Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for September, 2006

Column: Beeldvorming en beschouwingen

Saturday, September 30th, 2006

Tijdens de Algemene Beschouwingen deze week bleef een echte confrontatie tussen Balkenende en Bos uit. Dat was ook te verwachten overigens. Balkenende weet ook wel dat het beter is om zich te beroepen op schijnbaar behaalde successen en niet de strijd aan te gaan met een frisse en redelijk ongeschonden tegenstander.

Toch waren er zeker interessante momenten. Op een gegeven moment kwamen de toestanden in de Zorg ter sprake. Balkenende merkte terecht op dat er inderdaad in veel verzorgingstehuizen onder de maat wordt gepresteerd. Het personeel is daar slechts ruim de helft van de tijd echt bezig patiënten te verzorgen. Maar, zo vertelde onze Grote Roerganger, er waren ook verzorgingstehuizen bij waar veel beter gescoord werd. Wel 70 % tot iets daarboven.

Mijn vrienden van de Oppositie vonden dit niet genoeg en eisten dat er meer geld zou komen voor de zorg. Balkende wilde niets horen van het bedrag dat Bos noemde en hield voet bij stuk: het zou raadzaam zijn om de goedlopende zorginstellingen als voorbeeld te nemen en zo te analyseren wat er mis was met de slecht draaiende te huizen voordat we weer blindelings geld gingen pompen in de Zorg.
Eigenlijk klinkt dat best logisch. Een goede analyse kan geen kwaad en wellicht levert dit kennis op die de andere zorginstellingen zou kunnen helpen de operatie soepeler te laten verlopen. Ik merkte tot mijn grote schrik dat ik voor het eerst in vier jaar eens was met de minister-president van dit koude kikkerland. (In dit geval slaat het woord ‘koud’ op de manier waarop ik de houding van dit kabinet interpreteer, maar dat even terzijde). Ik vond dat de Oppositie op dit punt te veel doorzeurde over het vrijmaken van meer geld voor de Zorg. (Al wil ik daarmee niet zeggen dat ik niet geloof dat die mensen beter betaald moeten worden, of dat een toename van het aantal personeelsleden niet zou helpen. Het verhaal van Balkenende zat echter goed en logisch in elkaar.) Die avond zonden verschillende actualiteitenprogramma’s een impressie uit van het debat. Alle typerende quotes van Balkenende werden op een rij gezet. Onder andere zijn uitspraak dat hij de VOC-mentaliteit miste in Nederland werd uitgezonden. Ook Balkenendes uitspraak: ‘Ik ben toch niet gek!?’ passeerde de revue. Door deze slimme montage werd het beeld van Balkenende geschetst dat we allemaal zo goed kennen: de man met het bord voor zijn hoofd, die, als een debat een beetje zwaar wordt, met het hoge stemmetje gaat beweren dat hij toch niet gek is. Toen ik deze montage zag, kon ik met alle eerlijkheid die vraag niet in het voordeel van de premier beantwoorden. Daar kan beter iemand uit de Zorg zich over buigen. Zo iemand die gekwalificeerd is om dwangbuizen uit te delen. Dankzij de beeldvorming, veroorzaakt door de montagesequentie, leek Balkenende een wauwelende idioot. Zo herkende ik hem weer. Ik voelde me gelijk een stuk beter. Het moment dat hij een besluitvaardig leider had geleken die een interessant punt maakte leek alweer ver weg. Kennelijk was mijn begrip voor onze premier een moment van zwakte geweest. Dankzij de goede editor van het actualiteitenprogramma werd ik op mijn dwaling gewezen.
Mijn dank daarvoor. Voor meer ongezouten politieke meningen, surf naar http://poliziek.nl.

Film: Machinima, een revolutie in animatie?

