Posts Tagged ‘Judith Vanistendael’

Eerste blik op PENELOPE van Judith Vanistendael | Vlog 223

Tuesday, September 17th, 2019

De nieuwste graphic novel van Judith Vanistendael heet Penelope.

Penelope is vrouw, moeder en chirurg. Terwijl thuis haar dochter worstelt met de ablatief en met haar puberteit, redt Penelope levens in een veldhospitaal in Aleppo. Maar in de bikkelharde oorlogsrealiteit verliest ze ook patiënten, loopt ze trauma’s op, en merkt ze dat ze haar roeping steeds moeilijker verzoend krijgt met haar gezin.

Stripgids #2 in de schappen

Wednesday, November 8th, 2017

Het tweede nummer van Stripgids volume 3 ligt in de schappen. Centrale gast is Judith Vanistendael.

Ik mocht Frits Jonker interviewen over zijn werk als letteraar.

Hieronder het officiële persbericht:

Stripgids gaat verder op de ingeslagen, avontuurlijke weg. Het tweede nummer ‘nieuwe stijl’ brengt opnieuw een waaier aan interessante onderwerpen, over het verleden en het erfgoed van de strip, maar ook over vandaag én over de toekomst van de 9e kunst.

Dat tweede nummer ligt vanaf maandag 30 oktober in de winkel: maar liefst 148 pagina’s dik, boordevol voorpublicaties, kortverhalen, essays, columns en interviews. Centrale gast is Judith Vanistendael, een van onze redactieleden en een van Brussels’ finest.

Special guest: Judith Vanistendael
Judith Vanistendael schenkt haar lezers prachtige en authentieke verhalen, zoals haar debuut De Maagd en de Neger, het Eisner-genomineerde Toen David zijn stem verloor en het recente Mikel. In haar katern biedt ze een inzicht in haar carrière en netwerk. Met onder meer schrijvers die strips lezen (onder meer Lize Spit, Arnon Grunberg en Kristien Hemmerechts), een duoreportage met Jeroen Janssen in de Heyvaertwijk, een portret van Judiths eerste atelier (De Geslepen Potloden in Schaarbeek), de verschillende stripscholen (Gent en Brussel) én een videoreportage.

Bovendien maakte Judith voor de abonnees een exclusieve, gesigneerde tekening en, in een beperkte oplage, een risografie, die samen een tweeluik vormen. De riso is voorbehouden aan onze Steun XL-abonnees. Meer info over abonneren vind je hier.

En verder in het blad:

  • De start van een nieuwe reeks waarbij we telkens een land belichten. Voor de eerste aflevering maakt Joost Pollmann een verslag van zijn verkenning van de Duitse strip. Of, auf Deutsch: Bildergeschichten.
  • Wouter Adriaensen signaleert een belangrijke erfgoedontdekking: mogelijk de missing link tussen de ‘mannekesbladen’ en de hedendaagse strip.
  • Hellhole Brussels is op stripvlak véél meer dan het jaarlijkse Stripfeest / Fête de la BD en andere toeristische trekpleisters, toont Kurt Snoekx overtuigend aan.
  • Mark Cloostermans gidst de lezer door het enigszins als ‘taai’ en ‘moeilijk’ geldende oeuvre van Andreas’ ‘Capricornus’.
  • Wat maakt ‘Urbanus’ zo’n succesvolle reeks?
  • Merho treedt voor Stripgids op als gids.
  • Welke strips leest Stef Lernous, boegbeeld van Abattoir Fermé?
  • Voortaan berichten we ook over het ambacht dat stripmaken is. Frits Jonker laat ons meekijken bij zijn werk als letteraar.
  • Jan Smet houdt geheel onverwacht een orgie met de overbekende, brave Disneyfiguren.
  • Onze vaste columnisten Walter Pauli en Philippe Capart.
  • Op bezoek in het atelier van Dick Matena.
  • Nieuw werk en (voor)publicaties van Pieter Fannes, Phaedra Derhore, Tobias Schalken, Randall Casaer, Marc Legendre, Frederik Van den Stock, Nanoe Carremans en KIM.

