Categorieën
Bloggen

Bloggen met de billen bloot

Illustratie: Emma Ringelberg

Pseudoniemen kunnen functioneel zijn. Soms klinken ze spannend, soms is een pseudoniem beter dan de knullig klinkende echte naam van de schrijver. Voor sommige publicisten die stevige uitspraken doen, is het soms veiliger om onder een valse naam te publiceren. In het huidige klimaat waarbij de vrijheid van meningsuiting is geclaimd door domrechts is het wellicht beter om politiek gevoelige uitspraken onder een schuilnaam op je blog of Twitter te publiceren.

 

Toch hou ik niet van pseudoniemen in de sociale omgang. Van artiesten en kunstenaars accepteer ik het meteen, daar niet van, maar als je vriendjes met me wilt worden op Facebook, wil ik toch graag weten wie er achter de naam schuilgaat.

In den beginne van het Web gebruikten veel mensen pseudoniemen. Ik zelf ook, al was al redelijk snel bekend dat Michael Minneboo en Mike’s Webs dezelfde waren. Dat kwam natuurlijk vooral omdat ik op een gegeven moment mijn eigen naam onder de posts zette.

Tegenwoordig moeten we eigenlijk gewoon met de billen bloot bloggen, vind ik. Bovenstaande uitzonderingen daargelaten uiteraard, maar als je blogt over dingen die je interessant vindt of wilt dat mensen je als autoriteit serieus nemen, blog dan lekker onder je eigen naam.

Sinds ik op MichaelMinneboo.nl blog en mensen duidelijk weten met wie ze te maken hebben, krijg ik geregeld leuke klussen aangeboden. De naamsbekendheid groeit door sympathieke retweets of door blogs die voortborduren op wat ik heb gepubliceerd.

Als je over privé-zaken schrijft en alleen maar vrij kunt bloggen als je je eigen naam niet gebruikt, prima, gebruik dan een schuilnaam. Maar ben je nieuw op het blogveld en wil je ‘naam’ maken, gebruik dan vooral je echte naam.

Er is nog een andere belangrijke reden om onder je eigen naam te bloggen: je moet staan voor wat je schrijft. Het zijn jouw woorden, jouw ideeën, jouw beweringen, jouw video’s, jouw foto’s. Kortom: je blog is jouw visie op de wereld. Bloggen doe je met overgave en passie. Het is een persoonlijke bezigheid. Persoonlijker kan bijna niet. Met bloggen zeg je: dit ben ik. Take it or leave it! Waarom zou je je dan verschuilen achter een masker? Als je een mooi stuk hebt geschreven en je publiceert dat met een tevreden gevoel, dan mag je dat best met trots ondertekenen.

Kortom, beste blogger: Aangenaam kennis te maken!

Hoe denk jij over het bloggen onder pseudoniem? Gewoon doen of is het achterhaald?

Categorieën
Boeken Video

Video: Boeken zijn.. wonderlijk!

Illustratie: Merel Barends

Ik ben dol op papieren boeken. Eerder schreef ik al over wat strips voor mij zo boeiend maakt, op het blog van Edwin Mijnsbergen vond ik onderstaande video waarin de lofzang op het boek gezongen wordt. En terecht, want boeken zijn heerlijke dingen. Kijk maar:

De video is gemaakt door een medwerker van webwinkel AbeBooks als respons op de Faceboekpagina ‘I hate reading’ waar inderdaad haast niets te lezen valt:

Here at AbeBooks – we love books. We have a passion for books and this video shows it. Created by Lindsay Thompson, an account manager in our Victoria office, this video illustrates all the wonderful things about books. This is our official response to the ‘I Hate Reading’ Facebook page, if you love reading as much as we do comment or like this video. Long live the book.

Ik vind deze webvideo een mooi voorbeeld van protesteren.

Categorieën
Bloggen

Je blog als notitieblok

Illustratie: Emma Ringelberg

De laatste weken is er een leuke discussie, noem het dialoog, gaande tussen verschillende bloggers die ik graag volg. Daarin overheerst een nostalgisch gevoel waarin we terug willen naar hoe het bloggen ging voor de komst van sociale media. Je blog als centraal punt van al je activiteiten.

Nu kun je niet zo maar terug in de tijd en in principe hoeft dat ook niet: je kunt sociale media inzetten, maar dan moet je wel accepteren dat de discussie over wat je te zeggen hebt op verschillende plekken kan plaatsvinden.

Karins aanpak om op elkaar te reageren via blogposts spreekt me erg aan. Een eigen tekst bied je de ruimte om genuanceerd op iemand te antwoorden. Onder blogpost reageren is ook goed natuurlijk, zolang de reactie maar aan het blog gekoppeld is. Op Twitter verwaaien reacties veel sneller dan op een blog.

