Posts Tagged ‘Reportage’

DW Video: Free Comic Book Day 2014

Saturday, May 3rd, 2014

3 mei was het Free Comic Book Day. Ook in verschillende stripwinkels van Nederland. Daarom bezocht ik Het Beeldverhaal en Lambiek in Amsterdam.

Helaas zijn de winkeliers minder enthousiast over de derde editie: er kwamen weinig klanten op af en er was te weinig aandacht in de media voor FCBD. Lambiek houdt het na dit jaar zelfs voor gezien.

Free Comic Book Day wordt in de Benelux georganiseerd door de Belgische stripdistributeur Pinceel Stripverspreiding en het Nederlandse striptijdschrift Zone 5300.

Behalve de gratis strips heb ik ook een exemplaar meegenomen van de nieuwe Asterix en Phil IJzerdraad van Lucky Luke. Naast Jos van Waterschoot, die ook in de video figureert, ontmoette ik ook nog een mede Spider-Man-fan. Dus wat mij betreft was het een prima dag.

De muziek in deze Daily Webhead is natuurlijk van Marco Raaphorst.

De keerzijde van de graphic novel

Thursday, November 11th, 2010

Woensdagavond werd in de Balie een onderhoudende avond over de graphic novel gehouden, georganiseerd door de SLAA (stichting Literaire Activiteiten Amsterdam). Graphic novel staat voor strips voor volwassenen, romans in beeldvorm. Maar het is ook een modieus label dat lukraak op strips van uiteenlopende kwaliteit wordt geplakt. ‘Graphic novel op de cover staat garant voor succes.’

Chris Bajema, programmamaker en recensent, leidt ‘Was getekend… Een avond over de graphic novel’ in met een reeks zelfgetekende PowerPoint dia’s. Als ware stripevangelist bekent hij vaak een stapeltje favoriete graphic novels bij zich te hebben waarmee hij mensen voor het beeldverhaal hoopt te winnen. Vanavond hoeft Bajema niemand te overtuigen, in de zaal zitten stripmakers, geïnteresseerde lezers en een enkele uitgever. Tijdens het programma tekent Michiel van de Pol gestaag illustraties waarin hij sleutelmomenten met een humorvolle knipoog vastlegt. De tekeningen passen prima bij de luchtige sfeer die in de Grote zaal van de Balie heerst.

Tonio van Vugt door Michiel van de Pol

Crimineel
De eerste spreker is Yasco Horsman, docent literatuur wetenschap, die in een stief kwartier probeert te duiden waarom het medium strip tegenwoordig minder verguisd wordt dan voorheen. In de jaren vijftig werden strips neerbuigend behandeld, mede dankzij kinderpsycholoog Frederic Wertham die beweerde dat kinderen crimineel werden van strips. ‘Hoera!’ roepen enkele stripmakers vrolijk in de zaal. Met de vormexperimenten van enkele Amerikaanse stripmakers in de jaren tachtig en later vond er verandering in de perceptie plaats. Toch stelt Horsman dat ‘de kracht van het medium juist schuilt in de gehechtheid aan de infantiliteit van de strip, al zal de grafische roman hier nooit volledig door opgroeien.’

Tonio van Vugt, stripmaker en hoofdredacteur van het magazine Zone 5300, beklaagt zich in zijn betoog over het feit dat veel uitgevers lukraak het label ‘graphic novel’ op goede en slechte strips plakken. Hierdoor devalueert de term enorm. Van Vugt illustreert zijn verhaal met een pagina uit de stripbewerking van Charles Darwins Over het ontstaan van de soorten, die duidelijk maakt dat de makers weinig kennis hebben van hoe je een leesbare strip in elkaar hoort te zetten. ‘Ook al is de stripmaker een blinde mond- en klauwschilder zonder enig inzicht in het vak, als het onderwerp een literaire uitstraling heeft en er met een koeienletters “graphic novel” op de cover staat, verkoopt het,’ zegt Van Vugt.

Na de lezingen treden Sonja van Hamel en band op. Van Hamels illustraties bij de liedjes worden live door een cameraman in beeld gebracht en op het scherm getoond.

Tijdens het interview met stripmaker Hanco Kolk en redacteur Erik Noomen komt de rol van de redacteur ter sprake, geen onbekend verschijnsel in graphicnovel-land. Noomen begeleidde Kolk bij het verstrippen van een serie artikelen van Arnon Grunberg voor het album Van Istanbul naar Bagdad. ‘Ik wilde vaak meer dialoog, omdat de lezer dan meer literatuur voor zijn geld kreeg,’ bekent Noomen. ‘In mijn ogen moet een graphic novel veel woordjes bevatten. Hanco maakte me duidelijk dat je na veel tekst rust moet scheppen door het beeld voor zichzelf te laten spreken.’

De drie stripmaaksters die tot slot worden geïnterviewd – Maaike Hartjes, Margreet de Heer en Edith Kuyvenhoven – hebben de opmerkelijke neiging om hun strips voor te lezen terwijl ze geprojecteerd worden. Ze maken alle drie autobiografische strips, waardoor Bajema ze gekscherend voor navelstaarders uitmaakt. ‘Er is niets mis met navelstaren,’ werpt Hartjes tegen, die vooral bekend werd met luchtige strips over haar leven, maar tegenwoordig ook reisverslagen verstript. ‘Ik schijn opeens graphic novels te maken, maar ik voel me nog gewoon striptekenaar. Door die term wordt er wel anders naar mijn werk gekeken.’

