Categorieën
Strips

Joris Vermassen: ‘Soms moeten verhalen lang rijpen’

Stripmaker en ex-cabaretier Joris Vermassen maakte een prachtige, tragikomische striproman over afscheid nemen en midlifecrisis. ‘In het echte leven gaat iemand dood terwijl je er niet bij bent.’

zotte_geweld_coverHet zotte geweld van Joris Vermassen is een ontroerende striproman waarin de stripmaker een goede balans weet te vinden tussen tragikomische elementen en waarachtige, emotionele scènes. Stand-upcomedian Tom Steurs verkeert in een levenscrisis. Met zijn carrière wil het niet echt vlotten, zijn relatie verloopt stroef en zijn geliefde zus Elke ligt doodziek in het ziekenhuis.

Vermassen, die les geeft aan de School of Arts in Gent en onderzoek doet naar de dialoog tussen tekst en beeld in het gebied tussen beeldende kunst en literatuur, was tot 2007 zelf stand-upcomedian onder de naam Fritz Van den Heuvel. Hetzelfde pseudoniem waaronder hij dagelijks een cartoon maakt voor De Standaard Avond en scenario’s schrijft voor de humoristische jeugdstrip De Bamburgers. Voor Het zotte geweld putte hij deels uit eigen ervaringen; net als in de strip is zijn zus overleden aan een kapotte alvleesklier. Toch wil de stripmaker het daar liever niet over hebben: ‘Dat dingen waargebeurd zijn, speelt eigenlijk geen rol, vind ik, en daar gaat mijn onderzoek ook over. Tegenwoordig staat de auteur te veel tussen zijn werk en de lezer. Ik wil daar niet tussen staan. Ik denk dat je moeilijk over dingen kunt schrijven als je er geen enkele band mee hebt. De vakman in mij zag een goed verhaal in het feit dat iemand ’s avonds op het podium staat om mensen te laten lachen en ’s morgens in het ziekenhuis afscheid neemt van iemand die doodgaat. Die heftige emotie en tweestrijd in het personage was mijn uitgangspunt. In de strip zitten veel emoties die ikzelf heb gehad en dingen die ik heb meegemaakt, maar ik heb ook veel verzonnen. Ik ben niet het personage.’

Woody Allen
Door het uiterlijk en het beroep van het personage Tom en de tragikomische toon in het verhaal, doet de strip aan het vroege werk van filmmaker Woody Allen denken. Dat is geen toeval: ‘Allens werk lardeert voortdurend tussen serieus en karikatuur. Dat boeide mij ook aan het maken van deze strip, om op een bepaald moment toch een lach op het gezicht van de lezer te voorschijn te toveren en op een ander moment hem naar de keel te grijpen. Dat is veel rijker dan wanneer iets puur een komedie is.’

Foto: Rony Heirman

Het zotte geweld begon als filmscenario, maar de verfilming ervan laat tot op heden op zich wachten. Het was voor Vermassen niet simpel een kwestie van het script decouperen en opdelen in strippagina’s. Zo moesten dialogen worden ingekort om in de tekstballons te passen. Ook voegde Vermassen een voice-over toe. ‘Film ligt dicht bij strips, maar is directer. Ik wilde een film maken omdat ik dacht dat emoties beter tot uiting gebracht kunnen worden in filmtaal en dat het moeilijk zou zijn om met strips hetzelfde te bereiken. Strips werken vooral op symbolisch vlak, het blijven krabbeltjes op papier met tekst. Er is geen muziek en de lezer moet veel inspanningen doen. Inmiddels ben ik op die mening teruggekomen, want volgens mij is het gelukt om met Het zotte geweld de emoties die ik in het verhaal legde, over te brengen aan de lezer. Ik denk dat dit deels komt omdat er veel aan het verhaal is gewerkt. Soms moeten verhalen lang rijpen. Toen ik in 2011 aan de strip begon, had ik net de zevende versie van het filmscenario geschreven. Ik was bang dat de strip als een sentimenteel niemendalletje afgeserveerd zou worden, dus heb ik heel bewust nagedacht over hoeveel emoties ik er letterlijk in zou stoppen via de tekst en hoeveel ik aan de lezer zou overlaten. Er is ook hard gewerkt genuanceerde personages te maken en geen bordkartonnen figuren.’