De cover werd gemaakt door alleskunner Dirk Stallaert, het edito is – zoals het hoort voor een striptijdschrift – opnieuw niet geschreven, maar getekend, ditmaal door Pieter De Poortere, bekend van onder meer Boerke.

Stripgids 2 kost 14,99 euro en is verkrijgbaar in een strip- of boekenwinkel in de buurt of via www.stripgids.org.

Boeiende coverkunst

Wednesday, April 5th, 2017

In het Belgisch stripcentrum te Brussel is de expositie Coverkunst nog tot 28 mei te zien. Ik raad je aan deze tentoonstelling te bezoeken, als dat nog niet gedaan hebt.

Recent bezocht ik het Stripmuseum in Brussel. Niet de eerste keer, maar ook nu weer een fijne ervaring. Die zaterdagmiddag was het museum drukbezocht, toch kon ik op mijn gemak de vele covers en originelen bekijken die tentoongesteld staan.

Een goede cover is van groot belang voor boeken en strips. Het is immers vaak de eerste introductie tot het verhaal. Een cover grijpt je aandacht of niet, maar het is niet altijd te zeggen waarom. De expositie poogt dit mysterie te ontsluiten.

Stapsgewijs
Soms gebeurt dat door het maakproces van één specifieke cover te tonen, met alle voorstellen erbij. Dat is interessant, want het is dan alsof je stap voor stap met de ontwerpers mee kunt kijken. Zo zijn er verschillende versies te zien van het album Een beeld van een jongen, van Frederik Peeters. En zien we ook verschillende versies van Het gele teken, met een uitgebreide toelichting.

Voorstudies voor de cover van ‘Een beeld van een jongen’.

Er komen veel kenners uit de stripwereld aan het woord over wat zij belangrijk vinden aan een cover: uitgevers, stripmakers en enkele stripkenners, waaronder ondergetekende. Soms via een citaat, vaak in een video waarin ze hun favoriete cover laten zien. Dit soort elementen maakt een expositie extra levendig. Wel jammer dat de Franse sprekers niet zijn ondertiteld. Nu snap ik dat het stripmuseum in Brussel staat, maar er zullen genoeg toeristen het instituut bezoeken die geen Frans spreken.

Virtuoos
Volgens Alexis Dragonetti is een goede cover virtuoos getekend, grafisch sterk opgemaakt en inhoudelijk intrigerend. Stripmaker Wim Swerts noemt vier eigenschappen waar een goede cover aan moet voldoen:

1. Een sterke uitstraling: als je ernaar kijkt, schept het verwachtingen naar avontuur, mysterie en spanning.
2. Compositie: een goede cover is niet te druk, alles is herleid tot de essentie.
3. Less is more: blijf bij de essentie, maak het niet te druk. Zorg ook voor
voldoende contrast.
4. Leesbaarheid: als je cover klaar is, moet je hem bij wijze van steekproef
verkleinen. Als alles nog duidelijk en leesbaar is, heb je een goede cover gemaakt.

In een video vertelt stripmaker Ken Steacy dat de coverillustratie een moment moet weergeven vlak voordat er iets staat te gebeuren. Een sleutelmoment uit het verhaal bijvoorbeeld.

Natuurlijk kun je over alle regels twisten, en dat maakt deze expositie ook zo leuk, want je wordt zelf uitgenodigd om over covers na te denken. Wat vind jij de belangrijkste eisen waar een omslag aan moet voldoen? Welke covers trekken meteen je aandacht en waarom? En welke vallen je eigenlijk helemaal niet op?
Doordat er heel veel omslagen te zien zijn, kun je die vragen dus in de praktijk beantwoorden. Wie onderweg goede aantekeningen maakt, heeft aan het einde van de expositie een mooi lijstje met tips voor het maken van een goede cover.

Originelen
Het mooiste blijft natuurlijk het zien van originelen, zoals de geschilderde omslagen van Rosinski, W. Vance, ‘De onzichtbare grens #2’ uit de reeks Duistere Steden en een originele schildering van Judith Vanistendael.