Na afloop worden er nog snel wat strips – pardon, graphic novels, aangeschaft die het personeel van stripwinkel Lambiek in het café heeft uitgestald. Want hoe je ze ook wilt noemen, uiteindelijk moeten strips gewoon gelezen worden.

Dit artikel is in Het Parool van donderdag 11 november gepubliceerd.

Stripdagen Haarlem 2010: Van Oost-Europa tot Grunberg

Monday, June 7th, 2010

Afgelopen weekend vonden de tweejaarlijkse Stripdagen Haarlem plaats. De tiende editie bood een bomvol programma met de Oost-Europese strip als hoofdthema. Arnon Grunberg gaf een lezing over de autobiografische strip.

Wie aan de Stripdagen Haarlem denkt, ziet in de eerste plaats de vele kraampjes op de Grote Markt voor zich, waar small-press uitgevers, beginnend stripmakers en stripwinkels hun waar aanbieden. In de Philharmonie zitten de grote jongens, de uitgevers die tekentalent uit binnen- en buitenland in hun stand boeken laten signeren.

Zaterdagmiddag lopen gezinnen en stripliefhebbers in de hete zon. Paul Banus van de Amsterdamse stripwinkel Henk: ‘We zien vandaag veel ouders met kinderen. Vooral de vaders proberen de stripliefde over te brengen op hun kids en kopen dikke tradepaperbacks voor op vakantie. Superhelden en Flash Gordon zijn favoriet.’

Tussen de bezoekers haal je de stripfanaten er zo uit: ze hebben lijstjes met titels bij zich en zoeken enigszins koortsachtig in de bakken met strips. Maria (43) bladert door een doos die op de grond staat, ze heeft al een flinke stapel X-men en Wolverine comics uitgezocht. Nu haar kinderen groot zijn heeft ze eindelijk weer tijd om strips voor zichzelf te verzamelen.

Stripdagen Haarlem 2010 veel gezinnen

Met pa op stap. Foto: Michael Minneboo

Geen karaoke
De Stripdagen Haarlem zijn vooral ook een feestje voor de stripmakers zelf. Het stripfestijn begon op vrijdagavond met de officiële opening, waar Martijn van Santen de VPRO Debuutprijs kreeg uitgereikt en Vlaming Brecht Evens de nieuwbakken Willy Vandersteenprijs kreeg voor zijn album Ergens waar je niet wilt zijn.

Van Tol tekent Fokke&Sukke cartoons. Op het beeldscherm is iedere pennenstreek goed te volgen.

Later in de avond waren enkele openingen van exposities en borrels. Stripmaker en uitgever Jean-Marc van Tol (Fokke & Sukke) organiseerde een feestje alleen voor stripmakers in Café Studio: ‘Meestal zijn de stripmakers verdeeld over stands en uitgevers, ik wilde een feestje geven waar alle makers samen zijn.’ Opmerkelijk, en wellicht tot opluchting van de Haarlemmers op de Grote Markt, was er geen karaoke-set aanwezig, normaliter vaste prik op stripfeestjes.

Oostblok
Dat het beeldverhaal uit Oost-Europa een centrale positie inneemt kan de bezoeker van de Stripdagen niet ontgaan. Behalve exposities van tekenaars uit het voormalig Oostblok en muzikale optredens, hangen door Haarlem heen de affiches die illustrator Joost Veerkamp in neostalinistische stijl ontwierp. In dezelfde stijl heeft hij een reeks neppostzegels gemaakt. Speciale wachtposten rondom de kerk op de Grote markt, gekleed in Zwitsers uniform, wijzen belangstellenden de juiste kant op.

Er gebeurt zoveel tegelijkertijd op de Stripdagen dat er snoeiharde keuzes gemaakt moeten worden. Gaan we om twee uur naar de uitreiking van een webcomicprijs, naar een optreden van cabaretier Micha Wertheim bij Zone 5300, of blijven we in de Toneelschuur voor de tweede interviewronde op de Illustratie Biënnale?

De veelheid is juist een van de charmes van het evenement, vindt stripmaker Hanco Kolk. ‘Het grote verschil met andere stripfestivals is dat de hele stad meedoet. Je moet de hele tijd heen en weer lopen tussen allerlei locaties die in sfeer van elkaar verschillen. Dat, en de verschillende exposities maken dit tot een zeer veelzijdig festival.’ Rob van Bavel, uitgever van de Eppo en organisator van Stripbeurs Breda, vindt de Stripdagen een geslaagd evenement, maar dat de nadruk te veel op de tentoonstellingen en randactiviteiten ligt, waardoor de stripmakers wat ondergesneeuwd raken.

Grunberg spreekt autobio
Zaterdagmiddag houdt Arnon Grunberg, in een volle zaal in de Stadsbibliotheek, een lezing over de autobiografische strip. Een opmerkelijke keuze, want hoewel Kolk recent een artikel van de auteur verstripte voor Eisner#4, staat Grunberg niet bekend om zijn stripkennis. Desgevraagd geeft de auteur toe dat de uitnodiging van de Stripdagen hem ook verbaasde. ‘Ik sta hier als leek,’ zegt Grunberg. ‘Maar,’ voegt hij toe, ‘een leek die zijn best heeft gedaan zich enigszins te informeren.’

