Posts Tagged ‘René van Densen’

Vlog: Achter ieder geeky T-shirt schuilt een ‘bijzonder’ verhaal

Wednesday, August 29th, 2018

Ook geeks moeten de was doen. Bij ieder geeky T-shirt dat ik heb, hoort een bijzonder verhaal of anecdote. In deze vlog neem ik de vers gewassen T-shirts op de waslijn door.

Hier is de link naar mijn vlog over de Robert Crumb expositie in Parijs.

Tweede editie Blogbal komt eraan

Wednesday, January 25th, 2012

Illustratie: Emma Ringelberg

Vorig jaar was daar opeens Het Blogbal: een paar honderd meter van de Stadschouwburg waar het Boekenbal plaatsvond, was er een feestje speciaal voor bloggers: Het blogbal. ‘Dit jaar moet het ‘echt rock-‘n-roll worden,’ aldus de organisatie.

Ik heb er zin in! Het Blogbal is een speciale ontmoetings- en feestavond voor bloggers. In 2011 stak een groep bloggers haar nek uit om het Blogbal voor de eerste keer te organiseren. Bedoeld als een dwars antwoord op het Boekenbal, waar de literaire waarde van de Nederlandse schrijverswereld geëtaleerd wordt, terwijl het bloggen levendiger is dan ooit en soms toch ook literaire hoogstandjes bevat.

Laat ze maar kletsen
Een tijdje geleden zat ik samen met bloggers Oudzeikwijf, MrsvanP, René van Densen en Jeroen Mirck in De Balie om te toosten op het bloggen en te brainstormen over het blogbal. Er kwam vorig jaar wat kritiek op het Blogbal. Ook van mijn kant overigens. Net als de meeste collega’s wilde ik vooral andere bloggers ontmoeten en gezellig bijpraten. Door het muzikale programma waarin soms zware nummers werden opgevoerd, was dat praten niet altijd mogelijk. Deze kritiek heeft de organisatie geïnventariseerd en daarom is besloten om de tweede editie eenvoudiger van opzet te laten zijn. ‘De mensen willen samenkomen, wat met elkaar praten, een biertje of een wijntje drinken, en wat dansen. Een exorbitant feest als het boekenbal is voor de bloggers niet zo nodig, blijkbaar.’

Kalebas

De Kalebas.

De Kalebas is de mascotte van deze tweede editie. De Kalebas is een dwaze uitvinding van het absurdistische weblog KutBinnenlanders, en dit jaar verkozen door de Blogbalorganisatie als thema. ‘Iedere editie willen we met iets bijzonders uit het afgelopen “blogseizoen” uitpakken, en De Kalebas sprong er voor ons echt uit,” aldus de Blogbal-organisatie. ‘Voor ons staat De Kalebas juist voor deze aanpak: loslaten en concentreren op de essenties. Alles wat niet nodig is eruit, en concentreren op wat Het Blogbal gewoon moet zijn: een feest voor en door bloggers, waar ze met
hun fans kunnen bier drinken en dansen.’

Dat dansen kunnen mensen op de muziek die DJ Hallie Lama, niet onbekend in de stripwereld zou ik zeggen, zal draaien die avond.

Blogparel
Net als vorig jaar wordt er een Blogparel uitgereikt voor ‘de best geschreven blogpost van het afgelopen jaar.’ Mensen die mij kennen weten dat ik een broertje dood heb aan blogprijzen. Ik vind bloggen een prachtig medium, dat vooral in alle vrijheid moet plaatsvinden. Het feit dat een elitegroepje gaat bepalen wat goed of slecht bloggen is, staat me dan ook tegen.

Ik heb de uitslag van de Dutch Bloggies altijd arbitrair gevonden, daarom heb ik bij wijze als grapje samen met Marco Raaphorst en Karin Ramaker twee jaar geleden opgeroepen tot een alternatief bloglijstje, simpelweg samengesteld door iedereen die reageerde.

Ik snap ook wel dat de organisatie van de Blogparels het goed bedoeld en dat prijzen ook een positief effect kunnen hebben. (Ik heb zelf ook wel eens in stripjury’s gezeten omdat het media-aandacht voor het beeldverhaal genereert.) Maar over het algemeen denk ik dat Nederland een overschot aan wedstrijden heeft en hou ik me daar graag verre van. Dus ook wat de Blogparel betreft. Maar als mensen het wel leuk vinden, wie ben ik dan om ze tegen te houden? Ik ga wel even koffiedrinken tijdens de uitreiking.

