krant en heb wat vragen gekregen over de aard van de advertentie. Dit is wat ik ervan weet.

Het gaat om een tijdelijk project. De oproep is bedoeld voor alle lezers van Het Parool. Iedereen mag dus reageren, ook professionele stripmakers. De uitgekozen aanmelders krijgen een week om op deze pagina te stralen. De aanmelders hebben deze week van Het Parool te horen gekregen of ze wel of niet worden geplaatst.

De plaatsing van het betreffende werk gaat niet gepaard met betaling.

Dit laatste stuitte een groep stripmakers tegen de borst. Sommige stripmakers zijn het beu om gratis hun werk aan te moeten bieden.

Het gaat al een tijd niet goed met de krantenmarkt. Het aantal plekken voor krantenstrips neemt af en de budgetten daarvoor ook. Krantenstrips mogen dus steeds minder kosten. Los van de krantenmarkt zijn er sowieso relatief weinig betaalde plekken voor strips in de Lage Landen en iets meer publicatiemogelijkheden in stripbladen. In dat opzicht is het natuurlijk prima dat een dagblad als Het Parool een plek aanbiedt. Ook al is dit tijdelijk. De meeste (kleine) stripbladen in Nederland die nieuw talent en doorgewinterde stripmakers graag een podium bieden, betalen overigens ook vaak niet voor publicatie.

Stripmaker Sandra de Haan, mijn collega van Zone 5300, startte een facebookpagina met dit onderwerp. Daarop staat het volgende te lezen:

Stripmakers zouden geen gratis strips aan kranten moeten leveren.
Hoe meer tekenaars gratis werk leveren, hoe meer dat de norm
zal gaan worden, zeker nu kranten financieel klem zitten. Ook Het
Parool heeft deze week 14 tekenaars uitverkoren een week lang gratis
voor ze te mogen werken (wie zijn dat?). Hoog tijd dat professionele
tekenaars eens samen een hele dikke rooie lijn gaan trekken…. Tijd voor een brief. Wordt vervolgd.

Wordt vervolgd inderdaad. Ik ben benieuwd hoe de actie van de stripmakers zich zal ontvouwen. Komt er een officiële reactie van de BNS, de Beroepsvereniging voor Nederlandse Stripmakers, bijvoorbeeld. Mijns inziens is dit een situatie waar deze organisatie juist voor in het leven is geroepen.

Daarnaast ben ik ook erg benieuwd naar wat er op de strippagina van Het Parool gepubliceerd zal worden. Het Parool is een van de weinige kranten in Nederland waar een hele strippagina in staat. Iets wat eigenlijk een vast onderdeel van iedere krant hoort te zijn, dunkt mij. Niet alleen hebben strips in kranten een duidelijke toegevoegde waarde, het is ook een mooi medium om mensen met strips in contact te laten komen. Ik hoop dan ook dat we de komende weken bijzondere bijdragen zullen zien op deze pagina.

Update donderdag 30 september
Vandaag kreeg ik een mailtje van Barbara van Beukering, de hoofdredacteur van Het Parool. Daarin schrijft ze het volgende:

De tekst in de oproep voor de vrijplaats kun je gerust misleidend noemen, daarvoor excuses.
Vanaf morgen staat er een heldere tekst in de oproep en zaterdag legt onze art director nog eens goed uit wat de bedoeling is in onze rubriek Daarom.

Dat zijn bemoedigende woorden. Ook komt er een nieuwe versie van de oproep in de krant waarin de bedoeling van de redactie duidelijker is opgeschreven. Wat de betaling voor het ingezonden werk betreft zegt Van Beukering:

Het is op zich niet raar dat we daar niet voor betalen. Mensen die brieven of opiniestukken op de pagina’s van het Laatste Woord schrijven, krijgen daarvoor ook niet betaald. Als we op termijn, de bron voor de stripvrijplaats is natuurlijk niet onuitputtelijk, een structurele oplossing zoeken, zullen we de dagelijkse cartoonist uiteraard wel betalen.

Update vrijdag 1 oktober
Vandaag plaatst Het Parool onderstaande nieuwe oproep. Dit keer staat er expliciet vermeld dat er geen financiële vergoeding tegenover staat.

Update zondag 3 oktober
Gisteren stond in Het Parool een verklaring van de redactie in de rubriek Daarom. Hierin wordt duidelijk uit de doeken gedaan wat het uitgangspunt is van de krant. Johan de Koning, art director van de krant doet  ook z’n zegje. De tekst geeft aardig weer wat ook hierboven staat.