Grunberg door Kolk in Eisner #4.

Grunberg onderzoekt in zijn lezing hoe eerlijk de autobiografische strip kan zijn. De auteur beweert onder andere dat het getekende beeld de bekentenis van de autobiografie verzacht. Woorden maken in zijn optiek meer indruk dan beelden; hij blijft immers een schrijver. Na de lezing ontstaat een levendige discussie tussen Grunberg en zijn toehoorders, een publiek dat bestaat uit stripmakers en uit lezers die je normaliter bij een voordracht van de auteur zou verwachten. In dat opzicht zijn de organisatoren in hun plan geslaagd: door een bekend literair auteur te vragen iets te zeggen over het beeldverhaal, heeft een nieuw publiek kennisgemaakt met het medium.

Dit artikel stond maandag 7 juni in Het Parool.

Zelf stripmaker worden

Monday, March 29th, 2010

Sinds september 2009 bestaat er in Nederland de eerste hbo-opleiding voor stripmakers. Wat leren de aankomende stripmakers?

Op Artez hogeschool voor de kunsten te Zwolle kunnen studenten Stories & Design zich specialiseren in Comic Design om opgeleid te worden tot professioneel stripmaker. Raymond Hendriks, politiek cartoonist onder de naam Trik en docent op ArtEZ legt dat als volgt uit: ‘Ze moeten een zelfstandige stripmaker zijn met een eigen stijl die op professioneel niveau kan werken. Ze moeten in opdracht kunnen werken en tegelijkertijd zelf een stripboek kunnen maken.’ Stripmaker en collega-docent Hanco Kolk legt de lat net iets hoger: ‘De bedoeling is dat de student over vier jaar hier weggaat als een striptekenaar die in het bezit is van een contract voor een boek of publiceert in een tijdschrift.’

‘Vroeger waren strips taboe op kunstacademies. Toen de mannen van stripcollectief Lamelos hier studeerden (toen nog de kunstacademie in Kampen – red.) mochten ze vier jaar lang geen strips maken. Nu zeggen wij juist: “Ga nu maar wél strips tekenen.” Dat is compleet nieuw op een kunstacademie,’ aldus Hendriks.

In landen als België en Frankrijk zijn opleidingen tot stripmaker al ingeburgerd en leveren vernieuwde en succesvolle auteurs af. De Nederlandse stripwereld loopt achter als het om vernieuwende stemmen gaat, vindt Kolk: ‘Er zijn een aantal factoren die daar een rol in spelen, maar één daarvan was zeker het gebrek aan een opleiding. We hebben op zich goede stripmakers in Nederland, maar te weinig met een eigen stem die het medium nieuwe impulsen geven. Ik hoop dat wij daar met deze opleiding verandering in kunnen brengen.’

In september 2009 startte ArtEZ hogeschool voor de kunsten te Zwolle met Comic Design. Deze bachelor is een specialisatie binnen de vierjarige hbo-opleiding Stories & Design; de andere specialisaties zijn graphic design, illustratie en animatie.

Proefkonijnen
Zonder Kolk was de specialisatie er misschien nooit gekomen. Hij stuurde in 2008 een bericht naar ArtEZ met daarin de boodschap dat er een opleiding voor stripmakers moest komen. ‘Dat bericht kwam als het ware als geroepen,’ legt Sytse van der Zee, docent en coördinator Comic Design, uit. ‘Vanwege het verhalende aspect zou zo’n opleiding perfect passen bij onze interdisciplinaire opleiding Stories & Design.’

Kolk wilde hoe dan ook dat de stripopleiding in september zou beginnen: ‘Er waren wel andere academies die zaten te snuffelen maar Zwolle was het snelst. Toen Sytse op een middag bij me op bezoek was zei ik tegen hem dat het geen kwestie was of er een stripopleiding kwam maar dat het alleen de vraag was waar die zou komen. Toen was het snel geregeld.’

Het onderwijsteam van Comic Design bestaat op dit moment uit Kolk, Hendriks, Van der Zee en associate professor Anke Feuchtenberger, stripmaker en professor aan de Hogeschule fur Angewandte Wissenschaften in Hamburg. Feuchtenberger geeft twee keer per jaar een lezing en een tweedaagse workshop. Iedere docent heeft een specifieke rol binnen het geheel. Waar Kolk vooral fungeert als inspirator en de studenten een passie voor het medium bijbrengt, verzorgt Hendriks de actualiteit en redactie binnen bij de studierichtingen Illustratie en Comic Design.

In zijn lessen speelt Hendriks de rol van artdirector: ‘Ik geef ze heel gerichte opdrachten. De studenten moeten een strip maken over een onderwerp of artikel. Die strip moet dan aan concrete eisen voldoen wat betreft de lengte en het kleurgebruik. En ze moeten zich aan een strikte deadline houden.’ Professionaliteit betekent ook niet zeuren, volgens Hendriks: ‘Vaak zeggen studenten “dit is niet mijn ding’, of “met dit onderwerp kan ik niets” en daar moet je bij mij niet mee aankomen. Je moet er gewoon iets van kunnen maken.’