Hoewel de expositie een divers beeld geeft van verschillende soorten covers en een historisch overzicht, ligt de nadruk bij de selectie duidelijk bij de Europese strips. Amerikaanse comics en manga komen er bekaaid van af. Jammer, want misschien zijn de coverregels in andere culturen wel weer heel anders dan bij ons. Een thema dat nu niet behandeld wordt. Misschien een mooi uitgangspunt voor een vervolgexpositie?

Ik ben zelf in ieder geval een groot fan van hoe Amerikaanse stripmakers comiccovers vormgeven. Zij hebben daar echt een goede neus voor. Strakke composities die je het verhaal intrekken en teksten die nieuwsgierig maken en de lezers vaak direct aanspreken.

Deze Van Gogh cover vind ik heel gaaf en dynamisch. Ik ben meteen benieuwd naar het verhaal van deze strip.

Vormgeving
Ik vond de vormgeving van Coverkunst verder heel fraai. Ze nodigen uit tot lezen. Bij de teksten staan vaak grafische elementen uit de covers. Verder is de expositie mooi aangekleed, met bijvoorbeeld een enorme versie van De blauwe lotus. Wat dat betreft kunnen Nederlandse stripmusea nog wel eens wat leren van het Belgisch Stripmuseum.

De expositie Coverkunst is te zien tot 28 mei 2017.
BELGISCH STRIPCENTRUM
Zandstraat 20
1000 Brussel

Avonturen in Brussel

Monday, March 27th, 2017

Vrijdag en zaterdag was ik in Brussel voor mijn werk. Ik bezocht vier exposities, interviewde de Deense stripmaker Halfdan Pisket en sprak tussendoor met veel mensen.

Vandaag voel ik me dan ook nog behoorlijk gaar. Dit soort persreisjes zijn echt heel intensief, maar ze geven ook het gevoel alsof je een avontuurlijk leven leidt. En dat is leuk natuurlijk. Vooral omdat ik de afgelopen maanden vooral thuis achter mijn bureau doorbracht. En dan is Brussel een behoorlijke cultuurschok, want je hoort er allerlei talen op straat. En vooral veel talen die ik niet versta, zoals Frans.

De exposities waren allemaal interessant. Peyo: A Retrospective, geeft een mooi overzicht van de carrière van de geestelijk vader van de Smurfen. Samen met enkele collega’s uit binnen- en buitenland was ik vrijdagmiddag in de Hoeve van het kasteel van Terhulpen, dat even buiten Brussel ligt, om de expositie te bezichtigen.

Even ervoor werden we geïntroduceerd in de wereld van de kunstenaar Jean-Michel Folon.

‘s Avonds dronk ik een drankje met Willem De Graeve, met wie ik altijd probeer af te spreken wanneer ik in Brussel ben. Het was leuk Willem weer te zien en goed om te horen dat mensen het Stripmuseum, waar hij mededirecteur van is en hoofd pr, weer weten te vinden. Na de aanslagen van moslimextremisten in Parijs en Brussel waren er logischerwijs minder toeristen bereid om Brussel en het stripmuseum te bezoeken.

Later die avond at ik een gourmet burger in restaurant Gourmet Burgers, en sprak ik nog met twee aardige Belgische gasten over wat zij van Brussel vonden. In mijn hotelkamer keek ik naar Luther, maar eigenlijk word ik nooit blij van deze serie omdat ie zo’n naargeestig wereldbeeld toont.

Zaterdag sprak ik een uur met Halfdan Pisket in het Plaza Hotel. Een interessante conversatie die ik vanaf morgen zal uitwerken voor de VPRO gids. We spraken vooral over de trilogie die hij over het leven van zijn vader maakte, over wat het betekent om Turkse wortels te hebben in Denemarken en het maken van strips. Pisket was in Brussel namens het literaire Passa Porta Festival, dat tweejaarlijks plaatsvindt. Pisket zou een stripverslag van het festival maken.