Tuesday, September 26th, 2006

De doe-het-zelf animator rukt op. Dankzij machinima is iedereen met een beetje verstand van games en film in staat zijn eigen animatiefilm te maken. Betekent dit een revolutie in animatie? In de eerste aflevering van de machinima-reeks Red vs. blue filosoferen twee bewakers van het rode team van het computerspel ‘Halo’ over de zin van hun bestaan. Waarom moeten ze eigenlijk de afgelegen rode bunker beschermen tegen het blauwe leger dat op zijn beurt weer een vesting bewaakt? Personages in een computergame die aan zelfreflectie doen is slechts een voorbeeld van de nieuwe richting die animatie in kan slaan.It’s all in the game
Machinima biedt voor iedereen met een goed idee de kans om een animatiefilm te maken. Machinima staat voor (korte) animatiefilms die met behulp van computergames worden gemaakt. De term is een samentrekking van machine, animation en cinema.
Er zijn twee manieren om machinima te maken. De eerste methode is het opnemen van zelfgespeelde gamescènes. Iedere gamer speelt met een karakter en laat deze ‘acteren’. Games met een eerste-persoonsperspectief (First Person Shooter) zijn hiervoor het meest geschikt, omdat daarin de ogen van een personage fungeren als camera. Bij deze beperkte vorm is de maker echter volledig afhankelijk van de mogelijke animaties binnen de game.
Filmmakers met meer ambitie en programmeerkennis werken op dataniveau. Bij veel games zijn extra gereedschappen beschikbaar waarmee nieuwe karakters en gebeurtenissen gecreëerd kunnen worden. De filmmaker programmeert de animatie en voert deze in de basisstructuur (de game-engine) van het spel in. Na het invoeren van de data zullen de figuren volgens het voorgeschreven script handelen. Ook kan de maker bijvoorbeeld zijn beelduitsneden bepalen en het decor ontwerpen.
Anna
Een van de beste voorbeelden van deze tweede manier is de korte animatie Anna gemaakt door Fountainhead Entertainment in 2003. Het is een sprookjesachtig verhaal over de levenscyclus van een bloem. Door de optimaal gebruikte muzikale score met geluidseffecten, expressieve bewegingen in de animatie en passende camerahoeken, wordt op levendige wijze een aangrijpende vertelling gecreëerd. Deze korte film werd gemaakt met het spel Quake 3. Interessant dat een spel waarin vernietiging centraal staat, de basis kan zijn voor een lieflijke film. Over het algemeen ontsnappen de machinima-films niet aan de game-esthetiek en zijn de animaties eenvoudiger dan het werk van echte filmstudio’s. De personages bewegen doorgaans houterig en hebben beperkte gezichtsuitdrukkingen. Daarom leunen machinima-films hevig op de soundtrack en expressieve dialogen.

Desondanks lijkt de belofte voor zelfexpressie groot. Zo is machinima tijd- en kostenbesparend. Anders dan bij oude technieken als stop-motion animatie, is bij machinima het resultaat meteen te zien. Een film als Tim Burton’s Corpse bride (2005) kost jaren om te maken: ieder beeldje wordt apart opgenomen en elke beweging van een pop moet met de hand worden gemaakt. Bij ingewikkelde 3D animaties, zoals de films Shrek (2001) en Monsters, Inc. (2001), hebben computers jaren nodig om alle details in het beeld te berekenen. De doe-het-zelf animator heeft geen leger van animators of grote computers nodig. Hij kan de films alleen of met een klein team maken. In dat opzicht biedt machinima dezelfde vrijheid als de komst van de digitale videocamera dat enkele jaren geleden deed voor onafhankelijke filmmakers (denk aan The Blair witch project uit 1999 van Daniel Myrick en Eduardo Sánchez).Quake movies
Machinima is niet van de een op andere dag ontstaan. De basis ligt in demoversies van games: de mogelijkheid om het gespeelde spel op te slaan en als een film af te draaien. De eerste machinima-films waren zogenaamde ‘Quake movies’, gemaakt met de game Quake uit 1996.
Het internet speelt een grote rol bij de verspreiding en vertoning van machinima. De films zijn te downloaden of via streaming video te bekijken. De meeste animaties worden daarom in korte episodes van zo’n vier minuten uitgebracht. De belangrijkste website is www.machinima.com. Daar zijn films, artikelen en handleidingen te vinden. Daarnaast organiseert de Academy of Machinima Arts and Sciences sinds enkele jaren een filmfestival in New York. Inclusief eigen Oscars, de Mackies. Deze Academy bestaat uit een selecte groep liefhebbers die de machinima-films onder de aandacht wil brengen.
Revolutie?
Machinima is interessant voor animatie- en gameliefhebbers. Of het gewone publiek warm loopt voor 3D-animaties op het internet moet nog blijken. Naarmate de techniek verbetert zullen de machinima-films er steeds beter uit gaan zien. Ook hebben makers steeds minder beperkingen op het pad naar cinematografische vernieuwing. Fabrikanten bouwen zelfs extra gereedschappen in hun games om machinima mogelijk te maken en er komen steeds meer computerprogramma’s die speciaal op de productie van deze films gericht zijn. Het is aan de makers zelf wat ze hiermee doen en of ze hun publiek weten te bereiken. Pas dan valt er te bepalen of machinima werkelijk een revolutie zal ontketenen.

Deze tekst verscheen eerder in De Filmkrant. Binnenkort meer over machinima.

Column: De jacht

Saturday, September 23rd, 2006

Afgelopen maand was het Lappendag in mijn woonplaats. Deze laatste dag van de kermis heeft traditioneel twee functies: 1) mensen struinen in marathontijd de markt af naar de leukste koopjes; 2) men zuipt zich een stuk in de kraag in de kroeg en probeert dit de hele dag vol te houden. Nu staan vrouwen over het algemeen bekend om hun kledingkoopjeszucht en mannen om hun drankzucht, maar als zorgvuldig observator van deze dag kan ik je vertellen dat beide seksen zich tegoed doen aan beide afwijkingen. Het is natuurlijk aangenaam dat hier speciaal een dag voor wordt aangesteld, maar eigenlijk is dat overbodig aangezien het bijna elke dag wel ergens in de wereld koopjesjacht is. Ik maak me er zelf ook schuldig aan, al beperkt mijn aanschafgedrag zich tot boeken, cd’s en strips.