Het onderwijsprogramma is nog in ontwikkeling. De eerste twee jaar zijn uitgestippeld, het derde en vierde jaar in grote lijnen. Kolk: ‘We maken nu een lesplan. De tweedejaars zijn er vanaf de zijlijn ingestroomd en zijn eigenlijk proefkonijnen. Ik hou elke week bij wat we doen en wat wel en niet werkt.’

Zelfontplooiing
Om van de studenten professionele stripmakers te maken is er een traject uitgestippeld waar ruimte is voor theorie, techniek en zelfontplooiing. De eerste twee jaar krijgen de stripmakers ook veel algemene kunstacademievakken voorgeschoteld. Vakken als vormstudie (het tekenen van modellen, voorwerpen en landschappen), vaardigheden met applicaties als Photoshop, typografie, scenarioschrijven, kunstgeschiedenis en filosofie passeren de revue. In de toekomst moeten daar vakken gericht op zelfstandig ondernemen en kennis over de uitgeverswereld bij komen.

Comic designers krijgen vanaf de propedeuse vaklessen met concrete opdrachten die zó uit de praktijk hadden kunnen komen. In het tweede semester gaan ze aan de slag met een denkbeeldig futuristisch warenhuis als thema. Hiervoor dienen de studenten verschillende items te visualiseren en uit te werken: van promotiefilms op YouTube tot en met de ruimtelijke weergave van een van de afdelingen binnen het warenhuis. De tweedejaars maken rond het thema Frozen Charlie, een porseleinen pop uit Victoriaanse tijd, een reeks beeldverhalen. Charlie fungeert als hoofdpersoon, maar hoe de studenten daar invulling aan geven mogen ze zelf weten. De een komt met een moordlustige, bezeten Charlie, de ander maakt een strip over het verzamelen van dit collector’s item.

Oogst
Dat er veel nadruk ligt op individueel onderwijs wordt meteen duidelijk als ik donderdag 4 februari ArtEZ bezoek – de eerste praktijkdag van het nieuwe semester. ‘s Ochtends geeft Kolk les aan de tweedejaars, een groep van drie studenten waaronder een Duitse uitwisselingsstudente. De vierde tweedejaars zit ziek thuis. Het gezelschap zit in een simpel zolderlokaal. Voor hen op een groep aaneengesloten tafels liggen strips, schetsen en enkele exemplaren van het tijdschrift Oogst dat ArtEZ twee keer per jaar uitgeeft en wat de studenten zelf maken: ze publiceren hun werk, geven het blad vorm en voeren de redactie.

Kolk heeft de studenten een strip laten meenemen en hen daarover een gerichte vraag gesteld die ze na enige bedenktijd moeten beantwoorden. Amanda Majoor heeft de Britse strip Tank Girl meegenomen omdat de tekenstijl haar aanspreekt. De stripmaker gebruikt in het verhaal op een gegeven moment fotomateriaal en Hanco wil weten wat het effect daarvan is. Vanuit de praktijk wil hij ze techniek bijbrengen. ‘Je moet leren strips te lezen als collega-stripmaker. Het is belangrijk dat je ontdekt wat een bepaalde techniek met je doet, zodat je er afstand van kan nemen en kan kijken wat voor effect het heeft. Dan kun je het zelf toepassen,’ legt hij Amanda en schoolgenoten uit.

De tweedejaars krijgen als leeshuiswerk specifieke titels op die klassikaal besproken worden, de propedeuse studenten worden geacht zelf iedere week een strip te lezen. Om hun kennis van de stripwereld te vergroten krijgen de comic designers artikelen mee over de stripwereld en bekende striptekenaars. In de eerste week van het nieuwe semester is dat de Amerikaanse stripmaker Chris Ware. Het is de bedoeling dat ze zelf ook research doen en zijn strips lezen. In toekomstige gastlessen zullen stripmakers en specialisten hun de kennis van de stripwereld overbrengen.

Artez_Kolk-studenten

Schetsboekje
Na de les is Kolk tevreden: ‘Ik vind het bijna ontroerend om te zien hoe de tweedejaars vooruit zijn gegaan. Vooral wat betreft de verdieping in de materie.’

Na de lunch geeft hij in hetzelfde zolderlokaal les aan een grote groep propedeusestudenten die rondom de tafels knusjes tegen elkaar aan zit. Op de grond zit een student illustratie met laptop: ze is nieuwsgierig naar Comic Design. Studenten stellen elkaar gerichte vragen tijdens de twee stripboekpresentaties. Sommigen luisteren aandachtig, anderen zitten in hun schetsboekje te tekenen. Het mag allemaal.

Een studente behandelt Het Model van Edmond Baudoin, ze concludeert dat er veel autobiografische elementen in het verhaal zitten. ‘Zou je dat zelf durven?’ vraagt Kolk. ‘Ik denk dat ik daarvoor niet zo boeiend ben,’ antwoordt ze. Later gaan ze dieper in op de uitvoering van het Warenhuisproject, waar Van der Zee die ochtend een briefing over heeft gegeven, verder komen de distributie van Oogst en een aanstaande expositie ter sprake.

