Categorieën
Media Mike's notities

Pragmatisch contact

Van de ene (hyper)link naar de andere…

‘In de privésfeer zien we vooral bij jongeren dat zij sneller (en vaker) van partner wisselen en de idee van ‘eeuwige’ trouw weliswaar een mooi ideaal vinden, maar tegelijkertijd afhankelijk maken van een invulling van egocentrische eisen en behoeften. Het is leuk om verschillende vriendjes of vriendinnetjes even uit te proberen, maar niet als het moet uitdraaien op een langdurige en zuurverdiende vertrouwensrelatie – dat kost alleen maar tijd en moeite en leidt af van de instantvervulling van puberverlangens.’

Aldus Henk Blanken en Mark Deuze op blz 98 van PopUp: De botsing tussen oude en nieuwe media.

Ik lees het en herken mezelf hier (voor een deel) in. Ik zie het ook in mijn omgeving: flitsrelaties van een paar weken en dan snel weer door naar een volgende. Alsof je van de ene hyperlink naar de andere doorklikt, totdat ook de laatste webpagina je weer verveelt. Ik bemerk het in mijn eigen houding naar relaties toe… Naast een vast groepje vrienden, ontmoet ik geregeld mensen met wie ik een tijdje vriendschappelijk omga, om ze daarna weer uit het oog te verliezen. Een kwestie van tijd
Misschien is het een kwestie van hoe het leven van een volwassene in elkaar steekt. Een leven waarin door de drukte van werk en andere verplichtingen, de spaarzame vrije tijd goed moet worden ingedeeld. Je merkt in de loop der tijd dat bepaalde mensen je agenda gewoonweg niet meer halen. Contacten verwateren, bewust of per ongeluk. Mensen settelen met een gezinnetje en gaan een nieuwe levensfase in. Anderen verdwijnen in een wolk van onverschilligheid. Net als met alles, blijven alleen de mensen die je boeien hangen – de rest is ruis op de achtergrond.
Is dit een natuurlijke gang van zaken, of is het een teken van de tijd?

Categorieën
Film Mike's notities

Column: Grote verwachtingen

Ik sta te twijfelen tussen twee Bob Dylans: Blonde on Blonde is een klassieker, wordt mij altijd verteld, maar Time Out of Mind bevat ‘Not Dark Yet’, de track uit de film Wonder Boys die ik zo goed vind. Ik besluit ze allebei te kopen, zonder maar een nummer voor te luisteren – daarvoor is het op zaterdag veel te druk.Thuis zet ik vol verwachting de klassieker op en snap bij ieder nummer waarom dit hét definiërende album van Dylan wordt genoemd. Maar Time Out of Mind klinkt verschrikkelijk. Een grote miskoop, denk ik. De volgende ochtend is het echter de eerste cd die ik opzet. Opeens klinkt de vreemde sound van dit album al interessanter, spannend bijna. Niet alleen dat, de songteksten komen door de wat kale arrangementen goed tot hun recht. Na drie keer draaien is dit een van mijn favoriete cd’s van het moment.Onbevangen een product aanschaffen kan tot grote verrassingen leiden. Je hebt geen idee wat je kunt verwachten en dat levert meestal ongekende schoonheid op. Te veel voorkennis kan soms funest zijn. De hoge verwachtingen van de laatste Sam Raimi-film bijvoorbeeld – het derde deel in de Spider-Man-serie inmiddels – maakte de film niet waar. Daarentegen bleek Donnie Darko ooit een openbaring toen ik op een verloren dinsdagavond een willekeurige film uitkoos om de tijd te doden. Soms moeten dingen groeien: muziek die je eerst vreemd in de oren klonk, wordt bij iedere luistersessie beter en beter. Nu heb ik net een graphic novel van Alan Moore aangeschaft die al jaren de lieveling is van vele stripkenners. Ik heb er veel over gehoord en gelezen. Durf er eigenlijk niet aan te beginnen: stel je voor dat ie tegenvalt.

Een versie van deze tekst is gepubliceerd in de rubriek ‘Van die dingen’ in Intermediair #21.

Zie ook: Spider-Man 3 stelt teleur en de recensie van Wonder Boys.
Next: Terug naar Twin Peaks.