Halfdan Pisket. Foto: Michael Minneboo

Daarna toog ik naar het Stripmuseum om de expositie over Coverkunst te bekijken en die over stripmaker Gipi.

Na afloop dronk ik koffie met Rachid, mijn gastheer die middag. Hij spreekt vloeiend Frans en Arabisch, en een beetje Nederlands en Engels. We spraken dus in drie verschillende talen met elkaar. Omdat we welwillend naar elkaar waren, lukte het ook nog om elkaar te begrijpen. Ik vond dat een boeiend gesprek omdat we het veel over zijn geloof hebben gehad. Ik wilde bijvoorbeeld weten hoe hij nu weet waar Mekka zich bevindt als hij moet bidden, maar daar is dus gewoon een app voor die de richting aangeeft. Rachid vertelde me ook dat veel moslims het erg moeilijk hebben met het feit dat de extremisten aanslagen plegen uit naam van de islam. Eigenlijk zijn ze dus net zo goed slachtoffer van deze aanslagen, omdat mensen hen vaak ervoor aankijken.

Stripmuseum Brussel

Ik realiseerde me door dit gesprek dat ik in Nederland bijna nooit met moslims praat en verdomd weinig over hun geloof weet. Nu vermoed ik dat dit voor veel Nederlanders geldt, wat deels het effect verklaard van de angstcampagne die Geert Wilders al jaren voert. We moeten meer met elkaar rond de tafel zitten, volgens mij wordt de wereld daar beter van.

Nu moet ik wel zeggen dat ik als atheïst moeite heb met het geloof in het algemeen, maar voor mij is het waarschijnlijk net zo moeilijk voor te stellen dat mensen een god in hun leven ervaren, als het voor hen is om zich voor te stellen dat ik dat niet ervaar.

Mooi werk van Gipi.

Als laatste zocht ik nog even stripmaker Judith Vaninstendael op die in Beursschouwburg voor het Passa Porta Festival zat te tekenen. Mensen mochten haar een vraag stellen, die zij dan probeerde te beantwoorden met een tekening. Toen ik erbij stond, vroeg een studente of Vanistendael problemen had in de stripwereld omdat ze een vrouw was. Dat klopte wel, vond Judith. Vrouwen worden anders behandeld dan mannen. Op de achterflap van een boek waar ze samen met een man aan werkte, liet de uitgever namelijk zetten dat Judith drie kinderen had, terwijl over de vijf kinderen van de man geen woord werd geroerd. Vrouwen worden dus anders bekeken en natuurlijk niet alleen in de wereld van de strip.

‘Je kunt de vraag ook omdraaien,’ opperde ik. ‘Heb je wel eens voordeel gehad van het feit dat je vrouw bent?’
‘Dat komt vaker voor, zei Judith. Omdat er minder vrouwen zijn die strips maken dan mannen wordt ze vaker uitgenodigd voor festivals bijvoorbeeld.

Beursplein

Ik kom binnenkort nog uitgebreid terug op de exposities, want daar valt een hoop over te vertellen en te laten zien. Wat een bezoek bij Brussel altijd bij mij aanwakkert is het gevoel dat we allemaal wereldburgers zijn. We moeten het allemaal doen op deze kleine planeet en we moeten het allemaal met elkaar doen. Van welke cultuur je komt en welke taal je spreekt, doet er niet zo heel veel toe, zolang je maar bereid bent tot dialoog. Dat inzicht krijg ik eigenlijk vaak alleen als ik op reis ben, en niet als ik de wereld aanschouw vanuit thuis, via sociale media of oude media.

Recensie: Pelgrim of niet?

Sunday, August 2nd, 2015

Judith Vanistendael maakte de voetreis naar Santiago de Compostela die ieder jaar wordt afgelegd door duizenden pelgrims, gelukzoekers en wandelaars. Haar dagboekaantekeningen zijn nu door Oog & Blik/De Bezige Bij uitgebracht.