Het eerste halfjaar liet Kolk de stripmakers in spe kennismaken met de mogelijkheden van het medium. De studenten moesten bijvoorbeeld de stripdagen bezoeken en daar een verslag in stripvorm van maken. Ook stond een stripadaptatie van een scène uit hun favoriete roman op het programma.

David Lynch
‘s Middags geeft Van der Zee ‘perspectief’, een les gericht op de persoonlijke zoektocht van de student. Ze kloppen bij de docenten aan met problemen waar ze mee worstelen. Van der Zee: ‘Die lessen zijn bedacht om de studenten steeds duidelijker te laten formuleren wat ze nu eigenlijk willen.’ Abe Borst, tweedejaars, is erg enthousiast over perspectief: ‘Je mag zelf bepalen waar je je in verdiept. Je krijgt wel begeleiding van een leraar die feedback en tips geeft, maar je kunt heel persoonlijk aan de slag en daardoor veel over jezelf ontdekken. Ik ben erdoor meer gaan experimenteren om te zien hoe ik op andere manieren tot een mooi beeldresultaat kan komen.’

‘Een studente gaf aan dat ze het soort verhalen wil maken dat bij de lezer hetzelfde gevoel oproept als dat de verhalen van David Lynch bij haar oproepen,’ legt Kolk uit. ‘Ik wil dan weten wat haar precies daarin aantrekt en hoe ze dat wil vertalen in haar werk. Meestal komt dat al een beetje in het werk naar boven.’

Loslaten
De meeste studenten die voor Comic Design kiezen hebben al met het medium gestoeid. Waar een aantal eerstejaars volgens Kolk tegenaan loopt is dat ze zich een bepaalde stijl hebben eigen gemaakt. Ze zijn in trucjes vervallen en moeten die in nu weer afleren. Voor propedeusestudent Kimberly Geelen is loslaten het belangrijkste wat ze in het afgelopen halfjaar geleerd heeft: ‘Als je iets gemaakt heb, ben je er meestal zó trots op dat je niets anders wil maken. Ik heb geleerd dat je werk dan niet af is. Je moet dan eigenlijk weer opnieuw beginnen. Je weet dat je dit kan en je moet nu proberen verder te komen, je grens verleggen.’

Op Stories & Design studeren op dit moment ruim zestig eerstejaars, een deel daarvan heeft al laten weten stripmaker te willen worden, een deel weet het nog niet. Van der Zee schat dat er tussen de twaalf en zeventien studenten die richting zullen kiezen.
Met pakweg vijftien studenten die in de toekomst jaarlijks zullen afstuderen rijst de vraag of die genoeg werk zullen vinden in de stripwereld. Kolk is positief: ‘Momenteel is het medium behoorlijk in beweging. Ieder jaar komen er nieuwe verrassende toepassingen bij, zoals nieuwe genres. Ik ga er dus vanuit dat de mogelijkheden voor nieuwe stripmakers en zeker voor degenen die van deze opleiding komen, zullen toenemen. Tegelijkertijd moet je – als je ambitie hebt en een nieuwe weg in wilt slaan met strips – ook voor een groter publiek gaan werken en buiten het taalgebied kijken.’

Hendriks vult aan: ‘Als ik eerlijk ben zou ik zeggen dat er al te veel stripmakers zijn, maar eigenlijk moet je het zo zien: er zijn al te veel stripmakers die slecht werk maken. Goede stripmakers, daarvan zijn er echter nooit te veel.’

Dit artikel is gepubliceerd in VPRO Gids #12.

ArtEZ schrijft zelf de naam ArtEZ met deze hoofdletters, ze staan voor de beginletters van de steden Arnhem, Enschede en Zwolle waar de locaties van deze academie staan.

Alle foto’s: Reyer Boxem.

Illustratie: Hanco Kolk.

Een dagje kijken bij het NOS Journaal

Tuesday, March 16th, 2010

Een dagje rondneuzen bij het NOS Journaal, wie wil dat niet? Ik kreeg recent de kans om met een select gezelschap op de nieuwsvloer te komen kijken. Een kans die ik met veel plezier aannam.

De NOS laat niet snel nieuwsgierige ogen toe, dat ik met een select gezelschap een van de uitverkorenen was, heb ik te danken aan tekstschrijver en recensent Remko Meddeler. Meddeler had hoog geboden op de Twitterveiling ten behoeve van de slachtoffers van de aardbeving op Haïti en mocht drie anderen meenemen. Behalve ondergetekende gingen Johan Koning en Rick Wildeman ook gezellig mee. (Zie hier het fotoverslag van De Koning.)

Grappig om kennis te maken met de mensen die dagelijks het nieuws in mijn huiskamer brengen. Nee, ik heb niet uitgebreid gekeuveld met Eva Jinek die ‘s middags de journaals presenteerde. Die zat tijdens de rondleiding in de glazen studio die midden op de nieuwsvloer staat, de kijkers thuis in te lichten over de laatste belangrijke feiten uit binnen- en buitenland. We spraken vooral met de medewerkers die je normaliter niet in beeld ziet en die achter de schermen aan het werk zijn.