Categorieën
Media

Verlangen naar Twin Peaks

Veel series krijgen tegenwoordig te snel het predicaat cult. Een serie die dit label zeker heeft verdiend, is Twin Peaks van eigenzinnig kunstenaar David Lynch en schrijver/producer/regisseur Mark Frost. Gedraaid in de vroege jaren negentig van de vorige eeuw en Nederland uitgezonden in mijn vroege tienerjaren (1991-92). De laatste tijd word ik overal aan Twin Peaks herinnerd. Toeval bestaat niet? Ik geloof niet in predestinatie; ik ben er wel van overtuigd dat als je je ergens mee bezighoudt, bewust of onbewust, dat je daar extra op gaat letten waardoor het lijkt alsof je datgene overal tegenkomt. Misschien is Twin Peaks er altijd al geweest. Alleen de laatste tijd word ik vaak aan dit interessante televisie-experiment herinnerd. Toen ik laatst vriend H. bezocht, vond ik het boek van FBI-agent Dale Cooper in zijn kast, naast een boekje vol essays over het geesteskindje van Lynch & Frost. Enkele dagen later sprak ik stripcompadre Jeroen Mirck. Hij vertelde dat hij die week het eerste seizoen aan het herzien was. Diezelfde dag zag ik de dvd van dit seizoen te koop staan, terwijl ik me herinnerde dat Frommel hier ook melding van had gemaakt vorige maand. Terugdenkend aan de serie, is het vooral de unheimische sfeer die als eerste uit de geheugenmist opdoemt. Elementen van film noir, soap, detectiveverhalen en een rariteitenkabinet aan karakters, een vleugje surrealisme en een soundtrack, van Angelo Badalamenti, die trillingen in de onderbuik veroorzaakt – het zijn de kernelementen van het dorpje Twin Peaks.Twin Peaks was mijn eerste verwarrende kennismaking met het werk van David Lynch. Een eigenzinnige filmauteur, fotograaf, schilder en schrijver. Zijn films roepen meer vragen op dan dat ze beantwoorden. Na afloop lijken ze een intrigerende droom waarvan de betekenis je telkens ontglipt op het moment dat je een bijna sluitende theorie hebt geformuleerd. Ze laten vooral sterke beelden, indrukken en emoties achter bij de kijker. Duidelijk een kwestie van cinema als ervaring buiten de gestelde kaders.Iedere keer als ik een acteur uit Twin Peaks in een andere televisieserie of film zie, moet ik toch weer denken aan de eerste keer dat ik hem in dat vreemde dorpje tegenkwam. Kyle MacLachlan blijf ik sympathiek vinden omdat ik hem nooit geheel los kan zien van het personage Dale Cooper. De eerste indrukken die Sherilyn Fenn maakte als teenage femme fatale heeft ze sindsdien nooit meer overtroffen. En die dwerg in dat rode pak, tja, die kom je eigenlijk vooral in andere films van Lynch tegen.Zoals gezegd geloof ik niet in predestinatie, wel in zelfbeschikking. Daarom ga ik zo snel mogelijk de dvd van het eerste seizoen kopen om de serie opnieuw te ervaren. Misschien kom ik er dan achter waarom ik Twin Peaks niet kan vergeten.

Lees ook Jeroen Mircks notities over de Twin Peaks Pilot en het eerste seizoen.

Categorieën
Strips

(Hand)Teken(ing) des tijds

Een comic met handtekeningen van de makers roept enkele prikkelende vragen op…Eigenlijk heb ik handtekeningenjagers nooit goed begrepen. Als bewijs dat je iemand daadwerkelijk hebt ontmoet heb ik liever een foto om de herinnering te ondersteunen. Originele tekeningen of gesigneerd werk is iets anders, maar louter iemands handtekening op een velletje papier doet het niet voor mij.

cover asm 232Grappig dus dat ik laatst van vriend Paul een Amazing Spider-Man #232 voor m’n verjaardag kreeg, gesigneerd door John Romita Jr. en schrijver Roger Stern. Zeker niet de minsten in de comicwereld en daarom twee bijzondere handtekeningen. Amazing Spider-Man # 232 is een klassieker uit september 1982 waarin Spidey het opneemt tegen Mr. Hyde en Cobra. De comic is in goede staat en ruikt naar een combinatie van oude drukinkt en de tand des tijds. Voor de stripliefhebber een zoete, herkenbare geur. Comics werden toen nog op papier van mindere kwaliteit gedrukt en verkocht voor zestig dollarcent! Voor dat kleine bedrag kreeg je een prachtig getekend avontuur van 22 pagina’s (en wat reclame). In de loop der jaren is de nostalgische waarde van dit werkje prijsloos geworden.