Categorieën
Strips

Kickboksende Marokkaanse meiden verstript

In Chicks, Kicks and Glory staan de levensverhalen van kickboksende Marokkaanse meiden centraal, verbeeld door zeven stripmakers.

Kickboksen lijkt in eerste instantie een mannensport. Toch is deze vechtsport erg populair onder meiden van Marokkaanse komaf. Stripmakers Peter Pontiac, Farida Laan, Maaike Hartjes, Mike Kok, Sandra de Haan en het duo Henrike Olasolo en Christina Richarte verstripten in korte verhalen de ervaringen van kickboksende Marokkaanse meiden. De expositie van deze strips is het speerpunt van het multidisciplinaire project Chicks, Kicks and Glory van Imagine IC, dat ook een dansvoorstelling en striptekenworkshops omvat.

Aan de basis ligt een verkennend onderzoek van antropoloog Jasmijn Rana, onderzoeker aan het Amsterdam Institute for Social Science Research van de UvA en projectmanager bij Imagine IC in Amsterdam Zuidoost. ‘Ik wilde vooral onderzoeken hoe deze meiden tot de keuze komen om te gaan kickboksen. Wat hun motivatie is,’ vertelt Rana.

Blauwe plekken
Toen de antropologe de sportschool bezocht, viel het haar op een gegeven moment op dat er relatief veel Marokkaanse vrouwen het kickboksen beoefenen. Om dit verder te onderzoeken is ze, in het kader van participerende observatie, zelf ook gaan kickboksen. ‘Het is bij zo’n lichamelijk onderwerp belangrijk dat je ook zelf doet. Je kunt wel over kickboksen praten, maar als je het zelf niet hebt meegemaakt en gevoeld hebt, wie ben je dan om daar iets over te zeggen?’ Het kickboksen gaat haar steeds beter af. Lachend: ‘Ik ben geen beginner meer en heb minder blauwe plekken dan toen ik begon. Ik krijg wel eens in de training het verwijt dat ik er niet met mijn hoofd bij ben, maar dat ben ik natuurlijk op een heel andere manier. Ik probeer namelijk ook in de gaten te houden wat er om me heen gebeurt.’

Rana voerde haar onderzoek uit op kickboksscholen en clubs in onder andere Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, en de Marokkaanse steden Rabat en Berkane. Nadat ze zich bekend had gemaakt als antropoloog, voerde ze informele gesprekken en interviews met verschillende kickboksters die ze daar had leren kennen. ‘De kleedkamer is een goede plek om informatie op te doen,’ vertelt Rana. ‘Het is een vrij moeilijke groep om interviews mee te voeren. Vaak haken ze af als je met een taperecorder aan komt. Ik heb die meiden vooral goed leren kennen door bijvoorbeeld met ze te gaan shoppen en met ze te hangen in de stad. Dat werkte heel goed.’ Verder interviewde ze wethouders en eigenaren van sportscholen.

Fragment van de strip van Sandra de Haan

De populariteit van kickboksen heeft volgens de antropologe deels te maken met het feit dat het relatief veel wordt aangeboden in de directe leefomgeving, via buurthuizen bijvoorbeeld. ‘Het is een populaire sport in Marokko en veel Marokkaanse jongens in Nederland doen aan kickboksen. Veel meisjes kennen de sport dus via een bekende. Sport is ook vaak gerelateerd aan klasse, een bepaalde groep doet nu eenmaal een specifieke sport graag. Ook is kickboksen een relatief goedkope sport.’

Hoewel voor de dames een belangrijke motivatie het krijgen van een gezond en strak lijf is, speelt ook vaak een rol dat de ouders bepaalde sporten afkeuren. ‘Sommige meiden zouden wel een andere sport willen doen, maar dan hebben de ouders daar een probleem mee. Voor zwemmen moet je een zwempak aan en voor hockey een kort rokje. Ze kiezen daarom liever voor een sport waar de vrouwen apart kunnen trainen of waar ze hun eigen kleding kunnen kiezen.’

Ook de mededeling dat ze willen kickboksen wordt niet altijd met open armen ontvangen. De dames gaan op verschillende manieren met deze weerstand uit de omgeving om. Een deel kiest ervoor niet te gaan sporten om de wens van hun ouders te respecteren, anderen nemen hun moeder mee naar de training om te laten zien wat er gebeurt. Rana: ‘Wanneer een moeder bezwaar maakt omdat haar dochter islamitisch is, komen sommige meisjes met argumenten uit de islam. De profeet heeft gezegd dat je voor lichaam en geest moet zorgen en daar hoort sport ook bij.’

