Deprecated: _c is deprecated since version 2.9.0! Use _x() instead. in /customers/9/c/2/michaelminneboo.nl/httpd.www/wp-includes/functions.php on line 5211 Archive for July, 2011

Miauw!

Sunday, July 31st, 2011

Zondagmiddag. Leidsegracht.

Een moment van bezinning

Sunday, July 31st, 2011

Illustratie: Emma Ringelberg

Het web zit vol verrassingen. Zaterdag las ik op het blog van Jeroen Mirck dat hij reeds tien jaar blogt. Dat is heel wat, al begint Frank Meeuwsen vandaag alweer aan zijn twaalfde jaar. Jeroen heeft om zijn jubileum te vieren enkele oude felicitaties gepost van toen zijn site Comicbase vijf jaar bestond. Daar stond ook een felicitatie van mij bij. Ik vond het heel gek om die stem uit het verleden zo terug te lezen.

Vijf jaar geleden, het lijkt een eeuwigheid. Naar mijn gevoel was ik toen een ander persoon. Sterker nog: dat was vlak voordat ik zelf begon met bloggen. Het moment voordat er een hele nieuwe wereld open ging. Het was ook een paar maanden voordat ik bij Intermediair begon als webredacteur, het moment dat ik mijn docentendagen achter me liet en een nieuwe richting insloeg. 2006 was wat dat betreft een enerverend jaar.

Daarna is het alleen maar beter geworden. Tegenwoordig gaat het goed met mijn freelance praktijk. Ik mag voor aardig wat publicaties over strips schrijven – iets wat ik heel graag doe. Mijn bijbaantje bij de VARA heeft ook z’n leuke momenten. Mijn online netwerk met leuke contacten is groter dan ooit. En in de privé-sfeer, toch wel het allerbelangrijkste, gaat het ook fijn.

Je moet als blogger niet te veel terugkijken. Dat remt je vooruitgang en houdt nieuwe ontwikkelingen tegen.

Toch is het soms wel goed om te kijken waar je vandaan komt, al is het alleen maar om beter te kunnen bepalen waar je naartoe gaat. Wat waren de redenen om ooit te gaan bloggen? Gelden die nog steeds? Haal je nu nog net zoveel uit het online publiceren als toen? Of misschien wel meer? Wat waren de leuke momenten en wat wil je in de toekomst het liefst vermijden?

Man en hond

Saturday, July 30th, 2011

Vandaag was een beetje een dag zonder planning. De eerste paar uur was ik voornamelijk bezig met het uitschrijven van het interview met Peter Pontiac dat ik gisteren afnam bij de stripmaker thuis. Tussendoor pende ik nog een blogpost over de rechtzaak die de familie Kirby tegen Marvel heeft aangespannen en verloren. Mijn hoofd zat niet echt bij mijn werk en vloog van de ene kant van het web naar de andere. Dat heb je wel eens.

Dan is het beter om naar buiten te gaan. Bij de Koffiesalon een koffie verkeerd en chocolade croissant gegeten. Buiten zat een man met een kopje koffie en zijn vriendin. Daarnaast lag een hond op de stoep. De blaffende krullenbol had een halsband met daarop een of ander apparaatje. De eigenaresse van het beest had een afstandsbediening, vermoedelijk om het beest stroomstoten toe te dienen als deze ongewenst gedrag vertoonde. Ik ben blij dat ik geen hond ben.

Marvel houdt copyright op stripfiguren: Familie Kirby verliest rechtzaak

Saturday, July 30th, 2011

The Avengers #4, cover getekend door Jack Kirby

Een rechter in New York heeft beslist dat de erven van Jack Kirby geen aanspraak kunnen maken op de copyrights van personages die Kirby mede heeft gecreëerd.

Stan Lee is de vader van veel superhelden van Marvel, maar vaak creëerde hij de personages in samenwerking met anderen. Samen met Kirby werden onder andere de Hulk, de X-Men en de Fantastic Four in het leven geroepen.

