Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for February, 2008

Brando’s Kurtz (slot): Mr. Kurtz, I presume?

Thursday, February 28th, 2008

1. Inleiding
2. (De)Constructie van een personage
3. Stemmen over Kurtz
4. Kolonel Kurtz en zijn horrorWat blijkt nu als we alle indicatoren en aanwijzingen uit Apocalypse Now op een rijtje zetten? Kortom: wie is Kurtz? Met als bonus: wie bedacht wat?
Het personage Kurtz in Apocalypse Now is complex en kent meerdere lagen. In de film worden verschillende indicatoren gebruikt waarmee de kijker Kurtz kan construeren. De belangrijkste indicatoren zijn: de dialogen van personages, de actie en gebaren van Kurtz, het uiterlijk van Brando, diens stemgebruik en de mise-en-scène. Daarnaast gelden in het eerste deel van de film het dossier van Kurtz, Willards inzichten daarover en de briefing door generaal Corman als belangrijke indicatoren. Vooral in het eerste deel wordt de mythe van Kurtz vormgegeven.Deze mythe wordt in het tweede deel van de film bevestigd. Door de mise-en-scène en de manier waarop hij in beeld gebracht is wordt deze mythe nog eens versterkt. Door de schaduwrijke belichting wordt vooral het gezicht van Kurtz benadrukt en zien we telkens maar een deel van zijn lichaam. De rest is gehuld in schaduwen. Dit gaat overigens niet op voor de Redux-versie van de film. Daar zit een scène in waarin Brando in daglicht artikelen voorleest uit Time magazine. Hier zien we hem wel van top tot teen. Zijn dikke lichaam is echter bedekt door wijde kleding.Kurtz wordt bijna altijd geïsoleerd in beeld gebracht, dit maakt dat hij losstaat van de andere personages alsof hij buiten de realiteit staat. Door maar een deel van zijn lichaam te laten zien en dit lichaam op te delen in stukken, is Kurtz meer een overheersende aanwezigheid dan een mens. Dit versterkt het idee dat hij als koning of God regeert over de Montagnards.De Brando-factor
Door de manier waarop Brando Kurtz neerzet – met grote gebaren, zijn manier van praten en zijn forse lichaam – maakt dat Kurtz bigger than life is. Door de nadruk op zijn stem te leggen wordt dit idee alleen maar versterkt. Juist door deze narratieve middelen (cameravoering, licht, montage en de vertolking van Brando) voldoet de Kurtz die we aan het einde van de rivier aantreffen aan onze verwachtingen die opgeroepen zijn in het eerste deel van de film.In de preproductie fase wilde Brando van Kurtz een personage maken dat eerlijk, serieus, oprecht is en diepe gevoelens heeft. (Cowie 2000: 67.) Daarbij wilde hij dat Kurtz mysterieus is en dat de kolonel voor een groot deel van het verhaal onzichtbaar is, net als het personage uit Conrads boek. (Brando en Lindsey 1994: 302.) Tijdens de improvisaties in de opnameperiode besloot hij echter om Kurtz bigger-than-life te maken, een theatraal personage. (Cowie 2000: 78.)In feite gaan beide omschrijvingen op voor het personage Kurtz. Kurtz blijkt een dualistisch personage te zijn: aan de ene kant is hij een humane man en aan de andere kant is hij de doorgeslagen generaal die ondeugdelijke methoden hanteert. Zijn omslag is veroorzaakt door een traumatische ervaring. Deze ervaring met de horror van Vietnam heeft zijn ziel ziek gemaakt. Hij gelooft oprecht dat zijn manier van oorlog voeren de enige manier is om deze te winnen.Hekel aan leugens
Kurtz is een imposant iemand, die anderen weet te inspireren en te overtuigen. Daarnaast is hij een intelligente man die warme gevoelens koestert voor zijn zoon. Kurtz heeft een hekel aan leugens en walgt van de dubbele moraal die het leger hanteert. Hij wil dan ook dat zijn zoon de waarheid kent, dat hij begrijpt wat Kurtz heeft geprobeerd te doen.Kurtz is een tragisch figuur. Hij claimt dat hij buiten het oordeel van anderen valt. Zoals hij tegen Willard zegt, heeft Willard niet het recht om hem te veroordelen, maar wel een recht om hem te vermoorden. Hij ontkomt echter niet aan het oordeel dat hij over zichzelf velt. Kurtz doet wat in zijn ogen noodzakelijk is. Om het grotere doel te dienen, leeft hij los van menselijke emotie. Kurtz is zelf de belichaming van horror geworden. Maar juist daarom heeft hij een doodwens, omdat hij beseft dat zonder menselijkheid het leven leeg is.
Bonus: Wie bedacht wat?
Het maken van films is een collectief gebeuren. Hoe bepaalde stijlvormen tot stand komen, is soms moeilijk na te gaan, aangezien ieder departement iets toevoegt. Daarbij heb je als makers soms met verrassende factoren te maken.Zoals eerder beschreven, is Kurtz vooral gehuld in duisternis als hij voor het eerst echt aanwezig is in de film. De keuze om Brando in chiaroscuro uit te lichten en uit de duisternis op te laten komen, was het idee van cameraman Vitto Storaro. Afgezien van de symbolische betekenis was het ook erg praktisch om Brando zo te filmen. Omdat de acteur veel dikker was dan Kurtz zou moeten zijn, moest dit feit gemaskeerd worden. Door hem te hullen in duisternis en slechts delen van zijn lichaam te laten zien, lijkt Kurtz eerder een grote man dan een dikzak. In andere scènes is Brando soms wel ten voeten uit te zien, maar dan verhuld donkere wijde kleding zijn dikke lichaam. Soms zien we ook een stand-in in plaats van Brando.Overigens schrijft Brando in zijn autobiografie dat de manier van belichten, de creatie van Kurtz zoals we die in de film zien en de manier waarop hij geïntroduceerd wordt, geheel door hem bedacht zijn. Andere verslagen van de opnamen van Apocalypse Now spreken dit echter tegen. Natuurlijk heeft hij samen met Coppola Kurtz terplekke geïmproviseerd, maar dit gebeurde wel op basis van de scripts die voor de film geschreven waren, als mede op basis van Conrad’s werk. (Zie Brando en Lindsey 1994:302-304.)Brando’s acteerstijl: een kwestie van improviseren
De monologen van Kurtz zijn gemonteerd uit twee opnamen van ongeveer 45 minuten. Brando improviseerde de tekst. In de documentaire hearts of darkness zijn in de werkopnamen soms borden te zien waarop een deel van de tekst staat. Terwijl Brando zijn tekst improviseerde, kon hij Coppola’s commentaar horen via een zendertje in zijn oor. Cowie 2000: 80. William Hagen is van mening dat Kurtz een meer fysieke en visuele aanwezigheid is dan psychologische kracht heeft. Dit komt volgens hem doordat het personage ter plekke geïmproviseerd is door Brando. (Hagen 1988:299.)Ik denk eerder dat Kurtz juist wel psychologische kracht heeft door hoe hij in beeld is gebracht en de woorden die hij spreekt. Bovendien heeft Brando weliswaar veel geïmproviseerd op de set van Apocalypse Now, maar niet voordat hij en Coppola het eens waren over de psychologie van het personage. Literatuur
Brando, Marlon en Robert Lindsey. Brando: de autobiografie. Baarn: De Kern, 1994.