Wat een heerlijk leven leiden we eigenlijk; een leven waarin de aanschaf van een nieuw product het hart vervult met een gelukzalig gevoel en waar de aanschaf van een nieuw kleinood de illusie weet op te wekken dat alles goed is in de wereld. Al duurt dit maar voor even, meestal tot het moment dat de aandacht getrokken wordt door een ander ‘onmisbaar’ product.

Lang heb ik mij afgevraagd waar deze verkoopzucht vandaan komt. Ik zou een heel verhaal kunnen vertellen over hoe mensen tegenwoordig niet meer worden opgevoed door hun ouders, dat kinderen spullen krijgen om het gebrek aan liefde en aandacht te compenseren. Dat zal ongetwijfeld voor een deel waar zijn, maar ik schrijf een column en geen woensdagavondfilm voor RTL-4. Nee, de echte oorzaak van koopzucht is een oerdrift die we al sinds mensenheugenis in ons dragen, namelijk: De Jacht. Omdat we nu niet meer op mammoeten, dodo’s of ander wildvlees hoeven en kunnen jagen, en vrouwen verslinden op de ouderwetse manier verboden is door alle overspannen feministen, moeten we onze pijlen richten op andere trofeeën.
Recentelijk werk ik gewezen op een album van de band The White Stripes. Op MTV passeerden enkele clips van deze band en ik vond ze goed en interessant klinken. Ik raakte geobsedeerd door de dwingende ritmes en de spaarzame orkestraties van de nummers. Dit frisse geluid mocht natuurlijk niet in mijn cd-collectie ontbreken.
Toch is daar altijd (kort) een voorzichtige afweging tussen inkomsten en uitgaven, waarbij de eerste categorie de grens van de tweede bepaalt en er duidelijke keuzen gemaakt moeten worden. Een nieuwe cd is belachelijk duur in Nederland, maar de echte muziekliefhebber wil toch een origineel in handen hebben en geen gedownload – door mp3-compressie vervormt – product. Een kort bezoek aan mijn favoriete cd-winkel maakte duidelijk dat de cd mij 16 euro ging kosten. Hm, misschien waren The White Stripes toch niet zo goed, bedacht ik. Hup, op naar de winkel die altijd tweedehands cd’s verkocht voor een aardige prijs. Helaas, de cd was er (nog) niet. Nu kan je altijd het internet opduiken en de cd misschien voor een lagere prijs vinden. Maar het is natuurlijk veel spannender om stad en land af te lopen om te zien of er ergens een goedkoop exemplaar te vinden is. De Jacht was dus nog niet over.
De Jacht: er is niets opwindender dan een maagdelijke bak met cd’s af te werken, waarbij ieder nieuw doosje de gezochte cd kan bevatten. Hartkloppingen van de oplopende spanning naarmate mijn vingers door de collectie van de winkel glijden. En dan het moment van grote euforie als de cd daadwerkelijk gevonden wordt, of het gevoel van spannend afwachten als dat niet het geval is. Om vervolgens het proces in een andere winkel te herhalen. Grappig genoeg is in veel gevallen de jacht op de cd interessanter dan het uiteindelijk hebben van de cd. Als ik The White Stripes in huis haal, dan luister ik in het begin steevast vaak naar de band, om ze vervolgens tussen de andere cd’s te zetten en af en toe – wanneer mijn hoofd ernaar staat – de cd weer op te zetten. Toch zal dan de euforie van de aanschaf en de lichtzinnige stress die ik voelde tijdens het zoeken naar de cd allang vergeten zijn. Zoals zoveel dingen in het leven is de-jacht-naar veel interessanter dan het uiteindelijke bereiken van het doel.
Nu rijst toch de vraag wat ik met mijn leven moet doen als ik eenmaal rijk ben en het niet meer uitmaakt hoeveel iets kost… Misschien moet ik dan maar heel veel bier gaan drinken.

Webcomics 101

Thursday, September 21st, 2006

Webcomics: Een korte introductie

De tijd van papieren strips is voorbij? Dat is wellicht wat te voorbarig om zo te stellen. Toch moet gezegd worden dat er vele strips zijn die slechts in digitale vorm op het web verschijnen: de zogenaamde webcomics. Vaak worden deze comics getypeerd als ‘strips op internet’. Hoewel dit de eerste eigenschap is die wellicht te binnenschiet, zijn deze strips in feite veel meer. Via webcomics hebben tekenaars creatief vrij spel, met allerlei mogelijkheden die ‘op papier’ niet kunnen, zoals animatie, interactiviteit en geluid. Een goed voorbeeld hiervan biedt het werk van Stephan Brusche, waar interactie een grote rol speelt. Wie van animatie en konijnen houdt, heeft wellicht meer aan de Bunbun-strips van Mattt Baay.