Los van de parel heb ik zin in Het Blogbal en het bijpraten met collega-bloggers.

Het Blogbal, tweede editie
De Balie, Kleine Gartmanplantsoen 10, 1017 RR Amsterdam
Dinsdagavond 13 Maart 2012, 19:30

Meer info: http://www.blogbal.nl/

Recensie: My So Called Life

Tuesday, October 14th, 2008

René van Densen beloofde ooit uit te gaan leggen waarom hij de tv-serie My So Called Life zo goed vindt. Belofte maakt schuld. Het enthousiaste en uitvoerige resultaat kun je hieronder lezen.

“But I will say this: no show on TV has ever come close to capturing as truly the lovely pain of teendom as well as My So Called Life. And yes, I’m including my own. We all stole fr- I mean learned from it, but we never matched it. I doubt anyone will. (After all, it doesn’t pay.)”

In de laatste alinea van een vierpagina-essay in het bijgeleverde boekje in de My So Called Life DVD-box, is Joss ‘Buffy, Angel, Firefly, and so on’ Whedon, toch ook geen kleine held op TV-schrijfgebied, bijna gênant lovend over de serie, het schrijfwerk, de acteurs en zijn eigen stommiteit om, net als de rest van Amerika, aanvankelijk de serie volstrekt te onderschatten. Hij eindigt met wat op z’n minst een fors, fors compliment over de serie genoemd mag worden:

“When I pitched Buffy The Vampire Slayer, I told excecutives it was a cross between The X-Files and… and then I always took a moment to judge how smart they were. If they seemed like empty suits, I’d go with 90210.It was a big hit. But if they seemed like they knew their business, I’d use another example. The example that every writer I know still references.”

De wereld van school en tieners
Ik kan honderden briljante, neologistische of volledig ouderwetse bijvoeglijke naamwoorden aanwenden om het meeslepende en nog altijd verre van achterhaalde schrijfwerk van de amper negentien afleveringen die de serie My So Called Life uiteindelijk zou bevatten, te belichten, maar een klein staaltje eenvoudig jatwerk uit het DVD-boekje zegt voor de kenner meer dan ik zou kunnen. Dus dan moet je ook gewoon even meneer Whedon aan het woord laten en zelf daarna pas de draad oppakken, vind ik zo. Want hij heeft over de volle vier pagina’s die hij volgepende gelijk: de serie was waar iedereen naar snakte en wat het net iets eerdere gelanceerde 90210 net niet leverde, de realistische wereld van school en tieners, die in al haar soap opera toch alles bevat waar mensen van alle leeftijden en alle levensomstandigheden mee kunnen identificeren.
En net als Whedon en heel Amerika, was ik bij de eerste aflevering die ik zag (destijds ‘s middags, notabene net terug vanuit mijn eigen middelbare schooldag, op Nederland 1) ook maar flauwtjes geïnteresseerd. Om na een paar minuten in de eerstvolgend gekeken aflevering pas wakker te worden en te beseffen dat ik iets unieks zat te kijken.In 1994 kreeg Winnie Holzman via haar twee machtigste thirtysomething-schrijfcollega’s de ‘kans’ in haar schoot geworpen om een tienerserie te schrijven, iets waar ze aanvankelijk forse bedenkingen bij had. Ze vond het immers veel geweldiger om de tumulteuze emotionele lagen van volwassenen open te pellen en de stuurloze, hormonale, onzekere puinhoop die daaronder zat bloot te leggen. Tot ze daadwerkelijk met tieners ging praten en besefte wat uiteindelijk de kern van de serie werd: het verschil tussen tieners en volwassenen is hooguit dat de onderliggende lagen bij tieners beter en scherper te zien zijn.
Er wordt in My So Called Life dan ook niet ingehouden: tieners krijgen zware drugs- of alcoholproblemen, een geweer gaat af op school, onverwachte zwangerschappen liggen op de loer, thuissituaties zijn soms volledig ontwricht waardoor een kind op straat leeft, en ga maar door. Daar bovenop zijn de volwassenen in de series ook geen van allen bepaald rotsen in de branding, en evenzogoed door hun impulsen, blinde hoeken en onbeantwoorde levensvragen rondtollend door hun bestaan.
Weg met de clichés
Alle clichés worden uit de weg geschoven, waardoor je bijvoorbeeld in één aflevering na de nieuwe inspirerende leraar die zijn leerlingen écht aanspreekt en enthousiasmeert, en ze krachtig voor vrijheid van meningsuiting weet op te doen staan, ook nog even de gelegenheid krijgt om hem als een opportunistische, stuurloze en licht verwarde schoft te zien.My So Called Life lanceerde de carrières van de piepjonge Claire Danes en Jared Leto die toen al duidelijk illustreerden een hoop in hun mars te hebben. Danes is min of meer de spil van de serie, de intelligente maar wat brave en nog niet emotioneel voldoende volgroeide Angela wiens tienerwereld vooral draait om haar heimelijke liefde, de onbereikbaar coole Jordan Catalano (Leto). Haar overbuurjongen Brian, een intelligente gevoelige maar sociaal volledig onadepte jongen, is natuurlijk op zijn beurt weer verliefd op haar.
Verleggen van perspectief
We ontmoeten Angela rond de tijd dat ze twee wat ‘wildere’ nieuwe vrienden opdoet – Rayanne en Rickie – die haar meer gelegenheid tot ontbloeien bieden dan haar jeugdvriendin Sharon kon. Hoewel het uitgangspunt direct al onvolwassen en zwakjes overkomt, wordt snel duidelijk wat ik hierboven heb proberen toe te lichten, namelijk dat het tegendeel waar is. Zonder onnatuurlijk over te komen schakelt de serie soms doodleuk volledig over naar het perspectief van andere hoofdpersonen, worden diverse vertelgenres (tot zelfs een licht bovennatuurlijke aflevering aan toe) effectief ingeschakeld om de verhalen te versterken, en groeit zelfs de kleinste bijrol uit tot een volledig driedimensionaal, levend ademend bloedend menspersoon.
Meeslepend en toch nergens té zwaar op de hand, ondanks de diverse maatschappelijke thema’s die de serie openlijk behandelt. Zo was My So Called Life de eerste TV-serie waarin een hoofdkarakter openlijk homofiel was (Wilson Cruz wordt tegenwoordig nog steeds gevraagd voor lezingen over zijn rol als Rickie Vasquez) en waarin tienertaboes als analfabetisme en verslavingen op bespreekbare manier getoond werden.
En tien jaar lang werd dit eerste en enige seizoen slechts af en toe, bijna per ongeluk, zo links en rechts uitgezonden voor wie het nét toevallig meekreeg. Ik kan nog veel, veel meer over deze serie schrijven, maar ik héb de DVD box dus u kunt me wat. Ik ga weer gewoon lekker verder kijken en als u meer wilt weten regelt u maar lekker zelf uw eigen exemplaar.

De perfecte zondag van René van D.

Saturday, October 27th, 2007

Ik knipperde wat met mijn ogen. Wreef er even goed in met gebalde vuistjes. Keek nog een keer naar mijn beeldscherm. Naar het mailtje dat binnengekomen was. Bevriend freelance-schrijver Mike van Mike’s Webs had wat mensen aangeschreven of ze niet iets over hun ideale zondag konden schrijven, en ik was een van de geadresseerden. Het bevreemdende besef zonk in dat mijn weekenden in een jaartje nachtburgemeesterschap toch nogal drastisch veranderd zijn. Evenement na evenement loop ik inmiddels in het Tilburgse nachtdomein af, om dan daarna nog in het holst van de nacht geschoten foto’s en filmpjes te bewerken en een, doorgaans kritisch getint, verslagje te tikken.Uitgaan is al een vrij lange tijd geen ontspannende bezigheid meer
geweest. En de dag dat onze Schepper zogezegd de voetjes op tafel en een biertje in zijn schoot zette, is ook allang geen rustdag meer. De risico’s van in een goedbewaard geheim-bruisende stad wonen, natuurlijk, maar af en toe mis ik de rustigere zondagen
uit het verleden wel.De ene zondag zit ik op het voor mij volstrekt onchristelijke tijdstip van twaalf uur, met een biertje tegen het roestig kreunen van het gestel op dit vroege tijdstip, in theater Zaal 16 naar de culturele stand van zaken te luisteren in Café Carré. De andere zondag in een nazomerzonnetje middenop het Tilburgse Heuvelplein omgeven door zotte vaudeville-acts. Weer een andere zondag sta ik zelf malle streken uit te halen door het literair geïnteresseerd volk wijs te maken dat de gemeente een half miljoen euro steekt in het installeren van 34 Wijkdichters.Nee, met de titel verdween vlot edoch ongemerkt het weekend zoals ik het voorheen kende. Zeg maar de twee of drie dagen die menig ander juist gebruikt om opnieuw ‘op te laden’ voor de onvermijdelijk volgende werkweek. De rustdag, het cliché-beeld van grasmaaien, familie bezoeken en rustig wat voetbal kijken is spurlos uit mijn universum verschwunden. Rust krijg ik pas doordeweeks, als ik op de werkplek zit, waar ik me juist voor de avonden en weekenden zit op te laden. Met veel koffie, dat wél.Er was echter één zondag recentelijk die in een dergelijk daglicht flink heeft geschitterd. Één klein zondagje heeft zich dapper verzet tegen de overheersende cultuurdrift. Dat zondagje had namelijk een toverdrank, pardon, een flinke hoeveelheid roodharigen. Ik moest er wel even voor ‘vreemdgaan’ want het was in Breda. Een stadje dat ik nooit heb gemogen. Een echt VVD-paradijsje met een centrum waar ik nog nooit leuke stapervaringen gehad heb, een uitstraling die me niet kan bekoren en een logistieke indeling die volstrekt onbegrijpelijk is voor buitenstaanders en tot schier hopeloos verdwalen leidt. Nee, enkel de belofte van honderden roodharigen kon mij naar Breda lokken.Maar eerlijk is eerlijk, ik heb een echt rustgevoel te pakken gekregen die zondagmiddag. Zittend op een zonnig terrasje, omgeven door mooie roodharige en anderskleurige jongedames, met fraaie schilderwerken in de grote kerk, een grappige lezing over de voordelen van roodharig zijn, en een fijn braderie’tje eraan gekoppeld. Mijn camera heeft prachtige foto’s geschoten die helaas online verkleind en niet zo indrukwekkend meer staan, en een merkwaardige rust streek over me heen. Er was zo weinig voor nodig.. de aanblik van mooie rosse jongedames die zichzelf in een strelend daglicht gesteld zagen, een bescheiden middelgroot Brabants evenementje, en wellicht ook even de afstand van het Tilburgse culturele- en nachtleven. Ik heb nog een volledige dag erna een humeur gehad dat met massavernietigingswapens niet kapot te krijgen was.De perfecte zondag had plaatsgevonden in een stad waar ik ‘m nooit gezocht had. Ze verraste me uit het niets en liet me een heerlijke innerlijke rust na. Soms overkómt je zo’n dag zomaar.Een gastbijdrage van René van D.
Volgende week een snufje Halloween, de laatste aflevering van Couleur Locale: Edinburgh en in het weekend natuurlijk weer een perfecte zondag.
Lees de andere perfecte zondagen hier.