Wie zijn vakantie thuis viert, kan altijd reisboeken gaan lezen om in de voetsporen van andere reizigers weg te dromen. Zelf ben ik nogal gecharmeerd van Carnet de voyage, het reisdagboek van Craig Thompson dat hij in 2004 bijhield toen hij drie maanden lang door Frankrijk, Barcelona, de Alpen en Marokko reisde. Er staan prachtige tekeningen in en een persoonlijk verslag van zijn reis dat het particuliere overstijgt en dus ook voor de lezer interessant is. Ik heb het reisverslag van Maaike Hartjes en Mark Hendriks over Hong Kong ook met veel plezier gelezen, evenals de boeken van Guy Delisle, die geregeld in andere oorden in de wereld verblijft. Door die boeken leer je andere culturen beter kennen en leer je iets over vreemde landen. Dat is bij Pelgrim of niet? Een voettocht naar Santiago niet het geval.

Judith Vaninstendael is een getalenteerd stripmaker. Ik vond haar De maagd en de neger goed, en Toen David zijn stem verloor vind ik een prachtige strip over wat het effect is als een naaste doodziek wordt. Ze vertelt hoe ieder op zijn eigen wijze omgaat met de naderende dood. Toen ik haar over dit boek interviewde vertelde Judith: ‘Ik ben niet zo van “De Grote Waarheid”. Wat ik boeiend vind aan fictie is dat je verschillende waarheden kunt weergeven, verschillende realiteiten en visies. Ik denk dat het me daarom zo aanspreekt. Maar in het volgende boek doe ik dat niet meer, want het is heel veel werk.’

Je zou kunnen zeggen dat Pelgrim of niet? Een voettocht naar Santiago een kleine waarheid is, Judiths waarheid. Het is een verzameling van indrukken en introspecties van Vaninstendael, die zich op haar reis voornam iedere dag een illustratie te maken.

Soms leidt dat tot een belangrijk inzicht:

pelgrim-1Ik had soms wel moeite om Vanistendaels schoolschrift te lezen. Vooral de aantekeningen in de illustraties.

Pelgrim of niet? Een voettocht naar Santiago geeft een aardige indruk van wat je meemaakt als je een wandeling van 900 kilometer onderneemt. Sommige illustraties vind ik mooi, anderen vooral functioneel: ze zijn er om een detail van de reis weer te geven, maar springen er qua compositie of uitvoering niet uit.

Deze illustratie bekoort mij in het bijzonder omdat het enerzijds zo alledaags tafereel is, maar door de bergen op de achtergrond iets romantisch of dromerigs krijgt:

pelgrim-waslijnDat gezegd hebbende en zonder Vanistendaels ervaring te willen bagatelliseren, vind ik het resultaat voor mij als lezer enigszins mager. De vertelling blijft mijns inziens te veel in het particuliere hangen en heeft voor deze lezer daarom weinig zeggingskracht. Het is vooral een leuk boekje voor bekenden van Vanistendael en mensen die zelf deze tocht hebben ondernomen. Ik hoop daarom ook dat Vaninstendael binnenkort weer met een goed stripverhaal komt.

Stripblog: Steun voor stripvrouwen

Tuesday, August 28th, 2012

Twee jaar geleden sprak ik met Natasja van Loon over haar plannen om stripslezen onder vrouwen te promoten. Volgens Van Loon lezen veel te weinig vrouwen strips. Ik zal haar binnenkort eens vragen hoe het gaat met de campagne, ondertussen kwam ik vandaag op een tumblr-blog die de seksistische verbeelding van vrouwen in comics tegen wil gaan en zijn steun wil betuigen voor de strippersonages die het stereotype beeld van de rondborstige heldin, tegenspreekt.

Men reading women in comics blogden het volgende statement:

This Tumblr aims to debunk the myth that men aren’t interested in reading strong, diverse and interesting women in comics – either as characters or creators.

The Big Two (Marvel Comics en DC, MM) want you to believe that all we’re interested in are inflatable tits,talking ass, and seeing those things on the same body. At the same timeFacing in the same direction.

They also seem to think that when we’re not drooling over the impossibly alarming anatomy prevalent among our flagship heroines, we like nothing more than a right old sausage fest of chest-beating and willy-waving from both our testosterone-fuelled heroes and the men who write them.