Titanic
De stripmaker werkt naar een knap geconstrueerd einde toe waarin alle elementen mooi samenvallen. ‘Net als bij het verhaal van de Titanic weet je waar het naartoe gaat. Iedereen weet dat die zus gaat sterven. Tot versie zeven van het filmscenario liet ik Elke euthanasie plegen. In de strip wil Elke juist niet doodgaan. Nogal een verschil. Ik kón haar geen euthanasie laten plegen. Eigenlijk is euthanasie een heel dankbaar einde voor een verhaal, want je brengt alle belangrijke personages gezellig samen rond dat bed. Degene die doodgaat, vertelt dan iets leuks, en iedereen lacht dan weer eens met de tranen in de ogen. Zoals bij Komt een vrouw bij de dokter. In het echte leven gaat iemand dood terwijl je er niet bij bent. Al tekenend merkte ik dat dit het thema werd. Tom heeft constant het gevoel dat hij niet genoeg bij zijn zus kan zijn en niet genoeg voor haar doet. Aan het einde van de strip zit hij een beetje hulpeloos op een terrasje een pint te drinken en krijgt hij een lullig telefoontje dat Elke is overleden terwijl hij eigenlijk van plan was om haar straks te bezoeken. Zo gaat dat.’

Het-Zotte-Geweld-beeld

Standbeeld
Hoewel het beeld Het zotte geweld van de jong gestorven kunstenaar Rik Wouters een centrale rol in de strip heeft, was het een gelukkig toeval dat in 2011 een biografie over hem uitkwam. ‘Het beeld staat symbool voor de uitbarsting van leven en vrolijkheid. Dat danst voortdurend door het verhaal heen. Het werkt ook als een soort spiegel,’ legt Vermassen uit. Hij vermengt passages over de ontstaansgeschiedenis van het beeld en het levenseinde van Wouters met scènes in de strip waardoor deze symbool staan voor wat Elke doormaakt. De biografie was het laatste puzzelstuk dat Vermassen nodig had om zijn verhaal tot een mooi einde te brengen. Deze wending verraste de stripmaker zelf ook: ‘Toen dat gebeurde dacht ik: “Wauw! Dat past perfect in de plooi.” De schoonheid van de techniek van het vertellen ontroert mij dan.’

Het-Zotte-Geweld-absurdVermassen heeft de strip twee keer getekend. Toen de tekenstijl met eenvoudige lijnen en vrolijke kleurtjes gemengde reacties opriep, hertekende hij het hele verhaal in een schetsmatigere stijl. ‘Ik koos voor een beperkt kleurenpalet met de nadruk op licht en sfeer in plaats van vormen en lijnen. Niet alleen het verhaal maar ook de stijl had dus een lang rijpingsproces nodig.’

Joris Vermassen. Het zotte geweld.
Uitgeverij Vrijdag, €16,90
ISBN 978 94 6001 251 8

Dit interview is geschreven voor en gepubliceerd in VPRO Gids #47 (2014).

Categorieën
Fotoblog

Annie Hall

Annie Hall en Manhattan zijn mijn twee favoriete Woody Allen-films. Laatst de eerste weer eens bekeken. Hij blijft leuk. Allen op zijn best.

Categorieën
Strips

Interview Daniel Clowes: Ideale mannen op leeftijd

Daniel Clowes maakte twee intrigerende strips over humeurige mannen van middelbare leeftijd. ‘De ideale man en Wilson zijn twee kanten van dezelfde medaille.’

De naam van de Amerikaanse stripmaker Daniel Clowes (Chicago, 1961) zal niet bij iedereen meteen een belletje doen rinkelen, maar de film Ghost World waarschijnlijk wel. De film uit 2001 van regisseur Terry Zwigoff vond zijn oorsprong in de gelijknamige graphic novel van Clowes, die met Zwigoff het filmscenario schreef.

In Ghost World bekritiseren de achttienjarige meiden Enid en Rebecca, aan de vooravond van volwassenheid, de Amerikaanse maatschappij en het consumentisme. Klasgenoten, ouders en stadsgenoten ontkomen niet aan het meedogenloze oordeel van het duo, zelfs de stripmaker niet. Een scène in de strip die niet in de film terechtkwam, is een signeersessie waarin Clowes zielig en alleen achter een stapel boeken zit te wachten op fans die niet komen. Enid observeert hem op afstand, durft de stripmaker uiteindelijk niet te benaderen en zal later tegen Rebecca zeggen dat ze hem een ‘old perv’ vond.

Superheldenstrips
Eenzame signeersessies kwamen in het begin van Clowes’ carrière wel voor.
‘Vroeger zat ik vaak te signeren in stripwinkels waar ze voornamelijk publiek bediende dat superheldenstrips leest, en die staan ver af van de verhalen die ik maak. Ik zat dan achterin en stripkopers keken dan ongemakkelijk mijn richting uit. Bijna niemand kwam naar mijn tafel, hoogstens een of twee mensen in drie uur,’ vertelt Clowes telefonisch vanuit zijn huis in Oakland te Californië waar hij met zijn vrouw en zoon woont.