De laatste tijd voel ik behoefte om korte en krachtige posts te schrijven. Om mijn blog als een soort notitieboekje te gebruiken.

Dat wil zeggen: korte posts met een enkele observatie, een plaatje of video met een tekstje. Een korte recensie, een los idee, één gedachte – hup op het web. Blogpost hoeven wat mij betreft ook geen afgerond geheel te vormen, maar kunnen een work in progress zijn. Een schets, een opzetje dat later tot meer kan leiden.

Ik hoor doorgewinterde bloggers al denken dat zij al jaren doen wat ik hierboven beschrijf. En dat is natuurlijk ook zo. Het is Old Skool bloggen. Ik schrijf het hier op om mezelf er weer eens aan te herinneren.

Het blog als notitieblok. Daar was ik in het begin van michaelminneboo.nl huiverig voor, want het blog zit vast aan mijn portfolio-site. Voor potentiële nieuwe opdrachtgevers wil je als freelancer een zo goed mogelijke indruk maken. Maar daar heb ik in principe ook een archief voor aangemaakt waar ik een selectie plaats van de artikelen die ik in opdracht heb geschreven.

Een blog moet léven. Je moet er ideeën kunnen uitspreken en toetsen. Laten zien wat je bezighoudt, wat je fascineert.

Dus niets staat me meer in de weg om het vanaf nu anders aan te gaan pakken.

Categorieën
Bloggen

Facebook: Vind ik (niet meer) leuk

Illustratie: Emma Ringelberg

Zondagavond heb ik eindelijk The social network van David Fincher gezien. Een fantastische film over de ontstaansgeschiedenis van Facebook.

Mark Zuckerberg, de creator van ’s werelds meest gebruikte sociale netwerk, wordt hierin neergezet als een contactgestoorde nerd. Geen aardige jongen die wraak neemt op zijn ex-vriendinnetje door allerlei nare feiten over haar te bloggen. Volgens The social network was het concept van Facebook niet alleen het idee van Zuckerberg, al claimde hij later van wel. Ook zette hij zijn beste vriend en compagnon ook zakelijk flink te kakken. Ik vind het een boeiend gegeven dat het ontstaansproces van Facebook, een sociaal netwerk dat draait om het in contact blijven met je vrienden, juist een breuk veroorzaakte tussen twee beste vrienden.

Aangenomen dat de filmmakers niet te veel afwijken van wat werkelijk heeft plaatsgevonden zal ik Zuckerberg niet snel een vriend-invite toesturen. Sterker nog: ik twijfel sowieso of ik wil blijven facebooken of dat ik het social netwerkboek voorgoed zal sluiten.

Ik ben het namelijk met Karin Ramaker eens dat ik  mijn blog zie als het centrum van al mijn activiteiten. Mijn blog is mijn online thuis. Hier ben ik altijd te vinden. Hier wil ik alles vertellen wat ik te zeggen heb. Dit is Michael Minneboo central.

Door de opkomst van sociale netwerken en applicaties als Twitter is de communicatie tussen webgebruikers verspreid geraakt. Mensen microbloggen op Twitter, statusupdaten op Facebook en reageren op linkjes naar blogs op de plek waar het linkje staat en vaak niet meer onder de blogpost zelf.

Dat laatste heeft tot gevolg dat je constant op verschillende plekken met je lezers aan het communiceren bent. Je moet dus overal aanwezig zijn. Daarbij mis je het overzicht van alle reacties onder je blogpost omdat ze overal staan.

De oplossing ligt voor de hand: geen linkjes meer plaatsen op Facebook en Twitter. Alleen scheelt dat wel een hoop bezoek, want als je het niet op Facebook aankondigt, komen veel lezers niet meer naar je blog.

Het is een dilemma waar ik nog geen oplossing voor heb bedacht.

Volledig stoppen met Facebook? Ik twijfel nog. Op zich zou het privacyprobleem al een goed argument zijn om ermee te kappen. Toch heb ik  ook lol veel lol van de korte gesprekjes die er ontstaan, de grappige dingen die mensen plaatsen en de informatie die ik als stripjournalist vergaar bij de pagina’s van stripmakers en uitgeverijen.

Karin wil graag terug naar hoe het vroeger was:

Als het gaat om bloggen en het blog als centrum zien zou ik liever een permanente blogrevival zien. De discussies, de vragen, de complimenten, de aanvullingen, ja zelfs de verongelijkte verwarringen zijn onmisbaar.