Ook tekende Kirby een paar pagina’s van het eerste Spider-Man verhaal, maar omdat Lee Kirby’s stijl niet goed vond passen bij het personage, gaf hij de opdracht aan Steve Ditko. De cover van Amazing Fantasy #15, waarop Spider-Man voor het eerst aan de wereld werd getoond, is wel van de hand van Kirby.

In 2009 stuurde de familie Kirby een claim naar Marvel en moederbedrijf Disney waarin comics die gepubliceerd werden tussen 1958 en 1963 ter sprake kwamen. Dat waren onder meer deeltjes van The Amazing Spider-Man, The Avengers, Sgt. Fury and His Howling Commandos.

De rechter bepaalde echter dat Kirby zijn werk deed terwijl hij in dienst was van Marvel. Alles wat hij creëerde was daardoor automatisch eigendom van het bedrijf. Daarbij heeft Kirby, die in 1994 overleed, al eens afstand gedaan van eventuele rechten.

De erven Kirby lopen nu miljoenen mis. De strips verkopen tegenwoordig een stuk minder dan vroeger, maar er worden met de stripverfilmingen miljoenen dollars verdiend door Marvel en Disney. De Kirby’s hebben aangekondigd dat ze in hoger beroep gaan.

Harry Potter

Friday, July 29th, 2011

(Klik op het plaatje voor het grootste formaat)

Vanmorgen was ik bij Warner Bros. voor de persvoorstelling van ‘Green Lantern’. Warner is natuurlijk de filmmaatschappij die de Harrry Potter-films op de markt brengt en dat kun je in de gangen van het gebouw goed zien. Zelf ben ik niet verder gekomen dan de derde film. Die moest ik toen voor iemand recenseren. Niet dat ik iets tegen de tovenaar heb, geenszins, het lijken me prima films om een keer achter elkaar te gaan kijken als ik een keer ziek op de bank lig.

Toen ik een paar jaar geleden in Edinburgh was, ben ik een paar keer in eetcafé The Elephant House geweest. De legende vertelt ons dat JK Rowling daar haar eerste Potter-boek schreef. Toeristen willen altijd weten aan welk tafeltje de auteur dan gezeten heeft. Het personeel wijst dan meestal een willekeurig tafeltje aan dat vrij is. ‘Ze heeft immers overal wel eens gezeten,’ vetrouwde een lieftallige serveerster mij toe.

Joe Sacco: Oorlogsjournalistiek in stripvorm

Thursday, July 28th, 2011

Joe Sacco tekent boeiende journalistieke strips over conflictgebieden. Centraal staan persoonlijke verhalen. ‘Het gaat vooral over mensen die de dood net een stap voor blijven.

Joe Sacco (Malta, 1960) mag de vader van de journalistieke strip worden genoemd. Hij verbleef in brandhaarden als de Gazastrook, Bosnië, Irak en won prijzen met de strips die hij daarover maakte: geen oorlogsstrips vol heldendaden waarin geweld en militaire macht centraal staan en verheerlijkt worden, maar strips vol persoonlijk verhalen van de burgers die zowel de levensbeslissende momenten beschrijven als het leven van alledag.


In Moslimenclave Gorazde, dat in 2000 uitkwam maar recent pas in het Nederlands werd uitgeven, vertelt Sacco over de oorlog in voormalig Joegoslavië. Eind 1995, begin 1996 verbleef de stripmaker enkele maanden in Gorazde, een zwaar belegerde enclave waar de voornamelijk islamitische bevolking onder Servisch vuur lag. Hij interviewde tientallen bewoners die graag met iemand van buitenaf wilden praten. Journalisten werden warm onthaald, dit in tegenstelling tot Sarajevo waar men cynisch was tegenover de pers: ‘Alle media-aandacht had hun situatie niet verbeterd. Dat was heel anders in Gorazde dat al heel lang omsingeld was; de mensen hadden weinig buitenlandse gezichten gezien. Het was een goed moment om daar toen te zijn: de mensen begonnen zich te realiseren dat de oorlog echt voorbij kon zijn. Voor het eerst sinds jaren durfde men weer voorzichtig over de toekomst na te denken,’ vertelt Sacco vanuit zijn huis in Portland, Oregon.