Forgive them, they don’t seem to have checked us out in the last, I don’t know, 50 years or so.

Ook zouden de mannen graag meer vrouwen in de industrie aan het werk zien.

Hoe gaan ze actievoeren? Vandaag dinsdag 28 augustus is het Read Comics in Public Day en dus vragen de bloggers om jezelf op de foto te laten zetten terwijl je een van je favoriete stripheldinnen leest. Die foto’s worden dan weer op het blog gepost. Ook mag je erover twitteren of vloggen.

Nu ben ik het niet helemaal met de bloggers eens: Marvel en DC hebben in hun stal ook goed uitgewerkte en interessante vrouwenpersonages. Ik geef toe dat de meeste daarvan playboyproporties hebben, dat wel. Maar hetzelfde geldt ook voor de mannelijke personages: gespierde en overdreven geproportioneerde lichamen horen nu eenmaal bij het genre van de superheldencomic. Desalniettemin ben ik de beroerdste niet en ga ik ook graag op de foto met een van mijn favoriete heldinnen:

Ik ben immers voor boeiende strippersonages met psychologische diepgang, ongeacht hun geslacht.

Overigens had ik ook een strip als Spider-Girl kunnen lezen, of werk van Maaike Hartjes, Barbara Stok of Judith Vanistendael in mijn hand kunnen houden, maar die kennen onze Amerikaanse vrienden waarschijnlijk niet.

Check: Men reading women in comics.

 

Dit is de tweede aflevering van de nieuwe reeks Stripblog, waarin ik interessante blogs over strips onder de aandacht breng. Lees hier aflevering 1.

Judith Vanistendael: ‘Ik ben niet zo van “de Grote Waarheid”‘

Monday, February 20th, 2012

De Vlaamse stripmaker/illustrator Judith Vanistendael (Leuven, 1974) brak door met het semi-autobiografische tweeluik De maagd en de neger. Nu is er de striproman Toen David zijn stem verloor waarin het titelpersonage kanker krijgt. Op indringende wijze vertelt Vanistendael hoe David, zijn vrouw en twee dochters omgaan met deze slopende ziekte.

Waarom wilde je dit verhaal vertellen?
‘Ik wilde uitdrukken hoe mensen omgaan met een naderende dood en ik wilde een soort analyse maken van hoe mensen van verschillende leeftijden reageren als ze geconfronteerd worden met iets heftigs als kanker. Die thematiek ligt me zeer nauw aan het hart. Toen ik een verhaal zocht voor het nieuwe boek, was er in mijn naaste omgeving sprake van een soort kettingreactie van kanker. De directe aanleiding was het feit dat de vriend van mijn moeder overleed aan keelkanker, maar het verhaal is volledig bedacht en niet autobiografisch.’

Hoe heb je je ingelezen?
‘Een KNO-oncoloog in Brussel heeft me veel geholpen. Hij verschafte mij achtergrondmateriaal, legde het hele ziekteproces uit en de operaties. Bijvoorbeeld hoe een strottenhoofd operatief wordt verwijderd. Daarnaast heb ik veel op het internet opgezocht en heb ik tijdens mijn bezoeken in het ziekenhuis veel geobserveerd en geschetst.’

Je hebt als research ook een voetreis ondernomen naar Santiago de Compostela.
‘De oudste dochter Miriam maakt die pelgrimstocht, ik wilde ervaren hoe dat was. Uiteindelijk is het een minder groot element in het verhaal geworden dan gepland. De tocht was niet relevant voor hetgeen ik uiteindelijk wilde vertellen. Reizen is wel een belangrijk thema in het boek. De hele striproman is eigenlijk een grote reis naar de dood; daarnaast maakt ieder personage een bepaald soort reis. David maakt bijvoorbeeld alleen reizen in cirkels, die zeilt altijd op de meren van Berlijn. Zijn jongste dochter Tamar maakt een reis in haar fantasie.’

Judith Vanistendael door Judith Vanistendael.

Wederom heb je een verhaal gemaakt dat uit verschillende perspectieven verteld wordt.
‘Ik ben niet zo van “De Grote Waarheid”. Wat ik boeiend vind aan fictie is dat je verschillende waarheden kunt weergeven, verschillende realiteiten en visies. Ik denk dat het me daarom zo aanspreekt. Maar in het volgende boek doe ik dat niet meer, want het is heel veel werk.’

Waarom letter je de tekstballonnen zelf?
‘Omdat bij het beeldverhaal de tekst een integraal deel uitmaakt van de tekening. Ik vind dat je die twee niet los van elkaar kunt zien. Ik letter ook vaak de buitenlandse versies zelf. Dat vind ik heel belangrijk, omdat tekst bijna een soort tekening wordt. Daar kun je niet een willekeurig lettertype op smijten. Maar volgens mijn uitgever ben ik ook wel een controlefreak.’

Judith Vanistendael: Toen David zijn stem verloor, Oog & Blik/De Bezige Bij.

Dit artikel is in VPRO Gids #6 gepubliceerd.

Bloggende stripmakers

Thursday, January 19th, 2012

Illustratie: Emma Ringelberg

Blogs van stripmakers, ik ben er dol op. Volgens mij is een bloeiende site onontbeerlijk voor een stripmaker. Je bent als stripmaker immers ook gewoon zelfstandig ondernemer en moet je werk onder de aandacht brengen. Een blog is daar een goed medium voor. Zelf vind ik het altijd erg boeiend als een stripmaker via een blog je een kijkje op zijn tekentafel gunt.

Het blog van Peter Pontiac wordt zo nu en dan door de stripmaker van verse inhoud voorzien. Collega Fred de Heij blogt er bijna iedere dag nog vrolijk op los. Ook Marq van Broekhoven is voorzichtig begonnen met bloggen.

Hallie Lama houdt al jaren zijn Walhallie bij. Een cartoonblog waar hij welhaast iedere dag de bezoeker op een versche cartoon of krabbel trakteert. Hij is daarnaast begonnen met het blog Lama’s kunnen niet typen. Die titel klopt als een zwerende vinger, ware het niet dat Hallie toch aardig zijn vingers weet te roeren en daarmee nog wat zinnigs weet te zeggen over strips en film.

Robert – Dandy – van Raffe schrijft ook geregeld iets bij op zijn blog. Ook Aimée de Jongh blogt al jaren. En Rood Gras Rob van Barneveld natuurlijk.

Aanstormend talent Emma Ringelberg is nog steeds te vinden op Falling Monkey.

En gelukkig weet Merel Barends ook al een tijdje mooi nieuw werk te publiceren op haar blog. Ik heb haar jaren aan het hoofd gezeurd dat ze eens moest gaan bloggen en het ziet ernaar uit dat ze de blogkoorts nu goed te pakken heeft. Ze heeft daarnaast ook een schoon online portfolio.

Mars Gremmen, de grootste aanwinst van de Nederlandse Mad-redactie, is ook op het internet niet te stuiten.

Ook oude rotten als Maaike Hartjes, Albo Helm en Eric Heuvel zijn op het web te vinden. Al mag Eric wel weer eens in de pen klimmen. Wat dat betreft doet naamgenoot Erik de Graaf het beter.

De Lamelossers weten ook heel goed hoe ze hun werk moeten promoten via een blog.

Zelfs stripfiguur Plunk heeft zijn eigen blog. En nu we toch in België zijn aanbeland: Judith Vanistendael, waar recent nog het prachtige album Toen David zijn stem verloor, op de markt kwam, blogt op een wordpress. Noodgedwongen overigens, want een onverlaat heeft haar domeinnaam geregistreerd en plaatst er helaas alleen maar meuk op.

Brecht Evens kun je overigens ook vinden op een eigen blog.

Ik weet het: deze opsomming van bloggende stripmakers is nog lang niet compleet. Maar het is een begin. Wil je nog graag mensen toegevoegd zien, ga dan lekker los in het reactieformulier hieronder.

Het is weer tijd voor Strip Turnhout!