Ik sluit me bij Karin aan, maar vraag me af of we nog terug kunnen. Het gros van de lezers zal het wel prima vinden hoe het nu gaat. Het is ook lekker makkelijk reageren via Twitter, etc. Nou ja, laat ik in ieder geval zelf het goede voorbeeld geven en weer reacties achterlaten onder de betreffende blogpost.

Ik nodig hierbij mijn lezers uit om hetzelfde te doen.

Update 2 augustus 21:00 uur
Inmiddels heeft Karin een vervolg geschreven waarin zie dieper ingaat op de vraag wel of geen social media te gebruiken om haar blog te promoten. Leuk dat we zo op elkaar reageren via blogpost. Dat houdt deze kwestie in ieder geval gecentreerd op de blogs zelf.

Categorieën
Bloggen

Levert al dat bloggen en twitteren ook opdrachten op?

Illustratie: Emma Ringelberg

Recent interviewde ik componist/blogger Marco Raaphorst over bloggen. Tijdens het interview vertelde Marco ook iets over jezelf promoten op het web. Die quote is uiteindelijk niet in de video terechtgekomen, maar ik vond hem wel interessant:

Ik merk zelf dat ik als zelfstandig ondernemer veel gebruikmaak van sociale media. Ik twitter, faceboek en blog me suf. Natuurlijk omdat ik het leuk vind, maar ook om mijn werk te promoten. Bloggen  is een alternatieve manier van reclamemaken voor je bedrijf: je laat zien wat je doet en kunt. Je betrekt mensen bij je werk.

Via je blogposts en twitter kun je jezelf als specialist profileren.

Daarbij geniet ik erg van de interactie die ontstaat bij de stukken die ik publiceer. Het verrijkt de stukken en brengt me vaak op nieuwe ideeën.

Toch is het ook wel schieten met hagel. Je kunt je stukken tweeten en aankondigen op verschillende plekken, maar levert dit ook opdrachtgevers op? Naamsbekendheid? Jazeker! Meer bezoekers? Ja, die ook. Dat zijn zeker positieve effecten te noemen die het bloggen leuk maken.

Ik ben benieuwd naar jullie positieve en negatieve ervaringen, bloggende ondernemers. Heeft je blog en facebook al tot concrete opdrachten geleid? En je stroom aan tweets, hebben die nog wat opgeleverd op dit vlak?

Categorieën
Daily Webhead Video

Video: 30 april

Geheel tegen mijn gewoonte in begaf ik me vandaag buiten de deur. Normaliter waag ik me niet tussen de meute tijdens Koninginnedag, maar vanmorgen vroeg bezocht ik even het Vondelpark. Daar was het vrijmarkt en inderdaad stond men hele inboedels, zelfverpakte chips in broodzakken en lauwe koffie aan te bieden. Ook werd er hier en daar een kunstje opgevoerd.

Wederom bleek Koninginnedag niet om Bea te gaan, maar om de handel. De Nederlandse handelsgeest, ooit met nostalgische woorden bezongen door oud-premier Balkenende, was springlevend in het Vondelpark.

Ik werd er droevig van. Al die kinderen die wellicht aan het einde van de dag teleurgesteld naar huis konden met al hun knuffels weer in de zak. Niemand had ze willen hebben. Of dat ene meisje met die blokfluit dat zich de hele dag een nieuwe Berdien Stenberg had gewaand, en voor al haar moeite 1,50 euro had verdiend.

Nou ja, misschien ook wel een goede les voor de kids. En om half tien leken ze er nog lol in te hebben dus wie weet hoe de rest van de dag zou verlopen.

Na 20 minuten begon het park al aardig vol te raken en had ik alweer genoeg van alle valse noten, krijsende kinderstemmetjes en serieuze handelaren – want die zaten er natuurlijk ook tussen. Het was dan ook tijd voor koffie & taart, want men verjaart over het algemeen maar eens per jaar.

Thuis stond het prikbord op mijn facebookpagina vol met felicitaties. Nu weet ik ook wel dat vrienden een automatische herinnering krijgen opgestuurd, toch vond ik het hartverwarmend om al die gelukwensen te lezen. Dat is jarig zijn in het tijdperk van social media.

Daily Webhead: 30 april from Michael Minneboo on Vimeo.

Categorieën
Strips

De Stripvrijplaats van Het Parool: een terugblik

Inmiddels staat op de strippagina, achter de PS in Het Parool, sinds 24 januari de cartoon The flying McCoys van de Amerikaanse broers Glenn and Gary McCoy. Daarvoor was die plek gereserveerd voor de Stripvrijplaats. Sinds begin oktober vorig jaar stond daarin iedere week een andere cartoonist. De makers ervan waren vaak lezers van de krant. Een terugblik met drie deelnemers.