Waarheidsgetrouwheid
Hoe onderscheidt Sacco bij de persoonlijke visies de waarheid van leugens en overdrijvingen? ‘Op basis van wat je weet van de situatie maak je een inschatting. Zodra het relaas te ongeloofwaardig wordt, voel je dat wel aan. Je bespreekt het met andere mensen die het ook hebben meegemaakt. Als de verschillende verhalen met elkaar overeenkomen, dan kun je er redelijkerwijs vanuit gaan dat het zo gebeurd is. Over het algemeen vertelden mensen mij geen spectaculaire verhalen vol heldendaden. Het gaat vooral over mensen die de dood net een stap voorblijven.’

Sacco komt zelf ook als personage in zijn strips voor. Hij verhaalt zijn ervaringen tijdens zijn verblijf in de conflictgebieden en vertelt open over zijn werkwijze.

Edin en Sacco (rechts)

Vervaagde herinnering
In Gaza 1956 onderzoekt de stripmaker twee Israëlische massamoorden op Palestijnse burgers die in 1956 plaatsvonden. In een hoofdstuk behandelt hij het vraagstuk van vervaagde herinnering. ‘Mensen kunnen zich dezelfde gebeurtenis op een heel andere manier herinneren. In sommige gevallen kun je die verhalen niet uit elkaar halen. Als drie mensen dezelfde gebeurtenis op een verschillende manier hebben meegemaakt, is de beste methode om alle versies te laten zien. In principe confronteer ik de lezer met de dilemma’s waar ik mee te maken heb als ik een dergelijk verhaal probeer te construeren.’

Opgroeien in de schaduw van de oorlog
Joe’s interesse in persoonlijke oorlogsverhalen begon op jonge leeftijd. Hij werd geboren op Malta, maar groeide op in Australië en Amerika. ‘Mijn ouders en de andere Europese immigranten die bij ons thuis in Australië op bezoek kwamen, hadden de Tweede Wereldoorlog overleefd en praatten daar veel over. Ik groeide min of meer op in de schaduw van die verhalen. Het idee van burgers in een oorlogssituatie heeft dus altijd in mijn gedachten gesudderd.’

Toen hij na zijn studie journalistiek geen baan kon vinden in de krantenjournalistiek viel Sacco terug op het maken van autobiografische en humorstrips, iets wat hij van jongs af aan al deed. Ondertussen begon hij te beseffen dat de Amerikaanse pers een onvolledig beeld schetsten in de berichtgeving over het Middenoosten. ‘Amerikaanse journalisten vinden zichzelf de koning van de journalistiek. Ze denken dat ze objectieve en onpartijdige reporters zijn, maar ondertussen schilderden ze Palestijnen steevast af als terroristen. Op een gegeven moment was ik erg boos over het feit dat ik verkeerd was ingelicht en uit die verontwaardiging kwam de drang voort om zelf uit te zoeken hoe de situatie in elkaar stak.’

Palestijnen en Israëliers
Sacco verbleef begin jaren negentig op de Westbank en Gaza. Het resultaat was het kloeke album Onder Palestijnen waarin de stripmaker de ervaringen van Palestijnen en Israëliërs in een sociale en politieke context zet. Hetzelfde doet hij overigens in zijn andere boeken: hij zoomt af en toe uit om de lezer van achtergrondinformatie te voorzien en het grote plaatje te tonen. Het resultaat hiervan is dat je meer inzicht krijgt in oorlogsituaties dan menig actualiteitenrubriek kan bieden.