Bordwell, David en Thompson, Kristin. Film Art. An Introduction. 5th edition. New York: McGraw-Hill, 1997.

Cowie, Peter The Apocalypse Now Book. Faber and Faber LTD, 2000

Dyer, Richard. Stars. London: British Film Institute, 1998.Hagen, william M. ‘Heart of Darkness and the process of Apocalypse Now,’in: Kimbrough, Robert, ed. Heart of Darkness, third Norton critical edition. New York: Norton, 1988: 293-301.Rimmon-Kenan, Shlomith. Narrative Fiction. Contemporary Poetics. London: Methuen, 1983.

De eeuwige forens: Er is wachten

Wednesday, February 27th, 2008

Donderdagavond, 21:37
Vanavond vrienden bezocht. Ik kijk terug op een gezellig samenzijn. Nu sta ik met onbekend meisje en wat Amerikaanse toeristen bij de tramhalte. Wachten op tram 25 is wat ons bindt. We bevinden ons in een tijdsvacuüm waarin we niets anders kunnen dan afwachten en hopen dat de tram op tijd komt. Het meisje tuurt richting trambaan. De koude wind prikt in onze gezichten.
De tram arriveert volgens schema om kwart voor. Ik haast me naar binnen en vind een plaats. Een snelle blik op de klok: nog een kwartier voordat mijn trein vertrekt. Ga ik die halen?Iedere halte waar mensen instappen wordt die hoop kleiner. Te veel rode stoplichten, te veel verkeer, te veel oponthoud. Waarom rijdt de chauffeur niet door? Ik besef dat ik geen controle over de situatie heb en laat me lijdzaam leiden door het centrum van Amsterdam. Het CS komt in zicht; twee minuten te laat. Story of my life.

The Exorcist: The Beginning & Dominion

Monday, February 25th, 2008

Twee keer dezelfde film, maar dan andersHet gebeurt niet vaak dat twee regisseurs met uiteenlopende stijlen hetzelfde script verfilmen. Dit is echter wel het geval met de prequels van The Exorcist. Dit biedt de unieke kans om Paul Schraders film Dominion: Prequel to the Exorcist te vergelijken met Exorcist: The beginning van Renny Harlin.Toen de horrorklassieker The Exorcist (1973) van William Friedkin in 2000 met succes werd uitgebracht als Director’s cut, kon een derde vervolg natuurlijk niet uitblijven. Er werd gekozen voor een prequel, een verhaal dat voor de oorspronkelijke film speelt. Hierin is Priester Merrin getraumatiseerd: de nazi’s lieten hem tien mensen kiezen die ter dood werden gebracht als represaille voor de moord op een Duitse soldaat. Van zijn geloof gevallen stort hij zich als archeoloog op het opgraven van een christelijke kerk uit de vijfde eeuw, verborgen in Oost-Afrika. Uiteindelijk komt hij hier oog en oog te staan met Het Kwaad zelf.

Regisseur Paul Schrader op de set.

Regisseur Paul Schrader werd ingehuurd om de film te verwezenlijken. Schrader heeft als schrijver van Taxi Driver (Scorsese, 1976) en regisseur van onder andere American Gigolo (1980) zijn strepen in Hollywood ruim verdiend. Toch was filmmaatschappij Morgan Creek niet tevreden met zijn interpretatie van het script. Renny Harlin werd ingehuurd om de film opnieuw te draaien als Exorcist: The beginning (2004).Psychologie versus actie
In grote lijnen is het bovenbeschreven verhaal gelijk gebleven. Schrader heeft er echter een psychologische film van gemaakt. Hij legt de nadruk op het schuldgevoel van Merrin en zijn reis terug tot het geloof. Schrader begint dan ook bij het voorval in WOII dat Merrins leven verandert. Harlin kiest ervoor deze gebeurtenis in stukken door de film te verweven. Het verschil is dat je bij Schrader weet dat alles wat Merrin doet voorkomt uit dit voorval. Bij Harlin is de onthulling het laatste stukje expositie dat uit de weg moet voordat de actie volledig de film overneemt.In Dominion is de horror incidenteel aanwezig. Schrader bedient zich van korte schrikmomenten en bouwt spanning op door middel van intercutting, door tussen de scènes te schakelen. Wanneer hij gebruik maakt van digitale effecten, worden de grenzen van het beperkte budget pijnlijk duidelijk. De digitale hyena’s overtuigen de kijker niet. Daar heeft Harlins versie veel minder last van. Harlin gebruikt meer standaard Hollywood horrortrucjes en leunt zwaar op effecten. Hij doet dit heel doeltreffend en in een hoog tempo, al is het allemaal wat voorspelbaar.Overdaad
Harlins stijl is minder fijnzinnig en in alles overdadiger. Dit maakt de eerste scène al duidelijk: een vliegend shot over een slachtveld na een heilige oorlog, waar honderden mensen omgekeerd gekruisigd zijn. Een interessant verschil is dat bij Schrader de Duivel veel verleidelijker wordt voorgesteld (hij biedt Merrin de kans om zijn geschiedenis te herschrijven). Daarentegen lijkt Harlins versie meer op het origineel, zeker wat de uitdrijving van de Duivel betreft. In het laatste shot loopt Merrin richting het Vaticaan. Hij lijkt met zijn zwarte jas, hoedje en koffertje, precies op de oudere versie uit de oorspronkelijke Exorcist.

Uit welke van de twee films zou deze foto komen?

Accentverschil
Bij Harlin is er sprake van een onemanshow: Merrin staat centraal in beide films, maar in The beginning zijn de overige personages meer bijfiguren. Hierin is de jonge priester Francis voornamelijk kanonnenvlees terwijl hij in Schraders versie uiteindelijk de man is die Merrin dwingt om het exorcisme uit te voeren. Een leuk detail is dat een deel van de cast in beide films hetzelfde is. Merrin wordt vertolkt door Stellan Skarsgård en ook Antonie Kamerling speelt in beide versies de nazi Kessel (al zet hij zijn Duits accent bij Harlin dikker aan). Het zou te makkelijk zijn Harlins versie volledig af te wijzen, want voor beide interpretaties valt een lans te breken. Wie wil griezelen kan bij Harlin terecht, wie meer subtiliteit en diepgang wil moet bij Schrader zijn. Overigens overtreft geen van de films het ijzersterke origineel.

Column: Puberen in de kroeg

Sunday, February 24th, 2008

Ze staat wat onwennig tussen haar vrienden bij de gokkast. Iets jonger dan mijn zusje, een jaar of zeventien gok ik. Blond haar, lelieblanke huid, een spitsig neusje en breekbaar lijfje. Een model in de wording – als ze ten minste leert op commando zelfverzekerheid uit te stralen. Nu lijkt ze vooral zoekende naar een houding, worstelend met de aandacht die ze van de anderen krijgt.De tienerjongens beginnen uitbundig te springen op de beat. In verlegenheid gebracht lacht ze plichtmatig naar een van de jongens. Ze checkt even of er niet te veel mensen naar hen kijken. Opgelucht laat ze haar schouders zakken als de aanwezigen in de kroeg met hun eigen ego bezig blijken. Zoals het meisje dat aandachtvragend op de vloer danst. Begin twintig, kort krullend haar. Haar armen schudden mee met de muziek. Als ze een bekende ziet, schreeuwt ze hem gedag en stormt op hem af. De mensen die de krullenbol uit de weg duwt, kijken haar nog even geïrriteerd na voordat ze zich weer op hun vrienden en bier richten. Aandachtsjunkie met krullen omhelst de jongen en glimlacht. Ik zie het vanaf mijn kruk gebeuren en zucht: ‘Zo kan het natuurlijk ook’. Ik hoop dat het blonde meisje het in de toekomst anders aanpakt.Lees ook: Uitgaan na het uitgaan.

Have a nerdy weekend!

Friday, February 22nd, 2008

Van de week in de brievenbus gevonden: de dvd boxset van de drie Beverly Hills Cop-films, The Walking Dead Vol. 5 én Comic Creators on Spider-Man. Het perfecte pakketje om de kantoorpolitiek van de werkweek te vergeten. Het weekend kan beginnen. Beverly Hills Cop
Bij toeval kwam ik laatst op YouTube een achter-de-schermenspecial tegen over Beverly Hills Cop II. Toen ik jong was keek ik de videotapes van deze reeks actiekomedies van Eddie Murphy geheel grijs. Fantastisch vond ik de verbale schermutselingen tussen de straatslimme smeris Axel Foley en de agenten in Beverly Hills. Sindsdien is Eddie Murphy nooit meer zo grappig geweest. De special deed me uren kijkplezier herinneren. Ik kon de verleiding dan ook niet weerstaan de dvd-box online te bestellen. Ik ben benieuwd hoe mijn volwassen versie tegen deze trilogie aan kijkt. (Een artikel hierover staat gepland.)

Zelfs als je een film tig keer hebt gezien, biedt een nieuwe viewing vaak nieuwe ontdekkingen. De film is in principe hetzelfde, maar de kijker is wel in de loop der jaren veranderd en heeft meer ervaringen op het netvlies zitten. Zo zag ik laatst de film The Paper (Ron Howard, 1994) weer eens. Het verhaal kon ik me nog herinneren en bood dus weinig nieuws, maar omdat ik tegenwoordig zelf bij de webredactie van een tijdschrift werk, keek ik wel heel anders naar de werksituatie van de journalisten in de film.

The Walking Dead vol 5: The Best Defense
In deze langlopende stripserie wordt een groep mensen gevolgd die zich staande probeert te houden tegen een overmacht aan zombies. Hoewel het verhaal enkele griezelmomenten kent, is het vooral de studie naar het handelen van de mens in extreme omstandigheden die centraal staat. Robert Kirkman heeft een horror-soap geschreven vol verrassende wendingen, uiteenlopende personages en genoeg gore om de horrorliefhebber te bedienen. De strip is in sfeervol zwart-wit gepend door tekenaars die hun vak verstaan. Aanrader. (Nuff said – liefhebbers van goede comics én horror mogen er best een leesuurtje aan wagen. Je raakt gegarandeerd verslaafd.)

Comics Creators on Spider-Man
Goed, nerdiër dan dit kan haast niet, maar ik geniet altijd erg van de verhalen van mensen uit de film-, muziek- en stripindustrie. Tom DeFalco interviewde vakbroeders als Stan Lee, Marv Wolfman, Gerry Conway, Roger Stern en John Romita Sr. over hun werk aan de Spiderman-comics. De liefhebber leest over hoe het er bij Marvel Comics aan toe gaat, hoe de schrijvers en tekenaars te werk gaan en hoe de stripmakers tegen de muurkruiper aankijken. (Een recensie volgt later.)

Have a Nerdy weekend!

Brando’s Kurtz (4): Kolonel Kurtz en zijn horror

Thursday, February 21st, 2008

De performance van Marlon Brando onder de loep genomen1. Inleiding
2. (De)Constructie van een personage
3. Stemmen over KurtzTijdens de eerder beschreven gebeurtenissen tijdens Willards reis en het dossier over Kurtz zijn we al heel wat te weten gekomen over deze afvallige kolonel. Door Willards commentaar op de waanzinnige belevenissen in de oorlog zorgen ervoor dat we begrip krijgen voor de standpunten van Kurtz, zeker als we personages als Kilgore als vergelijkingsmateriaal nemen. Nu wordt het tijd om Kurtz te ontmoeten en te analyseren hoe Marlon Brando hem heeft neergezet.Het uiterlijk van Kurtz: de Brando-factor
Regisseur Coppola had veel moeite om Brando te krijgen voor de rol van Kurtz. Tijdens de onderhandelingen heeft hij zelfs gezegd dat hij net zo goed Jack Nicholson, Al Pacino of Steve McQueen voor de rol kon nemen. Dat het uiteindelijk Brando is geworden, is allesbepalend voor het personage Kurtz. Wanneer Al Pacino hem gespeeld zou hebben, dan zou Kurtz een heel ander personage geworden zijn.James F. Scott heeft in Film: The Medium and the maker (1975: 247-251) een studie gemaakt van Brando en de Method; hij schaart Brando onder die acteurs die in essentie in elke film hetzelfde zijn. Als Brando een personage speelt, zien we eigenlijk gewoon Brando. Daarmee zijn Kurtz en Brando vergroeid tot een personage. Anders gezegd: Brando is Kurtz.Stertekst
Dit betekent dat de stertekst Brando een duidelijke indicatie is voor wie Kurtz is: rollen die de acteur eerder heeft gespeeld, zoals die van de rebel in vroeger werk kunnen de interpretatie van Kurtz kleuren. James Naremore schaart Kurtz onder het rijtje gestileerde imperialistische schurken die Brando heeft gespeeld in onder andere The Ugly American (George Englund, 1963) en Burn! (Gillo Pontecorvo,1969).( Naremore 1988:196.)

Het is moeilijk te bepalen of Brando’s imago nu een perfect fit is met Kurtz of juist problematisch, aangezien Coppola het personage herschreef voor en met Brando.Toen de te dikke Brando op de set verscheen besloot Coppola om Kurtz te maken als een man die toegeeft aan zijn zinnen. ‘I instantly thought I’d play him as fat, and show him as a guy who’d gone to seed,’ zegt Coppola in Cowie’s book. (Cowie 2000:77.)De stem van Kurtz en Brando’s lichaamstaal
Hoewel we Kurtz pas in de laatste 20 minuten van Apocalypse Now zien, wordt zijn aanwezigheid in de hele film gevoeld. Zijn angstaanjagende stem in de briefingscène is hier voor een groot deel verantwoordelijk voor. In de ondervragingsscène waar we hem eindelijk in levende lijve zien, horen we ook eerst alleen die stem:Willard wordt binnengebracht in de tempel en Kurtz ligt op bed, hij is gehuld in duisternis. Tijdens de ondervraging van Willard komt hij overeind, en langzaam komt hij uit de duisternis te voorschijn: eerst zien we de vorm van zijn hoofd, daarna zijn handen en uiteindelijk zijn gezicht. Brando is gefilmd in Chiaroscuro ook wel clair obscur genoemd. Dit is een bepaalde meestal ‘dramatische’ licht/schaduwverdeling. Het felle licht komt van één lichtbron, de rest van het shot is gehuld in duisternis. Het moment dat zijn gezicht te zien is, is extra dramatisch doordat Kurtz dan Willard op zijn plaats zet: ‘You’re an errand boy, sent by grocery clerks to collect a bill’. Nu kijkt Kurtz Willard voor het eerst goed aan: in zijn ogen kunnen we de waanzin die hem beheerst lezen. Als Kurtz vraagt of Willard zijn methoden ondeugdelijk vindt, antwoordt die dat hij helemaal geen methode kan ontdekken.Small talk?
Het is interessant dat Kurtz eerst wil weten waar Willard vandaan komt, alsof hij voorzichtig wil beginnen met smal talk. Het verhaal over de Gardenia plantage op de rivier van Ohio is een metafoor. Kurtz zegt dat het daar net de hemel op aarde leek door al de mooie kleuren van de bloemen langs de rivier. Dit beeld is de antithese van de reis die Willard net heeft doorgemaakt: aan het einde van de rivier in Vietnam wacht niet de hemel, maar de hel.Brando spreekt op een zwaarwichtige toon; zijn stem is indrukwekkend. Zijn manier van spreken bepaalt het tempo van de film wat Brando/Kurtz extra kracht geeft. Hij praat langzaam: hij spreekt zijn zinnen niet in een adem, maar breekt deze op in stukken. Als Kurtz spreekt wordt er geluisterd. Zijn stem heeft autoriteit. Dit verklaart waarom hij zijn leger de vreemdste en verschrikkelijke orders kan laten uitvoeren.Gebaren en actie
De lichaamstaal van Brando is erg belangrijk. Juist in de ondervragingsscène, waar hij weinig bewegingsvrijheid heeft, maakt Brando maximaal gebruik van lichaamstaal. Door middel van gebaren beeldt hij uit wat er in het hoofd van Kurtz omgaat. Omdat zijn manier van praten constant is, kunnen we daar niet uit afleiden of hij geraakt wordt door wat Willard zegt. Als Willard vertelt dat de legerleiding vindt dat Kurtz volledig gek geworden is, maakt Brando een vuist. Met dit dramatische gebaar geeft hij aan dat het hem toch wat doet dat men hem als een gek beschouwd, ook al zegt hij zelf dat hij vrij is van de meningen van anderen.Wassen
Het wassen van zijn hoofd is minder subtiel, hoewel over de betekenis daarvan gediscussieerd kan worden. Het zou gezien kunnen worden als metafoor voor het wegwassen van de zonde. Seymour Chatman (artikel ‘2½ versions of Heart of Darkness’) ziet het wassen van Kurtz hoofd als een verbeelding van de scheiding van Kurtz en de leugens van het leger:

‘The shorn skull epitomizes Colonel Kurtz’s separation from all the muddied efforts of the ordinary army to ‘solve’ the Vietnamese ‘problem.’ As he cups his hands and washes his head, he seems to demonstrate a mania to cleanse himself and his mission, but to do so through merciless violence. (Chatman 1997: 213)

Dat Kurtz zijn rug heeft gekeerd naar het leger is duidelijk, toch vermoed ik dat Chatman te veel betekenis leest in de gebaren van Kurtz. Het zou net zo goed kunnen betekenen dat hij zijn hoofd was om wat af te koelen van de tropische hitte of omdat hij koorts heeft. Kurtz in Heart of darkness is dodelijk ziek. Er is echter een aanwijzing dat dit ook voor Brando’s Kurtz opgaat. Als Willard in de houten kooi zit en Hopper hem water geeft, zegt Hopper dat hij denkt dat Kurtz stervende is. Dit zou ook een verklaring kunnen zijn waarom Kurtz überhaupt toelaat dat Willard hem vermoordt. Kurtz voelt zich verscheurd van binnen door de horrors die hij heeft gezien en door de veranderingen die hij heeft doorgemaakt. Dit maakt de moord een daad van euthanasie, want Kurtz wil dood: hij wil van de pijn af. Zoals Willard zegt als hij naar de tempel sluipt om zijn opdracht uit te voeren:

“Everybody wanted me to do it, him most of all. I felt like he was up there, waiting for me to take the pain away. He just wanted to go out like a soldier, standing up, not like some poor, wasted, rag-assed renegade. Even the jungle wanted him dead, and that’s who he really took his orders from anyway.”

De Method
Het wassen van het hoofd is een typische Brando-techniek. Brando gebruikte vaak voorwerpen of gebaren om eigenschappen of gevoelens van zijn personage uit te drukken. Brando wordt gezien als schoolvoorbeeld van de Method. Deze acteermethode is afgeleid van de leer van Stanislavsky, waarin de acteur het personage van binnenuit speelt. Het personage wordt geconstrueerd vanuit zijn psychologie en onderbewuste, waardoor het personage zelf belangrijker wordt dan de plot.Dit is duidelijk het geval in Apocalypse Now. Brando en Coppola zaten dagenlang te praten om de psychologie van Kurtz uit te dokteren. Toen Brando een duidelijk idee van het personage had, konden ze gaan draaien. De scènes van Kurtz zijn het resultaat van Brando’s improvisatie.Brando beweegt niet veel en zet Kurtz neer als een massief figuur. Hierdoor straalt Kurtz kracht uit en wordt er tevens nadruk gelegd op zijn gebaren. Er zijn echter ook momenten dat Kurtz een ongekende snelheid vertoont. Hij is immers in staat om Chef te overmeesteren en diens hoofd af te hakken. Dit zien we niet in de film. Wel zijn we getuige van het moment dat Kurtz in de nacht voor Willard verschijnt. Willard zit op dat moment vastgebonden. De twee mannen kijken elkaar aan, alsof ze elkaars kracht inschatten. Kurtz kijkt op Willard neer, alsof hij de sterkste is van de twee. Kurtz mond staat strak, met de hoeken naar beneden, alsof hij betreurd wat hij heeft moeten doen. Dan loopt Kurtz om Willard heen, en gooit heel achteloos het hoofd van Chef in zijn schoot. Dit is een duidelijk signaal aan Willard, dat Kurtz niet met zich laat sollen.Filosoof en moordenaar
De moord op Chef is een van de weinige momenten dat we ook werkelijk de meedogenloze kant van Kurtz zien; in de rest van de film wordt deze alleen gesuggereerd. In de twee scènes waarin hij tegen Willard praat of wanneer hij gedichten voorleest, lijkt hij een innemende man die nadenkt over het leven. Dat Kurtz het hoofd bijna achteloos weggooit, geeft aan dat hem weinig doet. Bovendien is het een gewoonte van Kurtz om hoofden af te hakken: rond de tempel liggen vele hoofden. Ook hangen er hier en daar wat lichamen. Dit vertoon van meedogenloze moordlust wijst op wat Rimmon-Kenan een actie uit gewoonte noemt. De omgeving waarin Kurtz leeft, de omgeving rond de tempel en het bouwwerk zelf, zijn duidelijke indicatoren van het personage. Terwijl dode lichamen een indicatie zijn voor zijn moordlust, ondersteund de tempel het idee dat hij god is, en zich als zondanig gedraagt.In de tempel kijkt Willard naar de spullen van Kurtz, deze zien we via zijn point of view: Kurtz z’n uniform en medailles, de bijbel, een exemplaar van The Golden Bough van James Frazer en From ritual to romance van Jessie L. Weston. Er hangen wat foto’s van zijn gezin op de muur. Het uniform en de foto’s staan los van Kurtz, hij heeft ermee gebroken. Zoals Willard zegt. ‘He broke from them [his family] and then he broke from himself.’Metafoor voor moord
De legende van de Fisher King uit The Golden Bough en From ritual to romance is een metafoor voor de moord op Kurtz door Willard. In deze mythe is de Fisher King ziek waardoor zijn volk onvruchtbaar is geworden en zijn land tot een woestenij is veranderd. Een moordenaar vaart de rivier op om de koning te vermoorden. Dan neemt de moordenaar de rol van de koning over. Cowie 2000: 80 en Fuller 2001:np.) Als Willard Kurtz heeft vermoord, komt hij de tempel uit. Het volk van Kurtz knielt voor hem en gooit in navolging van Willard de wapens op de grond. Willard zou de plaats van Kurtz kunnen innemen, maar besluit uiteindelijk om het hart der duisternis te verlaten.
Wat Kurtz zegt,
geldt als een van de belangrijkste indicatoren voor zijn karakter en zijn motieven. De tweede monoloog van Brando heeft veel weg van een bekentenis. Het is de langverwachte verklaring voor de daden van Kurtz: het is een antwoord op de vraag waarom hij het leger de rug heeft toegekeerd. Het was zijn ervaring, de confrontatie met de horror, dat hem het grote inzicht gaf. Kurtz spreekt:

“I’ve seen horrors…horrors that you’ve seen. […] Horror has a face. And you must make a friend of horror. Horror and moral terror are your friends. If they are not then they are enemies to be feared. They are truly enemies. I remember when I was with Special Forces. Seems a thousand centuries ago. We went into a camp to inoculate the children. We left the camp after we had inoculated the children for Polio, and this old man came running after us and he was crying. He couldn’t say. We went back there and they had come and hacked off every inoculated arm. There they were in a pile – A pile of little arms. And I remember…I…I…I cried…[…] And I want to remember it. I never want to forget it. And then I realized…like I was shot…Like I was shot with a diamond…a diamond bullet right through my forehead. And I thought: My God – the genius of that. The genius. The will to do that. Perfect, genuine, complete, crystalline, pure. And then I realized they were stronger than we. Because they could stand that. These were not monsters. These were men, trained cadres. These men who fought with their hearts, who had families, who had children, who were filled with love. But they had the strength, the strength to do that. If I had ten divisions of those men our troubles here would be over very quickly. You have to have men who are moral and at the same time who are able to utilize their primordial instincts to kill without feeling without passion, without judgement. Because it’s judgement that defeats us.”

Verschrikkingen als vriend
Terwijl Kurtz dit zegt, staart hij met zijn ogen in de ruimte. Alsof de gebeurtenissen zich in zijn hoofd opnieuw afspelen. De ervaring van de berg afgerukte armpjes die ingeënt waren, zorgde ervoor dat er ‘iets’ in Kurtz knapte. Vanaf dat moment maakte hij zich los van het leger omdat hij beseft dat de oorlog alleen te winnen valt als men bereid is om tot het uiterste te gaan. Het Amerikaanse leger durft dit in zijn ogen niet. Je moet doen wat nodig is en mag niet oordelen als je zelf niet de horror hebt meegemaakt. Zoals Kurtz zegt: ‘It’s impossible for words to describe what is necessary to those who do not know what horror means.’Je moet van de horror je vriend maken, vindt Kurtz. Je moet alle menselijke gevoelens uitschakelen – dus zonder oordeel durven handelen – want alleen zo ben je onverslaanbaar. Kurtz’s inzicht verklaard zijn ‘ondeugdelijke’ methoden. Het Amerikaanse leger leeft met een dubbele moraal, men vecht voor een leugen. Vlak voordat Willard hem vermoordt zegt Kurtz dat de soldaten worden getraind om mensen te bombarderen, maar tegelijkertijd mogen ze geen ‘fuck’ op hun vliegtuigen schrijven omdat dit obsceen zou zijn. Dit sluit aan bij de tweede bandopname van Kurtz als hij vraagt hoe we de situatie moeten benoemen waar de moordenaars de moordenaar beschuldigen. De dubbele moraal wordt ook verbeeld in de eerder besproken scène op de sampanboot.E.N. Dorall (in het artikel ‘ Conrad and Coppola: different centres of darkness’) ziet in de horror een verklaring voor de sterfwens van Kurtz: ‘[Kurtz] has discovered that the consequence of rejecting his humanity to live and fight like an animal is that life has become meaningless and empty. He has faced the challenge of darkness only to be engulfed by it.’ (Dorall 1988: 307.) Omdat het leven voor Kurtz geen zin meer heeft, wil hij dood. Hij heeft Willard laten leven zodat deze zijn wens kan uitvoeren.

Next: Het sluitstuk van Brando’s Kurtz.

Roger Cormans Fantastic Four

Tuesday, February 19th, 2008

Fantastic Four van Tim Story uit 2005 en het vervolg Rise of the Silver Surfer, zijn niet de enige films die van dit superheldenteam zijn gemaakt. In 1994 regisseerde Oley Sassone een filmversie van de strip. Filmveteraan Roger Corman was producent.Corman is legendarisch in B-filmland en heeft ruim vierhonderd low budget films op zijn naam staan, waarvan de meeste binnen enkele dagen zijn opgenomen.

Mager budget
Volgens de legende rond de Cormans Fantastic Four-film werd de film in aller haast gemaakt omdat de producent de rechten over de personages binnen afzienbare tijd zou verliezen. De film werd met een mager budget gemaakt van rond een miljoen dollar. (Volgens Wikipedia 1,5 miljoen overigens.) En dat is overal aan af te zien. Vooral de specialeffects moeten het ontgelden. Wanneer Johnny Storm aan het einde van de film eindelijk doorheeft hoe hij als een menselijke toorts kan vliegen, is duidelijk te zien dat hij geanimeerd is. Toch zien de meeste tekenfilmfiguren er beter uit. De film heeft dus dat typische B-filmgevoel waar Cormans producties bekend om zijn. (Mijn favoriete reeks van Corman zijn de Edgar Allan Poe-verfilmingen waarin Vincent Price de hoofdrol speelt.)

Fantastic soap
De film van Corman heeft nooit de bioscoop gehaald. Na de eindmontage werd de film op de plank gelegd om nooit uitgebracht te worden. Volgens de geruchten is de film opgekocht door Fox of Marvel zodat er later een serieuze verfilming van de strip gemaakt kon worden – de film van Tim Story dus. Overigens is Dr. Doom in beide films de vijand van het fantastische viertal, al krijgen ze het in de Corman-versie ook nog eens aan de stok met Mole Man. Ondanks alle inspanningen van de makers blijkt het soapachtige verhaal rond Cormans Fantastic Four, dat vol intriges zit, boeiender te zijn dan de film zelf.

Voor een indruk zie de trailer hieronder:

Lees ook: De oorsprong van de Fantastic Four.

Column: Pasfoto van een terrorist

Sunday, February 17th, 2008

Paspoortverlenging betekent vaak een nieuwe pasfoto laten maken. ‘Dit keer niet’, dacht ik hoopvol, toen ik in de la nog één foto van de vorige sessie vond. Ik ben niet zo fan van pasfoto’s: ik zie er vaak knullig uit met een flauwe grijns op mijn gezicht. Maar de vorige keer waren ze wel geslaagd.Dus fietste ik fluitend naar het stadhuis. Toen ik echter drie kwartier had zitten wachten op mijn beurt, wist de jonge ambtenaar me te vertellen dat de foto niet aan de huidige eisen voldeed: ‘Hij is bijna te klein en de achtergrond is niet egaal. Ook kan ik zien dat hij niet recent is,’ zei ze bits. Om haar punt te onderstrepen wees ze nog eens op mijn huidige paspoort waarin dezelfde foto verwerkt zat. Ik vond dat ik er niet veel anders uitzag dan vijf jaar geleden, dus wat zat deze ambtenaar nu weer moeilijk te doen? ‘Ik vind mezelf anders prima herkenbaar’, wierp ik nog tegen. ‘Regels zijn regels,’ was het antwoord. Voodoopoppetje
Als ik denk aan de overheid dan voel ik meestal het maagzuur al opborrelen. Nederland kent een bureaucratie van Kafkaiaanse proporties. Een burger moet zich geregeld in allerlei bochten wringen om aan de verzoeken van overheidsinstanties te voldoen. Instanties vol ambtenaren die er zelf een potje van maken. Vorig jaar moest ik vijf keer mijn digiID-nummer aanvragen voordat ik eindelijk eens fatsoenlijk mijn zaakjes kon geregelen; de administratie bij de belastingdienst loopt zelden goed. Ambtenaren – het is niet mijn favoriete soort mensen. En als ze zaken afdoen met een kinderachtig credo als ‘regels zijn regels’, is het opeens niet meer moeilijk voor te stellen dat sommige mensen rood voor de ogen zien als ze kostbare levenstijd kwijt zijn door alle redtape waar ze mee te maken krijgen. Soms zou ik willen dat voodoopoppetjes wél werkten.

Crimineel
Een paar dagen later poseerde ik tóch voor de fotograaf. De nieuwe richtlijnen voor pasfoto’s zijn strenger dan ooit (in navolging van de Verenigde Staten, die de richtlijnen hebben opgesteld om terroristen makkelijker te kunnen herkennen):

  1. ogen op een horizontale lijn
  2. hoofd gekanteld
  3. schouders recht
  4. neutrale blik
  5. recht in de camera kijken en
  6. mond gesloten houden

De laatste regel maakt zelfs een kleine glimlach haast onmogelijk. Als je lacht worden namelijk je ogen iets smaller, waardoor je moeilijker herkenbaar bent. Daarom mag er niet meer gelachen worden op de foto’s. Door deze strenge regels kun je een beetje ontspannen blik op je pasfoto dus wel vergeten. Iedereen ziet er bij voorbaat uit als crimineel. Je bent verdacht totdat het tegendeel bewezen is. Ook ik kijk op mijn identiteitsportret chagrijnig, alleen het nummerbord onder mijn kin ontbreekt nog. Ergens biedt die foto ook wel troost: iedere ambtenaar die in het vervolg in mijn paspoort kijkt, krijgt die blik toegeworpen.En daar word ik dan wel weer vrolijk van.

50 jaar Smurfen

Friday, February 15th, 2008

De Blauwe Invasie is in aantochtDit jaar bestaan de kleine blauwe wezentjes de Smurfen 50 jaar. Officieel zijn ze pas op 28 oktober jarig, maar het gehele jaar worden er verschillende activiteiten georganiseerd.
Albert Heijn pikt een smurfje mee met een grote actie, en vrijdag spoelden allemaal witte smurfen aan op het strand. Oorsprong
Volgens Thierry Culliford, de zoon van Peyo, ontstonden de smurfen als volgt: ‘Tijdens een etentje met collega stripauteur André Franquin kon mijn vader zo snel niet op het woord voor zout komen en zei tegen Franquin: “Geef me de smurf even.” De rest van de avond werd besteed aan het verder uitbreiden van deze nieuwe taalvariant. Mijn vader vond het blijkbaar een typisch taaltje voor kleine blauwe mannetjes. De Smurf was geboren.’ (bron: DAG).Tekenfilmserie
De strips van Peyo kende ik wel toen ik klein was, maar ik keek liever naar de tekenfilmserie. Na het douchen ‘s avonds nog even grappig en onschuldig vermaak voor het slapen gaan. Ik had een grote verzameling Smurfenpoppetjes en een paddenstoel waarin ik ze bewaarde. Smurfin had ik echter nog nooit gescoord. De mysterieuze zwarte Smurf evenmin.

In tegenstelling tot andere striphelden uit mijn jeugd is de interesse voor de Smurfen niet gebleven. Het liedje van Vader Abraham vind ik nog steeds zwaar irritant, al blijven Peyo’s kinderen een sympathieke creatie. De kans is groot dat er dit jaar inderdaad een zwaar geforceerde hype op gang komt omtrent deze kabouters. Reken maar op een Blauwe Invasie. Dat lijkt me prima, als Pierre Kartner zijn smurf maar houdt. Smurf-in, smurf-uit
Iemand die overigens heel kundig is op het gebied van Smurfen is Donnie Darko. Hoewel het kleine geilneefjes lijken, weet Donnie in een simpele conversatie duidelijk te maken dat die Smurfen helemaal niet met seks bezig zijn. Zonder seksorganen immers geen seks. Maar wat moet je dan de hele dag?Prangende vraag: Hoe smurfvol is jouw leven?

Weblogs: Ondertussen bij de buren…

Thursday, February 14th, 2008

Linkjes!Iedereen blogt zich suf. Gelukkig maar, want soms zitten er echte pareltjes van posts bij. Hier twee artikelen die mij zijn opgevallen.
Daydream Nation: De favoriete plaat van Erwin Troost
‘…dat ben ik, een guitig ventje dat ’s avonds voor het slapen gaan onder het bed kijkt of er geen monsters zijn en het licht op de gang aanlaat, de deur van de slaapkamer open, en met een half oog, voor het slapen gaan, de gang opkijkt of er geen schaduwen zijn.’ Herkenbaar omdat ik ooit ook zo’n jongetje was. De duisternis zat vol ongekende gevaren voordat ze vertrouwd werd. Tegenwoordig kijk ik alleen maar onder het bed als ik aan het stofzuigen ben. Daydream Nation is een rubriek op Frommel.blogspot.com waarin mensen herinneringen bij hun favoriete plaat beschrijven. Ik schreef er laatst deze bijdrage voor over Soul Asylum. Mennomail: Statue of Inspiration
Het vrijheidsbeeld als zombie of volledig leeggezogen door bloedzuiger Bush. Menno Kooistra verhaalt de verschillende prenten waarin de Vrouw der Vrijheid figureert. Doet me denken aan een scène in Ghostbusters II waarin het spokenjaagviertal aan de voeten van het vrijheidsbeeld staat:

Peter Venkman: Kinda makes you wonder, doesn’t it?
Winston: Wonder what?
Peter Venkman: Whether she’s naked under that toga. She *is* French. You know that.

De eeuwige forens: Good morning

Wednesday, February 13th, 2008

Donderdagochtend, 8:01Op weg naar het station valt mijn oog op de lucht rechts van mij. Licht rood-blauw. De ochtend voelt lekker fris, maar wordt al warmer. Veel beter dan al het water van de afgelopen dagen. Een kleine voorbode van de lente. Ik heb geen zin om te werken vandaag. Het vooruitzicht van acht uur gevangen op kantoor doet me rillen.Gelukkig heb ik nog even. Nog even buiten, nog even frisse lucht. En dan nog een uurtje lezen in de trein. De dag begint goed.

Stranger than fiction

Monday, February 11th, 2008

Penny Escher: I’m Penny, I’m Kay’s assistant.
Harold Crick: Oh, I’m Harold. Her main character.

Wat doe je als schrijver wanneer het hoofdpersonage van je literaire meesterwerk in de wording bij je aanklopt en vraagt of je hem alsjeblieft niet van kant wil maken? Klinkt dat raar? Wie de film Stranger Than Fiction gezien heeft, weet dat het nóg vreemder kan. Stranger Than Fiction is zo’n film die, als je niet oppast, een filmjehova van je maakt. Na het zien van deze flick had ik in ieder geval de neiging om iedereen die ook maar een beetje geïnteresseerd is in boeiende films te overtuigen deze te gaan zien. Maar in plaats van bij je aan te bellen schrijf ik dit stukje. Natuurlijk moet iedereen voor zichzelf weten wat hij wel of niet doet, maar hier zijn vier redenen waarom ik deze flick interessant vind.Daar gaat ie:
1. Will Ferrell is vooral bekend van de losers die hij speelt in komedies. Nu zet hij overtuigend een dramatische rol neer in een film die schommelt tussen drama en comedy. Harold Crick, een belastinginspecteur die geobsedeerd is met cijfers, blijkt een sympathiek personage te zijn, wiens lot ons allen aangaat. Iedere acteur die een belastinginspecteur weet neer te zetten als een sympathiek en liefdevol personage, verdient een fucking Oscar. Ferrell maakt van Crick een volwassen man met de onschuld van een jongetje die op vooravond van zijn dood, eindelijk leert hoe hij moet leven. 2. Ooit wel eens het gevoel gehad dat je leven als een slechte film verliep waarin jij de hoofdrol speelde? Schrijver Zach Helm werkte dit idee op ontspannen en ontroerende wijze uit. Het verhaal van Stranger Than Fiction is een lichte mind-fuckfilm, zoals Being John Malkovich (1999) en Adaptation (2002), geregisseerd door Spike Jonze en beide geschreven door Charlie Kaufman. Helms script speelt niet alleen op inventieve wijze met de regels van het fictie schrijven, het bevat ook menig gevatte dialoog. Zoals deze:

Penny Escher: [seeing Eiffel smoking a lot of cigarettes] You know there’s something called a nicotine patch.
Kay Eiffel: I don’t need a nicotine patch. I smoke cigarettes.

3. Helm zet met deze zwarte komedie enkele personages neer die ieder hun eigenaardigheden hebben. Professor Jules Hilbert (Dustin Hoffman) slurpt het ene kopje koffie na het andere op en weet terloops heel wat expositie uit te spuwen. Schrijfster Karen Eiffel (Emma Thompson) is een neurotische roker geobsedeerd met de dood. Niet zo gek dus dat alle helden uit haar romans aan het einde van het verhaal hun laatste adem uitblazen. Het zijn juist dit soort eigenaardigheden die maken dat je van de personages gaat houden. 4. Maggie Gyllenhaal speelt de lieflijke koekjesbakker Ana Pascal. Crick komt bij haar langs omdat ze belasting heeft ontdoken. Of nu ja, ze heeft een ruime twintig procent te weinig betaald. Precies het percentage wat de Amerikaanse regering uitgeeft aan zaken als oorlog en onderdrukking. Pascal is begaan met de wereld en weet deze een beetje zoeter te maken door zelfgemaakte koekjes te verkopen. Niet alleen het hart van Crick smelt als chocolade in de oven, ook het hart van deze filmkijker zwijmelt mee met Maggie. Fuck diabetes! Voor deze dame zou ik me ziek eten aan koekjes. Is er dan niets mis met deze film? Sommige critici zullen zeggen dat het jammer is dat een onconventioneel verhaal toch een wat voorspelbaar einde heeft. Of dat het verhaal een Charlie Kaufman rip off lijkt. Anderen zullen misschien zeggen dat het allemaal wel wat braaf is en er meer venijn in de mix had mogen zitten. Die mensen moeten maar naar het naargeestige Ober (2006) kijken. In deze waar-is-de-prozac?-film van Alex van Warmerdam wordt met hetzelfde thema gestoeid, al weet de regisseur geen maat te houden en vergeet hij het ingrediënt comedy in deze gitzwarte film te stoppen. Nee, geef mij maar Stranger Than Fiction. Deze film laat de hersenen op een aangename manier pruttelen… en ik heb gek genoeg enorme trek in chocoladekoekjes gekregen.Lees ook (of niet): Droomvenster.