Een paar jaar voor de film uitkwam werden Clowes z’n strips al wat populairder en zat hij niet meer alleen. Sinds de verfilming van Ghost World heeft hij een aardige fanbase bij signeersessies. ‘Gelukkig is het nooit te massaal geworden. Ik vind het fijn om een beetje een band te hebben met de mensen op stripbeurzen. Tot nu toe heb ik nog nooit op een podium een enorm publiek moeten toespreken. Daar zou ik ook niet naar uit kijken.’

Worsteling
Recent kwam het album De ideale man (Mr. Wonderful in het Engels) uit. Marshall, een kalende man van middelbare leeftijd, beleeft een stormachtige blind date met Natalie. Eén laatste gooi naar romantiek, zoals hij het zelf omschrijft, die rampzalig verloopt. Marshall gaat niet alleen op de vuist met een zwerver die Natalies tas steelt maar ook met haar ex-vriend op een feestje.

Marshall past prima in de rij bijzondere buitenbeentjes die Clowes creëerde: ‘Ze houden bepaalde principes hoog, waardoor ze zich niet comfortabel voelen bij de rest van de mensheid, terwijl ze daar wel een soort van verbondenheid mee willen voelen. Die worsteling interesseert en inspireert me eindeloos.’

Ook Wilson, het hoofdpersonage uit het gelijknamige album dat vorig jaar in Nederlandse vertaling verscheen, is een humeurig en gefrustreerd mannetje. Anders dan Marshall spreekt hij zijn ongenoegens uit, terwijl Marshall vooral geremd is en met zijn tobberigheid niet zou misstaan in een Woody Allen-film.

Middelbare leeftijd
Dat beide strips over mannen van middelbare leeftijd gaan is vrijwel uniek. Clowes maakte De ideale man in opdracht van The New York Times Magazine waarin de strip in twintig afleveringen werd gepubliceerd. De stripmaker werd vriendelijk verzocht rekening te houden met zijn potentiële lezers: voornamelijk mannen van middelbare leeftijd. ‘Marshalls uiterlijk is een beetje gebaseerd op de documentaire filmmaker Errol Morris. Hij lijkt me het prototype lezer van The New York Times Magazine.’

Los van de beoogde doelgroep, raakte Clowes al eerder geïnteresseerd in verhalen over mannen op leeftijd. ‘Rond 2004 was ik bezig met een strip genaamd The Death Ray, die binnenkort eindelijk in boekvorm uitkomt. Die strip gaat over een tiener in de jaren zeventig en bevat een raamvertelling waarin datzelfde personage op oudere leeftijd op zijn leven terugkijkt. Hij is dan inmiddels een humeurige, gefrustreerde man geworden. Toen ik met dat boek klaar was besefte ik dat ik meer over hem en dit soort mannen te vertellen had. Doordat ik zelf ook die leeftijd heb, realiseerde ik me dat je nooit iemand hoort over hoe het is om de middelbare leeftijd te hebben en in onze maatschappij te leven.’

Wilson en Marshall vormen volgens Clowes twee kanten van dezelfde medaille.
De ideale man wordt volledig verteld vanuit het perspectief van Marshall, alles is gefilterd door zijn gedachten en visie. Wilson is veel meer geëxternaliseerd, je ziet hem handelen en zit niet in zijn hoofd.’ Overigens heeft de stripmaker het gevoel dat hij het onderwerp nu volledig heeft behandeld.

Waarheidsgetrouw
Of het nu gaat om kritische achttienarige meiden of boze mannen op leeftijd, Clowes maakt er doordachte personages van. Hij blinkt uit in het schrijven van levensechte dialogen. Zoals gezegd overheersen in De ideale man Marshalls gedachten alles. Tijdens de date probeert hij een zo goed mogelijke eerste indruk te maken. Marshall is hierdoor zo met zichzelf bezig, dat hij geen woord hoort van wat Natalie zegt. Clowes visualiseert dit door bovenop de tekstballonnen van Natalie de gedachten van Marshall te schrijven.

Natalie en Marshall op hun eerste date. (Dubbelklik op plaatje voor grotere versie.)

Clowes: ‘Een paar vrienden van me lijken in sommige opzichten veel meer op Marshall dan ik. Als ik tegen ze praat ben ik me er volledig van bewust dat ze daar geen woord van horen. Ze draaien een scenario in hun hoofd af terwijl ze op de juiste momenten terloops naar me knikken. Het leek me grappig om dat vast te leggen, want het komt natuurlijk vaak voor, zeker bij mensen die veel tijd alleen doorbrengen. Ze ontwikkelen manieren om met zichzelf te communiceren en vergeten vaak dat ze tegen anderen praten.’

