Posts Tagged ‘Mike mijmert’

Een maandje onderduiken

Friday, December 4th, 2009

Het is weer december. Laat ik daar nu helemaal geen zin in hebben.Ik doe niet aan Sinterklaas en eigenlijk ook niet aan kerst. De meute shoppende heethoofden in de winkelstraat is voor mij een onbekend en raar volk. Bomen tuig ik niet op en daarom ook niet af. Oud & Nieuw vind ik maar een arbitraire bepaling van een nieuw begin. Meestal komt dat nieuwe jaar ook helemaal niet uit. Ik zit dan midden in een project en ben dan helemaal niet aan afronden toe.Voor mij begint het nieuwe jaar bij de herfst, als ik hernieuwde energie door mijn lijf voel stromen. Als er een stortvloed aan nieuwe ideeën door mijn hoofd stormt. Oudejaarsavond is meer een avond om uit te zitten. Voor de buis of gedoken in een goed boek. Lekker lui in een stoel luisterend naar een goede cd. Totdat de hemel in fik gestoken wordt met oorverdovende knallen. Dan kun je het luisteren wel vergeten.Het is niet mijn wereld. Ik kijk er naar, maar snap niet wat ik zie.Eigenlijk geen slecht idee om de decembermaand door te brengen, weggedoken in het papier. Je geest dwalend door nieuwe werelden. Of oude voor mijn part. Weg van het Nederland buiten de deur. Kerstklokken negeren. Etentjes missen. Rust en contemplatie. Dan zie ik een kerstvakantie wel zitten. Even twee weken in mijn agenda afbakenen.

John Waters zegt: ‘No smoking!’

Tuesday, October 13th, 2009

De Q&A met John Waters in de Melkweg waar ik laatst bij was, deed me denken aan een kort niet-roken-spotje dat vroeger werd gedraaid voor filmvoorstellingen in mijn favoriete theater in Berkeley op University Ave.In dit spotje kondigt de toen nog jonge filmmaker aan dat er vooral niet gerookt mag worden in het filmtheater terwijl hij zelf lustig een sigaret wegpaft. Typische John Waters humor en in ieder geval een stuk leuker dan de zeurspotjes die je in Nederland doorgaans ziet.

Ik heb er trouwens veel films gezien, in dat oude theater. Een aantal filmklassiekers die mijn jonge filmhart sneller deden kloppen. Er is immers geen betere filmeducatie te bedenken dan het Witte Schoolbord, zoals K. Schippers het witte doek ooit noemde. Ik zag er veel Hitchcock en de Bond-films met Sean Connery voor het eerst op een groot scherm. Ik zat zelfs een hele marathon van Prince-films uit. Die middag onmoette ik Apollonia Kotero (uit de film Purple Rain) tijdens een signeersessie. Zij was daar aanwezig om haar carrière een nieuwe impuls te geven en hoopte dat de vele aanwezige Prince-fans ook haar aankomende album zouden aanschaffen. Ik was daar omdat ik indertijd mezelf als Prince-fan beschouwde. (Een predikaat waar ik mij tegenwoordig verre van houd.)Het filmtheater stond vlak bij de universiteit van Berkeley. Misschien dat er daarom iedere vrijdag laat de film The Rocky Horror Pictureshow draaide, want dat is zo’n typische happening die vooral melige studenten kan bekoren. Een film van John Waters heb ik er overigens nooit gezien, al was het rookspotje wel de eerste keer dat ik van de filmmaker hoorde. Jammer dat overheidsspotjes in Nederland (van het voedingcentrum tot en met die draken van de belastingdienst) nooit eens echt leuk of goed kunnen zijn. Het zijn altijd van die flauwe dingen die volgens mij weinig tot geen effect scoren. Misschien moeten ze daar eens een goede filmmaker op zetten.

Leugen voor leugen

Friday, June 19th, 2009

Uiteindelijk maakt het niet uit wat je doet, als je het maar in volle overtuiging doet. Maar hoeveel mensen kunnen dat zeggen, dat ze ergens voor de volle 100 procent voor gaan en verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen daden? Dat ze, zonder compromissen te sluiten, hun droom of idee proberen te verwezenlijken? Natuurlijk slaagt niemand daar volledig in. De werkelijkheid is nooit toereikend genoeg om volledig overeen te stemmen met een droom. Dat komt omdat de werkelijkheid natuurlijk niet bestaat. Wat we beschouwen als een feit is niet meer dan een stilzwijgend besluit. Als maar genoeg mensen met elkaar afspreken dat iets waar is, dan is dat waar. Ook als dat niet zo is. Doofpotten zijn volgestopt met de waarheid; het brouwsel dat ervan gemaakt wordt is een leugen, maar eentje die we voor waar slikken. Misschien dat we daarom zo graag wegduiken in voorgebrouwde ficties, om ons te onttrekken aan een wereld die toch niet echt bestaat. Ons verliezen in een reeks aan elkaar gerijgde leugens om de grote onwaarheden, waarvan we met z’n allen hebben besloten dat ze echt zijn, even te vergeten. Een leugen om een leugen. Misschien dat we ons daarom graag verschuilen achter een voorbeeld. Een persoon aan wie we al onze verantwoordelijkheden kunnen overdragen. Opdat we zelf verlost zullen zijn van zonde, van schuld en boete. We leggen ons lot in de handen van een politicus omdat we bescherming zoeken of omdat hij de schuld buiten ons stelt. We leggen ons lot in de handen van een fictiefiguur die staat beschreven in een oud dik boek waarvan de auteur al eeuwen zoek is. We verschuilen ons, nee, we wentelen ons in het grote fictieverhaal van de schepping opdat we niet meer hoeven na te denken over hoe alles is en waardoor het is. Het is de wil van iemand anders dat de wereld is zoals ze is. Het ligt aan de Ander dat onze situatie zo slecht is. Altijd de Ander. Ironisch natuurlijk dat we voor de Ander zelf de Ander zijn. En dat we de schepper zelf geschapen hebben. Sommige mensen hebben met elkaar afgesproken dat hij bestaat en daarom is het de realiteit. Om zich te wapenen tegen rationele verklaringen die het tegendeel bewijzen, verschuilen ze zich achter een boek met regels, verhalen en mythes die door een ander zijn opgeschreven en verdedigen ze de inhoud van het stoffige boek tot in extreme acties. Verketteren ze mensen die anders denken. Blazen ze gebouwen, vliegtuigen en mensen in de lucht omdat ze te bang zijn om de zekerheid die de leugen ze biedt kwijt te raken. Want waar ben je nog als je veiligheidsdekentje waar je je al jaren mee warmt opeens wegvalt? Dan sta je in de kou, in je nakie en niets meer om je achter te verschuilen. Opeens ben je zelf verantwoordelijk voor je daden. Tot de laatste snik.