Interactie
Zoals met andere vormen van internetpublicaties, bieden webcomics een direct contact met de makers via guestbooks, posts en e-mails. Commentaar op het werk, toevoegingen van lezers en zelfs persoonlijke ontboezemingen verrijken het oorspronkelijke materiaal. Een dergelijke interactie met de maker is normaliter alleen mogelijk op stripbeurzen. Maar ja, daar moet je dan wel tegen (andere) stripnerds strijden om aandacht van de stripmaker.

Veel makers zorgen voor updates op vaste tijdstippen. Terwijl sommige comics wekelijks een nieuwe aflevering brengen, verschijnen andere zelfs dagelijks (!). Op vaste tijdsstippen updaten is een goede manier om een vast lezerspubliek te trekken. Mensen zijn nu eenmaal gewoontedieren. Dit feit heeft televisie indertijd ook geen windeieren gelegd. De comic Questionable Content was met zijn dagelijkse updates op een gegeven moment zo populair, dat maker Jeph Jacques zijn baantje opzegde om fulltime aan zijn strip te werken.

Webcomics worden overal ter wereld gemaakt, al hou ik mezelf vooral bezig met wat de Engelstalige strips en het werk dat in Nederland en België verschijnt.

Clickburg
In Nederland wordt het fenomeen op uitgebreide en professionele wijze vertegenwoordigd door Stichting Clickburg. Deze organisatie is juist in het leven geroepen om het fenomeen webcomics op de kaart te zetten. Op de website van clickburg wordt de geschiedenis van webcomics uit de doeken gedaan. Ook verschijnt er wekelijks een recensie over een bepaalde webcomic en kunnen mensen meepraten op het forum. Wie meer wil weten over dit fenomeen: Clickburg is een goede plek om te starten.

Met enige regelmaat schijf ik zelf ook een recensie voor de site, al wordt het gros door twee andere stripkenners geschreven die al veel langer met het onderwerp bezig zijn. (Tot zover deze schaamteloze vorm van sluikreclame.)

Goeroe
Mijn eerste kennismaking met webcomics vond plaats toen ik het boek Reinventing Comics van Scott McCloud las. McCloud is een striptekenaar die enkele boeken schreef over strips in stripvorm. Hij wordt gezien als een van de goeroes op webcomics gebied – al was hij niet de eerste die over dit fenomeen begon of online strips publiceerde. Die eer valt te beurt aan Hans Bjordahl die in 1992 zijn strip Where the Buffalo Roam publiceerde via een nieuwsgroep van Usenet. Met dat even terzijde. Wie de eerste was is niet echt interessant. Wel interessant is het feit dat het aantal webcomics in de afgelopen jaren sterk is toegenomen en dat er voor iedereen wel iets te halen valt .

Kortom: Go check them out.

Eerste keer

Tuesday, September 19th, 2006
(Twee keer klikken op het plaatje voor vergroting.)

Film: Capote

Saturday, September 16th, 2006

De film Capote is een eersteklas portret van schrijver Truman Capote tijdens het schrijven van zijn bestseller ‘In cold blood’. Philip Seymour Hoffman geeft overtuigend gestalte aan de excentrieke schrijver.

“Ik dacht dat hij een aardige man was. Dat dacht ik tot het moment dat ik zijn keel doorsneed”, bekent Perry (Clifton Collins Jr.) tegen Truman Capote over de nacht in november 1959 waarin hij en zijn maatje koelbloedig een gezin uitmoordden. Voordat Truman dit eindelijk aan Perry’s mond ontfutselt, zijn er al heel wat gesprekken en leugens aan vooraf gegaan. Wat aanvankelijk begon als een artikel, groeide uit tot een ambitieuze zoektocht van vier jaar, de eerste non-fictie roman van Capote en zijn eigen ondergang. Na het schrijven van In Cold Blood zou hij nooit meer een roman afmaken.
Façade
Regisseur Bennet Miller, die doorgaans reclamespotjes en documentaires maakt, schetst een ambigue portret van een intrigerende man. Capote was een opvallende publieke figuur door zijn onconventionele manier van kleden, zijn kinderlijke hoge stem en ingestudeerde maniertjes. Hij weet in elke situatie met het juiste verhaal te komen en mensen te vermaken. Capote houdt van aandacht en succes, en is zelfs bereid om de kruier van de trein te betalen om hem te complimenteren in het bijzijn van vriendin Harper Lee (Catherine Keener).
Achter de façade van de innemende publieke figuur gaan ook duistere facetten van Capotes karakter schuil. Capote wordt afgeschilderd als een charmante manipulator die alles overheeft voor zijn boek: hij is een schrijver in koele bloede. Tijdens interviews geeft hij schijnbaar eerst iets van zichzelf bloot om een band te scheppen en de mensen makkelijker de informatie te laten prijsgeven waar het hem om gaat. Het is de vraag of Capote de waarheid spreekt of dat hij precies weet wat hij moet zeggen om het juiste effect te bereiken.
Strijd
Capote doet zich voor als vriend en zegt de moordenaars de kans te geven hun kant van het verhaal te vertellen.Zolang hij de bekentenis van moordenaar Perry nog niet heeft, liegt hij hem voor dat hij de titel van zijn boek nog niet weet. Een titel als In Cold Blood past immers niet bij hun vriendschap. De ambigue relatie tussen journalist en subject wordt in de film goed verbeeld door de innerlijke strijd van Capote. Hoeveel is een journalist schuldig aan zijn onderwerp? Capote gebruikt de moordenaars voor zijn boek. Aan de ene kant lijkt hij gevoelens voor Perry te hebben, aan de andere hoopt hij met spanning op het moment dat de moordenaars geen uitstel van executie meer krijgen, want zijn boek mist nog een goed einde. “Ik kon niets doen om hen te redden”, zegt hij diep bedroefd tegen vriendin Harper Lee. “Misschien, maar dat wílde je ook niet”, antwoordt zij.Oscar
Capote is een eersteklas film waar er maar weinig van gemaakt worden. Philip Seymour Hoffman speelt zijn beste rol tot nu toe en kreeg terecht een Golden Globe en Oscar voor zijn verbluffende prestatie. Millers ervaring als reclameman is duidelijk merkbaar: hij vertelt het verhaal in korte punctuele scènes. Wanneer shots wel langer aanhouden is dit om het dramatisch effect te onderstrepen. Zoals de eerste keer dat Capote Perry in de cel ontmoet. Het belang van deze gebeurtenis wordt onderstreept door de relatief lange scène. Vanaf dit moment verandert Capotes snelle societyleven en wordt het tempo van de film hier op aangepast.Lees ook de filmrecensie over Infamous.