Thursday, December 8th, 2011

Dit weekend, op 9, 10 en 11 december vindt de 19de editie van het Strip Turnhout-festival plaats. Het grootste en oudste stripfestival van België. En wat mij betreft ook een van de leukste stripfestivals van de Lage Landen. Het belooft een mooi weekend te worden.

Groot-Brittannië is gastland dit jaar. In samenwerking met The British Council nodigt de organisatie tal van tekenaars en uitgevers van over het kanaal uit om zich tijdens het festival aan het Vlaamse publiek voor te stellen. Strippublicist Paul Gravett, ook organisator van het Londense Comica-festival, treedt op als curator. Posy Simmonds, de grand old lady van de Britse strip, is eregast op het festival. (Daar ben ik zelf in het bijzonder blij mee; ik spreek haar zaterdag uitgebreid voor een artikel in de VPRO Gids.) Behalve Simmonds zullen nog tal van andere Britse stripmakers hun opwachting maken in Turnhout.

De andere eregasten van het festival zijn Merho en Steven Dupré (1967). Dupré stripmaker ontvangt op zaterdag 10 december uit handen van Vlaams cultuurminister Joke Schauvliege de Bronzen Adhemar/Vlaamse Cultuurprijs voor de Strip. Dit is de hoogste onderscheiding in de wereld van het Vlaamse beeldverhaal. Aan de prijs die al sinds 1977 wordt uitgereikt is een beeldje van Marc Sleens Adhemar (naar een ontwerp van Frank-Ivo Van Damme) en een geldbedrag van 12.500 euro verbonden. Dat bedrag moet toch genoeg zijn voor een rondje voor de hele zaak, dunkt mij.

En niet vergeten: Michiel van de Pol krijgt zaterdag ook de Willy Vandersteenprijs uitgereikt.

Ik ben in het bijzonder benieuwd naar het programma-onderdeel strips op het podium. Zoals ‘De Vlaamse strip in het buitenland – succesvol of niet?’
Steven Dupré, Mara Joustra van uitgeverij Oog & Blik en Els Aerts van het Vlaams Fonds voor de Letteren praten over het succes van de Vlaamse strip in het buitenland.

En ook ‘Strips en de nieuwe media: vriend of vijand?’ lijkt me boeiend.
Hoe moet de stripwereld omgaan met de nieuwe media. En wat is de toekomst van strips op papier? Canan Marasligil bevraagt hierover de Britse stripauteur Kevin O’Neill, webcomicartist Daniel Merlin Goodbrey en Johan De Smedt, hoofdredacteur strips van Standaard uitgeverij.

Er zijn tijdens het festival in de stad Turnhout verschillende tentoonstellingen te bezichtigen. Zoals ‘Anima Eterna’ van Judith Vanistendael en ‘Allemaal Beestjes’ van Marc Sleen in het restaurant Cachet de Cire en het Natuurpuntmuseum. Een overzicht van de expo’s vind je hier.

Ook leuk: Marq van Broekhoven doet zijn Jodocus Show. Hij leest voor uit zijn werk en kruipt in de huid van verschillende personages. Het eerste album van Jodocus de Barbaar zal dit weekend ook gepresenteerd worden. Zelf hoop ik nog een paar interessante smallpress-boekjes te scoren.

Net als in 2009 zal er een unieke stripveiling gehouden worden. De opbrengst van deze veiling gaat integraal naar Sensoa, het Vlaams service- en expertisecentrum rond seksuele gezondheid en hiv.

Nou ja, dit is nog maar het topje van de spreekwoordelijke stripberg. Bekijk de site van Strip Turnhout voor alle details.

Driemaal Nieuw Gehoer
Ik ga dit jaar voor de derde keer naar Turnhout. De voorgaande jaren waren erg leuk en de ontmaagding van Studio Nieuw Gehoer staat me nog helder voor de geest. Overigens wordt de site van Nieuw Gehoer al jaren niet meer geüpdatet, maar de heren van dit bijzondere collectiefje zijn natuurlijk wel aanwezig. Sommigen brengen ook boekjes uit.