(Hand)Teken(ing) des tijds

Een comic met handtekeningen van de makers roept enkele prikkelende vragen op…Eigenlijk heb ik handtekeningenjagers nooit goed begrepen. Als bewijs dat je iemand daadwerkelijk hebt ontmoet heb ik liever een foto om de herinnering te ondersteunen. Originele tekeningen of gesigneerd werk is iets anders, maar louter iemands handtekening op een velletje papier doet het niet voor mij.

cover asm 232

Grappig dus dat ik laatst van vriend Paul een Amazing Spider-Man #232 voor m’n verjaardag kreeg, gesigneerd door John Romita Jr. en schrijver Roger Stern. Zeker niet de minsten in de comicwereld en daarom twee bijzondere handtekeningen. Amazing Spider-Man # 232 is een klassieker uit september 1982 waarin Spidey het opneemt tegen Mr. Hyde en Cobra. De comic is in goede staat en ruikt naar een combinatie van oude drukinkt en de tand des tijds. Voor de stripliefhebber een zoete, herkenbare geur. Comics werden toen nog op papier van mindere kwaliteit gedrukt en verkocht voor zestig dollarcent! Voor dat kleine bedrag kreeg je een prachtig getekend avontuur van 22 pagina’s (en wat reclame). In de loop der jaren is de nostalgische waarde van dit werkje prijsloos geworden.

Onschuld
Hoewel er flink geknokt wordt in deze aflevering, hadden de verhalen in die tijd toch iets onschuldigs. Deze onschuld lijkt in de jaren negentig verloren te zijn gegaan toen de superschurken meer zeer meer als psychopaten gingen gedragen(het beste voorbeeld in de Spiderman-comics hiervan is Carnage). Aangezien strips de tijd reflecteren waarin ze worden geproduceerd, impliceert dit type schurk in comics dat de maatschappij sinds begin jaren tachtig flink verhard is. Daarom des te fijner om soms weer een paar van die oude verhalen te lezen en weg te dromen naar een tijd dat dingen nog simpeler waren (in ieder geval in mijn leven, in 1982 was ik een jaar of vijf en had nog niet zo veel last van de Grote Boze Buitenwereld).

Volgens het certificaat bij de signeerde comic werden de handtekeningen door de grootmeesters op 17 januari 1998 te Las Vegas op de cover geplaatst, ruim 16 jaar nadat deze uitkwam. Ben benieuwd van wie de comic eerst was en of degene nog een zinnig woordje heeft gewisseld met John Romita Jr. en/of Roger Stern. Ik vraag me af wat ik de heren te zeggen zou hebben als ik ze zou ontmoeten…. Waarschijnlijk niets meer dan complimenteren met hun goede werk of iets anders nerd-achtigs. (Tenzij ik een interview afneem voor een artikel, maar dat is een compleet andere situatie.) Misschien maar goed ook dat ik ze nooit heb ontmoet. Ik lees liever hun comics… Wat zou jij je helden vragen als je ze zou ontmoeten?

Meer over de comics van Stern en Jr.Jr. zie: Leven met een webhoofd.

Lees ook: Nog niet dood.

Share

Michael Minneboo

Michael Minneboo is een freelance journalist gespecialiseerd in popcultuur, fancultuur, strips, film, online media en beeldcultuur. Hij schrijft over onder andere comics, Nederlandse strips & animatie en interviewt makers uit binnen- en buitenland. Daarnaast geeft hij lezingen en adviseert hij particulieren en bedrijven over bloggen.

  • Henk ,

    Ik zou m’n “helden” helemaal niets willen vragen. In een dergelijk geval is “ignorance bliss”. Als je met ze gaat praten kom je er achter dat het gewoon mensen zijn. En helden zijn meer dan mensen. Dus goed beschouwd zou je je eigen illusie ontmantelen.

    Daarentegen heb je wel mensen waar je vanuit een creatief opzicht tegen op kijkt. Maar die vraag je alleen dingen die je op dat moment wil weten.

    En nog even terugkomend op de onschuldige schurken. Het ligt hem puur en alleen in de motivatie en het doel. De meeste schurken willen iets stelen, iets bereiken etc. Hierbij komen ze de held tegen en proberen ze ondanks zijn bemoeizucht hun doel te bereiken.
    Carnage heeft een dergelijk doel niet. Hij is gewoon slecht. Dat maakt hem een meer psychopaat achtige schurk. Slecht zijn zonder motivatie.