Met de strip heeft Sacco een krachtig medium in handen om zijn ervaringen te boekstaven. ‘Zodra je een stripboek opent, trekken de beelden je direct het verhaal in. Je zit meteen in een specifieke situatie: of het nu Gorazde is of een Palestijns vluchtelingenkamp.’
Een tekenaar kiest zijn beelden heel bewust, kan elementen combineren om een geïnterpreteerde representatie van de werkelijkheid te geven. Een deel van de kracht van het medium is het feit dat het om een sequentie van beelden gaat, legt Sacco uit. ‘Een fotojournalist moet met één foto een situatie samenvatten. Een schrijver zegt bijvoorbeeld één keer dat het modderig was, maar met strip heb je acht tot twaalf plaatjes op een pagina, vaak met dezelfde elementen op de achtergrond. Je ziet bijvoorbeeld telkens weer de modder en de graffiti op de muren van een vluchtelingenkamp. Door de herhaling van de beelden dringen die details door tot je onderbewuste.’

Sacco is in de loop der jaren doelbewust meer realistischer gaan tekenen. ‘Dat dient het  journalistieke karakter beter dan de cartooneske stijl die ik van nature hanteer.’

Gruweldaden
Conform de realiteit van de oorlogsituaties, zijn Sacco’s strips niet gespeend van gruweldaden. In Gorazde snijden Serviërs te Visegrad moslims de keel door en gooien ze van de brug af. ‘Ik probeer geweld spaarzaam te verbeelden. Ik ga niet doen alsof gewelddadigheid niet bestaat door het niet te tekenen, maar ik wil het zo tekenen dat het niet heroïsch of spectaculair wordt. Geweld is verachtelijk,’ vindt de stripmaker.

Voor Sacco, die bevriend raakte met Edin, de Bosniër bij wie hij logeerde en die voor hem tolkte, was het moeilijk om bepaalde scènes op papier te zetten. Zoals het moment waarin Edin en de andere bewoners een massagraf vinden met daarin de lijken van hun vrienden en buren en hen moeten herbegraven. Sacco had Edin er ter plekke al over ondervraagd, maar besefte dat hij meer informatie nodig had toen hij eenmaal weer thuis aan het tekenen was. ‘Ik wist niet precies hoe die lichamen eruit zouden zien.’ Verontschuldigend vroeg hij zijn vriend er nog eens naar, ook zocht hij contact met iemand van gerechtelijke geneeskunde. ‘Als je iets tekent moet je je echt inleven. Dat kan soms zwaar zijn.’

Voor zijn nieuwe boek reist Sacco samen met journalist Chris Hedges naar postindustriële gebieden in Amerika. Dichter bij huis maar toch een andere wereld: ‘Je waant je welhaast in de derde wereld. Het zijn verloederde plekken, achtergelaten door Amerika, met veel werkloosheid en drugsgebruikers.’ Wederom zullen persoonlijke verhalen centraal staan.

Zojuist verschenen:
Moslimenclave Gorazde.
Uitgeverij Xtra € 24,90
ISBN 9789077766057

Gaza 1956: In de marge van de geschiedenis
Uitgeverij Atlas € 29.95
9789045017532

Dit artikel is gepubliceerd in VPRO Gids #31.

Groen!

Thursday, July 28th, 2011

Het uitzicht vanaf de koffie-automaat bij de VARA.

Webvideo: Mooie ode aan vinyl

Wednesday, July 27th, 2011

Illustratie: Merel Barends

Blog- en stripvriend en VPRO-collega Menno Kooistra maakt al een tijdje videomontages voor CinemaTV – het filmprogramma van de VPRO dat op het web te zien is. Voor deze montage mixt Menno filmbeelden thematisch door elkaar. Ze gaan als het ware de Mennoblender in. Vaak komt daar dan een aardige video uit. Zijn laatste edit vind ik erg leuk en wil ik graag met je delen.

Vinyl en cinema: het is een combinatie die al veel moois heeft voortgebracht. Achter het romantische beeld van het draaiende zwarte schijfje – de krakende naald waar geluid uit komt, samen luisteren met je geliefde of helemaal in je eentje in de muziek opgaan – gaan veel verhalen schuil.

Zelf vind ik High Fidelity en Almost Famous de mooiste films over popmuziek en de liefde voor vinyl. Maar er zijn nog veel meer films over dit boeiende thema gemaakt. Enkele ervan heeft Menno in zijn montage gestopt. Zoals Ghost World waarin het personage Seymour oude bluesplaten verzamelt en de man waarop dit personage losjes gebaseerd is: Robert Crumb uit de documentaire Crumb.