Verstrippen
Rana wilde meer met haar onderzoek doen dan alleen een rapport publiceren. ‘Als wetenschapper moet je ook teruggeven aan de samenleving,’ vindt ze. Om een zo groot mogelijk publiek te bereiken werd voor het medium strip gekozen. De graphic novel is de laatste tijd in opkomst. Het is een trend om levensverhalen van bekende figuren als Anne Frank en kunstenaars als Vincent van Gogh te verstrippen. Bij Imagine IC worden verhalen over migratie en multiculturele activiteiten verteld via tentoonstellingen en multimediaprojecten, in samenwerking met kunstenaars en wetenschappers. De organisatie ontbeerde echter kennis over de Nederlandse stripwereld. Met behulp van Gert Jan Pos, stripintendant bij het Fonds BKVB, werden de stripmakers voor het project gevonden.

Rana: ‘Het proces is redelijk organisch verlopen: ik heb zes levensverhalen uitgedeeld. Deze waren deels geconstrueerd om de privacy van de geïnterviewden te waarborgen. De tekenaars hebben op basis van de thema’s die uit de verhalen naar voren komen een scenario gemaakt.’

Illustratie: Mike Kok

Farida Laan zette de beoefening van de sport tegenover de uitvoering van het islamitische gebed. Dat familie een belangrijke rol speelt in de sportkeuze van de meisjes, maakt het stripverhaal van mangatekenaar Mike Kok duidelijk. De Marokkaanse Rachida moet niet alleen opboksen tegen haar opponenten in de ring, maar moet ook de strijd aangaan met vooroordelen uit haar omgeving. Kickboksen is niet voor meisjes, vindt haar vader. Volgens haar moeder is Rachida als tiener te oud om samen met jongens in dezelfde ruimte te sporten. Pas wanneer haar broer en een vriend op haar ouders in praten, mag ze lessen volgen in het buurthuis.

Bakvissen
De verhalen zijn getoetst aan de werkelijkheid, maar bevatten ook fictionele elementen. Zoals de strip van Sandra de Haan over de Rotterdamse Aicha. Dankzij haar kickbokstraining weet ze de jongen waar ze verliefd op is te redden van een straatrover. Ze is bang dat zijn mannelijke trots nu gekrenkt is en dat er ze een romance wel kan vergeten. De Haan: ‘In die cultuur is het toch wel zo dat de jongen het meisje hoort te beschermen. Als zij op een gegeven moment de rol van redder op zich neemt, wordt de rolverdeling omgegooid.’ De Haan, die doorgaans autobiografische strips maakt, vond het spannend om een strip te maken over een onderwerp dat ver van haar afstaat. ‘Ik vind het leuk om een fictieverhaal te maken dat de kernzaken waar deze meiden mee bezig zijn, raakt,’ vertelt ze.

‘Wat betreft de problemen waar ze tegenaan lopen en de interesses die ze delen, zijn Marokkaanse meisjes net zo goed bakvissen als autochtone leeftijdsgenoten. Die zitten met elkaar ook alleen maar over jongens te kletsen.’ Toch staat ze als blanke Hollandse vrouw van 41 ver af van de specifieke cultuur van de Marokkanen. ‘Hun taalgebruik is anders, maar hoe ze precies praten weet ik niet. Gelukkig heeft Jasmijn de tekst gelezen en er een paar woorden uitgehaald die de meiden niet zouden gebruiken.’

De meeste stripmakers hebben een bezoekje gebracht aan de sportschool om een paar van de sporters te ontmoeten. De Haan gebruikte foto’s en een video op YouTube om het vechten te verbeelden en hoe de sportkleding eruit ziet: ‘Voor mij is de kickboks scene een ver-van-mijn-bedshow.’ De stripverhalen hebben doorgaans een positief einde. Jasmijn Rana, die zich verder in de kwestie wil verdiepen door een promotieonderzoek, is zelf ook tevreden over het verloop van het project: ‘Hoewel het in Frankrijk al langer voorkomt, spelen islamitische meisjes in Nederland nauwelijks de hoofdrol in stripverhalen. In Burka Babes van Peter de Wit komen ook hoofddoeken voor, maar dat is een cartoon en heeft niets met de werkelijkheid te maken.’