Foto: Rick Wildeman

Foto: Rick Wildeman

Alles centraal
De dag begint met een lunch met Gerard Dielessen, de algemeen directeur bij de NOS. Overigens is hij dat niet lang meer, want binnenkort wordt hij algemeen directeur van NOC*NSF. Het belangrijkste wapenfeit van Dielessen betreffende zijn tijd bij de NOS is toch wel het feit dat hij alle afdelingen bij elkaar heeft gebracht in één pand. Het is misschien moeilijk voor te stellen, maar tot een paar jaar geleden zaten de verschillende afdelingen van deze organisatie verspreid over het Mediapark in Hilversum. Da’s niet handig samenwerken en bovendien onnodig duur.

Tim Overdiek is sinds juni 2008 adjunct-hoofdredacteur bij het NOS Journaal. Hij is een van de drie adjuncten, met Hans Laroes als hoofdredacteur. ‘Als adjunct-hoofdredacteur bepaal je de strategie van het journalistieke beleid,’ vertelt Overdiek. ‘Wat wij doen is het mogelijk maken voor de redacties en verslaggevers om te doen waar ze goed in zijn. Ik heb bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid over een aantal redacties: Binnenland, Buitenland, Den Haag, Economie en het Jeugdjournaal. Die hebben natuurlijk hun eigen chefs, maar die rapporteren weer aan mij. We hebben dan contact over zaken zijn die geregeld moeten worden, dingen waar ze over willen brainstormen, en zaken die wel of niet goed gaan.’

Op het moment dat Overdiek zich voorstelt, wordt de middagvergadering aangekondigd via de intercom. ‘Gedurende de dag zijn er een aantal nieuwsvergaderingen die geleid worden door de hoofdredacteur op de vloer,’ vertelt Overdiek. ‘In de vergadering van kwart over één wordt teruggeblikt op de uitzendingen van de afgelopen vierentwintig uur. Dus wat hebben we goed gedaan, wat hebben we slecht gedaan en hoe had het beter gekund. Deze vergaderingen zijn thematisch, er gebeurt immers veel in 24 uur. Iedereen is welkom om deze vergaderingen bij te wonen.’

NOS-redactie-binnenland

Overdiek: ‘Twitter wordt overschat’
Recent schreef het hoofdredactieteam een notitie over hoe ze NOS Nieuws zien in de komende jaren. Vooral het crossmediale aspect komt daarin aan de orde. De NOS is in 2006 multimediaal geworden, toen zijn radio, tv en internet in een gebouw samengevoegd. De volgende stap is om de onderlinge dwarsverbanden te exploiteren. Applicaties als weblogs en Twitter maken dat journalisten moeten nadenken over in welke vorm ze het nieuws zullen brengen: ‘Waar zit de doelgroep en hoe gaan deze mensen nieuwsverhalen tot zich nemen?’ Sommige journalisten die jarenlang alleen voor het Acht uur-Journaal hebben gewerkt worden nu opeens gevraagd om ook weblogs te schrijven. Overdiek bereidt daarom op dit moment workshops crossmedia voor.

Overdiek gebruikt zelf ook applicaties als Twitter, deels privé maar ook om nieuws te brengen en items te pluggen. Ook voor tweets geldt het heilige principe dat nieuws pas naar buiten wordt gebracht als zaken dubbel gecheckt zijn, ‘want alleen met een tweede bevestigende bron is het nieuws pas waar.’ Toch zegt Overdiek wel heel stellig tegen de groep fervente twitteraars die hij die middag voor zich heeft: ‘Twitter wordt overschat. We moeten het niet groter maken dan het is.’

Overdiek leidt ons rond op de derde verdieping van het NOS-gebouw waar alle redacties van de NOS werken. Zo lopen we langs het nieuwe media team dat onder andere websites bouwt, iPhone-applicaties maakt en twitteracounts aanmaakt. Een eindje verderop staat het montage-eiland waar de montage pc’s staan die de reporters gebruiken. Met de komst van digitale technieken is de zelfredzaamheid van reporters vele malen vergroot. Mocht je het interessant vinden: ze monteren in Hilversum op het programma Avid, ofschoon Overdiek – net als ik – een voorkeur heeft voor Final Cut Pro.

Een andere benadering
Ook komen we langs de radactie van het Jeugdjournaal en de relatief kleine redactie van het Journaal op 3. Het Journaal op 3 richt zich op een andere doelgroep dan het Acht uur-Journaal. Omdat ze specifiek twintigers en dertigers willen aanspreken, verschillen ze in onderwerpkeuze en de stijl waarop deze onderwerpen behandeld worden. ‘De toon is minder formeel,’ legt Sanne de Ronden, een van de reporters van het Journaal op 3 uit. ‘Ook gaan we ervan uit dat de mensen om 11 uur ‘s avonds het nieuws wel kennen dus kunnen we de onderwerpen vanuit een andere hoek benaderen en soms volstaan met het geven van de hoogtepunten.’

De Ronden vertrouwt ons nog toe dat ze op dit moment nog geen onderwerp heeft voor de uitzending van 11 uur vanavond en dat de tijd begint te dringen. We laten haar daarom weer snel aan het werk.