Onschuld
Hoewel er flink geknokt wordt in deze aflevering, hadden de verhalen in die tijd toch iets onschuldigs. Deze onschuld lijkt in de jaren negentig verloren te zijn gegaan toen de superschurken meer zeer meer als psychopaten gingen gedragen(het beste voorbeeld in de Spiderman-comics hiervan is Carnage). Aangezien strips de tijd reflecteren waarin ze worden geproduceerd, impliceert dit type schurk in comics dat de maatschappij sinds begin jaren tachtig flink verhard is. Daarom des te fijner om soms weer een paar van die oude verhalen te lezen en weg te dromen naar een tijd dat dingen nog simpeler waren (in ieder geval in mijn leven, in 1982 was ik een jaar of vijf en had nog niet zo veel last van de Grote Boze Buitenwereld).

Volgens het certificaat bij de signeerde comic werden de handtekeningen door de grootmeesters op 17 januari 1998 te Las Vegas op de cover geplaatst, ruim 16 jaar nadat deze uitkwam. Ben benieuwd van wie de comic eerst was en of degene nog een zinnig woordje heeft gewisseld met John Romita Jr. en/of Roger Stern. Ik vraag me af wat ik de heren te zeggen zou hebben als ik ze zou ontmoeten…. Waarschijnlijk niets meer dan complimenteren met hun goede werk of iets anders nerd-achtigs. (Tenzij ik een interview afneem voor een artikel, maar dat is een compleet andere situatie.) Misschien maar goed ook dat ik ze nooit heb ontmoet. Ik lees liever hun comics… Wat zou jij je helden vragen als je ze zou ontmoeten?

Meer over de comics van Stern en Jr.Jr. zie: Leven met een webhoofd.

Lees ook: Nog niet dood.

Categorieën
Media Mike's notities

Column: Niet voor tere zieltjes

Toen ik van de week het nieuwe album van Avril Lavigne kocht, stond mij een onaangename verrassing te wachten. Bij de eerste keer draaien van dit album vol vrolijk klinkende popliedjes, leek mijn cd-speler af en toe te haperen. Ik draaide het betreffende nummer nog een keer en ontdekte dat bepaalde woorden van de tekst waren weggepoetst.

‘Wat zullen we nu krijgen?’, dacht ik. Verdomd als het niet waar was: diezelfde woorden waren ook in het booklet gecensureerd. Avril gecensureerd?! What the fuck! Een rondje googlen leerde mij dat er inderdaad twee versies van The Best Damn Thing op de markt waren gebracht: een ‘expliciete’ versie en de ‘clean’ versie. ‘Wat nou clean versie?’, dacht ik nog. Avril zingt in een liedje het woordje shit zo nu en dan, en in ‘Girlfriend’ gebruikt ze de term ‘motherfucking princess’ – op mijn exemplaar dus motherf_ing princess, en dat klonk werkelijk nergens naar.Ik hou niet van censuur. Als een artiest bepaalde uitdrukkingen wenst te gebruiken, dan moet hij of zij dat doen. Als een kunstenaar bepaalde symboliek wil gebruiken om een argument kracht bij te zetten, dan is het aan de kunstenaar om die keuze te maken.

Nu begrijp ik best dat puriteins Amerika kleine kinderzieltjes wil beschermen, en dat er dus een gecensureerde versie wordt uitgebracht om het K 3-publiek tegemoet te komen. Maar zet dat gvd dan ook gewoon op de verpakking. Een nietsvermoedende consument die niet op de hoogte is van het feit dat het werk van Avril gemutileerd is uitgebracht, weet dan dat hij een aangetaste versie mee naar huis neemt. Er wordt immers ook een sticker geplakt op de oorspronkelijke versie (je kent hem wel: Parental advisory, explicit content – standaarduitrusting voor cd’s die volgeluld worden door ‘gangsta’s’….). Doordat er op de ‘clean-version’ niets hierover staat aangeduid, wordt deze versie als de norm beschouwd. En dat klopt natuurlijk niet: de boze taalversie is de oorspronkelijke versie – want dit is de visie van de kunstenaar – en de opgeschoonde versie is de aangepaste.

We leven kennelijk in de omgekeerde wereld. Waarbij censuur de norm wordt, waarin je woorden in de mond worden gelegd, en zodra je iets anders wil bezigen, je wordt gezien als afwijkend of corrumperend. (Ik zeg: De Bond tegen het Vloeken.) Toen ik met mijn cd terugging naar de winkel was de verkoopster erg verbaasd over het feit dat er überhaupt een aangepaste versie bestond. Toen bleek nog eens dat de normale versie alleen te krijgen was in combinatie met een dvd die de prijs deed stijgen. Ja, je leest het goed: wie de oorspronkelijke versie wil bezitten moet extra betalen voor de cd. Deze kreeg ik echter zonder morren mee voor de oude prijs. Gelukkig waren er nog een paar mensen in de wereld die wel fatsoenlijk konden denken. Laten we hopen dat ze dat bij RCA, Sony/BMG, het label waar Avril haar werk uitbrengt, ook eens gaan doen.

Opmerkelijk feit: op de strong language-versie zit op de achterkant een sticker voor de Duitse markt, waarop een minimale leeftijd van zes jaar wordt aangegeven. Kijk, daar leven ze zich in ieder geval in de klant in: kinderen onder de zes verstaan natuurlijk geen Engels en hebben dan wel genoeg aan de goedkopere gecensureerde versie. Boven de zes mogen ze in Duitsland gewoon genieten van de oorspronkelijke muzikale visie van de artiest. Dat is nog eens klantvriendelijk!

Categorieën
Mike's notities

Nog niet dood

‘I was thirty. Before me stretched the portentous, menacing road of a new decade.’
– The Great Gatsby, F. Scott FitzgeraldVandaag word ik dertig. Nu heb ik nooit veel waarde gehecht aan leeftijd en vier ik mijn verjaardag al jaren niet meer – toch hield de laatste weken een akelig gevoel huis in mijn ziel. Een gevoel van onvrede en het voorzichtige besef dat ik als een stuurloos bootje over de zee des levens vaar. De jaren tikken door, maar welke kant gaat het op?Ik heb me altijd voorgehouden dat ik rond mijn dertigste maar eens ‘volwassen’ moest worden. Het feit dat ik sinds zes maanden een vaste baan heb (na een periode van freelancen) is daarmee alvast een stap in de goede richting. Gelukkig maak ik daarnaast vooral tijd voor leuke dingen: afspreken met vrienden, bloggen, films kijken. Het is dan ook al weer een tijdje geleden dat ik met een langdurig creatief project bezig was. Er gingen laatst wat projecten niet door (onder andere een strip- en een filmproject) en daardoor had ik even genoeg van het gezeul met concepten. Ik geniet dan ook van de luwte, terwijl er stilletjes wel ideeën beginnen te broeien. Keuzes
Ik begin zo langzamerhand wel te beseffen dat ik bepaalde keuzen steeds uitstel: blijf ik in dit huis wonen, en als ik ga verhuizen, waar naartoe? Er is veel wat ik uitstel en voor me uit schuif, alsof het leven eeuwig duurt. Wat natuurlijk niet het geval is. Maar het uitstellen van keuzes is in zekere zin ook een manier van kiezen: je kiest er immers voor nog even geen beslissing te nemen. Bij nader inzien blijkt de status quo dus constant in flux. Iedere dag maak je onbewust bepaalde keuzen opnieuw: ‘nog even deze baan en dan’, ‘morgen boek ik die vakantie écht’, ‘ik ga haar nu echt bellen, zodra ik tijd heb’, ‘vandaag begint een frisse start’ etc… De paradox die ik vandaag voel, wordt mooi verwoord door Bob Dylan:

I was born here and I’ll die here against my will
I know it looks like I’m moving, but I’m standing still
Every nerve in my body is so vacant and numb
I can’t even remember what it was I came here to get away from
Don’t even hear a murmur of a prayer
It’s not dark yet, but it’s getting there.

Bob Dylan – Not Dark Yet

Hoe het ook zij, vandaag maak ik maar één keuze: ik doe niet mee met de oranjegekte buiten mijn huis; ik sluit me af van de wereld en duik in een stapel goede strips en geselecteerde cd’s. Je mag op je verjaardag immers doen wat je wilt – ook als je het niet viert. Next: recensie Spider-Man 3

Categorieën
Mike's notities

Afwezig aanwezig

Soms heb je gewoon je dag niet en kun je maar het beste faken dat alles lekker gaat. Gisteren was echt zo’n dag dat ik beter in mijn bed had kunnen blijven. De dag begon aardig en vol enthousiasme stapte ik de trein in. Toen ik echter twintig minuten op Haarlem CS op de bus moest wachten, begon er een klein groepje donkere wolken boven mijn hoofd te formeren. In de loop van de dag werd mijn humeur er niet beter op. Ik had een deadline voor een heel kort artikel. Zoals het vaak gaat: hoe korter een stukje tekst moet zijn, hoe moeilijker het is om te schrijven en dus ook hoe langer het duurt om iets fatsoenlijks af te leveren. Ondertussen kwam ik maar niet achter de gereserveerde edit-set te zitten waar ik nog vier filmpjes moest afmonteren. Ik kampte met grote concentratieproblemen en vond alles op mijn bureau interessanter dan de computer voor mijn neus. Misschien kwam het door de onverwachte verschijning van een spook uit mijn verleden vorige week, wat een beerput aan slechte herinneringen naar boven had gebracht. Misschien kwam het doordat de koffieautomaat al uren defect was. Of was misschien toch de tropische temperatuur in het kantoor en erbuiten, waardoor de processors in mijn hoofd oververhit aan het raken waren, de oorzaak van mijn arbeidsverzaking. Hoe dan ook, er kwam niets fatsoenlijks uit mijn vingers. Toen ik nog freelancer was en voor mezelf werkte, had ik ook wel eens zo’n dag, maar dan stopte ik gewoon met werken en ging ik wat anders doen. Die luxe had ik nu natuurlijk niet. Dat is het nadeel als je in loondienst bent – je wordt geacht acte de presens te geven, ook als je hoofd er even niet naar staat. Zodoende was ik afwezig aanwezig. Hard fakend dat ik drukdoende mijn werk deed. Gek genoeg was dat de juiste formule, want door het faken ging ik vanzelf aan de slag en kwam het artikel – weliswaar met pijn en moeite – toch af. En ik was meteen even van de spoken in mijn hoofd verlost.Lees ook (of niet): Schrijfblokkade.

Categorieën
Strips

Leven met een webhoofd

Ze zeggen wel eens dat de dingen die je ontdekt in je jeugd, je altijd op een bepaalde manier bijblijven. Mijn passie voor strips en bepaalde stripfiguren zijn daar een schoolvoorbeeld van.

Ik moet een jaar of acht, negen zijn geweest toen ik geïnteresseerd raakte in Spiderman-strips. Een vriendje van school, Peter, had een stapel Spektakulaire Spidermans thuis liggen. Ergens tussen de nummers dertig en zeventig. (Ongeveer Amazing Spider-Man # 210 t/m 266.) Mooie verhalen geschreven door Roger Stern, Denny O’Neil en Tom DeFalco en vaak getekend door John Romita Jr. en Ron Frenz. Ze zeggen wel eens dat de dingen die je ontdekt in je jeugd je altijd op een bepaalde manier bijblijven; in het geval van Spiderman-strips gaat dit geheel op. Dat eerste stapeltje, waar ik later eigen exemplaren van kocht, gevolgd door honderden andere comics, behoren nog steeds tot mijn favoriete strips.

Vindingrijk
Bij het herlezen besef ik dat de verhalen ook nu nog aardig overeind blijven. Roger Stern had er een handje van Spider-Man tegen atypische schurken te zetten. Dus in plaats van voor de zoveelste keer Doc Ock uit de kast te trekken, zette hij het Webhoofd tegenover Juggernaut – in principe een onmogelijke vijand voor Spidey omdat hij een paar klassen te sterk is. Hierdoor benadrukte Stern twee belangrijke kwaliteiten van Spider-Man: zijn doorzettingsvermogen en vindingrijkheid – hij pareert de brute kracht van Juggernaut met intelligentie en weet daarmee de kolos te verslaan. (Een wijze les voor de jonge lezertjes.)Ook bedacht Stern de schurk Hobgoblin. Op zich is dit een recycling van de Green Goblin (Hobbie stal de spullen van de Goblin en bracht enkele verbeteringen aan), maar is harder dan zijn voorbeeld en je kunt harder om hem lachen (Omdat de Green Goblin geestesziek is, is zijn kwaadwillendheid gedeeltelijke geëxcuseerd, terwijl de Hobgoblin een heerlijke wraaklustige eendimensionale schurk is.)

Uitgebleekt pak
Voor Stern schreef Denny O’Neil de verhalen, na Stern kwam Tom DeFalco. De drie heren zetten de traditie van Stan Lee voort en mengden de actie met een flinke dosis humor. Wanneer Peter Parker in Amazing Spider-Man # 213 zijn Spider-Man-pak wast met eigengemaakte zeep, komt het pak geheel verbleekt uit de was. Omdat hij geen ander kostuum meer heeft, slingert Spidey enkele comics lang rond in een uitgebleekt pak. Dat overkomt andere superhelden nu nooit.In al deze verhalen woont Peter in een armoedig appartement in de wijk Chelsea. Zijn grootste zorgen in het leven zijn het combineren van studie en het superheldenwerk, de contant om huur zeurende huisbazin Mrs. Muggins (die eruitziet als Ma Flodder, inclusief sigaar) en levenspest J. Jonah Jameson, zijn baas en eigenaar van The Daily Bugle. Kortom, het leven van Peter Parker in die comics lijkt erg op het standaardleven van een student (afgezien van de superschurken) en is daardoor wederom heel herkenbaar. (Nog niet h erkenbaar toen ik negen was natuurlijk, toen kickte ik vooral op het pak en de krachten van Spider-Man, maar later bleken er andere echo’s van de strips in mijn leven door te galmen.)

Jeugdelixer
Op dit moment herlees ik deze comics. Misschien probeer ik de schok dat binnenkort mijn vierde decennium op deze aardkloot ingaat te ontwijken door me terug te trekken in een sfeer van nostalgie. Misschien werd het gewoon weer eens tijd om te (her)ontdekken waarom ik überhaupt met het verzamelen van strips ben begonnen. De Schone Schrijfster schreef me laatst dat het koesteren van de passies uit je jeugd het enige jeugdelixer is dat bestaat. Ik voel me nu niet precies weer negen jaar oud, maar er komen wel een hoop goede herinneringen boven door het lezen van comics. En ergens ben ik nooit volwassen geworden, dus gaat haar verhaal wel degelijk op. In ieder geval zolang als ik strips blijf lezen.
Ongetwijfeld ’to be continued’…Lees ook: De charme van Spider-Man en Stripbeurs in Rijswijk: Goths & Cultuurfetisjisten.