Met een oeuvre vol uitgesproken personages rijst de vraag in hoeverre de stripmaker zijn acteurs gebruikt om zijn mening te ventileren. ‘Ik probeer ze niet perse tot stand-in voor mijn mening te maken, ik wil dat ze individuen zijn. Ze zijn meer vrienden van me, wiens mening de helft van de tijd exact overeenkomt met wat ik vind, maar de andere helft absoluut niet,’ zegt Clowes lachend.

Dan Pussey
In de verhalen over de fictieve stripmaker Dan Pussey uit de vroege jaren negentig schetst Clowes een vilein beeld van de Amerikaanse stripindustrie: ‘Ongetwijfeld begon ik aan Pusseys verhalen om mijn frustraties over de stripwereld te ventileren. Ik wilde wraak nemen op de wereld waarin ik vastzat zonder dat ik daar iets over te zeggen had. De enige plek waar ik mijn strips kon verkopen waren namelijk stripwinkels waar alles draaide om superheldenstrips. Toen ik echter aan die verhalen werkte en Dan Pussey wat beter leerde begrijpen, kreeg ik sympathie voor hem. Ik kreeg steeds meer het idee dat ik net als hij had kunnen worden als ik als tiener een paar andere keuzes had gemaakt.’

Daniel Clowes: De Ideale Man. (Oog & Blik/De Bezige Bij).
ISBN: 978 90 549 2315 2

Wilson (Oog & Blik/De Bezige Bij) ISBN: 978 90 549 2288 9

(beide boeken zijn vertaald door Pieter van Oudheusden.)

In het najaar verschijnt The death ray in Nederlandse vertaling bij Oog & blik/De bezige bij onder de titel Dodelijk wapen.

Dit artikel is in VPRO Gids #32 gepubliceerd.

Categorieën
Film

Film A-Z: A

Zoals iedere liefhebber heb ik zo mijn favorieten. Het leek me tijd om deze met de wereld te delen. Dat doe ik in de vorm van een ABC, omdat ik eerlijk gezegd niet een nummer één heb. En als die er al is, dan is het morgen weer een andere film. Daarom presenteer ik de komende weken op vrijdag mijn, geheel particuliere, film ABC.

Het is een lijst met films die me ooit bijzonder geraakt of vermaakt hebben. Films die ik in mijn jeugd zag en me nooit meer hebben losgelaten en films van recentere datum die op aangename wijze door mijn hoofd spoken. Films kortom, die ik voor altijd met me meedraag en meerdere malen kan zien. Films die ik je graag wil aanraden.

Extra opmerking: Dit zijn mijn favoriete films, niet de films die per se de geschiedenis in moeten gaan als KLASSIEKERS. Per letter noem ik een paar filmtitels en leg uit waarom ik deze cinematografische werkjes zo goed vind.

All the President’s Men (Alan J. Pakula, 1976)

In de jaren zeventig zijn er een paar Amerikaanse films gemaakt in het genre politieke thriller waarin de onbetrouwbaarheid van de overheid centraal staat. Anders gezegd: de paranoïde gevoelens die je hebt jegens je eigen overheid zijn volledig juist, negeer ze niet. All the President’s Men gaat over hoe de journalisten Bob Woodward (Robert Redford) en Carl Bernstein (Dustin Hoffman) van The Washington Post het Watergateschandaal aan het licht brengen. Prachtig spel van Dustin Hoffman en Robert Redford – toch wel twee van mijn favoriete acteurs. Die film biedt een mooi tijdsbeeld en schetst een boeiend verhaal over onderzoeksjournalistiek.

Almost Famous (Cameron Crowe, 2000)

Regisseur Cameron Crowe bewerkte zijn ervaringen als jonge journalist van Rolling Stone Magazine tot heerlijke autobiografische fictie waarin de vijftienjarige William Miller (Patrick Fugit) mee mag toeren met de band Stillwater. Een sfeervolle film over de liefde voor popmuziek in de magische jaren zeventig, volwassen worden en de mythe van Amerika. Kate Hudson was nooit meer in een film zo ontwapend als Penny Lane – de ultieme band-aid, een eufemisme voor groupie. Maar met die term zouden we Penny echt tekortdoen.