Column: Verzamelwoede

Thursday, September 14th, 2006

Toen Boudewijn Büch op zaterdag 23 november 2002 stierf, bezat hij zo’n 100.000 boeken. De laatste jaren van zijn leven had hij voor een deel in afzondering geleefd. Hij bracht dagen door in zijn schatkamer vol boeken, als een bibliothecaris die constant dienst heeft.

Tussendoor reisde hij dan een tijdje, maar het schijnt dat hij ’t gelukkigst was als hij door zijn verzameling struinde. Büch had duidelijk last van Verzamelwoede. Waar hij ook in de wereld was, er moest in een boekwinkel gedoken worden en boeken worden gekocht. Altijd maar boeken kopen. Daarmee deed hij zijn achternaam eer aan. Waarschijnlijk was de aanschaf van een nieuw boek nog het enige dat hem (even) gelukkig maakte. Dit maakt Büch weliswaar tot een mooi voorbeeld van de bibliofiele excentriekeling, maar daar is nog niet alles mee gezegd. Büch staat namelijk lang niet alleen in zijn verzamelwoede.

Het lijkt wel of het leven alleen nog maar zin heeft als we dingen kopen. Waar je ook komt, er wordt altijd iets aangeprezen. Als je niet op straat komt, dan word je alsnog thuis gebeld door een of ander bedrijf dat je het een of ander probeert aan te smeren. We leven niet meer in een commerciële wereld, we worden geleefd door de commercie.

Je voelt je op het laatst geen mens meer, maar een potentiële klant. Iedereen lijkt wel wat van je te willen hebben. En ondertussen zijn we zo geprogrammeerd dat we ’t idee hebben alleen maar gelukkig te kunnen zijn als we dingen aanschaffen. Ik maak mij hier ook schuldig aan. Toen ik laatst mijn huis aan het opruimen was en wederom constateerde dat ik te weinig kastruimte had, begon het besef te dagen dat ik wel erg veel boeken, strips, videobanden en dvd’s & cd’s in mijn bezit heb. Ik koop al strips vanaf het moment dat ik plaatjes kan lezen, en per week komen daar nog wel een paar dvd’s of cd’s bij.

En het lijkt nooit genoeg. De aankoop van een nieuw product verschaft een gelukzalig gevoel. Snel naar huis en de muziek opzetten. Enkele dagen later zit er alweer een nieuwe cd in de speler. Nog veel erger als je muziek downloadt. Dat kost praktisch niets; na een weekje vakantie heb je een volledige plank gedownload. Er is niet eens genoeg tijd om alles goed te beluisteren.

De verzamelwoede is een voortdurende zoektocht naar nieuwe impulsen, waarbij het effect van iedere nieuwe impuls van kortere duur is dan het effect van de vorige. Toch verschaft het bezit van een grote verzameling mij veel genoegdoening. Er is niets leukers dan over iets te horen, of er ergens over te lezen, en in staat te zijn dat ding uit je eigen kast te kunnen pakken. Het geeft het gevoel iets moois te bezitten. Daarbij vult het een leegte in mij die ik op geen andere wijze weet te vullen.

Het probleem is wel dat de verzameling blijft groeien, en dat er dus steeds meer ruimte nodig is om deze een plaats te geven. Voordat je het weet zit je ingebouwd in je eigen spulletjes, en woon je in een tombe vol met boeken, cd’s, dvd’s en strips, die leven praktisch onmogelijk maakt. Wie wil er immers eindigen als Boudewijn Büch? Ach, een gewaarschuwd mens leest voor twee.