Categorieën
Mike's notities

Column: Koffie & Jezus

Over koffie doen verschillende geruchten de ronde – de een zegt dat het geen kwaad kan en een stimulerende werking heeft, de ander beweert dat je na een tijdje juist slaperig wordt van koffie. Ik heb het allemaal wel een keer gehoord en mijn eigen conclusies getrokken. Wanneer ik na vijf kwartier forensen eindelijk op mijn werk aan kom, ben ik, door al het lezen onderweg, weer behoorlijk duf geworden. Na het opstarten van mijn computer is de volgende stop de koffieautomaat om mezelf weer te verkwikken. Nou moet ik zeggen dat we alleen automatenkoffie tot onze beschikking hebben en dat ik in mijn leven wel beter heb geproefd. Toch, voor kantorenkoffie is het een redelijk bakkie. Ik heb een voorkeur voor cappuccino, maar drink anders mijn oppepper graag met melk en suiker. De zwarte koffie is niet op en top uit de automaat. Toch kan ik echt uitkijken naar die eerste kop in de ochtend; in het aroma ligt de belofte van een mooie dag verscholen.Na de eerste kop beginnen de radertjes in mijn hoofd weer te werken en ga ik aan de slag. In de loop van de dag wordt deze routine geregeld herhaald. Naast het beoogde effect heeft koffie ook een sociale functie. Ik ontmoet geregeld collega’s bij de automaat en soms komen daar gezellige en nuttige gesprekken uit voort. Daarbij is een rondje koffiehalen voor je collega’s een goede manier om een goede kant van jezelf te laten zien, of een goede kant te faken. Of de mythe van cafeïne nu waar is of niet, maakt eigenlijk niet zoveel uit. Als je gelooft dat iets werkt, dan werkt het negen van de tien keer ook. Het placebo-effect blijft niet beperkt tot nepmedicijnen, het geldt zowel voor koffie als voor de meeste religieuze levenshoudingen. Wat dat betreft is het vertrouwen in koffie en het geloof in Jezus gelijk aan elkaar. Als je er maar hard genoeg in gelooft, werkt alles.

Categorieën
Mike's notities

Geestelijk ongesteld

Het is weer zover en ik herken ’t meteen…De zon schijnt, mensen lopen met lekkende ijsjes, met elkaar of beschilderde eieren over straat. Maar dat kan me niet deren. Het is weer zover, ik weet ‘t. Zo nu en dan heb ik er last van en daar is niets aan te doen. Ik geef me eraan over en weet dat het wel weer over zal waaien. Ik heb geen zin om iets te doen, geen zin om buiten te zijn, mensen te zien, de telefoon op te nemen. Laat mij maar even sololeven. Geen puf om op te ruimen, verhalen te schrijven, het nieuws te vernemen. Het enige wat ik kan doen, is rustig binnenblijven, cd’tje draaien en in mijn eigen sop gaar koken tot het weer voorbij is. En dat gaat het uiteindelijk ook wel – niet vandaag, dan maar morgen. ‘Geestelijk ongesteld’ noem ik het. Zo’n moment dat je genoeg hebt van alle prikkels en signalen van buiten, van vluchtige contacten die verwaaien, loze woorden, beloftes en lauwe passies. Genoeg van het nadenken over toekomst en verleden – ik verblijf liever even in een passief heden. Niet meer denken aan…; niet meer dromen van… Even niets, behalve mezelf en de rauwe stem van David Pirner (Soul Asylum) die een poëtisch verhaal zingt over de schaduwzijde van het leven. Daar wil ik even in blijven, die schaduw die me aan het zicht van anderen onttrekt. De muziek biedt troost, warmte en doet me langzaam beter voelen.Langzaam komt de zin weer terug in mijn leven. Nog even… nog even…