Almost Famous was op muzikaal gebied voor mij een openbaring en fungeert in wezen op dezelfde manier als de verzameling LP’s die Williams zus Anita voor hem achterlaat.  De soundtrack zit volgepropt met prachtige evergreens van muzikale kunstenaars als Simon & Garfunkel, The Who, Led Zeppelin, David Bowie, Cat Stevens en Elton John. Sommigen ervan kende ik al jaren, maar vormde de soundtrack een vernieuwde kennismaken, anderen hoorde ik voor het eerst pas echt goed. Zoals Led Zeppelin, waar ik sinds Almost Famous veel waardering voor op kan brengen.

Penny Lane: ‘If you ever get lonely, just go to the record store and visit your friends.’
(Zie hier nog veel meer leuke quotes uit de film en hier een artikel dat ik eerder over de muziek in Almost Famous schreef)

American Beauty (Sam Mendes, 1999)

Kevin Spacey die midden in zijn midlifecrisis zit, een verdord huwelijk met zijn vrouw Annette Bening deelt, verliefd wordt op de middelbare schoolgenoot van zijn dochter en besluit het roer om te gooien. Daar in het midden van de wervelstorm die zijn leven is, danst een plasticzakje in de wind – een beeld van zo’n ongrijpbare schoonheid dat we bijna de blote borsten van Thora Birch vergeten die net als het zakje, met de camera van de buurjongen zijn vastgelegd. Deze film gaat veel verder dan American Beauty, het is mijns inziens een lofzang op de poëzie van het leven. Dat het script door vakman Alan Ball geschreven is, kun je eraan afzien.

Annie Hall (Woody Allen, 1977)
Een van mijn favoriete Woody Allen films (one of his early funny ones) met een dramatische ondertoon: het verloop van de relatie tussen zangeres/fotografe Annie Hall en comediant Alvy Singer. Het is moeilijk om niet te vallen voor de charmante performance van Diane Keaton. Allen gaat hierin erg speels om met het medium: in een scène op het dak praten Hall en Singer met elkaar over koetjes en kalfjes, terwijl we via de ondertitels lezen wat er echt in hun hoofd omgaat. Ook de scène waarin ze beide in de rij staan voor een filmkaartje en Singer zich irriteert aan te luid pratende betweter die zijn semi-intellectuele meningen zijn vriendinnetje probeert te imponeren.

Wat zou het toch prachtig zijn als je in het echte leven opeens Tim Burton te voorschijn kon halen als iemand moet overtuigen van zijn ongelijk. Helaas, only in the movies.

Apocalypse Now Redux (Francis Ford Coppola, 1979)


Voor mij nog steeds de ultieme film over de waanzin van de oorlog. Apocalypse Now draait om de reis van Kapitein Willard (Martin Sheen), een spion van het Amerikaanse leger. Willard wordt op een gevaarlijke missie gestuurd: hij moet de rivier Cambodja afreizen om daar Kurtz (Brando) te vinden en te vermoorden. Kurtz is een voormalig Amerikaans kolonel die is gedeserteerd. Hij is krankzinnig geworden en heerst over een groep Montagnaardse inboorlingen in een afgelegen oerwoudcomplex. De reis die Willard aflegt over de rivier brengt hem in het hart van de duisternis: die van de oorlog, maar ook in zichzelf.

Een tijd geleden schreef ik een uitgebreide analyse over hoe Marlon Brando het personage Kurtz gestalte gaf.

Army of Darkness (Evil Dead 3) (Sam Raimi, 1992)
Dit is een heel ander soort oorlog, maar in tegenstelling tot die in Vietnam, zeer vermakelijk. Nash uit Evil Dead 1 + 2 is samen met zijn uit 1973 afkomstige Oldsmobile getransporteerd naar de middeleeuwen. Daar wordt hij aangezien als degene die volgens de voorspellingen het boek der doden zal ophalen, maar omdat hij de uitspraak van de magische woorden verknalt, komen de doden tot leven. De volledig belachelijke plot is oh zo vermakelijk. Bruce Campbell acteert met flair met een flinke dosis zelfspot. En op het moment dat het dodemansleger aan komt stormen, handgemaakte skeletten die in de lucht worden gehouden door de poppenspelers die net buiten beeld zijn, ben ik helemaal verkocht. Een ode aan stop-motion specialist Ray Harryhausen die hem vast van plezier uit zijn graf zou doen opspringen -als hij dood was geweest. Harryhausen (geboren in 1920 te Los Angeles leeft immers nog steeds).

Meest memorabele quote van de film: ‘Give me some sugar, baby!’

Heb je zelf ook nog wat favoriete Aatjes toe te voegen? Daar is het commentformulier voor. Volgende week vrijdag gaan we verder met de B.