Figurant

Monday, September 11th, 2006
(Twee keer klikken voor vergroting.)

Weekendfilms: Wonder Boys

Saturday, September 9th, 2006

Het weekend. Wie kijkt er niet naar uit? Het moment voor potentiële uitspattingen, rust, ontspanning en avontuur. Het weekend lijkt in beginsel veelbelovend. En ook al blijkt zondagavond vaak veel van de beloftes niet waargemaakt te zijn, toch hopen we de volgende vrijdagavond weer op iets wonderlijks. Door mijn werk als freelancer komt het regelmatig voor dat het weekend midden in de week valt of er volledig bij inschiet. Misschien heb ik daardoor wel een voorliefde voor films die een weekendgevoel bezorgen.

VoorDeFilm: Wonder Boys (2000)

VoorDeFilm: Wonder Boys (2000)

Dode hond
Zo speelt de film Wonder Boys van Curtis Hanson zich af in een weekend. Tijdens dit weekeinde heeft Professor Tripp – de beste rol van Michael Douglas ooit – het zwaar te verduren. Hij wordt verlaten door zijn derde vrouw, zijn minnares blijkt zwanger te zijn en hij neemt de jonge verwarde literatuurstudent James Leer (Toby Maguire) onder zijn hoede. Daarbij komt zijn beste vriend Crabtree ook nog eens op bezoek. Crabtree geeft zijn boeken uit en komt Tripps tweede boek ophalen. Tripp is er al zeven jaar mee bezig en het is erg twijfelachtig dat hij in twee dagen aan het stuurloze verhaal een bevredigend einde weet te breien. Gooi daar nog een flirtende studente, een dode hond, een paar flinke sloten drank en verdovende medicijnen bij en je hebt de ingrediënten die het mogelijk maken om een midlifecrisis in een weekend af te ronden.

Wisecracks
wonderboys22Het is de sfeer van Wonder Boys die me telkens doet terugkomen naar dit cinematografische juweeltje. De warme vriendschap tussen Tripp en Terry Crabtree werkt aanstekelijk. Crabtree, gespeeld door onovertroffen Robert ‘Snuifje’ Downey Jr., is een heerlijke weirdo die zich inlaat met travestieten en niet te beroerd is James Leer te bekeren tot de herenliefde. Downey Jr. speelt de rol op de zijn herkenbare stijl vol wisecracks en atypische motoriek.

Professor Tripp is zelf ook een aparte figuur. Hij geeft les op de universiteit, slaapt met de vrouw van zijn baas en doet dankzij zijn overmatige wietgebruik zijn naam eer aan. De personages zijn goed uitgediept. Hierachter schuilt het vakmanschap van schrijver Michael Chabon. De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van zijn hand.
Het verhaal speelt in de vervallen industriestad Pittsburgh, wat een romantisch decor biedt. De soundtrack bestaat uit klassiekers van Bob Dylan, John Lennon en Neil Young. Ieder nummer biedt de perfecte omlijsting bij de gemoedstoestand waarin Tripp verkeerd.

De gebeurtenissen in Wonder Boys zijn op het eerste gezicht droevig, maar worden met zwarte humor gebracht, waardoor het moeilijk is niet heel erg vrolijk te worden. Daarbij zijn de personages uitvergrootte karakters met ieder een eigenzinnig charme. Aan deze personages kleeft melancholie zoals een muffe geur aan een jasje hangt dat te lang de kast niet is uitgeweest.Schilderachtig
Daarbij is de stijl van de film werkelijk heel goed. Het camerawerk is van hoog niveau. De scène waarin James Leer in de tuin met Professor Tripp staat te praten, midden in de sneeuw en in het softe schijnsel van het maanlicht lijkt rechtstreeks op het filmmateriaal geschilderd te zijn met een magisch licht. Typisch het werk van vakman Dante Spinotti die ook mooie plaatjes afleverde met LA Confidential.
wonder-boys-douglas
Het weekendgevoel van Wonder Boys zit hem natuurlijk niet alleen in het feit dat de film speelt in het weekend. Het is de humor, het zijn de aanstekelijke personages en de karakteristieke ruimten waar de humoristische levenscrisis van Tripp haar climax bereikt – het universiteitsgebouw van de Carnegie Mellon University, de warme uitstraling van het huis van Tripp, de gezellige, doch sleezy bar Hi-Hat. Dit is een wereld waar je in zou willen wonen. Dit zijn personages die je als oude vrienden zou willen omhelzen. Wonder Boys biedt een soort troost die zeldzaam is in de hedendaagse cinema. Anders dan bij de meeste feel good-films voelt het sentiment niet vals maar oprecht. De film toont op hoopvolle wijze dat ieder weekend – hoe vreemd dan ook – met een brede glimlach overleefd kan worden.