De Stripvrijplaats stond op de plek waar eerst The Argyle Sweater te lezen was. ‘We vonden die strip niet meer zo leuk en wilden er iets anders voor zoeken,’ legt John Koning, artdirector van Het Parool, uit. ‘Het leek ons leuk om een oproep te doen aan de lezers, om te zien wat daar uit zou komen. Dat doen we wel vaker. In de zomer plaatsen we bijvoorbeeld een paar weken de rubriek ‘Beter dan Peter’: lezers mogen zelf teksten verzinnen bij een illustratie van Peter van Straaten.’ Op de oproep voor de Stripvrijplaats kreeg de redactie honderden inzendingen binnen. ‘Lang niet alles was publicabel, ik denk een op de tien, een op de twintig van wat er binnenkwam,’ zegt Koning. ’90 procent van de inzendingen was afkomstig van lezers, de rest van professionals.’

'Amsterdagen' door Mike Monaghan

Kritiek
De krant kreeg nogal wat kritiek vanuit de beroepsgroep. Stripmaker Sandra de Haan begon een speciale actiepagina op Facebook: stripmakers zouden geen gratis strips aan kranten moeten leveren. De Beroepsvereniging Nederlandse Stripmakers (BNS) stuurde een brief. De leden van de BNS wilden een signaal afgeven dat professionele stripmakers hun beroep niet meer kunnen uitoefenen als ze niet normaal betaald worden voor hun werk. Men had wel begrip voor het feit dat de budgetten voor strips steeds kleiner worden, maar hoopte dat de Stripvrijplaats-actie niet de norm zal worden. Koning: ‘We hadden de oproep in eerste instantie wat onhandig geformuleerd. Daardoor ontstond het idee dat we voor weinig geld altijd strips op de strippagina wilde hebben. Ik kon me de kritiek dus wel voorstellen.’

Professioneel cartoonist en stripmaker Djanko (Herman Jan Couwenberg) stuurde wel een paar oude cartoons, aangepast aan het formaat van de krant, in: ‘De ene tekenaar doet uit principe niet mee omdat hij het broodroof vindt, ik heb dit keer niet gekozen voor de principiële houding. Als vrijwilligersbijdragen de standaard worden bij kranten, zou ik dat als professioneel tekenaar niet leuk vinden. Het is natuurlijk wel een vak. Ik zag de Stripvrijplaats echter als een etalage voor mijn werk. Nu heb ik best een paar leuke plekjes om te publiceren, maar ben ik altijd op zoek naar een mooi podium.’

Djanko, die veel tekent voor vakbladen maar ook stand-up cartoons maakt tijdens seminars en congressen, geeft toe dat het moeilijke tijden zijn voor cartoonisten. Recent raakte hij enkele publicaties kwijt. ‘Mensen zijn wat minder trouw dan vroeger. Je wordt wat makkelijker in of uit een blad gezet. Dat is natuurlijk niet altijd prettig. Anderzijds freelance ik al twintig jaar, dus ik ben het wel gewend.’

Nu was het de Parool-redactie niet te doen om via de rubriek een nieuwe vaste cartoonist voor de krant te vinden, noch om zo eindeloos aan gratis strips te komen. ‘De stripvrijplaats is altijd als een tijdelijke rubriek bedoeld,’ zegt Koning. ‘Toen eenmaal duidelijk was dat het iets voor de lezers was, konden de meeste mensen daar wel mee leven. Sommigen vonden het niveau van de cartoons beneden peil en niet geschikt voor publicatie. Daarover kun je van mening verschillen. Om geselecteerd te worden moesten de cartoons een beetje leuk getekend zijn. Nog belangrijker: je moest erom kunnen (glim)lachen.’

Amsterdamse taferelen
Dit uitgangspunt sluit mooi aan bij de filosofie van Mike Monaghan wiens reeks Amsterdagen gepubliceerd werd in de rubriek. ‘Cartoons zonder humor, vind ik niets,’ zegt Monaghan. ‘De kracht bij cartoons ligt vooral bij de humor en niet zo zeer bij de tekenstijl. Een goede tekening is niets zonder een goed verhaal.’

De Engelse Monaghan woont reeds twintig jaar in Amsterdam. In het dagelijks leven is hij conciërge op een basisschool voor kinderen met leer- en gedragsproblemen, muzikant en illustrator van kinderboeken. Cartoons zijn voor hem een hobby, al geeft hij op zijn site drawingcartoon.net wel instructies in het maken van cartoons: ‘De boeken en sites over cartooning gaan altijd over tekentechniek. Ik vind dat iedereen die het wil kan tekenen. Ik wil mensen stimuleren om zelf een potlood op te pakken en dat ze het verzinnen van cartoonideeën gaan ontwikkelen.’