Gastauteur: Oud & nieuw

Friday, December 29th, 2006

Gastauteur en nachtburgemeester René van Densen houdt een vurig pleidooi voor kroegtijgers die op een barkruk Oud & Nieuw doorbrengen.Terwijl half Nederland opnieuw massaal de supermarkten bestormt voor de tweede feestdagen-hamstering van al het eet- en drinkbaars dat ze hun familie en andere gasten op die paar avondjes rijkelijk door de strot kunnen duwen, zit ik kalmpjes de laatste paar werkdagen van het jaar uit en maak me eigenlijk nergens echt druk om.Nieuwjaar is geen wereldschokkend evenement in mijn leven, nooit geweest en vermoedelijk zal het dat ook nooit worden. Leuk? Dat dan weer wel. Niet om het vuurwerk, niet om de familie, niet om de bordspelletjes of het gourmetten. Niks van dat alles aan deze jongen zijn broek – als traditioneel feestdagontduiker breng ik ook de laatste en eerste dag op een barkruk door.Nachtburgemeester
Voor wie bij die inleiding het woord ‘ongezellig’ al in de mond waagt te nemen, even twee relevante gegevens. Allereerst ben ik één van de twee nachtburgemeesters van de immer cultureel bruisende stad Tilburg – ja, dat stukje Nederland dat op de kaart de aars van het land lijkt voor te stellen. Randstadbewoners kunnen zich moeilijk voorstellen dat er buiten hun leefgebied meer dan polder en heikneuters is, maar Tilburg heeft zich in een handjevol decennia ontwikkeld tot een heuse stad met vibrant en veelzijdig kroegencircuit, theaters, bioscopen, een schokkende hoeveelheid live bandoptredens, creatieve en culturele uitspattingen op iedere straathoek, en dat alles zonder de
gemoedelijkheid te verliezen.Vergeet wat je in de kranten leest over die ene kogel die maandelijks geschoten wordt, geweldplegingen heb je in elke zichzelf respecterende stad en daar doe je niks aan. Statistisch gezien doet deze zesde-grootste-stad van Nederland het eigenlijk zelfs niet eens zo griezelig slecht op dat vlak, dus die overtrokken aandacht voor dat marginale misdaadcijfer heb ik nooit begrepen. Die berichten gaan niet over de stad die ik ken en liefheb, ze verhalen over een bijna mythisch Gomorra waar het bloed je over de stadsgrenzen al tegemoet gutst als je het in je zondige hoofd haalt dit hellegat te bezoeken. Tilburg kent een Bourgondische doch frisse gemoedelijkheid die je nooit zult ervaren als je je door deze angst ervan afzijdig zal houden. Vergeet ook de chaotisch, en door veel buitenstaanders als lelijk bestempelde architectonische uitstraling van deze stad. Het enige dat de skyline alhier je zou moeten vertellen is dat je alles wat je maar zoekt hier kunt vinden, zij het dat we alles op heel eigen manier ordenen. En als je het uiterlijk van deze stad echt niets prettigs vindt uitstralen: het nachtleven speelt zich hier ook voor een groot deel binnenskroegs af, van waaruit je weinig meekrijgt van het straatbeeld. Gerstenat
Het binnenskroegse is hier al jaren bekend gebied voor mij. En een handjevol kroegen bezoek ik zo vaak en al zo lang dat het aldaar vertoeven nog meer als mijn woonkamer aanvoelt dan de daadwerkelijke kamer in kwestie. Wellicht is het niet voor iedereen weggelegd, maar
ik voel me eerder thuis in een goedgevoeld café waar gerstenat en andere brouwsels rijkelijk vloeien, dan op een bank voor de buis met een Tv-maaltijd op schoot. Als een echt nachtbraker ben ik er dus niets rouwig om als ik het nieuwe jaar pas mag ontwaren bij sluitingstijd van mijn stamkroeg ergens ‘s ochtends laat.Dan nog het andere gegeven: op de plekken waar ik het liefst uitga, gebeurt bijna altijd wel van alles onverwachts. In een gezelschap vol (aspirant en professionele) schrijvers, dichters, filosofen, musici, schilders, zuiplappen, filmmakers, echtparen die hun wilde haren nog niet kwijt zijn, hele ladingen aantrekkelijke studentes en mystieke
vrijgevochten vrouwen met wat meer levenservaring, passionaire absurdisten en watalnietmeer, is het verdomd moeilijk om in een sleur te geraken.Eerlijk
Dus, heren en dames die hun mening over ons nieuwjaars-kroegtijgers al klaar hadden, wees eens eerlijk tegen uzelf op de laatste momenten van dit jaar. Terwijl u uw soepstengel in de kaasfondue dompelt of het ijzerdraad rond de kurk van die ene champagnefles alvast wat losdraait. Terwijl u op straat, temidden van tientallen andere buurmannen in hun eigen tuintjes, met de sigaret bij de vuurpijlen klaarstaat. Terwijl u de obligate oudejaarsconference weer heeft afgekeken en het aftellen op TV is begonnen. Terwijl uw schoonmoeder nog even de belippenstifte mond vult met een braaf hapje van de schaal op tafel. Wees eerlijk. Heeft u dit niet al een paar keer eerder exact zo meegemaakt? Is het niet weer meer van hetzelfde dit jaar? Kunt u eigenlijk stiekem zelfs de volgorde al voorspellen van de mensen die u nieuwjaarszoenen en -handen gaan geven?Hé, ieder het zijne hoor, begrijp me niet verkeerd. Maar ik wil echt een NIEUW jaar in. Doet u vooral waar u zelf zin in heeft. Houden we het op die manier gezellig. Gelukkig nieuwjaar allen!Lees ook: Holiday Blues.