Categorieën
Mike's notities

Column: Enquête 2

Vanmiddag werd ik onverwachts gebeld door een enquêtebureau uit Londen. Een prachtige vrouwenstem vroeg mij of ik tijd had om even wat vragen te beantwoorden. Ik zat net onderuit gezakt met een kop koffie, dus dat vond ik wel best.Een hele reeks vragen met betrekking tot enkele consumptiemiddelen stortte ze over me uit. Of ik Budweiser dronk, of dat ik toch meer de voorkeur gaf aan Heineken, en zo ja, in welke mate die voorkeur voorkwam op een schaal van één tot en met vijf. En of ik CNN keek (‘Alleen bij een ramp die groot genoeg is’,) en Discovery Channel. Geduldig beantwoordde ik alle vragen en gaf ik m’n mening op een schaal van één op vijf. Ze had een mooie, zachte stem. Ik stelde me een knappe meid van zo’n jaar of vijfentwintig voor met lang blond haar en heldere ogen. Terwijl ze wat vroeg over een naargeestig fotomerk, droomde ik weg. Een strand; twee handdoeken; zij en ik spetterend in het water. (‘Ja, ik drink graag Heineken als het warm is.’ )Ik vroeg me af wat een Nederlands meisje in Londen deed. Waar kwam ze vandaan? Wie was ze? Wat waren haar dromen? What made her clock tick? (‘Nee, ik kijk nooit naar Cartoon Network, als ik tekenfilmfiguren wil zien, kijk ik wel naar het parlement.’) Hoe was het weer in Londen? (‘Budweiser geef ik een vijf. Alleen die naam al, alsof je het over een dikke kikker hebt. “Bud. Bud”.’)Ze zat vast achter een lang bureau in een ruimte waar vele andere meiden zaten. Allemaal in een apart hokje. Voor haar een mok koffie of een kopje thee, een toetsenbord en een pc. Misschien een pakje sigaretten, die ze natuurlijk alleen in de pauze mocht nuttigen. (‘Hoe lang doe je dit eigenlijk per dag? Acht uur, goh.’) Misschien een foto van een kind of vriendje ernaast, maar waarschijnlijk niet, want dergelijke bureaus waren altijd onpersoonlijk. Bovendien mochten de telefonistes niet afgeleid worden. (‘Een twee voor Sony. Nee, Coca Cola drink ik ook niet.’) Had ze een jurk aan, of was het meer een girl in jeans? Wat wilde ze uit het leven? Was ze gelukkig? Misschien was ze wel een studente, ik nam aan dat je niet de rest van je leven vragen aan andere mensen wilde stellen en dat het gewoon een bijbaantje zou zijn. Wat voor muziek deed haar hart sneller kloppen? Hield ze van film en cabaret? (‘Welk merk plakband? Wat een vraag. Als het maar plakt, toch? Nee, voor Corona ga ik echt niet een straatje verder als deze winkel het niet heeft.’)Wie was deze meid met de mooie stem? (‘Of ik nog even m’n naam wilde geven. Het moest niet, hoor. Alleen m’n voornaam dan. Nou bedankt voor het gesprek. Je was erg geduldig en aardig. Nog een prettige dag.’)Ik hing op en voelde me leeg. Ik had haar al die antwoorden gegeven en ze had niet een van mijn (ongestelde) vragen beantwoord.
Is er dan geen rechtvaardigheid meer in dit leven?A: Heel veel.
B: Redelijk
C: Ongeveer
D: Nee
E: Absoluut
F: Weet niet/ geen meningGraag een antwoord op een schaal van één tot vijf.Zie ook: Enquête.

Categorieën
Media Mike's notities

Truttigheid & liefdescynisme

Zaterdagochtend, 9:15. Ik sta in de lange rij voor de kassa van de buurtsuper.Achter me staat een muf ruikende bejaarde ongeduldig te duwen; kinderen jengelen in de gangpaden en over de intercom klinkt het gekreun van Justin Timberlake. Ik snak naar mijn eerste slok koffie van de dag en kijk meewarig naar de spullen in mijn karretje. Voor me staat een aantrekkelijke dame met blond haar, een kleine boodschappentas en een mooi rond achterwerk. Terwijl ik haar vriendelijke gezicht bestudeer, dwalen mijn gedachten af naar het huishouden: vandaag zou ik echt mijn huis eens op orde moeten krijgen en met de administratie loop ik al decennia achter. En die lekkende wasmachine moet ook nog worden aangepakt. Waarom denk ik daar nu eigenlijk aan? Hoor ik niet te fantaseren over hoe ik de Blonde Dame wild neem op de lopende band? Of – de situatie realistisch bekeken – moet ik haar in ieder geval niet even vriendelijk aanspreken? Maar nee, mijn jachtinstinct lijkt verdoofd door liefdescynisme. Ik lijk volledig gedomesticeerd. Wat wil je ook in een tijd waarin Heleen van Royen truttigheid met het label ‘stout’ bestempelt en waarin in een documentaire op de website van zender Tien te zien is hoe mannen zichzelf in een marathonsessie afrukken voor het goede doel (was masturbatie niet ooit een goed doel op zichzelf?) Wie heeft er dan nog zin in seks? In mijn achterhoofd dreunt het deuntje ‘Where on a road to nowhere’ van de Talking Heads. Een nummer waar ik het op dit moment alleen maar mee eens kan zijn.