NOS-studio

 

NOS-camerashots

Trip: ‘Alle teksten gaan door mijn vingers’
Voordat we een rondje langs het Sportjournaal en de studio’s maken, komen we in de gang Rob Trip en Lucella Carasso, presentatrice Radio 1 tegen. Trip is tegenwoordig anchor van het Acht uur-Journaal en presenteert het nieuws afwisselend met Sacha de Boer.

Rob Trip, Lucella Carasso en Tim Overdiek.

De rol van een presentator behelst meer dan alleen maar het nieuws voorlezen. Ze bemoeien zich wel degelijk met de uitzending, ze opperen ideeën en herschrijven de teksten die ze voorlezen. Trip: ‘Wij spreken niets uit dat we niet zelf door onze vingers hebben laten gaan. Ik probeer altijd heel veel op te trekken met de eindredacteur. Hoewel me maar een beperkt aantal onderwerpen kunnen behandelen in een uitzending loop je er de hele dag over na te denken. Welk onderwerp doen we wel en welk niet? Op welke manier pakken we het aan: laten we iemand wel of niet aan het woord? En ik ben daarin een sparringpartner voor de gene die dat in handen heeft.’ Daarbij komt natuurlijk dat veel last minute werk kan zijn: de wereld staat niet stil, op het laatste moment kan het nieuws nog veranderen. ‘Tussen zeven uur en tien voor acht is het hoogspanning hier. Dan wordt alles nog omgegooid.’

Zijn radiocollega Carasso valt hem bij: ‘Bij de radio verandert er soms nog iets tijdens de uitzending. Dan krijg je alleen te horen Agnes Kant treedt af en mag je de rest er ter plekken bij verzinnen.’ Maar dat is ook weer het mooie aan nieuws.

Toch ambieer ik de hectiek van de journaalredactie niet direct. Laat mij maar lekker interviews doen, achtergrondartikelen en recensies schrijven.

Natuurlijk mocht een fotosessie in de nieuwsstudio niet ontbreken:

‘That’s all folks!

Ook leuk: Lees en zie hier meer over de redactie van het NOS Journaal op de site van de NOS.

Geslaagde uitreiking eerste Marten Toonderprijs

Saturday, February 27th, 2010

Veel bekende koppen uit de Nederlandse stripwereld waren vrijdag 26 februari aanwezig in de der Aa-Kerk te Groningen om stripmaker Jan Kruis te eren. Kruis kreeg daar de eerste Marten Toonderprijs uitgereikt voor zijn gehele oeuvre.

De Marten Toonderprijs, vernoemd naar de in 2005 overleden stripgrootheid, is een nieuwe oeuvreprijs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB), speciaal in het leven geroepen om een Nederlandse stripmaker te eren die een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de stripcultuur. De jury, bestaande uit cartoonist Peter van Straaten, Henk Kraima, directeur van de stichting CPNB en Meta Knol, directeur van Museum de Lakenhal te Leiden, was van mening dat Kruis ‘een onvervreemdbare bijdrage heeft geleverd aan het Nederlands Cultureel erfgoed. Iedereen kent immers de Rode Kater. De onderwerpen die Jan Kruis in Jan, Jans en de kinderen aansneed, waren eveneens heel Nederlands. Jan Kruis hield Nederland een spiegel voor.’

De Marten bestaat uit een bedrag van 25.000 euro en uit een speciaal album waarin zo’n tachtig striptekenaars en scenaristen een hommage brengen aan Kruis en zijn creaties.
De stripmaker is natuurlijk het meest bekend van de familiestrip Jan Jans en de Kinderen. Daarnaast maakt hij ook andere beeldverhalen, tekende hij als freelancer reclamewerk en schildert hij verdienstelijk portretten. Kruis legde enkele bekende Nederlanders vast op het canvas zoals Mies Bouman, Simon Carmiggelt, Peter van Straaten, de Oranjes, maar ook het gezin Kruis, dat tevens model stond voor de strip over de familie Tromp.

‘Ik wilde wat anders gaan doen.’
Vlak voor de officiële uitreiking sprak ik met de laureaat. Kruis liet weten dat hij niet had verwacht dat hij de eerste winnaar van de Marten Toonderprijs zou zijn. ‘Ik was erbij toen Plasterk bekendmaakte dat de prijs er zou komen, maar ik had geen idee dat de eer mij te beurt zou vallen. In een moment van hoogmoed laat je dat misschien in je gedachten voorbijgaan, iedereen mag immers dromen.’

Kruis tekende de avonturen van de familie Tromp vanaf 1970 voor de Libelle en stopte in 1999 met de wekelijkse strip. Een team van stripmakers van Studio Jan Kruis maakt de familiestrip tegenwoordig. Mist Kruis zijn creaties niet?
‘Jawel, maar ik heb ook een hoop ander werk. Daarnaast heb ik nog Jan Jan-strips gemaakt voor de Leprastichting, en daarvoor enkele leuke, lange reizen gemaakt. Daarna ben ik met Woutertje Pieterse begonnen. In september komt daar het tweede deel van uit. En dat vind ik ook weer een hele gebeurtenis.’ Kruis deed twee jaar over het tweede Pieterse-album, een bewerking van Multatuli’s klassieker.