Het alternatief

Wednesday, September 6th, 2006

In het boek Zen en keuzes maken van Rients R.R. Ritskes staat het volgende:

‘Er is wezenlijk geen fout of goed. Wat nu goed lijkt, blijkt later fout en omgekeerd. Bij het maken van keuzen kunnen we het eigenlijk alleen maar goed doen. Of wat we kiezen ook goed uitpakt, wordt vooral bepaald door hoe we onze keuze vormgeven en wat we leren van de ervaringen die door die keuze op onze weg komen.’

In het leven staan we om de haverklap voor een nieuwe beslissing. Sommige ervan kunnen best lastig zijn. En dan heb ik het niet alleen maar over de vraag welke studie je gaat doen, wat je later wilt worden of waar je gaat wonen. Al zijn dat natuurlijk allemaal levensbepalende kwesties.

In sommige theorieën gaat men ervan uit dat iedere keer als we een keuze maken, er een afsplitsing plaatsvindt tussen deze realiteit en een andere. Deze splitsing creëert een nieuw paralleluniversum waarin het alternatief van onze keuze beleefd wordt. Leuk bedacht, maar aangezien we – tot nu toe – niet de mogelijkheid hebben om van het ene universum naar het andere te reizen, zitten we hier ‘vast’ met de keuze die we hebben gemaakt.

In films waarin dit thema wordt behandeld, zijn de zaken vaak zwart-wit. Er is een goede keuze met een goede afloop en er is een slechte keuze met een slechte afloop. In de werkelijkheid zijn de zaken lang niet zo duidelijk. In veel gevallen is niet te voorspellen wat precies de uitkomst zal zijn van de keuze die je maakt. Je kunt fantaseren over wat er zou gebeuren als je het ene had gedaan, maar dat heeft niet veel zin. Het leven is dermate complex dat je in je fantasie nooit rekening kunt houden met alle onverwachte factoren die kunnen opdoemen en de uitkomst beïnvloeden.

Aangezien je nooit beschikt over deze informatie en dus het voorspellen van de uitkomst van je keuze vrijwel onmogelijk is, kun je eigenlijk niet spreken van goede en slechte keuzen. Ieder alternatief heeft immers zijn voor- en nadelen die overigens weer leiden tot nieuwe keuzemogelijkheden. Ritskes heeft dus toch gelijk.

Het kan natuurlijk altijd dat een keuze achteraf niet zo verstandig bleek als dat ze leek. Daar kun je dan lang en kort over nadenken. Maar ‘No use crying over spilled milk’, lijkt me. Uiteindelijk valt er altijd wat te leren van de keuze die is gemaakt. Maar da’s pas achteraf, als je weet wat de gevolgen zijn van de beslissing.

Hoewel deze gedachte een troostende werking kan hebben op degene die twijfelt, biedt het geen oplossing voor het probleem als je niet weet wat je moet kiezen. Je kunt je alleen berusten in het feit dat er in principe geen goede en foute keuze bestaat.

Column: De Elvis-paradox

Monday, September 4th, 2006

Elvis was The King of Rock-’n-Roll, maar werd later meer een Burger King toen hij vanwege zijn omvang steeds grotere jumpsuits nodig had om in op te treden. Van Jonge God tot Dikke Zanger – maar het paradoxale hiervan is dat de vrouwen bleven gillen zodra hij het podium op kwam. Ze bleven kusjes halen, sjaaltjes en zweetdoekjes scoren.

 

Elvis wordt jaren na zijn dood door velen nog steeds aanbeden. Tijdens zijn leven kon hij met een hoop wegkomen. In de privé-sfeer ging hij keer op keer vreemd met tegenspeelsters, groupies en wie nog meer op zijn pad kwam. En Pricilla maar thuis zitten sokken stoppen.
Elvis acteerde in zo’n dertig films, waarvan het merendeel niet de moeite van het kijken waard is. De meeste albums die bij de films horen zouden niet misstaan in de gemiddelde Disneyfilm, maar zijn niet geschikt voor thuis in de cd-speler.

In de laatste jaren van zijn leven vloekte en tierde hij regelmatig als hij – weer eens stijf van de peppillen – op het podium stond. Ook vond hij het vaak aangenamer om slap te lullen dan een goed nummer neer te zetten voor het publiek. Luister de platenreeks Having Fun With Elvis On Stage maar eens. De oudere Elvis was verveeld met het leven, verveeld met zijn repertoire. Eigenlijk was Elvis al dood voordat hij zich liet kisten.Toch valt er een hoop te genieten van Elvis in zijn nadagen. Vanaf zijn comeback in 1968 was hij op de top van zijn kunnen. Na jaren in Hollywood als een zak aardappelen op het scherm geschuifeld te hebben, had de King er weer zin in. Hij nam een paar goede albums op, toerde door het land en zette ‘Viva’ Las Vegas op zijn kop. Mooie tijden.