Treinzicht

Wednesday, July 27th, 2011

Meestal lees ik strips als ik in de trein zit: die ruime halfuur per rit is een mooi moment om bij te houden wat er allemaal uitkomt. Vaak zijn het recensie-exemplaren, soms is het achtergrondinformatie voor aan artikel wat ik aan het schrijven ben. Van de week had ik na een lange dag werk even geen zin om te lezen. Dan blijft vooral uit het raam staren over. Voordat je het weet ga je uit verveling foto’s maken.

Wat mij aan deze foto aanspreekt is het feit dat de snelheid van de trein ‘gevangen’ is.

Vrouwenverslinder

Tuesday, July 26th, 2011

Wijlen Prins Bernard. Ik heb daar nog minder mee dan een volgepoepte wc-pot. Wat mij betreft mag het hele koningshuis in de uitverkoop bij de Aldi. Bernard was natuurlijk een schurk en heeft volgens mij meer bastaardkinderen rondlopen dan het aantal keren dat Sergio Berlusconi zijn worstje tussen minderjarige schaamlippen heeft kunnen stoppen. Maar dat even terzijde. De strips over ‘Agent Orange’ lopen best aardig heb ik gehoord. Deze reclame voor die strip op de deur van de vrouwen-wc in café Gruter is gezien Bernards reputatie van vrouwenversierder wel een toepasselijke plek.

Filmrecensie Captain America: The first avenger

Monday, July 25th, 2011

Captain America: The first avenger is een zeer vermakelijke pulpfilm, vol spetterende actie en bovenal een sympathieke held achter het masker.

Als jonge tiener had ik alleen maar kunnen dromen van de stroom aan goede superheldenstripverfilmingen die tegenwoordig in de bioscoop te zien zijn. Oké, er was een televisieserie over Spider-Man in de jaren zeventig, twee matige tv-films over Captain America en niet veel later een goeduitgedachte poging om de Hulk op het kleine scherm te brengen. In de vroege jaren negentig waren er films over The Punisher en Captain America. Maar deze direct to video producties mogen nog niet eens in de schaduw staan van de cinematografische blockbusters waar de Marvel stripfan sinds X-Men (2000) van Bryan Singer op getrakteerd wordt.

Het wachten is tot volgend jaar de film The Avengers uitkomt, waarin de Marvelhelden de Hulk, Iron Man, Thor, Black Widow, Hawkeye en Captain America een hoofdrol in zullen spelen. Afgezien van Black Widow en Hawkeye heeft nu iedere held afzonderlijk in ieder geval één filmavontuur op zijn naam staan. Captain America ging vorige week in première in Amerika en draait deze week vanaf de 28ste in de Nederlandse zalen.

Captain America is naast Spider-Man de meest iconografische held van uitgeverij Marvel Comics. Dit jaar wordt de supersoldaat alweer 70 jaar. Het waren de heren Joe Simon and Jack Kirby die Cap voor het eerst op papier zetten in maart 1941. Op de cover van die eerste comic geeft de held een ferme klap tegen niemand minder dan Adolf Hitler himself. Hiermee begon feitelijk de Marvel Age of Comics waarin supertypes de wereld een beetje schoner maken, ook al heette de uitgeverij toen nog Timely Publications.

Sukkeltje met een goed hart
In Captain America: The first avenger van regisseur Joe Johnston wil Steve Rogers (Chris Evans) wil kostte wat het kost soldaat worden in het Amerikaanse leger om de nazi’s een poepje te laten ruiken. Rogers, die keer op keer door bullebakken klappen krijgt, geeft als motief op dat hij niet van pestkoppen houdt. Helaas wordt zijn aanvraag telkens afgewezen: de slappe, magere Rogers kan nog geen deuk in een pakje boter slaan. Dat verandert als hij wordt geselecteerd voor een speciaal project om supersoldaten te creëren – een natte droom die menig Amerikaanse generaal tot op de dag van vandaag nog steeds zal hebben vermoed ik.

Rogers krijgt een superserum toegediend waardoor zijn lichaam van het een op het andere moment in dat van Arnold Schwarzenegger. In beginsel wordt Captain America slechts ingezet als propagandamiddel, maar als snel bewijst Rogers dat hij zeer effectief kan zijn in de Amerikaanse strijd tegen de nazi’s, in het bijzonder tegen Red Skull (Hugo Weaving) die de HYRDRA organisatie leidt – een afgeleide van Hiter en co. die op eigen kracht streeft naar wereldoverheersing.

Captain America: The first Avenger is een zeer vermakelijke pulpfilm geworden, vol spetterende specialeffects en bovenal een sympathieke held achter het masker. Toch haalt de film het niet bij de beste stripverfilmingen X-Men 2 en Spider-Man 2.

De casting van de charmante Chris Evans is een schot in de roos. Evans speelde eerder Johnny Storm/Human Torch in de twee Fantastic Four-films. Hij lijkt niet alleen op de Steve Rogers uit de strip, hij brengt ook de juiste combinatie van geloofwaardigheid en enthousiasme mee om deze iconografische rol te dragen. Tommy Lee Jones speelt de sarcastische Kolonel Chester Phillips met zichtbaar plezier. De verbale schermutselingen tussen beide heren leveren genoeg lachmomenten op.


Huidprobleem
De grote misser in deze film is de schurk Red Skull. Dat Hugo Weaving kan acteren heeft hij al vele malen bewezen, maar zijn uitvoering van de afvallige nazi met een serieus huidprobleem is onder de maat. Dat ligt vooral aan het feit dat deze machtswellusteling zo plat als een dubbeltje geschreven is. Je kunt anno 2011 niet meer aankomen met het type derderangs Bondschurk dat de wereld wil overheersen just for the hack of it. Aangezien Red Skull net als Rogers is geïnjecteerd met het superserum en daarmee qua kracht en vermogen de schaduwversie is van Captain America, had er mijns inziens uit hun confrontatie veel meer gehaald kunnen worden.

Leuk is de sequentie waarin Cap wordt ingezet als propagandamiddel: we zien hem op toneel een acteur neerslaan die Hitler speelt en er worden fragmenten getoond van de filmserials waarin Cap de hoofdrol speelt – net als in de echte jaren veertig waarin de strips van Cap het moraal van de Amerikaanse soldaten een boost moest geven en er een serial over hem in de Amerikaanse bioscopen draaide.

Blijf bij Captain America: The first avenger vooral in de zaal zitten tot na de aftiteling om de lekkermakende preview te zien van The Avengers.

Andrew Garfields gepassioneerde Spider-Man speech

Monday, July 25th, 2011

Nu zat ik afgelopen week niet in San Diego om de Comic Con bij te wonen, toch zijn de hoogtepunten van de beurs goed te volgen via het web. Uiteraard was er ook een presentatie van de nieuwe Spider-Man film die we volgend jaar in juli mogen verwachten.

Nu vond ik de tweede video van het panel op de site GeekTyrant niet veel meer toevoegen dan dat we al weten, de speech van Andrew Garfield in de eerste video is echter de moeite van het kijken waard. De jonge acteur die Peter Parker speelt is vol enthousiasme over zijn rol. Garfield gebruikt bombastische en woorden vol passie om te vertellen wat dit strippersonage voor hem betekent. Dat Peter Parker voor hem een voorbeeld is van iemand die nooit opgeeft. Een stripheld die inspireert. Dat horen we graag als het om ons favoriete webhoofd gaat.

Of hij met zijn ludieke actie de harten van alle stripfans heeft gewonnen, valt nog te bezien. De liefhebbers van de strip die verfilmd wordt zijn immers het meest kritisch op alles wat er met hun held gedaan wordt. Mijn zegen heeft Garfield in ieder geval. Mocht de film alsnog erg tegenvallen volgend jaar… ach, dan duiken we gewoon weer in de papieren avonturen van Spider-Man.