Was op een gegeven moment de koek ook een beetje op met Jan Jans?
‘Nou dat heb ik al vanaf het begin gedacht. Maar op een gegeven moment ging Joop Wiggers (de uitgever van Jan Jans en de Kinderen, red.) met pensioen en de techniek begon te veranderen. Ik was inmiddels ook al 65 en wilde nog wel eens wat anders gaan doen.’ Kruis ging onder andere weer verder met portretschilderen. ‘In het maken van portretten heb ik altijd erg veel schik gehad. Ik ben Woutertje aan het voltooien en deze uitreiking moet even achter de rug. Dan ga ik mijn bureau opruimen en eens even nadenken wat ik dan weer ga doen. Ik wil nog wat portretten gaan maken en zo.’

Ben je tevreden met wat Studio Jan Kruis met je geesteskinderen gedaan heeft?
‘Ik zeg altijd dat ik er afscheid van genomen heb, ze zijn als het ware geëmigreerd en met de Marten Toonderprijs stonden ze na tien jaar weer bij me op stoep. Na zo’n tijd verandert iedereen een beetje en zij ook. Toch was het weer een plezierig weerzien.’

Het theater van Jan Kruis
Het programma vrijdagmiddag in de der Aa-Kerk bestond uit een introductie van de burgemeester van Groningen die eigenlijk geen strips leest behalve die van Jan Kruis natuurlijk (ja,ja) en een toespraak van Lex ter Braak, directeur van het Fonds BKVB die nog eens benadrukte dat het hier niet om een staatsprijs ging, maar dat de prijs voor stripmakers past in het rijtje van oeuvreprijzen voor beeldende kunst, vormgeving en architectuur. De middag werd op geluisterd met een optreden van Els Kruis en haar koor Tourdion en een vertoning van de korte film van John Croezen over Jan Kruis.

Na de officiële plechtigheden begaven de genodigden zich naar het Stripmuseum om de nieuwe tentoonstelling die Frans Le Roux over het oeuvre van Jan Kruis samenstelde, te openen. De tentoonstelling ‘Het Theater van Jan Kruis’ is te zien tot 5 september.

Volgens het scenario had Ronald Plasterk de prijs aan Kruis moeten overhandigen, maar die is minister af sinds de zoveelste val van een Kabinet Balkenende vorige week. ‘Hij heeft me vanochtend nog gebeld,’ vertelde stripintendant Gert Jan Pos, ‘en hij zei dat hij Jan Kruis een geweldige winnaar vond. Hij zei dat prijzen een winnaar eren maar dat sommige winnaars een prijs eren. En dat laatste is bij Jan Kruis het geval.’

Het belang van de Marten Toonderprijs
Stripmaker Jean-Marc van Tol was zeer in zijn nopjes met de uitreiking van de eerste Marten Toonderprijs : ‘Op een bepaalde manier is het een droom die uitkomt voor mij. Ik heb de prijs een paar jaar geleden al bedacht, en die droom is nu dus de waarheid geworden. Ik ben er heel blij mee. Ook dat we op zo’n locatie als deze er met deze prijs wat meer status aan de strip wordt geven.’

Het is ook niet niks, zo’n oeuvreprijs voor een Nederlandse stripmaker. Natuurlijk kent Nederland sinds 1974 de Stripschapprijs, maar die bestaat voornamelijk uit een warme handdruk en een eervolle vermelding. De Marten moet het stripmakervak meer prestige geven. Dat het een serieuze prijs is moet onder andere blijken uit het bedrag van 25.000 euro dat erbij hoort. ‘Dat geeft die prijs toch meer lading,’ zegt Pos. ‘Als je in Frankrijk de Prix Concours wint, dan krijg je maar een klein bedrag, maar met die prijs wordt je boek meteen een besteller. Met heel veel prijzen is dat niet het geval. Als er dan een flink bedrag bij hoort, wordt dat toch op de een of andere manier serieuzer genomen.’

Pos voegde toe dat Kruis een goede eerste winnaar is voor de Marten Toonderprijs. ‘Iedereen weet nu dat die prijs bestaat. En hij is aan een echte stripmaker gegeven. Een tekenaar van een traditionele strip.’

Plannen voor stimuleringsprijs
Zo’n oeuvreprijs roept de vraag op of er ook niet een prijs moeten komen om jong talent te stimuleren. Van Tol zat daar ook aan te denken: ‘Het probleem is natuurlijk dat de Stripschapprijs ook een oeuvreprijs is. Dan krijg je het verwijt dat de winnaars van die prijs bijna op volgorde de Marten Toonderprijs gaan winnen. Uiteraard vind ik dat mensen die aan het einde van hun carrière zitten zo’n geldbedrag verdienen, maar eigenlijk zouden we een prijs met een hoog geldbedrag ook moeten geven aan een jong talent dat het beste boek heeft gemaakt. Misschien kan dat ook wel.’
Wellicht hoeven we niet lang op zo’n aanmoedigingsprijs te wachten: ‘Daar zijn we wel mee bezig,’ zegt Pos. Maar meer wilde hij daar nog niet over zeggen.

Dit artikel is ook op de site van de Zone 5300 gepubliceerd. De foto’s zijn gemaakt door Natasja van Loon. (Behalve die van de exposite, die heb ik zelf gemaakt.)

Lees ook: