Posts Tagged ‘Pieter van Oudheusden’

Een stapel nieuwe strips: Hein de Kort, Scherven & Littekens, Man & Kerel + Schubert | 379

Thursday, May 21st, 2020

In plaats van over ieder nieuw album een vlog op te nemen besloot ik de stapel recent binnengekomen strips in een keer met jullie door te nemen. Op die manier weet je wat er nieuw uit is en kun je zelf bepalen of deze albums iets voor je zijn of niet.


SCHERVEN & LITTEKENS van Erik de Graaf
DE WERELD VOLGENS HEIN DE KORT van Hein de Kort
POSTHUMUS van Pieter van Oudheusden en Jeroen Janssen
MADAME CATHERINE van Guy de Maupassant en Maarten Vande Wiele
MAN & KEREL van Stefan van Dinther

Pieter van Oudheusden: ‘Ik deed altijd dingen die me leuk leken’

Wednesday, November 27th, 2013

Scenarist en vertaler Pieter van Oudheusden heeft het Nederlandse beeldverhaal verrijkt met mooie, poëtische verhalen. Hij overleed in november, 56 jaar oud, aan de gevolgen van een hersentumor.

Pieter van Oudheusden; Bron: De eenhoorn.be

Pieter van Oudheusden; Bron: De eenhoorn.be

‘Iedereen leeft in zijn eigen fictie en gebruikt die om het leven dragelijk te maken. Schrijven is voor mij een vlucht voor de dingen die je niet kunt beheersen en die zijn er natuurlijk in ieder mensenleven. Je kunt hoog en laag springen, maar op een gegeven moment ben je echt het haasje. In de tussentijd hou je het leven dragelijk door elkaar verhalen te vertellen,’ aldus Pieter van Oudheusden toen ik hem in 2010 interviewde naar aanleiding van De wraak van Bakamé, een vuistdikke striproman geïnspireerd op Afrikaanse volksverhalen die hij samen met tekenaar Jeroen Janssen maakte.

September 2012 werd bij Van Oudheusden een hersentumor gevonden. Vrijwel meteen werd hij geopereerd en bestraald. Die behandelingen en de grote invloed die de tumor had op zijn functioneren en persoonlijkheid werden vastgelegd in de documentaire Ik van Jona Honer, bekroond met de VPRO-documentaireprijs voor beste eindexamenfilm. In Ik wordt Van Oudheusden belicht als anonieme patiënt, over de mens en zijn carrière komt de kijker niets te weten. Dat zetten we nu even recht.

Van Oudheusden (Puttershoek, 1957 – Rotterdam, 2013) was schrijver, vertaler, journalist en fotograaf. Hij schreef boeken over onder andere Rotterdam: De Hef, biografie van een spoorbrug (1984) en De Mensch Deelder (1986) en kinderboeken als Ik verveel me nooit! (2002) en Een grote plons (2002). In dienst van Studio Peter de Raaf vertaalde hij naar eigen zeggen zo’n veertig tot vijftig strips en populair wetenschappelijke kinderboeken per jaar. Als scenarist werkte hij samen met een scala Nederlandse en Vlaamse striptekenaars. ‘Van alle dingen die ik doe, ligt schrijven mij het beste, want dat is de meest directe manier waarop ik dingen op papier kan zetten,’ vertelde Van Oudheusden september dit jaar in zijn huis te Rotterdam. ‘Omdat ik mijn geld verdiende als vertaler heb ik dat schrijven er altijd met plezier bij gedaan en was het ook niet erg dat je daar niets voor kreeg. Daarom heb ik altijd de dingen gedaan die mij leuk leken. Toen ik opeens bij de kinderboeken voor ieder ditje of datje geld kreeg, besefte ik wat we al die jaren gemist hadden.’

Cover illustratie De wraak van Bakamé door Jeroen Janssen.

Cover illustratie De wraak van Bakamé door Jeroen Janssen.

Schubert
Met de Vlaamse stripmaker Jeroen Janssen maakte hij meerdere albums waaronder de fantasierijke biografische striproman over Schubert die volgend jaar april moet uitkomen. Van Oudheusden dacht de boekpresentatie niet meer mee te maken, want inmiddels was bekend dat de tumor terug was en gestaag groeide. Tijdens het gesprek had Pieter moeite zich dingen te herinneren, ook was het soms zoeken naar woorden.

Met het einde in zicht was het moment om achterom te kijken aangebroken. ‘Ik keek altijd alleen vooruit als ik aan het schrijven was, met het idee dat wat er nog geschreven gaat worden belangrijk is, niet wat je al geschreven hebt. Daarmee hou je jezelf ongelooflijk voor de gek, vind ik. Nu ben ik gedwongen om terug te kijken en niet te letten op wat ik binnenkort verlies, maar om te zien wat ik allemaal gedaan heb. Nu besef ik pas dat ik erg veel heb geschreven. Als ik naar dat werk kijk zijn er altijd dingen die me meevallen. Bij nader inzien word ik dus door mijn eigen verhalen blij verrast.’

Melancholie
Van Oudheusdens verhalen bevatten vaak een melancholieke ondertoon. Die komt duidelijk naar voren in de reeks korte strips Liefde & Verraad die hij samen met Fred Marschall in de jaren tachtig voor het stripblad Titanic maakte en het album Een nachtegaal in de stad (1999). In deze verhalen leidt de liefde vooral tot teleurstellingen. ‘Er zit inderdaad relatief veel melancholie in mijn verhalen. Het enige wat ik daarvoor ter verklaring heb is dat dit blijkbaar de manier is waarop ik tegen het bestaan aankijk. Eigenlijk is dat wel gek, want het houdt geen verband met mijn dagelijkse realiteit. Ik ben bijvoorbeeld al 35 jaar met dezelfde vrouw, dus waarom ik per se de verhalen vertel over slecht aflopende liefdesrelaties snap ik zelf ook niet goed.’

In het korte verhaal Comeback (2002), getekend door Kim Duchateau en gepubliceerd in Zone 5300, duikt een oude vrouw in het zwembad. Ze zwemt steeds dieper, onderwijl wordt ze langzaamaan jonger. Zich vasthoudend aan een manta komt ze bij een grot terecht waar ze steeds verder in zwemt. Vervolgens wordt ze als baby herboren. Het verhaal is een mooi voorbeeld van Pieters filosofische inslag en hang naar surrealistische en magische vertellingen.

‘Dit verhaal vertelt over een handeling die tegenstrijdig en toch ook hetzelfde is. Oud en jong; doodgaan en opnieuw geboren worden. Beter kan ik het niet uitleggen. Ik zat te worstelen met het idee dat de tijd ingehaald moest worden. In de trein van Antwerpen naar Gent kwam een erg zwangere mevrouw binnenlopen. Dat was de sleutel die ik nodig had om het verhaal af te schrijven.’ Met reïncarnatie heeft Comeback niets te maken, daar geloofde Van Oudheusden niet in: ‘Het staat voor mij vast dat er na het leven niets meer is. Dat is een grote troost, mag ik wel zeggen, want dan hoef je je daar in ieder geval geen zorgen over te maken,’ zei hij lachend. ‘Ik weet nog dat Bernlef vlak na mijn operatie overleed. Die was 75 geworden. Ik dacht toen: Of je nu nog twee of twintig jaar te gaan hebt, zoveel stelt het niet voor. Die tijd is zo voorbij.’

'Comeback'.

‘Comeback’.

comeback_vanoudheusden2

Eigenheid
Als scenarist en redacteur heeft Van Oudheusden aan verschillende striptijdschriften gewerkt, zoals Titanic, Stripschrift en Zone 5300. Hij schreef recensies en sprak met veel stripmakers en kunstenaars: ‘Het interview met schrijver A. Moonen is me het beste bijgebleven. Alles aan die man was merkwaardig. Hij had overal groot commentaar op. Ik weet nog dat hij allerlei problemen had met zijn flat en de eigenaren en… Sorry, hier laat mijn geheugen me even in de steek.’

In 2010 vertelde Pieter dat hij eigenheid het belangrijkste bij het schrijven vindt. ‘Fransen hebben het mooie woord vécu: ervaren, aan de lijve ondervonden. Je moet altijd je eigen werkelijkheid je scenario intrekken. Niet afgaan op dingen die anderen gezien hebben, maar dingen die je zelf gezien hebt. Toen ik Joost Swarte jaren geleden interviewde zei hij dat als iets kwaliteit heeft het altijd komt bovendrijven. Als je altijd je eigen ding blijft doen, komen mensen naar je toe om wat jij kunt. Als je andermans kunstje nadoet, dan zullen ze nooit naar jou toekomen maar naar die ander gaan.’

Wie zijn werk leest, weet dat Van Oudheusden die raad ter harte heeft genomen. 11 november overleed Pieter aan de gevolgen van zijn hersentumor.

Filmlab: Ik
zondag 1 December, Nederland 2, 01:00 -01:30

Dit interview is gepubliceerd in VPRO Gids #48 (2013).

Pieter van Oudheusden overleden

Monday, November 11th, 2013

Maandag 11 november is Pieter van Oudheusden overleden. Als scenarist en vertaler heeft hij het Nederlandse beeldverhaal verrijkt met mooie, poëtische verhalen. Ik zal hem gaan missen.

Pieter van Oudheusden; Bron: De eenhoorn.be

Pieter van Oudheusden; Bron: De eenhoorn.be

Pieter van Oudheusden (1957, Puttershoek – 2013, Rotterdam) was scenarioschrijver van strips, schrijver van kinderboeken en vertaler. Hij studeerde audiovisuele vormgeving aan de kunstacademie van Rotterdam. Sinds de jaren tachtig werkte hij voor verschillende striptijdschriften zoals Stripschrift, Zozolala, Titanic en Zone 5300. Hij maakte interviews met kunstenaars, schrijvers en stripmakers. Ook gaf hij les aan de schrijversvakschool.

Als scenarist schreef hij vooral korte verhalen en de lijst met wie hij samenwerkte is lang. Een kleine greep: Fred Marshall met wie hij de reeks Liefde & Verraad maakte, Lian Ong, Jan Vriends, Fred de Heij, Michiel de Jong, Kim Duchateau en natuurlijk Jeroen Janssen met wie hij denk ik wel het meeste heeft samengewerkt. Zij maakten samen onder andere Een nachtegaal in de stad, Klaarlichte nacht en De wraak van Bakamé, een fantasievolle striproman gebaseerd op Afrikaanse volksverhalen, vol zijpaden, satire en expressieve erotiek tussen mensen en dierfiguren. Met Eric Wielaert maakte hij een moderne versie van het sprookje Blauwbaard en met Adri van Kooten  Spertijd, een verhaal dat zich afspeelt in een denkbeeldig, door legers bezet Europa.

Als medewerker van Studio Peter de Raaf in Rotterdam verzorgde hij naar eigen zeggen de Nederlandse vertaling van zo’n vijftig titels per jaar. Reeksen als Thorgal, Akira, Samber, De kronieken van Panchrysia, De Smurfen, maar ook Troebele feesten van Régis Loisel, Het portret van Edmond Baudoin en de reeks Blast van Manu Larcenet. Vertalen was voor Pieter toch vooral een manier om zijn brood te verdienen: ‘Ik heb vertalen altijd gezien als het oplossen van een cryptogram. Dat is ook de aardigheid meteen. Van de 50 boeken die ik vertaal in een jaar zou ik er tien vrijwillig gedaan hebben en twee zelf gekocht.’ Schrijven deed hij ongeveer een uur per dag, als de rest van Nederland naar DWDD zat te kijken.

Daarnaast was Pieter auteur van diverse kinderboeken en gelegenheidsuitgaven.

Ik zal me hem vooral herinneren als de intelligente en vriendelijke man met de zachte stem wiens verhalen iets bij me los wisten te maken en me lieten denken over mijn eigen plek en functie in deze wereld. Net als een andere ingewijden, wist ik dat Pieter ernstig ziek was en dat zijn dood slechts een kwestie van tijd zou zijn.

Pieter kende ik beroepsmatig. In 2010 had ik hem geïnterviewd voor Het Parool over De wraak van Bakamé. Tijdens dat gesprek hadden Pieter en ik een klik en ik kijk nog steeds met plezier terug op dat uurtje dat we in Stanislavski aan het praten waren over scenario schrijven en zijn ontmoeting met Keith Haring. Daar had hij een mooi boekje over geschreven dat hij me na het gesprek toestuurde. We hielden contact maar door wederzijdse drukke agenda’s spraken we nooit af. Dat komt wel een keer, er is tijd zat. Dacht ik.

Tussendoor kwamen we elkaar nog wel eens tegen, zoals die keer tijdens Manuscripta toen hij samen met Jantiene de Kroon van Mooves en Natasja van Loon het Nederlandse stripscenario aan het bespreken was. Daar ben ik toen bij gaan zitten. Het was altijd boeiend om Pieter te horen spreken over scenarioregels en wat volgens hem nu een goed verhaal was. Omdat ik zelf ook een scenario-opleiding heb gevolgd en beroepsmatig strips recenseer zijn dit interessante onderwerpen.

Vorig jaar september werd er een tumor in Pieters hoofd ontdekt. Hij werd vrijwel meteen geopereerd, maar na een paar maanden bleek dat het gezwel weer aan het groeien was. Ik kwam Pieter begin deze zomer bij toeval tegen toen mijn vriendin en ik een kopje koffie zaten te drinken op het Westergasfabriekterrein. Ik herkende Pieter bijna niet terug: hij was sterk vermagerd. Hij kwam even bij ons zitten en toen ik hem vroeg hoe het met hem ging, vertelde hij op berustende toon dat hij een hersentumor had en dat hij vermoedde niet lang meer te zullen leven. Hij vertelde ook dat Jona Honer een documentaire had gemaakt over zijn behandeling en dat die binnenkort uitgezonden zou worden.

Toen ik een paar weken later deze documentaire bekeken had, wilde ik heel graag Pieter nog een keer interviewen voor de VPRO Gids. In de film wordt Pieter namelijk afgebeeld als een patiënt. In wezen had patiënt Pieter iedereen kunnen zijn. Over zijn belangrijke werk voor de Nederlandse strip werd niet gesproken. Een duidelijke keuze van de regisseur en een heel begrijpelijke, want Honer was geïnteresseerd in het proces van de tumorbestrijding, niet zozeer in de stripscenarist.

Daarom wilde ik Pieter interviewen, zodat de gidslezer ook die andere kant zou horen. Dat men zou weten dat Pieter prachtige strips, vaak met een surrealistische en met een filosofische inslag, heeft geschreven die de moeite van het lezen meer dan waard zijn. Dat hij heeft samengewerkt met meer dan twintig striptekenaars en dat hij nu nog werkte aan een striproman over Schubert, wederom met Jeroen Janssen.

September dit jaar zat ik bij Pieter aan de keukentafel in zijn huis in Rotterdam. Ik hoopte dat we een flinke boom konden opzetten over zijn werk. Helaas. Pieter was welwillend en vriendelijk als altijd, maar de tumor had flink huisgehouden in zijn brein. Hij kon zich veel dingen niet meer herinneren. Halverwege het antwoorden viel hij dikwijls stil omdat zijn geheugen niet mee wilde werken. Ook moest hij soms zoeken naar woorden. Het was alsof de tumor de plaats in had genomen van Pieters geheugen en zijn persoonlijkheid. Dat had hij zelf ook door en hij zei dat hij merkte hoeveel hij in het afgelopen jaar was veranderd.

Pieter had zich berust in zijn lot en legde zich neer bij zijn naderende einde: ‘Het staat voor mij vast dat er na het leven niets meer is. Dat is een grote troost, mag ik wel zeggen, want dan hoef je je daar in ieder geval geen zorgen over te maken,’ zei hij lachend. ‘Ik weet nog dat Bernlef vlak na mijn operatie overleed. Die was 75 geworden. Ik dacht toen: Of je nu nog twee of twintig jaar te gaan hebt, zoveel stelt het niet voor. Die tijd is zo voorbij.’

Het was een moeizaam gesprek en in sommige opzichten het moeilijkste interview dat ik tot nu toe heb gevoerd. Het gesprek met Pieter was een confrontatie met mijn eigen sterfelijkheid, met het besef dat je nooit weet wanneer de tijd om is.

Pieter werd 56 jaar. Ik zal hem missen en het spijt me dat we nooit eens hebben afgesproken zonder dat daar een journalistieke reden voor was. Mijn gedachten gaan uit naar zijn vrouw Anette en hun twee dochters.

Stripmaker Aimée de Jongh schreef een mooi en persoonlijk in memoriam over Pieter.

Striprecensie: Blast 1 & 2

Wednesday, October 5th, 2011

‘Als ik nu terugkijk, waren het de heerlijkste maanden van mijn reis… De eenzaamheid maakte me zielsgelukkig en ik besefte dat er een uitzonderlijk leven voor me was weggelegd. Wat een verrassing! Opgesloten in dit altijd al verstikkende lichaam had ik mij neergelegd bij een bestaan van zelfverloochening. En toen die Blast… die ongekende euforie.. Het was een nieuwe kans, onverwacht en overduidelijk… En dat leven in de open lucht! Wat een avontuur, wat een openbaring! Als er ooit een plaats voor mij in het universum was, dan kon het niet anders dan deze zijn! Ha,ha! Ik leefde zo dronken als u nog nooit geweest bent, zo smerig als u nooit zult zijn! Om mijn afzichtelijkheid niet door stand te verergeren heb ik mezelf altijd brandschoon gehouden. Twee keer douchen per dag, onberispelijke mondhygiëne, geparfumeerde zeep, crèmes, deodorant. Net als u, zonder twijfel. De waarheid is dat ik, net als u, riekte naar werknemer van de maand… U weet wel, dat hoerige industriële luchtje dat je overal tegenkomt. Metro, kantoren, liften… De uniforme geur van de massa…’

Aan het woord is Polza Mancini: clochard en voormalig culinair schrijver die nu alleen nog maar het leven wil proeven op een voor hem zo puur mogelijke manier.
Ik wilde je dit citaat niet onthouden omdat het een goed beeld geeft van de zienswijze van Mancini, de hoofdpersoon uit de stripreeks Blast.
Mancini wordt verhoord omdat hij verdacht wordt van de moord op Carole Oudinot.

Tijdens het politieverhoor doet hij zijn verhaal, vertelt in flashbacks. Na de traumatische dood van zijn vader ervaart Mancini voor het eerst ‘de blast’: een openbaring, een euforische ervaring die zijn gelijke niet kent. Hij keert de maatschappij de rug toe. Een maatschappij waar er nooit echt een plek was voor de corpulente en eigenaardige Mancini. Een man waar volgens de norm een steekje bij los zit. Een psychotische zwerver met het hart van een poëet die opzoek gaat naar de blast.

Slow reading
Blast is een wonderschoon beeldverhaal van de hand van de Fransman Manu Larcenet, waarin de stripmaker zijn eigen donkere kant exploreert, maar middels Mancini ook zijn gal lijkt te spuien over de westerse samenleving. Larcenet, bekend van autobiografische strip De dagelijkse worsteling, trakteert de lezer op prachtige en sfeervolle zwart-wit tekeningen waarin werkelijkheid en Polzas subjectieve ervaringen door elkaar vloeien. Wat hij precies met het slachtoffer heeft uitgespookt en of hij het ook daadwerkelijk gedaan heeft, wordt gaandeweg steeds onduidelijker. Het uitgangspunt lijkt ook meer een McGuffin te zijn; het verhaal gaat vooral om de reis die de hoofdpersoon en de lezer meemaken.

Larcenet neemt zijn tijd: er staan vijf delen van 200 pagina’s gepland. Recent verscheen bij Oog & Blik/De bezige bij deel 2: De openbaring van Sint-Jacky. De lezer adviseer ik om de boeken langzaam te lezen. Om te genieten van de details, het taalgebruik en het grafische werk. En om zich mee te laten voeren in Mancini’s wereld en zijn zoektocht naar de Blast. Dit is een beeldverhaal dat je moet ervaren. Je zult niet teleurgesteld worden.

Tot slot nog een aardige video die een impressie geeft van het art work in Blast. Mocht je net als ik geen Frans spreken, gewoon negeren en genieten van de tekeningen.

Manu Larcenet – Blast !: Vette bast & Blast 2: De openbaring van Sint-Jacky
Vertaling: Pieter van Oudheusden
Oog & Blik/De Bezige Bij, €24,90
ISBN: 978 90 549 2289 6
ISBN: 978 90 549 2319 0

Pieter van Oudheusden: ‘Je moet je eigen werkelijkheid het scenario binnentrekken’

Wednesday, September 8th, 2010

Pieter van Oudheusden vertaalt strips en hij schrijft zelf scenario’s. De wraak van Bakamé maakte hij samen met tekenaar Jeroen Janssen. Een striproman gebaseerd op Afrikaanse volksverhalen.

Wanneer het vliegtuig met het Afrikaanse voetbalelftal aan boord, neerstort, leidt het spoor al snel naar de hyena Mpyisi. De ware schuldige is echter de doortrapte haas Bakamé. Mpyisi reist af naar de blanke tovenaar Bwana Kero om hem te vragen Bakamé, die zichzelf verrijkt door andermans zwakheden uit te buiten, voorgoed uit te schakelen. Ondertussen doet de haas een gooi naar het burgemeesterschap.

Aldus beknopt De wraak van Bakamé, een fantasievolle striproman vol zijpaden, satire en expressieve erotiek tussen mensen en dierfiguren. Het vuistdikke boek werd geschreven door Pieter van Oudheusden en getekend door Jeroen Janssen.
Het stripduo werkt vaak samen. Enkele jaren geleden maakten ze het verhaal Bananenbier, met Bakamé in de hoofdrol. Toen Janssen in Rwanda les gaf, kwam hij door zijn studenten in aanraking met Rwandese en Kongolese volksverhalen over de markante haas, die door pater Gustaaf van Acker rond 1900 zijn opgeschreven.

Witte tovenaar
‘Wij hebben die volksverhalen als uitgangspunt genomen en ingrijpend bewerkt,’ vertelt Van Oudheusden. ‘Bwana Kero is de eigenlijke hoofdfiguur. Hij is onze versie van pater Van Acker. Die zal zich waarschijnlijk in zijn graf omdraaien omdat hij als tovenaar wordt opgevoerd. Er zitten ook actuele elementen in het verhaal. Tijdens het schrijven waren de Amerikaanse presidentsverkiezingen aan de gang. Daar wilde ik iets mee doen, daarom stelt Bakamé zich verkiesbaar.’ Ook voegde de auteur autobiografische elementen toe. Net als de auteur lijdt Mpyisi tijdelijk aan slapeloosheid.

‘Het mengsel van geweld, erotiek en magie, en dat de grenzen daartussen vervagen, maakt De wraak van Bakamé typisch Afrikaans,’ zegt Van Oudheusden. ‘Toch gaat de strip niet alleen over Afrika, maar evengoed over algemene menselijke zaken. Het verhaal speelt in het dorp Buruseri, de Rwandese naam voor Brussel. Tot op zekere hoogte is de dorpspolitiek in het verhaal een satire op de dorpspolitiek in Vlaanderen en in Nederland.’

Sympathieke dommerik
De schrijver geeft toe dat hij en Janssen zich het meest verwant voelen met de hyena in het verhaal: ‘De haas is de man die je zou willen zijn en de hyena is de man die je bent: niets menselijks is hem vreemd. In al zijn domheid en gemeenheid, wekt hij sympathie en mededogen op.’

Van Oudheusden vertaalt naar eigen zeggen 40 tot 50 strips per jaar. ‘Een fulltime baan.’ Daarnaast is hij een zeer verdienstelijk interviewer, recensent en productief als auteur van beeldverhalen en kinderboeken. ‘Schrijven doe ik eigenlijk maar één uur per dag, tussen half acht en half negen ‘s avonds, als de rest van Nederland naar De Wereld Draait Door zit te kijken. Als je de hele dag voor het schrijven hebt, dan ben je ook maar een à twee uren echt productief. Het denkwerk gaat constant door.’

Melancholisch en grimmig
Als scenarist werkt hij samen met een uiteenlopend gezelschap Nederlandse en Vlaamse stripmakers als Sebastiaan Van Doninck, Erik Wielaert en Eva Cardon. In zijn scripts geeft Van Oudheusden de stripmakers de ruimte het beeld zoveel mogelijk zelf in te vullen: ‘Voor een tekenaar is het ongelooflijk frustrerend om alleen de uitvoerder van andermans ideeën te zijn. Ik schrijf hooguit 75 procent van het script, omdat ik wil dat de tekenaar het afmaakt. Een illustratrice met wie ik werk, zei dat mijn verhalen altijd een melancholieke ondertoon hebben, ook de kinderboeken. Juist in die verhalen zit er altijd wel een scherp randje, een grimmige bijklank. Bakamé is uitermate grimmig’.

Als hij scenaristen een tip zou moeten geven, dan is het wel dat ze hun eigen ervaring in het script moeten gebruiken. ‘Fransen hebben daar een mooi woord voor: vécu. Dat betekent: ervaren, aan de lijve ondervinden. Je moet altijd je eigen werkelijkheid binnen je scenario trekken. Wat De wraak van Bakamé sterkt maakt, is dat je weet dat Jeroen dingen tekent die hij zelf gezien heeft. Het is ervaring uit de eerste hand, geen plaatjes van internet die zijn overgetrokken. Een goed scenario is immers veel meer dan een optelsom van alle strips die iemand gelezen heeft of de films die hij heeft gezien.’

Deze filosofie sluit nauw aan op de beste les die Van Oudheusden leerde van stripmaker Joost Swarte. ‘Die zei dat kwaliteit altijd boven komt drijven. Als je je eigen ding blijft doen, komen mensen naar je toe om wat jíj kunt. Als je andermans kunstje nadoet, zullen ze altijd naar die ander gaan.’

Dit interview is woensdag 8 september in Het Parool gepubliceerd.