In de reeks cartoons Amsterdagen toont Monaghan in sfeervolle, tekstloze tekeningen enkele taferelen die de Amsterdammer bekend zullen voorkomen. Zoals een hondeneigenaar met een poepzakje die verwijtend wijst naar de hoop poep achtergelaten door de knol van een politie te paard. En een geparkeerde auto langs de gracht die aan alle kanten is ingesloten en onmogelijk kan uitparkeren. Monaghan: ‘Ik wilde niet de heftige, donkere kant van de stad laten zien, maar juist de luchtige kant. Als je er op gaat letten zie je dat het dagelijkse leven veel humor bevat. Dat vind ik prachtig om mee te maken.’

Cartoon van Joost van Praag Sigaar

Absurd
Joost van Praag Sigaar, freelance reclame copywriter, tekende zijn licht absurde cartoons speciaal voor Het Parool. ‘Ik heb met de Stripvrijplaats meegedaan om te zien of ik er tussen kon komen.  Het bedenken van dit soort grapjes ligt een beetje in de lijn van mijn werk. Op de middelbare school en tijdens mijn studie zat ik altijd tijdens de les te tekenen, tegenwoordig teken ik niet meer. Ik nam mezelf voor niet langer dan een week over de serie te doen. Een echte cartoonist moet immers ook iedere dag een cartoon kunnen afleveren.’

Van Praag Sigaar maakte een cartoon waarin een mannetje slaaf vrije chocolade eet en opmerkt dat hij toch iets mist. Een maatschappijkritisch statement van de reclamemaker? ‘Dat vind ik zelf een van de leukste, omdat er echt een grapje in zit. Maar hij is niet maatschappijkritisch bedoelt,’ zegt Van Praag Sigaar. ‘Slaaf vrij kun je op meerdere manieren uitleggen. Bijvoorbeeld dat er geen slaaf als ingrediënt in zit. Of dat het opeens niet lekker is als het niet door slaven gemaakt is. Het is dus eigenlijk onzin, maar je kunt het toch herleiden naar wat ik bedoel.’ In een andere cartoon verkondigt een doppinda aan zijn vader dat hij later een popster wil worden. ‘Nee jongen,’ antwoordt de ouder, ‘je wordt een doppinda, net als je vader.’ Van Praag Sigaar: ‘Ik hou ervan als dingen ontnuchterend zijn. Mensen nemen zichzelf vaak heel erg serieus en dan vind ik het wel grappig om daar een kleine voetnoot bij te plaatsen.’

Tragiek
In de cartoons van Djanko draait het vooral om een tragikomische kijk op het leven. In een cartoon staat een spookrijder vast in de file. In een andere wordt een zelfmoordenaar, die met een touw om zijn nek op het punt staat om de stoel onder zijn voeten vandaan te duwen, aangesproken door een vrouw: ‘Mag ik die stoel, of heb je hem nog nodig?’ Djanko: ‘Ja, die is heel triest. Ik hou zelf erg van een tragische ondertoon. Ik wil niet bewust kwetsen, maar ik wil wel met een glimlach de kern van een onderwerp raken. Blijkbaar heb ik een soort van universele humor. Een  breed publiek van jong tot oud vindt mijn cartoons leuk.’

De drie cartoonisten geven toe dat ze, behalve leuke reacties van bekenden en collega’s, tot nu toe niets aan de publicatie in de krant hebben overgehouden. ‘Ik kreeg in die periode wel een opdracht van vormgevingsbureau uit Amsterdam, maar ik kan niet zeggen dat dit iets met Het Parool te maken heeft,’ zegt Djanko. ‘De opdrachtgever noemde de krant wel, maar kende mijn werk al.’

Is volgens John Koning de Stripvrijplaats voor herhaling vatbaar? ‘Je zou het in de zomer vier weken kunnen doen en daar een plekje voor in de krant kunnen creëren. Ik zou het niet zo snel meer op de strippagina zetten, daar moet weer een permanente strip staan.’

Dit arikel is geschreven in opdracht van Het Parool.

Categorieën
Media

Ongevraagde discussies

Het voordeel en tegelijkertijd het nadeel van Twitter is dat iedereen kan reageren op wat je zegt. Gevraagd in de rubriek #durftevragen is dat prettig, maar ongevraagde reacties zijn dat lang niet altijd.

Toen ik laatst mijn ongenoegen over de gadgettaks van Stichting de Thuiskopie spuide, kreeg ik direct tegenspraak van een onbekende die het opnam voor Stichting de Thuiskopie. Dat was zijn goed recht, alleen had ik op dat moment helemaal geen zin in een discussie met een vreemde. Ik wilde gewoon even mijn ontevredenheid uiten, niet meteen de operatie van de stichting in kwestie minutieus behandelen in een verbaal treffen.

Ik heb de reageerder nog wel geantwoord om mijn standpunt duidelijk te maken, maar de volgende dag kwam hij wederom met een argument waaruit duidelijk bleek dat hij mijn mening niet had begrepen of had genegeerd. Zo krijg je een slepende discussie die nergens toe leidt en die nodeloos veel energie opslokt. En dat zie je wel vaker op Twitter, in commentformulieren en andere krabbelplekken op het web. Mensen roepen maar wat, spreken elkaar tegen of knikken vrolijk ‘ja’ en waar leidt het allemaal toe? Verloren tijd.

Oplossing: de twitteraar negeren. Of als ze toch doorgaan met je aan te spreken: blokkeren. Dat kan op twitter. Unfollowen zat er niet in, want ik volgde hem niet. Blokkeren lijkt een rigoureuze stap, maar die is altijd wel weer terug te draaien als je dat wenst. Het maakt de Twittertijdlijn soms lekker rustig.

Eigenlijk is het een vreemd verschijnsel dat onbekenden opeens met je in discussie gaan. Stel dat je met een vriend aan tafel zit in een café. Opeens komt er iemand bij staan en die mengt zich ongevraagd in het gesprek. Dat zou je waarschijnlijk niet pikken of de man vriendelijk vragen om op te hoepelen.

Mensen die je niet kent die zomaar met je in discussie gaan over van alles en nog wat. Mensen die het beter/slechter weten. Je krijgt online ook vaak ongevraagd advies. Soms kan daar best iets interessants tussenzitten, daar niet van. Maar vaak ook niet. En dan heb ik het nog niet eens over mensen die lopen te trollen op je site, Twitter of Facebook. Laatst kreeg ik een reactie onder een Facebook-bericht van een onbekende. Wanneer ik ‘nou es’ een bepaalde strip ging recenseren? Dat maak ik graag zelf uit, meneer.

(_)]
Soms verlang ik terug naar de tijd dat we gewoon simpel over koffie twitterden.

Categorieën
Strips

Stripvrijplaats in Het Parool leidt tot ophef onder stripmakers

Recent plaatste dagblad Het Parool deze advertentie. Inmiddels is er in de Nederlandse stripwereld aardig wat ophef over ontstaan. Deels omdat de strekking van de advertentie niet voor iedereen duidelijk was. Ik schrijf als freelancer voor deze krant en heb wat vragen gekregen over de aard van de advertentie. Dit is wat ik ervan weet.

Het gaat om een tijdelijk project. De oproep is bedoeld voor alle lezers van Het Parool. Iedereen mag dus reageren, ook professionele stripmakers. De uitgekozen aanmelders krijgen een week om op deze pagina te stralen. De aanmelders hebben deze week van Het Parool te horen gekregen of ze wel of niet worden geplaatst.

De plaatsing van het betreffende werk gaat niet gepaard met betaling.

Dit laatste stuitte een groep stripmakers tegen de borst. Sommige stripmakers zijn het beu om gratis hun werk aan te moeten bieden.

Het gaat al een tijd niet goed met de krantenmarkt. Het aantal plekken voor krantenstrips neemt af en de budgetten daarvoor ook. Krantenstrips mogen dus steeds minder kosten. Los van de krantenmarkt zijn er sowieso relatief weinig betaalde plekken voor strips in de Lage Landen en iets meer publicatiemogelijkheden in stripbladen. In dat opzicht is het natuurlijk prima dat een dagblad als Het Parool een plek aanbiedt. Ook al is dit tijdelijk. De meeste (kleine) stripbladen in Nederland die nieuw talent en doorgewinterde stripmakers graag een podium bieden, betalen overigens ook vaak niet voor publicatie.

Stripmaker Sandra de Haan, mijn collega van Zone 5300, startte een facebookpagina met dit onderwerp. Daarop staat het volgende te lezen:

Stripmakers zouden geen gratis strips aan kranten moeten leveren.
Hoe meer tekenaars gratis werk leveren, hoe meer dat de norm
zal gaan worden, zeker nu kranten financieel klem zitten. Ook Het
Parool heeft deze week 14 tekenaars uitverkoren een week lang gratis
voor ze te mogen werken (wie zijn dat?). Hoog tijd dat professionele
tekenaars eens samen een hele dikke rooie lijn gaan trekken…. Tijd voor een brief. Wordt vervolgd.

Wordt vervolgd inderdaad. Ik ben benieuwd hoe de actie van de stripmakers zich zal ontvouwen. Komt er een officiële reactie van de BNS, de Beroepsvereniging voor Nederlandse Stripmakers, bijvoorbeeld. Mijns inziens is dit een situatie waar deze organisatie juist voor in het leven is geroepen.

Daarnaast ben ik ook erg benieuwd naar wat er op de strippagina van Het Parool gepubliceerd zal worden. Het Parool is een van de weinige kranten in Nederland waar een hele strippagina in staat. Iets wat eigenlijk een vast onderdeel van iedere krant hoort te zijn, dunkt mij. Niet alleen hebben strips in kranten een duidelijke toegevoegde waarde, het is ook een mooi medium om mensen met strips in contact te laten komen. Ik hoop dan ook dat we de komende weken bijzondere bijdragen zullen zien op deze pagina.

Update donderdag 30 september
Vandaag kreeg ik een mailtje van Barbara van Beukering, de hoofdredacteur van Het Parool. Daarin schrijft ze het volgende:

De tekst in de oproep voor de vrijplaats kun je gerust misleidend noemen, daarvoor excuses.
Vanaf morgen staat er een heldere tekst in de oproep en zaterdag legt onze art director nog eens goed uit wat de bedoeling is in onze rubriek Daarom.

Dat zijn bemoedigende woorden. Ook komt er een nieuwe versie van de oproep in de krant waarin de bedoeling van de redactie duidelijker is opgeschreven. Wat de betaling voor het ingezonden werk betreft zegt Van Beukering:

Het is op zich niet raar dat we daar niet voor betalen. Mensen die brieven of opiniestukken op de pagina’s van het Laatste Woord schrijven, krijgen daarvoor ook niet betaald. Als we op termijn, de bron voor de stripvrijplaats is natuurlijk niet onuitputtelijk, een structurele oplossing zoeken, zullen we de dagelijkse cartoonist uiteraard wel betalen.

Update vrijdag 1 oktober
Vandaag plaatst Het Parool onderstaande nieuwe oproep. Dit keer staat er expliciet vermeld dat er geen financiële vergoeding tegenover staat.

Update zondag 3 oktober
Gisteren stond in Het Parool een verklaring van de redactie in de rubriek Daarom. Hierin wordt duidelijk uit de doeken gedaan wat het uitgangspunt is van de krant. Johan de Koning, art director van de krant doet  ook z’n zegje. De tekst geeft aardig weer wat ook hierboven staat.

Categorieën
Media

Facebook: Wat moet je er mee?

Soms vraag ik mezelf af: Facebook, wat moet je er mee? Eeuwen geleden heb ik Hyves afgeschaft om verschillende redenen en nu heb ik alweer sinds jaren een Facebook-account. Maar waarom eigenlijk. Wat doe ik ermee?

Eigenlijk niet zo heel veel, want veel van de functionaliteiten die Facebook te bieden heeft, gebruik ik al in andere applicaties. Voor directe communicatie met vrienden heb ik een voorkeur voor, nou ja, directe communicatie: bellen, afspreken of mailen. Op een goede tweede plaats komt Twitter en DM’s op Twitter. Dat werkt prima. De linkjes die mensen achterlaten op Facebook, kunnen wat mij betreft ook gewoon via Twitter. Aangezien het merendeel van mijn contacten ook een blog heeft, communiceren we vaak dubbel.

Ik gebruik Facebook zelf ook vaak om blogposts te linken en onder de aandacht te brengen. Dat genereert zeker traffic, hoewel je je mag afvragen hoeveel mensen die ‘ik vind dit leuk‘ hebben aangeklikt daadwerkelijk kennis hebben genomen van de blogpost.

Ik kijk wel eens op de Startpagina voor een overzicht van wat mijn vrienden allemaal uitspoken, maar met meer dan 100 contacten is dat vaak alweer zoveel informatie, dat ik het snel weer gezien heb. Daar komt bij dat veel FB-vrienden eigenlijk kennissen of zakelijke contacten zijn. Ik laat dus op Facebook niet het achterste van mijn tong zien – figuurlijk natuurlijk. Letterlijk krijgt alleen mijn tandarts het achterste van mijn tong te zien.

Om mijn Facebook-gebruik in kaart te brengen en om van anderen te horen wat ze er mee doen, besloot ik het van de week eens in de groep te posten. Dat leverde al een paar leuke reacties op:

Natuurlijk is daar de dialoog nog niet mee afgerond. Voel je vrij om hieronder je eigen twee centen aan de discussie toe te voegen.

Categorieën
Media

30 dagen zonder internet: No way!

Geluidskunstenaar en webvriend Marco Raaphorst heeft zichzelf dertig dagen lang verbannen van het internet. Dat zou ik nooit volhouden.