Op 16 september opent Imagine IC de tentoonstelling ‘Chicks, Kicks and Glory.’ De tentoonstelling loopt tot februari 2011 en reist daarna door naar het Gemaal op Zuid in Rotterdam.

Dit artikel stond woensdag 25 augustus in Het Parool.

Categorieën
Strips

Ruijters en De Haan signeren in Lambiek

Ben je na het lezen van het interview met Marcel Ruijters nieuwsgierig geworden naar Roadkill, of naar de stripmaker zelf? Kom dan vrijdagmiddag tussen 15 en 18 uur naar stripwinkel Lambiek in Amsterdam. Zone-collega Sandra de Haan signeert er ook.

De Haan signeert haar stripalbum Hokjesdenken, wat eigenlijk haar eerste echte album van  is. Na vijf in eigen beheer uitgebrachte comics in de reeks TeeVee BlablaZee werd
het tijd voor een dikker boek. Hokjesdenken telt 104 pagina’s en bundelt Sandra’s beste strips van 2005 tot 2010. Een deel was al eerder te lezen op www.sandradehaan.nl en in Zone 5300.

Autobiografische scènes en dialogen vormen de hoofdmoot van Hokjesdenken, al betekent dat zeker niet dat alles waar gebeurd is. De werkelijkheid is namelijk
maar één van de ingrediënten die aan de tekentafel in de blender gegooid worden, samen met een scheut fantasie, betweterij, borrelpraat, wishful thinking en absurde wendingen.

Absurd mag je ook het thema van Roadkill noemen, waarin Marcel Ruijters seriemoordenaars en hun auto portretteert. Ik sprak hem hier recent uitgebreid over voor Het Parool. (Al mag je het thema natuurlijk ook grappig, apart of eigenzinnig noemen. Dat laat ik geheel aan je eigen smaak over.)

Wil je vrijdag 18 juni je favoriete seriemoordenaar laten signeren, kom dan langs bij stripwinkel Lambiek in de Kerkstraat 132 te Amsterdam, tussen 15 en 18 signeren de twee Zone-tekenaars hun strips.

Categorieën
Strips

Juryberaad VPRO Debuutprijs

Dit jaar ben ik een van de juryleden van de VPRO Debuutprijs. De prijs die tweejaarlijks wordt uitgereikt aan het meest veelbelovende stripdebuut. Woensdag heb ik samen met mijn collega’s vergaderd in café-restaurant De Pont aan ’t IJ.

Heel veel strips

Stripmakers Sandra de Haan en Floris Oudshoorn, stripgebruiker Stijn Schenk en ondergetekende stripjournalist maakten onder leiding van stripmaker Thomas Langedijk, ook wel bekend als Tommy A., een keuze uit de debuten van de afgelopen twee jaar.

Het was een zeer gezellige bijeenkomst kan ik je vertellen. Onder het genot van sterke koppen koffie (maagperforatie verzekerd) en met een flinke stapel strips in ons midden, discussieerden we met elkaar over de merites van de beeldverhalen. Een rustig en prettig debat waar menig politicus nog wat van kan leren.

Eigenlijk waren we het al snel unaniem eens wie de Debuutprijs 2010 in de wacht mocht slepen.

Jureren,  ik maak er geen gewoonte van, maar soms wil ik me voor de volle 100% voor een prijs inzetten.  In 2006 zat ik in de jury van de Clickies. Toen nog onder leiding van voorzitter Jeroen Mirck. Die prijs wordt dit jaar weer uitgereikt tijdens de Stripdagen, al is het fenomeen webcomic natuurlijk lang niet meer zo groot als een paar jaar geleden. Ben dan ook erg benieuwd met wie de Clickie-jury op de proppen komt.

Wie, oh wie
De winnaar van de VPRO Debuutprijs wordt aanstaande woensdag bekend gemaakt in de VPRO Gids met een interview met de winnaar van ondergetekende. De gelukkige debutant(e) mag vrijdag 4 juni de prijs, een geldbedrag van 2500, in ontvangst nemen tijdens de opening van de Stripdagen.

In de refter in het stadhuis van Haarlem wordt de jubileum-editie van de Stripdagen Haarlem gevierd met een overzichtstentoonstelling van alle tekenaars die in het verleden de VPRO debuutprijs c.q. aanmoedigingsprijs wonnen: Randall.C (2008), Floor de Goede (2006), Gerolf van de Perre (2004), Benno Vranken (2002), Mark Hendriks (1996), Matthias Giesen (1998) en Marcel Ruijters (1994).