Elvis bereikte zijn dramatisch hoogtepunt op het moment dat hij te dik was. Er is bijna niets mooiers dan hem wankel op zijn knieën te zien – het zweet gutsend van zijn voorhoofd, het sjaaltje om zijn nek doorweekt, het pak dat hij aanheeft tot het maximale opgerekt – terwijl hij ondanks zijn dikke lijf een zuivere toon in de microfoon weet te brullen.
Dat is Elvis op zijn mooist en meest dramatisch. Dan is namelijk nog steeds de kracht en schoonheid van zijn stem te horen, terwijl de zanger zelf allang aan het aftakelen is. De passie in zijn woorden, de warmte in zijn stem. Dat is de reden waarom Elvis nog steeds wordt beschouwd als de koning van de rock-’n’-roll. Een vakman tot het einde die zijn publiek niet teleur wilde stellen.

Film: V for Vendetta

Sunday, September 3rd, 2006

Een van de meest interessante films van dit jaar – en sinds ruim een maand op dvd – is de film V for Vendetta. De film is gebaseerd op de gelijknamige strip geschreven door Alan Moore en getekend door David Lloyd. Gedurende de jaren tachtig werd de strip voorgepubliceerd in het Engelse stripmaandblad Warrior.
Aan de film zijn de nodige elementen aan toegevoegd om het verhaal up-to-date te maken. De gebroeders Wachowski (van The Matrix-trilogie) schreven het script en hebben daarin scènes veranderd en een aantal personages geschrapt. Zo krijgt het meisje dat door V wordt gered, Evey (Natalie Portman), een meer centrale rol toebedeeld. Niet zo gek, want V zelf is tamelijk onbenaderbaar en blijft een beetje een mysterie voor de kijker.
Toch is de film een getrouwe adaptatie van de geest van de strip. V is een vrijheidsstrijder die het opneemt tegen het fascistische regime van leider Sutler. Sutler heeft sinds de Derde Wereldoorlog Engeland in zijn greep. Het volk wordt dom gehouden door de leugens die via de media worden verspreid en iedereen wordt in de gaten gehouden door de regering. Alles wat een bedreiging kan zijn, inclusief popmuziek en kunst, is verboden.
Big brother
Moore schreef het verhaal als reactie op het Thatcher-regime in de jaren tachtig. Maar eigenlijk zijn verhalen over totalitaire staten al eeuwenoud. Het is een Orwelliaanse wereld, die niet zo ver weg is als dat ze lijkt: de recente Patriot Act waarin president Bush toestemming heeft om de eigen bevolking te bespioneren is daar het bewijs van. Big brother is watching you.
Acteur John Hurt neemt de rol van Sutler voor zijn rekening. Het is grappig dat de man die de naar vrijheidsmachtende Winston Smith speelde in de filmversie van George Orwells 1984, nu zelf de dictator is.
Voorbeelden
De vigilante V gaat getooid in een zwarte cape en hoed. Zijn gezicht zit verscholen achter een wit masker met daarop een brede grijns. In V brengt Moore enkele bekende figuren samen. Allereerst verwijst V natuurlijk naar Guy Fawkes, die in de zestiende eeuw probeerde het Britse parlement op te blazen maar daar niet in slaagde. Dit wordt nog iedere vijfde november herdacht, al gaan er stemmen op om deze eeuwenoude traditie af te schaffen.
Verder doen de lichamelijke verminkingen en gemaskerde bedekking van V denken aan de Phantom of the Opera. Zijn degengevechten en het snijden van een ‘V’ als handelsmerk komen natuurlijk van Zorro. Tot slot lijkt hij ook wel wat op Batman. Dat is immers ook een vigilante die geheel in het zwart de nachten in een corrupte wereld wat veiliger maakt.
Anarchie
Toch is V geen echte superheld, maar meer de belichaming van het idee van anarchisme. Het mooiste shot in de film is dan ook het moment waarop de duizenden die voor het parlementsgebouw demonstreren met het masker van V op dat masker allemaal tegelijkertijd afdoen. Dit verbeeldt precies het idee achter V: hij is de verpersoonlijking van iedereen die een betere wereld wil en bereid is tot (harde) actie over te gaan. Iedereen kan het verschil zijn en samen sta je sterk. Of zoals V het zelf zegt: ‘Het volk zou niet bang moeten zijn voor zijn regering, de regering zou bang moeten zijn voor het volk!’
Behalve dat de filmmakers het idee en het verhaal van de strip trouw zijn gebleven (de dialogen uit de strip zitten soms woord voor woord in de film), is V for Vendetta een geslaagde verfilming door de goede casting. Ondanks de beperking die een niet-bewegend masker oplegt, weet acteur Hugo Weaving door zijn stemgebruik passie en nuance in zijn performance te brengen. V is een theatraal figuur met bulderende speeches.
Gelukkig wordt de film nergens te zwaar dankzij de lichte benadering van Stephen Fry, in een belangrijke bijrol als presentator bij het tv-station waar Evey werkt. Ook John Hurts dictator is stereotiep genoeg om het allemaal niet te serieus te nemen. Om politiek moet je immers ook nog kunnen lachen.