Marco Raaphorst heeft zichzelf een reeks strenge beperkingen opgelegd voor een periode van dertig (!) dagen. Hij zal zelf geen internet consumeren maar blijft wel bloggen. E-mail mag wel, blogjes lezen niet. Sites bekijken ook niet, tenzij het om een website gaat van een klant van hem. Want ook in die dertig dagen moet de schoorsteen blijven roken.

Raaphorst hoopt op deze manier minder afgeleid te worden, en meer te produceren. Eigenlijk een opmerkelijk uitgangspunt, aangezien Raaphorst een van de grootste voorstander is van bloggen en via het web met elkaar communiceren. Jammer dan ook dat hij nu een maand lang niet reageert op de reacties die men onder zijn blogposts zet.

Ik ben benieuwd hoe hij er aan het einde van deze periode over denkt.

Ik zou het niet kunnen. Ik kan eigenlijk al geen dag zonder interpret, laat staan een hele maand. Niet alleen voor mijn plezier gebruik interpret intensief, ook gewoon om mijn werk als journalist te kunnen doen.

Nu ben ik de laatste tijd fijn druk met het schrijven van allerlei artikelen over strips, waardoor het lezen van niet stripgerelateerde blogs er wel eens bij in schiet. En die mis ik dan wel. Het voelt dan alsof ik even geen contact heb met vrienden. Ik weet even niet wat er in hen omgaat, wat er speelt. Dat vind ik jammer.

Inspirerend
Daarbij wordt mijn brein gevoed door het internet. Veel online berichten en blogposts zijn voor mij een inspiratiebron. Ik doe er nieuwe ideeën op voor artikelen en vind er een oneindige stroom aan webvideo’s die als voorbeeld kunnen dien van hoe je een goede video maakt en vaak ook hoe je dat absoluut niet moet doen.

Ik begrijp wel wat Raaphorst bedoeld als hij zegt dat het web veel afleiding biedt. Dat is helemaal waar. Blogposts, twitter, Facebook, LinkedIn, webcomics, nieuwssites, noem maar op. Maar die afleiding kun je uitzetten wanneer je wilt. (Zie voor meer daarover een interessante blogpost van Peter de Kock.) Dan kun je je concentreren op waar je mee bezig bent. Daarvoor hoef je jezelf mijns inziens niet het hele internet te ontzeggen.

Dertig dagen zonder internet? Mij niet gezien dus.

Categorieën
Media

Eerst even voorstellen

Stel dat je nader kennis wilt maken met iemand die je op een netwerkborrel ziet. Bijvoorbeeld omdat die persoon je interessante informatie kan verschaffen, omdat je graag voor hem aan de slag wilt of gewoon omdat hij of zij je interessant lijkt. Geef je zo’n iemand dan je visitekaartje zonder jezelf even voor te stellen?

Natuurlijk niet.

Dat zou geen goede manier van contact leggen zijn. Gek genoeg is dit precies wat veel mensen doen via social media applicaties. Ik krijg de laatste tijd vriendverzoeken via Facebook van mensen die ik niet ken. Mensen die kennissen van kennissen zijn en graag vriendjes willen worden. Daar is op zich niets mis mee, maar de benadering gebeurt vaak via de standaardtekst die Facebook aanlevert.

Als ik dan uit nieuwsgierigheid op het profiel van de potentiële nieuwe ‘vriend’ klik, blijkt dat een deel van het profiel is afgeschermd waardoor ik nog niet dichterbij het onthullen van zijn identiteit ben. Onhandig.

Waarom nemen mensen niet even de moeite om zichzelf voor te stellen? Dat is toch een veel betere binnenkomer dan een onpersoonlijke standaardtekst van Facebook? Een korte zelfgeschreven boodschap zou al volstaan. ‘Hoi ik ben die en die en ik wil Facebook-vrienden worden omdat….’ We spreken niet voor niets over sociale media.

Hetzelfde geldt ook voor LinkedIn wat mij betreft. Twitter is daarin wel anders, want je kunt heel makkelijk gewoon iemand volgen. Daar hoef je geen vriendjes mee te zijn.

Voor mij hoeft het trouwens niet, die wildgroei aan kennissen op Facebook. Als je met iedere vage kennis facebook-vrienden wordt, dan verwatert je netwerk. Dan kun je net zo goed een Hyves-pagina aanmaken en gaan voor het hoogste aantal ‘vrienden’. Maar ik dacht dat we die hobby nu wel ontgroeid waren.

Bij een te groot netwerk raken bovendien de berichten die er wel toe doen, berichten van echte vrienden en anderen waar ik graag iets van verneem, begraven onder de informatiemassa. En dan mist het digitale smoelenboek mijns inziens zijn doel.